Nederlands referendum over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samenvoegen van Ten minste één Wikipediagebruiker vindt dat de tekst van Burgercomité EU in dit artikel ingevoegd zou moeten worden, of dat er een duidelijkere afbakening tussen deze artikelen dient te worden gemaakt. Als de tekst wordt ingevoegd, dient dat artikel een redirect te worden (hier melden).
Referendum over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne
Stembiljet voor het referendum
Stembiljet voor het referendum
Datum 6 april 2016
Land Vlag van Nederland Nederland
Opkomst 32,2 %
Resultaat
Voor 38,1 %
Tegen 61,1%
Blanco 0,8 %
Uitslag Tegen[1]
UitslagReferendumOekraine.PNG
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het referendum over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne was een nationaal raadgevend referendum over goedkeuring door Nederland van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie, Euratom, hun 28 lidstaten en Oekraïne, de Wet van 8 juli 2015, houdende goedkeuring van de op 27 juni 2014 te Brussel tot stand gekomen Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (Trb. 2014, 160)[2].

Het referendum vond plaats in Nederland op 6 april 2016. De juridische basis voor het referendum was de op 1 juli 2015 aangenomen Wet raadgevend referendum. Zij maakt het mogelijk om een referendum aan te vragen over een reeds aangenomen wet, mits er door stemgerechtigden voldoende verzoeken worden ingediend. Actiegroep GeenPeil, een samenwerkingsverband tussen de website GeenStijl, het Burgercomité EU en het Forum voor Democratie, voerde actie om de benodigde verzoeken te verzamelen. In totaal werden 427.939 geldige verzoeken bij de Kiesraad ingediend, meer dan de benodigde 300.000.[3]

De datum van het referendum viel binnen de periode waarin Nederland voorzitter was van de EU.[4] Het referendum had een correctief karakter en was niet-bindend, maar inwerkingtreding van de goedkeuringswet na een afwijzing bij referendum zou opnieuw goedkeuring vereisen door de Tweede en Eerste Kamer.[5] De referendumvraag[6] luidde:

"Bent u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne?"

61% van de opgekomen kiezers - 2,5 miljoen van de 12,8 miljoen kiezers - stemden tegen de wet. De opkomst was 32%, waarmee de kiesdrempel gehaald werd.

Achtergrond[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne

Na onderhandelingen werd de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne getekend op 27 juni 2014.[7] In Nederland werd het verdrag met Oekraïne goedgekeurd door de Tweede Kamer op 7 april 2015. Het CDA, de ChristenUnie, de SGP, de VVD, het lid Houwers, het lid Klein, de Groep Kuzu/Öztürk, 50PLUS, het lid Van Vliet, D66, GroenLinks en de PvdA stemden voor. De SP, de Groep Bontes/Van Klaveren, de PVV en de Partij voor de Dieren stemden tegen.[8]

De Eerste Kamer nam het wetsvoorstel aan op 7 juli 2015. Daar stemde tevens de Onafhankelijke Senaatsfractie voor.

Wet raadgevend referendum[bewerken]

Verzoek Inzendduur Einddatum Drempel Ingediend Geldig
Inleidend verzoek[9] 4 weken 6 augustus 2015 10.000 14.441 13.480
Definitief verzoek[3] 6 weken 28 september 2015 300.000 472.849 427.939

Op 1 juli 2015 trad de Wet raadgevend referendum in werking.[10] De goedkeuringswet betreffende het EU-associatieverdrag met Oekraïne was vatbaar voor een referendum. In reactie daarop kondigde GeenStijl op 10 juli aan dat het samen met het Burgercomité-EU actie ging voeren voor het referendum.[11] Het Forum voor Democratie sloot zich hier later bij aan. De campagne verliep succesvol en op 14 oktober 2015 maakte de Kiesraad bekend dat de drempel van 300.000 ondersteuningsverklaringen ruimschoots was behaald.[3]

Beroep[bewerken]

Tegen het besluit van de Kiesraad om het referendum te houden over de Associatieovereenkomst met Oekraïne, werd beroep aangetekend door oud-advocaat Jeroen de Kreek bij de Raad van State.[12] Hij stelde onder meer dat de ondersteuningsverklaringen onjuiste en onvolledige gegevens bevatten en dat alle elektronische formulieren die via de digitale applicatie van GeenPeil werden ingevuld, geen geldige handtekening zouden hebben.[13] De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde dit beroep echter niet-ontvankelijk, omdat De Kreek geen belanghebbende was.[14] Niet-ontvankelijkheid brengt met zich mee dat de Afdeling bestuursrechtspraak in de uitspraak niet inhoudelijk is ingegaan op de bezwaren van De Kreek.

