Hoornaar (insect)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoornaar (insect)
Werkster voor de nestingang in een holle boom, exemplaar uit Berlin-Grunewald, Duitsland.
Werkster voor de nestingang in een holle boom, exemplaar uit Berlin-Grunewald, Duitsland.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Superorde: Apocrita (Bij-achtigen)
Orde: Hymenoptera (Vliesvleugeligen)
Superfamilie: Vespoidea (Wespachtigen)
Familie: Vespidae (Plooivleugelwespen)
Onderfamilie: Vespinae (Papierwespen)
Geslacht: Vespa (Hoornaars)
Soort
Vespa crabro
Linnaeus, 1758
Afbeeldingen Hoornaar (insect) op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Hoornaar (insect) op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De hoornaar (Vespa crabro) is een vliesvleugelig insect uit de familie plooivleugelwespen (Vespidae). De hoornaar behoort tot de echte wespen of papierwespen (Vespinae) en is een van de bekendere soorten wespen in Europa.

De hoornaar kan tot 3,5 centimeter lang worden en is hiermee de grootste wespachtige van België en Nederland. Daarnaast komt de wesp voor in delen van Azië en is door de mens uitgezet in Noord-Amerika. Behalve door indrukwekkende afmetingen valt de hoornaar op door zijn roodbruine kop en borststuk en het duidelijk hoorbare, zoemende vlieggeluid. De soort komt niet in grote aantallen voor in België en Nederland, maar is ook weer geen zeldzaamheid. De hoornaar is vooral aan te treffen in het oosten van Nederland. De hoornaar wordt meer dan twee keer zo groot als de meeste andere wespen zoals die uit het geslacht Vespula. Ondanks de indrukwekkende lichaamsgrootte en het luide gezoem is de hoornaar beduidend minder agressief in vergelijking met andere wespen.

De steek van de hoornaar is pijnlijker dan de steek van een honingbij maar het gif is minder krachtig. Hoornaars gebruiken het gif om insecten te doden die zij vervolgens met de kaken vermalen tot een papje en aan de larven voeren. De larven geven op hun beurt een zoete vloeistof af aan de werksters die de suikers gebruiken als brandstof om te kunnen vliegen en zo nog meer insecten te vangen.

Het nest wordt gemaakt van cellulosevezels die van bomen worden geknaagd. Het nest is bolvormig en bestaat uit meerdere raten. In het nest van de hoornaar is geen honing aanwezig zoals bij de ver verwante honingbij het geval is.

Vroeger werden verschillende soorten erkend zoals de Duitse hoornaar (Vespa germanica), de middelste hoornaar (Vespa media) en de grote hoornaar (Vespa crabro). Deze drie worden tegenwoordig als ondersoorten van de hoornaar Vespa crabro gezien, al wordt in veel literatuur nog de oude situatie vermeld.

Naam[bewerken]

De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Carolus Linnaeus in 1758. Later werd onder andere de wetenschappelijke naam Vespa vulgata gebruikt en de wesp is ook beschreven als Macrovespa crabro. Deze namen worden beschouwd als verouderd en worden wel synoniemen genoemd, in de literatuur duiken dergelijke namen echter nog op.

Synoniemen van de hoornaar

In de uitklapbare lijst rechts is een lijst van alle synoniemen van de hoornaar weergegeven.[1] De huidige ondersoorten zijn hierbij niet meegenomen.
De huidige wetenschappelijke naam Vespa crabro betekent vrij vertaald 'hoornaarswesp' (vespa = wesp en crabro = hoornaar).

De hoornaar is in de Nederlandse taal tevens bekend onder de namen hoorntje of paardenwesp.[2] In het Fries wordt de hoornaar hoarnbij genoemd.[3]

In het verleden werden andere namen gebruikt, Corneel Kiel noemde de hoornaar in zijn publicatie uit 1588 horener en de wesp werd in 1777 door Antoine Angélique Chomel beschreven onder de naam hornaar.

De hoornaar wordt in de Nederlandse taal soms wel horzel genoemd, niet alleen in de volksmond (zoals in de Friese taal) maar ook door sommige dierenencyclopedieën.[4] In België wordt de hoornaar in de Vlaamse media horzel genoemd.[5] De Oud-Slavische naam van de horzel is hornut, wat sterk lijkt op het Engelse 'hornet', de naam hornet wordt uitsluitend gebruikt voor de hoornaar.[6] De horzels (familie Oestridae) zijn echter geheel andere insecten die behoren tot de vliegen en niet tot de wespen. Horzels, met als bekendste soort de runderhorzel, kunnen niet bijten en in tegenstelling tot de hoornaar niet steken.

