Markies de Sade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portret van De Sade
door Van Loo (~1761)
Jean-Baptiste François Joseph de Sade (vader van markies de Sade)

Donatien Alphonse François de Sade (Parijs, 2 juni 1740Charenton-Saint-Maurice, 2 december 1814), bekender onder de naam Markies de Sade, was een Frans aristocraat en schrijver van veel gecensureerde pornografische boeken. De woorden sadisme en sadomasochisme zijn van zijn naam afgeleid.[1] Hij wordt gezien als de bekendste voorstander van het libertinisme.

Levensloop[bewerken]

Donatien Alphonse François de Sade werd op 2 juni 1740 te Parijs geboren. Zijn ouders lieten zijn opvoeding goeddeels aan zijn oom, de libertijns ingestelde abbé De Sade over; later aan een jezuïetenschool. Na de cavalerieschool te Versailles doorlopen te hebben, nam De Sade op 16-jarige leeftijd deel aan de Zevenjarige Oorlog tegen Pruisen. Toen in 1763 de vrede gesloten werd, keerde De Sade terug naar Frankrijk en trouwde in datzelfde jaar met Renée-Pélagie de Montreuil, een dochter van de president van het Gerechtshof te Parijs. Het was een gearrangeerd huwelijk.

In oktober 1763 werd De Sade voor de eerste maal opgesloten, in het kasteel van Vincennes wegens "kleine uitspattingen" in een bordeel. Zijn celstraf bleef door ingrijpen van zijn invloedrijke schoonfamilie beperkt tot 15 dagen. Op Paaszondag van 1768 haalde De Sade een bedelares - wellicht betrof het hier een prostituee - over hem gezelschap te houden in zijn huis in Arceuil. Hij geselde haar, terwijl hij zichzelf daarbij bevredigde. De vrouw diende een aanklacht in en De Sade werd opnieuw veroordeeld. De zaak trok veel aandacht en De Sades naam als libertijn was gevestigd. De Presidentsvrouw, Madame de Montreuil, kreeg gedaan dat er een lettre de cachet tegen hem werd uitgevaardigd. Dit was een tweesnijdend zwaard waardoor het schandaal buiten de gewone rechtspraak om afgehandeld kon worden, maar ook inhield dat De Sade in toekomst voor iedere rechtbank zijn rechten zou verliezen. (Wat haar motief toen ook geweest mocht zijn, Madame de Montreuil zou De Sade voor de rest van haar leven in toenemende mate blijven achtervolgen.) Na een half jaar gevangenis en een symbolische boete werd De Sade weer vrijgelaten met het advies zich niet meer in Parijs te laten zien.

Er volgden relatief rustige jaren in zijn kasteel La Coste in de Provence, hoewel geruchten over seksuele escapades met zijn personeel telkens weer opdoken. Waarom hij in 1769 een reis naar Nederland maakte is niet duidelijk. Als reisschrijver noteerde hij dat de Nederlanders goed in handelen zijn, klaar staan voor een ander zolang hen dat niets kost, en dat de vrouwen mooier hadden kunnen zijn en hun gebit verwoestten met te veel hete thee en koffie.

In 1772 volgde het tweede grote schandaal. Tijdens een orgie met zijn bediende Latour en enkele prostituees deelde De Sade bonbons met Spaanse vlieg uit. Omdat de prostituees daar onwel van werden, klaagden ze hem aan. De Sade werd bij verstek ter dood veroordeeld wegens sodomie en vergiftiging. Het vonnis werd later vernietigd, maar justitie bleef de door schandalen omgeven markies achtervolgen. De Sade ging in juli 1775 voor een jaar op reis naar Italië, waar hij Florence, Rome en Napels bezocht. De Franse inlichtingendiensten hielden hem ook daar in de gaten. Uiteindelijk werd hij in 1777 opnieuw opgesloten in het kasteel van Vincennes. Toen hij na een jaar beschikking kreeg over pen en papier, begon hij tomeloos te schrijven.

In 1784 werd De Sade overgeplaatst naar de Bastille. Hier ontstond het werk dat hij als zijn magnum opus zag, Les Cent Vingt Journées de Sodome. Alleen de eerste versie, een papierrol van 12 meter lengte die verstopt was in een muur, overleefde de bestorming en plundering van de Bastille in 1789. De Sade heeft dit nooit geweten; hij beschouwde het werk als voorgoed verloren.