Voortgang[bewerken]

Door het slagen van de referendumactie kon Nederland het verdrag niet ratificeren. De ratificatie van alle EU-lidstaten, de EU, Euratom en Oekraïne was namelijk noodzakelijk voor inwerkingtreding het verdrag.[15] Een deel van het verdrag was al wel op 1 januari 2016 in werking getreden, vooral de clausules die betrekking hadden op de handel.[16] Volgens Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders was zeventig procent van de artikelen in het verdrag (ongeveer 355 artikelen) reeds voorlopig in werking getreden op 1 januari.[17] Op dit moment (stand 7 april 2016) zijn alleen Nederland, de Europese Unie zelf en Euratom niet overgegaan tot ratificatie.

Kosten[bewerken]

Voor de organisatie van het referendum werd in eerste instantie een bedrag van 25 miljoen euro beschikbaar gesteld. Hiervan zou 5 miljoen naar de Kiescommissie gaan en 20 miljoen naar de Nederlandse gemeenten.[18] De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gaf aan dat het bedrag waarschijnlijk niet voldoende is. Volgens de VNG was het organiseren van een volksraadpleging een nieuwe taak voor gemeenten en zou het vrijgemaakte bedrag minder dan de helft zijn van het bedrag dat beschikbaar was gesteld voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2012.[19] De Kamerleden Koşer Kaya (D66) en Van Raak (SP) dienden op 17 november 2015 een amendement in voor het verhogen van het bedrag in het gemeentefonds met 22,2 miljoen euro.[20] Dit zou het totaalbedrag voor gemeentes op 42,2 miljoen euro brengen. Het amendement, waarover op 3 december werd gestemd, werd verworpen: regeringspartijen VVD en PvdA stemden tegen, alsmede het CDA, de ChristenUnie en de SGP.[21] Ook een motie van de PVV-fractie in de Eerste Kamer voor het verhogen van het budget haalde het niet: op 22 december werd de motie met 43 stemmen tegen en 31 vóór verworpen. Naast de PVV stemden D66 en SP voor.[22] Op 12 januari 2016 werd bekend dat Minister van Binnenlandse zaken Ronald Plasterk, na overleg met de VNG, het bedrag in het gemeentefonds met 10 miljoen euro ging verhogen. Hiermee kwam het totaalbedrag op 30 miljoen.[23]

Referendumcommissie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Referendumcommissie

Volgens de Wet raadgevend referendum moest er een onafhankelijke referendumcommissie worden ingesteld om het referendum ordentelijk te doen verlopen. De vijf leden van deze commissie werden op 29 september 2015 benoemd.[24] Medy van der Laan, staatssecretaris van Cultuur en Media in het Kabinet-Balkenende II, werd benoemd tot voorzitter van de commissie.[25] De overige leden waren: Prof. mr. Aletta Blomberg, advocaat en Bijzonder hoogleraar Rechtshandhaving aan de Erasmus Universiteit Rotterdam; prof. mr. drs. Willemien den Ouden, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden; prof. dr. Ruud Koole, hoogleraar politicologie aan de Universiteit Leiden; dr. Reint-Jan Renes, universitair hoofddocent bij de leerstoelgroep Strategic communication aan de Universiteit van Wageningen.[24]

De commissie had de volgende vier taken:

  • Het bepalen van de datum voor het referendum;
  • Het bepalen hoe de wet waar het referendum over gaat, wordt genoemd op het stembiljet;
  • Het geven van informatie aan de kiezers over de wet waar het referendum over gaat;
  • Het verstrekken van subsidie voor activiteiten die het debat moeten stimuleren over de wet waar het referendum over gaat.[24]

Subsidie[bewerken]