Verspreiding en habitat[bewerken]

De hoornaar komt voor in België en Nederland, hier een exemplaar uit Groesbeek.

Het verspreidingsgebied van de hoornaar beslaat vrijwel geheel Europa en delen van Azië, daarnaast komt de soort voor in zuidoostelijk Noord-Amerika. In Noord-Amerika is de hoornaar verspreid door de mens en komt hier van nature niet voor. De wesp heeft zich hier kunnen handhaven in het zuidoosten en het areaal is sinds de introductie van de wesp flink uitgebreid. In mei 2005 werd een exemplaar aangetroffen in Guatemala, dit is het enige land in Zuid-Amerika waar de hoornaar is gesignaleerd.[7]

Europa[bewerken]

Binnen Europa is de noordelijkste grens van het verspreidingsgebied gelegen op ongeveer de 63e breedtegraad.[4] De hoornaar komt voor tot in het zuiden van Noorwegen en Finland. In grote delen van het verspreidingsgebied van Duitsland was de hoornaar lange tijd algemeen, maar de soort is hier in delen van het land zeldzamer geworden.[8] In het Verenigd Koninkrijk komt de hoornaar vooral voor in het uiterste zuidoosten, en noordwaarts zijn populaties te vinden tot grofweg de stad York. Vroeger was een populatie bekend in het zuiden van Ierland maar de soort is hier sinds 1999 niet meer waargenomen.[1]

De hoornaar komt in Nederland voornamelijk voor op de zandgronden in het zuiden en oosten, maar is de laatste jaren ook vaker in het westen van Nederland gezien. In België komt de hoornaar zelden voor, met uitzondering van de Kempen en Limburg alsook in het Pajottenland (Vlaams Brabant).

Azië[bewerken]

In Azië komt de soort voor in een duidelijke strook van west naar oost.

Het areaal in Azië beslaat westelijk in Rusland tot Kazachstan, Mongolië en noordelijk China tot in Japan. In zuidoostelijk China komt de hoornaar voor in het zuidwesten in grote delen van het Zuid-Chinees Hoogland.

Noord-Amerika[bewerken]

Buiten Europa komt de hoornaar voor in delen van de Verenigde Staten en in zuidelijk Canada. In de Verenigde Staten is de wesp in de negentiende eeuw uitgezet. De eerste melding van de hoornaar kwam uit de staat New York ongeveer rond 1840.[9]

De hoornaar heeft zich verspreid naar de staten Louisiana, North Dakota, Tennessee en South Dakota. Tegenwoordig komt de wesp westelijk voor tot in Texas, zuidelijk tot in North Carolina en noordelijker tot in delen van Canada. In de staat Mississippi zijn ten westen van de rivier de Mississippi alleen enkele versnipperde populaties bekend.[9]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

Belangrijkste lichaamsdelen van de hoornaar.
Legenda
A = Kop
B = Borststuk
C = Achterlijf
1 = Ocelli
2 = Oog
3 = Voorpoot
4 = Middelpoot
5 = Borstschild
6 = Achterpoot
7 = Vleugel
8 = Achterlijfssegment

Verschillende delen van de kop van de wesp.
Legenda
1a = Flagellum
1b = Scapus
1c = Pedicel
2 = Ocelli
3 = Oog (boven)
4 = Oog (onder)
5 = Clypeus
6 = Palp
7 = Mandibel

De hoornaar is de grootste wesp van westelijk Europa. De hoornaar wordt gemiddeld 30 millimeter lang, maar koninginnen kunnen beduidend groter zijn. Werksters bereiken een lichaamslengte van 18 tot 24 mm, koninginnen een lengte van 25 tot 35 mm en mannetjes worden 21 tot 28 mm lang.[8]

Kop[bewerken]

De kop valt op vanwege de grootte; niet alleen is de kop groter door de langere lichaamslengte, relatief gezien heeft een hoornaar een groter vertex of kopschild in vergelijking met andere wespen. Daarnaast heeft de kop een oranje tot rode kleur terwijl verwante plooivleugelwespen een zwart met gele kleur hebben.

De ogen van de hoornaar zijn niet rond of ovaal zoals bij veel andere insecten maar zijn langwerpig van vorm. De ogen hebben een komma- achtige vorm. Het voorste deel van het oog is aan de voorzijde van de kop gelegen aan de onderzijde. Het oogoppervlak beslaat naar boven toe de zijkant van de kop van de wesp en kromt hier naar voren. De ogen bestaan uit vele kleine suboogjes die de ommatidiën worden genoemd. Het geheel wordt het facetoog genoemd. Bovenop de kop zijn drie kleine, donker gekleurde individuele oogjes aanwezig, de ocelli. Deze hebben een visueel ondergeschikte functie en kunnen alleen grove lichtverschuivingen waarnemen en geen beelden vormen.

