Etnisch nationalisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Etnisch nationalisme of volksnationalisme gaat uit van een bestaande volksgemeenschap - een ethnos - waarbinnen door moderne politieke emancipatie (het streven naar) een staatsgemeenschap kan ontstaan. Het onderscheidt zich daarmee van het staatsnationalisme dat, andersom, uitgaat van een bestaande of geprojecteerde staatsgemeenschap en daarbinnen meerdere etniciteiten naar een homogeen beeld van één natie modelleert. In dat laatste geval is sprake van etnische uitwissing en, in erge gevallen, zelfs van etnocide. De begrippen ethnos (volk) en natie( staatsgemeenschap) dienen daarom voor een goed begrip onderscheiden te worden. In ontwikkeling volgen ze op elkaar, maar een mislukte natievorming kan weer terugvallen op afzonderlijke etniciteiten. In het Engels is het onderscheid etnisch-nationaal niet gebruikelijk en is 'nation' de term voor beide begrippen, wat, overgenomen in verengelst Nederlands, verwarring schept. Waar etnisch nationalisme in een extreme vorm niet aan etniciteit of volk, maar primair aan ras wordt verbonden, vervormt het tot racistisch nationalisme. Ook hier werd in Engels taalgebruik geen terminologisch onderscheid gemaakt zoals men kan zien aan het synonieme gebruik van 'race' en 'nation' in de (oudere) Engelse literatuur over dit onderwerp.

Herder[bewerken]

Johann Gottfried von Herder[1] wordt vaak, maar ten onrechte beschouwd als de grondlegger van dit nationalisme.[2] Herder zag naast de natuurkundige vormen van de schepping ook de menselijke samenleving als een door God geschapen levend organisme. Maar dan tot uiting komend in een veelheid van oorspronkelijke samenlevingen (etniciteiten), waarin mensen door verwantschap met elkaar verbonden waren, en in hun voorgeslacht een gezamenlijke geschiedenis deelden. Een geschiedenis die was neergeslagen in cultuur en taal, waarbij vooral in de taal de voorouderlijke ervaringen met de werkelijkheid op een voor het betrokken volk specifieke wijze voortleefden, als het ware in een collectief geheugen.

Volgens Herder heeft ieder volk zijn eigen karakter en de opdracht om zijn bestaan vorm te geven op basis van zijn uniciteit. Daarin verwezenlijkte het Gods scheppingsorde, en daarmee zijn alle volkeren gelijkwaardig, al zag Herder in het Joodse volk het voorbeeld voor alle andere volken. De eigen taal geeft in verhalen en -muziek het wezen weer van het volk. Zij heeft de worsteling met de geografische en de klimatologische gesteldheden van het voorouderlijke woongebied opgeslagen. Voor Herder lagen - aan het einde van de 18de eeuw - politiek nationalisme en nationale staat ver voorbij de horizon en zeer waarschijnlijk zou hij zo'n staat als een kunstmatige vervorming van het volksbestaan door de staatsbureaucratie hebben beschouwd. Voor hem was 'het volk' een geheel andere categorie dan wat de latere nationale elite van politici en bureaucraten ervan zou maken in hun streven naar het regisseren van de volksmassa, door haar tot één natie te indoctrineren met een uniforme nationale identiteit. Om haar vervolgens als machtsmiddel te gebruiken in het versterken van de eigen staatkundige macht, wat bij de grote staten tot imperialisme leidde. Wanneer sommige latere nationalisten zich op Herder beriepen, pleegden zij een vanuit hun ideologie een begrijpelijke, maar anachronistische en niet geautoriseerde herinterpretatie van Herders filosofie.

Opkomst[bewerken]

In West-Europa ontstond een liberale vorm van nationalisme, waarin zich een parlementaire democratie kon ontwikkelen. Die nationale staatsvorm was dus een voorwaarde voor de democratische rechtsstaat. La Grande Nation, Frankrijk, was daarin het model. In Centraal- en Oost-Europa was de staatsvorming en modernisering echter minder ver ontwikkeld, en leefden vele volkeren met elkaar binnen supranationale en multiculturele staten. Zij kozen voor een romantisch en militant nationalisme om zich uit die staten - men noemde bijvoorbeeld Oostenrijk-Hongarije de 'volkerenkerker' - te bevrijden. Na 1919 mochten zij dan eindelijk hun eigen nationale staten oprichten naar West-Europees model, maar omdat zij op veel plaatsen door elkaar heen leefden, waren toen geen staatsgrenzen te trekken die synchroon konden lopen met de grenzen tussen de volken. Het gevolg was dat de nieuwe staatsgemeenschappen gedwongen assimilatie op hun minderheden gingen uitoefenen, en, als dat onvoldoende succes had, minderheden probeerden te elimineren als 'nationaal onaangepaste en gevaarlijke elementen'. Deze ontwikkeling leidde in veel gevallen tot massale etnische zuiveringen in de periode tussen 1918 en 1948, al moet men beklemtonen dat de etnische zuiveringen nà 1945 het werk waren van de zegevierende mogendheden, zodat men nationalisten niet alle schuld kan of mag geven.

