Naar inhoud springen

Eiken-haagbeukenbos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Beukenbos op mergel)
Eiken-haagbeukenbos
Syntaxonomische indeling
Klasse:Querco-Fagetea
(klasse van eiken- en beukenbossen op voedselrijke grond)
Orde:Fagetalia sylvaticae
(orde van eiken- en beukenbossen op voedselrijke grond)
Verbond:Carpinion betuli
(haagbeuk-verbond)
Associatie
Stellario-Carpinetum
Oberd. 1957
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons

Het eiken-haagbeukenbos, gewoon eiken-haagbeukenbos of eiken-haagbeukenbos sensu stricto (Stellario-Carpinetum) is een associatie uit het haagbeuk-verbond (Carpinion betuli). De associatie omvat loofbossen op mesotrofe, lemige bodems, en gekenmerkt wordt door de dominantie van zomereik, haagbeuk, hazelaar en een zeer diverse voorjaarsflora.

Naamgeving en codering

[bewerken | brontekst bewerken]
Synoniemen
Stellario-Carpinetum betuli (Tx. 1930) Oberd. 1957
Stellario holosteae-Carpinetum betuli Oberd. 1957
Stellario-Carpinetum oxalidetosum Stort. et al. 1999
Close-up van de kruidlaag in de lente; hier met de naamgevende grote muur (Stellaria holostea) op de voorgrond.

De wetenschappelijke naam Stellario-Carpinetum is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk grote muur (Stellaria holostea) en haagbeuk (Carpinus betulus). De Nederlandse triviale naam 'eiken-haagbeukenbos' verwijst naar de historische structuur van deze bossen, waarin zomereik en/of wintereik als overstaander groei(d)en tussen een hoge hakhoutlaag van haagbeuk.[1]

Het eiken-haagbeukenbos kent een tamelijk complexe fysiognomie. De associatie manifesteert zich in de regel in de formatie van een loofbos. De gemeenschap is structuur- en soortenrijk. Het zijn hoog opgaande bossen met een boomlaag die een hoogte tot ± 25 m kan bereiken. Van oudsher bestond het eiken-haagbeukenbos uit een hoge boomlaag waarin zomereik en/of wintereik als overstaander groeiden tussen een hakhoutlaag van haagbeuk. Het traditionele eiken-haagbeukenbos zag eruit als een middenbos. De struiklaag is zeer goed ontwikkeld, met een groot aandeel van hazelaar. De kruidlaag kan bijzonder soortenrijk zijn en telt vooral veel soorten die in de lente bloeien, waardoor de associatie uitgesproken seizoensaspecten kent. De moslaag is meestal niet goed ontwikkeld.

Het eiken-haagbeukenbos groeit op mesotrofe, vrij zure bodems met periodiek wisselende grondwaterstanden. Het kan gaat om zware leembodems, lössbodems al dan niet gemengd met grover terrasmateriaal, beekleem van fluviatiele oorsprong, maar ook keileem met daarop een dekzandpakket, waarop een dikke laag mull of moder is ontstaan. De bodemvochtigheid is meestal hoog in de winter en in het voorjaar, maar veel lager in de zomer.

Het eiken-haagbeukenbos is beperkt tot oude bosgroeiplaatsen. Het vormt het eindstadium in de natuurlijke successie, de climaxvegetatie, ontstaan uit een opeenvolging van struweelgemeenschappen en andere bosgemeenschappen door de geleidelijke toename van de voedselrijkdom (humus) in de bodem.

Subassociaties in Nederland en Vlaanderen

[bewerken | brontekst bewerken]

Binnen het eiken-haagbeukenbos worden in Nederland en Vlaanderen twee formele subassociaties onderscheiden. Deze tweedeling weerspiegelt de verschillen in de hydrologie, trofiegraad en pH van de bodem.

Typische subassociatie

[bewerken | brontekst bewerken]
Een zeer vroeg voorjaarsaspect van de typische subassociatie.

De typische subassociatie (Stellario-Carpinetum typicum) omvat de vleugel met de relatief hoogste trofiegraad en hoogste pH. Deze subassociatie heeft geen differentiërende taxa. Zij wordt floristisch gekarakteriseerd doordat de kentaxa voor het bovenliggende verbond, de orde en de klasse hier met hoge presentie optreden. De syntaxoncode voor Nederland (conform de rVvN) is r46Ab03a.

Subassociatie met dalkruid

[bewerken | brontekst bewerken]
Close-up van de kruidlaag van de subassociatie met dalkruid, hier met onder andere lelietje-van-dalen en witte klaverzuring.

Een subassociatie met dalkruid (Stellario-Carpinetum maianthemetosum) omvat de vleugel met een net iets lagere trofiegraad alsmede een net iets lagere pH en GHG. Dit syntaxon vormt een afbuiging richting het zomereik-verbond. Het is in het bijzonder verwant aan de subassociatie met lelietje-van-dalen van het beuken-eikenbos. Differentiërende taxa zijn dalkruid, adelaarsvaren, lelietje-van-dalen, blauwe bosbes, bochtige smele en fraai haarmos. Zij kunnen slechts plaatselijk een hoge bedekkinggraad bereiken. De syntaxoncode voor Nederland (conform de rVvN) is r46Ab03b.

Vegetatiezonering

[bewerken | brontekst bewerken]

In de vegetatiezonering kan het eiken-haagbeukenbos contactgemeenschappen vormen met verscheidene andere syntaxa uit uiteenlopende klassen. In de zonering van loofbossyntaxa – in het bijzonder die van hellingbossen – bezet de associatie vaak de plek tussen de hogergelegen gemeenschappen uit de klasse van eiken- en beukenbossen op voedselarme grond en de lagergelegen (andere) gemeenschappen uit de klasse van eiken- en beukenbossen op voedselrijke grond. Aan de bovenzijde gaat het in het bijzonder om het beuken-eikenbos en aan de onderzijde vooral om het Primulo-Carpinetum.