In vergelijking met andere wespen heeft de hoornaar een sterk vergroot clypeus, de clypeus is als het ware het 'gezicht' van een insect. De clypeus is een verharde plaat die gelegen is tussen de antennen als bovengrens en de bovenkaak als ondergrens. De hoornaar heeft twee duidelijke kaken die de mandibels worden genoemd. De kaken zijn grotendeels geel van kleur, alleen de binnenzijden zijn zwart gekleurd. Met de kaken worden prooidieren in stukjes geknipt.

Mannetjes zijn van de werksters te onderscheiden aan een aantal kenmerken, voornamelijk aan de kop. De omgeving van de ocelli is bij de mannetjes donkerder, deze donkere kleur loopt door naar de basis van de antennes. Ook de antennes verschillen, deze zijn donkerder en hebben meer tyloïden. Dit zijn kleine groepjes zintuiglijke cellen op de antennes. Bij de werksters en vrouwtjes is één tyloïde per antennesegment aanwezig. Bij de mannetjes zijn dit er twee, uitgezonderd het eerste segment dat er één heeft.[10]

Borststuk[bewerken]

Het borststuk is het breedste en meest gewelfde deel van het lichaam, het borststuk wordt de thorax genoemd en bestaat uit drie delen. Het borststuk draagt twee paar vleugels aan de bovenzijde en drie paar poten aan de onderzijde. Aan ieder segment is aan de onderzijde een paar poten gehecht en de vleugels zijn op het tweede en derde thoraxsegment gepositioneerd, gezien vanaf de kop. De vleugels van de hoornaar zijn langwerpig van vorm en hebben een rokerige, roodbruine kleur vanuit de zijkant bezien.

Het borststuk beschermt de belangrijkste delen van het lichaam; de poten en de vleugelspieren. Het is hiertoe voorzien van enkele verharde platen. De voorzijde van het borststuk is bedekt met het halsschild of pronotum, dit schild bestaat uit een rand aan de achterzijde van de kop die aan weerszijden breder wordt. Het pronotum sluit aan bij de grootste en meest prominent zichtbare plaat op het borststuk, deze wordt wel het mesoscutum genoemd.

De kleur van de verschillende delen van het borststuk kan per ondersoort verschillen. De kleur van het achterste deel van het borststuk, de metathorax is bij de ondersoort Vespa crabro crabro zwart van kleur terwijl bij het metathorax van Vespa crabro germana een rode, V- vormige vlek aanwezig is.[4]

Achterlijf[bewerken]

De uitgestoken angel van een dood exemplaar.

Het achterlijf bestaat uit segmenten, de achterlijfssegmenten worden aan de bovenzijde als de onderzijde beschermd door verharde platen. De platen aan de onderzijde van ieder segment worden de sternieten genoemd en die aan de bovenzijde de tergieten. Bij de hoornaar is de eerste tergiet roodbruin gekleurd, net als de thorax.

Het achterlijf bevat de belangrijkste organen, zoals ademhalingsapparaat, het spijsverteringsstelsel en de geslachtsorganen. De ademopeningen zijn aan de zijkanten van de achterlijfssegmenten gelegen.

Aan het einde van het achterlijf bevinden zich de geslachtsorganen, bij de mannetjes bestaan deze uit de aedeagus en bij het vrouwtje uit de geslachtsopening. De meeste soorten wespen hebben een lange legbuis waardoor de eieren in de ondergrond -zoals een boom- of in een prooidier kunnen worden afgezet - zoals een rups.

De plooivleugelwespen waartoe de hoornaar behoort hebben een gespecialiseerde legbuis, die niet meer wordt gebruikt om de eieren af te zetten. De eieren komen uit het lichaam via de genitale opening waardoor de functie van de legbuis overbodig is geworden. De legbuis is omgebouwd tot een steekorgaan dat de angel wordt genoemd en alleen dient ter verdediging. De angel van de hoornaar is niet voorzien van weerhaken, zoals bij de honingbij het geval is. De angel gaat niet verloren na een steek en kan telkens opnieuw gebruikt worden. De angel is hol en aan de basis is een gifklier gelegen die bij een steek een kleine hoeveelheid gif afgeeft. Het gif is dodelijk voor andere insecten waardoor deze gemakkelijk kunnen worden buitgemaakt.

