Lijst van Nederlandse plaatsen met stadsrechten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portal.svg Portaal Steden

Aan een aantal plaatsen in Nederland zijn ooit stadsrechten toegekend. Van sommige van de plaatsen op de lijst is niet bekend of, en zo ja, wanneer stadsrechten verleend zijn. Dat die plaatsen, met name de meeste Friese steden, Appingedam en Groningen, wel een eigen stadsrecht bezaten staat daarbij echter niet ter discussie.

De toekenning van stadsrechten heeft sinds de herzieningen van de grondwet in 1848 geen betekenis meer. Vanuit planologisch gezichtspunt hebben veel van deze plaatsen niet de bevolkingsaantallen die de benaming rechtvaardigen voor wat nu onder een stad wordt verstaan.

Alfabetisch[bewerken]

Chronologisch[bewerken]

Verdwenen steden[bewerken]

  • Burghorn, stadsrechten in 1492, maar nooit ontwikkeld tot stad. Is als buurtschap opgegaan in de bebouwde kom van Schagen.
  • Delfshaven, stadsrechten in 1825, is als wijk opgegaan in Rotterdam en sinds de jaren 90 weer een deelgemeente van die stad.
  • Gasperde, stadsrechten in 1382, in 1405 tijdens de Arkelse Oorlogen verwoest. Later werd hier het dorp Hagestein gesticht.
  • Geyne, stadsrechten in 1295, werd in 1333 door de Hollanders verwoest en niet meer opgebouwd. Op deze plaats ligt nu Nieuwegein
  • Hughevliet, stadsrechten in de 13e eeuw, is verdronken in de golven.
  • Niervaart, stadsrechten in 1357, is verdronken in de golven. Later werd op dezelfde plaats Klundert gesticht, dat eveneens stadsrechten kreeg.
  • Reimerswaal, stadsrechten in 1374, is verdronken in de golven.

Verloren stadsrechten[bewerken]

Sinds de grondwetsherziening van 1848 is het begrip stadsrechten komen te vervallen. Er zijn echter ook plaatsen die in een eerder stadium hun stadsrechten kwijtraakten:

  • Austerlitz - de plannen uit 1806 om er een stad van te maken werden nooit ten volle geïmplementeerd, en in 1812 werd de plaats heringedeeld bij Zeist.
  • Eembrugge heeft sinds 1300 stadsrechten, die officieel nooit zijn afgenomen. Omdat het zich niet ontwikkelde, werd het echter al snel niet meer als stad beschouwd. In de tijd van de Republiek had het geen zitting in de Staten van Utrecht en in het Koninkrijk werd het geen zelfstandige stad.
  • Nijenstede, stadsrechten vóór 1362, deze werden overgelegd naar de plaats Hardenberg, doordat de meeste bewoners daarheen verhuisden in verband met de burcht die er destijds werd gebouwd.
  • Noordwijk, kreeg op 1 april 1398 stadsrechten verleend, maar graaf Albrecht nam de verleningsbrieven op 12 maart 1399 weer terug, omdat de indieners niet gerechtigd waren tot een dergelijk verzoek (formeel is er dus geen sprake van verleende stadsrechten).[12]
  • Staverden is vergelijkbaar met Eembrugge: het kreeg in 1298 stadsrechten, die nooit formeel zijn afgenomen, maar gold de facto niet als stad. Het had geen zitting in de Staten van de Kwartieren en werd in het Koninkrijk geen zelfstandige stad.
  • Vreeland, had van 1265 tot 1560 stadsrechten, hoewel sommige historici betwisten of de stadsrechten daadwerkelijk zijn ontnomen, wordt er algemeen aangenomen dat dit wel het geval is.
  • In 1426 verloren vrijwel alle West-Friese 'plattelandssteden' de stadsrechten die ze in de meeste gevallen pas tien tot twintig jaar eerder hadden verkregen. Dit vanwege hun steun aan Jacoba van Beieren in de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De meeste steden kregen hun rechten binnen enige tientallen jaren weer terug, met uitzondering van de stede Wognum, die onder de jurisdictie van Hoorn werd gesteld en niet meer zelfstandig werd.

Ook zijn er plaatsen die vergaande stedelijke rechten kregen. Deze worden soms ook tot de plaatsen met stadsrechten gerekend, omdat deze bundel aan stedelijke rechten in de praktijk bijna hetzelfde effect had als echte stadsrechten. Het gaat in dit verband om de plaatsen Diepenheim, Kuinre, Linne, Obdam-Hensbroek, Sas van Gent, Sijbekarspel, en Wijdenes en Oosterleek.

