Sint-Michielsabdij (Antwerpen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
deel van de serie over
Kloosters

en het christelijke monastieke leven

Monnik

De Sint-Michielsabdij was een norbertijnerabdij in Antwerpen die door de Heilige Norbertus zelf in 1124 gesticht werd aan de oevers van de Schelde. In 1831, tijdens de Belgische Revolutie, werd de abdij volledig verwoest, nadat ze al gedeeltelijk gesloopt was tijdens de Franse bezetting.

Geschiedenis[bewerken]

In de VIIe eeuw, omstreeks 652, was de heilige Amandus te Antwerpen geweest en had hier enkele jaren verbleven. Hij had er het christendom gepredikt op een plaats genaamd Chanelaus, een eiland of hoogland ten zuiden van de burcht.

Floris Prims vermoedt dat dit de plaats was waar later de St.-Michielskerk werd gebouwd: op de rechter Scheldeoever te Antwerpen tussen de huidige Kloosterstraat en de Sint-Michielskaai nabij de Sint-Jansvliet. Deze St.-Michielskerk was de enige parochiekerk te Antwerpen tot 1124. Toen werd een tweede kapittel gesticht op de plaats waar later de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal (Antwerpen) zou verrijzen. De St.-Michielskerk werd aanvankelijk bediend door een kapittel van 12 seculiere kanunniken. Dat zou erop kunnen wijzen dat dit kapittel de kloosterregel van Chrodegang volgde. De bisschop van Kamerijk, waar Antwerpen als onderdeel van het bisdom der Nerviërs (dioecesis nerviorum) ten tijde van Chrodegang onder viel, was een aanhanger van Chrodegang.

De heilige Norbertus werd door de paus naar Antwerpen gezonden om dit kapittel te hervormen en om het antisacerdotalisme van Tanchelm, dat zelfs na zijn dood in 1115 nog veel succes kende, te bestrijden. Hieruit ontstond in 1124 de Sint-Michielsabdij. Ze had uitgebreide gronden zowel in als rond Antwerpen, zoals de heerlijkheid van het Kiel en Beerschot, de gronden van Haringrode en Zurenborg en sinds 1674 de heerlijkheden Berendrecht en Zandvliet. Isabella van Bourbon de tweede echtgenote van Karel de Stoute en moeder van Maria van Bourgondië werd in de abdij begraven.

Zowel de abdijen van Averbode en het nabij gelegen Tongerlo zijn een dochterstichting van de Antwerpse Sint-Michielsabdij.

Omstreeks 1624 voltooide Rubens het altaarstuk Aanbidding door de koningen voor het hoogkoor van de abdijkerk. Bij dit schilderij leverde Rubens ook een portret van de opdrachtgever, abt Matheus Irsselius, ter compensatie van de hoge kosten. Het altaarstuk werd tijdens de Franse Revolutie geroofd en naar het Parijse Louvre getransporteerd. Na de slag bij Waterloo kwam het werk in 1815 terecht in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen.

Vernieling[bewerken]

De abdij ging teloor door de Franse bezetting in 1797. De gebouwen werden gedeeltelijk gesloopt om op de terreinen een militair domein in te richten. Omdat Napoleon van Antwerpen een grote op Engeland gerichte oorlogshaven wilde maken, moest er in de plaats van de abdij een marinearsenaal komen met scheepshellingen om oorlogsschepen te bouwen en kazernes voor de militairen.

In 1831 ontstonden schermutselingen tussen Belgische revolutionairen in de stad en Nederlandse troepen gelegerd in het voormalige Zuidkasteel (de Antwerpse citadel). Vanwege de militaire functie van de abdij richtte de Nederlandse commandant David Hendrik Chassé er zijn artillerie op waarbij de laatste resten werden verwoest.

De Sint-Norbertusparochie in de Antwerpse wijk Zurenborg werd in de 19e eeuw onder de hoede gesteld van de Heilige Norbertus ter nagedachtenis van dit teloor gegaan cultureel en religieus erfgoed.

Heden[bewerken]

De vloer met de vele grafstenen werd overgebracht naar de Antwerpse kathedraal, die haar oorspronkelijke bevloering verloren had tijdens de Franse bezetting. De 18de-eeuwse eikenhouten communiebank en biechtstoel bevinden zich hedendaags in de Sint-Gertrudiskerk van Bergen op Zoom. Het schilderij van het hoofdaltaar is nu in het bezit van het Antwerpse museum voor Schone Kunsten.