Spruitkool

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Spruitjes)
Ga naar: navigatie, zoeken
Spruitkool
ongeschoonde spruitjes
ongeschoonde spruitjes
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Malviden
Orde: Brassicales
Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)
Geslacht: Brassica (Kool)
Variëteit
Brassica oleracea convar. oleracea var. gemmifera
Spruitkool
Spruitkool
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Spruitkool of spruitjes (Brassica oleracea convar. oleracea var. gemmifera) werd in 1821 voor het eerst in de omgeving van Brussel geteeld en wordt in Europa al snel een belangrijke wintergroente. De oorspronkelijke Franse naam is "Choux de Bruxelles". In enkele talen, waaronder het Afrikaans (Brusselspruit), het Engels (Brussels sprouts) en het Zweeds (Brysselkål) verwijst men nog steeds naar Brussel.

Tegenwoordig worden in de beroepsteelt alleen hybride-rassen gebruikt. Deze rassen hebben een cilindrische spruitzetting. Vroeger werden in de beroepsteelt zogenaamde zaadvaste rassen gebruikt, die een piramidale spruitzetting hebben, waardoor deze rassen doorgeplukt moeten worden. Doorplukken wil zeggen dat per keer alleen de rijpste spruiten geplukt worden. Dit kan alleen bij handpluk. Nu worden deze rassen alleen nog gebruikt door enkele volkstuinders.

Teelt[bewerken]

Spruitkool wordt binnen Europa voornamelijk in Nederland, Frankrijk en Engeland geteeld.

In Nederland is spruitkool een belangrijk vollegrondsgroentegewas en wordt voornamelijk in Zuid-Holland geteeld. Daarnaast komt teelt voor in Flevoland, Zeeland en Noord-Brabant.

Spruitkool wordt gezaaid tussen februari en half april. De oogst begint in augustus en eindigt in maart. De oogst is eenmalig hetgeen wil zeggen dat alle spruitjes van een plant in een keer geplukt worden. De pluk gebeurt machinaal door de afgehakte stam in de snijkop van de plukmachine te steken.
Er zijn vroege tot zeer late rassen. De vroege rassen geven al in augustus oogstbare spruiten. De zeer late rassen, als er geen strenge winter is geweest, pas in maart.

Rassen[bewerken]

Hybride rassen[bewerken]

De eerste in Nederland bekende hybride (Jade) kwam uit Japan, maar deze was slecht aan ons klimaat aangepast.

De eerste inteeltlijnen, die nodig zijn voor het maken van hybriden werden in 1963 door het toenmalige Instituut voor de Veredeling van Tuinbouwgewassen (IVT) in Nederland geïntroduceerd. In 1967 kwamen de eerste hybride rassen Olaf en Thor in de handel, gevolgd door een tiental andere hybriden in 1969.

De vernieuwing in het sortiment hybriden gaat snel, zodat het weinig zin heeft er hier enkele te noemen.

Zaadvaste rassen[bewerken]

  • Roodnerf. De naam heeft dit ras te danken aan de paars aangelopen bladsteel en hoofdnerf. De spruit zelf is echter donkergroen. Hiervan zijn vele selecties van vroeg tot laat bekend. De oogst begint eind september en gaat vaak door tot maart.
  • Groninger. Ook hier zijn veel selecties van bekend. Dit ras werd vroeger veel in het Noorden van Nederland geteeld. Nu is daar bijna geen teelt meer van spruiten.
  • Bredase.
  • Vroeg dwerg.

Deze laatste twee rassen zijn niet meer verkrijgbaar in België en Nederland.

Smaak[bewerken]

De vroegere rassen hadden een meer uitgesproken smaak dan de tegenwoordige rassen. Daardoor wordt de smaak van de tegenwoordige spruitjes wat meer gewaardeerd. Spruitjes kunnen met gemak strenge vorst van wel -15 °C doorstaan. Daartoe worden zetmelen omgezet in suikers, wat de cellen wapent tegen bevriezing. Veel mensen eten ze het liefst als er een keer "de vorst overheen is gegaan".

Klein, middelmaat en groot[bewerken]

Er zijn 3 maten spruitjes: De kleine, de middelmaat en de grote. Van enkele landen is het bekend welke soort 'maat' daar het populairst is.[bron?]

Klein[bewerken]

Middelmaat[bewerken]

Groot[bewerken]

Spruitjeslucht[bewerken]

De term "spruitjeslucht" slaat op de typerende geur die in huizen blijft hangen als spruitjes of andere koolsoorten te lang gekookt worden. Koolsoorten hebben een grote behoefte aan zwavel en nemen dat op uit de bodem waar ze groeien. De geur die vrijkomt bij het langdurig koken van kool ontstaat dan ook door het vrijkomen van vluchtige zwavelverbindingen, zoals H2S.

In overdrachtelijke zin wordt het woord spruitjeslucht wel geassocieerd met een "benauwende, bekrompen, kleinburgerlijke provinciale atmosfeer".[1]

Inhoud[bewerken]

Spruitjes zijn rijk aan vitamine C en hebben (mogelijk) een positief effect bij het tegengaan van kanker (doordat ze glucosinolaten bevatten).

100 gram verse (ongekookte) spruitjes bevat:

  • Voedingsstoffen
    • koolhydraten: 5 g
    • eiwit: 4 g
    • vet: 0,5 g
  • Mineralen
    • Calcium: 30 mg
    • IJzer: 1 mg
  • Vitaminen
    • Caroteen: 1 mg
    • B1: 0,12 mg
    • B2: 0,12 mg
    • C: 150 mg

Ziekten en beschadigingen[bewerken]

Insecten

Spruitkool kan aangetast worden door rupsen van o.a. het Klein koolwitje, Groot koolwitje, Late koolmot en uiltjes. Ook de melige koolluis en de koolvlieg kunnen veel schade toebrengen.

Schimmels

Grauwe schimmel (Botrytis cinerea) kan rotte blaadjes, smet genoemd, op de spruitjes geven vooral bij rassen waar de spruitjes dicht op elkaar zitten. Daarnaast kan er bladvlekkenziekte en meeldauw (Erysiphe cruciferarum) op spruitkool voorkomen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Van Dale's Groot Woordenboek van de Nederlandse taal, 14e druk, 2005
Wikibooks Wikibooks Kookboek bevat een recept voor Spruit.