Tweede Kamerverkiezingen 1946

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tweede Kamerverkiezingen 1946
Datum 17 mei 1946
Land Vlag van Nederland Nederland
Te verdelen zetels 100
Resultaat
Grootste partij KVP
Nieuwe minister-president Louis Beel
Begin regeerperiode Beel I
Tweede Kamerverkiezingen 1946
Opvolging verkiezingen
1937     1948
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Polygoonjournaal over de verkiezingen

De Tweede Kamerverkiezingen 1946 waren Nederlandse verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zij werden gehouden op vrijdag 17 mei 1946.

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd in Nederland een nood-parlement ingesteld. Hierin zaten leden van het laatste parlement van voor de oorlog, aangevuld met aangewezen leden. Daarbij werd getracht de stromingen die zich in de oorlog onderscheiden hadden ook in de Kamer op te nemen. Oud-leden die kenbaar 'fout' waren geweest, met name de NSB-leden, mochten hier geen plaats in nemen.

De roep om zo spoedig mogelijk nieuwe verkiezingen te houden was vrij groot. Toch duurde het tot mei 1946 voordat het interim kabinet-Schermerhorn-Drees verkiezingen liet houden.

De PvdA probeerde kiezers te winnen door te wijzen naar de winst in 1945 van de Britse Labour Party

Uitslag[bewerken | brontekst bewerken]

Opkomst en kiesdeler[bewerken | brontekst bewerken]

1937 1946
# stemmen % # stemmen %
Kiesgerechtigden 4.462.859 [1]5.275.888
Niet opgekomen 249.956 5,60[2] 363.873 6,90[2]
Opkomst 4.212.903 94,40[2] 4.912.015 93,10[2]
Blanco/ongeldige stemmen 154.826 3,68[3] 151.304 3,08[3]
Geldige stemmen 4.058.077 96,32[3] 4.760.711 96,92[3]
Kiesdeler 40.580,77 - 47.607,11 -

Deelnemende partijen[bewerken | brontekst bewerken]

Op 9 april 1946 vond de officiële kandidaatstelling plaats. Er zouden in de 18 kieskringen 11 politieke partijen deelnemen: de Partij van de(n) Arbeid (PvdA), de Anti-Revolutionaire Partij (AP), de Protestantse Unie, de Katholieke Volkspartij (KVP), de Staatkundig-Gereformeerde Partij (SGP), de Christelijk-Historische Unie (CHU), de Communistische Partij van Nederland (CPN), de Partij van de Vrijheid, de Nederlandse Bellamy Partij, de Onafhankelijke Partij (Groep Lopez) en de Christelijk Democratische Volkspartij. Bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen in 1937 waren er twintig deelnemende partijen geweest. [4]

Verkiezingsprognose[bewerken | brontekst bewerken]

In 1946 werd het Nederlands Instituut voor de Publieke Opinie (NIPO) opgericht, dat een zogeheten Galupp poll uitvoerde, een steekproef waarbij aan kiezers werd gevraagd welke partij zij zouden stemmen indien er die dag verkiezingen zouden plaatsvinden. De uitslag daarvan werd kort voor de daadwerkelijke verkiezingen bekendgemaakt. [5]

Verkiezingsuitslag naar partij[bewerken | brontekst bewerken]

Op 24 mei werd de officiële uitslag bekendgemaakt. Totaal waren er 4.760.711 geldige stemmen uitgebracht. [6] In deze eerste naoorlogse verkiezingen liep het resultaat van de PvdA het meest in het oog. Deze nieuwgevormde partij behaalde 29 zetels, twee minder dan haar vooroorlogse voorlopers SDAP, VDB en CDU.

Daarnaast was het resultaat van de CPN zeer opmerkelijk. Deze partij die in 1937-1940 drie zetels in de Tweede Kamer had, behaalde in 1946 tien zetels. Waarschijnlijk was dit hoofdzakelijk vanwege het aanzien dat de Sovjet-Unie had gewonnen door haar prominente rol in de overwinning op nazi-Duitsland en de reputatie van de Februaristaking en de uitgave van de verzetskrant De Waarheid, die na de Bevrijding een landelijk dagblad werd. Volgens sommige commentaren zouden vele voormalige aanhangers van de linkervleugel van de SDAP op de CPN gestemd hebben.[7] Dit was het beste resultaat dat de communisten zouden bereiken; nadien zou hun zeteltal langzaam dalen. Met name in Amsterdam (Kieskring IX) behaalde de CPN vele stemmen: bij de Tweede Kamerverkiezingen 1937 betrof dit nog 51.350 stemmen (12,8 %) en bij de Provinciale Statenverkiezingen 1939 54.246 stemmen (13,1%), maar bij deze verkiezingen 129.189 atemmen (30,07%).

Grootste partij werd de KVP met 32 zetels, één meer dan de RKSP in 1937. De nieuwgevormde (liberale) Partij van de Vrijheid behaalde zes zetels. Ten opzichte van 1937 verloor de ARP vier zetels.

De Protestantse Unie, de Nederlandse Bellamy Partij en de Groep Lopes (ook wel Groep Lopez) behaalden minder stemmen dan de kiesdeler. De eerste van de vijf te verdelen restzetels werd toegekend aan de ARP, de derde aan de KVP, de vierde aan de CHU en de vijfde aan de PvdA.

Partij 1937 1946 verschil Zetelverdeling (grafisch)
# stemmen %[8] zetels # stemmen %[8] zetels % zetels
KVP[9] 1.170.431 28,84 31 1.466.582 30,81 32 +1,97 +1  
1937
          


1946
       


SDAP[10]    890.661 21,95 23
VDB[10]    239.502   5,90  6
CDU[10]     85.004   2,09  2
PvdA[10] - - - 1.347.940 28,31 29
subtotaal 1.215.167 29,94 31 1.347.940 28,31 29 -1,63 -2 
ARP    665.501 16,40 17    614.201 12,90 13  -3,50 -4 
CPN    136.026   3,35  3    502.963 10,56 10 +7,21 +7  
CHU    302.829   7,46  8    373.217   7,84  8 +0,38 0
PvdV[11]    160.260   3,95  4    305.287   6,41  6 +2,46 +2  
SGP     78.619   1,94  2    101.759   2,14  2 +0,20 0
Protestantse Unie[12]     24.543   0,60  0     32.020   0,67  0 +0,07 0
Nederlandse Bellamy Partij - - -     11.205   0,24  0 +0,24 0
Lijst-Lopes - - -      5.537   0,12  0 +0,12 0
NSB    171.137   4,22  4 - - -  -4,22 -4 
overige partijen in 1937    133.564   3,29  0 - - -  -3,29 0
Totaal 4.058.077 100 100 4.760.711  100 100 0 0

Gekozen leden[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Samenstelling Tweede Kamer 1946-1948 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Kabinetsformatie[bewerken | brontekst bewerken]

Op 3 juli 1946 trad het kabinet-Beel I aan, dat bestond uit ministers van KVP en PvdA, aangevuld met enkele partijlozen.