Mr. Smith Goes to Washington

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mr. Smith Goes to Washington
Mr. Smith gaat naar Washington[1]
James Stewart, Jean Arthur, Frank Capra en Joseph Walker op de set
James Stewart, Jean Arthur, Frank Capra en Joseph Walker op de set
(Filmposter op en.wikipedia.org)
Tagline "Entertainment As Powerful As the Strength of the People! As Great As the Genius of Capra!"
Regie Frank Capra
Producent Frank Capra
Productie-
maatschappij
Columbia Pictures
Scenario Sidney Buchman
Voice-over Colin James Mackey
Hoofdrollen James Stewart
Jean Arthur
Claude Rains
Edward Arnold
Muziek Dmitri Tjomkin (Componist)
M. W. Stoloff (Music Director)
Montage Gene Havlick
Al Clark
Cinematografie Joseph Walker, A.S.C.
Distributie Columbia Pictures
Première 19 oktober 1939
Genre Komedie
Speelduur 129 minuten
Taal Engels
Land Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Budget $1.5 miljoen[2]
Opnamelocatie Washington D.C.: o.a. Capitool, Union Station
Hollywood: Columbia-studio's
Opbrengst $9 miljoen[2]
Nominaties 11 Academy Awards
Prijzen Oscar voor Beste Verhaal
Voorloper Mr. Deeds Goes to Town
(en) IMDb-profiel
MovieMeter-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Mr. Smith Goes to Washington is een Amerikaanse politieke tragikomedie van Frank Capra uit 1939. James Stewart speelt de hoofdrol van Jefferson Smith, een jeugdige padvindersleider die de werkelijke wereld achter de Amerikaanse politiek aan den lijve ondervindt als hij wordt aangesteld als senator.

De film werd geschreven door Sidney Buchman, die het plot baseerde op een ongepubliceerd verhaal van Lewis R. Foster, met de titel The Gentleman from Montana. Reeds bij zijn première veroorzaakte de film veel opschudding en werd onder ander afgeschilderd als anti-Amerikaans en pro-communistisch. Desondanks werd Mr. Smith Goes to Washington een groot succes en betekende het de doorbraak voor James Stewart. De cast bevatte een groot aantal beroemde acteurs, zoals Claude Rains, Jean Arthur en Harry Carey. Mr. Smith Goes to Washington werd genomineerd voor 11 Academy Awards en won een Oscar voor Beste Verhaal.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.
Jefferson Smith (James Stewart) wordt door Gouverneur Hubert Hopper (Guy Kibbee) gepresenteerd als nieuwe senator en wordt enthousiast ontvangen door de corrupte Jim Taylor (Edward Arnold) en zijn rechterhand Chick McGann (Eugene Pallette).

Het verhaal begint in een niet nader genoemde staat in het westen van de Verenigde Staten. De staat werd aanvankelijk vertegenwoordigd door twee senators, namelijk Sam Foley en Joseph Paine (Claude Rains). Wanneer Foley onverwacht komt te overlijden moet de gouverneur van de staat, Hubert "Happy" Hopper (Guy Kibbee), een vervanger kiezen. De corrupte Jim Taylor (Edward Arnold) heeft een grote invloed op Hopper en heeft samen met Paine geheime plannen om een wetsvoorstel door te duwen voor de bouw van de Willet Creek Dam. Taylor opteert ervoor zijn stroman Horace Miller als vervanger, terwijl het volk de hervormer Henry Hill prefereert. Terwijl Hopper niet kan besluiten welke van de twee hij zou moeten kiezen, stellen zijn kinderen hem nog voor een derde keuze, namelijk de verlegen Jefferson Smith (James Stewart), het hoofd van Boy Rangers, hun padvindersclub.[n 1] Uiteindelijk kiest Hopper voor Smith, omdat deze populair is bij het volk en tegelijk door zijn schijnbare naïviteit een geschikte stroman lijkt.[3]

Naar Washington[bewerken]

Wanneer Jefferson Smith samen met senator Joseph Paine in de trein naar Washington D.C. zitten, vertelt hij Paine over zijn vader, die voordat hij overleed goed bevriend was met Paine. Smith had door de verhalen van zijn vader een grote bewondering voor Paine, maar weet niet dat Paine een corrupt politicus is geworden. Wanneer de twee in Union Station door een grote delegatie worden ontvangen, ontmoet Smith Susan Paine (Astrid Allwyn), de dochter van de senator, en wordt op slag verliefd op haar. Wanneer Smith het station uitloopt wordt hij voor de tweede maal overdonderd, deze keer door de aanblik van het fraai verlichte Capitool. Hij besluit om een stadstoer te maken en is vijf uur lang onvindbaar.[3]

Links: Jefferson Smith wordt enthousiast verwelkomd door Susan Paine (Astrid Allwyn) en haar vriendinnen op het Union Station in Washington.
Rechts: Jefferson Smith en Clarissa Saunders (Jean Arthur) in de taxi, door de achterruit is het Capitool te zien.

Jefferson Smith komt eindelijk aan in zijn kantoor en ontmoet zijn verontruste secretaresse, Clarissa Saunders (Jean Arthur). Deze cynische jongedame kreeg van Jospeh Paine de opdracht om Smith in de gaten te houden, maar organiseert met haar minnaar, journalist Diz Moore (Thomas Mitchell) een persconferentie. De volgende dag wordt Smith in de kranten van Washington zwart gemaakt. Nadat hij in het Senaat de eed heeft afgelegd, rent hij de stad door om elke betrokken journalist in elkaar te slaan.[3]

Het wetsvoorstel[bewerken]

Om Smith af te leiden stelt Paine hem voor om een wet te ontwerpen. Enthousiast gaat Smith met Saunders aan de slag en vertelt haar zijn plannen om een padvinderskamp te laten bouwen op een stuk grond langs Willet Creek. Dit project wil hij financieren door een lening van de staat die terugbetaald zal worden door vrijwillige bijdragen van de padvinders zelf. Samen werken ze de hele nacht door om het voorstel klaar te krijgen voor de volgende ochtend.[3]

Wanneer Joseph Smith stotterend het wetsvoorstel in de Senaat voordraagt, wordt zijn voorstel enthousiast ontvangen en al snel stromen de donaties binnen. Wat Smith echter niet weet, is dat de grond die hij op het oog had al in het geheim was opgekocht door Jim Taylor, die middels een ander wetsvoorstel hier de Willet Creek Dam wil laten bouwen. Deze reist naar Washington om Joseph Paine te instrueren in zijn plannen om Smith buiten spel te zetten. Ze besluiten om Smith af te leiden op de dag dat het wetsvoorstel met betrekking tot de Willet Creek Dam. Susan Paine wordt ingeschakeld, die Smith een dag lang de stad laat zien. Wanneer Smith laat in zijn kantoor komt, ontmoet hij Saunders en Diz Moore in een beschonken toestand. Saunders ligt hem in over de geheime plannen van de bouw van de Willet Creek Dam, waarop Smith naar Paine's huis gaat. Paine probeert Smith te sussen, maar in een volgende zitting van de Senaat beschuldigt hij Smith ervan dat zijn wetsvoorstel frauduleus is, aangezien het land langs Willet Creek al in zijn bezit is, en eist zijn aftreding. Smith is zo geschokt dat hij niet weet hoe te reageren en verlaat het gebouw.[3]

Clarissa Saunders onthult aan Jefferson Smith de plannen betreft de Willet Creek Dam, terwijl journalist Diz Moore (Thomas Mitchell) meeluistert.

Clarissa Saunders was eerst niet ingenomen met haar verlegen werkgever, maar kreeg later steeds meer bewondering voor hem en raakte uiteindelijk zelfs verliefd op Smith. Zij besluit hem te helpen en stelt hem voor om door middel van een filibuster het wetsvoorstel van de bouw van de Willet Creek Dam uit te stellen, zodat hij de tijd heeft om zijn onschuld te bewijzen.[3]

Smith's toespraak[bewerken]

Jefferson Smith spreekt de onoplettende senatoren toe.

Smith praat non-stop 24 uur lang, waarbij hij spreekt over de Amerikaanse idealen van vrijheid en de geheime plannen van Joseph Paine en Jim Taylor openbaart. Ondertussen slaagt Taylor er echter in om de pers in Jefferson Smiths' thuisstaat te beïnvloeden en Smith zwart te maken, zodat hij niet herkozen zal worden. De senators beginnen echter aandacht te krijgen voor de boodschap van Smith. Maar Joseph Paine laat daarop in bakken en manden de brieven binnenbrengen van verontwaardigde burgers uit Smiths thuisstaat, die geloof hechtten aan de leugens van de pers. Jefferson Smith leest uitgeput een aantal van de brieven en raakt eerst ontmoedigd, maar dankzij de glimlach van de voorzitter van de Senaat (Harry Carey) besluit hij niet op te geven. Nadat hij dit zijn luisteraars liet weten, bezwijkt hij van vermoeidheid. Joseph Paine wordt daarop zo overmand door schuldgevoelens, dat hij de zitting verlaat en tracht zelfmoord te plegen. Hij wordt echter tegengehouden door zijn collega's. Paine rent de senaatskamer weer binnen en schreeuwt dat hijzelf uit de Senaat gegooid moet worden in plaats van Smith en onthult vervolgens de plannen betreft de Willet Creek Dam.[3]

Leeswaarschuwing: Eindigt hier.

Alternatief einde[bewerken]

De verwijderde scènes van Jefferson Smiths terugkeer in zijn woonplaats zijn verwerkt in de filmtrailer.

Het einde van de film was aanvankelijk veel langer. Na zijn laatste toespraak keert Jefferson Smith terug naar zijn thuisstad in gezelschap van Clarissa Saunders, waar ze worden ontvangen met een grote parade. Jim Taylor wordt ontmaskerd, waarna Smith met zijn motorfiets op bezoek gaat bij Joseph Paine en hem vergeeft. Later brengt hij nog een bezoek aan zijn moeder. Het alternatieve einde impliceert dat Smith en Saunders uiteindelijk trouwen. Gedeeltes van deze scènes zijn te zien in de originele filmtrailer.