Onderscheid met andere insecten[bewerken]

De hoornaar is in België en Nederland gemakkelijk te onderscheiden van verschillende andere wespen, zoals de Duitse wesp (Vespula germanica) en de gewone wesp (Vespula vulgaris). Deze soorten blijven bijna twee keer zo klein en hebben altijd zwart met gele kleuren en nooit een zwarte en roodoranje kleur. De werkster en koningin van de Duitse wesp worden respectievelijk 15 en 20 mm lang, die van de gewone wesp 14 en 19 mm.

De hoornaar wordt door verschillende vertegenwoordigers van andere insectengroepen geïmiteerd. Dergelijke insecten zijn zelf volkomen onschuldig maar ze worden door vijanden aangezien voor de hoornaar en profiteren hiervan omdat ze met rust worden gelaten. Een voorbeeld is de stadsreus (Volucella zonaria), een zweefvlieg die net als de hoornaar een rode kop en borststuk heeft met een gelig achterlijf dat zwarte strepen draagt.

Ook de eveneens weerloze hoornaarsvlinder (Sesia apiformis) lijkt op de hoornaar vanwege de bruine kleuren en de grootte van het lichaam. Deze soort behoort tot de vlinders maar lijkt uiterlijk meer op een wesp. De hoornaarsvlinder heeft grotendeels doorzichtige vleugels om de gelijkenis te versterken. De hoornaarsvlinder vertoont een vorm van mimicry, de vlinder lijkt zo sterk op de hoornaar dat andere dieren de vlinder voor de zekerheid uit de weg gaan. De vlinder is te onderscheiden aan zijn opvallende roltong en de ronde ogen.

In Noord-Amerika is de soort te verwarren met grotere soorten graafwespen uit de familie graafwespen (Crabronidae), zoals de soort Sphecius speciosus. Laatstgenoemde soort jaagt op cicades en leeft solitair, er is dus geen geen koningin die een nest maakt en er zijn geen werksters maar alleen mannetjes en vrouwtjes zoals bij de meeste insecten.

Onderscheid
  • kleiner, blijft iets kleiner dan Duitse wesp
  • koningin tot 19 mm
  • verticale streep op kop, onderzijde vaak voorzien van dwarsstreep
  • vlekken op achterlijf gefuseerd met zwarte segmentbanden
Onderscheid
  • kleiner, wordt iets groter dan de gewone wesp
  • koningin tot 20 mm
  • vaak stippen op de kop, geen strepen
  • vlekken op achterlijf niet gefuseerd met zwarte segmentbanden
Onderscheid
  • kleiner tot 2,5 cm
  • grote bolle ogen
  • twee vleugels ipv vier zoals wespen
  • kan vliegend stilhangen in de lucht
Onderscheid
  • duidelijke ronde ogen, sterk behaard lichaam
  • geen scharnierpunt in antenne
  • zeer slechte vlieger
  • roltong aanwezig, angel ontbreekt

Voedsel en vijanden[bewerken]

Een hoornaar bewerkt een prooi, hangend aan een bloem.
De hoornaar jaagt zelfs op libellen, die veel groter worden.

De hoornaar is een typische rover die grote hoeveelheden insecten vangt en doodt om ze vervolgens te voeren aan de larven. De hoornaars leven zelf van verschillende suikerrijke plantensappen en niet van dierlijk materiaal.

Hoornaars vangen in hoofdzaak andere insecten en dan voornamelijk vliegen en muggen. Daarnaast worden kleinere plooivleugelwespen, honingbijen en vlinders en de rupsen hiervan buitgemaakt. Naast insecten worden ook veel spinnen gevangen.

In 2001 publiceerden onderzoekers een verslag van de aanvallen van hoornaars op libellen op locaties in Wit-Rusland en Italië. Op de locatie in Wit-Rusland waren de steenrode heidelibel en de bloedrode heidelibel het slachtoffer, in Italië een soort beekjuffer, de koperen beekjuffer. Uit de waarnemingen concludeerden de onderzoekers dat hoornaars regelmatig op libellen jagen.[11]

Van andere soorten hoornaars is bekend dat ze de nesten van bijen aanvallen en geheel leegroven, een voorbeeld is de Aziatische hoornaar (Vespa mandarinia). Dergelijke soorten worden als bedreiging van de honingbij gezien. Van de Europese hoornaar is dit gedrag niet bekend.

