Biervliet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Biervliet
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Vlag van Biervliet Wapen van Biervliet
Biervliet
Biervliet
Situering
Provincie Zeeland
Gemeente Terneuzen
Coördinaten 51° 20′ NB, 3° 41′ OL
Algemeen
Inwoners (01-01-2014) 1591
Detailkaart
Biervliet in de gemeente Terneuzen
Biervliet in de gemeente Terneuzen
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Biervliet is een dorp in de gemeente Terneuzen, in de Nederlandse provincie Zeeland. Biervliet had in het verleden stadsrechten en had op 1 januari 2014 een inwonertal van 1.591.

Geschiedenis[bewerken]

Naam[bewerken]

De oudste vermelding van Biervliet vinden we in een charter (984) waarin sprake is van de Fluvium Berverna. Waarschijnlijk is langs deze waterloop (inbraakgeul) de eerste bewoning geconcentreerd: Bierfletum (1075). De naam verwijst naar een “bierkleurige waterloop”. Het Germaanse bir of bier, betekent modder, mest. Ook is het mogelijk dat het voorvoegsel bier naar de diernaam bever verwijst.

Stadsrechten[bewerken]

Biervliet hoorde tot de Vier Ambachten, meer speciaal tot het Ambacht Boekhoute. De grens met het Vrije van Brugge lag net buiten de stad (aan de westzijde). Sinds 1102 hoorde Biervliet, De Vier Ambachten, tot het Duitse keizerrijk en het bisdom Keulen (later Utrecht) en de buurgemeente IJzendijke tot de Franse Kroon en het bisdom Doornik.

Biervliet kreeg in 1183 stadsrechten van de Vlaamse graaf Philip van den Elzas. Die behelsden vrijstelling van tol en hanzerecht. Biervliet behoorde tot de reeks van havensteden die door de Vlaamse graven Diederik van de Elzas en Filips van de Elzas ter bevordering van het economische leven langs de Noordzeekust gesticht werden. Andere steden die tot deze reeks behoren, zijn Grevelingen, Mardijk, Duinkerke, Nieuwpoort en Damme.[1]

Welvaart[bewerken]

In 1224 werd het stadsbestuur gereorganiseerd. Voortaan waren er twee burgemeester en zeven schepenen. Er waren toen twee parochies en net buiten de stad lag het kasteel van de graaf van Vlaanderen. Biervliet was een dynamische en bloeiende handels- en nijverheidsstad in de 13e eeuw met visserij en verregaande moernering voor brandstof. Ook zout en lakenindustrie waren peilers van welvaart. Jaar- en weekmarkten versterkten deze positie en ook het bezit van een goed bereikbare haven, droegen bij aan deze bloei. Biervliet was meer gericht op de stad Gent en behoorde daarom niet tot de Hanzegemeenschap onder leiding van Brugge.

Aan de oostkant van Biervliet lag een uitgebreid moer- of turfgebied, dat voor turf werd afgegraven. De stad was tot ca. 1400 een centrum van zoutindustrie. Het selzout was uitstekend geschikt voor het haring kaken. De zoutketen stonden vanwege het brandgevaar, buiten de stad. Zout werd gewonnen door het verbranden van zouthoudend veen dat door darinkdelven gewonnen werd. Het weggraven van het zoute veen verzwakte de dijken met ernstige doorbraken en overstromingen als gevolg. In 1375 en 1404 waren er overstromingen die als gevolg hadden dat Biervliet op een eiland kwam te liggen. Aan de handel met Vlaanderen, uitgezonderd zout, kwam toen een einde.[2]

Staats-Vlaanderen[bewerken]

In 1516 moest Biervliet haar zelfstandigheid prijs geven. Het eiland kwam er nog meer verlaten en desolaat bij te liggen. Van Pasen tot Pinksteren 1573 bezetten de Watergeuzen het gunstig gelegen Biervliet. In 1588 kwam Biervliet definitief onder Staatsgezag en werd het opgenomen in het Committimus: een unie met Axel en Terneuzen, die bestuurd werd vanuit Middelburg. Tussen 1590 – 1604 werd in fasen binnen de oude middeleeuwse stad een fort aangelegd in de vorm van een onregelmatige vijfhoekige ster. In 1643 kreeg Biervliet een eigen magistraat. Burgemeester werd Magiel de la Palma. In 1688 werd het eiland verbonden met het vasteland door de indijking van de Zuiddiepepolder. Effectiever was de westelijke aanhechting aan IJzendijke, in 1702. Binnen het fort bouwde men in 1660 de Hervormde kerk. Daarin kwamen drie gebrandschilderde ramen die worden toegeschreven aan de Middelburgse glazenier Cornelis van Barlaer.

