Electrische Museumtramlijn Amsterdam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Electrische Museumtramlijn Amsterdam
Haarlemmermeerstation aan de AmstelveensewegHaarlemmermeerstation aan de Amstelveenseweg
Geopend 20 september 1975
1 mei 1915 als lokaalspoorweg
Huidige status lokaalspoorweg, in gebruik als toeristische tramlijn
Geëlektrificeerd bovenleiding 600 volt
Aantal sporen 1
Treindienst door EMA
Haarlemmermeerstation – Amstelveen – Bovenkerk
KBHFa Haarlemmermeerstation
HST Remise Karperweg
HST IJsbaanpad
SKRZ-Au A10 binnenring
eABZg+r aftakking voor werktreinen Schiphollijn
mKRZu Metrolijn 50
KRZu Ringspoorbaan
SKRZ-Au A10 buitenring
HST Jollenpad (Zuiderhof)
HST Koenenkade
HST Van Nijenrodeweg
HST Kalfjeslaan
HST Amsterdamseweg
HST Karselaan
HST Molenweg
SKRZ-Ao A9
BHF Station Amstelveen
HST Handweg
HST Noorddammerlaan
KBHFxe Station Bovenkerk
exABZgr richting Aalsmeer en Uithoorn
(•) de lijn is tot voorjaar 1981 in gebruik gebleven voor werktreinen en overbrengingsritten van treinstellen Plan V naar de Schiphollijn.

Station Amstelveen. Station Bovenkerk.

Route van de museumtramlijn langs het Amsterdamse Bos tussen HaarlemmermeerstationStation Amstelveen en Bovenkerk, als onderdeel van de spoorlijn naar Aalsmeer (linksonder).

Gvba30.png Tramlijn 30 is een museumtramlijn in Amsterdam op de route: Haarlemmermeerstation – Jollenpad – KalfjeslaanStation AmstelveenStation Bovenkerk.

De Electrische Museumtramlijn Amsterdam (EMA) is een lokaalspoorweg, die wordt bereden met historische elektrische trams tussen het Haarlemmermeerstation, Amstelveen en Bovenkerk. Dit is het laatst overgebleven deel van de vroegere Haarlemmermeerspoorlijnen.

Na opheffing van het goederenvervoer tussen Uithoorn en het Haarlemmermeerstation in 1972, ontstond bij een aantal trambelangstellenden het idee om deze lijn te verbouwen tot een elektrische museumtramlijn.[1]

Er was behoefte aan een dergelijke lijn. Hoewel de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik al bestond, was het op deze lijn niet mogelijk om met elektrische trams te rijden. Divers trammaterieel, opgeslagen in Hoorn, kon daardoor niet worden ingezet. Met een aparte tramlijn in Amsterdam was het ook niet nodig om een deel van de lijn van Hoorn naar Medemblik van bovenleiding te voorzien, waar aanvankelijk plannen voor bestonden. Op een terrein bij het Haarlemmermeerstation was een bedrijfsloods die als remise gebruikt kon worden. In februari 1974 werden de nog in Hoorn verblijvende Amsterdamse motorwagen en elf bijwagens overgebracht naar Amsterdam.

Met het oog op de viering van het 75-jarig bestaan van de Amsterdamse Gemeentetram en het 700-jarig bestaan van de stad Amsterdam verleende het GVB hulp en werd door de gemeente subsidie ter beschikking gesteld. De bovenleiding werd door het GVB aangelegd en betaald.

De museumtramlijn werd geopend op 20 september 1975. In eerste instantie werd op een 1200 meter lang deel van de lijn gereden tot aan de Ringweg Zuid. In de volgende jaren werd de tramdienst geleidelijk verlengd, nadat de spoorlijn geschikt was gemaakt voor het rijden met elektrische trams. Hiertoe werd de lijn van bovenleiding voorzien en werden wisselplaatsen en halteperrons aangelegd.

