Wevers en verwanten
| Wevers en verwanten | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Een gemengde kolonie met verschillende soorten wevervogels. | ||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||
| ||||||||||
| Familie | ||||||||||
| Ploceidae Sundevall, 1836 | ||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||
| Wevers en verwanten op | ||||||||||
| ||||||||||

Ploceidae (wevers en verwanten) is een familie van vogels uit de orde van de zangvogels (Passeriformes). Tot deze familie behoren de wevervogels en de widavinken. Ze danken hun naam aan de opvallende geweven structuur van hun nesten.
Kenmerken
[bewerken | brontekst bewerken]Wevervogels zijn tussen de 8 en 24 centimeter lang. In de broedtijd zijn de mannetjes vaak opvallend gekleurd, meestal in geel en zwart, maar ook grijs, wit en zwart. De vrouwtjes blijven onopvallend van kleur. Wevervogels hebben een relatief korte, dikke snavel en afgeronde vleugels.
Leefwijze
[bewerken | brontekst bewerken]Ze leven van granen, zaden, vruchten en insecten.
Verspreiding en leefgebied
[bewerken | brontekst bewerken]Deze vogels komen voornamelijk voor in Afrika op de savannes, sommige zijn bosbewoners. Soms komen ze voor in enorme groepen, bijvoorbeeld de roodbekwever (Quelea quelea) vormt groepen tot wel 100.000 exemplaren. Deze groepen kunnen honderden kilometers ver weg trekken op zoek naar voedsel. Ze komen vaak voor in de buurt van menselijke bewoning.
Voortplanting
[bewerken | brontekst bewerken]Vele soorten wevervogels broeden in kolonies. Deze kolonies kunnen tot duizenden vogels bevatten, waarbij de nesten in de boomkronen dicht opeen hangen (zie plaatjes). Sommige zijn broedparasieten, die hun eieren leggen in de nesten van andere vogels. De meeste wevers vlechten een overdekt nest van plantenvezels, soms met een lange, buisvormige ingang.
Nestbouw
[bewerken | brontekst bewerken]Enkele stadia in het maken van een nest bij de grote textorwever:
Taxonomie
[bewerken | brontekst bewerken]De wevers en widavinken zijn verwant aan de familie Passeridae (mussen en sneeuwvinken). Beide families behoren tot de superfamilie Passeroidea. De familie telt ruim 120 soorten in 15 geslachten:[1]
- Amblyospiza Sundevall, 1850 (1 soort: dikbekwever)
- Anaplectes Reichenbach, 1863 (2 soorten wevers)
- Brachycope Reichenow, 1900 (1 soort: kortstaartwever)
- Bubalornis Smith, A, 1836 (2 soorten buffelwevers)
- Dinemellia Reichenbach, 1863 (1 soort: witkopbuffelwever)
- Euplectes Swainson, 1829 (18 soorten wevers en widavinken)
- Foudia Reichenbach, 1850 (7 soorten eilandwevers)
- Histurgops Reichenow, 1887 (1 soort: roodstaartwever)
- Malimbus Vieillot, 1805 (10 soorten prachtwevers)
- Philetairus Smith, A, 1837 (1 soort: republikeinwever)
- Plocepasser Smith, A, 1837 (4 soorten wevers)
- Ploceus Cuvier, 1816 (67 soorten wevers)
- Pseudonigrita Reichenow, 1903 (2 soorten wevers)
- Quelea Reichenbach, 1850 (3 soorten wevers)
- Sporopipes Cabanis, 1847 (2 soorten wevers)
Afbeeldingen
[bewerken | brontekst bewerken]- Grote textorwever (Ploceus cucullatus)
- Gemeenschappelijk nest
- Witkopbuffelwever (Dinemellia dinemelli)
- Dunbekwever (Ploceus pelzelni)
- Tavetawever (Ploceus castaneiceps)
- Jacksons wever (Ploceus jacksoni)
- Bayawever (Ploceus philippinus)
- Madagaskarwever (Foudia madagascariensis)
- Rüppells wever (Ploceus galbula)
- ↑ (en) Gill, F, D Donsker, and P Rasmussen (Eds). 2025. IOC World Bird List (v 15.1). https://www.worldbirdnames.org