Script en scenario[bewerken]

De regisseur Rouben Mamoulian kocht voor $1.500 het ongepubliceerde verhaal The Gentleman from Montana[n 2] van de schrijver Lewis R. Foster. Columbia Pictures was geïnteresseerd in het verhaal, waarbij ze aan Ralph Bellamy dachten als hoofdrolspeler. Aanvankelijk wilde Mamoulian het verhaal niet verkopen, maar ging uiteindelijk akkoord om het voor hetzelfde bedrag te verkopen, op voorwaarde dat hij een contract voor een film bij Columbia Pictures kreeg.[4] Uiteindelijk koos Columbia Pictures Frank Capra om het verhaal te verfilmen. De studio was in vergelijking tot andere studio's slechts een kleine onderneming en Capra was hun enige beroemde contractant.[5]

Het filmscript

Wat Frank Capra in het verhaal van Foster aansprak, was het eerbetoon aan de vrijheid en de democratie, iets wat in de Verenigde Staten op dat moment erg actueel was, nu het nationaalsocialisme in Europa de kop op stak en de Tweede Wereldoorlog op handen was. Het script liet duidelijk zien hoe betrekkelijk vrijheid kan zijn. Ook wilde Capra middels de film de media aan de kaak stellen, door te tonen op welke manier deze macht konden uitoefenen op de publieke opinie.[5] Frank Capra wilde geen enkele politieke voorkeur door laten schemeren in de film en vermeed daarom elke referentie naar de Republikeinse of de Democratische Partij, die beiden waren vertegenwoordigt in de Senaat. Hij was echter bang dat het publiek toch zijn conclusies zou trekken en een nationale crisis zouden veroorzaken, de democraten zitten immers rechts en de republikeinen links. Op deze manier kon de corrupte Josep Paine alsnog als een republikein geïdentificeerd worden.[6]

In eerste instantie wilde Frank Capra het script door scenarist Sidney Buchman uit laten werken als een vervolg van zijn succesvolle Mr. Deeds Goes to Town, onder de titel Mr. Deeds Goes to Washington. Hij wilde Gary Cooper opnieuw de rol van Longfellow Deeds laten spelen,[n 3] alweer met Jean Arthur als tegenspeelster. Cooper was op dat moment echter niet beschikbaar en Capra's keuze viel daarop op James Stewart. Stewart had eerder de hoofdrol in zijn film You Can't Take It with You gespeeld en MGM was bereid om hem voor een tweede keer aan Columbia uit te lenen. Nu de film zonder Gary Cooper niet langer als een vervolg van Mr. Deeds Goes to Town kon worden beschouwd, veranderde Capra de titel in Mr. Smith Goes to Washington.

Jefferson Smith bezoekt tweemaal het Lincoln Memorial in de film.

Frank Capra reisde samen met zijn assistent Art Black en scenarist Buchman naar Washington om indrukken op te doen. Capra schreef in zijn boek The Name Above the Title dat ze als eerste in een touringbus rondreden om "Washington te zien door de slaperige ogen van onze nieuwbakken Senator uit Montana".[7] Bij het Lincoln Memorial waren ze getuigen van een grootvader met zijn kleinzoon die hem de tekst bij het standbeeld van Abraham Lincoln voorlas. Capra was vastbesloten dit in een scène te verwerken, de film zou volgens hem alleen al waard zijn om te produceren zodat het publiek "een jongen Lincoln kan horen voorlezen aan zijn grootvader".[8]

Censuur[bewerken]

Waarschijnlijk hadden zowel MGM als Paramount Pictures ook interesse in Fosters verhaal, aangezien beide filmmaatschappijen het in januari 1938 hadden laten censureren aan de hand van de Hays Code. Joseph Breen, het hoofd van het censureringskantoor, waarschuwde Columbia voordat ze de film in productie namen, omdat het script "een weinig vleiend beeld van onze manier van regeren geeft".[9] Hij was bang dat mensen in Amerika en het buitenland zouden denken dat de film een verkapte aanval op de democratie is. Daarom moest de film benadrukken dat "de Senaat is samengesteld uit een groep van geschikte, oprechte burgers, die zich reeds lang en onvermoeid inzetten voor de belangen van het volk".[10] Breen gaf de raad om goed in overweging te nemen of een dergelijke film wel geproduceerd moet worden, aangezien hij 'vol explosieven' zit, zowel voor de filmindustrie als voor heel Amerika. Nadat het script was herschreven en opnieuw bij het censureringskantoor werd ingediend, was Josep Breen enthousiaster:

Aanhalingsteken openen

It is a grand yarn that will do a great deal of good for all those who see it and, in my judgment, it is particularly fortunate that this kind of story is to be made at this time. Out of all Senator Jeff's difficulties there has been evolved the importance of a democracy and there is splendidly emphasized the rich and glorious heritage which is ours and which comes when you have a government 'of the people, by the people, and for the people'.[11]

(Het is een groots verhaal dat veel goeds zal doen voor alle mensen die het zien en, naar mijn mening, is het bijzonder fortuinlijk dat dit soort verhalen worden gemaakt op dit moment. Door alle moeilijkheden van Senator Jeff wordt het belang van een democratie getoond en er wordt ons rijke en glorieuze efgoed prachtig benadrukt, die een gevolg is van een regering 'van het volk, door het volk en voor het volk'.)
— Joseph Breen
Aanhalingsteken sluiten

Cast[bewerken]

In november 1938 begon het casten van de acteurs, waarvan 186 personen een tekstrol zouden hebben. James D. Preston, die veertig jaar lang werkzaam was als opzichter van de press gallery in het Capitool,[n 4] werd door Capra ingeschakeld om te helpen bij het casten van 96 acteurs die geloofwaardig zouden overkomen als de senators.[12]

James Stewart[bewerken]

James Stewart en Jean Arthur lopen over het terrein van de Sunset Gower Studios, waar het grootste deel van Mr. Smith Goes to Washington werd gefilmd.

