Geografie van India

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf West-India)
Ga naar: navigatie, zoeken
Sattelietopname van India en omliggende landen
Fysisch-geografische kaart van India

De geografie van India is gevarieerd, variërend van bergketens met eeuwige sneeuw, tot woestijnen, vlaktes, regenwouden, heuvels en plateaus.

Ligging en omvang[bewerken]

Kaap Comorin/Kanyakumari, het zuidelijkste punt van het vasteland van India

India ligt ten noorden van de evenaar tussen 8°4' en 37°6' noorderbreedte, en 68°7' en 97°25' oosterlengte. Het is qua oppervlakte het op zes na grootste land ter wereld met een totale oppervlakte van 3.287.263 km². Het land heeft een doorsnede van 3214 km van noord naar en zuid en 2993 km van oost naar west. De totale landgrenzen van India bedragen 14.103 km en de kustlijn bedraagt 7517 km.

India omvat het grootste deel van het Indisch Subcontinent, die op de Indische Plaat is gelegen, het noordelijke deel van de Indo-Australische Plaat. India ligt voor het grootste deel op een zich in de Indische Oceaan uitstekend schiereiland in Zuid-Azië.

India grenst voor 2912 km aan Pakistan in het noordwesten, 3380 km aan China, 605 km aan Bhutan en 1690 km aan Nepal in het noorden, 1463 km aan Myanmar in het oosten en 4053 km aan Bangladesh, ten oosten van de staat West-Bengalen. Sri Lanka, de Maldiven en Indonesië zijn eilandenstaten ten zuiden van India. Sri Lanka wordt van India gescheiden door de nauwe zeestraat Straat Palk en de Golf van Mannar.

India wordt begrensd door de Arabische Zee in het westen, de Golf van Bengalen in het oosten en de Indische Oceaan in het zuiden.

India's oostelijke en noordoostelijke grens bestaat uit het Himalayagebergte. Kaap Comorin in Tamil Nadu is het zuidelijkste van het vasteland van India. Het zuidelijkste punt van heel India is Indira Point op de Nicobaren. De territoriale wateren van India reiken tot twaalf zeemijl vanaf de kust.

Politieke geografie[bewerken]

Bestuurlijk en politiek gezien is India in 28 staten, zes federaal bestuurde unieterritoria en een nationaal hoofdstedelijk territorium verdeeld. Deze indeling is in het algemeen op taalkundige en etnische grenzen gebaseerd, en niet op natuurlijke grenzen. De staten hebben een eigen gekozen parlement, met een regering, Chief Minister en een gouverneur. De territoria hebben een door de federale overheid aangewezen bestuurder of luitenant-gouverneur.

De staat Jammu en Kasjmir wordt opgeëist door China, India en Pakistan, en India bestuurt een deel van het gebied. India eist ook Aksai Chin op, een onherbergzaam gebied, ten noordoosten van het huidige Ladakh. De staat Arunachal Pradesh wordt door China opgeëist, maar bestuurd door India.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook de lijst van staten en territoria van India

Geomorfologische gebieden[bewerken]

India wordt verdeeld in zeven geomorfologische gebieden. Dit zijn de:

  1. De noordelijke gebergten met de Himalaya, die onder andere de Karakoram omvat, en de bergketens in het noordoosten.
  2. De vruchtbare Indus-Gangesvlakte overheerst het grootste deel van Oost-, Centraal- en Oost-India.
  3. De Tharwoestijn in het westen.
  4. De Centrale Hooglanden, inclusief het Hoogland van Dekan, overheersen het grootste deel van Centraal- en Zuid-India.
  5. De oostkust
  6. De westkust
  7. De aangrenzende zeeën en eilanden

Gebergten[bewerken]

Schematische kaart van gebergten en andere fysisch-geografische eenheden in India

Een grote boog van gebergten, bestaande uit de Himalaya, de Hindoekoesj en het Patkaigebergte omlijsten het Indiase subcontinent. Deze gebergten zijn ontstaan door voortdurende plaattektonische bewegingen als resultaat van de botsing van de Indische en Euraziatische plaat, wat zo'n vijftig miljoen jaar geleden begon.

Deze gebergten herbergen 's werelds hoogste bergtoppen en fungeren als een natuurlijke barrière tegen de koude polaire winden, en zorgen voor de moessonwinden en het moessonklimaat in India. De rivieren die in deze gebergten ontspringen zorgen voor water voor de vruchtbare Indus-Gangesvlakte. De gebergten zijn ook de grens tussen de twee grootste biogeografische ecozones: het gematigde Palearctisch gebied en het Indomaleisisch gebied. Historisch gezien hebben deze gebergten als een barrière gediend tegen invallers.

India kent negen grote berggebieden waarvan de hoogste bergtoppen boven de duizend meter uitkomen. De Himalaya is het enige gebergte met eeuwige sneeuw op de bergtoppen. Deze berggebieden zijn:

  1. het Aravalligebergte
  2. de Oost-Ghats
  3. de Himalaya
  4. het Patkaigebergte
  5. het Vindhyagebergte
  6. de West-Ghats
  7. het Satpuragebergte
  8. de Karakoram
  9. de Kunlun

Hoogste berg[bewerken]

De hoogste berg van India is betwist in verband met een territoriaal geschil met Pakistan. Het betreft de K2 (8611 m), op de grens van het door Pakistan en China bestuurde deel van Jammu en Kasjmir. De hoogste berg in het onbetwistbare deel van India betreft de 8586 meter hoge Kangchenjunga op de grens van Nepal en de Indiase staat Sikkim.

Himalaya[bewerken]

Bergtoppen van de Himalaya in Sikkim

De Himalaya is 's werelds hoogste gebergte en tevens een van de jongste gebergten. Ze lopen vrijwel onafgebroken over een afstand van 2500 km en bedekken een oppervlakte van zo'n 500.000 km². De Himalaya loopt van de staat Jammu en Kasjmir in het westen tot in de staat Arunachal Pradesh in het noordoosten. Deze staten liggen samen met de staten Himachal Pradesh, Uttarakhand en Sikkim allemaal vrijwel geheel in het Himalayagebied. Sommige bergtoppen van de Himalaya komen boven de zevenduizend meter uit, en de sneeuwgrens ligt tussen de zesduizend meter in Sikkim en rond de drieduizend meter in Jammu en Kasjmir. De meeste bergtoppen in de Himalaya hebben eeuwige sneeuw.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook de geologie van de Himalaya

De Siwaliks of de Lage Himalaya zijn een middelgebergte aan de Indiase kant. De meeste rotsen zijn jong en erg onstabiel, waar aardverschuivingen gedurende het regenseizoen normaal zijn. Het klimaat varieert hier van een Chinaklimaat in de lagere delen, tot aan een hooggebergteklimaat in de hoogste delen.

Patkaigebergte[bewerken]

Het gebergte op de oostgrens met Myanmar heet de Patkaigebergte. Deze werden gevormd door middel van dezelfde tektonische processen die de Himalaya hebben gevormd. De Patkai kenmerkt zich door kegelachtige toppen, steile hellingen en diepe valleien. De Patka is niet zo onherbergzaam als de Himalaya. De Patkai bestaat uit drie bergketens: de Patkai-Bum, de Garo–Khasi–Jaintia en de heuvels van Lushai.

Vindhya- en Satpuragebergte[bewerken]

Het Vindhyagebergte strekt zich uit over een lengte van zo'n duizend kilometer, hoofdzakelijk in de staat Madhya Pradesh. Dit oude geërodeerde gebergte vormt samen met het parallel ten zuiden daarvan gelegen Satpuragebergte en het ten oosten hiervan gelegen hoogland van Chota Nagpur, de natuurlijke grens tussen de Indus-Gangesvlakte van Noord-India en het Hoogland van Dekan op het Indiase Schiereiland. Het Vindhya- en het Satpuragebergte worden van elkaar gescheiden door de vallei van de rivier de Narmada.

