Mosasauridae
| Mosasauridae Status: Uitgestorven, als fossiel bekend Fossiel voorkomen: Laat-Krijt |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Hainosaurus | |||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||
|
|||||||||||
| Familie | |||||||||||
| Mosasauridae Gervais, 1853 |
|||||||||||
| Tylosaurus | |||||||||||
| Mosasauridae op |
|||||||||||
|
|||||||||||
De Mosasauridae, ook wel maashagedissen genoemd, zijn een familie van uitgestorven zeereptielen uit de orde schubreptielen (Squamata). De familie dankt zijn naam aan de rivier de Maas (Latijn: Mosa), aangezien in de kalksteengroeven nabij Maastricht in 1766 de eerste fossielen van mosasauriërs werden gevonden.
Inhoud |
Anatomie en morfologie [bewerken]
Alle leden van de familie volgden hetzelfde bouwplan: een slank lichaam dat overging in een lange staart met een vin en zijdelings vier flippers. De mosasauriërs bewogen zich voort met behulp van bewegingen van de staart en stuurden met de flippers. Het waren veelal grote en waarschijnlijk krachtige roofdieren. Van enkele exemplaren is alleen de kop al zo'n drie meter lang en daarmee behoren ze tot de grootste dieren die ooit hebben geleefd. Sommige mosasauriërs hadden een extra rij tanden in hun gehemelte, waarmee ze waarschijnlijk prooi vasthielden terwijl de kaken voorwaarts bewogen om de prooi door te slikken. De schedelvorm van de mosasauriërs wijst op een verwantschap met de varanen. De kleinst bekende mosasauriër is Carinodens belgicus, die ongeveer drie meter lang was en zich vermoedelijk voedde met schelpdieren en ammonieten. Hainosaurus was met een lengte tot 17,5 meter en een mogelijk gewicht van 20 ton de grootste van de mosasauriërs.
De nieuwe reconstructie [bewerken]
Vroeger werd altijd gedacht dat mosasauriërs peddels aan hun staart bezaten, maar nieuw bewijs lijkt aan te tonen dat de mosasauriërs net als de ichthyosauriërs en de metriorhynchiden een soort staartvin te hebben. De staartbotten aan het einde van de staart buigen hierbij naar beneden, waardoor er boven deze botten een ruimte vrijkomt voor een dikke huidflap om weerstand te bieden in het water. Hierdoor kan het dier sneller voortbewegen als het de staart heen en weer beweegt in het water. Sommige dieren als haaien gebruiken hierbij een slangachtige beweging, waarbij het hele lichaam meekronkelt. De mosasauriërs hielden hun lichaam, en waarschijnlijk ook de staart, vrij stijf en zwiepten de laatste vermoedelijk continu rustig heen en weer om naar de bodem zinken te voorkomen en zo toch vrij stil in het water te hangen, voor een eventuele hinderlaag. Als een nietsvermoedende prooi langskwam schoten zij waarschijnlijk met een paar krachtige slagen van de staart snel naar voren om de prooi niet de kans te geven te vluchten.
-
Nieuwe reconstructie van Tylosaurus met staartvin.
-
Platecarpus volgens de nieuwe reconstructie.
-
Plotosaurus volgens de nieuwe reconstructie.
Warmbloedigheid [bewerken]
Eerst werd er aangenomen dat mariene reptielen zoals ichthyosauriërs, plesiosauriërs en ook mosasauriërs koudbloedig waren. Na een onderzoek van Laboratoire PaléoEnvironnements et PaléobioSphère aan de universiteit van Lyon in samenwerking met Muséum National d'Histoire Naturelle and the École Normale Supérieure door naar de tanden te kijken van alle drie de geslachten van mariene reptielen zag men bepaalde groefjes die endothermie (warmbloedigheid) aanduiden. Uit het onderzoek kwam ook tevoorschijn dat mosasauriërs in een primitiever stadium van endothermie verkeerden dan ichthyosauriërs en plesiosauriërs. Het onderzoek werd op 11 juni 2010 in het wetenschappelijke tijdschrift Science gepubliceerd.
Voeding [bewerken]
Vrijwel alle andere zeedieren konden ten prooi vallen aan grote mosasauriërs als Hainosaurus en Tylosaurus: allerlei vissen waaronder ook de haaien en de grote roofvis Xiphactinus, zeevogels zoals Hesperornis, andere zeereptielen zoals Elasmosaurus en zelfs andere mosasauriërs.
Andere geslachten als Globidens, Carinodens en Prognathodon hadden ronde en stompe tanden waarmee ze waarschijnlijk de schalen van schaaldieren en schelpdieren kraakten.