Na de Bestorming van de Bastille, het begin van de Franse Revolutie, werd De Sade die ondertussen naar de inrichting van Charenton was overgeplaatst, bevrijd. Aanvankelijk sympathiseerde hij met de revolutionairen. Hij schreef lofredes op o.a. Jean-Paul Marat. Als voorzitter van een revolutionaire rechtbank ontpopte hij zich echter als fel tegenstander van de doodstraf; hij werd beschuldigd van gematigdheid en in 1793 opnieuw ter dood veroordeeld. Als gevolg van een administratieve fout ontsnapte hij echter aan de guillotine.

In 1802 werd De Sade wegens aanstootgevende (en anti-napoleontische) geschriften op last van Napoleon opgesloten in het Hôpital Esquirol, een asiel in Charenton-Saint-Maurice waar meer vijanden van Napoleon terecht kwamen. Hij voerde met enig succes zijn toneelstukken op, met patiënten en Parijse beroepsspelers als acteurs. De Sade bleef hier tot zijn dood in 1814 gevangen. Het was zijn laatste wil begraven te worden op Malmaison, een van zijn vroegere landgoederen in de omgeving van Épernon, in een put die bestrooid moest worden met eikels, zodat 'alle tekenen van mijn begraafplaats van het aardoppervlak zullen verdwijnen, in de hoop dat hetzelfde zal gebeuren met mijn nagedachtenis, behalve van diegenen die van me hielden tot aan mijn dood, en wiens herinnering ik meeneem in mijn graf.' Die wens werd niet gerespecteerd: hij werd begraven in gewijde grond. Zijn schedel werd later verwijderd voor frenologisch onderzoek. Zijn ongepubliceerde manuscripten werden door zijn zoon verbrand.

Werk[bewerken]

De Sades literaire œuvre kan worden gezien als filosofische kritiek op de moraal van zijn tijd door een uitgesproken atheïst. In zijn materialistische visie op de mens, zoals die bijvoorbeeld in l'Histoire de Juliette naar voren gebracht wordt, vormen we slechts een inwisselbaar onderdeel van een blinde natuur en zijn we elkaar onderling geen enkele rekenschap verschuldigd, omdat elke moraal die voortkomt uit consensus, religie of overheid tegennatuurlijk zou zijn. De mens zou juist de zeer individuele hartstochten moeten botvieren die hem door de natuur zijn ingeblazen, ongeacht de verschrikkelijke uitwerkingen die dat op zijn medemens heeft. De Sade illustreert dit met allerlei sadistische gruwelijkheden die tot in het absurde gaan.

Zijn "pornografische" werken zijn een staalkaart van misdaden (marteling, incest, kindermoord, vader/moedermoord, genocide) en seksuele aberraties (flagellatie, coprofagie, sadisme, bestialiteit, necrofilie) die naar hartenlust door zijn libertijnse, in eigen ogen verlichte personages worden bedreven. Meestal zijn dit machthebbers als rechters, ministers, hoge geestelijken, etc., die een pervers plezier beleven aan het misbruik van hun macht en het bespotten van de gelijkheid tussen de mensen. In lange monologen verdedigen zij hun verdorvenheden evenwel in de rationele stijl van de Verlichting. (In De Sades ambivalente wereld strijden revolutionaire filosofie en een zwarte kijk op de diepste drijfveren van de mens om voorrang.) Sadomasochistische tendensen voeren bij de seksuele passages de boventoon, maar ook deze staan eerder in het teken van de omkering en de ontwrichting dan van de erotiek.

De Sade valt bij voorkeur hypocrisie, religie en vooroordelen aan, maar ook de standpunten van verlichte filosofen (zoals Voltaire), waarbij hij opvalt door uiterst gevat, sterk, agressief en humoristisch taalgebruik. De vele herhalingen hebben zijn omvangrijke boeken echter vaak het predicaat 'onleesbaar' opgeleverd. De Sades radicale houding van 'alles zeggen', ook op het gebied van donkere kanten van de individuele seksualiteit, maakte dat zijn werk gevierd werd door onder meer de surrealisten. Zijn werk is lang verboden geweest, wat nauwelijks door het pornografische karakter van zijn werk verklaard kan worden, maar veeleer door de nietsontziende brutaliteit ervan, en wellicht ook door het feit dat in De Sades werk de machthebbers zo praten zoals de onderdrukten denken dat ze praten. Het is in 1990 opgenomen in de prestigieuze Bibliothèque de la Pléiade, tussen dat van andere grote Franse schrijvers (deze uitgave werd in de Franse pers 'de hel op bijbelpapier' genoemd). Minder tekstgetrouwe uitgaven van zijn schandaalwerken zijn legio.

