Klassieke homeopathie
Klassieke homeopathie is een tak van de homeopathie zoals uitgevonden in de periode 1782-1798 door Samuel Hahnemann en voortgezet door C. Hering, James Tyler Kent, George Vithoulkas en vele anderen. Klassieke homeopathie verschilt van andere vormen van homeopathie door de nadruk op een tweetal holistische thema's: dat de zichtbare symptomen van ziekten uitingen zouden zijn van een klein aantal onzichtbare ziekelijke toestanden (miasma's) en dat de behandeling moet worden gericht op het geheel van persoonlijke kenmerken van de patiënt (constitutietype). Klassiek homeopaten schrijven niet meer dan één middel tegelijk voor, een middel dat bovendien bereid is uit één enkele grondstof in hoge potentie.
Inhoud |
[bewerken] Afsplitsingen
Al snel na het ontstaan van de klassieke homeopathie waren er afsplitsingen. De eerste daarvan staat nu bekend als de klinische homeopathie. Deze is meer gericht op de ziekte en minder op de persoon. Het zoeken van het passende middel wordt daarmee een stuk eenvoudiger: er zijn minder ziektes dan mensen. Ook worden er doorgaans lagere potenties gebruikt en vaak ook meerdere middelen tegelijk (complex-homeopathie). Deze samengestelde middelen zijn niet getest in provings. De redenatie achter het gebruik ervan is dat je door meerdere middelen tegelijkertijd in te zetten je de kans vergroot dat het juiste middel erbij zit.
Tegenwoordig zijn er vele afgeleide vormen van homeopathie in omloop. Zo wordt door sommige homeopaten de patiënt verbonden met een elektronisch apparaat. Dan gaat hij met een taster langs de homeopathische middelen. Bij het goede middel gaat er een lampje branden. Dit bespaart een moeilijke serie van gesprekken en het foutgevoelige hiërarchiseren. Zelfs zijn er tegenwoordig elektronische apparaten te koop die de juiste homeopathische prikkel automatisch zelf aan de patiënt toedienen. Verder zijn er nog vele systemen: een ervan werkt met het periodieke systeem der elementen. De klassieke homeopathie beschouwt zichzelf als de enige vorm die recht in de leer is.
[bewerken] Similia, potentiëring en provings
Klassieke homeopathie heeft met de andere vormen drie principes gemeenschappelijk: het similiabeginsel, het potientiëringsprincipe en de praktijk van de provings.
Wat betreft de toediening van een similium vindt de klassiek homeopaat dat het in principe eenmalig gegeven moet worden. Alleen als na verloop van tijd de symptomen van de ziekte terugkomen, zou het herhaald mogen worden, liefst in een hogere potentie (dat wil zeggen grotere verdunning). Homeopaten stellen dus dat het middel bij steeds hogere potenties steeds beter en sneller werkt, als het tenminste het passende middel is.
Voor een groot repertoire van 'passende middelen' moet men dus van een groot aantal stoffen te weten zien te komen, wat deze (in zeer kleine doses) bij gezonde mensen veroorzaken. Het aantal stoffen (of zelfs ook al energieën) dat is onderzocht loopt nu al in de vele duizenden [1]. Men potentieert daartoe deze stoffen en geeft ze aan gezonde, vrijwillige, niet-betaalde proefpersonen. Omdat het geteste middel voor de meeste van deze proefpersonen doorgaans niet het similium is en ze er dus betrekkelijk ongevoelig voor zouden zijn, moet het te testen middel vaak wel meermaals herhaald worden voor er symptomen op zouden treden. Deze symptomen worden dan door de begeleidende homeopaten opgeschreven (waarbij de reeds voor de test bij de proefpersoon aanwezige symptomen in mindering gebracht moeten worden). Er zijn tegen deze gang van zaken wel een aantal bezwaren in te brengen:
- Voorkennis. Bijna geen enkele proving is dubbelblind uitgevoerd. Ze kunnen dus de toets van de moderne wetenschap niet doorstaan. Veel provings zijn uitgevoerd met proefpersonen die wisten wat ze voor middel aan het testen waren. Een voorbeeld hiervan is Plutonium-nitricum. Van deze proving zijn vele waanvoorstellingen en dromen genoteerd die overgeschreven lijken te zijn uit de mythologie van de god Pluto, de astrologie en astronomie over de planeet Pluto, een aantal films over kerncentrales, kernbommen en ruimte-avonturen die vaak op de tv te zien zijn en dan nog gegevens uit natuur- en scheikundeboeken. De homeopaten vinden dat dit op een grote diepgang wijst (het is niet zomaar dat de mensen deze stof Plutonium hebben genoemd).