De werksters worden grotendeels gevoed door de larven in het eigen nest. De larven worden gevoerd met dierlijk materiaal en produceren een zoetige vloeistof die ze weer afgeven door de monddelen. Deze suikerrijke vloeistof wordt vervolgens door de werksters opgezogen. De larven moeten groeien en hebben behoefte aan proteïnen om het lichaam om te kunnen bouwen tijdens de metamorfose of het popstadium. Ze bewegen niet veel en hebben dan ook geen behoefte aan suikers. Dit in tegenstelling tot de volwassen werksters, die veel vliegen en de energierijke suikers nodig hebben als brandstof.

De werksters vullen hun energievoorraad daarnaast aan met verschillende plantaardige vloeistoffen die worden opgenomen door de monddelen. De hoornaar likt vaak het uittredende sap op van beschadigde bomen, waarbij de bastranden open worden geknaagd met de kaken. Voornamelijk de eik wordt door de wesp gebruikt als leverancier van suikerrijke sappen. Daarnaast worden de takken van de planten es (Fraxinus excelsior) en sering (Syringa vulgaris) wel open geknaagd om een sapstroom op gang te brengen.[1] Tenslotte worden ook sappen uit afgevallen, rijp fruit opgenomen.

Er zijn maar weinig gevallen bekend waarbij nectar uit een bloem wordt opgezogen zoals van honingbijen en veel andere wespen bekend is. Een plant waarbij een dergelijke waarneming wel bekend is, is Hedera. De hoornaar zuigt daarnaast de zoete afscheiding van bladluizen op die voorkomen op de boswilg (Salix caprea).[1]

Jacht[bewerken]

De meeste bijen en wespen houden niet van nat weer of van wind en blijven dan in het nest. De hoornaar is zelfs dan actief op zoek naar prooien voor de larven. De hoornaar vliegt zelfs 's nachts, wat zeer ongebruikelijk is voor wespen. De wesp wordt aangetrokken door kunstlicht af en komt dan af op menselijke bebouwing. De hoornaar is in staat om bij maanlicht ook 's nachts te jagen en maakt dan veel nachtvlinders buit.[1] De hoornaar is een effectieve insectenbestrijder doordat ze grotere prooien aankan dan de andere wespen, ook grote insecten als libellen worden gedood en in stukjes geknipt met de sterke kaken.

De hoornaar heeft een kenmerkende manier van eten, de wesp hangt dan ondersteboven aan een tak waarbij het dier slechts een enkele poot gebruikt om zich te ankeren. De overige poten worden gebruikt om de prooi vast te houden terwijl deze door de kaken aan stukjes wordt geknipt. Een prooidier wordt hierbij eerst ontdaan van de vleugels, poten en kop door deze eraf te bijten, daarna wordt de rest van de prooi fijngemalen en naar het nest gebracht.

Vijanden[bewerken]

De volwassen hoornaar wordt door veel dieren met rust gelaten vanwege de pijnlijke steek. Er zijn enkele uitzonderingen die zich niets aantrekken van de angel en juist graag hoornaars eten. Een voorbeeld is de wespendief (Pernis apivorus), een roofvogel die in grote delen van Europa voorkomt. Van de wespendief is bekend dat alle hoornaars van een nest kunnen worden opgegeten waarbij de gehele kolonie wordt vernietigd.

In het nest leven verschillende insecten die tot heel verschillende groepen kunnen behoren. Het feit dat het nest van de hoornaar andere insecten aantrekt is een van de redenen dat nooit tweemaal hetzelfde nest wordt gebruikt.

Sommige insecten die in het nest leven zijn slechts detrituseters die de hoornaars ontdoen van hun afval, voorbeelden zijn de larven van de vlieg Fannia caniculari en van de kever het diefje (Ptinus fur). Andere insecten zijn echte rovers die jagen op het gebroed, zoals de kortschildkever Velleius dilatatus en de bonte kever Korynetes caeruleus. Tenslotte zijn er verschillende parasieten bekend die leven op de hoornaar. Een voorbeeld is de sluipwesp Sphecophaga vesparum. Deze wesp legt eitjes in de poppen waardoor zij hun levensvatbaarheid verliezen.[1] Uit de pop komen vervolgens jonge sluipwespjes tevoorschijn in plaats van een hoornaar.

Voortplanting en ontwikkeling[bewerken]

Het ei van de hoornaar is langwerpig van vorm en witachtig van kleur.
Het eerste nest wordt door de koningin gemaakt, de eitjes zijn duidelijk zichtbaar.
Het uiteindelijke nest wordt soms in gebouwen gemaakt.