Bibliografie[bewerken]

Romans en vertellingen[bewerken]

  • Dialogue entre un prêtre et un moribond, 1782
  • Les Cent-Vingt journées de Sodome ou l’École du libertinage (De 120 dagen van Sodom), 1785, heruitgegeven in 1904
  • Aline et Valcour ou le Roman philosophique, 1786, uitgegeven in 1795
  • La vérité, 1787
  • Les Infortunes de la vertu (1ste editie van Justine), 1787
  • Justine ou les Malheurs de la vertu (uitbreiding van Infortunes), 1788, uitgegeven in 1791
  • Historiettes, Contes et Fabliaux, 1788, uitgegeven in 1926
  • Eugénie de Franval, 1788
  • La Philosophie dans le boudoir ou Les instituteurs immoraux, uitgegeven in 1795
  • La nouvelle Justine ou les Malheurs de la vertu. Vervolgd door l’Histoire de Juliette, sa sœur, 1797-1801
  • Les Crimes de l'amour, Nouvelles héroïques et tragiques, 1800
  • La Marquise de Gange, 1813
  • Dorcy ou la Bizarrerie du sort, uitgegeven in 1881
  • Les Journées de Florbelle, verloren gegaan

Toneelstukken[bewerken]

  • L’Inconstant, 1781
  • Le Prévaricateur, 1783
  • La Folle Épreuve, ou le Mari crédule, 1783
  • Oxtiern ou les Malheurs du libertinage, 1791

Vertalingen in het Nederlands[bewerken]

  • De 120 dagen van Sodom. Vertaling Claude C. Krijgelmans. Soethoudt, 1968, heruitgave De Dageraad, 1993
  • De slaapkamerfilosofen. Vertaling Gemma Pappot. Bert Bakker, 1968
  • Justine of De tegenspoed der deugdzaamheid. Vertaling Gemma Pappot. Bert Bakker
  • De 120 dagen van Sodom of De school der losbandigheid. Vertaling Hans Warren. Bert Bakker, 1969
  • Liefde's misdaden. Heroïsche en tragische verhalen. Vertaling Hans Warren en Gemma Pappot. Bert Bakker, 1970
  • Juliette, of De voorspoed van de ondeugd. Vertaling Hans Warren. Bert Bakker, 1972-1974, heruitgave 1980
  • Slaapkamergesprekken, of De immorele leermeesters. Vertaling Théo Buckinx, Bert Bakker, 1995
  • Augustine de Villeblanche of liefdes list (uit: Historiettes, Contes et Fabliaux). Vertaling Jan Pieter van der Sterre. Voetnoot, 2006

Over De Sade[bewerken]

  • R.L. Gysen, De slecht befaamde Markies de Sade, Heijnis, Amsterdam, 1961
  • W.F. Hermans, Het sadistische universum I, De Bezige Bij, 1964
  • Simone de Beauvoir, Moeten wij Sade verbranden? Begeleidend essay bij een selectie uit Sade's werk en levensbeschrijving, Van Ditmar, 1965
  • Norman Gear, De Sade: een biografie, Kruseman, Den Haag, 1966
  • Gemma Pappot, De markies De Sade: een portret uit brieven en documenten, Arbeiderspers, 1967
  • W.E. Verdonk, Peut être: de betekenis van Sade's antropologie voor de ethiek: een hoofdstuk uit de problematiek van de Verlichting, Rodopi, 1977
  • Bzzlletin 83, Sade, themanummer met bijdragen van Arnold Heumakers, Gemma Pappot e.a., februari 1981
  • Peter Weiss, De vervolging van en de moord op Jean-Paul Marat opgevoerd door de verpleegden van het krankzinnigengesticht van Charenton onder regie van de heer De Sade, Appletheater, 1986
  • J. Bremmer, Van Sappho tot de Sade: momenten in de geschiedenis van de seksualiteit, Wereldvenster, 1988
  • Angela Carter, De Sadeaanse vrouw - een cultuurhistorisch essay, Contact, 1986
  • Arnold Heumakers, Schoten in de concertzaal : over literatuur, politiek en het Kwaad, Arbeiderspers, 1993
  • D.S. Thomas, Markies de Sade: de definitieve biografie, Amsterdam, 1995

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Het woord masochisme is afgeleid van Leopold von Sacher-Masoch.