Aravalligebergte[bewerken]

Het Aravalligebergte is het oudste gebergte van India en loopt over een lengte van vijfhonderd kilometer van noordoost naar zuidwest door de staat Rajasthan in het westen van India. Het noordelijke deel van de keten loopt verder als een gebied met geïsoleerde heuvels en rotsachtige bergruggen naar de staat Haryana, nabij Delhi. De hoogste bergtop van het Aravalligebergte is de berg Abu met een hoogte van 1722 m. Het Aravalligebergte is het geërodeerde overblijfsel van een zeer oud geplooid bergsysteem, waarvan de toppen ooit eeuwige sneeuw bezaten. Het gebergte kwam in het Precambrium omhoog, tijdens wat de orogenese van Aravali-Delhi wordt genoemd.

West-Ghats[bewerken]

De West-Ghats loopt aan de westkant van het Hoogland van Dekan en scheidt dit hoogland van een smalle kustvlakte langs de Arabische Zee. De West-Ghats start nabij de grens van Gujarat en Maharashtra en loopt ongeveer 1600 km naar het zuiden door tot voorbij Kerala, en eindigt bij de plaats Kanyakumari in Tamil Nadu, het zuidelijkste punt van het vasteland van India. De gemiddelde hoogte van de West-Ghats is zo'n 1200 meter[1].

Oost-Ghats[bewerken]

De Oost-Ghats is een onderbroken bergketen die is geërodeerd en doorsneden door de vier grote rivieren van Zuid-India: de Godavari, Mahanadi, Krishna en de Kaveri. Deze bergketen loopt parallel aan de Golf van Bengalen, van West-Bengalen in het noorden tot in Tamil Nadu in het zuiden, ten oosten van de Nilgiri, waar het de West-Ghats ontmoet. De Oost-Ghats zijn niet zo hoog als de West-Ghats, maar toch zijn er enkele bergtoppen die hier boven de duizend meter uitkomen.

Indus-Gangesvlakte[bewerken]

Schematische kaart van de Indus-Gangesvlakte

De Indus-Gangesvlakte is een zeer grote laagvlakte waar de rivieren en de vele zijrivieren van de Indus, Ganges en de Brahmaputra lopen. Deze vlakte ligt voor een groot deel parallel ten zuiden van de Himalaya en ligt in India in de staten Punjab, Haryana, delen van Rajasthan, Uttar Pradesh, Bihar, Jharkhand, West-Bengalen, een deel van Assam en aangrenzende delen van andere staten. De vlakte heeft een oppervlakte van zo'n 700.000 km².

De Indus-Gangesvlakte vormt 's werelds uitgebreidste oppervlakte aan ononderbroken alluviale sedimenten. De vlakte is een van de intensiefst gebruikte landbouwgebieden van de wereld. De gewassen die hier verbouwd worden zijn hoofdzakelijk rijst en graan, die om en om worden verbouwd. De vlakte is vlak en kent weinig bossen, waardoor het geschikt is voor irrigatie, met behulp van kanalen.

De Indus-Gangesvlakte is tevens een van de dichtbevolktste gebieden ter wereld.

Tharwoestijn[bewerken]

De Tharwoestijn, ook bekend als de Grote Indiase Woestijn is een hete woestijn die zich uitrekt over een significant deel van het westen van India. De woestijn strekt zich uit over vier staten in India: Punjab, Haryana, Rajasthan en Gujarat, en heeft een oppervlakte van meer dan 200.000 km². 61% hiervan ligt in Rajasthan.

In het zuidwesten van de woestijn, richting de Arabische Zee, ligt de Rann van Kutch, een onherbergzame zoutvlakte en seizoensgebonden moerasgebied.

Hooglanden[bewerken]

India kent drie belangrijke hooglanden en plateaus: het plateau van Malwa in het westen, het Hoogland van Dekan, die het grootste deel van het Indiase Schiereiland bedekt, en het plateau van Chota Nagpur in het oosten in en rond Jharkhand.