De referendumcommissie maakte op 16 november 2015 bekend twee miljoen euro beschikbaar te hebben gesteld voor het voeren van campagne. Zowel voor- als tegenstanders van het associatieverdrag konden aanspraak maken op deze subsidie, in de hoedanigheid van (politieke) partij, organisatie, bedrijf of particulier (individu). Ook neutrale campagnes konden een subsidieverzoek indienen.[26] Het bedrag van twee miljoen werd als volgt verdeeld: 'ja'-campagnes en 'nee'-campagnes kregen ieder in totaal 700.000 euro; neutrale campagnes kregen 600.000 euro.[27] Tachtig procent van het totaal was voor organisaties; twintig procent voor particulieren.[27] Over de periode 14 december 2015 - 14 januari 2016 konden verzoeken tot subsidieverstrekking worden ingediend, die gelijke kans van toewijzing hadden. In het geval dat er daarna subsidiegeld overschoot, konden er verzoeken worden ingediend tot en met 2 maart 2016. Deze verzoeken werden door de referendumcommissie op volgorde van binnenkomst behandeld.[28]

Op 3 februari 2016 werd bekend dat er al 170 aanvragen bij de referendumcommissie waren binnengekomen.[29] Van de ontvangen aanvragen zou bijna de helft "technisch niet in orde" zijn (zo zou op veel formulieren een handtekening ontbreken).[29] Ook zou een gedeelte van de aanvragen inhoudelijk te summier zijn.[29] Vanwege de vele gebrekkige aanvragen kon slechts een klein deel van de aanvragen in eerste instantie worden goedgekeurd.[29] Op 3 februari waren er drie aanvragen goedgekeurd, waarvan één 'nee'-campagne en twee neutrale campagnes.[30] Op diezelfde datum stond het totaal aangevraagde bedrag op 3.769.942 euro: ruimschoots meer dan de beschikbare twee miljoen.[31] SP-kamerlid Harry van Bommel, die een 'nee'-campagne voert namens zijn partij, zei op 2 februari dat de subsidieaanvraag een "chaos en een zooitje" was.[32] Zo zou er op het aanvraagformulier - ook voor verenigingen - maar ruimte zijn voor één handtekening.[32] Minister voor Wonen en Rijksdienst Stef Blok sprak tegen dat het een chaos zou zijn, maar erkende dat er sprake was van onduidelijke communicatie.[32] Op 12 februari waren er meer dan zeventig aanvragen goedgekeurd, wat neerkomt op een totaalbedrag van 850.000 euro.[33]

Na het verstrijken van de deadline (op 2 maart) werd bekend dat de subsidie was verdeeld over 110 personen en bedrijven. De beschikbaar gestelde twee miljoen euro was op dat moment zo goed als verdeeld: enkele aanvragen waren nog in behandeling. Er was voor meer dan vijf miljoen subsidie aangevraagd. 120 aanvragen werden niet toegekend omdat het budget overschreden was. Vier politieke partijen (D66, Groenlinks, Pvda en de Partij voor de dieren) hebben subsidie gekregen.[34] Aanvragers van subsidie moeten na afloop van de campagne verantwoording afleggen aan de referendumcommissie over gebruik van het toegekende subsidiegeld.[34]

Onafhankelijke waarnemers[bewerken]

GeenPeil stuurde op 3 december 2015 een brief naar de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) om te vragen of zij onafhankelijke waarnemers naar Nederland kan sturen.[35] De organisatoren van het referendum zeggen te vrezen voor een ondemocratisch verloop van het referendum, nu blijkt dat er (volgens GeenPeil) niet voldoende stembureaus zullen komen, en dat enkele politieke partijen zich tegenstander hebben verklaard van het referendum.[36]

De commissie die de regering adviseert in Europese zaken bracht op 18 december een positief advies uit aan de minister van Buitenlandse Zaken over het uitnodigen van waarnemers. Ook adviseert de commissie om de waarnemers een 'pre-electoral mission' (een voorafgaand onderzoek) te laten uitvoeren.[37]

De OVSE liet op 19 januari weten geen waarnemers naar het referendum te sturen. De OVSE verklaart dat zij meestal waarnemers stuurt bij verkiezingen, en maar zelden bij referenda. Bovendien zijn er in april verscheidene aandachtspunten voor OVSE-waarnemers - er zijn verkiezingen in diverse landen - en zijn (aldus een woordvoerder) "de middelen beperkt."[38]

Op 26 januari stuurde GeenPeil een nieuw verzoek naar de OVSE om waarnemers te sturen. Volgens GeenPeil voldoet Nederland niet aan richtlijnen van de Europese anticorruptiewerkgroep Groep van Staten tegen corruptie (waarvan Nederland lid is), die giften uit het buitenland aan een Nederlandse verkiezingscampagne aan banden zou moeten leggen of helemaal verbieden. Met de gift van de Amerikaanse miljardair George Soros aan Stem voor Nederland[39] zou Nederland zich niet aan deze richtlijnen houden, aldus GeenPeil.[40] Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders informeerde de Tweede Kamer op 8 februari dat de OVSE definitief niet als waarnemer bij het referendum aanwezig zou zijn.[41]

Aantal stembureaus[bewerken]

Stempas voor het referendum

In de meeste gemeentes waren er minder stembureaus dan tijdens eerdere verkiezingen[42][43][44][45][46][47], en in sommige gemeentes bleef het aantal stembureaus gelijk.[48][49] In enkele gemeentes (Amsterdam, Amersfoort en Den Helder) werd het aantal stembureaus verkleind, maar bleef het aantal stemlocaties vrijwel gelijk. Dit werd bereikt door het samenvoegen van meerdere stembureaus op dezelfde locatie.[50][51] Voor gemeentes waar het aantal stembureaus gelijk bleef, leverde het organiseren van het referendum mogelijk een financieel tekort op.[48] Gemeenten waar het aantal stembureaus werd verminderd, noemden als verklaring vooral de verwachting van een lage opkomst en de kosten die de organisatie met zich zou meebrengen.[42] Vergeleken met de Provinciale Statenverkiezingen 2015 werden er ongeveer tien procent minder stembureaus ingericht tijdens het referendum.[52]

Begin maart werden twee rechtszaken gevoerd in gemeenten die het aantal stembureaus met meer dan dan de helft verminderden. De rechtbank Overijssel oordeelde in een bestuursrechtelijke zaak dat de gemeente Oldenzaal het aantal stembureaus mocht terugbrengen van 17 naar 5.[53] De rechtbank Oost-Brabant daarentegen oordeelde in een civielrechtelijke zaak dat de gemeente Son en Breugel een onrechtmatige overheidsdaad beging door het aantal stembureaus terug te brengen van de gebruikelijke 10 naar 3 stembureaus en oordeelde dat er 7 moesten worden ingesteld.[54]

Voor- en tegenstanders[bewerken]

Voorstanders[bewerken]

Politiek[bewerken]

Campagneposter van D66

Regeringspartijen VVD (principieel tegen het referendum als politiek instrument) en PvdA, alsmede CDA, kondigden aan geen "grootschalige campagne" te gaan voeren.[55] De regeringspartijen zeiden wel te zullen deelnemen aan debatten over het referendum, waarbij ze "actief [uitdroegen] wat volgens hen het antwoord moet zijn, namelijk 'ja'".[56] De Jonge Socialisten, de jeugdafdeling van de PvdA, voerde een "zichtbaarheidscampagne op stations". Daarvoor kreeg zij een subsidiebedrag van 50.000 euro van de referendumcommissie.[57]

D66 was voor het verdrag en zei een 'ja'-campagne te gaan voeren.[58] D66 besteedde vijftigduizend euro uit de partijkas voor het voeren van de campagne; daarnaast vroeg de partij subsidie aan bij de referendumcommissie.[59] Een subsidiebedrag van 50.000 euro werd toegekend aan D66 voor het opzetten van online advertenties en het verspreiden van posters en flyers.[57] De campagne werd geleid door Kamerlid Kees Verhoeven.[59] GroenLinks, ook voorstander van het verdrag, kreeg een bedrag van 11.000 euro voor een flyercampagne.[57] De ChristenUnie was ook vóór het associatieverdrag, maar tegen het raadgevend referendum. Toch spoorde zij haar achterban aan om te gaan stemmen.[60]

Verenigingen[bewerken]

De 'ja'-campagne werd geleid door de stichting Stem voor Nederland, opgericht door de conservatieve Nederlandse politiek activist Joshua Livestro, hoofdredacteur van weblog Jalta.nl, en voormalig PvdA-voorzitter Michiel van Hulten, werkzaam als lobbyist in Brussel.[61][59] Op 22 januari 2016 werd bekend dat miljardair George Soros via zijn Open Society Foundations 200.000 euro heeft geschonken aan Stem voor Nederland.[39] Stem voor Nederland zag haar subsidieaanvraag geretourneerd door de referendumcommissie als gevolg van ontbrekende handtekeningen op het aanvraagformulier.[62]

Internationaal[bewerken]

De Oekraïense president Petro Porosjenko zei in november 2015 - tijdens een staatsbezoek aan Nederland - in een interview met het NRC Handelsblad dat het referendum "koren op de molen van Poetin" was. Het referendum zou, aldus Porosjenko, "bewust of onbewust de Russische agressie in de kaart spelen." De Oekraïense president zei het idee te verafschuwen "dat de Nederlanders gijzelaars worden van een politiek spel." En: "Iedereen moet weten dat een stem in het referendum ook een stem is voor of tegen de Oekraïners die hun leven hebben gegeven voor Europese waarden."[63] Porosjenko zei na overleg met minister-president Mark Rutte dat een eventueel 'nee' niet het einde van het associatieverdrag zal betekenen. "Niemand kan ons tegenhouden. Het is voor ons het laatste afscheid van de Sovjet-Unie, van het communisme," aldus de Oekraïense president.[64]

De Oekraïense minister van financiën Natalie Jaresko zei in een interview met NRC Handelsblad (gepubliceerd op 30 maart 2016) dat "een overwinning van het Nee-kamp geen enkel gevolg zal hebben voor Oekraïne."[65] Jaresko zei dat er in haar land een "breed gedragen" beslissing is genomen, die "de weg naar hervormingen van Oekraïne niet zal blokkeren."[65] Volgens Jaresko gaat Oekraïne "hoe dan ook" door met het verdrag, "ongeacht de uitkomst in Nederland."[65]

Voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker waarschuwde in een interview met het NRC Handelsblad op 9 januari 2016 dat een Nederlands 'nee' de "deur kan openen naar een grote continentale crisis."[66] Ook volgens Juncker speelt het referendum Rusland in de kaart, en is het koren op de molen "van populisten die de EU willen opblazen." De EU-voorzitter zei te hopen dat "de Nederlanders niet nee zullen zeggen om redenen die niets met het verdrag zelf te maken hebben."[66] Tijdens de zevende Schmelzer-lezing in Den Haag (3 maart) herhaalde Juncker zijn waarschuwing. Volgens Juncker leidt een Nederlands 'nee' tot "destabilisering in Europa."[67] Juncker benadrukte dat het verdrag niet gaat om toetreding van Oekraïne tot de EU. Enige uitbreiding van de EU zou momenteel niet aan de orde zijn: Juncker gaf te kennen dat uitbreiding van de EU in het verleden te gehaast is verlopen.[67]

De Amerikaanse regering was officieel neutraal over het referendum; volgens de Amerikaanse ambassade was het "een Nederlandse aangelegenheid."[68] Begin februari werd er door de Amerikaanse ambassade een persreis georganiseerd voor Nederlandse journalisten in Oekraïne, officieel "om te zien hoe Oekraïne ervoor staat, bijna twee jaar na de Maidan-opstand."[69] Onder andere journalisten van De Telegraaf, het AD en het Reformatorisch Dagblad gingen in op de Amerikaanse uitnodiging.[69] De journalisten spraken met politici, wetenschappers en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Ook president Porosjenko werd geïnterviewd.[68]

Voormalig voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy, indertijd nauw betrokken bij de totstandkoming van het associatieverdrag, zei in een interview met het dagblad Trouw dat een 'nee' een "blamage zou zijn voor de Nederlandse regering."[70] Volgens Van Rompuy hebben de Nederlandse regering en het parlement al ingestemd met het akkoord, en zou een afwijzing "Nederland tot een minder betrouwbare partner maken."[70] De Maidan-opstand zou zijn begonnen naar aanleiding van het associatieverdrag, aldus de voormalig voorzitter. "Als we nu de (Europese) steun intrekken, is Oekraïne verloren."[70]

Tegenstanders[bewerken]

Politiek[bewerken]

PVV, SP, Partij voor de dieren en VNL waren tegenstander van het verdrag en zeiden een 'nee'-campagne te gaan voeren.[71][72][73] De SP vroeg subsidie aan bij de referendumcommissie. Kamerlid Harry van Bommel, die de campagne leidde, zei 1.750 SP-leden te willen mobiliseren om campagne te voeren.[59]

Volgens SP-Kamerlid Jasper van Dijk bevat artikel 89 lid 2 van het associatieakkoord een frase die de invoering van de investeringsbescherming ISDS mogelijk maakt. Een dergelijke investeringsbescherming maakt het bedrijven mogelijk om een overheid aan te klagen op basis van internationale wetgeving. Van Dijk noemde de ISDS een "Trojaans paard," omdat ze afbreuk zou doen aan sociale wetgeving en alleen in het belang van multinationals zou zijn.[74] De SP eiste dat de clausule uit het verdrag geschrapt werd.[74]