Langs bosranden, bospaden en open plekken van het eiken-haagbeukenbos kan de bosgemeenschap geflankeerd worden door hoogwaardige mantelgemeenschappen uit het verbond van wijfjesvaren en framboos, in het bijzonder de associatie van schaduwkruiskruid en tere woudbraam. Wanneer het eiken-haagbeukenbos op dergelijke plekken geen mantel heeft staat doorgaans in direct contact staan met zoomvegetatie. Onder de zoomgemeenschappen is de schaduwgras-associatie de meest karakteristieke contactgemeenschap;[1] verder betreft het vaak ruigten uit de klasse van nitrofiele zomen, maar soms ook de wilgenroosje-associatie. Alle voornoemde mantel- en zoomgemeenschappen kunnen ook als cyclische inslaggemeenschap tot ontwikkeling komen op plekken waar relatief recent hakhoutbeheer is uitgevoerd.

Onder de epifytische microgemeenschappen treden vooral gemeenschappen op uit de kringmos-klasse, de schriftmos-klasse en de klasse van vertakt bekermos en neptunusmos.

Het exacte verspreidingsgebied van het eiken-haagbeukenbos op de Aarde is nog niet helemaal bekend. De belangrijkste oorzaak hiervan is de gecompliceerde syntaxonomie van het haagbeuk-verbond, waarbij vegetatiekundigen niet allemaal dezelfde opvatting delen over wat precies tot welke associatie of subassociatie gerekend zou moeten worden. Waarschijnlijk heeft de associatie een betrekkelijk klein, subatlantisch verspreidingsgebied dat zich ruwweg uitstrekt van het noorden van Frankrijk tot in het noordwesten van Duitsland. In Centraal-Europa is het eiken-haagbeukenbos verreweg de meest algemene associatie uit het haagbeuk-verbond.

In Nederland komt het eiken-haagbeukenbos hoofdzakelijk in de oostelijke helft van het land voor. Het gaat vooral om Zuid-Limburg, het Drents Plateau, Twente, de Achterhoek en het Rijk van Nijmegen. In West-Nederland is de associatie zeer zeldzaam; hier komt het slechts op een enkele plaats voor zoals aan de binnenduinranden bij Den Haag. Het eiken-haagbeukenbos is de enige associatie uit het haagbeuk-verbond die in Nederland geen onmiskenbaar zwaartepunt vindt in Zuid-Limburg.[2]

Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen

[bewerken | brontekst bewerken]

In de onderstaande synoptische tabel staan per vegetatielaag de belangrijkste diagnostische taxa voor het eiken-haagbeukenbos in Nederland en Vlaanderen.

Boomlaag
Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking
verbondskentaxa haagbeukCarpinus betulus
winterlindeTilia cordata
klassekentaxa gewone esFraxinus excelsior
beukFagus sylvatica
zoete kersPrunus avium
Spaanse aakAcer campestre
begeleidende taxa zomereikQuercus roburconstant
gewone esdoornAcer pseudoplatanus
zwarte elsAlnus glutinosa
Struiklaag
Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking
klassekentaxa hazelaarCorylus avellanaconstant
gewone vlierSambucus nigra
Gelderse roosViburnum opulus
differentiërende taxa wilde lijsterbesSorbus aucupariaconstant
hulstIlex aquifolium
sporkehoutFrangula alnus
begeleidende taxa eenstijlige meidoornCrataegus monogyna
tweestijlige meidoornCrataegus laevigata
basterdmeidoornCrataegus ×media
Kruidlaag
Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking
associatiekentaxa witte klaverzuringOxalis acetosellaformatie
grote muurStellaria holosteaformatie
verbondskentaxa lelietje-van-dalenConvallaria majalis
kleine maagdenpalmVinca minor
boszeggeCarex sylvatica
klassekentaxa klimopHedera helixconstant
gewone salomonszegelPolygonatum multiflorumconstant
bosanemoonAnemone nemorosa
aalbesRibes rubrum
venijnboomTaxus baccata
wilde kardinaalsmutsEuonymus europaeus
drienerfmuurMoehringia trinervia
wijfjesvarenAthyrium filix-feminaformatie
schaduwgrasPoa nemoralisformatie
gevlekte aronskelkArum maculatumformatie
differentiërende taxa gladde witbolHolcus mollis
hulstIlex aquifolium
begeleidende taxa zwarte braamRubus sect. Rubusconstant
wilde kamperfoelieLonicera periclymenumconstant
dalkruidMaianthemum bifolium
bosgierstgrasMilium effusum
gewone esdoornAcer pseudoplatanus
ruwe smeleDeschampsia cespitosa
schedegeelsterGagea spathacea
Moslaag
Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking
klassekentaxa geplooid snavelmosEurhynchium striatum
klein snavelmosMicroeurhynchium pumilum
gerimpeld boogsterrenmosPlagiomnium undulatum
begeleidende taxa gewoon sterrenmosMnium hornum
groot rimpelmosAtrichum undulatum
fijn laddermosKindbergia praelonga
gewoon dikkopmosBrachythecium rutabulum

Bedreiging en bescherming

[bewerken | brontekst bewerken]

De meeste eiken-haagbeukenbossen bevinden zich op voedselrijkere gronden, zijn daardoor weinig gevoelig voor voedselaanrijking, verdroging en verzuring en gedijen het best met een nulbeheer. Het eiken-haagbeukenbos is van belang omwille van het grote aandeel van monumentale bomen in dit bostype.

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Stellario-Carpinetum van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.