Genencentrum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Genencentra: (1) Mexico-Guatemala, (2) Peru-Ecuador-Bolivia, (2A) Zuid-Chili, (2B) Zuid-Brazilië, (3) Middellandse Zeegebied, (4) Midden-Oosten, (5) Ethiopië, (6) Centraal Azië, (7) Indo-Birma, (7A) Siam-Maleisië-Java, (8) China en Korea.[1]
Nikolai Vavilov

Een genencentrum is een gebied, waar een betrekkelijk groot aantal nauw verwante taxa voorkomen. Genetisch verwante taxa, zoals verwante soorten, ondersoorten of variëteiten, stellen vaak overeenkomstige eisen aan hun milieu, en hebben dan ook vaak vergelijkbare verspreidingsgebieden. Zo kunnen er in een bepaald gebied meerdere verwante soorten samen voorkomen, en vormen ze daar een genencentrum.[2]

Primair en secundair[bewerken]

Een primair genencentrum is het gebied waar de betreffende groep van taxa evolutionair hun oorsprong hebben, maar door klimaatveranderingen kunnen door de verschuiving van de arealen verschoven zijn en vanuit die gebieden secundaire genencentra zijn ontstaan.

Cultuurgewassen[bewerken]

Een biodiversiteitshotspot is een biogeografische regio met een uitzonderlijke hoge mate van biodiversiteit. Het gaat daarbij niet noodzakelijkerwijs om een groep van nauw verwante soorten, maar om soorten die in het gebied endemisch zijn en bedreigd worden. Het begrip 'biodiversiteitshotspot' moet dan ook niet verward worden met 'genencentrum'.

Bij landbouwgewassen is een genencentrum een geografisch gebied waar een aantal gecultiveerde plantensoorten, zowel gedomesticeerd als in het wild, mogelijk voor het eerst haar onderscheidbare eigenschappen heeft geëvolueerd.[3] De ontdekker van genencentra van de cultuurgewassen was Nikolaj Vavilov.

Genencentra liggen in een betrekkelijk beperkte streek ten noorden en ten zuiden van de evenaar. Vaak bevinden genencentra zich in gebieden met onderling sterk verschillende groeiomstandigheden, waardoor een eenzijdige selectie verhinderd wordt. [4]

Ook tegenwoordig komt in de genencentra nog een grote diversiteit voor, hetgeen nog steeds van belang is voor de plantenveredeling.

De belangrijkste 'biodiversiteitshotspots' van landbouwgewassen zijn:[5][6]

Regio Gewassen
1. Zuid-Mexico en Midden-Amerika: inclusief Guatemala, Honduras en Costa Rica.
2. Zuid-Amerika: 62 plantensoorten in 3 ondercentra

2. Peru, Ecuador, Bolivia:

2A. Chili (eiland bij Zuid-Chili)

2B. Brazilië-Paraguay

3. Middellandse Zeegebied: 84 plantensoorten
4. Midden-Oosten: inclusief delen van Azië, Zuid-Kaukasus, Iran, berggebieden van Turkmenistan. 83 plantensoorten
5. Ethiopië: inclusief Abessinië, Eritrea en delen van Somalië. 38 plantensoorten; rijk aan tarwe- en gersttypen.
6. Centraal-Azië: inclusief Noordwest-India (Punjab, grensgebieden in het Noordwesten en Kaschmir), Afghanistan, Tadzjikistan, Oezbekistan en West-Tian-Shan. 43 plantensoorten
7. India: Twee ondercentra

7. Indo-Birma: Hoofdcentrum (Hindustan): inclusief Assam en Birma, maar niet Noordwest-India, Punjab en de grensgebieden in het Noordwesten, 117 plantensoorten

7A. Siam-Maleisië-Java:: inclusief Indochina en Maleise Archipel, 55 plantensoorten

8. China en Korea: 136 Plantensoorten