Voor de rol van Jefferson Smith zocht Frank Capra iemand die in de film kon schitteren als een moderne variant van Abraham Lincoln.[n 5][5][13] Hij moest een patriottistische en verlegen padvindersleider spelen, die echter wel besluitvaardig zou optreden wanneer hij dat nodig achtte. James Stewart speelde een jaar eerder in Capra's film You Can't Take It with You en had volgens hem alle kwaliteiten om deze rol te spelen.[14] Door zijn stotterprobleem had Stewart een typische verlegen manier van spreken.[15] Capra vertelde later dat hij alle vertrouwen had in Stewarts vertolking van Mr. Smith, "Hij leek op de jongen van het land, de idealist."[16]

Zijn tegenspeelster Jean Arthur vertelde in een interview dat Stewart om vijf uur al naar de studio reed, bang als hij was dat hem iets onderweg zou overkomen.[17] Deze toewijding werd vooral duidelijk tijdens de opnames van de filibuster-scène. Om de gevolgen van urenlang praten te imiteren, maakte James Stewart zijn stem hees met zuiveringszout of, zoals Frank Capra en Stewart later in interview beweerden, met een klein beetje kwikdichloride. Er was een arts aanwezig voor eventuele complicaties, maar die bleven gelukkig uit.

Jean Arthur[bewerken]

Jean Arthur was al een favoriet van Capra; hij had haar 'ontdekt' en zorgde voor haar doorbraak met zijn film Mr. Deeds Goes to Town (1936).[18] Frank Capra jr., een zoon van Frank Capra die ook regisseur was, noemde haar een "typische Capra-vrouw"; ze speelde in Mr. Smith Goes to Washington eerst een harde vrouw die ogenschijnlijk met de minste moeite teleurstellingen verwerkt, maar later ontdooid en de held aanspoord als hij de moed op wil geven. Zij was in de film ook degene die Jefferson Smith het idee gaf voor de filibuster.[5]

Claude Rains[bewerken]

Voor de rol van de geslepen senator Joseph Paine zocht Capra een acteur die een eerbare vaderfiguur kon spelen, maar tegelijkertijd ook een geslepen politicus. Capra vertelde later dat hij tevergeefs een groot aantal lijsten met acteur doorbladerde die castingbureau's hem hadden toegezonden, zonder een geschikte acteur te vinden. Na verloop van tijd schoot een van Capra's medewerkers de naam van een geschikte kandidaat te binnen: "Ik moet ineens denken aan een acteur die líjkt op een senator: Claude Rains."[19] Capra had nooit eerder met Rains gewerkt, maar reageerde enthousiast. Volgens hem was deze Britse acteur uiterst geschikt om de rol van gedistingeerd politicus te spelen en had hij bovendien "het talent, de kracht en de diepte om de rol van de getergde idealist te spelen die de grond onder zijn voeten voelde verdwijnen."[20] Claude Rains werd voor zijn rol van Joseph Paine genomineerd voor een Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol, zijn eerste nominatie.[21]

Harry Carey[bewerken]

Voor de voorzitter zocht Capra "een sterk Amerikaans gezicht",[22] en vond deze in de filmveteraan Harry Carey, die in 1908 zijn loopbaan van filmacteur begon. Capra werkte in de studio tijdens de opnames van de western The Outcasts of Poker Flat (1919) en ontmoette op de set Harry Carey, de hoofdrolspeler. De twee raakten aan de praat en Capra onthulde aan Carey dat hij carrière wilde maken in de filmwereld. Capra kreeg van Carey een helpende hand[n 6] en zo begon hij inderdaad naam te maken in de filmwereld. Door Carey nu te casten kon Capra hem een wederdienst bewijzen, Harry Carey was namelijk alweer op zijn retour.[12] Tijdens de opnames was Carey erg zenuwachtig, omdat hij het grootste deel van zijn carrière in stomme westernfilms speelde. Toch bleek hij erg waardevol in de film; elke keer als Capra een opname nodig had van een reactie op Jefferson Smiths woorden, hoefde hij enkel een close-up te maken van Carey's bemoedigend, vriendelijk gezicht.[23] Ondanks dat Carey vrijwel geen tekst in de film had, werd hij genomineerd voor een Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol.[n 7]

Overige acteurs en figuranten[bewerken]

H. V. Kaltenborn doet verslag van Smith's filibuster voor het CBS.

Veel rollen werden ingevuld door acteurs waar Capra vaker mee werkte. De corrupte Joe Paine werd bijvoorbeeld vertolkt door Edward Arnold, die eerder in You Can't Take It with You (1938) speelde. H. B. Warner, die de Leider van de Meerderheid vertolkte, had zelfs al in drie films van Capra gespeeld.

