Kasteel Cartils

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Kasteel Cartils
Kasteel Cartils, overzichtsfoto. Op het rechter hoekpunt het arkeltorentje. Geheel rechts de Kasteelhoeve.
Locatie Cartils (Wijlre), Nederland
Algemeen
Huidige functie privé-eigendom
Gebouwd in omstreeks 1500
Herbouwd in 1883
Monumentnummer 509966

Kasteel Cartils is een kasteel gelegen aan de weg Wijlre-Wittem, op het grondgebied van de voormalige gemeente Wijlre in een landelijke omgeving vlak bij de oevers van de Eyserbeek. Even verderop komen de Eyserbeek, Geul en Gulp bij elkaar. In de buurt van het kasteel bevindt zich de buurtschap Cartils. In 1574 had Lodewijk van Nassau hier zijn hoofdkwartier bij zijn poging om Maastricht te veroveren.


Achter het kasteel ligt nog steeds het talud van de tramlijn Maastricht - Vaals die ook station Wijlre-Gulpen aandeed.

Beschrijving[bewerken | brontekst bewerken]

Het huidige, zeventiende-eeuwse, rechthoekige gebouw heeft aan de voorzijde op een hoekpunt een zogenaamd arkeltorentje en aan de achterzijde bevindt zich een grote ronde toren die uit omstreeks 1500 dateert. Het hoofdgebouw is in 1883 ingrijpend gewijzigd.

Naam[bewerken | brontekst bewerken]

De naam is afgeleid van het Latijnse "cortile", hetgeen zoveel betekent als "behorend bij een curtis".

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

In de Romeinse tijd heeft op deze locatie misschien een militaire vesting gestaan. De reden van het bestaan van deze vesting was dat deze plek een strategisch gunstige plaats was vlak bij de kruising van belangrijke Romeinse heirwegen.

In de vroege middeleeuwen stond op deze plek een grote hoeve die de zetel was van de heerlijkheid met dezelfde naam. De bewoners, de heren van Cartils, moesten verantwoording afleggen aan hun bisschop. Omdat hun keizer echter erg ver weg woonde konden ze verder vrijwel ongestoord hun gang gaan en hadden regelmatig conflicten met hun directe buren, de heren van Wijlre en de heren van Wittem.

Het eerste kasteel is waarschijnlijk in de 13e eeuw gebouwd. Het oudste gedeelte van het huidige kasteel is de ronde toren uit 1500.[1]

Bewoners en eigenaren[bewerken | brontekst bewerken]

De voornoemde heren van Cartils bewoonden het kasteel tot 1792. Vrijwel geen enkel kasteel in Limburg werd zo lang door dezelfde familie bewoond. De eerste heer van Cartils was Theodor van Eyneburg de Cartils, baron van Cartils en kanunnik van het St.-Servaaskapittel te Maastricht, die (later?) gehuwd was met Elisabeth van Printhagen uit Geleen. Hun zoon Ivo huwde met Elisabeth Hoen van de Broich, de dochter van de Voerendaalse familie Hoen. Hun nazaten noemden zich vervolgens "Hoen de Cartils". De laatste Hoen de Cartils, Maximiliaan, werd na het zoveelste grensconflict met de heren van Wijlre, door de schepenen van Aken tot de orde geroepen. De dochter van Maximiliaan stierf in 1772 kinderloos. Zij vermaakte Cartils aan graaf Jacques-Ignace de Liedekerke te Maastricht. Deze had echter weinig interesse in het kasteel, dat daardoor leeg kwam te staan en ten prooi viel aan zwervers en geboefte (o.a. leden van de bokkenrijders).

Na de Franse inval in de Nederlanden rond 1800 werd Cartils onderdeel van de nieuwe gemeente Wijlre. De Liedekerke bleef tijdens de Franse overheersing echter de eigenaar. Na zijn dood kocht Christiaan Frijns in 1847 het kasteel. Zijn zoon Johann Theodor Frijns trouwde, 56 jaar oud in 1884 met de 22-jarige Maria Ida Kirsch. Twee maanden later werd hun dochter Elisabeth Frijns geboren die in 1907 met kantonrechter Carolus Janssen de Limpens (1881-1960) trouwde. Hun zoon, de historicus Karel Janssen de Limpens (1909-1980), heeft de geschiedenis van Cartils vastgelegd.

Tegenwoordig is het kasteel privé-eigendom. Het is niet voor bezichtiging toegankelijk. De diverse gebouwen en enkele andere onderdelen van het complex vormen afzonderlijke rijksmonumenten.

Zie de categorie Cartils Castle van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.