- Verontreiniging met vergiftigingsverschijnselen. Hoewel het niet de bedoeling zou moeten zijn, hebben sommige provings een reële grond doordat de vergiftigingsverschijnselen met massieve doses erin verwerkt zijn. Bijvoorbeeld Arsenicum. Dit is echter niet correct. Het zou de bedoeling moeten zijn dat gepotentieerde middelen getest worden bij gezonde proefpersonen. Het toevoegen van vergiftigingsverschijnselen wekt ten onrechte de schijn van correctheid van de provings.
[bewerken] De praktijk
[bewerken] Materia medica
De lange lijsten met (soms duizenden) symptomen die uit de provings komen, werden vroeger ook zo gepresenteerd als materia medica. Sinds begin 19e eeuw echter worden ze vaak tot een min of meer lopend verhaal omgebouwd. Men ging steeds meer een "kern" in elk verhaal aanwijzen, het "wezen" van het middel werd getracht te begrijpen. Het geestelijke en emotionele kregen gaandeweg steeds meer gewicht alsook het "generale" (de symptomen die voor de mens als geheel gelden). Het werden steeds meer een soort psychologische portretten met een behoorlijke innerlijke logica. Men spreekt ook wel van de constitutie.
[bewerken] Repertorium
Naarmate er steeds meer middelen beproefd werden, was het niet meer mogelijk om ze allemaal te kennen. De materia medica werd daarom "omgekeerd". Alle mogelijke symptomen werden daarin gecatalogiseerd opgenomen en onder elk symptoom werd vermeld welke middelen dat symptoom in een proving veroorzaakt hadden (bijvoorbeeld: onder Hoofd, pijn, avond, na het diner, staan een aantal middelen). Het zijn tegenwoordig behoorlijk dikke boeken en vaak wordt de computer hiervoor gebruikt.
[bewerken] Vraaggesprek
De patiënt die een consult heeft bij een klassieke homeopaat, wordt door deze meermaals langdurig ondervraagd. De homeopaat wil niet alleen alle symptomen van zijn ziekte weten, maar ook waar en wanneer deze plaatsvinden (Modaliteiten zoals: in de avond, na het diner). Verder wil de homeopaat weten wie zijn patiënt eigenlijk is. Hoe hij in bepaalde situaties reageert. Het gaat minder om wat hij "heeft" dan om wie hij "is". Ook onderliggende tendensen bij de patiënt spelen een rol. Beantwoordt de patiënt aan een bepaald constitutietype, dan kan de homeopaat een middel voorschrijven dat precies bij dat type past.
Enkele voorbeelden van constitutietypen (beknopt):
- Van een 'ignatia-type' wordt gezegd dat hij/zij nerveus is, gepassioneerd, onderhevig aan wisselende stemmingen en sterk wisselende klachten heeft en een hekel heeft aan tabaksrook;
- Een typische 'pulsatilla-constitutie' is een jonge vrouw of kind, met blond of lichtbruin haar, blauwe ogen en een delicaat uiterlijk, die zachtaardig en toegeeflijk is, die gemakkelijk huilt, afhankelijk is, romantisch, emotioneel, vriendelijk maar verlegen;
- Het 'nux vomica-type' is actief, zeer ambitieus, agressief, ruziezoekerig, drinkt graag alcohol, houdt van vet en pikant voedsel.
- Het 'sulfur-type' is onafhankelijk, nonchalant, filosofisch en leergierig, lui en slordig, en heeft een sterk ego.