Landbouw[bewerken]

Door inpolderingen vergrootte het grondgebied van Biervliet. Tot de Franse Tijd waren bijna alle landerijen in handen van Zeeuwse eigenaren; daarna gedeeltelijk in Vlaamse handen. Jacob Cats en zijn nazaten hieven tot 1794 de tienden over Biervliet. Tot die tijd was de Gentse roede als oppervlaktemaat in gebruik, terwijl in de rest van westelijk Staats-Vlaanderen de Brugse roede gebruikt werd. Tot de mechanisatie in de landbouw, was Biervliet een agrarisch dorp. Door de inpolderingen waren er verschillende landbouwhaventjes waarvan bij de dijkverzwaring in 1970 het laatste (de Paulinakaai) verloren ging.

Na 1940[bewerken]

De bevrijding door de Canadezen, van 8 tot en met 11 oktober 1944 eiste 64 burgerlevens. Bij de herindeling van 1 april 1970 ging Biervliet op in de nieuw gevormde gemeente Terneuzen.

Bevolkingscijfers[bewerken]

De bevolkingscijfers van Biervliet, per 1 januari van dat jaar.

  • 1821 1440
  • 1840 1675
  • 1850 2091
  • 1860 2066
  • 1870 1961

Infrastructuur[bewerken]

Tot ca 1850 was Biervliet goed bereikbaar met de beurschippers. Na de bedijking van de Elisathpolder (1866) verviel de haven naast het dorp. In 1872 werden er plannen gemaakt om de weg via de Maagd van Gent met kasseien te bestraten, richting Gent. Ook weg over de Noorddijk naar IJzendijke werd in de tijd bestraat. Biervliet kreeg een goede ontsluiting na de bedijking van de Braakman (1952) en de aanleg van de Middenweg (1956). In 2014 werd deze N 61 verbreed. De opening van de tramlijn Pyramide-Biervliet-Hoofdplaat was 5 april 1918. Voortaan was reizen niet zo’n probleem meer. Zeker niet nadat de lijn Hoofdplaat – Breskens op 24 oktober 1928 in gebruik werd genomen. Omstreeks 1948 verdween de tram uit het straatbeeld, werden de rails opgebroken en namen autobussen de dienst over. De bus reed door de Gentsestraat, halte Baerdemaeker, Beukelsstraat, Noordstraat, halte koster Van Poucke, richting Driewegen over de Noorddijk. Na de aanleg van de Middenweg, ca 1956, kwam de bushalte op het eind van de Westraat en reed de bus niet meer door de Gentsestraat en kwam de halte begin Weststraat te liggen. Omstreeks 1966 was de later Hoofdplaatseweg gereed en liet de bus het dorp links liggen. Alleen de halte bij het busstation bleef. Het vroeger knooppunt van de tram Pyramide 1918-1948) verplaatste zich dus naar het knooppunt van de bus (Driesprong 1948-1956) naar het busstation (1956-20nu). De elektriciteit bereikte Biervliet in 1923, de waterleiding in 1934 en het aardgas in 1969. Telefoneren was al mogelijk vanuit het stadhuis vanaf 1884.[3]

Bezienswaardigheden[bewerken]

PKN-kerk[bewerken]

In 1659 werd begonnen met de bouw van een nieuwe kerk op de plaats van de oude die te klein was geworden. Op Palmzondag 1660 werd de kerk in gebruik genomen door dominee Jacobus Peudevijn. In de oostgevel bevinden zich drie gebrandschilderde glazen, die toegeschreven worden aan de Middelburgse glazenier Cornelis van Barlaer. In het middelste raam is de toekomstige stadhouder prins Willem III afgebeeld, daaronder het wapen van de Stuarts met wapenspreuk. Willems moeder was Mary Stuart. Het zogeheten Oranjeraam werd in 1660 geschonken door de Staten-Generaal en is een verheerlijking van de Oranjes. Het linker raam werd in datzelfde jaar geschonken door de Staten van Zeeland. Centraal staat het wapen van Zeeland met de spreuk Luctor et Emergo. Onderin zijn de wapens en namen van de Zeeuwse bestuurders Marinus van Crommon en Cornelis Tenijs aangebracht. Het rechter raam is in 1661 geschonken door de stad Biervliet en wordt daarom Biervlietraam genoemd. Het toont het wapen van Biervliet, met daaromheen de namen van de plaatselijke bestuurders, onder wie burgemeester Magiel de la Palma en rechter Philip van Borssele. Beneden zit in het poortgebouw Biervliets beroemde zoon Willem Beukelszoon te midden van attributen die verband houden met de haringvisserij. De ramen zijn gerestaureerd in 1770, 1875 en 2002. Bij de laatste restauratie is ook de hele kerk onder handen genomen en multifunctioneel ingericht. Tijdens de bevrijding in oktober 1944, waren de glazen veilig ondergebracht in de kluis van het Hulsterse stadhuis.[4]

RK-kerk[bewerken]

De parochie van Biervliet was heropgericht in 1855, nadat in de middeleeuwen Biervliet reeds twee parochies met bijhorende kerken had gekend, vóór het verval van het stadje. In 1856 werd de rooms-katholieke kerk ingewijd en opgedragen aan Onze Lieve Vrouwe Onbevlekt Ontvangen. De bouw komt voort uit een legaat van Constantinus Bernardus Thomaes. De kerk stond destijds nog buiten de bebouwde kom. Naast de kerk kwam in 1878 een pastorie. In 1924 werden de zijbeuken eraan gebouwd. In oktober 1944 werd het gebouw zwaar beschadigd. Een reorganisatie volgde in 1964. In de kerk zijn beeldhouwwerken van pastoor Omère Gielliet te bezichtigen.[5]

Molen De Harmonie[bewerken]

In 1842 bouwde koopman-molenaar Jacob Lijbaart stellingmolen 'De Harmonie' als oliemolen. In de tweede helft van de 19e eeuw werd de nabijgelegen standaardmolen 'De Ster' ontmanteld en de inmiddels al jarenlang niet meer gebruikte 'De Harmonie' verbouwd tot een walmolen geschikt om graan te malen. In de muren zijn nog duidelijk de sporen van de vorige functies zichtbaar. De familie Lijbaart heeft de molen in bedrijf en laat deze zo nu en dan draaien.[6]

Gemeentehuizen[bewerken]

In 1806 werd De Oude Raedthuys als stadhuis opgetrokken. Kenmerkend is de haring op het torentje, waarin tot 1935 een alarmklok hing. Tot dat jaar was het gebouw in gebruik als gemeentehuis, daarna als café en na 1994 als Dorpshuis. De pui is afkomstig van het vorige stadhuis (1774).

In 1954 werd het gemeentehuis op de Markt officieel in gebruik genomen. Het vorige gebouw (in de Kerkstraat) was in maart 1945 door onvoorzichtigheid van Engelse militairen, in vlammen opgegaan. Het nieuwe stadhuis is een ontwerp van het architectenbureau Rothuizen-Van ’t Hooft. In de voorgevel bevinden zich drie gedenkstenen van de Veerse kunstenaar Philip ten Klooster. In het trapportaal is een gezandstraald raam ter herinnering aan de bevrijding van 1944. Het gebouw deed dienst tot 1 april 1970 en is momenteel een particuliere woning.[7]

Trefpunt[bewerken]

In het Trefpunt, Kerkstraat 4, bevindt zich een maquette opgesteld van de Biervlietse bebouwde kom, anno 2000. De schaal is 1:300. De bodemplaat is 4 x 3 m. Interactief zijn de middeleeuwse omwalling, het 17e eeuwse fort en de woningen van de middenstanders omstreeks 1940. De maquette is vervaardigd door 24 vrijwilligers van de Stichting Behoud Monumenten Biervliet.

