Dhabiha

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een rituele slacht in Esna (Egypte) in 1926.

Dhabiha (Arabisch: ذَبِيْحَة) is de algemene term voor het aanduiden van de door de islam voorgeschreven wijze van slachten.

Islamitisch slachten[bewerken]

Binnen de islam gelden verschillende voorschriften voor het slachten van dieren voor consumptie. Alleen als aan deze voorwaarden wordt voldaan is het vlees rein (halal) voor consumptie. De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • de slachter moet een moslim zijn die bekwaam is in het slachten;
  • de slachtplaats moet rein zijn;
  • de slachter moet zorg dragen voor het comfort van het dier; het slachtmes mag bijvoorbeeld niet zichtbaar zijn voor het dier of in de nabijheid van het dier geslepen worden; het slachten mag niet door andere dieren gezien worden;
  • het dier wordt met de kop in de richting van de qibla (Mekka) geplaatst;
  • voordat een dier geslacht wordt, spreekt de slachter de woorden Bismillah, Allahoe Akbar (in naam van God, God is de grootste) uit, waarmee hij zijn dankbaarheid en respect uit voor God die, volgens de islam, in het voedsel voorziet;
  • worden in één beweging de halsslagader en de luchtpijp doorgesneden.[1]

Er zijn twee varianten van islamitische slacht: dhabh, doorsnijden van de keel (bij kleinvee/gevogelte en rundvee); en nahr, doorsnijden van de halsslagaders aan de basis van de nek (dromedarissen en rundvee). Over de toepassing van deze varianten bestaat geen eenheid van opvatting onder islamitische geleerden.

Andere voorwaarden die van belang zijn[bewerken]

De omstandigheden waarin een dier gefokt werd, de kwaliteit van het voedsel en het onderdak dat het kreeg, evenals de wijze van transport en de afstand waarover dit verantwoord gebeuren kan spelen ook een rol bij de beoordeling of het vlees halal is. Dierenwelzijn is, volgens de islam, een belangrijke verantwoordelijkheid (khalifa) die God de mens toevertrouwde.

De Koran stelt dat al het vlees dat geofferd in naam van iets anders dan God, onrein (haram) is. Sommige islamitische geestelijken zijn de mening toegedaan dat vlees van toegestane dieren die door een niet-moslim zijn geslacht, maar wel op de door de moslims voorgeschreven wijze, ook halal is. Koosjer vlees en vlees van dieren die door christenen in naam van God geslacht zijn, worden door sommige islamitische geestelijken ook als halal beschouwd (Soera De Tafel 5). Soera De Tafel 3 stelt dat de regels niet gelden voor degene die honger heeft. Liberale moslims vatten dit op als dat al het vlees gegeten mag worden als men honger (trek) heeft, terwijl de meer behoudende moslims ervan uitgaan dat de honger een kwestie van leven of dood moet zijn, voordat men niet-halalvlees eet.

Twijfels aan dierenwelzijn[bewerken]

In 2008 verscheen een literatuurstudie van de Landbouwuniversiteit Wageningen naar het dierenwelzijn van ritueel geslachte dieren; dit in vergelijking met de reguliere slacht in Nederland, waarbij dieren voorafgaand aan de slacht verdoofd worden. De hoofdconclusie luidt als volgt:

"Uit het onderzoek kwam als voornaamste conclusie naar voren, dat onbedwelmd ritueel slachten in vergelijking met slachten na bedwelming op diverse punten nadelig is voor het welzijn van het dier. De noodzaak om dieren die zonder bedwelming geslacht worden zodanig vast te zetten (te fixeren), dat de halssnede trefzeker kan worden toegebracht, kan veel stress veroorzaken. Maar ook de halssnede zelf zal, gezien het grote aantal pijnreceptoren in de halsstreek, een ernstige pijnprikkel veroorzaken - bij sommige dieren onderdrukt doordat dieren in een shocktoestand geraken. Daar staat tegenover dat ze pijn niet via vocalisaties kunnen uiten, omdat ook de luchtpijp is doorgesneden. Verder blijkt het bij het toedienen van de halssteek vaak mis te gaan, met extra sneden en extra lijden als gevolg. Ook kan er bloed in de luchtpijp lopen, wat een gevoel van verstikking oplevert bij dieren die het bewustzijn nog niet geheel verloren zijn. Bovendien blijven de hersenen van onbedwelmde dieren na de halssteek langer actief dan die van bedwelmde dieren. Het is niet uitgesloten dat in het bijzonder runderen na de halssnede relatief lang bij bewustzijn blijven doordat hun hersenen, anders dan bij schapen en pluimvee het geval is, via de niet doorsneden arteria vertebralis nog even van bloed voorzien blijven." [2]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties