Gemeentetram Sloten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het paard van de paardentram van Amsterdam naar Sloten werd vervangen door een bus die als tractor fungeerde, hier in de Jacob Marisstraat, 1922.

De Gemeentetram van Sloten is een voormalige paarden- en tractortram van Amsterdam naar de toenmalige Gemeente Sloten. De dienst werd voorafgaan door omnibusdiensten en reed zelf van 1918 tot 1925 met tweedehands rails en materieel als paardentram en later tractortram. In 1925 werd de verbinding door bussen overgenomen. Inmiddels rijdt tramlijn 2 naar Sloten.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Tijdens de inpoldering van de Haarlemmermeer reed vanaf mei 1841 een paardenomnibusdienst/diligence tussen het Leidseplein/Overtoomse Sluis en Sloten via de Sloterkade en Sloterweg. Deze was ingesteld in 1841 om mensen de gelegenheid te geven de droogleggingswerkzaamheden van de Haarlemmermeer bij Sloten te kunnen bekijken. Deze lijn werd uitgevoerd door Jan Bruyn Azn. Nadien werden door verschillende bedrijven voor korte of langere tijd diensten tussen beide plaatsen aangeboden, waaronder door de AOM die het van januari tot oktober 1881 probeerde. Hierna namen G. van Eden en C. de Vroome de lijn over. In 1901 kwam er zelfs een tweede omnibusdienst, die ook door particulieren (de gebroeders Witsiers) werd geëxploiteerd.[1]

Tramverbinding[bewerken]

In juni 1917 besloot de gemeenteraad van Sloten tot aanleg van een elektrische tramlijn, kennelijk zonder voldoende financiële dekking. Al eerder was er ook een elektrische tramlijn tot stand gekomen tussen Amsterdam en Sloterdijk, in 1904 via de Admiraal de Ruijterweg en in 1916 via de Haarlemmerweg. Mede als gevolg van Eerste Wereldoorlog waren de kosten voor aanleg voorlopig nog te hoog. Uiteindelijk kon een tram in 1918 worden aangelegd, die werd geëxploiteerd door de Gemeentetram Sloten.[1]

In tegenstelling tot het eerdere besluit van de Gemeente Sloten werd de tram geen elektrische-, maar een paardentram. Ook vanwege kostenoverwegingen waren trams en rails tweedehands aangeschaft. De tramrijtuigen waren afkomstig van in 1917 opgeheven trambedrijven van Amersfoort (ATM) en Gouda - Bodegraven.[1] De rails waren afkomstig van de OG, waar het spoor met zwaardere exemplaren werd uitgerust vanwege de ingebruikname van stoomtrams.[1][2] Daarom had deze tramlijn smalspoor (1067 mm), dit in tegenstelling tot de de Amsterdamse tram, die op normaalspoor (1435 mm) reed. Achteraf bleek de tramlijn van Sloten de laatste nieuw aangelegde paardentramlijn in Nederland.

Per 1 januari 1921 werd de gemeente Sloten geannexeerd door Amsterdam. De Gemeentetram Sloten ging op in de Gemeentetram Amsterdam. De laatste paardentram reed op 28 februari 1922 en werd vervangen door een tractortram. Deze reed onder het lijnnummer 21.[3] Toen in 1925 betere motorvoertuigen beschikbaar kwamen liet men de tramwagen achterwege en werden de passagiers voortaan nog uitsluitend in het trekvoertuig vervoerd. Hiermee kwam op 3 december 1925 een einde aan de tramdienst. De autobus naar Sloten was geboren.

Dienstuitvoering[bewerken]

In eerste instantie werd elke anderhalf tot twee uur gereden van 6 uur 's ochtends tot 22 uur in de avond. Later nam de frequentie toe tot een 40-minutendienst. Vanwege stukken enkelspoor op het traject was het niet mogelijk om een hogere frequentie te rijden. Wel kon bij drukte met gekoppelde trams gereden worden.[1]

Materieel[bewerken]

Van het opgeheven trambedrijf van Amersfoort werden drie rijtuigen overgenomen. Later kon materieel van de OG worden overgenomen. Later werden deze rijtuigen vervangen door paardentrams van de AOM.[1]

Nummer Jaar Fabrikant Afkomst Opmerking
1 1917? ATM 16 zitplaatsen, 12 staanplaatsen
2-3 1917? ATM 12 zitplaatsen, 12 staanplaatsen
4 1917? GB 16 zitplaatsen, 12 staanplaatsen
5 1917? GB 16 zitplaatsen, 12 staanplaatsen. Later nr 6. Mogelijk betreft dit het rijtuig dat in de periode 1877 - 1888 werd gebouwd voor de TH. Dit rijtuig zou volgens bronnen in 1925 zijn afgevoerd, maar niet voordat het door de GTA werd omgenummerd in 10.[4]
2, 5, 7 1919? OG 16 zitplaatsen, 20 staanplaatsen
1-4 1922? AOM, GTA Voormalige 120, 144, 228 en 255.[5] 14 zitplaatsen, 12 staanplaatsen
5 1922? AOM, GTA Voormalige 541.[5] 20 zitplaatsen, 18 staanplaatsen

Geraadpleegde literatuur[bewerken]

De data van wijzigingen in de tramlijnen zijn ontleend aan de publicatie 'Lijnenloop Openbaar Vervoer Amsterdam, 1839 - 1989', door H.J.A. Duparc (1989).