Cadzand

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cadzand
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Wapen van Cadzand
Cadzand
Cadzand
Situering
Provincie Zeeland
Gemeente Sluis
Coördinaten 51° 22' NB, 3° 24' OL
Algemeen
Inwoners (1-1-2010) 790
Detailkaart
Cadzand in de gemeente Sluis
Cadzand in de gemeente Sluis
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Cadzand (West-Vlaams: Kezand) is een dorp, gelegen in het uiterste westen van de provincie Zeeland in Nederland. Het dorp telt 790 inwoners (2010). Sinds 2003 is Cadzand een deel van de gemeente Sluis. Tot Cadzand behoort ook Cadzand-Bad.

Etymologie[bewerken]

De naam Cadzand is afgeleid van kade of cade. Dit betrof een primitief dijkje van ongeveer 1 meter hoog. Oorspronkelijk werd de naam gespeld als Cadesant, wat via Caesant en Casant tot de huidige naam verbasterde.

Geschiedenis[bewerken]

De geschiedenis van Cadzand gaat terug tot de vroege middeleeuwen, toen het Oude Land van Cadzand al bewoond was. Dit was een min of meer rond eiland dat omsloten was door zeegeulen en geleidelijk uitgebreid werd met nieuwe polders die om het eiland heen lagen. Dit min of meer cirkelvormige dijkenpatroon is nog altijd aan te treffen.

Oorspronkelijk groeide dit eiland als een zandplaat in de luwte van de eilanden Wulpen en Koezand die zich zeewaarts van het huidige Cadzand bevonden. Met name Wulpen zou al omstreeks 700 bewoond zijn. De eerste bewoners van het Eiland van Cadzand hebben zich er waarschijnlijk omstreeks 1050 gevestigd. Het was een domeingebied van de Graven van Vlaanderen. Deze gaven de opdracht tot bedijkingen. Deze vonden plaats door middel van kaden, dijkjes van slechts 1 meter hoog. Het eerste poldertje heette Roffoelkin en daaromheen ontstonden nieuwe poldertjes. Tussen 1050 en 1112 werd een hoeve gebouwd die Burggravensteen heette.

Enkele jaren voor 1089 werd de parochie Cadzand gesticht vanuit Aardenburg. Een houten voorganger van de huidige Mariakerk moet al omstreeks 1100 aanwezig zijn geweest. In een document uit 1177 spreekt men van de Kerkpolder. De kerk was ondergeschikt aan de Sint-Baafsabdij te Gent die het patronaatsrecht en het tiendrecht bezat. De stenen kerk werd vermoedelijk vanaf 1250 gebouwd maar van haar vroegste geschiedenis is weinig bekend. In 1231 werd een verzoek gedaan aan de Sint-Baafsabdij om een naast een pastoor ook een kapelaan aan te stellen, want Cadzand was van geestelijke hulp verstoken wanneer de pastoor het eiland had verlaten en stormweer de terugkomst op het eiland verhinderde.

In 1111 was er een stormvloed, en in 1112 werden de kaden verhoogd tot dijken van 3,50 meter hoog. Hiertoe moest aarde van het vasteland worden aangevoerd. De naam Oudelandpolder kwam in zwang voor het omdijkte gebied. Dit ter onderscheid van nieuwere poldertjes die in de latere Vierhonderdpolder en Tienhonderdpolder waren aangelegd.

Vanaf 1115 begonnen de abdijen zich voor landaanwinst te interesseren. Het betrof de Abdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen te Koksijde, de Onze-Lieve-Vrouweabdij te Broekburg, de Abdij Ter Doest te Lissewege, de Sint-Pietersabdij te Oudenburg en de Sint-Nicolaasabdij te Veurne. In 1189 schenkt heer Leonius de Cazant zijn leen aan de Sint-Baafsabdij van Gent. In opdracht van de Sint-Baafsabdij wordt van 1250-1300 een eenbeukige Romaanse kerk gebouwd in gele Vlaamse baksteen. Uit omstreeks dezelfde tijd komen berichten over veerdiensten die werden onderhouden tussen Wulpen, het Eiland van Cadzand, en het vasteland. Het Sint-Marie Veere was gratis.

Op 30 mei 1213 werd Damme door de Fransen geplunderd, waarna ze een zeeslag tegen de Engelsen in de Sincfal verloren tussen Knokke en Cadzand.

In de hieropvolgende jaren vinden er diverse stormvloeden plaats.

In 1295 was er een conflict tussen graaf Floris V van Holland en de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre omtrent de heerschappij over Zeeland. De Hollanders verwoestten toen Sluis en Cadzand.