De hoornaar is een eusociale wesp, dit betekent dat de wespen in een kolonie wonen met verschillende generaties waarbij zich broedzorg voordoet. Het aantal hoornaars binnen een kolonie is relatief klein in vergelijking met de bekendere soorten eusociale insecten. Er komen meestal enkele honderden exemplaren voor per nest, maar nooit meer dan 1000 exemplaren. Bij de verwante gewone wesp zijn nesten van 7000 individuen niet zeldzaam.[8]

Hoornaars overleven de winter niet, ze leven net als andere wespensoorten slechts één seizoen. Alleen de koningin die aan het eind van het seizoen werd geboren, overwintert om het volgende jaar een nieuw nest te maken. Zij komt rond eind april tevoorschijn uit haar winterslaap.[9]

De koningin bouwt het nest begin mei vaak in de buurt van het winterkwartier. Ze bouwt altijd een nieuw nest en gebruikt nooit een oud nest.[4] Dit basisnest is bolvormig en bevat nog een enkele raat die erg klein is en slechts enige tientallen cellen bevat.

De koningin is in het voorgaande jaar bevrucht door een mannetje en kan dus eitjes afzetten, ze zet het eerste eitje af rond medio mei. De eitjes zijn enkele millimeters lang, ze zijn klein en wit van kleur en langwerpig van vorm. De eitjes komen eind mei uit waarbij de larven verschijnen die worden verzorgd door de koningin. Begin juni zijn de larven volledig ontwikkeld waarna ze hun cel aan de bovenzijde dichtspinnen en zich verpoppen. Omstreeks eind juni verschijnen de eerste werksters die vervolgens alle taken van de koningin overnemen, behalve het leggen van de eieren. Het takenpakket van de werksters omvat verder het uitbouwen van het nest, het verzorgen van de eitjes en de larven en het verjagen van indringers. Pas als de eerste groep werksters is verschenen, wordt begonnen aan de bouw van het echte nest.

Nest[bewerken]

Het uiteindelijke nest wordt gebouwd vanaf mei en wordt meestal op enige hoogte geconstrueerd. De nestlocatie is vaak donker en enigszins afgeschermd. Meestal wordt het nest gemaakt in een holle boom, maar soms worden graspollen als nestlocatie gebruikt en ook ondergrondse nesten zijn bekend. Ook is bekend dat de hoornaar zijn nest maakt in holtes in het nest van de gele weidemier (Lasius flavus). Als de ruimte om een nest te bouwen te klein wordt, verlaten de wespen het oude nest en wordt een nieuw nest gebouwd.

Ook menselijke constructies kunnen worden gebruikt om een nest te maken, zoals nestkastjes van vogels, in tuinhuisjes en schuurtjes, onder daken, in huizen of vrij hangend in een boom of struik in de tuin.

Het nest wordt gemaakt van cellulosevezels die van dode bomen worden afgeknaagd.[1] Er worden hiervoor altijd loofbomen gebruikt. De wesp knaagt ook wel houtvezels van tuinornamenten zoals rietmatten en aangetast hout.[12]

Het nest telt uiteindelijk ongeveer 1500 cellen en is opgebouwd uit vijf horizontale lagen. Het geheel wordt aan de buitenzijde voorzien van een bolvormig omhulsel zodat de cellen niet zichtbaar zijn. De nestopening is aan de onderzijde gepositioneerd. Hierdoor kunnen de wespen naar binnen en naar buiten vliegen en ook het nestafval wordt hierdoor naar buiten gegooid.[4]

Volgende generatie[bewerken]

Eind augustus begint de koningin met het afzetten van eitjes waaruit geen onvruchtbare werksters meer kruipen, maar vruchtbare mannetjes en jonge koninginnen. De mannetjes worden hierbij het eerst geboren en door de werksters opgekweekt, pas later verschijnen de jonge koninginnen.

De koninginnen zullen later uitvliegen en paren met de mannetjes. Hierdoor worden de nieuwe koninginnen bevrucht Ze zetten nog geen eitjes af maar slaan het sperma op in hun lichaam. De mannetjes sterven kort na de paring. De jonge koninginnen vliegen uit en verspreiden zich, ze zoeken vervolgens een schuilplaats om te overwinteren. Ondertussen wordt de 'oude' koninginnen steeds meer genegeerd door de werksters en uiteindelijk sterven zij. De laatste werksters houden het uit tot eind oktober of begin november, een nachtvorst is vaak fataal voor de laatste werksters van de kolonie. In de lente verlaat de jonge koningin haar schuilplaats en begint de cyclus opnieuw.[9]

De hoornaar is gevoelig voor kou in de lente. Als de temperaturen relatief laag zijn komen er veel minder nesten tot ontwikkeling dan bij hogere temperaturen.[8]

Interactie met de mens[bewerken]

Hugo de hoornaar was de mascotte van het voormalige Amerikaanse basketbalteam New Orleans Hornets.

