Peter Lorre

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Peter Lorre
Peter Lorre in 1946 (foto van Yousuf Karsh)
Peter Lorre in 1946 (foto van Yousuf Karsh)
Algemene informatie
Geboren 26 juni 1904
Geboorteplaats Rózsahegy
Overleden 23 maart 1964
Overlijdensplaats Los Angeles
Land Vlag van Oostenrijk-Hongarije Oostenrijk-Hongarije
Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Bijnaam Little Pete
Werk
Jaren actief 1929 – 1964
Beroep Acteur
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Peter Lorre, geboren als László Löwenstein (26 juni 190423 maart 1964), was een Amerikaanse acteur van Oostenrijks-Hongaarse afkomst. Hij stond bekend om zijn lijzige stem, zijn Oostenrijks accent en zijn grote, ietwat uitpuilende ogen. Lorre werd vaak als sinistere buitenlander getypecast in thrillers, film noirs en horrorfilms.

Lorre begon zijn acteercarrière op het toneel in Oostenrijk, Zwitserland en de Weimarrepubliek. In 1931 speelde hij de hoofdrol in de filmklassieker M – Eine Stadt sucht einen Mörder van Fritz Lang. Zijn vertolking van de kindermoordenaar Hans Beckert leverde hem internationale bekendheid. Omdat Lorre een Jood was verliet hij Duitsland toen Adolf Hitler aan de macht kwam. In Groot-Brittannië speelde hij in zijn eerste Engelstalige film, The Man Who Knew Too Much (1934) van Alfred Hitchcock.

In 1935 vestigde Lorre zich in Hollywood. De eerste jaren in Amerika speelde hij in veel B-films de rol van misdadiger. Van 1941 tot 1946 werkte Lorre voornamelijk voor Warner Bros. en speelde met Humphrey Bogart en Sydney Greenstreet in filmklassiekers als The Maltese Falcon (1941) en Casablanca (1942). Andere noemenswaardige films met Lorre zijn onder andere Frank Capra's Arsenic and Old Lace (1944), Disney's 20,000 Leagues Under the Sea (1954) en Der Verlorene (1951), die hij zelf regisseerde.

Lorre stond bekend als een rustige man met een droog gevoel voor humor. Hij had overwegend een goed humeur, ondanks zijn hardnekkige morfineverslaving en gezondheidsproblemen. Lorre was bevriend met beroemdheden als Bertolt Brecht, Humphrey Bogart en John Huston. Zijn eigen ambities bleven echter grotendeels onvervuld. De karakterrol die Hollywood Lorre opdrong gaf hem minder vrijheid dan hij wenste.

Biografie[bewerken]

Peter Lorre werd op 26 juni 1904 als László Löwenstein geboren in de Hongaarse stad Rózsahegy, het huidige Ružomberok in Slowakije. Hij was het eerste kind van het Joodse echtpaar Alajos Löwenstein en Elvira Freischberger. Zij woonden pas kort in Rózsahegy en waren hier als Duitssprekende Joden buitenbeentjes in een overwegend Slowaakse samenleving.[a] Alajos werd als hoofdboekhouder aangesteld in een lokale textielfabriek. Daarnaast was hij luitenant in de Oostenrijkse militaire reserve, waardoor hij vaak van huis was.[2]

Elvira stierf toen Lorre vier jaar oud was. Zij liet Alajos nog twee zonen na, waarvan de jongste enkele maanden oud was. Alajos trouwde kort daarop met Melanie Klein, de beste vriendin van Elvira. Bij haar kreeg hij nog twee kinderen. Lorre had een slechte verstandhouding met zijn stiefmoeder. Hij miste zijn moeder en zonderde zich veel af. Dit alles drukte een stempel op zijn jeugd.[3] Toen in 1913 de Tweede Balkanoorlog uitbrak, verhuisde Alajos en zijn gezin naar Wenen. Tijdens de winter van 1914-1915 diende hij aan het Oostfront. Later werd Alajos wegens hartklachten overgeplaatst en kreeg hij de leiding over een gevangenenkamp.[4]

Toneel (1922–1931)[bewerken]

Op 17-jarige leeftijd begon László zijn acteercarrière met rollen in het Weense theater. Hij werkte aanvankelijk met de Weense en poppenspeler Richard Teschner. Alajos zag echter geen toekomst in het toneel en raadde László aan om een degelijke baan te nemen. Dankzij zijn oom, een directeur van de Anglo-Österreichischen Bank in Wenen, kreeg László in oktober 1922 een functie op de afdeling voor buitenlandse wisselkoersen. Binnen enkele maanden was hij hier opgeklommen tot manager. Naast zijn werkzaamheden voor de bank bleef László in de avonduren acteren. Toen zijn werk hieronder begon te lijden werd hij ontslagen.[5] Na een poos te hebben rondgezworven, werd László onder de hoede genomen van de theatereigenaar Jacob Moreno. Deze raadde hem aan om een artiestennaam te nemen. László kreeg dezelfde voornaam als de Oostenrijkse schrijver Peter Altenberg, een vriend van Moreno. Als achternaam stelde Moreno 'Lorre' voor, een Duitse koosnaam voor een papegaai.[6]

Lorre verhuisde later naar Breslau, het huidige Wrocław, waar hij in 1924 en 1925 in allerlei theaters kleine rollen vertolkte.[7] Lorre raakte bevriend met de acteur Hans Peppler. Toen deze in augustus 1925 naar Zürich in Zwitserland verhuisde, nam hij Lorre mee.[8] De twee speelden in tal van toneelstukken, ondanks Lorre's gezondheidsproblemen. Hij had reeds enige tijd last van chronische galblaasklachten, met hevige pijnen en overgeven als gevolg. Alajos Loewenstein stuurde een chirurg naar zijn zoon om hem te opereren. Deze gaf Lorre morfine als pijnstiller, zodat hij kon blijven acteren. Het was het begin van een verslaving waar Lorre de rest van zijn leven mee zou worstelen.[9]

We talked for about half an hour and it was as if we had known each other for twenty years. "You're not going to get that part," he told me. I felt terrible. It was very Brechtian, really, because he waited a moment and then said: "You're going to play the lead in another play I have." Deep down in my heart, you see, I'm a Cinderella.[b]
- Peter Lorre over Bertolt Brecht[10]

Nadat Lorre in een toneelstuk van Franz Theodor Csokor had gespeeld, hielp deze hem in 1927 aan een contract in het Renaissance Theater in Berlijn. Daar aangekonen raakte Lorre bevriend met de Duitse toneelschrijver Bertolt Brecht.[11] Brechts Dreigroschenoper (Driestuiversopera) ging op 30 mei 1929 in Berlijn in première, met Lorre in een van de hoofdrollen. De actrice Celia Lovsky was een van de toeschouwers. Zij was onder de indruk van Lorre's acteerwerk en zocht hem na de voorstelling op. Lorre herkende haar, hij had haar in Oostenrijk gezien in een toneeluitvoering van Shakespeare's Othello. Kort na deze ontmoeting gingen Lovsky en Lorre samenwonen.[12]