In de maquettezaal bevinden zich acht verlichte vitrines met daarin afbeeldingen van gebrandschilderde ramen, vervaardigd door 17-e eeuwse Middelburgse glazenier Cornelis van Barlaer. Het betreft weergaven van de drie glazen in de hervormde kerk van Biervliet, twee uit de Oostkerk van Middelburg, een van IJzendijke, een van Schoondijke en Burgh.[8]

Bevrijdingsmonument Paulinapolder[bewerken]

Begin september 1944 was de Antwerpse haven vrijwel onbeschadigd in geallieerde handen gevallen. Het was nu zaak de Westerschelde met aangrenzend gebied te veroveren. Nadat een Poolse divisie oostelijk Zeeuws-Vlaanderen had veroverd, begonnen de Canadezen in de nacht van 8 op 9 oktober aan de verovering van West-Zeeuws-Vlaanderen. In de vroege morgen van 8 oktober werden aan de westkant van de Braakman twee bruggenhoofden geslagen. Nabij deze locatie werd op 28 oktober 1978 een monument van de plaatselijke kunstenaar Ernest Joachim onthuld om de Canadese bevrijders te eren.

1rightarrow blue.svg Lijst van rijksmonumenten in Biervliet

Bekende inwoners[bewerken]

Willem Beukelszoon - Haringkaken

Het conserveren van vlees en vis in zout is al sinds de Oudheid bekend. In de veertiende eeuw voerde Denemarken in tonnen geslagen gezouten en gekaakte haring uit, voornamelijk uit Schonen. Deze was aan wal gekaakt: van ingewanden gezuiverd. De Vlaamse vissers voeren tot op de Engelse visgronden en moesten derhalve onderweg hun verse haring kaken. Deze aanvoer kwam in conflict te staan met reguliere visinvoer van de Hanse. Deze nieuwe techniek (kaken op zee) is vermoedelijk door Willem Beukelszoon omstreeks 1400 in Biervliet geïntroduceerd. Door het kaken aan boord kwam de haringvisserij tot grote bloei. Ook de plaatselijke zoutproductie nam een grote vlucht.

Op 5 september 1958 onthulde Commissaris der Koningin Jhr. Mr. A. F. C de Casembroot het standbeeld ter ere voor Willem Beukelszoon. Het beeld is van de Veerse kunstenaar Philip ten Klooster.[9]

Wapen van Biervliet[bewerken]

Tijdens de Vierde Kruistocht en de inname van Constantinopel (1204) zouden de mannen van Biervliet de banier van Vlaanderen op de stadsmuur hebben geplant. Aan dit heldhaftig optreden zou het wapen van Biervliet zijn ontleend. Rechts vier keer vijf penningen verwijzend naar de letter B als zijnde de afkorting van de Griekse spreuk Basileus Basileoon Basileuoon Basileuontoon, die betekent: Koning der Koningen die heerst over de heersers. De zilveren leeuw op een zwart veld is ontleend aan het wapen van Gent.[10]

De vlag[bewerken]

De vlag bestaat uit vier kwarten. De bovenste zijn geel en wit, de onderste rood en zwart. De kleuren zijn afkomstig van het wapenschild. De vlag is vastgesteld door de gemeenteraad in zijn vergadering van 14-06-1962.

Haringlied[bewerken]

C. de Dreu, ca 1935

1. Wie gaarne zingt het haringlied, en zeebanket wil smaken. Vergeet dan Willem Beuekls niet, de vader van het kaken. Hij was het die de bron ontsloot, waaruit een rijke goudstroom vloot. 2x

2. Hoe dikwerf heb ik d’oude vlag zien wappr’ren aan de masten. Als ik mij op een buisjesdag aan ’t schouwspel mocht vergasten Vlecht ik verrukt een erekroon Voor onze Willem Beukelszoon. 2x

3. Wie ooit het oude Biervliet ziet, waar Willem werd geboren. Doet bij dit schone Haringlied zijn lof als kaker horen. En dankbaar staar ik op het graf van hem die ons de haring gaf. 2x [11]

Koninklijke bezoeken[bewerken]