Op 28 maart 1303 werd onder leiding van Willem 's-Gravenzoon een plundertocht naar Walcheren gehouden. Willem III van Holland neemt wraak en trekt vanuit Arnemuiden op naar Terhofstede op het eiland van Cadzand. Brugge had soldaten gestuurd om Cadzand te verdedigen, maar van een aaneengesloten dorp was nog geen sprake. De troepen van Willem vertrokken dezelfde dag weer.

In de hieropvolgende jaren werd de gotische noordbeuk van de Onze-Lieve-Vrouwekerk gebouwd.

Honderdjarige Oorlog[bewerken]

De 14e eeuw was onrustig daar zowel de Franse als de Engelse vloot regelmatig kwam binnenvallen. In 1337 begon de Honderdjarige Oorlog en vielen de Engelsen Frankrijk vanuit het noorden aan. Ze bezetten het Eiland van Cadzand en versloegen daar tijdens de Slag bij Cadzand het daar samengetrokken Franse leger onder leiding van Lodewijk II van Nevers. Daarna plunderden de Engelsen Cadzand. Ook in 1338 vonden plunderingen door de Engelsen plaats. De Vlamingen kozen de Engelse zijde om de toevoer van Engelse wol veilig te stellen. Op het Eiland van Cadzand werden opnieuw Franse troepen gelegerd om de Engelsen tegen te houden. Op 24 juni sneuvelden 25.000 soldaten. De Engelsen wonnen, samen met de Vlamingen, en hingen de Franse leider Nicolas Béhuchet op aan een scheepsmast. Uit wraak sloegen de Fransen aan het moorden, verkrachten en plunderen op het eiland.

Ook waren er opstanden zoals de Opstand van Kust-Vlaanderen van 1323-1328. Dit alles was desastreus voor de economie. In 1384 landden de Engelsen weer op het eiland, nu om Gent te ontzetten dat door Brugge, Sluis en Aardenburg belegerd werd.

In 1404 landden de Engelsen op het Eiland van Cadzand om van daar uit het Brugse Vrije aan te vallen. Ze ondernamen plundertochten vanaf dit eiland. Ook in 1405 vonden plunderingen plaats, nadat de Engelsen tevergeefs Sluis probeerden in te nemen. Bij dit alles kwamen nog dijkdoorbraken in 1394 en 1398 en de stormvloeden zoals de Sint-Elisabethsvloed van 1404 en de stormvloeden van 1471, 1477 en 1497. Niettemin werd er ook ingepolderd en herdijkt, zoals de Tienhonderdpolder in 1402, de Vierhonderd Beoosten Terhofstedepolder in 1404, de Strijdersgatpolder in 1415 en de Zandpolder in 1423. Het darinkdelven maakt dat de schade bij de diverse stormvloeden zeer groot is.

De militaire situatie bleef ongunstig. Men moest de vissersboten begeleiden met konvooischepen om de Engelse en Franse kapers te bestrijden. Nadat Filips de Goede tevergeefs getracht heeft om de Engelse basis te Calais te veroveren, sloegen de Engelsen terug en vielen Sluis aan. In 1439 sloot Filips vrede met de Engelsen wat de handel zeer ten goede kwam. In 1453 landden dan de Fransen weer op Cadzand.

Tijdens de Vlaamse Opstand tegen Maximiliaan (1482-1492) werd Cadzand in 1491 ingenomen door Maximiliaan I van Oostenrijk om de handel over het Zwin stil te leggen. De troepen plunderden en stichtten brand. In 1492 werd de Vrede van Cadzand getekend.

Stormvloeden en ook de activiteiten van Schotse zeerovers belemmeren de economie.

Tachtigjarige Oorlog[bewerken]

Spoedig hierna ving echter de Tachtigjarige Oorlog aan. In 1572 namen de Watergeuzen Vlissingen in en begonnen van daar uit te plunderen. Oorspronkelijk door Spaanse troepen bezet hielden de Geuzen uit Vlissingen regelmatig rooftochten op het eiland, die landgangen werden genoemd. In 1582 werd vanuit Cadzand verzocht om een predikant, maar sinds 1587 had Parma de streek weer op de Staatsen veroverd en was ook Cadzand weer Spaans.

Door de inundatie van 1583 liepen vele van de polders onder water en werd het Oude Land van Cadzand weer geheel door zeegeulen omgeven. Pas decennia later werd er weer op grote schaal heringedijkt. Het Eiland van Cadzand raakte ontvolkt. Er huisden wolven. De Spanjaarden bouwden in 1593 een fort in Cadzand en in 1598 werd Fort Terhofstede opgericht.

In 1602 werd de Groote Sint-Annapolder drooggelegd en werd het eiland van Cadzand met dat van Groede verbonden.