Af en toe speelden Lorre en Lovsky in dezelfde toneelstukken. Zo hadden beiden een rol in Die Unüberwindlichen van Karl Kraus, samen met Peppler en Kurt Gerron. Kraus had een lange reeks voorstellingen op het oog, maar na de eerste opvoering op 20 oktober 1929 werd de show afgelast. Het theater noemde een slechte opbrengst en Lorre's gezondheid als reden, maar volgens de toneelhistoricus Harry Zohn gebeurde dit op verzoek van de Oostenrijkse ambassade. Kraus stond immers bekend om zijn kritiek op de Weense pers en de Oostenrijkse regering.[13]

Lorre's carrière kwam echter niet in gevaar. Na Dreigroschenoper speelde hij nog meer belangrijke rollen in Brechts stukken. Samen met zijn Joodse vriend Gerron speelde hij in Happy End (1929).[14][15] Ook in Mann ist Mann (1931) speelde Lorre een van de hoofdrollen.[16] Brecht noemde hem de beste vertolker van zijn werken. Binnen drie jaar behoorde Lorre tot de bekendste toneelspelers in Berlijn.[17]

Eerste films (1929–1933)[bewerken]

In 1929 maakte Lorre zijn filmdebuut met een figurantenrol in Die verschwundene Frau, een stomme film van Karl Leiter. De film werd lange tijd als verloren beschouwd, maar in 1984 herontdekt. Nadat de restauratie in 1996 gereed was, werd Lorre als patiënt in de tandartsscène ontdekt.[18][c]

Lorre brak door in zijn rol van psychotische moordenaar in M.

Lorre heeft altijd beweerd dat M – Eine Stadt sucht einen Mörder uit 1931 zijn filmdebuut was.[20] Zijn vertolking van kindermoordenaar Hans Beckert was hoe dan ook zijn eerste grote rol op het witte doek. M was de eerste geluidsfilm van Fritz Lang, die hij naar verluidt baseerde op de moordzaak van Peter Kürten in Düsseldorf.[21] Lorre had zijn rol mede te danken aan Celia Lovsky. Zij was degene die hem aan Lang voorstelde.[22] Deze was er van overtuigd dat Lorre geschikt was en liet hem geen screentest doen.[23] Zelf was Lorre sceptisch en zei tegen Lang: "wie kan een filmcarrière verwachten met zo'n gezicht als dat van mij?"[d] De film werd echter positief ontvangen en verscheen ook in bioscopen buiten Duitsland. Later beweerde Lang in een interview dat Lorre met zijn vertolking van Hans Beckert zijn beste acteerprestatie heeft geleverd en bovendien "een van de beste prestaties in de filmgeschiedenis".[25] De filmcriticus Sharon Packer schreef over Lorre's hoofdrol:

Aanhalingsteken openen

Peter Lorre played the loner, schizotypal murderer. His raspy voice, bulging eyes, and emotive acting (a holdover from the silent screen) always make him memorable, whatever his role.
(Peter Lorre speelde de eenzame, schizotypische moordenaar. Zijn raspende stem, uitpuilende ogen en emotioneel acteerwerk (een overblijfsel uit zijn stomme films) maken hem altijd memorabel, ongeacht zijn rol.)

Aanhalingsteken sluiten
Sharon Packer, Movies and the Modern Psyche[21]

Na M speelde Lorre in tien andere Duitse films, waarin hij vooral werd getypecast als sinistere misdadiger.[e] In een paar van deze film had hij een prominente rol, zoals in de sciencefictionfilm F.P.1 antwortet nicht uit 1932. In datzelfde jaar speelde Lorre ook in twee films die zijn vriend Kurt Gerron regisseerde, namelijk Der weiße Dämon en Stupéfiants.

Met de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland emigreerden Lorre en Lovsky naar Parijs. Zij vertrokken tijdens de productie van Kaspar Hauser, waarin Lorre de hoofdrol speelde. Regisseur Ludwig Klitzsch telegrafeerde hem terug naar Duitsland te komen, waarop Lorre antwoordde: "Voor twee moordenaars als Hitler en ik is Duitsland te klein."[f] In Frankrijk speelde hij een kleine rol in de komedie Du haut en bas.

Promotieposter voor The Man Who Knew Too Much, met Peter Lorre als de bendeleider Abbott

The Man Who Knew Too Much (1934)[bewerken]

Na een kort verblijf in Frankrijk verhuisden Lorre en Lovsky naar Londen. Hier werd Lorre opgemerkt door de mediamagnaat Sidney Bernstein, die bevriend was met Alfred Hitchcock. Hij stelde Lorre voor aan Hitchcock en producent Ivor Montagu, terwijl deze bezig waren met de voorbereidingen voor The Man Who Knew Too Much (1934). Lorre sprak vrijwel geen Engels, maar Bernstein had hem vooraf verteld dat Hitchcock graag sterke verhalen vertelde. Lorre lachte dus uitgelaten als Hitchcock een anekdote had afgerond en beantwoorde al zijn vragen met "yes". Hij kreeg zijn contract zonder een aanvullende screentest.[g] Aanvankelijk was het idee om Lorre de rol te laten spelen van Levine, de moordenaar, maar Hitchcock en Montagu besloten hem om een grotere rol te geven, namelijk die van de bendeleider Abbott.[28] Deze rol had vrij veel dialoog, die Lorre grotendeels fonetisch uit het hoofd moest leren.[29]

De film kreeg veel positieve kritiek en ook Lorre werd door recensenten geprezen. The New York Times erkende dat Lorre's sinistere handelsmerk minder speelruimte kreeg dan in M, maar prees zijn acteerwerk desondanks boven die van de toenmalige publiekslieveling Charles Laughton.[30] In 2014 vergeleek Michael Newton in The Guardian Lorre's acteerwerk met die van de rest van de cast van The Man Who Knew Too Much:

Aanhalingsteken openen

Lorre cannot help but steal each scene; he's a physically present actor, often, you feel, surrounded as he is by the pallid English, the only one in the room with a body.
(Lorre kan het niet helpen om elke scène te stelen; hij is een fysiek aanwezige acteur. Omringd door die bleke Engelsen lijkt het wel of hij de enige in de kamer is met een lichaam.)