Hoornaars komen al voor in de bijbel, ze verschijnen in het boek Exodus 23:28, Deuteronomium 7:20 en Jozua 24:12 door de Here gebruikt om vijanden van de Israëlieten te verdrijven. Volgens Jeremia 46:20 worden hoornaars door Egypte aangetrokken.

Hoornaars hebben een onverdiend slechte naam als het gaat om hun agressiviteit. Hoornaars zijn juist minder agressief dan de andere bekende plooivleugelwespen zoals de gewone wesp en de Duitse wesp. De hoornaar zoekt de mens ook zelden op, in tegenstelling tot eerder genoemde wespen die ook wel 'limonadewespen' worden genoemd omdat ze afkomen op zoetigheden zoals frisdrank. De hoornaar wordt in de regel alleen agressief binnen een straal van vijf meter van het nest. Als men deze veiligheidsafstand aanhoudt hoeft een nest in de buurt van verhoogde menselijke activiteiten geen problemen op te leveren, zelfs niet in de buurt van bijvoorbeeld een kleuterschool.[8] Als men het nest benadert, komen de werksters luid brommend aanvliegen wat een afschrikwekkend effect heeft. Het handhaven van een nest van de hoornaar in de omgeving heeft als voordeel dat men minder last heeft van andere insecten zoals andere soorten wespen en verschillende soorten vliegen. Indien een nest op een lastig te negeren plaats wordt gemaakt, zoals naast de voordeur van een gebouw, kan het nest beter verwijderd worden. Hiervoor kan men een imker inschakelen om het nest te verwijderen.

De steek van de hoornaar is pijnlijker dan die van een gewone plooivleugelwesp of een honingbij. De hoornaar steekt minder snel - al kan de hoornaar wel erg weerbaar zijn als het erop aankomt een nest te verdedigen. In de volksmond doen fabels de ronde dat een paar steken al voldoende zouden zijn een mens of een paard te doden. Dit is onwaar, tenzij de persoon in kwestie toevallig allergisch is voor het gif dat wordt afgegeven. In de wetenschappelijke literatuur is één geval beschreven van een fatale afloop na meerdere steken van Vespa crabro.[13]

Het gif van de hoornaar is zwakker dan dat van bijen. Hoornaargif dient voornamelijk om ongewervelden te doden, en secundair om het nest te beschermen. Honingbijen hebben een nest waarin een honingvoorraad is opgeslagen, en moeten dat verdedigen tegen dieren zoals dassen, en beren. Het werkt daardoor krachtiger op zoogdieren dan wespengif, die deze natuurlijke vijanden niet hebben.

De LD50 van bijengif op ratten is ongeveer 6 milligram per kilo lichaamsgewicht, dat van de hoornaar varieert van 10 tot 90 milligram.[9] De kans op een gevaarlijke allergische reactie lijkt bij de hoornaar overigens wat groter dan bij andere wespen.[14] Het gif is vergelijkbaar met dat van andere wespen (en bijen), maar het bevat een hogere concentratie van de neurotransmitter acetylcholine, waardoor de steek erg branderig aanvoelt. Desensibilisatiekuren met gewoon wespengif zijn ook effectief tegen hoornaargif.[15] Net als bij gewone wespen zijn voor een gezond persoon circa 500-1000 steken nodig om tot een dodelijke dosis te komen. Aangezien nesten nooit meer dan 1000 exemplaren tellen en slechts één op de tien exemplaren uit het nest zullen aanvallen om te steken is de kans op een dodelijke afloop vrijwel uitgesloten.[8]

In augustus 2009 zouden volgens onbevestigde berichten in de populaire pers twee mensen in Kroatië door steken van hoornaars zijn overleden; in beide gevallen ging het om mensen die bomen aan het kappen waren.[16] In België kwam in 2011 een bejaarde man om na gestoken te zijn door hoornaars.[17] In 2013 overleed een Nederlandse man in Frankrijk door een hoornaarsteek.[18]

Om een steek van de hoornaar te voorkomen moet men voorkomen in de buurt van het nest te komen, ook dient de aanvliegroute te worden vermeden. Het ademen in de richting van het nest alarmeert de wespen, evenals onverwachte bewegingen en het veroorzaken van trillingen. Na een steek biedt het koelen van de huid enige verzachting. Als de huid rond de steek sterk begint te zwellen dient men een arts raad te plegen.[9]

Taxonomie en indeling[bewerken]

Video: hoornaars vliegen af en aan in het nest.