Het streven naar nationale en raciale zuiverheid bereikte zijn dieptepunt tijdens en na de Tweede Wereldoorlog toen op grote schaal grenswijzigingen en bevolkingsverschuivingen plaatsvonden met tientallen miljoenen slachtoffers, in het kader ook van het eugenetische denken dat toen in de hele westerse wereld algemeen was. Ten aanzien van de Joodse minderheden, die immers als vertegenwoordigers bij uitstek werden gezien van de volkeren die de vermeende superioriteit van het Noordse ras bedreigden, kwam daarbij een nieuw element tot uitdrukking in de racistische zuivering zoals ze werd toegepast door, in de eerste en voornaamste plaats Duitse overheden en bezetters, maar ook door Baltische, Slowaakse, Kroatische, Hongaarse en Roemeense overheden. Na de oorlog werden de staatsgrenzen opnieuw vastgesteld, maar ook de bevolking daaraan aangepast, wat wil zeggen dat deze nationale zuivering nu definitief en door de geallieerden gelegitimeerd werd uitgevoerd door vele miljoenen over de staatsgrenzen te verdrijven, omdat zij niet tot de betrokken nationale staatsgemeenschap, anders gezegd tot het staatsvolk, behoorden. Met name miljoenen behorende tot Duitstalige minderheden (Volksduitsers) werden hierdoor getroffen maar daarnaast ook honderdduizenden Hongaren en Polen, en in mindere mate alle andere volkeren van Midden-Europa. (Zie o.a. Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog en etnische zuivering). In de praktijk was daarmee het recht om staatsburgerschap te mogen bezitten geconditioneerd door een culturele en taalkundige nationale identiteit. Wat in West-Europa gaandeweg door evolutie was bereikt - één natie gaandeweg samengegroeid en soms gevormd uit verschillende etniciteiten binnen de bestaande staat - werd nu in Midden- en Oost-Europa met geweld afgedwongen: één staat, opgericht in 1919, die uiteindelijk het eigen volk selecteert en burgerrecht toekent. In deze staten is het aanvankelijke volksnationalisme via een zeer gewelddadig proces geëvolueerd tot staatsnationalisme. Overigens hebben daarmee de staten in het westen, het midden en het oosten van Europa een overeenkomstige homogeen-nationale samenstelling aangenomen. Waar nog wel (restanten van) de vroegere minderheden leven, blijken deze telkens weer in conflict met hun assimilationistische staatsnationale overheden te raken, zoals de Russen in de Baltische staten en de Hongaren in Slowakije en Roemenië. ( Hoewel de aanwezigheid van Russen in de Baltische staten mede het gevolg is van de Russische bezetting, en dus anders moet beoordeeld worden) Daaruit vloeien ook spanningen voort met de staten die deze gediscrimineerde minderheden beschouwen als deel van hun natie en voor hun belangen willen opkomen. In deze kwesties speelt de CVSE (Commissie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa), verbonden aan de Raad van Europa, een bemiddelende rol.

Volksnationalistische bewegingen[bewerken]

Het begrip volksnationaal is na de Tweede Wereldoorlog in zijn betekenis door de dominerende intellectuele strekkingen en mede als gevolg van de gruwelen van de oorlog beperkt en verbonden aan extreem geachte nationale bewegingen, maar de juistheid van deze kwalificatie is betwistbaar en historisch gedateerd. In de specifiek Nederlandse en Vlaamse context noemen zich als zodanig:

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. MeMo; Handboek VWO. Malmberg 's-Hertogenbosch, 2003.
  2. H.T. Blokland, Wegen naar vrijheid. Autonomie, emancipatie en cultuur in de westerse wereld, Amsterdam, 1995, p. 34.
  3. Nationalistische Volksbeweging, voorwoord van de voorzitter
  4. Toespraak Constant Kusters tijdens het NVU congres 3 november 2002 in Utrecht
  5. Voorpost - kennismaking