[bewerken] Hiërarchisatie
Bijzondere symptomen (Particulars of bijzondere, onverklaarbare zaken, zoals: "denkt aan zelfmoord, als hij blij is") hebben een veel hogere waarde dan vaak voorkomende en goed verklaarbare symptomen (zoals: "hoofdpijn na veel alcohol"). Symptomen die de mens als geheel betreffen (Generals, zoals: "uitgeput na een beetje werken") en geestelijke of emotionele symptomen (Mind, zoals: "geheugen, slecht voor wat er juist is gebeurd" of: "irritatie bij het minste geluid") worden doorgaans hoger gewaardeerd dan lichamelijke symptomen (zoals: duizeligheid, maagpijn et cetera). Het meestal grote aantal symptomen dat uit de gesprekken naar voren is gekomen, wordt dus in een hiërarchie geplaatst: sommige symptomen tellen heel zwaar, andere symptomen tellen minder of niet mee. Soms, als de ziekte waar de patiënt mee komt, veel voorkomend is (zoals "moeheid"), zijn de symptomen daarvan onbruikbaar voor de repertorisatie, maar het feit dat hij bijvoorbeeld telkens om 8 uur moet hoesten of bang is voor vogels, weegt heel zwaar. Het is de kunst om dit uit de patiënt te krijgen en naar waarde te schatten. Het is dus mogelijk dat één en dezelfde patiënt door verschillende homeopaten verschillend beoordeeld wordt en een ander middel voorgeschreven krijgt.
[bewerken] Repertorisatie
Deze gehiërarchiseerde symptomen worden vervolgens opgezocht in het repertorium. Achter elk symptoom staan een aantal middelen. Onder de middelen die achter alle symptomen staan zou zich dan het similium bevinden. Dit werk wordt tegenwoordig vaak met de computer gedaan. Een complicerende factor is dat er een aantal middelen zeer vaak getest is [2] en hier dus heel veel symptomen van bekend zijn, maar dat er een veel groter aantal middelen is dat slechts summier is getest: er zijn weinig symptomen van bekend, het middel zelf is relatief onbekend en het wordt dan ook maar weinig ingezet.
[bewerken] Ziekte komt van binnen uit (geestelijke ontstemming)
Hahnemann stelde dat ziekte niet zozeer voortkwam uit een van buiten komende gebeurtenis maar uit een ontstemming op een diep innerlijk niveau. Bijvoorbeeld: als de griep heerst krijgen sommige mensen hem wel en anderen niet al naar gelang of ze gevoelig zijn voor deze ziekte. Die gevoeligheid is dus de diepere oorzaak. En die gevoeligheid zou een manifestatie zijn van de levenskracht of van de mens als geheel (holisme). Het bestrijden van de uiterlijke gevolgen van de ziekte werd afgedaan als "palliatief" (verzachtend) en erger nog: "allopathie" (onderdrukkend). Dit zou de innerlijke ontstemming niet genezen. Integendeel: deze zou zich dan niet meer op de minst schadelijke manier kunnen uiten en er zou dus een veel zwaarder ziekteproces kunnen ontstaan (bijvoorbeeld: als je puisten "onderdrukt" (met Clearasil) dan zou de patiënt depressief kunnen worden, "onderdruk" je dan weer de depressie (met prozac), dan zou hij bijvoorbeeld kanker kunnen krijgen). Bij patiënten die veel allopathie ondergaan hebben, moet eerst deze allopathie ongedaan gemaakt worden in een (soms langdurig) homeopathisch proces. En soms zouden deze mensen niet meer door homeopaten te helpen zijn.
[bewerken] Genezingsproces
De genezing zou van binnen uit gebeuren, dus eerst geestelijk (bijvoorbeeld het geheugen) en emotioneel (bijvoorbeeld angsten en irritaties), dan functioneel (bijvoorbeeld beter slapen en eten) en daarna pas zouden de lichamelijke klachten verdwijnen (bijvoorbeeld die puisten waarvoor de patiënt kwam). De nieuwste symptomen zouden eerst verdwijnen, later de oudste. Mogelijkerwijze zou een (lichte) beginverergering kunnen optreden, wat een goed teken zou zijn. Als de patiënt symptomen van vroeger terug krijgt, wordt dat als een zeer goed teken uitgelegd; hij is aan het genezen.
Deze denkwijze bergt het gevaar in zich dat de homeopaat vaak een werking aan het middel toeschrijft. Want als de patiënt terugkomt voor zijn volgende consult en hij voelt zich beter, dan wordt dit aan het middel toegeschreven. Voelt hij zich slechter, dan wordt dit óók aan het middel toegeschreven want dan heeft hij een beginverergering. Is er niets gebeurd, dan heeft de patiënt misschien het middel geantidoteerd (zie dieet) of heeft de homeopaat iets fout gedaan tijdens het vraaggesprek of de hiërarchisatie. Of dit middel heeft alleen maar voorbereidend werk gedaan; ontgifting of iets dergelijks en hierna zal een ander middel de echte genezing bewerkstelligen. Of de genezing heeft op een dermate diep niveau plaatsgevonden dat de patiënt er zich niet van bewust is.
Klassieke homeopaten stellen dat het een kunst is om het passende middel te vinden bij een unieke patiënt. Zeker omdat ieder mens wel iets van elk middel heeft en dus kan denken dat dit middel bij hem past.
[bewerken] Dieet
De patiënt mag veel dingen niet. Koffie, thee, drugs, specerijen, pepermunt (ook niet in de tandpasta) et cetera. Zelfs pornografie bekijken is taboe. Al deze zaken zouden de werking van het homeopathische middel kunnen verstoren. Allopathische geneesmiddelen zijn op grond hiervan evenzo ongewenst, hoewel verstandige homeopaten niet zover zullen gaan om ze te verbieden want dit zou tot juridische conflicten kunnen leiden.
[bewerken] Toetsbaarheid
De klassieke homeopaat geeft de patiënt een middel op grond van de symptomen van diens unieke persoon. Diverse mensen met bijvoorbeeld waterpokken zouden dus heel goed een ander middel kunnen krijgen. De reguliere wetenschap geeft een middel tegen een ziekte, bijvoorbeeld middel X tegen waterpokken. De reguliere wetenschap test de werkzaamheid van een middel tegen een ziekte door in een groep mensen met die ziekte twee groepen te maken: de ene groep krijgt het middel wel en de andere groep niet. Daarna gaan ze kijken of er verschil is in ziekteverloop tussen die twee groepen. Met homeopathische middelen is dit dus onmogelijk. Je zou een en dezelfde persoon door midden moeten delen om deze test zo te doen. Toetsbaarheid van homeopathische middelen is dus op de gangbare wetenschappelijke wijze (haast per definitie) niet mogelijk.
[bewerken] Geloof of wetenschap?
Homeopathie heeft geen wetenschappelijke grond en kan deze (door de aard ervan) ook niet verwerven. De meeste homeopaten en hun patiënten zien dit niet als een beletsel. Door het idee dat ziekte voornamelijk van binnen uit komt (de geestelijke ontstemming) en ook door het gebruik van de immateriële potenties, krijgt de homeopathie zelf ook de schijn van immaterialiteit. Daardoor werd homeopathie al snel omarmd door antroposofen en in verband gebracht met de leer der reïncarnatie en later door de new-agers, ook omdat de homeopathie kijkt naar de "gehele mens".
De langdurige en intensieve aandacht van de klassieke homeopaat wordt door veel patiënten als zeer prettig ervaren, zeker in vergelijking met de aandacht die zij in het reguliere circuit (niet) krijgen. Critici [3] denken dat de resultaten van de homeopathie grotendeels terug te voeren zijn op suggestie, autosuggestie en op deze aandacht. Sommige homeopaten doen forse beloftes, zoals mogelijke genezing van autisme, ADHD, dyslexie, zelfs kanker etc. Dit wordt echter nergens door onderbouwd.
[bewerken] Verslaving?
Hoewel de werkzaamheid van homeopathie niet is bewezen en ook niet te bewijzen valt, is het toch vaak moeilijk om ermee te stoppen. De patiënt heeft verwachtingen die gevoed worden door de homeopaat en door sommige media. Hij of (vaker) zij krijgt veel aandacht en heeft waarschijnlijk een afkeer van de reguliere therapieën. Deze therapie kost de patiënt echter geld en als er geen resultaten komen, zal hij uiteindelijk zijn heil elders gaan zoeken. Toch kunnen sommige homeopaten (zeker als ze bekendheid genieten) hun patiënten lang vasthouden. Ze moeten eerst "drainage" toepassen, dan van allerlei diepere tendensen verwijderen zoals de "gevolgen" van inentingen of erfelijke aandoeningen of miasmas, voordat zij aan de verbetering van (het innerlijke wezen) van de patiënt zouden kunnen toekomen. Daar kan flink wat tijd mee heengaan. De ziektesymptomen waar de patiënt mee gekomen is, moeten vaak wachten.
Voor de homeopaat is het moeilijk om met dit vak te stoppen, hoewel ook hij teleurgesteld zou kunnen zijn over de resultaten. Alleen de 3 pijlers zouden ter discussie kunnen staan. Slechts weinigen durven dat echter aan. Heeft hij die 3 pijlers eenmaal aangenomen, dan is het moeilijk om ermee te stoppen. Het hele systeem van de homeopathie lijkt zo logisch dat het wel zou moeten werken. Collega's beweren dat zij een genezingspercentage hebben van 60, 70 %. En in India zijn meesters met 95%. En voor de homeopaat bij wie het allemaal niet zo goed lukt (of voor de homeopaat die dat zichzelf durft toe te geven) liggen de verklaringen voor dit falen voor het oprapen. Het is zo gemakkelijk om zelf iets fout te doen bij het gesprek of bij de hiërarchisatie van de symptomen. De homeopaat kan zich afvragen of het niet aan hem ligt, of hij wel goed genoeg is. Of de patiënt krijgt de schuld: die drinkt koffie of rookt wiet of gaat door met zijn allopathische medicijnen. Maar er is ook hoop: de homeopaat kan leren en beter worden en er zijn ook patiënten die zich aan het dieet houden. Dus: vandaag werkt het niet, maar morgen zal het werken.[bron?]
Er zijn soms patiënten te vinden die zeggen dat ze veel baat hebben gehad bij een homeopathische behandeling. Daarover het volgende:
- Ook huisartsen hebben een bepaald percentage spontane genezingen. Het percentage werkelijke genezingen bij homeopaten ligt daar waarschijnlijk nog onder [4].
- Sommige patiënten zijn zeer te spreken over de behandeling (voornamelijk over de aandacht), maar als je ze na een half jaar nog eens vraagt, weten ze zich hier niet veel meer van te herinneren en zijn met heel andere dingen bezig, er zijn ruim 800 alternatieve therapieën.
[bewerken] Conclusie
Wat opvalt aan de klassieke homeopathie is de onveranderlijkheid. Accenten worden soms verlegd, zoals de stapsgewijze verschuiving van het zwaartepunt naar het psychologische beeld en het steeds meer benadrukken dat het homeopathische beeld een “kern of wezen” heeft. Echte doorbraken of grote veranderingen hebben zich binnen de klassieke homeopathie nooit voorgedaan en zijn ook niet te verwachten.
De meeste homeopaten geloven zelf ten stelligste in de werkzaamheid van de homeopathie. Hoewel zij dat op geen enkel manier wetenschappelijk kunnen onderbouwen, beloven zij toch genezing aan patiënten.
Bronnen, noten en/of referenties:
Hahnemann, Organon Hahnemann
Hahnemann, Chronic diseases
Kent, Materia medica
Kent, Repertorium
Vithoulkas, stolen essences
Archibel, homeopatic software, Radar 8.2
- ↑ Daar zijn een paar buitenissige zaken bij, zoals
Maneschijn (luna)
Mag pol arct, de invloed van de magnetische noordpool (zuidpool is er ook)
Berlijnse muur
Positronium, de 511 keV-straling van Positronannihilatie - ↑ grote middelen of polychresten
- ↑ Skepsis
- ↑ Mensen gaan meestal pas naar een homeopaat, nadat ze van hun reguliere arts te horen hebben gekregen dat er niet veel aan hun klachten te doen is. Het aantal spontane genezingen wordt hierdoor beperkt.