Erich von dem Bach-Zelewski
Erich Julius Eberhard von dem Bach-Zelewski, geboren met alleen de achternaam von Zelewski, vanaf 1925 von dem Bach-Zelewski en vanaf 1940 von dem Bach,[1] (Lauenburg in de Duitse provincie Pommeren (tegenwoordig Lębork in Polen), 1 maart 1899 - München, 8 maart 1972) was een Duitse SS-Obergruppenführer. Hij is vooral berucht om de op zijn bevel tijdens de Tweede Wereldoorlog uitgevoerde grootschalige wandaden door SS-Einsatzgruppen in Oost-Europa.
Inhoud |
[bewerken] Voor de oorlog
Von dem Bach-Zelewski was afkomstig uit de Kasjoebische landadel. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 gaf hij zich als vrijwilliger op bij het Pruisisch-Duitse leger. Met zijn vijftien jaar was hij een van de jongste rekruten. Vanwege zijn inzet ontving hij onder meer het IJzeren Kruis en had hij tegen het eind van de oorlog de rang van luitenant bereikt. Na de wapenstilstand van 1918 vocht hij in diverse vrijkorpsen in Silezië tegen Poolse milities. Vanwege zijn extreemrechtse activiteiten moest hij in 1924 de Reichswehr verlaten. Hij werd vervolgens leider van een bataljon van de grensverdediging en vond emplooi als dagloner totdat hij in 1928 de boerderij van zijn ouders erfde.
In 1930 werd hij lid van de NSDAP, het jaar daarop ook van de SS. In 1932 kwam hij voor de NSDAP in de Rijksdag, ook in 1933 was dit het geval. Formeel bleef hij tot het einde van de Tweede Wereldoorlog hierin vertegenwoordigd. In 1934 werd hij bevorderd tot SS-Führer in Oost-Pruisen, gevolgd door een promotie in 1937 tot kapitein in de Wehrmacht (het Duitse leger) en tot Höherer SS- und Polizeiführer van Silezië in 1938.
[bewerken] Tijdens de oorlog
Aan het begin van de oorlog had Von dem Bach-Zelewski de rang van SS-Gruppenführer en luitenant-generaal in de Wehrmacht bereikt.
Eind 1939 stelde hij SS-leider Heinrich Himmler voor een concentratiekamp voor niet-Duitse inwoners bij de Poolse plaats Oświęcim op te zetten. Na enige aarzeling besloot Himmler op zijn verzoek in te gaan en werd in mei 1940 het concentratiekamp Auschwitz geopend.
Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in juni 1941 werd hij belast met het bestrijding van de Russische partizanen in Wit-Rusland, noordelijk Oekraïne en oostelijk Polen. In november van dat jaar volgde zijn bevordering tot SS-Obergruppenführer en General der Waffen-SS (generaal van de Waffen-SS). Medio 1943 werd hij tot hoofd van de SS-Einsatzgruppen benoemd en daarmee verantwoordelijk voor de bestrijding van de partizanen in Rusland. Onder zijn bevel werden veel Joden omgebracht alsook een groot aantal Russische burgers die van verzetswerk werden verdacht. Diverse andere Russische burgers werden ingezet als dwangarbeiders. Een gebruikelijke werkwijze was om verdachte of in gebreke zijnde dorpen overeenkomstig een opgestelde lijst systematisch aan te pakken. Door de SS-Einsatzgruppen en daaraan verbonden groepen werden deze dorpen helemaal doorzocht, de huizen werden daarbij vernietigd en de meeste inwoners vermoord en de rest als dwangarbeider afgevoerd.
Nadat op 1 augustus 1944 de Opstand van Warschau was begonnen, werd Von dem Bach-Zelewski op 5 augustus door Hitler met het neerslaan ervan belast, wat hem uiteindelijk - met veel bloedvergieten - ook gelukte. Op 2 oktober van dat jaar gaf de Poolse verzetsgeneraal Tadeusz Komorowski zich aan hem over.
Diezelfde maand nog werd hij door Hitler naar de Hongaarse hoofdstad Boedapest gestuurd, waar hij deelnam aan de val van regent Miklós Horthy en diens regering, en de vervanging daarvan door de fascistische en zeer antisemitische Pijlkruisers met hun leider Ferenc Szálasi. Met name was hij er betrokken bij de vervolging van de aldaar woonachtige Joden.
[bewerken] Na de oorlog
Op 1 augustus 1945 werd Von dem Bach-Zelewski door de Amerikaanse militaire politie opgepakt. In ruil voor zijn getuigenis in de Processen van Neurenberg werd hij gevrijwaard van vervolging voor oorlogsmisdaden. Ook werd hij niet uitgeleverd aan Polen of de Sovjetunie. In 1949 kwam hij vrij.
In 1951 beweerde hij dat hij nazileider Hermann Göring had geholpen zelfmoord te plegen. De autoriteiten konden er geen bewijzen voor vinden en hij werd daarom hier niet voor vervolgd. In het kader van de denazificatie werd hij dat jaar in München wel veroordeeld, namelijk tot tien jaar werkkamp en ontzetting uit zijn vermogen. Hij bracht deze straf niet gevangen door maar had daarentegen huisarrest. Eind jaren 50 en begin jaren 60 werd hij in Neurenberg opnieuw berecht, ditmaal vanwege de moord in 1934 op SS-officier Anton von Hohberg und Buchwald tijdens de zogenoemde Nacht van de Lange Messen en de moord op een aantal Duitse communisten begin jaren dertig. De langdurige gevangenisstraf die hieruit voortvloeide ontliep Erich von dem Bach-Zelewski niet; tot aan zijn overlijden op 73-jarige leeftijd in een gevangenisziekenhuis zat hij vast. Voor zijn optreden in Oost-Europa, zoals zijn rol in de uitroeiing van de daar woonachtige Joden, is hij nooit vervolgd.
[bewerken] Opmerkelijk
Drie van zijn zussen waren getrouwd met Joodse mannen, iets waar hij zich zeer aan stoorde. Na de oorlog verklaarde hij tijdens zijn ondervraging in 1946 dat deze 'onzuivere' huwelijken zijn reputatie dusdanig hadden beschadigd dat hij zich genoodzaakt had gezien de Reichswehr te verlaten.
[bewerken] Externe links
- (de) 125 originele dokumenten van en over Von dem Bach-Zelewski (foutief geschreven als 'Zalewski'), Simon Wiesenthalcentrum
- (en) International Military Tribunal: "Blue Series", Vol. 4, p. 475 (ondervraging van Von dem Bach-Zelewski op 7 januari 1946), The Holocaust History Project
Noot
|
| Zie de categorie Erich von dem Bach-Zelewski van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Wikiquote heeft een collectie citaten gerelateerd aan Erich von dem Bach-Zelewski (Engels). |