Het Hoogland van Dekan is een groot driehoekig hoogland, die wordt begrensd door het Vindhya- en het Satpuragebergte in het noorden, de Oost-Ghats en West-Ghats in respectievelijk het oosten en het westen. Het hoogland heeft een totale oppervlakte van zo'n 1,9 miljoen km². Het heeft in hoofdzaak een vrij vlak en golvend terrein en de hoogte varieert van honderd meter in het noorden tot duizend meter in het zuiden.

Chota Nagpur is een plateau in oostelijk India, die het grootste deel van de staat Jharkhand beslaat en aangrenzende delen van Orissa, Bihar en Chhattisgarh. De totale oppervlakte van Chota Nagpur bedraagt zo'n 65.000 km². Het beboste plateau is een toevluchtsoord voor tijgers en olifanten. Chota Nagpur staat bekend om zijn grote voorraden ertsen en steenkool.

Oostkust[bewerken]

De oostelijke kustvlakte is een breed stuk land tussen de Oost-Ghats en de Golf van Bengalen. Het strekt zich uit van Tamil Nadu in het zuiden tot in West-Bengalen in het noorden. Delta's van vele grote Indiase rivieren vormen een belangrijk onderdeel van dit gebied. De Godavari, Mahanadi, Krishna en de Kaveri zorgen voor de afwatering van deze kustvlakte. De oostkust ontvangt de noordoostelijke en de zuidwestelijke moesson en heeft een gemiddelde jaarlijkse neerslagsom van tussen de 1000 mm en 3000 mm.

De kustvlakte heeft een breedte van tussen de honderd en honderddertig kilometer en is verdeeld in meerdere gebieden, zoals de delta van de Mahanadi, het zuidelijke vlakte van Andhra Pradesh, de delta's van de Krishna en de Godavari, de kust bij Kanyakumari en de Kust van Coromandel.

Westkust[bewerken]

De westkust bij Goa

De westelijke kustvlakte is een smalle strook land, ingeklemd tussen de West-Ghats en de Arabische Zee. De kuststrook begint in Gujarat in het noorden en loopt door de staten Maharashtra, Goa, Karnataka en Kerala. De westkust heeft een breedte van tussen de vijftig en honderd kilometer.

De relatief korte rivieren en meerdere binnenwateren bewateren het gebied. De rivieren, die hun oorsprong hebben in de West-Ghats zijn snelstromend en bevatten het hele jaar door water. Omdat de rivieren snel stromen hebben er zich aan de kust, in plaats van delta's, estuaria gevormd. De belangrijkste rivieren zijn de Tapti, Narmada, Mandovi en de Zuari.

De westkust wordt verdeeld in drie gebieden. Het noordelijke deel in Maharashtra en Goa staat bekend als de kust van Konkan, het centrale deel in Karnataka als de kust van Kanara en het zuidelijke deel in en rond Kerala als de kust van Malabar.

Eilanden[bewerken]

India heeft twee grote bezittingen buiten de kust: de Laccadiven, en de Andamanen en Nicobaren. Beide eilandengroepen worden bestuurd door de federale overheid van India als unieterritoria.

De Laccadiven liggen twee- tot driehonderd kilometer vanaf de kust van Kerala in de Arabische Zee. De eilanden bestaan uit twaalf koraalatollen, drie koraalriffen en vijf banken. Tien van deze eilanden worden bewoond.

De Andamanen en Nicobaren zijn een eilandenketen in de Golf van Bengalen tussen de kusten van Myanmar en Sumatra. De eilanden liggen zo'n 950 km van Calcutta. Het unieterritorium bestaat uit twee eilandengroepen: de Andamanen in het noorden en de Nicobaren in het zuiden. De Andamanen bestaan uit 204 eilanden over een totale lengte van 352 km en het noordelijkste eiland ligt 193 km ten zuiden van Kaap Negrais in Myanmar. De Nicobaren bestaan uit 22 eilanden en het zuidelijkste eiland ligt zo'n 200 km ten noorden van Atjeh op Sumatra.