De Partij voor de Dieren, ook tegen het verdrag, zag haar subsidieaanvraag van 50.000 goedgekeurd door de referendumcommissie. De partij heeft het geld onder andere gebruiken voor een internetfilm.[57]

Verenigingen[bewerken]

De denktank Forum voor Democratie onder leiding van publicist en jurist Thierry Baudet, mede-initiatiefnemer van de referendumaanvraag, voerde een 'nee'-campagne.[59] Volgens Baudet werd Oekraïne met het verdrag "slachtoffer van de imperialistische politiek van de EU."[59] Forum voor Democratie vroeg een subsidie van 50.000 euro aan bij de referendumcommissie.[59] Het kreeg een bedrag van 46.913 euro van de referendumcommissie voor het organiseren van een congres.[57] Op 5 februari 2016 werd bekend dat Baudet samen met ondernemer Erik de Vlieger een kort geding tegen Minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk ging aanspannen. Inzet was onder andere om de voorlopige implementatie van een groot gedeelte van het associatie-akkoord stop te zetten. Ook zou duidelijk moeten worden gemaakt dat Nederland het verdrag nog niet heeft geratificeerd, ondanks berichten van de EU en van de Oekraïense president Porosjenko dat dat wel het geval is.[75][76] Het kort geding diende op 8 maart in Den Haag.[77] Plasterk werd door de rechter in het gelijk gesteld, en hij hoefde geen extra stembureaus in te stellen. Volgens de rechter kon niet vastgesteld worden dat gemeenten in hun taak tekortschoten.[78] Het Forum voor Democratie spande ook een kort geding aan tegen de gemeente Son en Breugel, een van de gemeentes waar minder stembureaus zouden worden geopend dan tijdens eerdere verkiezingen (3 van de 10). Het Forum voor Democratie hoopte daarmee af te dwingen dat in de gemeente alle stembureaus zouden worden geopend.[51] De rechter oordeelde dat drie stembureaus te weinig was, en verwachtte van de gemeente dat ze er ten minste zeven zou openstellen. De gemeente respecteerde dit besluit.[79]

Het Burgercomité-EU, mede-initiator van het referendum, was tegenstander van het associatie-akkoord. Tegelijkertijd gaf voorzitter Arjan van Dixhoorn op 31 maart 2016 echter toe dat Oekraïne de initiatiefnemers "niets [kon] schelen."[80] Volgens Van Dixhoorn wilde het Burgercomité-EU via het referendum een proteststem laten horen tegen de Europese Unie, en tegen het Nederlands lidmaatschap van de EU. Het referendum was voor het Burgerforum een "mogelijkheid om de relatie tussen Nederland en de EU onder spanning te zetten."[80] Het associatie-akkoord met Oekraïne was het eerste referendabele wetsvoorstel dat met de Europese Unie te maken had, aldus het Burgercomité. D66-kamerlid Kees Verhoeven noemde de uitspraken van het Burgercomité "bizar en schokkend."[81] "De ontmaskering is compleet," aldus Verhoeven.[82]

Internationaal[bewerken]

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov gaf na ondertekening van het verdrag op 27 juni 2014 aan dat de Russische regering het zal respecteren, hoewel zij sterk gekant is tegen het verdrag.[83] Gesprekken tussen de Europese Unie en Moskou om de zorgen van Rusland over het verdrag weg te nemen, liepen op 21 december 2015 spaak.[84] Op 16 januari 2016 meldde de Britse krant de Telegraph dat Amerikaanse veiligheidsdiensten onderzoek deden naar "Russische invloed op het referendum."[85] Volgens de krant vermeldden "bronnen" dat "argumenten die gebruikt werden vóór het referendum erg lijken op Russische propaganda."[85] Het Russische Ministerie van Buitenlandse Zaken wees de "paranoïde" aantijgingen van de hand.[86] Volgens het Ministerie was het referendum een "natuurlijke reactie op het buitenlandbeleid van de EU, dat geen rekening houdt met de publieke opinie in de afzonderlijke lidstaten."[86] Moskou bekritiseerde het verminderen van het aantal stembureaus en de "tegenwerking van het referendum door de Nederlandse regering."[86]