Diverse keren bracht het staatshoofd of één van de gezinsleden van zijn/haar familie een bezoek aan Biervliet. Op 30 juli 1785 bezocht stadhouder Willem V Biervliet. Kort na de onlusten met België, bracht in de zomer van 1831 prins Frederik een bezoek aan Biervliet. Op 1 oktober 1831 ontving Biervliet koning Willem II, toen nog kroonprins. Op 24 mei 1862 was het koning Willem III die Biervliet bezocht. In maart 1906 was koningin Wilhelmina in Zeeuws-Vlaanderen, dat door een watersnood was getroffen; daarbij bezocht ze ook Biervliet. Op 16 september 1921 waren het koningin Wilhelmina, prins Hendrik en prinses Juliana, die in het kader van het charme-offensief van de anti-annexatie beweging van dominee Jacob Pattist Biervliet bezochten.Op 13 maart 1945 kwam koningin Wilhelmina bij Eede de Nederlandse grens over, bij Biervliet stopte ze bij de daar opgestelde schoolkinderen. Op 24 juni 1955 werd het Julianaziekenhuis in Terneuzen geopend. Daaraan voorafgaand bezocht koningin Juliana de Julianahoeve in de Braakman en reisde per helikopter verder naar Terneuzen. Op 27 mei 2010 bezocht prins Willem-Alexander vertegenwoordigers van de gemeenschap Biervliet in het Dorpshuis.

Geuzenfeesten[bewerken]

Op Hemelvaartsdag 1973, donderdag 31 mei, herdacht Biervliet dat in 1573 de Watergeuzen Biervliet in bezit namen en de Spanjaarden verdreven. Het waren drie dagen festiviteiten met op donderdag een grote optocht. Daarin werden de hoogtepunten uit de Biervlietse geschiedenis uitgebeeld. Tienduizenden bezoekers stroomden toe. Bij die gelegenheid werd de geuzenvlag geïntroduceerd. Nog jaarlijks vinden op Hemelvaartsdag de Geuzenfeesten plaats en om de vijf jaar is er een groots feest met een historische optocht, zijn de straten versierd en loopt de bevolking in historische kledij.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Ed Taverne en Irmin Visser (redactie). Stedebouw: De geschiedenis van de stad in de Nederlanden van 1500 tot heden. Uitgeverij SUN, Amsterdam, 2004, ISBN 90 6168 401 3. Pagina 57
  2. Gottschalk, M.K.E., Historische Geografie van Westelijk Zeeuws-Vlaanderen, Tot de Sint-Elisabethsvloed van 1404. Dieren, De Bataafse Leeuw, 1983.p 86,15,49,137.Mertens, J. A.., Biervliet een laatmiddeleeuws centrum van zoutwinning (eerste helft XV e eeuw). Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, nieuwe reeks, 17, 1963, p. 106. Lenting, J.J. en Ufkes, A., Een verdronken 14e-eeuws handelskwartier van Biervliet.Een archeologische opgraving in het tracé van de N61 bij Biervliet, gemeente Terneuzen, Groningen 2013, passim. Barbara Van den Bossche en Rinus Willemsen: Biervliet tussen eb en overvloed, Terneuzen, 2010, ISBN 978-90-804637-4-5
  3. De Stem 11-11-1981. PZC 16-8-1969.
  4. Zeeuwsch Dagblad 14-4-1961.
  5. Thomaes, F. C. M., Over de oprichting en bouw van de rk kerk van Biervliet, in: Nieuwsbrief Heemkundige Vereniging Terneuzen, no 74, jaar 2010, p 41 - 45.
  6. De Stem, 23-11-1967. Collot d'Escury, Jvr S., De molens van Zeeuwsch-Vlaanderen, Amsterdam, 1927, p. 46.
  7. PZC 17-11-1999. De Stem 22-6-1954.
  8. PZC 5-6-2010. Kostense, C., De maquette van Biervliet in: Nieuwsbrief Heemkundige Vereniging Terneuzen, no 74, jaar 2010, p 46 - 48. Dorpsblad Biervliet, dec. 2014.
  9. De Vrije Zeeuw 4-9-1958.
  10. Bruin, M.P. de, van der Feen, P. J. e.a. (red), Encyclopedie van Zeeland, deel 1. Middelburg, Kon. Zeeuwsch Gen. der Wetenschappen, 1982, p 140.
  11. Van de Broecke - de Man, E. J.: Kinderliedjes en volksliederen uit Zeeland, Vlissingen, 1979, p 74. PZC 29-10-1979.