Frank Capra had een groot oog voor detail en gaf zorgvuldig zijn instructies aan de acteurs, inclusief de figuranten. Deze gaf hij stuk voor stuk een eigen doel in de film. Hij vertelde bijvoorbeeld de ene figurant dat hij onderweg naar de dokter was, de andere werd zogenaamd voor boodschappen op pad gestuurd. In de film hadden alle figuranten daardoor hun eigen gedrag en looptempo, wat voor een extra authentiek beeld zorgde.[5]

Capra's oog voor detail wordt ook geïllustreerd door de scène met de radiocommentator die verslag doet van Smiths filibuster in het Capitool. In plaats van een beroepsacteur liet Capra deze rol vertolken door H. V. Kaltenborn van CBS, een van de meest bekende radiocommentatoren van de Verenigde Staten op dat moment. Door het vertrouwde, karakteristieke stemgeluid van Kaltenborn werd het radioverslag extra realistisch voor het Amerikaans publiek, dat zo het gevoel kreeg dat het om een echte nieuwsuitzending ging.

Productie[bewerken]

James Stewart (met hoed) en Frank Capra (tweede van rechs) tijdens een buitenopname

Mr. Smith Goes to Washington ging op 3 april 1939 in productie. De director of photography was Joseph Walker, de cameraman waarmee Frank Capra in totaal twintig van zijn films had gemaakt.[24] Voor de scène waarin Clarissa Saunders tegen zichzelf toegeeft dat zij verliefd is geworden op Jefferson Smith, riep Capra de hulp in van regisseur Howard Hawks, die meer ervaring had in het filmen van romantiek.[12]

Filmlocaties[bewerken]

Sommige scènes werden in Washington geschoten, zoals het Union Station, het Lincoln Memorial en een aantal locaties in en rond het Capitool.[25] Het Senaat gaf echter geen toestemming aan Capra om in de Kamer van de Senaat te filmen.[26] Dit was een tegenslag, aangezien een groot deel van de film zich hier afspeelt. Capra moest derhalve deze ruimte in zijn geheel na laten bouwen.

Het overgrote deel van de film werd in de Sunset Gower Studios in Hollywood gefilmd, waar een enorme set werd gemaakt. Na een inspectietrip naar Washington van Capra en zijn crew werden garderobes, kantoorruimtes en andere vertrekken uit het Capitool tot in het kleinste detail nagemaakt, alsook het interieur van de National Press Club.[27] De sets waar Jean Arthur een rol in had, werden zodanig gebouwd dat zij altijd de ruimte binnenkwam met haar linkerzijde naar de camera gericht, volgens haar was dit namelijk haar beste kant. Voor de buitenscènes werd onder andere gebruik gemaakt van de New York Street set van Warner Bros.

De Kamer van de Senaat, die geheel werd nagebouwd in de Sunset Gower Studios van Columbia Pictures.

In de reproductie van de Kamer van het Senaat werd de meeste moeite gestoken. De pasgebouwde stage 8 en 9 van Columbia Pictures werden samengevoegd en de set werd nagenoeg op schaal nagebouwd, wat het de grootste set van Columbia op dat moment maakte. James D. Preston, de voormalige opzichter van de press gallery, kreeg van Capra de functie van technisch directeur voor de set van het Senaat.[26] Samen met art director Lionel Banks maakte hij met behulp van foto's de gehele Senaatskamer na: de vloer, de tribune van de Vice-President en de tribunes van de pers, het publiek en de loopjongens. Een dergelijke ruimte belichten en filmen vergde het uiterste van de elektriciens en het camera- en geluidspersoneel. Om ondanks deze beperkingen toch levendig filmmateriaal te krijgen, werden de scènes met een groot aantal bewegende camera's en microfoons gemaakt in zo lang mogelijke opnames.[12]

Op 7 juli 1939 waren de opnames voltooid, acht dagen later dan gepland.[12]

Muziek[bewerken]

De muziek bij de film werd verzorgd door de Russische filmcomponist Dmitri Tjomkin, die een jaar eerder de muziek had geschreven voor Capra's film You Can't Take It with You.[n 9] Capra had een voorkeur voor spontane volksmuziek, hij wilde muziek "door het volk, voor het volk en van het volk".[28] De film begint bijvoorbeeld met een kakofonie van fragmenten uit patriottistische liederen als Yankee Doodle Dandy, My Darling Clementine en Columbia, the Gem of the Ocean.[29] In de film werden bewerkingen door Tjomkin verwerkt van andere populaire melodieën als The Star-Spangled Banner, My Country, 'Tis of Thee, The Battle Hymn of the Republic en When Johnny Comes Marching Home; muziek die een beroep zou doen op het wij-gevoel bij het Amerikaanse publiek.[30]

Afronding[bewerken]

De film kostte ongeveer twee miljoen dollar, $288.660 meer dan begroot was. Voordat de film in première ging werden er een aantal sneak previews gehouden, waarbij een medewerker van Capra met een recorder tussen het publiek zat om de reacties op band vast te leggen. De gedeeltes waarin werd gelachen of de adem ingehouden, werden goedgekeurd. In de opnames waarin het publiek kuchte, ging verzitten of andere tekenen van verveling vertoonde, werd zoveel mogelijk gesnoeid. Mogelijk is dit de reden dat het alternatieve einde van de uiteindelijke versie is weggelaten.[12]

Ontvangst[bewerken]

De DAR Constitution Hall, waar de film op 17 oktober 1939 in première ging

Mr. Smith Goes to Washington ging op 17 oktober 1939 in première in de DAR Constitution Hall in Washington D.C. Deze première werd door de National Press Club gesponsord en aangekondigd door een speciale editie van The Washington Times Herald. Buiten het gebouw waren zoeklichten geplaatst en er was een band die patriottistische liederen speelde.[17] 4.000 gasten woonden de première bij, waaronder 45 senatoren.[26]

Na de eerste helft van de vertoning begon het publiek rumoerig te worden en begonnen er mensen de zaal te verlaten.[17] De film ontlokte hevige kritiek van de pers en de politici van het Amerikaans Congres. Door de vertoonde corruptie in de Amerikaanse regering bestempelden zij de film als anti-Amerikaans en pro-communistisch.[31] Frank Capra beweerde later dat ook senatoren de zaal verlieten. Of dit werkelijk gebeurde is niet met zekerheid te zeggen, maar volgens de pers veroorzaakten enkele senatoren veel commotie tijdens de voorstelling.[32] Senator Alben W. Barkley, de Leider van de Meerderheid in de Senaat, noemde de film "silly and stupid", die de Senaat afschilderde als een bende schurken.[33] Nadat de film was afgelopen raakte Capra bijna slaags met een persman, omdat in de film een dronken journalist (Diz Moore) werd vertoond.[17]

Diverse senators en andere politici leverden negatieve kritiek in de nieuwsbladen. De senator James F. Byrnes opperde het idee om officiële actie tegen het uitbrengen van de film te nemen.[17] Pete Harrison, uitgever van het filmblad Harrison's Reports, verhaalde dat sommige senators als reactie op Capra's film een wetsvoorstel wilden doordrukken waarin werd bepaald dat bioscoopeigenaren de vertoning van dit soort films mochten weigeren. Het wetsvoorstel werd niet aangenomen, maar de senatoren bleven naar verluidt proberen om door middel van allerlei wetsvoorstellen Columbia dwars te liggen. De filmmaatschappij hanteerde daarom een nieuw beleid in hun eerstvolgende producties, waarin patriottisme en bejubeling van de democratie centraal stonden.[17]

Positieve kritieken[bewerken]

Een week na de première in de DAR Constitution Hall werd de film voor het grote publiek vertoond in de Radio City Music Hall in New York en werd hier enthousiast ontvangen.[29] Filmcritici met een neutralere blik waren lovend over de film en namen de boodschap in de film serieus. Mr. Smith Goes to Washington wordt genoemd als een van de meest typische klokkenluiders in de Amerikaanse filmgeschiedenis.[34] Frank S. Nugent van de New York Times schreef bijvoorbeeld:

Aanhalingsteken openen

[Capra] is operating, of course, under the protection of that unwritten clause in the Bill of Rights entitling every voting citizen to at least one free swing at the Senate. Mr. Capra’s swing is from the floor and in the best of humor; if it fails to rock the august body to its heels — from laughter as much as from injured dignity — it won’t be his fault but the Senate’s, and we should really begin to worry about the upper house.[35]

(Capra opereert uiteraard onder de bescherming van die ongeschreven regel in de grondwet dat elke stemmende burger ongestraft tenminste één vrije slag richting de Senaat mag maken. Meneer Capra's slag is uitstekend en van de beste humor; als het niet slaagt om het publiek van zijn sokken te blazen, zowel van het lachen als door gekrenkte waardigheid, is het niet zijn schuld maar die van de Senaat, en moeten we echt beginnen om ons zorgen te maken over het Hogerhuis.)
— Frank S. Nugent
Aanhalingsteken sluiten

De film deed het erg goed bij het publiek, maar door de gemaakte kosten tijdens het filmen maakte Columbia Pictures slechts een netto winst van $168.500.[12]

In Europa[bewerken]

Joseph P. Kennedy, de Amerikaanse ambassadeur in Groot-Brittannië, schreef aan Frank Capra en Columbia-directeur Harry Cohn dat hij vreesde dat Mr. Smith Goes to Washington het prestige van Amerika in de ogen van Europa zou schaden en vroeg hun om de film derhalve niet in Europa uit te brengen.[36] De film werd verboden in Nazi-Duitsland, Fascistisch Italië, Spanje en de Sovjet-Unie. Bovendien werd de film volgens Capra in sommige landen in Europa zodanig nagesynchroniseerd dat de zogenaamde anti-Amerikaanse boodschap werd verhuld. Toen een verbod op alle Amerikaanse films in het door Duitsland bezette Frankrijk werd aangekondigd in 1942, kozen een aantal bioscopen ervoor om juist Mr. Smith Goes to Washington te laten zien als laatste film voordat het verbod van kracht ging. Een bioscoopeigenaar in Parijs liet de film zelfs 30 dagen aan een stuk vertonen.[37]

De film werd door de Centrale Commissie voor de Filmkeuring van Nederland op 15 maart 1940 ongeschikt beoordeeld voor kijkers jonger dan 18 jaar. De film was ongeschikt voor jongere kijkers door de vertoning van "corruptie, misdadigheid en bedrog in democratisch Amerika".[38]

Prijzen en waarderingen[bewerken]

Mr. Smith Goes to Washington werd door de New York Times en Film Daily genoemd als een van de beste films van 1939. James Stewart won in 1939 bovendien de New York Film Critics Circle Award voor zijn acteerprestaties. In 1989 voegde de Library of Congress de film toe op de Amerikaanse National Film Registry, een register waar alleen films in worden opgenomen die ""cultureel, historisch of esthetisch opvallend" zijn.[39] Verder werd de film genomineerd voor 11 Academy Awards en kreeg een Oscar voor Beste Verhaal.[40]

