Eduard II van Engeland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Edward II van Engeland)
Ga naar: navigatie, zoeken
Eduard II
1284-1327
Eduard II
1e opvolger voor de Engelse troon
Periode 1284-1307
Voorganger Alfons van Chester
Opvolger Thomas van Brotherton
Graaf van Ponthieu
Periode 1290-1325
Voorganger Eleonora
Opvolger Eduard III
Prins van Wales
Periode 1301-1307
Voorganger
Opvolger Eduard van Woodstock
Koning van Engeland
Periode 1307-1327
Voorganger Eduard I
Opvolger Eduard III
Vader Eduard I
Moeder Eleonora van Castilië

Eduard II van Carnarvon (Caernarvon (Wales), 25 april 1284Berkeley Castle (Gloucestershire), 21 september 1327) was koning van Engeland van 1307 tot 1327. Hij was de vierde zoon van Eduard I en Eleonora van Castilië. Hij werd troonopvolger ten gevolge van het overlijden van zijn oudere broers.

In 1308 trouwde hij met Isabella, de dochter van de Franse koning Filips IV. Het huwelijk zou geen succes worden. Eduard verwaarloosde zijn vrouw en er gingen geruchten dat hij homoseksueel zou zijn, aangezien hij het gezelschap van mannen prefereerde, waaronder de Franse edelman Piers Gaveston en Hugh Despenser. Niettemin kwamen uit het huwelijk met Isabella vier kinderen voort: twee zoons, Eduard en John, en twee dochters, Isabella en Joanna, die de vrouw zou worden van David II van Schotland.

Eduard was geen sterk bestuurder en had een voorliefde voor vermaak. De strijd met de Schotten die zijn vader had ingezet, liet hij versloffen. Door zijn kennelijke gebrek aan zelfvertrouwen liet hij het bestuur liever aan anderen over. Al tijdens het koningschap van zijn vader stond hij onder invloed van Gaveston, die -onder druk van de adel- door de koning werd verbannen.

Na de dood van Eduard I haalde hij zijn vriend Gaveston echter terug en maakte hem graaf van Cornwall. Gaveston trad ook op als regent als Eduard in het buitenland was. De baronnen protesteerden hiertegen en het lukte hen uiteindelijk Gaveston opnieuw te doen verbannen. In 1312 werd hij vermoord.

Eduard werd vervolgens gedwongen toezicht op het bestuur toe te staan via een regeringsraad van 21 baronnen, de "Lords Ordainers". Tijdens het geruzie met de baronnen wist Robert I van Schotland (the Bruce) Schotland grotendeels te heroveren. Dit ging ook Eduard te ver. In juni 1314 trok hij met een groot leger naar het noorden, maar werd verpletterend verslagen in de slag om Bannockburn, waarna Robert wraak nam op de daden van Eduard en zijn vader door het noorden van Engeland te verwoesten.

Daarna liet Eduard het bestuur opnieuw over aan zijn gunsteling Hugh Despenser. Ook dit was reden voor de baronnen om in opstand te komen. Ook Despenser en zijn familie werden verbannen. In 1322 haalde hij de familie echter terug uit ballingschap en ging de strijd aan met de baronnen. De jaren daarop werd Engeland in feite geregeerd door de Despensers.

Graftombe van Eduard II
Graftombe van Eduard II

In 1325 kwam ook de koningin in actie. Na een kort verblijf in Frankrijk wilde zij niet terugkeren als haar man de Despensers aan de macht zou laten. Samen met haar zoon en een van de verbannen baronnen, Roger Mortimer, keerde zij terug, vastbesloten de Despensers te verdrijven. Eduards volgelingen verlieten hem en hij vluchtte naar het westen. Zijn vrouw volgde hem en liet de Hugh Despenser en diens zoon ter dood brengen. In november werd Eduard gevangen genomen. In januari 1327 werd hij op beschuldiging van incompetentie en allerlei wangedrag gedwongen af te treden, zogenaamd ten gunste van zijn 14-jarige zoon Eduard III. In werkelijkheid namen zijn vrouw Isabella en haar geliefde Roger Mortimer het bestuur over. Eduard II werd vermoord in september van hetzelfde jaar in Berkeley Castle. Hij werd anaal gespietst met een gloeiende pook, in een kennelijke poging hem als homoseksueel te kijk te zetten. Mortimer en Isabella hebben weinig plezier beleefd aan hun machtsgreep; toen Eduard III in 1330 meerderjarig werd, liet hij Mortimer als verrader terechtstellen; zijn moeder rangeerde hij op een nette manier uit; zij overleed in Hertford in 1358.

De Engelse toneelschrijver Christopher Marlowe wijdde een toneelstuk aan Eduard II.

 
Persoonlijke instellingen