Aanhalingsteken sluiten
Michael Newton[31]

Eerste jaren in Hollywood (1934–1936)[bewerken]

Naar verluidt tekende Lorre op 15 mei 1934 een vijfjarig contract met Columbia Pictures.[32] Op 22 juni trouwde hij met Celia Lovsky. De twee hadden toeristenvisa voor de Verenigde Staten en vertrokken op 18 juli per boot naar New York, de dag nadat de filmopnames voor The Man Who Knew Too Much waren afgerond.[33] Het echtpaar vestigden zich in Santa Monica en Lorre maakte zich klaar voor zijn Amerikaanse filmdebuut. Hij raadde kort zijn vriend Kurt Gerron aan om Europa te ontvluchten en in Hollywood te gaan werken, maar deze weigerde.[h]

Lorre wenste dat Lovsky thuis bleef, zodat ze zich kon focussen op zijn acteercarrière. Lovsky fungeerde in deze periode als zijn manager, assistente, secretaresse, boekhoudster en verpleegster.[34] Columbia vond het echter moeilijk om een geschikte rol voor Lorre te vinden. Na enkele maanden besloot Lorre dat een verfilming van Dostojevski's Misdaad en straf een geschikt project voor hem zou zijn. Harry Cohn, die het hoofd van Columbia, ging akkoord op voorwaarde dat hij hem ook mocht verhuren aan Metro-Goldwyn-Mayer.[35]

Lorre triumphs superbly in a characterization that is sheer horror. There is perhaps no one who can be so repulsive and so utterly wicked. No one who can smile so disarmingly and still sneer. His face is his fortune.[i]
- The Hollywood Reporter, 27 juni 1935[36]

De boekverfilming werd uitgesteld en in april 1935 kondigde MGM aan dat Lorre de hoofdrol zou spelen in Mad Love. In deze horrorfilm van de Duitse immigrant Karl Freund speelt hij de psychopaat Dr. Gogol, die verliefd is op de actrice Yvonne Orlac. Zij roept zijn hulp in wanneer haar man zijn handen verliest in een ongeluk, waarop Dr. Gogol deze vervangt voor die van een geëxecuteerde messenwerper. Lorre werd voor zijn rol kaalgeschoren en kreeg van de scenarioschrijver de instructie om vooral zijn "M-look" in te zetten.[37] De film deed het slecht in de bioscopen, maar de critici prezen Lorre's acteerwerk in zijn eerste Amerikaanse film. Het tijdschrift Time noemde de film "compleet verschrikkelijk", maar vond Lorre "perfect gecast".[38] Na het kijken van de film noemde Charlie Chaplin hem "de beste levende acteur".[j]

Op 22 november 1935 ging Crime and Punishment in première, de boekverfilming van Misdaad en straf met Lorre als Raskolnikov in de hoofdrol.[k] De roman bevatte elementen als prostitutie en het falen van de politie, zaken die niet door de Amerikaanse censuur zouden komen. Regisseur Josef von Sternberg realiseerde zich dat een getrouwe boekverfilming niet haalbaar was. In plaats daarvan besloot hij een onconventionele film te maken "over een rechercheur en een crimineel".[l][40]

Hitchcock en Montagu waren ondertussen bezig met de voorbereidingen voor Secret Agent (1936). De film verhaalt over een dood verklaarde schrijver die met de hulp van twee handlangers een spion in Duitse dienst moet opsporen en vermoorden. Montagu wilde graag Lorre voor een van de handlangers en Hitchcock ging akkoord. Lorre en Lovsky arriveerden in november 1935 in Engeland, nog voordat Crime and Punishment première was gegaan. Hij speelde de rol van 'The General', alias 'The Hairless Mexican': een hyperactieve huurmoordenaar die vooral oog had voor vrouwelijk schoon. De rol was relatief klein, maar gaf Lorre volop ruimte om zijn humoristische kant te tonen. Zijn grappige vertolking gaf de film een dieper en dubbelzinnig karakter.[41]

Box Office Poison (1936–1941)[bewerken]

Crime and Punishment werd matig ontvangen, al wist Lorre het volgens The New York Times af en toe een "angstaanjagende pathologische gewichtigheid" te geven.[m] De acteerprestaties van Lorre werden door weinig critici betwist, maar desondanks wist hij met moeite aan goede rollen te komen. Zelf verklaarde Lorre dat hij na Crime and Punishment door de filmmaatschappijen als Box Office Poison werd beschouwd: gif voor de omzet.[43]

Peter Lorre (rechts) als Mr. Moto met Sig Ruman in Think Fast, Mr. Moto (1937)

Terug in Hollywood tekende Lorre voor een driejarig contract bij 20th Century Fox. Hij wilde afrekenen met zijn schurkenimago en vooral komedies maken.[44] Geen van de twaalf B-films die hij in deze periode maakte behoorden echter tot dit genre. Tussen 1937 en 1939 speelde hij in een achtdelige serie gebaseerd op de Mr. Moto-romans van John P. Marquand. Hiermee hoopte Fox in te kunnen haken op het succes van de Charlie Chan-films. Lorre zou de hoofdrol spelen van Mr. Kentaro Moto, een Japanse Interpol-agent die bedreven is in jiujitsu en judo. De rol sprak hem weinig aan, maar bij gebrek aan een beter aanbod voelde Lorre zich gedwongen om het aan te nemen.[43] Tijdens de opnames van de eerste film was hij nog vrij optimistisch. Met het verstrijken van de serie vond hij zijn rol echter steeds kinderachtiger worden en raakte hij gefrustreerd.[45] Toen aan het einde van de jaren '30 het anti-Japanse sentiment in de Verenigde Staten steeg, zag Lorre een kans om onder zijn rol uit te komen. Hij verscheen regelmatig in het openbaar met een button met de tekst "Don't buy Jap Goods".[n] Fox besloot uiteindelijk om de serie te stoppen.[46]

In juli 1939 brak Lorre met Fox en ging een periode freelance werken.[47] In 1940 speelde hij in drie films. Zijn eerste klus was een bijrol in Strange Cargo, een religieus getinte film met Clark Gable en Joan Crawford, gevolgd door een bijrol in de dramafilm I Was an Adventuress. In Island of Doomed Men speelde Lorre de hoofdrol van Stephen Danel, die gevangenen op borgtocht naar zijn eiland lokt, waar ze voor de rest van hun leven als slaven moeten werken.

In mei 1940 tekende Lorre voor twee films bij RKO Pictures.[48] De eerste was de B-film Stranger on the Third Floor (1940), waarin Lorre de hoofdrol speelde. De film heeft de officieuze reputatie van eerste film noir,[49] een genre waarin Lorre nog veel verdienstelijke rollen zou spelen. De tweede film van RKO was You'll Find Out (1940), een komediemusical waarin Lorre, Kay Kyser en de horrorsterren Béla Lugosi en Boris Karloff de hoofdrollen vertolkten. De film was erg populair en een groot financieel succes voor RKO.[50]

In 1941 werd Lorre een genaturaliseerde burger van de Verenigde Staten.[51] In de eerste helft van dat jaar speelde hij freelance in drie films, waarvan hij in de horrorfilm The Face Behind the Mask de hoofdrol vertolkte. De film ontving veel negatieve kritiek, met uitzondering van Lorre's acteerwerk. Zo noemde The New York Times de film "alweer een kaal melodramatisch experiment, waarin de talenten van Peter Lorre opnieuw worden belemmerd door afgezaagde dialogen en de gebruikelijke plotmanipulaties".[o]

Warner Bros. (1941–1946)[bewerken]

Een in het nauw gedreven Joel Cairo in The Maltese Falcon[p]

Regisseur John Huston maakte effectief een eind aan Lorre's reputatie van Box Office Poison. Hij deed dit door hem te casten voor The Maltese Falcon (1941), samen met onder andere Humphrey Bogart en Sydney Greenstreet.[53][54] Op de set stond Lorre op kameraadschappelijk voet met de overige acteurs en werd hij goede vrienden met Bogart.[55] Aanvankelijk had Warner Bros. twijfels over Lorre, maar Huston was ervan overtuigd dat hij zeer geschikt was voor de vertolking van de homoseksuele gangster Joel Cairo. Volgens hem had Lorre een "duidelijke combinatie van snuggerheid, echte onschuld en verfijning. Hij doet altijd twee dingen tegelijk; hij denkt het een, maar zegt het ander".[q] Lorre wist inderdaad de verwijfde Caïro op een overtuigende manier te spelen.[57] Zijn rol droeg bij aan het succes van The Maltese Falcon, die door veel filmhistorici wordt beschouwd als het begin van de klassieke film noirperiode.[58]

Kaaren Verne in 1942, tijdens de opnames van All Through the Night (1942)

Lorre werkte in zijn eerstvolgende films voornamelijk voor Warner Bros., een periode waaraan hij naar eigen zeggen zijn prettigste herinneringen dankt.[59] In All Through the Night (1942) werkte hij opnieuw met Bogart. Alweer speelt Lorre zijn rol van buitenlandse schurk, ditmaal als de nazispion Pepi. De tegenspeelster van Bogart was de Duitse Kaaren Verne. Zij had Lorre reeds op de set van The Maltese Falcon opgezocht en hem verklaard dat zij een grote fan van hem was. Gedurende de opnames van All Through the Night waren de twee onafscheidelijk. Ze maakten geen geheim van hun relatie en poseerden voor de pers terwijl Verne bij Lorre op schoot zat.[60]

Toen Frank Capra zijn horrorparodie Arsenic and Old Lace voorbereidde, was Lorre zijn eerste keus voor Dr. Einstein. Capra gaf hem veel vrijheid en het karakter van de zenuwachtige mislukte arts werd grotendeels door Lorre gevormd.[61] Opnieuw speelde hij de schurk, maar deze keer een die zijn misdaden met tegenzin moest uitvoeren. De hoofdrollen in de film werden vertolkt door Cary Grant, Priscilla Lane en Raymond Massey, maar Capra noemde Lorre's aandeel "een volle derde van de show".[r]

Arsenic and Old Lace werd van 20 oktober tot 16 december 1941 geschoten, maar ging pas op 1 september 1944 in première. In de tussentijd speelden Lorre, Bogart en Greenstreet opnieuw samen in Casablanca (1942). Tegenwoordig wordt Casablanca als een Hollywoodklassieker beschouwd, maar tijdens de productie had vrijwel niemand vertrouwen in de film. Later herinnerde Lorre zich vooral de tijd buiten de opnames. Hij en Bogart keken altijd uit naar een gelegenheid om het samen op een drinken te zetten. De roulette op de set van Rick's Place bracht Lorre naar eigen zeggen meer geld op dan zijn salaris voor de film.[63] Signor Ugarte was een kleine rol voor Lorre en scenarist Howard Koch vond het spijtig dat hij zo snel verdwijnt in het plot. Ook Koch gaf Lorre veel vrijheid in zijn rol en vertrouwde blindelings op zijn improvisatietalent.[64]

Sydney Greenstreet en Peter Lorre in The Maltese Falcon, de eerste van de negen "Little Pete-Big Syd"-films

Met Greenstreet maakte Lorre in totaal negen films. Het duo kwam bekend te staan als "Little Pete-Big Syd".[65] Veel van hun films waren variaties op Casablanca, zoals Passage to Marseille (1944), waarin ook Bogart en Claude Rains opnieuw meedoen. Lorre keek later met genoegen terug op zijn samenwerking met Bogart, Greenstreet en Rains. Hij noemde de drie acteurs en zichzelf een "stock company", die alle vier het vermogen bezaten "om het publiek in korte tijd van hilariteit tot ernst wisten te brengen."[s][66] Op 2 juni 1943 sloot Lorre een vijfjarig contract met Warner Bros.[67]

Lorre scheidde op 13 maart 1945 van Lovsky, om op 25 mei met Verne te trouwen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Lorre voornamelijk gecast voor film noirs en oorlogs- en avonturenfilms, maar met het aflopen van de oorlog was daar nu minder vraag naar. Zijn laatste film voor Warner Bros. was The Beast with Five Fingers (1946), een horrorfilm waarin hij een krankzinnige musicoloog speelt die verliefd wordt op de verpleegster van een beroemde pianist. Volgens de filmcriticus Daniel Bubbeo had de film zijn succes voornamelijk te danken aan het acteerwerk van Lorre.[t] Desondanks had Warner weinig belangstelling meer voor Lorre. Met het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog was er minder vraag naar oorlogsfilms en The Verdict, de laatste film met Greenstreet, had negatieve recensies ontvangen. Bovendien viel Lorre's connectie met de communistische Bertolt Brecht in slechte aarde bij Jack L. Warner, de president van Warner Bros.[69] Sinds Brecht in 1941 in Californië was gaan wonen, was de vriendschap tussen de twee nog meer gegroeid.[70] Op 13 mei 1946 werd Lorre's contract met Warner Bros. beëindigd.

Na de Tweede Wereldoorlog (1946–1951)[bewerken]

Peter Lorre in Quicksand (1950)

In 1946 schreef Brecht het scenario voor Lady Macbeth of the Yards, een moderne Macbeth-verfilming in de stijl van een klassieke film noir. Voor de hoofdrol had hij Lorre in gedachte. Geen enkele filmstudio wilde het echter verfilmen.[71] Lorre wilde niet meer afhankelijk zijn van de grote studio's. Hij wenste vrijheid in de keuze van zijn rollen en de mogelijkheid om zelf een film te regisseren. Op 24 juni 1946 tekende Lorre een contract met Sam Stiefel en richtte met hem Lorre Inc. op. Stiefel trad op als zijn manager en kreeg het beheer over zijn financiën.[72] Lorre Inc. bracht echter weinig voordeel en Lorre's acteercarrière kwam in een neerwaartse spiraal.[73]

Geld was niet Lorre's enige zorg. Zijn morfineverslaving deed hem en Kaaren Verne steeds verder uit elkaar groeien.[74] In mei 1947 moest Lorre wegens zijn connectie met Brecht voor het House Committee on Un-American Activities verschijnen,[69] welke was belast met het opsporen en stoppen van "on-Amerikaanse activiteiten". Brecht werd op 30 oktober verhoord en vertrok de volgende dag naar Europa. Lorre werd een actief lid van het Committee for the First Amendment, een actiegroep die zich tegen de zittingen van het House Committee keerde.[75]

Van 1947 tot en met 1950 speelde Lorre in slechts vijf films. Hij ging zich daarom richten op radio- en televisiewerk. In 1947 had hij zijn eigen radioprogramma voor NBC, getiteld Mystery in the Air. Daarnaast maakte Lorre diverse gastoptredens bij radio- en televisieshows. Aanvankelijk speelde hij hier voornamelijk zijn typische sinistere rollen. Nadat de BBC in 1949 ouders waarschuwde om hun kinderen naar bed te sturen voordat Lorre op televisie verscheen, zocht Lorre meer komische rollen.[27]

In 1949 financierden hij en Mickey Rooney de productie van Quicksand (1950), een film noir waarin ze beiden een rol hadden.[76] Irving Pichel had de regie en de muziek werd verzorgd door Louis Gruenberg. Beiden stonden op de lijst van het House Committee, maar dankzij de onafhankelijke productie van deze film konden zij toch werken. Lorre speelde de arcadehaleigenaar Nick. Jeanne Cagney, die een van de hoofdrollen speelde, zei in een interview: "Hij deed het met al zijn kunnen. Hoewel het geen film van de bovenste plank was, benaderde hij het nog steeds alsof het de A-film van alle A-films was."[u] De opnames werden in april afgerond. De film bracht Lorre en Rooney echter geen geld op, daar Stiefel met de opbrengst verdween.[77] Lorre Inc. hield op te bestaan en Lorre raakte bankroet.[78] Kort daarop trok Verne van hem weg.[74]

To the Actor PL in Exile

Listen, we're calling you back.
Once driven out
now you should return. From the    land
where milk and honey once flowed
you were driven out. You are being    called back
To the country which has been    destroyed.
And nothing more
have we offer you, other than that    you are needed.
Poor or rich
healthy or infirm
forget everything
and come.

- Bertolt Brecht[70]

Der Verlorene (1951)[bewerken]

Nadat Brecht zich in Oost-Berlijn had gevestigd, richtte hij in 1949 het theatergezelschap Berliner Ensemble op. Hij schreef Lorre een gedicht met de titel To the Actor PL in Exile. Brecht had altijd afkerig gestaan tegenover Lorre's werk voor Hollywood[79] en nodigde hem in het gedicht uit om gezamenlijk te gaan werken.[70] In de herfst van 1950 reisde Lorre naar Duitsland, maar niet om zich aan te sluiten bij Brechts Berliner Ensemble. Zijn doel was om Der Verlorene (1951) te produceren, een film noir gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Het is de enige film waarin Lorre optreed als scenarist en regisseur. Hij nam de Duitse Anne Marie Brenning aan als persoonlijke assistente en kreeg met haar een relatie.[80]

Lorre speelde de hoofdrol van Dr. Karl Rothe, een oorlogsmisdadiger die na de oorlog gewetenswroeging krijgt.[81] De film laat een sterk vermagerde Lorre zien, het resultaat van geldzorgen en kettingroken.[82] De film ging op 18 september 1951 in West-Duitsland in première. Het werd over het algemeen ongunstig ontvangen, daar het publiek niet graag werd geconfronteerd met Duitslands oorlogsverleden. In de Verenigde Staten werd de film pas in 1984 uitgebracht, twintig jaar na Lorre's dood.[81]

Terug in Amerika (1952–1956)[bewerken]

Humphrey Bogart en Peter Lorre in Beat the Devil (1953)

In februari 1952 keerde Lorre terug naar de Verenigde Staten en liet een zwangere Brenning achter in Duitsland. Hij kwam in een korte tijd fors aan en had de rest van zijn leven overgewicht.[82] Dit had een neerslag op zijn carrière, daar zijn uitstraling er niet beter op werd. Volgens filmcriticus Pauline Kael veranderde Lorre met het toenemen van zijn gewicht van een "elegant wezen" tot een "opgeblazen karikatuur".[v]

Lorre's eerstvolgende film na Der Verlorene was Beat the Devil, geregisseerd door John Huston en met Humphrey Bogart in de hoofdrol. Lorre was verheugd om met zijn twee oude vrienden te kunnen werken en ging akkoord met de helft van zijn normale tarief.[83] Nog voor de film in première ging, liet Lorre zich formeel van Verne scheiden en vloog Lorre naar Brenning in Hamburg. Hier zag hij voor het eerst zijn dochter Catherine, die kort daarvoor op 22 juni 1953 was geboren. Lorre trouwde op 21 juli met Brenning en bracht zijn vrouw en dochter mee terug naar Californië.[84] Beat the Devil werd lauw ontvangen en slecht begrepen. Velen bezagen de film onterecht als een parodie op Hustons The Maltese Falcon.[85][w]

In 1954 speelde Lorre Le Chiffre in de televisieversie van Casino Royale. Hij was hiermee de eerste acteur die de schurk speelde in een James Bond-verfilming. In datzelfde jaar speelde Lorre naast Kirk Douglas en James Mason een hoofdrol in 20,000 Leagues under the Sea (1954). Deze verfilming van Jules Verne's Twintigduizend mijlen onder zee was een van de weinige films waarin Lorre niet de schurk speelde. De assistent van de professor was een kleine rol, maar Lorre was er blij mee. Hij hoopte dat de komische rol zijn typecasting van schurk eindelijk zou doorbreken. Lorre creëerde zijn rol met zorg, al werden veel van zijn morbide grappen door regisseur Richard Fleischer geweigerd.[87] Lorre had plezier in zijn rol en hield zijn collega's constant voor de gek. Toen hij de eerste keer de animatronic van de boosaardige inktvis zag, grapte hij: "Die heeft de rol die ik normaal speel".[x][88]

Laatste jaren (1957–1964)[bewerken]

In 1957 werkte Lorre na ruim twintig jaar opnieuw met Alfred Hitchcock. Hij kreeg een rol in The Diplomatic Corpse, een episode in Alfred Hitchcock Presents. In 1960 speelde hij in nog een episode: Man from the South. In deze verfilming van Roald Dahls kort verhaal speelt Lorre de hoofdrol naast Steve McQueen. Het is een van de bekendste episodes in de televisieserie.[89] Andere programma's waarin Lorre een gastrol had waren onder andere de spionageserie Five Fingers (1959) en de westernseries Rawhide (1960) en Wagon Train (1960).

Na 20,000 Leagues under the Sea werd Lorre ook voor meer komische rollen gecast, zoals in Silk Stockings (1957), een musical gebaseerd op Ernst Lubitsch' Ninotchka. Ook hier haalde Lorre veel grappen uit op de set, ondanks zijn verslechterende gezondheid. Zijn overmatige drinken, roken en morfinegebruik begonnen zichtbaar zijn rol te eisen[17] en Lorre nam tussen de opnames door buitensporig veel medicijnen in.[90]

Peter Lorre's mausoleum in de Hollywood Forever Cemetery

In zijn laatste jaren kreeg Lorre te kampen met hartkwalen. Desondanks bleef hij zich tot zijn dood aan zijn drukke schema houden.[27] In de jaren '60 verscheen Lorre in nog een boekverfilming van Jules Verne, namelijk als Ahmed in Five Weeks in a Balloon (1962). Ook speelde hij met Vincent Price in enkele B-films, waaronder twee verfilmingen van Edgar Allan Poe' werken: Tales of Terror (1962) en The Raven (1963), samen met Boris Karloff en Jack Nicholson. Lorre's laatste film was The Patsy van Jerry Lewis uit 1964. Tijdens de opnames zag hij er ziek en opgeblazen uit.[17] De première van deze film maakte Lorre niet meer mee. Op 23 maart 1964 stierf hij op 59-jarige leeftijd in Los Angeles aan een beroerte.[27] Tijdens de crematieplechtigheid hield Price een lijkrede.[91] De as van Peter Lorre werd in een urn bijgeplaatst in een mausoleum op de Hollywood Memorial Cemetery, het huidige Hollywood Forever Cemetery.

Catherine Lorre[bewerken]

De acteur Eugene Weingand beweerde op grond van een lichte gelijkenis met Peter Lorre een wettige zoon van hem te zijn en liet zich na diens dood Peter Lorre jr. noemen.[92][y] Lorre had echter één kind nagelaten. Catherine bleef bij haar moeder in Californië wonen tot deze op 26 april 1971 stierf.[93] Celia Lovsky nam hierop de 17-jarige Catharine in huis.[94]

Zes jaar later werd Catharine bijna ontvoerd door Kenneth Bianchi en zijn neef Angelo Buono jr. De twee misdadigers, die bekend stonden als de Hillside Stranglers, hielden haar vermomd als politieagenten aan met de intentie haar te beroven en te doden. Toen zij er achter kwamen dat zij de dochter van Peter Lorre was, lieten ze haar echter gaan. Later werd Bianchi gearresteerd en bekende hij het voorval. Pas toen besefte Catharine met wie zij van doen had gehad.[95][96] Catharine stierf op 7 mei 1985 op 32-jarige leeftijd aan de gevolgen van diabetes. Ze liet geen kinderen na.[94][97]

Waardering[bewerken]

Peter Lorre ontving overwegend positieve kritiek op zijn acteerwerk. Hij stond bekend om zijn professionele houding ten opzichte van zijn acteerwerk, of het nu ging om een rol in een B-film of een potentiële kaskraker.[27] Ook werd Lorre geprezen om zijn gevoelvolle, energieke uitstraling. Gisela Trowe, actrice in Der Verlorene, zei bijvoorbeeld over hem: "Hij vulde de ruimte, ook al was hij erg mager en fragiel. Ik had nooit eerder een man ontmoet met zo'n uitstraling."[z]

Karakterrol[bewerken]

"When Peter Lorre squinted his baleful brown eyes and took a slow sinister puff on a cigarette, moviegoers throughout the world squirmed in their seats."[aa]
- The New York Times, 24 maart 1964[27]

Lorre's vertolking van de kindermoordenaar in M werd lange tijd door critici beschouwd als het beste criminele personage van het witte doek.[27] Ook in zijn latere films stond hij bekend als een acteur die "in staat was het scherm te domineren met zijn eigen handelsmerk van kwaadaardigheid".[ab] Een van Lorre's typische kenmerken was zijn zachte, nasale stem met een licht Oostenrijks accent. Met zijn nerveus gegiechel wist hij een luguber effect te sorteren. Gedurende zijn loopbaan werd Lorre beschreven als "zo gemeen en moorddadig als de Hays Code maar toeliet" en "een van de meest veelzijdige moordenaars op het witte doek".[ac]

Lorre heeft nooit bewust voor zijn schurkenstatus gekozen. Hij verklaarde ooit dat hij vanaf het moment dat hij in Amerika kwam, hij zijn verleden trachtte te ontlopen: "Die film M heeft me overal achtervolgd."[ad] Lorre gaf toe dat hij pathologische rollen interessant vond. Sinds zijn kinderjaren probeerde hij om de karakters en motieven van anderen te ontrafelen. Dit gold echter evengoed voor andere karakterrollen, zolang ze maar natuurgetrouw waren.[99]

Ondanks de positieve reviews speelde Lorre voornamelijk in B-films een hoofdrol. Hij is vooral bekend om zijn bijrollen in films als The Maltese Falcon, Casablanca en Arsenic and Old Lace.[100] Volgens de Duitse theatercriticus Herbert Ihering lag dit deels aan Lorre's specialiteit om ironische en dubbelzinnige rollen te spelen: de dreigende onschuldige, de vriendelijke duivel, de tedere cynicus en de zachtaardige intrigant. Er waren eenvoudigweg te weinig films met zulke complexe hoofdrollen.[10]

Daarnaast had Lorre de culturele status van de Joodse vreemdeling die tijdens het naziregime naar de Verenigde Staten vluchtte. In de ogen van de filmwereld was Lorre in een kleine rol een doeltreffende manier om een film een exotische sinistere toets te geven.[101] Vincent Price, een goede vriend van Lorre, meende dat Hollywood hem in een keurslijf dwong dat niet dezelfde kansen bood als collega-acteurs kregen.[102]

Onderscheidingen[bewerken]

Peter Lorre werd op voorspraak van acteur Johnny Lockwood in 1942 ingewijd in de Grand Order of Water Rats, de oudste nog bestaande theaterbroederschap.[103] Zijn film Der Verlorene werd voor een Gouden Leeuw genomineerd op het Filmfestival van Venetië in 1951[104] en kreeg in 1952 een eervolle vermelding tijdens de uitreiking van de Bundesfilmpreis voor beste film.[105] In februari 1960 werd Lorre met een ster op 6619 Hollywood Boulevard geëerd op de Hollywood Walk of Fame.[106]

Persoonlijkheid[bewerken]

You would like me to tell you that I sleep in a darkened room, inhabited, perhaps, by bats and evil spirits, lit with a red lamp, the evil eye. You would like me to say that I am familiar with visitations from another world, that I spend my days and nights reading ancient tomes of old devils, that I am drenched in the lives of murderers and mental criminals. No. I am sorry. I am afraid that I am a very normal, happy, wholesome individual, with no complexes.[ae]
- Peter Lorre[107]

In Hollywood stond Peter Lorre bekend als een rustige, ietwat verlegen man met een droog gevoel voor humor.[27] Hij was meestal goed gehumeurd,[17] ondanks zijn gezondheidsproblemen, zijn onvervulde acteerambities en zijn geldproblemen. Lorre keek nooit op geld en gaf meer uit dan hij bezat.[108] Op de filmset en onder vrienden maakte Lorre graag grappen en lachte hij veel en uitgelaten, vaak tot zijn gezicht rood aanliep.[109]

Lorre ging regelmatig met Humphrey Bogart naar kuuroorden[110] en was een supporter van Los Angeles' professionele honkbal- en footballteams.[27] Toch kwam Lorre niet graag in de grote stad. Mensen ontmoeten en ideeën uitwisselen vond hij teveel energie vergen, energie die beter aan zijn werk was besteed.[111] Ook thuis was Lorre vooral op zichzelf. Hij las veel en was een liefhebber van Schiller en Goethe.[112] Lovsky zei dat ze nooit ruzie hadden: "hij is wijs, rustig en gelukkig, als een boeddha."[af]

Lorre sprak niet graag over zichzelf. Hij verklaarde dat zijn vader hem had geleerd dat dit een onbeleefde gewoonte is.[113] Ook tegenover zijn acteerprestaties liet Lorre zich meestal bescheiden uit, hij beschreef zichzelf eens als "alleen maar een gezichtentrekker".[ag] Hij toonde weinig belangstelling voor religie en sprak vrijwel nooit over zijn joodse achtergrond.[115][116] Veel mensen in Hollywood wisten zelfs niet dat Lorre een Jood was. In The Cross of Lorraine (1943) speelde hij de Duitse sergeant Berger. Louis B. Mayer, wiens Joodse afkomst algemeen bekend was, merkte op de set op dat het nogal vreemd was om Lorre in een nazi-uniform te zien, waarop deze hem antwoordde dat hij "elke ochtend een Jood als ontbijt had".[ah][117]

Verwijzingen in populaire cultuur[bewerken]

Peter Lorre's nasale stem en gezichtsuitdrukkingen vormden een favoriet mikpunt van acteurs, radiopresentators en tekenaars.[114] Reeds in 1941 werd hij geparodieerd in Hollywood Steps Out, een korte tekenfilm uit de Merrie Melodies-serie van Warner Bros. Later in deze serie volgde een reeks waarin Lorre wordt afgebeeld als gangster of gestoorde geleerde, zoals The Birth of a Notion, Hair-Raising Hare en Racketeer Rabbit.[118]

Lorre vormde ook een bron van inspiratie voor andere personages. Voorbeelden zijn Morocco Mole uit Hanna-Barbera's Secret Squirrel,[119] Mr. Gruesome uit The Flintstones, Ren Hoëk uit The Ren & Stimpy Show,[120] Lampy in Disney's The Brave Little Toaster, Doctor N. Gin uit de computerspelserie Crash Bandicoot en Maggot in Tim Burtons Corpse Bride.[114]

Al Stewart zong over Peter Lorre in zijn hitsingle Year of the cat. Hij baseerde het nummer op Casablanca, waarnaar hij verwijst als "a Bogart movie".[121] Nummers met Lorre als centraal thema zijn onder andere Peter Lorre van The Jazz Butcher Conspiracy en een gelijknamig nummer van The World/Inferno Friendship Society.

Filmografie[bewerken]

Film Jaar Rol Regisseur Land Filmmaatschappij
Die verschwundene Frau 1929 Tandartspatiënt[aj] Karl Leiter Vlag van Oostenrijk Oostenrijk Österreichische Film
M – Eine Stadt sucht einen Mörder 1931 Hans Beckert Fritz Lang Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek Nero-Film
Bomben auf Monte Carlo 1931 Pawlitschek Hanns Schwarz Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek Universum Film AG
Die Koffer des Herrn O.F. 1931 Redacteur Stix Alexis Granowsky Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek Tobis Film
Fünf von der Jazzband 1932 Autodief Erich Engel Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek Deutsche Universal-Film
Schuß im Morgengrauen 1932 Klotz Alfred Zeisler Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek Universum Film AG
Der weiße Dämon 1932 Gebochelde Kurt Gerron Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek Universum Film AG
Stupéfiants 1932 Le bossu Kurt Gerron en Roger Le Bon Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek Universum Film AG
F.P.1 antwortet nicht 1932 Journalist Johnny Karl Hartl Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek Universum Film AG
Was Frauen träumen 1933 Otto Fuesslli Géza von Bolváry Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek Super-Film
Les requins du pétrole 1933 Henry Pless Rudolph Cartier en Henri Decoin Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek Pan-film
Unsichtbare Gegner 1933 Henry Pless Rudolph Cartier Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek Sascha-Film en Pan-film
Du haut en bas 1933 Bedelaar Georg Wilhelm Pabst Vlag van Frankrijk Frankrijk
The Man Who Knew Too Much 1934 Abbott Alfred Hitchcock Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk Gaumont-British
Mad Love 1935 Dr. Gogol Karl Freund Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten MGM
Crime and Punishment 1935 Roderick Raskolnikov Josef von Sternberg Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten MGM
Secret Agent 1936 The General Alfred Hitchcock Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk Gaumont-British
Crack-Up 1936 Colonel Gimpy Malcolm St. Clair Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
Nancy Steele Is Missing! 1937 Professor Sturm George Marshall en Otto Preminger Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
Think Fast, Mr. Moto 1937 Mr. Kentaro Moto Norman Foster Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
Lancer Spy 1937 Majoor Sigfried Gruning Gregory Ratoff Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
Thank You, Mr. Moto 1937 Mr. Kentaro Moto Norman Foster Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
Mr. Moto's Gamble 1938 Mr. Kentaro Moto James Tinling Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
Mr. Moto Takes a Chance 1938 Mr. Kentaro Moto Norman Foster Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
I'll Give a Million 1938 Louis 'The Dope' Monteau Walter Lang Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
Mysterious Mr. Moto 1938 Mr. Kentaro Moto Norman Foster Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
Mr. Moto's Last Warning 1939 Mr. Kentaro Moto Norman Foster Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
Mr. Moto in Danger Island 1939 Mr. Kentaro Moto Herbert I. Leeds Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
Mr. Moto Takes a Vacation 1939 Mr. Kentaro Moto Norman Foster Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
Strange Cargo 1940 M'sieu Pig Frank Borzage Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten MGM
I Was an Adventuress 1940 Polo Gregory Ratoff Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
Island of Doomed Men 1940 Stephen Danel Charles Barton Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Columbia Pictures
Stranger on the Third Floor 1940 De vreemdeling Boris Ingster Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten RKO Pictures
You'll Find Out 1940 Fenninger David Butler Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten RKO Pictures
The Face Behind the Mask 1941 Jamos 'Johnny' Szabo Robert Florey Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Columbia Pictures
Mr. District Attorney 1941 Paul Hyde William Morgan Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Republic Pictures
They Met in Bombay 1941 Kapitein Chang Clarence Brown Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten MGM
The Maltese Falcon 1941 Joel Cairo John Huston Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
All Through the Night 1942 Pepi Vincent Sherman Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
Invisible Agent 1942 Baron Ikito Edwin L. Marin Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Universal Studios
The Boogie Man Will Get You 1942 Dr. Arthur Lorencz Lew Landers Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Columbia Pictures
Casablanca 1942 Signor Ugarte Michael Curtiz Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
The Constant Nymph 1943 Fritz Bercovy Edmund Goulding Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
Background to Danger 1943 Nikolai Zaleshoff Raoul Walsh Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
The Cross of Lorraine 1943 Sergeant Berger Tay Garnett Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten MGM
Passage to Marseille 1944 Marius Michael Curtiz Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
The Mask of Dimitrios 1944 Cornelius Leyden Jean Negulesco Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
Arsenic and Old Lace 1944 Dr. Einstein Frank Capra Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
The Conspirators 1944 Jan Bernazsky Jean Negulesco Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
Hollywood Canteen 1944 Zichzelf Delmer Daves Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
Hotel Berlin 1945 Johannes Koenig Peter Godfrey Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
Confidential Agent 1945 Contreras Herman Shumlin Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
Three Strangers 1946 Johnny West Jean Negulesco Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
Black Angel 1946 Marko Roy William Neill Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Universal Studios
The Chase 1946 Gino Arthur Ripley Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten United Artists
The Verdict 1946 Victor Emmric Don Siegel Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
The Beast with Five Fingers 1946 Hilary Cummins Robert Florey Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
My Favorite Brunette 1947 Kismet Elliott Nugent Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Paramount Pictures
Casbah 1948 Slimane John Berry Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Universal Studios
Rope of Sand 1949 Toady Hal B. Wallis Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Paramount Pictures
Quicksand 1950 Nick Irving Pichel Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten United Artists
Double Confession 1950 Paynter Ken Annakin Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk ABPC
Der Verlorene 1951 Dr. Karl Rothe, alias Dr. Karl Neumeister Peter Lorre Vlag van de Bondsrepubliek Duitsland West-Duitsland National-Filmverleih
Beat the Devil 1953 Julius O'Hara John Huston Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten United Artists en British Lion Films
20,000 Leagues Under the Sea 1954 Conseil Richard Fleischer Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Walt Disney Pictures
Meet Me in Las Vegas 1956 Zichzelf[aj] Roy Rowland Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten MGM
Congo Crossing 1956 Kolonel John Miguel Orlando Arragas Joseph Pevney Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Universal Studios
Around the World in Eighty Days 1956 Japanse steward op de S.S. Carnatic Michael Anderson Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten United Artists
The Buster Keaton Story 1957 Kurt Bergner Sidney Sheldon Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Paramount Pictures
Collector's Item: The Left Fist of David 1957 Mr. Munsey Buzz Kulik Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
Silk Stockings 1957 Brankov Rouben Mamoulian Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten MGM
The Story of Mankind 1957 Nero Irwin Allen Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Warner Bros.
The Sad Sack 1957 Abdul George Marshall Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Paramount Pictures
Hell Ship Mutiny 1957 Lamoret Lee Sholem en Elmo Williams Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Republic Pictures
The Big Circus 1959 Skeeter Joseph M. Newman Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Allied Artists Pictures
Scent of Mystery 1960 Smiley Jack Cardiff Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Voyage to the Bottom of the Sea 1961 Commandant Lucius Emery Irwin Allen Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
Tales of Terror 1962 Montresor Roger Corman Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten American International Pictures
Five Weeks in a Balloon 1962 Ahmed Irwin Allen Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 20th Century Fox
The Raven 1963 Dr. Adolphus Bedlo Roger Corman Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten American International Pictures
The Comedy of Terrors 1964 Felix Grille Jacques Tourneur Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten American International Pictures
Muscle Beach Party 1964 Mr. Strangdour William Asher Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten American International Pictures
The Patsy 1964 Morgan Heywood Jerry Lewis Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Paramount Pictures

Co-acteurs[bewerken]

Een selectieoverzicht van acteurs waarmee Peter Lorre in meerdere films heeft samengewerkt:

Film Jaar Humphrey Bogart[ak] Elisha Cook jr. Virginia Field Clark Gable[al] Sydney Greenstreet[am] Boris Karloff Vincent Price Claude Rains Sig Ruman George Sanders Conrad Veidt[an] Kaaren Verne
F.P.1 antwortet nicht 1933 Afgevinkt
Think Fast, Mr. Moto 1937 Afgevinkt Afgevinkt
Lancer Spy 1937 Afgevinkt Afgevinkt Afgevinkt
Thank You, Mr. Moto 1937 Afgevinkt
I'll Give a Million 1938 Afgevinkt
Mr. Moto's Last Warning 1939 Afgevinkt Afgevinkt
Mr. Moto Takes a Vacation 1939 Afgevinkt
Strange Cargo 1940 Afgevinkt
I Was an Adventuress 1940 Afgevinkt
Stranger on the Third Floor 1940 Afgevinkt
You'll Find Out 1940 Afgevinkt
They Met in Bombay 1941 Afgevinkt
The Maltese Falcon 1941 Afgevinkt Afgevinkt Afgevinkt
All Through the Night 1942 Afgevinkt Afgevinkt Afgevinkt
The Boogie Man Will Get You 1942 Afgevinkt
Casablanca 1942 Afgevinkt Afgevinkt Afgevinkt Afgevinkt
Background to Danger 1943 Afgevinkt
Passage to Marseille 1944 Afgevinkt Afgevinkt Afgevinkt
The Mask of Dimitrios 1944 Afgevinkt
The Conspirators 1944 Afgevinkt
Hollywood Canteen 1944 Afgevinkt
Three Strangers 1946 Afgevinkt
The Verdict 1946 Afgevinkt
Rope of Sand 1949 Afgevinkt
Beat the Devil 1953 Afgevinkt
Silk Stockings 1957 Afgevinkt[aj]
The Story of Mankind 1957 Afgevinkt
The Big Circus 1959 Afgevinkt
Tales of Terror 1962 Afgevinkt
The Raven 1963 Afgevinkt Afgevinkt
The Comedy of Terrors 1964 Afgevinkt Afgevinkt