De Britse UKIP-Europarlementariër Nigel Farage kondigde eind februari aan dat hij het 'nee'-kamp steunde.[87] Farage woonde op 4 april een debatavond bij in Volendam, op uitnodiging van VNL.[88][89] Hij zei te hopen dat een Nederlands 'nee' invloed zal hebben op het Britse referendum over het EU-lidmaatschap, dat op 23 juni 2016 gehouden wordt.[89] Farage hoopte op een hoge opkomst, en voorspelde een politieke aardverschuiving als die er inderdaad zou komen.[88]

Neutraal[bewerken]

Stichting GeenPeil (onder leiding van GeenStijl-blogger Bart Nijman) wilde een neutrale campagne voeren.[59] De stichting zette zich met name in voor een hoge opkomst, en wilde daarvoor 1.500 vrijwilligers (het Leger des Peils) inzetten. GeenPeil vroeg subsidie aan bij de referendumcommissie, maar zag haar aanvraag in eerste instantie afgekeurd. Daarop besloot zij om de aanvraag stop te zetten.[33] GeenPeil hoopte via crowdfunding geld op te halen om de campagne te bekostigen. De stichting spande net als het Forum voor Democratie een kort geding aan tegen een Nederlandse gemeente waar naar verhouding weinig stembureaus zouden worden ingericht: Oldenzaal, waar 5 van de normale 17 stembureaus hun deuren zouden openen. De rechtszaak diende op 3 maart.[51] De rechtbank wees het verzoek op 8 maart af.[90] Volgens de rechter had de gemeente een redelijk besluit genomen: zowel het stemmen als het tellen van de stemmen zou minder tijd in beslag nemen dan tijdens Tweede Kamerverkiezingen.[91]

GeenPeil stuurde naar eigen zeggen bezwaarschriften naar 163 gemeenten.[51]

Opiniepeilingen[bewerken]

Peildata Voor Tegen Onbeslist Opkomst Grootte steekproef Uitgevoerd door
30 mrt. 2016 43% 57% - minstens 29% 2.382 I&O Research[92]
30 mrt. - 1 apr. 2016 25% 40% 11% voor; 12% tegen; 13% w.n. onbekend 27.253 EenVandaag[93]
23-30 mrt. 2016 36% 54% 10% minstens 32% onbekend TNS NIPO[94]
13-20 mrt. 2016 40% 60% n.v.t.  ? 3000+[95] Peil.nl[96]
3-7 mrt. 2016 33% 44% 23% minstens 37% 2.510 I&O Research[97]
19-22 feb. 2016 19% 30% 14% wschl. voor, 15% wschl. tegen n.v.t. 29.650 EenVandaag[98]
29 jan.-8 feb. 2016 32% 38% 30% minstens 32% 2.388 I&O Research[99]
1-7 feb. 2016 40% 60% n.v.t. minstens 26% 3.000+[100] Peil.nl[101]
12-21 jan. 2016 31% 38% 31% minstens 34% 2.550 I&O Research (i.s.m. Universiteit Twente)[102][103]
18–28 dec. 2015 13% 51% 13% wschl. voor, 23% wschl. tegen minstens 53% 27.151 EenVandaag[104]
3-20 dec. 2015 25% 41% 34% minstens 28% 3.490 I&O Research (i.s.m. Universiteit Twente)[105]

Dreigvideo[bewerken]

Op 18 januari 2016 verscheen er op YouTube een video waarin zes gemaskerde mannen dreigen met aanslagen in Nederland als er op 6 april 'nee' wordt gestemd. De mannen doen zich voor als leden van het extremistische Azovbataljon. De Oekraïense regering en de leiding van het Azovbataljon ontkenden onmiddellijk iedere betrokkenheid: volgens hen was het filmpje - waarin ook de Nederlandse vlag verbrand wordt - "nep" en "in Rusland gefabriceerd".[106] De commandant van het Azovbataljon Andri Djatsjenko benadrukte dat het bataljon altijd via officiële kanalen bericht, en wees erop dat de uniformen en de getoonde wapens niet overeenkomen met die van het bataljon.[106] De Oekraïense Minister van Binnenlandse Zaken Arsen Arsakov noemde het filmpje "een provocatie" en de Nationale Veiligheids- en Verdedigingsraad schaarde het onder "hybride oorlogsvoering".[106]

Op 3 april 2016 verscheen er een rapport van onderzoekscollectief Bellingcat, waarin werd betoogd dat de dreigvideo waarschijnlijk uit Rusland komt, meer specifiek uit Sint-Petersburg.[107] Daar bevindt zich een vereniging, het Internet Research Agency, die Russische jongeren betaalt om pro-Russische en antiwesterse boodschappen te verspreiden via het internet. Volgens Bellingcat is de video dus niet het werk van individuele internettrollen, maar van een Russisch netwerk.[108]

Uitslag[bewerken]

Voorlopige uitslag per gemeente volgens de NOS. In het rood een meerderheid tegenstanders; in het groen een meerderheid voorstanders.
De opkomst. In rood de gemeentes waar minder dan 30% van de kiesgerechtigden heeft gestemd (overigens zonder gevolgen voor de geldigheid van stemmen uit die gemeentes: de kiesdrempel gold alleen voor het totaal aantal stemmen).

De voorwaarden voor de geldigheid van het referendum worden genoemd in de Wet raadgevend referendum. De belangrijkste voorwaarde is de opkomstdrempel van 30%. Zonder het halen van de opkomstdrempel zou het referendum niet geldig zijn. Als de opkomstdrempel zou worden gehaald en een meerderheid tegen de Nederlandse goedkeuring van het verdrag met Oekraïne zou stemmen, dan zou de wetgever een inwerkingtredingswet aan moeten nemen ofwel de wet die het verdrag goedkeurt intrekken. In reactie op Kamervragen gaf minister-president Mark Rutte aan dat hij het verloop van het referendum zou afwachten en voorafgaand geen standpunt zou innemen.[109]

Op 24 november deed mede-initiatiefnemer GeenStijl een eigen onderzoek naar het draagvlak onder politieke partijen met betrekking tot het accepteren van de uitslag van het referendum. SP, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP, Partij voor de Dieren, VNL en 50PLUS hadden al eerder kenbaar gemaakt dat zij vinden dat de regering de uitkomst zou moeten respecteren, mits de opkomstdrempel wordt gehaald. Daar kwam nu ook de PvdA bij.[110] Met deze toezegging heeft de uitkomst van het referendum nu een meerderheid in de Tweede Kamer. VVD en D66 hebben aangegeven zich niet vooraf te willen binden, maar eerst de uitslag af te willen wachten.[111] Op de verkiezingsavond zei premier Rutte dat Nederland het verdrag bij een overwinning van de tegenstanders "niet zonder meer" zou tekenen.[112] Hij liet in het midden wat de vervolgstappen zouden zijn na afwijzing van het verdrag, maar zei dat er een lang proces in gang gezet zou worden, waarbij "stap voor stap" naar oplossingen gezocht moest worden.[113]

De opkomstdrempel werd gehaald, met 32,28%. Daarmee was de uitslag van het referendum geldig. 61% van de opgekomen kiezers stemde tegen het verdrag; dat is bijna 20% van de kiesgerechtigden.[114]

Keuze # stemmen  %
Voor 1.571.874  38,21
Tegen 2.509.395  61,00
Blanco 32.344  0,79
Geldige stemmen 4.113.613 100,00
Ongeldig 38.000  0,92
Uitgebrachte stemmen/opkomst 4.151.613 32,28
Stemgerechtigden 12.862.658 

De Europese Commissie, al eerder in de problemen gebracht door referenda in individuele lidstaten[115], maakte op 7 april bekend voorlopig geen wijzigingen aan te brengen in de inwerkingtreding van het verdrag.[116]

Evaluatie Kiesraad[bewerken]

De Kiesraad kwam op 2 juni 2016 met een evaluatie over het verloop van het referendum. De raad was kritisch, vooral op de manier waarop de handtekeningen ter verzoek van het referendum ingeleverd dienden te worden, die door de raad "omslachtig, niet erg klantvriendelijk en niet efficiënt" werd genoemd.[117] Onder de "weeffouten en onvolkomenheden" van het referendum viel verder de onmogelijkheid voor de Kiesraad om de ingezamelde handtekening te controleren op echtheid, de vrijheid die gemeenten hadden om naar eigen inzicht stemhokjes te plaatsen, en de onduidelijkheid van het stembiljet. Ook de ingestelde opkomstdrempel van 30% werd gekraakt door de Kiesraad: die zou thuisbijven in de hand werken.[117]