Oscar Genomineerde Resultaat Winnaar
Oscar voor Beste Film Columbia Pictures (Frank Capra) Genomineerd David O. Selznick - Gone with the Wind
Oscar voor Beste Regisseur Frank Capra Genomineerd Victor Fleming - Gone with the Wind
Oscar voor Beste Acteur James Stewart Genomineerd Robert Donat - Goodbye, Mr. Chips
Oscar voor Beste Script Sidney Buchman Genomineerd Sidney Howard - Gone with the Wind
Oscar voor Beste Verhaal Lewis R. Foster Gewonnen Lewis R. Foster
Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol Harry Carey Genomineerd Thomas Mitchell - Stagecoach
Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol Claude Rains Genomineerd Thomas Mitchell - Stagecoach
Oscar voor Beste Artdirector Lionel Banks Genomineerd Lyle R. Wheeler - Gone with the Wind
Oscar voor Beste Montage Gene Havlick en Al Clark Genomineerd Hal C. Kern en James E. Newcom - Gone with the Wind
Oscar voor Beste Originele muziek Dmitri Tjomkin Genomineerd Herbert Stothart - The Wizard of Oz
Oscar voor Beste Geluid John P. Livadary Genomineerd Bernard B. Brown - When Tomorrow Comes
Prijzen van het American Film Institute

Beschuldiging van plagiaat[bewerken]

In 1941 werd een rechtzaak aangespannen tegen Columbia Pictures door Louis Ullman en Norman Houston, die beiden beweerden dat het script was gebaseerd op werken die zijzelf hadden geschreven. Lewis Foster, de schrijver van het oorspronkelijke verhaal The Gentleman from Montana getuigde dat hij het had geschreven met het oog op Gary Cooper als hoordrolspeler. Frank Capra beweerde bovendien dat hij de werken van Ullman en Houston niet had ingezien en het verhaal van Foster wilde gebruiken als een vervolg op Mr. Deeds Goes to Town. Uiteindelijk besliste de rechtbank in het voordeel van Columbia Pictures.[41]

De film als keerpunt[bewerken]

Frank Capra tijdens de opnames van Mr. Smith Goes to Washington

Mr. Smith Goes to Washington wordt vaak Frank Capra's beste film genoemd, maar het is tegelijk een keerpunt in de toon van zijn films.[42] De film zit vol met karakters die zich laten beïnvloeden door de politieke machine van James Taylor en de pers, en zelfs kinderen keerden zich uiteindelijk tegen senator Jefferson Smith. Terwijl Capra met zijn eerdere films als It Happened One Night (1934) en You Can't Take It with You (1938) een optimistische kijk ten beste gaf van het Amerikaanse volk, zette hij met zijn latere films als Meet John Doe (1941) en Arsenic and Old Lace (1944) zijn nieuwe pessimistische trend voort; deze films zaten vol met macabere, slechte karakters.[43]

Toch laat Frank Capra in Mr. Smith Goes to Washington door bijvoorbeeld de filibuster van Jefferson Smith en de aanmoedigende blik van de Senaatsvoorzitter zien welke positieve invloed een individu op zijn omgeving kan hebben. Capra gebruikte dit thema ook in latere films, zoals in It's a Wonderful Life (1946). Ook stond Capra erop dat de scène van Joseph Paine's poging tot zelfmoord in de film werd verwerkt, ondanks de protesten van scenarioschrijver Sidney Buchman, die het te gewaagd vond. Maar Frank Capra wilde met deze scène juist de goede inborst van de politicus laten zien.[44]

Remakes en referenties naar de film[bewerken]

Sandra Warner en Fess Parker in de televisieserie Mr. Smith Goes to Washington van 1962.

Noten

  1. De organisatie van Boy Scouts of America stond het niet toe dat hun naam in de film werd gebruikt, omdat ze politiek neutraal wenste te blijven. Frank Capra verzon daarom de naam Boy Rangers.
  2. Ook The Gentleman from Wyoming genoemd; in de film werd de thuisstaat van Joseph Paine en Jefferson Smith echter niet genoemd.
  3. Lewis Foster beweerde later dat hij het verhaal speciaal voor Gary Cooper schreef.
  4. De press gallery is de tribune in de Senaatskamer waar de pers hun zitplaats had. Lionel Banks werd ook geraadpleegd omtrent de protocollen van de zittingen.
  5. Een terugkerend thema in Capra's latere films
  6. Op welke manier dit precies gebeurde is onduidelijk, de bronnen spreken elkaar hier tegen.
  7. Deze Oscar, waarvoor ook Claude Rains was genomineerd, werd gewonnen door Thomas Mitchell voor zijn rol in Stagecoach. Hij speelde in Mr. Smith Goes to Washington de rol van de journalist Diz Moore.
  8. Beulah Bondi speelde ook James Stewarts moeder in de films Vivacious Lady (1938), It's a Wonderful Life (1946), Of Human Hearts (1946) en in de televisieserie The Jimmy Stewart Show in 1971.
  9. Later schreef Tjomkin ook de filmmuziek voor Meet John Doe (1941) en voor Capra's oorlogdocumentaire's in de Why We Fight-serie.

Bronnen en verwijzingen

  1. (nl) Cinema Context: Nederlandse titel
  2. a b (en) The Numbers: Mr. Smith Goes to Washington
  3. a b c d e f g (en) Volledig script van Mr. Smith Goes to Washington
  4. (en) Matt Slovick in WashingtonPost.com: Mr. Smith Goes to Washington
  5. a b c d e Interview met Frank Capra jr. in 1999, EVE/Screen Gems Studios, Wilmington
  6. (en) Nieuwsblad Douglass W. Churchill in New York Times: Mr. Capra Girds (Mildly) at the Government (14 mei 1939)
  7. "The first thing we did in our Capital City was to go rubbernecking in a sightseeing bus. We wanted to see Washington just as our dewy-eyed freshman Senator from Montana would see it..." - bron: Turner Classic Movies
  8. "We must make the film if only to hear a boy read Lincoln to his grandpa." - bron: Turner Classic Movies
  9. "the generally unflattering portrayal of our system of Government, which might well lead to such a picture being considered, both here, and more particularly abroad, as a covert attack on the Democratic form of government." - bron: Turner Classic Movies
  10. "the Senate is made up of a group of fine, upstanding citizens, who labor long and tirelessly for the best interests of the nation..." - bron: Turner Classic Movies
  11. (en) Turner Classic Movies: notes
  12. a b c d e f g (en) John Miller in Turner Classic Movies: Mr. Smith Goes to Washington (1939)
  13. (en) Elizabeth Rawitsch, Frank Capra's Eastern Horizons - American Identity and the Cinema of International Relations (I.B.Tauris, 2014)
  14. (en) Icoontje film James Stewart in de Internet Movie Database
  15. (en) Disabled World: Famous People - Speech Differences and Stutter
  16. "I knew he would make a hell of a Mr. Smith," he said. "He looked like the country kid, the idealist. It was very close to him." - bron: Turner Classic Movies
  17. a b c d e f (en) Paul Tatara in Turner Classic Movies: Why Mr. Smith Goes to Washington is Essential
  18. (en) Icoontje film Jean Arthur in de Internet Movie Database
  19. "I just thought of an actor that'd lóók like a senator: Claude Rains." - bron: David J. Skal, Jessica Rains Claude Rains: An Actor's Voice p. 67
  20. "Not only could that distinguished British actor add grace and luster to any nation's Upper House; he had the artistry, power and depth to play the soul-tortured idealist whose feet had turned to clay." - bron: David J. Skal, Jessica Rains Claude Rains: An Actor's Voice p. 67
  21. (en) Icoontje film Claude Rains in de Internet Movie Database
  22. "a strong American face." - bron: Turner Classic Movies
  23. McBride, p. 106, 417
  24. (en) FilmReference.com: Joseph Walker
  25. (en) Jean Rosales, DC Goes To The Movies: A Unique Guide To The Reel Washington (Bloomington, Indiana: IUniverse, 2003) ISBN 978-0-595-26797-2
    (en) IMDb: Filming locations
  26. a b c (en) Patrick Kiger in Boundary Stones: How Frank Capra Aroused Washington's Ire (1 april 2014)
  27. (en) Ted Sennett Hollywood's Golden Year, 1939: A Fiftieth Anniversary Celebration (New York: St. Martin's Press, 1989) p. 175
  28. Gunter, p. 73
  29. a b (en) Marc Eliot, Jimmy Stewart - A Biography (Crown Publishing Group, 2006)
  30. (en) Philip C. DiMare, Movies in American History: An Encyclopedia, Volume 1 (ABC-CLIO, 2011)
  31. (en) Frank Capra, The Name Above the Title: An Autobiography (New York: The Macmillan Company, 1971) p. 254–266
  32. McBride, p. 419–420
  33. (en) Matt Levine in Joyless Creatures: Mr. Smith Goes to Washington (29 april 2014)
  34. (en) Peter J. Lagomarsino, Confessions in a Crown Vic: A Commentary on the American Dream (Xlibris Corporation, 2012)
  35. (en) Nieuwsblad Frank S. Nugent in The New York Times (20 oktober 1939): Babes in Arms (1939)
  36. (en) M. Todd Bennett, One World, Big Screen: Hollywood, the Allies, and World War II (UNC Press Books, 2012)
  37. (en) ReelClassics.com: Mr. Smith Goes to Washington (1939)
  38. (nl) Cinema Context: Mr. Smith goes to Washington (1939 USA), Dossier H0414
  39. (en) Website van het National Film Registry
  40. (en) Oscars.org: The 12th Academy Awards (1940) Nominees and Winners
    (en) Nieuwsblad Frank Nugent in The New York Times, Mr. Smith Goes to Washington (1939) (20 oktober 1939)
  41. (en) Turner Classic Movies: Mr. Smith Goes to Washington - Notes
  42. (en) Phillip L. Gianos, Politics and Politicians in American Film (Greenwood Publishing Group, 1999)
  43. (en) Bruce Eder in AllMovie.com: Mr. Smith Goes to Washington
  44. (en) David J. Skal,Jessica Rains Claude Rains: An Actor's Voice (University Press of Kentucky, 2009)
  45. (en) Icoontje film Billy Jack Goes to Washington in de Internet Movie Database
  46. (en) Icoontje film The Distinguished Gentleman in de Internet Movie Database
  47. (en) Icoontje film Legally Blonde 2: Red, White & Blonde in de Internet Movie Database

Externe links