Altaj (volk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Altaj (Oirot)
Aantal: 200.000 (schatting)
Verspreiding: Republiek Altaj: 64.000
Koeznetskse Alataoe: 59.000
Taal: Altajs
Religie: Boerchanisme, Russische orthodoxie, Tibetaans boeddhisme, sjamanisme
Verwante volkeren: Tataren
Oirat-Mongolen (inc. Kalmukken)
Tsjelkanen

De Altaj (eigenbenaming Oirot of Oyrot) zijn een Turks volk dat vooral leeft in de Zuid-Russische regio Altaj. Bij de volkstelling van 2002 woonde het grootste deel van de 67.239 inwoners die de nationaliteit Altaj opgaven in de republiek Altaj (62.192 personen). Kleinere groepen bevonden zich in de kraj Altaj (1.880) en de omringende gebieden Tuva en Mongolië. De Turkse volkeren uit het zuiden van de oblast Kemerovo, die in de Sovjetperiode ook als Altaj werden aangeduid, worden nu erkend als aparte etniciteiten (Sjoren en Teleoeten). Bij de laatste Sovjetvolkstelling van 1989 woonden in de Kazachse SSR 689 Altaj en in de Oezbeekse SSR 191.

Inhoud

[bewerk] Geschiedenis

[bewerk] Prehistorie en Chinese vervolgingen

Altajman te paard in nationaal kostuum begin 20e eeuw (Foto: Sergej Borisov)
Altajman te paard in nationaal kostuum begin 20e eeuw
(Foto: Sergej Borisov)
Oirat - boodschapper van de Witte Boerchan (Nicholas Roerich, 1926)
Oirat - boodschapper van de Witte Boerchan
(Nicholas Roerich, 1926)
Altajvrouw met paard in nationaal kostuum (hoofddeksel - koearaan boroek, schapevacht, bodywarmer - tsjegedek (overkleding voor getrouwde vrouwen bij Zuid-Siberische volken)) begin 20e eeuw (Foto: Sergej Borisov)
Altajvrouw met paard in nationaal kostuum (hoofddeksel - koearaan boroek, schapevacht, bodywarmer - tsjegedek (overkleding voor getrouwde vrouwen bij Zuid-Siberische volken)) begin 20e eeuw (Foto: Sergej Borisov)

De Altaj waren bekend vanwege hun vaardigheden in metaalbewerking vanaf de 20e eeuw v.Chr.. [1] Ze woonden vanaf de 11e eeuw in de noordwestelijke Chinese regio Dzjoengarije en vielen onder het bestuur van de Oirat-Mongolen van de 15e tot de 18e eeuw. In 1758 annexeerde de Qing-dynastie van China het grootste deel van dit gebied binnen haar rijk en deed pogingen om de Altaj uit te roeien. Een paar duizend van hen wisten dit te overleven door te vluchtten naar het Altajgebergte.

[bewerk] Russisch bestuur

De Altaj kwamen in contact met de Russen in de 18e eeuw. In het Russische Rijk werden de Altaj aangeduid als Oirot of oyrot. Veel Altaj raakten verslaafd aan de Russische wodka, die meegebracht werd door kozakken en die ze "vuurwater" noemden. Ze hadden echter geen weerstand tegen de alcohol en werden daardoor vrij snel dronken. [2] In 1866 werd het gebied geannexeerd door het Russische Rijk. De Altaj waren van oudsher een nomadisch volk, maar onder Russische invloed begonnen veel van hen zich te vestigen in plaatsen. De meerderheid van hen bekeerde zich tot de Russische orthodoxie in de tweede helft van de 19e eeuw na de stichting van een missie van deze kerk.

[bewerk] Religie en etnisch zelfbewustzijn

In 1904 ontstond onder de Altaj echter het boerchanisme (Ak Jang; "Wit geloof"), een NRB (met elementen uit het sjamanisme en lamaïsme) als een symbool tegen de Russische kolonisatie, die veel aanhang verwierf. Deze religie gelooft dat de, van Dzjengis Khan afstammende, mythische Oirat Khan terug zal komen als messias om de Altaj te bevrijden van de Russische overheersing en het christendom en hen zou laten terugkeren naar de situatie van voor de Russische en Chinese overheersing. Dit geloof vormde de basis voor een liberale beweging die in 1904 werd neergeslagen en verboden.

[bewerk] Sovjetperiode

Na de Oktoberrevolutie van 1917 zagen de Altaj net als andere volken binnen het post-Russische Rijk hun kans om hun stam als een aparte natie aan te duiden, namelijk als "Oirot", een meer gematigde vorm van seculier nationalisme die een Oirotrepubliek wilde die ook de gebieden van de Turkse volken Chakassen en Tuvienen omvatte. Veel Altajse leiders steunden voor dit doel de mensjewieken en het Witte Leger dat het gebied een tijdlang in handen had tijdens de Russische Burgeroorlog. In 1920 kwam echter ook dit gebied onder het bestuur van de bolsjewieken. Aanvankelijk tolereerden deze de relatieve autonomie van de Altaj; op 1 juli 1922 werd de Oirotse autonome oblast geformeerd in kraj Altaj en het Burkanisme en de roep om een "Groot-Oirotië" werden toegestaan tot 1933, toen de nationalistische beweging werd beticht van een samenzwering. In de jaren '40, tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog, werden de Altaj beschuldigd van pro-Japansheid en werd het woord "oirot" verklaard tot contra-revolutionair en uit alle boeken geschrapt. De Altajse communisten werden vervolgd en in 1948 werd de naam van het gebied veranderd naar Gorno-Altajse autonome oblast (Gorno = Berg-). De Altaj leden zwaar onder de industrialisatie in de Sovjet-Unie, die vele Russen en anderen naar het gebied brachten en tegen 1950 maakten de Altaj nog maar 20% uit van de bevolking (aanvankelijk was dit 50%).

Tijdens de glasnost herleefde het Altajs-Oirotse nationalisme opnieuw, maar had ditmaal veel minder impact.

[bewerk] Republiek Altaj

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 werd de status van de autonome oblast opgewaardeerd naar achtereenvolgens een ASSR, SSR en een republiek onder de naam Gorno-Altaj en in 1993 werd de naam hiervan veranderd naar "republiek Altaj".

[bewerk] Etnische en taalkundige groepen

Er worden gewoonlijk twee aparte taalkundige groepen Altaj onderscheiden:

  • Zuidelijke Altaj (Altai-Kizji) - zij spreken het Zuid-Altajs (tot 1948 Oirot genoemd) en leven traditioneel gezien in de stroomvallei van de Katoen en haar zijrivieren. Deze taalgroep wordt weer onderverdeeld in Altaj, Teleoeten en Telengiten (Telesen). De laatste twee groepen werden bij de volkstelling van 2002 voor het eerst onderscheiden als aparte etniciteiten.
  • Noordelijke Altaj (Kuu-Kizji, Kumandy-Kizji, Tuba-Kizji) - zij spreken het Noord-Altajs. Deze taalgroep wordt weer onderverdeeld in Altaj, Koemandinen (middenloop van de Bieja), Tsjelkanen (stroomgebied van de Lebed) en Toebalaren (stroomgebied van de Bieja en de noordwestelijke kust van het Teletskojemeer), De laatste drie groepen werden bij de volkstelling van 2002 voor het eerst onderscheiden als aparte etniciteiten. Voor de Russische Revolutie van 1917 werden de Noordelijke Altaj in het Russische Rijk aangeduid als Tsjernevye Tatary ("zwarte bos-Tataren").

De huidige standaard-Altajtaal is gebaseerd op het Zuidelijke Altaj. Over het algemeen wonen de Zuidelijke Altaj overwegend in de republiek Altaj en de Noordelijke Altaj meer in de kraj Altaj en andere regio's.

[bewerk] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Vlag van Rusland
Abazanen · Abchazen · Achvachen · Adygeërs (Adyghe) · Ainu · Aljoetoren · Altaj (Oriot) · Andi · Armeniërs · Avaren · Azeri · Balkaren · Basjkieren · Bergjoden · Boerjaten · Chakassen · Chanten · Chinezen (Han) · Dargiërs (Dargienen) · Ruslandduitsers (inclusief Wolgaduitsers) · Dolganen · Enetsen · Evenen · Evenken · Georgiërs · Grieken · Ingoesjen (Ingoesjeten) · Ingriërs · Inuit (Eskimo's) · Itelmenen · Jakoeten (Sacha) · Joden · Joekagieren · Kabarden · Kalmukken (Ojraten, Oirat-Mongolen) · Kamtsjadalen · Karatsjaïers · Kareliërs · Kazachen · Kereken · Ketten · Komi · Koreanen · Korjaken · Lezginen (Lezgiërs) · Mansen · Mari (Tsjeremissen) · Mescheten · Mordvienen · Nanais · Negidalen · Nenetsen (Joeraken) · Nganasanen · Nivchen (Giljaken) · Nogai · Oedegeïers · Oedmoerten · Oekraïeners · Oeltsjen · Oezbeken · Oroken · Orotsjen · Osseten · Polen · Pomoren · Russen · Saami (Lappen) · Selkoepen · Sjoren · Tabasaranen · Tadzjieken · Tataren · Taten · Teleoeten · Tofalaren · Tsachoeriërs · Tsjerkessen · Tsjetsjenen (Noxçi) · Tsjoektsjen · Tsjoelymen · Tsjoevanen · Tsjoevasjen · Turkmenen · Tuvienen · Ungangen (Aleoeten) · Wepsen · Wit-Russen · Woten · Yupiken
 
Persoonlijke instellingen