Rivieren[bewerken]

Kaart van de rivieren en meren in India

Alle grote rivieren van India hebben hun oorsprong op een van de drie belangrijkste waterscheidingen. Dit zijn:

  1. de Himalaya en de Karakoram
  2. het Vindhya- en het Satpuragebergte
  3. de West-Ghats

De Himalayarivieren zijn sneeuwrivieren en stromen het hele jaar door ononderbroken door. De rivieren van de andere twee stroomgebieden zijn afhankelijk van de moesson en krimpen sterk gedurende het droge seizoen.

Twaalf van India's rivieren worden geclassificeerd als groot, met een totaal stroomgebied van meer dan 2.528.000 km².

De Himalayarivieren of de noordelijke rivieren die richting het westen, naar Pakistan stromen, zijn de Indus, de Beas, de Chenab, Ravi, Sutlej en de Jhelum.

Het riviersysteem van de Ganges, Brahmaputra en de Meghana heeft met 1.100.000 km² het grootste stroomgebied. De rivier de Ganges heeft zijn oorsprong in de gletsjer van Gangotri in Uttarakhand en stroomt in zuidoostelijke richting om uiteindelijk in Bangladesh uit te stromen in de Golf van Bengalen. De Yamuna en de Gomti hebben ook hun oorsprong in de westelijke Himalaya en stromen op de vlakte in de Ganges uit. De Brahmaputra, de grootste zijrivier van de Ganges, heeft zijn oorsprong in Tibet en stroomt in het uiterste noordoosten van India, in de staat Arunachal Pradesh, India binnen. Het stroomt daar vandaan westwaarts door Assam om zich uiteindelijk in Bangladesh met de Ganges te verenigen. De Chambal, een andere zijrivier van de Ganges, heeft zijn oorsprong op de waterscheiding van Vindhya- en het Satpuragebergte, en stroomt oostwaarts. Westwaarts stromende rivieren die hun oorsprong hebben op deze waterscheiding zijn de Narmada en de Tapti, die in de Arabische Zee uitstromen.

In de West-Ghats hebben alle rivieren van het Hoogland van Dekan hun oorsprong. Dit zijn onder andere de Godavari, de Krishna en de Kaveri, die allemaal in de Golf van Bengalen uitstromen.

Wateroppervlaktes[bewerken]

De belangrijkste golven zijn de Golf van Khambhat, de Golf van Kutch en de Golf van Mannar. Zeestraten zijn Straat Palk, dat India en Sri Lanka van elkaar scheidt, het Tien-Graadkanaal, dat de Andamanen en de Nicobaren van elkaar scheidt, en het Acht-Graadkanaal, dat het eiland Minicoy van de rest van de Laccadiven scheidt.

Belangrijke kapen zijn Kaap Comorin in Tamil Nadu, het zuidelijkste punt van het vasteland van India, Indira Point op Groot-Nicobar, het zuidelijkste punt van geheel India, de Adamsbrug en Kaap Calimere, beiden in in Tamil Nadu.

De grootste zeeën zijn de Arabische Zee in het westen en de Golf van Bengalen in het zuiden, die beide een deel zijn van de Indische Oceaan, en de rest van de Indische Oceaan in het zuiden. Kleinere zeeën zijn de Laccadivenzee en de Andamanse Zee.

Belangrijke meren zijn het Chilkameer, in Orissa, het meer van Kolleru in Andhra Pradesh, het meer van Loktak in Manipur, het Dalmeer in Jammu en Kasjmir, het zoutmeer van Sambhar in Rajasthan en het Vembanadmeer in de Backwaters van Kerala.

Natte gebieden[bewerken]

Natte gebieden komen overal in India voor; van koud naar droog; van die in Ladakh tot die in het natte en vochtige klimaat op het Indiase Schiereiland. Deze natte gebieden zijn direct of indirect gekoppeld aan de rivieren. De overheid van India heeft 22 van deze gebieden als beschermd aangemerkt. Tot de beschermde gebieden behoren onder andere de tropische mangroves op het Indiase Schiereiland en de zoute wadden in het westen van India.

Mangroven komen langs de hele kust van India voor, in beschutte estuaria, kreken, binnenwateren, zoute moerassen en wadden. Het mangrovegebied ligt verspreid over een oppervlakte van 6740 km², wat zeven procent is van 's werelds totale mangroveoppervlakte. De meeste van de als beschermd aangemerkte natte gebieden zijn onderdeel van natuurreservaten en nationale parken.

De Sundarbans[bewerken]

Rivierdelta van de Ganges (tussen Bangladesh en India)

Het deltagebied van de Sundarbans zijn het grootste mangrovebos ter wereld. Het is gelegen ten westen van de monding van de Ganges en ligt verspreid over West-Bengalen en Bangladesh. Het deel van India en het deel van Bangladesh staan apart op de Werelderfgoedlijst van UNESCO vermeld, ook al horen ze tot hetzelfde natuurgebied. De Sundarbans worden doorsneden door een gecompliceerd netwerk van getijdenwateren, wadden en kleine eilanden van zoute mangrovebossen.

Het gebied staat bekend om zijn diverse fauna. De bekendste hiervan is de Bengaalse tijger, maar ook vele soorten vogels, axisherten, krokodillen en slangen bevolken het gebied.

Rann van Kutch[bewerken]

Satellietopname van de Rann van Kutch en omgeving. De Rann van Kutch is in het lichtblauw

De Rann van Kutch is een zoutvlakte en seizoensgebonden moerasgebied in het uiterste zuidwesten van de Tharwoestijn, in de staat Gujarat . De naam "Rann" komt uit het Hindi-woord "ran", wat "zoutmoeras" betekent. De Rann van Kutch beslaat zo'n 26.000 vierkante kilometer. Het gebied was ooit een grote ondiepe inham van de Arabische Zee. Totdat een aanhoudende tektonische opheffing de verbinding met de zee afsloot, werd er een meer gecreëerd. Later droogde het gebied op en werd het een grote zoutvlakte.

In India's zomermoesson wordt de vlakke woestijn van zoute klei en modder gevuld met stilstaand water, wat een broedgebied vormt voor enkele van de grootste zwermen gewone en kleine flamingo's.

Klimaat[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Klimaat in India voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Kaart van de klimaatzones in India

Het klimaat in India is zeer divers, in verband met de grote schaal en gevarieerdheid van de geografie. Het is hierdoor moeilijk om een algemeen beeld te schetsen van het klimaat in India. Volgens de klimaatclassificatie van Köppen bestaat India uit zeven verschillende soorten klimaten. Dit zijn een woestijnklimaat (BWh), steppeklimaat (BSh), gematigd chinaklimaat (Cwb), hooggebergteklimaat (EH of H), warm chinaklimaat (Cwa) of gematigd savanneklimaat, tropisch savanneklimaat (Aw) en een tropisch moessonklimaat (Am). Veel gebieden hebben echter ook sterk verschillende plaatselijke klimaten.

India kent vier seizoenen: winter (januari en februari), zomer (maart t/m mei), een moessonseizoen (juni t/m september) en de periode na het moessonseizoen (oktober t/m december).

De Himalaya fungeert als een barrière voor de koude valwinden vanuit Centraal-Azië, waardoor het noorden van India gedurende de winter warm blijft of een beetje wordt afgekoeld. In de zomer zorgt hetzelfde gegeven ervoor dat India, ten opzichte van zijn breedtegraad, relatief heet is.

In de zomer komen de temperaturen overdag boven de veertig graden uit. De kustregio's zijn wat minder heet, met temperaturen die boven de dertig graden uitkomen, gecombineerd met een hoge vochtigheidsgraad. In de Tharwoestijn kunnen de temperaturen boven de vijfenveertig graden uitkomen.