De hoornaar behoort tot de insectenorde vliesvleugeligen (Hymenoptera) en de familie plooivleugelwespen (Vespidae). De meeste soorten uit deze familie behoorden ooit tot het geslacht Vespa, zodat het geslacht gezien werd als de 'typische' wespen.[19] Tegenwoordig behoren de meeste soorten tot andere geslachten, zoals Vespula en Dolichovespula.

Ondersoorten[bewerken]

Er worden negen verschillende ondersoorten erkend.[20] De meeste hiervan zijn oorspronkelijk als aparte soort beschreven.[1] De ondersoorten verschillen zowel in lichaamskleur als in het verspreidingsgebied.

Soort: Vespa crabro

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. a b c d e f g h Bees Wasps & Ants Recording Society. Vespa crabro Linnaeus, 1758
  2. Natuurfeitjes.nl. Hoornaar of hoorntje
  3. Marrennijs.nl. Nieuws uit de natuur - Grote hoornaar
  4. a b c d e Jiři Zahradnik & Milan Chvála, De Grote Encyclopedie der Insecten, Rebo Productions, 1990, Pagina 436, 437 ISBN 90 366 0450 8.
  5. AUT. TIT
  6. Instituut voor Nederlandse Lexicologie. Horzel
  7. Landolt, Peter J. , Monzon Sierra, Jose , Unruh, Thomas R. & Zack, Richard S.. A new species of Vespula, and first record of Vespa crabro L. (Hymenoptera: Vespidae) from Guatemala, Central America
  8. a b c d e f Heiko Bellmann, Bienen, Wespen & Ameisen, Uitgeverij Kosmos, 1995, Pagina 129 - 132 ISBN 3 440 09690 4.
  9. a b c d e f Hornets: Gentle Giants!. Vespa crabro (Lifecycle)
  10. Canadian Journal of Arthropod Identification - Matthias Buck, Stephen A. Marshall & David K.B. Cheung. Vespa crabro
  11. International Journal of Odonatology 4 (1): 17-21, 2001, Klaas-Douwe B. Dijkstra, Adolfo Cordero Rivera & José A. Andrés. Repeated predation of Odonata by the hornet Vespa crabro (Hymenoptera: Vespidae)
  12. Algemene Nederlandse Imkersvereniging. Hoornaar, een superwesp
  13. Lubrano D. et al., [Case of fatal poisoning with hyperfibrinolysis by multiple wasp stings (Vespa crabro L.)].[Article in French] Rev Med Liege. 1985 Dec 15;40(24):844-6.
  14. Antonicelli L et al., European hornet (Vespa crabro) sting: a new risk factor for life-threatening reaction in hymenoptera allergic patients? Eur Ann Allergy Clin Immunol. 2003 Jun;35(6):199-203.
  15. Kosnik M, Korosec P, Silar M, Music E, Erzen R. Wasp venom is appropriate for immunotherapy of patients with allergic reaction to the European hornet sting. Croat Med J. 2002 Feb;43(1):25-7.
  16. http://www.nu.nl/algemeen/2060870/doden-door-steken-van-hoornaars-in-kroatie.html Augustus 2009: Doden door steken van hoornaars in Kroatië
  17. http://www.vandaag.be/binnenland/74147_jager-79-dood-na-aanval-door-wespen.html Jager (79) dood na aanval door wespen
  18. http://www.telegraaf.nl/binnenland/21849705/__Reuzenwesp_doodt_docent__.html
  19. Bernhard Grzimek, Het leven der dieren deel II: Insecten, Kindler Verlag AG, 1969, Pagina 575 ISBN 90 274 8621 2.
  20. Biolib. Vespa crabro

Bronnen

  • (en) - Bees Wasps & Ants Recording Society - Vespa crabro Linnaeus, 1758 - Website
  • (de) – Heiko Bellmann – Bienen, Wespen & Ameisen – Pagina 129-132 - 1995 – Uitgeverij Kosmos – ISBN = 3 440 09690 4
  • (nl) - Jiři Zahradnik & Milan Chvála - De Grote Encyclopedie der Insecten - Pagina 436, 437 - 1990 - Rebo Productions - ISBN 90 366 0450 8
  • (en) - Hornets: Gentle Giants - Vespa crabro (Lifecycle) - Website