In 1604 veroverde Prins Maurits Cadzand en van daaruit heel West Zeeuws-Vlaanderen. Nu was Cadzand definitief Staats en sinds 1606 kwam een predikant uit Sluis over. In 1609 kreeg Cadzand een eigen predikant. Geleidelijk werd de kerk, die een ruïne geworden was, weer opgebouwd voor de Hervormde eredienst. Pas in 1641 werd de noordbeuk hersteld. In 1623 woonden 1175 mensen op het Eiland van Cadzand.

Nieuwe tijd[bewerken]

In 1677 werd de Lambertustoren, die bij de Onze-Lieve-Vrouwekerk behoorde, afgebroken. In 1685 kwamen een aantal hugenoten uit de omgeving van Calais naar Cadzand. Er werd een Waals-Hervormde gemeente gesticht. Meer hugenoten kwamen, zoals in 1713 protestanten uit Rijsel en in 1771 protestanten uit Picardië, de Champagne en de omgeving van Orléans. De Waals-Hervormden kregen in 1719 een eigen gebouw maar fuseerden in 1817 met de Hervormde gemeente.

In 1708 werd Cadzand geplunderd door de Fransen in het kader van de Spaanse Successieoorlog. In de jaren daarna was het weer rustig en bloeide ook de economie op, maar in 1747 vielen de Fransen weer binnen, nu in het kader van de Oostenrijkse Successieoorlog. In 1794 kwamen de Fransen eveneens en kreeg Cadzand een modern bestuur. De gemeente Catsandt (Cadzand) werd gesticht.

In 1902 werd bij de monding van het Uitwateringskanaal een haventje aangelegd, waarbij de buurtschap Cadzand-Haven ontstond die later in Cadzand-Bad zou opgaan.

Op 23 september 1912 kwam er een tramlijn die Oostburg via Zuidzande met Cadzand verbond. Deze sloot te Oostburg aan op de in 1887 aangelegde lijn van de Stoomtram-Maatschappij Breskens - Maldeghem. Deze werd de Karrekassetram genoemd, naar de vrouwenmuts die bij de Cadzandse klederdracht hoorde. In 1925 werd de lijn doorgetrokken tot Cadzand-Haven.

De Eerste Wereldoorlog bracht mobilisatie en de legering van troepen in Cadzand. Deze bleven tot 1925 aanwezig. Ondanks het feit dat Nederland buiten de oorlog bleef, vielen er enkele verdwaalde bommen op Cadzand-Haven.

Toen de geallieerden op het einde van de Tweede Wereldoorlog oprukten heeft de bezetter in augustus 1944 de sluizen van het Uitwateringskanaal geopend, waardoor de Passageule weer geïnundeerd werd, maar op 30 oktober 1944 werd Cadzand bevrijd door de Canadezen. Op 29 oktober werd daarbij de kerk beschadigd waarbij de meeste gebrandschilderde ramen uit 1931 verloren gingen. Ook de molen Nooit Gedacht werd zwaar beschadigd. Gelukkig bleef de kom van Cadzand nog redelijk intact.

Na de bevrijding werd de restauratie ter hand genomen. In 1953 volgde de Watersnoodramp waarbij in de Zwarte Polder een dijkdoorbraak plaatsvond. Hierna werd, in het kader van het Deltaplan, de dijkverzwaring ter hand genomen, waarvoor het haventje van Cadzand moest wijken.

In 1970 hield de gemeente Cadzand op te bestaan. Ze werd opgenomen in de gemeente Oostburg.

In 1974 brandde de molen Nooit Gedacht uit, maar in 1977 was deze weer gerestaureerd.

Op 28 september 2010 werden er bij een onderzoek naar explosieven 350 mijnen gevonden. Een week eerder werden ook al grote bommen gevonden in dit gebied waar op termijn een recreatiepark gaat komen.

Bezienswaardigheden[bewerken]

De zee en het strand zijn belangrijke trekpleisters voor Cadzand, maar de rustige dorpskern van Cadzand-Dorp staat in schril contrast met het toeristische Cadzand-Bad.

Afbeeldingen[bewerken]

Geboren in Cadzand[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Lindemann,Ton: Gids voor Strandfossielen van Cadzand en Nieuwvliet-Bad. Nederlandse Geologische Vereniging – Afdeling Amsterdam (1998).
  2. Trixler, Frank: Cadzand. Fossilien (3), p. 106-107 (1987). ISSN 0175-5021
  3. Nolf, Dirk: Fossielen van België: Haai- en Roggetanden uit het Tertiair van België. Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. (1986).
  4. de Wes, Claus: Haifischzähne und andere Fossilien am Strand. Haifischzahn Verlag, Cadzand.