Op 24 mei 1979 werd het Jollenpad bereikt, vanaf 28 mei 1981 ging de tram doorrijden naar de Kalfjeslaan, waarmee ook op enkele haltes bij het Amsterdamse Bos werd gestopt. Op 3 april 1983 kwam de verlenging naar het station Amstelveen in gebruik. De museumtramlijn bereikte hiermee een lengte van 5,7 kilometer. Op 5 april 1987 kwam de keerlus bij het Haarlemmermeerstation in gebruik. De laatste verlenging betrof die naar station Bovenkerk op 25 april 1997, waarmee de totale lengte op 7,2 kilometer kwam. Bij het eindpunt in Bovenkerk is een keerdriehoek aangelegd die het rijden met eenrichtingstrams mogelijk maakt.[2]

Voor de dienst op de museumtramlijn worden oude elektrische trams ingezet uit Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Zeist, Groningen, Wenen en Praag, waarvan de bouwjaren liggen tussen circa 1904 en 1960.

Trams op een lokaalspoorweg[bewerken]

De lijn is een lokaalspoorweg. Dit is vooral te zien aan de tekens en signalering langs de lijn. De lijn is, zoals gebruikelijk bij spoorlijnen, opgedeeld in blokken en verantwoordelijkheidsgebieden. De beveiliging op de lijn gebeurt via een mobiele telefoonverbinding, waarbij iedere tram van de tramdienstleiding toestemming krijgt om een stuk lijn te berijden. Voor de tramdienstleider wordt gebruikgemaakt van de 'Duiventil' achter het Haarlemmermeerstation, die van 1955 tot 1983 bij het Centraal Station stond.

De tramdienst wordt uitgevoerd tussen begin april en eind oktober op zondagen (en op tweede Paasdag en tweede Pinksterdag) van 11 tot 17 uur, waarbij er iedere 20 of 30 minuten wordt gereden. Buiten de normale dienst worden nog diverse themaritten gereden zoals Sinterklaas-, Kerst- en Oliebollenritten en 'Museumtram by Night'. Ook is het mogelijk om de trams te huren en om in de tram te trouwen, in Amsterdam of in Amstelveen.

In 2017 eindigde het rijseizoen wegens werkzaamheden bij de viaducten van de Ringweg zes weken eerder, op 10 september. Daarvoor in de plaats werden vanaf 17 september tot eind oktober op zondagen met twee trams acht ritten per dag gemaakt tussen het Haarlemmermeerstation en Artis.

De museumtramdienst wordt geheel onderhouden door vrijwilligers van de vereniging Rijdend Electrisch Tram Museum (RETM). Behalve het exploiteren van de tramlijn wordt ook het onderhoud van spoorlijn en tram in eigen beheer gedaan. Sinds 2008 is er een eigen inspectieput in de werkplaats, waardoor ook wagenkeuringen in eigen beheer gedaan kunnen worden. Voorheen gebeurde dit in de Remise Havenstraat van het GVB Amsterdam.

Bezienswaardigheden langs de lijn[bewerken]

Naast de stationsgebouwen (Haarlemmermeerstation en Station Amstelveen) staan er nog een aantal wachterswoningen: aan de Kalfjeslaan, Karselaan, Handweg, Noorddammerlaan (Bovenkerk) en bij de keerdriehoek in Bovenkerk.

Overgeplaatst uit Amsterdam[bewerken]

Voorts zijn er nog enkele objecten die voorheen elders in Amsterdam stonden, zoals de 'Duiventil' achter het Haarlemmermeerstation, die van 1955 tot 1983 tegenover het Amsterdamse Centraal Station stond en de 'Duiventil' bij de Van Nijenrodeweg, die vanaf de jaren vijftig tot de jaren tachtig op de brug van het Muntplein stond. Dit bouwwerk, in gebruik geweest bij de Amsterdamse verkeerspolitie, is een ontwerp van de bekende Amsterdamse School-architect Piet Kramer, waarvan ook een groot aantal bruggen in het Amsterdamse Bos is te vinden.

Sinds 2014 staat het originele beeld van de Amsterdamse Stedemaagd uit 1883 naast de halte Koenenkade van de museumtramlijn. Dit stond tot 2010 bij de ingang van het Vondelpark aan de Stadhouderskade, maar was sterk aan verval onderhevig en werd vervangen door een replica. Het oude beeld is na een grondige opknapbeurt op 18 juni 2014 op een sokkel geplaatst aan de Koenenkade, bij een ingang van het Amsterdamse Bos, vlak bij de grens met de gemeente Amstelveen.

Literatuur[bewerken]

  • TRAM; resp. OV-Toen; uitgave RETM, sinds 1981

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Albeeldingen van trams op de Museumtramlijn[bewerken]

Enkele beelden uit de begintijd (1 juni 1976)[bewerken]