Evolutie [bewerken]
De mosasuriërs zijn in de loop van het Krijt ontstaan uit hagedisachtige voorouders, vermoedelijk de voorouders van de moderne varanen. In november 2005 werd de vondst van een tussenvorm tussen de meer basale oervaranen en de mosasauriërs bekendgemaakt. Deze "missing link" kreeg de naam Dallasaurus, naar de Amerikaanse stad Dallas waar het fossiel was gevonden. Door het uitsterven van verschillende grote zeereptielen zoals de ichthyosauriërs en de meeste pliosauriërs zoals Kronosaurus en Liopleurodon in de eerste helft van het Krijt, lagen verschillende niches open in de mariene ecosystemen. Het waren vooral de mosasauriërs die hun kans grepen en tegen het einde van het Krijt waren deze reptielen de belangrijkste zeeroofdieren. Alle mosasauriërs stierven 65 miljoen jaar geleden uit in de uitstervingsgolf die ook het einde van de dinosauriërs betekende.
Vondsten [bewerken]
Fossielen van mosasauriërs zijn over de gehele wereld gevonden: Nederland, België, Zweden, Marokko, Libanon, Australië, Nieuw-Zeeland, Vega Island nabij Antarctica, Centraal-Amerika, Canada en de VS.
Taxonomie [bewerken]
- Familie Mosasauridae
- Haasiasaurus
- Onderfamilie Mosasaurinae
- Halisauromorpha
- Onderfamilie Halisaurinae
- Russelosaurina
Mosasauridae incerta sedis
Een stamboom van de Mosasauridae van Bell en Polcyn, 2005:
| Mosasauroidea |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Ontdekkingsgeschiedenis [bewerken]
De fossielen van mosasauriden behoren niet tot de allereerste die aan vroegmoderne Europese verzamelingen werden toegevoegd, maar een aantal spectaculaire vondsten juist op het moment dat tijdens de Verlichting het besef begon door te dringen dat de Aarde in vroegere perioden door geheel andere leefgemeenschappen bevolkt werd, maakte dat ze een centrale rol speelden in de vroege filosofische en natuurhistorische discussies over uitsterven en evolutie. In 1766 werden in de Sint Pietersberg bij Maastricht schedeldelen gevonden van Mosasaurus die nu nog tot de verzameling behoren van het Teylers Museum te Haarlem. Tussen 1770 en 1774 werd een tweede schedel geborgen die veel sterker de aandacht trok. In 1794 voerde het revolutionaire Franse leger die als oorlogsbuit van Maastricht naar Parijs. Terwijl eerder nog gedacht werd dat het ging om een krokodil, vis of walvis, begreep in 1799 Adriaan Gilles Camper als eerste dat het een reusachtige uitgestorven hagedis betrof, een verwant van de varaan. Zijn hypothese werd overgenomen door Georges Cuvier die haar een deel maakte van een algemeen model voor het uitsterven van hele faunae, het catastrofisme. Camper was ook de eerste die opmerkte dat er, gezien de verschillen in de gevonden fossielen, een tweede soort van dit type dieren in de lagen van Maastricht aanwezig moest zijn.
Mosasaurus kreeg pas in 1822 zijn naam, toen het geslacht benoemd werd door William Conybeare.[1] In 1853 werd de familie Mosasauridae benoemd door Paul Gervais.[2]
Al vroeg werden er ook buiten Europa vondsten van mosasauriden gedaan. Rond 1829 werd door majoor Benjamin O'Fallon in South Dakota bij Fort Lookout een exemplaar gevonden van wat later Mosasaurus missouriensis zou heten. Deze eerste Amerikaanse ontdekking werd naar Bonn overgebracht nadat het fossiel door prins Maximiliaan van Wied gekocht was.
In het begin van de negentiende eeuw werd Mosasaurus als een landbewonende hagedis gezien die zich op normale poten voortbewoog. Pas in 1854 begreep Hermann Schlegel dat de mosasauriden zeedieren waren die voorzien waren van vinnen.
In de tweede helft van de negentiende eeuw werd een groot aantal vondsten van mosasauriden gedaan in de Verenigde Staten van Amerika. Duizenden exemplaren werden opgegraven, op basis waarvan onder anderen Edward Drinker Cope en Othniel Charles Marsh vele geslachten en soorten benoemden waaronder Clidastes, Platecarpus, Halisaurus en Tylosaurus. De bouw van de diergroep werd zo veel beter bekend. Iets latere Amerikaanse vondsten waren Ectenosaurus, Prognathodon en Globidens. De strata van de oorspronkelijke vondsten in de Lage Landen bleven echter fossielen opleveren die wel niet zo talrijk waren als die uit de Nieuwe Wereld maar toch belangrijke nieuwe soorten vertegenwoordigden. Louis Dollo kon zo rond de eeuwwisseling Hainosaurus, Plioplatecarpus en Compressidens (later hernoemd tot Carinodens) benoemen.
Externe links [bewerken]
- Warmbloedigheid in mariene reptielen
- Oceans of Kansas; site over mosasauriër-resten die in Kansas zijn gevonden.
Bronnen, noten en/of referenties
Literatuur
Noten
|
| Zie de categorie Mosasauridae van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |