Kraits

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kraits
Bungarus fasciatus
Bungarus fasciatus
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Familie: Elapidae (Koraalslangachtigen)
Onderfamilie: Elapinae
Geslacht
Bungarus
Daudin, 1803
Afbeeldingen Kraits op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Kraits op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Kraits[1] (Bungarus) zijn een geslacht van slangen uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae).[2]

De groep werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door François Marie Daudin in 1803. De verschillende soorten zijn zonder uitzondering zeer giftig. De wetenschappelijke naam Bungarus is afgeleid van het Telugu, een Indiase taal, het woord bangaru betekent 'goud'.

Verspreiding en habitat[bewerken]

Kraits leven in centraal- en zuidoostelijk Azië. Ze komen voor van Pakistan-India tot Indonesië inclusief Kalimantan. Deze groep valt onder de proteroglyfe slangen met voorin de mond geplaatste giftanden.

Deze opvallende slangen hebben overwegend een gebandeerde tekening, een driehoekige lichaamsdoorsnede. De dieren zijn fors en meten vanaf ruim 1 tot 1,5 m. Enkele soorten halen de 2 m, of zelfs 2,5 m.

Levenswijze[bewerken]

Kraits zijn landbewoners en nachtactief, ze zijn gevoelig voor licht. Overdag slapen ze onder objecten op de bodem. Opmerkelijk is dat de slangen niet bijten overdag. Kinderen spelen vaak met de slangen door ze op te pakken, ondanks het feit dat de beet levensgevaarlijk is. Volgens biologen is het bijna onmogelijk om een krait overdag te laten bijten. Zelfs als de dieren worden gepakt, geslagen, gestoken of tegen de bodem worden gespijkerd en weer losgetrokken bijten ze niet.[1] Overdag rollen de dieren zich op in lussen waaronder de kop wordt verstopt.

's Nachts echter zijn de dieren wel actief, en als men dán per ongeluk op ze gaat staan bijten ze onmiddellijk. De beet van een krait kan binnen een half uur dodelijk zijn. De Tsjechische herpetoloog Zdeněk Vogel (1913 - 1986) werd eens gebeten door een gele krait, waarbij een enkele giftand zijn duim raakte. Ondanks het uit laten bloeden van de wond en het afbinden van de arm traden evenwichtsstoornissen op, evenals flauwtes, hoofdpijn en ademhalingsmoeilijkheden. Na twee dagen rust genas Vogel uiteindelijk, maar zijn collega Joseph Bruno Slowinski had in 2001 minder geluk. Slowinski werd gebeten door een jong exemplaar van de soort Bungarus multicinctus en overleed 29 uur later op 38-jarige leeftijd. Als eerbetoon aan de herpetoloog werd in 2005 een krait naar hem vernoemd; Bungarus slowinskii.

Het gif werkt niet weefselvernietigend, zoals bij de adders het geval is, maar werkt in op het zenuwstelsel zodat uiteindelijk de ademhalingsspieren worden verlamd. De gifstoffen die door de slang worden gebruikt, worden bungarotoxines genoemd.[3]

Voedsel en vijanden[bewerken]

Kraits zijn zeer giftig maar bijten nooit overdag en kunnen gemakkelijk worden gehanteerd, afgebeeld is een exemplaar van Bungarus candidus.

De krait is specialistisch qua voedselkeuze en eet voornamelijk slangen, inclusief grotere gladde slangen en zelfs cobra's worden opgegeten. Ook soortgenoten zijn niet veilig, daarnaast worden ook wel hagedissen en amfibieën buitgemaakt en soms worden zoogdieren gegeten zoals muizen en ratten.[4] In gevangenschap eten ze niet, waardoor ze snel sterven. Van sommige exemplaren is bekend dat ze in gevangenschap ringslangen (Natrix natrix) eten, maar deze slang is in veel gebieden beschermd.

Vijanden zijn grotere slangen en een belangrijke vijand is de mens. In delen van Azië zoals in China wordt de slang als een traditioneel medicijn gezien voor ademhalingsmoeilijkheden. De slang wordt hiertoe opgerold en in een fles alcohol gestopt.[1]

Voortplanting en ontwikkeling[bewerken]

Kraits zijn eierleggend; de vrouwtjes zetten ongeveer vijf tot twaalf eieren af die vaak worden bewaakt. Het vrouwtje blijft dan in de buurt van het nest en gaat soms op de eieren liggen. Ze verdedigt haar eieren echter niet, een bioloog die eieren raapte uit de nesten van de vrouwtjes werd geen enkele keer aangevallen. Bij andere slangen zoals de koningscobra komt men niet eens in de buurt van de eieren omdat ze door het vrouwtje zeer fel worden verdedigd.

De incubatietijd duurt ongeveer 60 tot 64 dagen, dan zijn de embryo's volledig ontwikkeld. Als de jongen uit het ei kruipen zijn ze ongeveer 32 tot 34 centimeter lang.[4] De jonge zijn direct op zichzelf aangewezen. Ze hebben veel vijanden, en worden ook gegeten door hun eigen, grotere soortgenoten.

Soortenlijst[bewerken]

Er zijn tegenwoordig dertien verschillende soorten, inclusief de pas in 2005 wetenschappelijk beschreven soort Bungarus slowinskii.

In rust word de kop onder de lichaamslussen verborgen, hier Bungarus lividus.

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. a b c Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 418 + 513 - 515 ISBN 90 274 8626 3.
  2. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database - Bungarus
  3. Academic Dictionaries and Encyclopedias. Bungarotoxins
  4. a b Snakes of Thailand. Bungarus

Bronnen

  • (nl) - Bernhard Grzimek - Het leven der dieren deel VI: Reptielen - Pagina 418 + 513 - 515 - Kindler Verlag AG - 1971 - ISBN 90 274 8626 3
  • (en) - Snakes of Thailand - Bungarus - Website
  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Bungarus - Website Geconsulteerd 1 januari 2015