Blokzijl[bewerken]

Hoewel Blokzijl door stadhouder Willem III stadsrechten kreeg verleend, werden deze niet door de Staten van Overijssel erkend. Dit stadsrecht wordt in de literatuur dan ook beschouwd als een 'onbevoegd' verleend stadsrecht.[13]

Emmeloord[bewerken]

Aan Emmeloord, de hoofdplaats van de gemeente Noordoostpolder, werden in 1992 bij wijze van ludieke actie 'stadsrechten' verleend. Dit werd gedaan door de Commissaris van de Koningin van Noord-Holland uit naam van de Staten van Holland, die in de tijd van de Republiek over dit deel van de Zuiderzee hadden geheerst.[14] Uiteraard is deze ceremonie zonder betekenis, aangezien de Nederlandse wet geen steden erkent en Emmeloord geen zelfstandige entiteit is.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b De oorsprong van Baarn op www.baarn.nl
  2. Het is niet precies bekend wanneer Bergen op Zoom stadsrechten heeft verworven omdat de stadsarchieven bij een grote stadsbrand in 1397 verloren zijn gegaan. Aangenomen wordt dat dit bij of al voor het afscheiden van de stad als heerlijkheid is gebeurd.
  3. a b In 952 werd het een stad (urbs) genoemd in een schenkingsoorkonde van koning Otto I aan het Mauritiusklooster in Maagdeburg, Online versie; 1ste helft 12de eeuw eerste vastlegging van rechten, vrije Duitse Rijksstad
  4. Er wordt vanuit gegaan dat Langedijk zijn stadsrechten terug kreeg nadat deze waren afgenomen na een verloren strijd van Willems dochter Jacoba van Beieren tegen haar rivaal Philips van Bourgondi. Zie voor meer informatie hierover de subkop Stadrechten op het artikel van Langedijk.
  5. a b Meppel kreeg in 1648 van de drost van Drenthe voorwaarden waarop men zich in het stadje kon vestigen
  6. Website Oisterwijk
  7. Website Oosterhout
  8. a b In de rond 766 door Willibald geschreven vita over Bonifatius wordt Utrecht (Trecht) een urbs genoemd; online versie (MGH), blz. 47, regel 25. In de door Liudger, vermoedelijk rond 795, geschreven vita over Gregorius van Utrecht noemt deze Traiectum (Utrecht) een antiquam civitatem: een oude stad; online versie (MGH), blz. 71, regel 35. In 936 wordt een oorkonde opgemaakt: koning Otto I schenkt de stad Utrecht (civitate Traiectensi) het muntrecht.
  9. Dit jaartal markeert de oudst bewaarde oorkonde waarin de tweeherigheid van Maastricht wordt vastgelegd. Maastricht heeft nooit een stadsbrief gehad waarin de stadsrechten werden vastgelegd, waarschijnlijk omdat het al zo'n oude stad was. De meeste auteurs gaan er vanuit dat Maastricht al in de Merovingische tijd stedelijke kwaliteiten had, voor zover het die in de laat-antieke periode al niet had, toen het de rol van civitas-hoofdstad overnam van Tongeren. De 6e-eeuwse geschiedschrijver Gregorius van Tours schrijft in zijn Historia Francorum over Maastricht als urbs treiectinsis, de "stad Maastricht".
  10. Breda, stad van borderlords en baronnen, door Leo Nierse. Blz. 21
  11. Bedelorden en begijnen in de stad Groningen tot 1594 Door F. J. Bakker. Het hier gegeven jaartal is de eerste zekere vermelding van Groningen als stad. Er zijn vermoedens dat Groningen mogelijk tussen 1122 en 1190; of 1190 en 1230 ongeschreven stadsrecht heeft gekregen; echter de eerste onomstotelijke verwijzing wordt gevonden in 1227.
  12. Meijer, A.H. (1992) Straatnamenboek van Noordwijk: Noordwijks historie vanuit de straatnaam
  13. J.C.M. Cox, Stadsrechtelijke steden en www.stadsrechten.nl, lezing. Hier staat: "In de 17e en 18e eeuw vinden geen verdere stadsrechtverleningen plaats." Zie ook voetnoot 28 aldaar: "Het ‘geval’ Blokzijl in 1672 wordt, in navolging van de toenmalige Staten van Overijssel, door auteur dezes als een ‘onbevoegd verleend stadsrecht’ beschouwd."
  14. Gemeente Noordoostpolder - Stadsrechten Emmeloord