De zomer wordt gevolgd door een zuidwestelijke moesson, die het grootste deel van India van regen voorziet. De regen dragende wolken worden aangetrokken door de lage druk die boven de Tharwoestijn ontstaat. De officiële datum van het begin van moessonseizoen is 1 juni, wanneer de moesson de kust van Kerala bereikt. De zuidwestelijke moesson splitst zich in twee takken: die van de Golf van Bengalen en die van de Arabische Zee. Wanneer het begin juli is ontvangt het grootste deel van India neerslag van de moesson. De moesson trekt zich in augustus terug uit het noorden van India en in oktober uit Kerala. De korte periode na het terugtrekken van de moesson wordt gekenmerkt door rustig weer.

Tegen november begint de winter geleidelijk aan zijn intrede te doen in de noordelijke gebieden. De winter begint in het noorden in november en eind december in het zuiden. De winters op het schiereiland hebben milde tot warme dagen en koele nachten. Verder naar het noorden zijn de temperaturen lager. De temperaturen in sommige delen van de Indiase vlaktes kunnen dan 's nachts onder het vriespunt uitkomen.

Geologie[bewerken]

Geologische gebieden in India

India kent een gevarieerde geologie die alle geologische tijdperken doorloopt. De geologie van India wordt geclassificeerd aan de hand van het moment van ontstaan.

Platentektoniek[bewerken]

Het Indische kraton was ooit een onderdeel van het supercontinent Pangaea. Op dat moment zat de zuidwestkust vast aan Madagaskar en zuidelijk Afrika, en de oostkust aan Australië. 160 miljoen jaar geleden gedurende de Jura-periode, zorgde riftvorming er voor dat Pangaea in tweeën brak om zo de supercontinenten Gondwana in het zuiden en Laurazië in het noorden te vormen. Het Indische kraton bleef vastzitten aan Gondwana tot dit supercontinent in het Krijt, zo'n 125 miljoen jaar geleden, uiteen begon te vallen. Vanaf dat moment begon de Indische Plaat naar het noorden, richting de Euraziatische Plaat, te schuiven, met een tempo, dat als de snelste beweging van elke bekende plaat wordt gezien.

Ongeveer negentig miljoen jaar geleden werd Madagaskar van de Indische Plaat gescheiden. De Indische Plaat botste zo'n vijftig miljoen jaar geleden tegen de Euraziatische Plaat. Hierdoor ontstonden de Himalaya en aangrenzende gebergten, die het resultaat zijn van convergentie en deformatie van de twee platen. De voortdurende plaattektonische bewegingen zorgen er voor dat de Himalaya jaarlijks met een centimeter stijgt.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook de Geologie van de Himalaya

Formaties[bewerken]

De precambrische formaties van Kadapa en Vindhyan liggen verspreid over de oostelijke en zuidelijke staten en een klein deel ook over westelijk en centraal India.

De paleozoïsche formaties uit het Cambrium, Ordovicium, Siluur en Devoon kan men vinden in de westelijke Himalaya in Jammu en Kasjmir en Himachal Pradesh.

De mesozoïsche Deccan Traps kan gezien worden in het grootste deel van het noorden van het Hoogland van Dekan. De Deccan Traps is een vulkanische vlakte, vermoedelijk ontstaan als gevolg van een mantelpluim of hotspot. De bodem is zwart van kleur en bevorderlijk voor landbouw. Formaties uit het Carboon, Perm, Trias en Jura zijn te zien in de westelijke Himalaya. Die van de Jura ook in Rajasthan.

Tertiaire overblijfselen zijn te zien in Manipur, Nagaland, delen van Arunachal Pradesh en langs de voet van de Himalaya. Formaties uit het Krijt zijn te zien in het Vindhyagebergte, in het centrale deel van India, en in delen op de Indus-Gangesvlakte.

Formaties uit het Eoceen zijn ook te zien in de westelijke Himalaya en in Assam. Oligocene formaties kunnen gezien worden in Assam en Kutch.

Pleistocene formaties kunnen in heel centraal India gezien worden. Het is rijk aan bruinkool, ijzererts, mangaan en aluminium. De Andomanen en Nicobaren zijn van vulkanische oorsprong.

Zie ook[bewerken]

Bronnen