Gebruiker:Benedict Wydooghe/Evoluties in het veiligheidsdenken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

.

IN DE SCHEMERZONE TUSSEN WAARHEID EN HERINNERING: EVOLUTIES IN HET VEILIGHEIDSDENKEN

1346_ OORLOG De slag bij Crécy tijdens de Honderdjarige Oorlog; vijftiende-eeuws manuscript van de Kronieken van Jean Froissart. Veiligheid is aan evolutie onderhevig doorheen de tijd.
1607_ VERDEDIGEN MET BUSKRUIT Aanwijzing 12 voor het hanteren van het musket.
1793_ MOORD EN DOODSLAG De dode Marat met in zijn hand de brief van zijn moordenares, Charlotte Corday. De schilder en politicus Jacques-Louis David was een van de laatsten die hem levend zag.
1816_ DRENKELINGEN Dit schilderij verwijst naar de schipbreuk van het Franse fregat Méduse in 1816 op de Atlantische Oceaan. De ramp, de dood van 140 mensen en de verhalen van de overlevenden kregen veel belangstelling. Het bracht de Franse regering in diskrediet: de bekwaamheid van de kapitein en de organisatie van de reddingsoperatie waren een flop. Drijvend op de Romantiek schilderde Géricault deze gebeurtenis.
1830_ OPRICHTING BURGERWACHT In 1830 richten burgers spontaan milities op om de orde te handhaven, plunderingen te verhinderen of om op te trekken tegen Nederland. Het Voorlopig Bewind erkende hen als burgerwacht. Ze was georganiseerd op gemeentelijk niveau en samengesteld uit burgers tussen 21 en 50 jaar, vooral jonge vrijgezellen. De standaarddienst bestond in het wacht optrekken en patrouilles uitvoeren voor de beveiliging van personen, het behoud van eigendommen en het handhaven van de openbare orde.
1862_ HET MACHINEGEWEER Een van de allereersten, zoals gebruikt tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.
1862_ DE ZANDMAN Angst is iets wat ouders hun kinderen aanleren en over meerdere generaties doorgeven. Zo schrijft E.T.A. Hoffman: 'De zandman is een boosaardige kerel, die komt de kinderen opzoeken als ze niet naar bed willen en dan werpt hij met beide handen tegelijk zand in hun oogjes zodat die bloederige uit hun hoofd springen. Hij gooit die dan in een zak en neemt ze mee naar de halvemaan als aas voor zijn kleintjes: die zitten daar in het nest en hebben kromme snavels, precies als uilen, en daarmee pikken ze de oogjes van ondeugende mensenkinderen op.' Hierna nam het beeld van de wrede zandman op afgrijselijke wijze, steeds vaster, gestalte aan voor mijn ogen. Zodra hij 's avonds de trap opkloste begon ik van louter angst en ontsteltenis te sidderen. Moeder kon dan niet veel meer uit met krijgen dan: "de zandman, de zandman!" De laatste halve eeuw bestond er een ander beeld van de zandman.
1864_HET SLAVENHUIS Slavenwinkel en veilinghuis in 1864 in Atlanta, Georgia, net voor de afschaffing van de slavernij.
1875_ARBEIDSVEILIGHEID Werk in de ijzerwalserij, naar een schilderij van Adolph Menzel.
1912_VEILIGHEID & TOERISME Kranten plaatsten direct na de ramp met de Titanic in 1912 onjuiste aantallen van slachtoffers. Tot de officiële bekendmaking circuleerden er veel geruchten. Tot op heden blijft crisiscommunicatie tot misverstanden leiden.
1916_GABRIELLE PETIT Het allereerste monument voor een vrouw in België. Deze verzetsheldin en spionne uit de Eerste Wereldoorlog kent na haar opsluiting in de gevangenis van Sint-Gilles en haar dood voor een Duits vuurpeloton een nationale cultus. David Van Reybrouck en Sophie de Schaepdrijver schreven er allebei een boek over.
ANTWERPEN 1944 België is bevrijd maar niet van de Duitse kwelling af: V2-raketten teisteren het strategisch gelegen Antwerpen. Let op de reactie van de passanten op de smeulende lijk van de jongeman.
De Amerikanen bombardeerden op 6 augustus de Japanse havenstad Hiroshima en op 9 augustus Nagasaki. Daarna capituleerde het Japans Keizerrijk. In tegenstelling tot wat velen denken, stopten de Amerikanen de bom niet om Tokio tot de overgave te dwingen maar om indruk te maken op de Russen.
In Humo sprak weerman Armand Pien over wat er gebeurde op 2 mei in 1986, de zwartste dag uit zijn leven. ‘Voor ons bestaat er niet het minste gevaar’ vertelt hij de kijker. En toen liepen gegevens binnen, werden de metingen bewerkt en de natuurlijke radioactiviteit afgetrokken.Pien gelooft zijn ogen niet. De directeur van het KMI stuurde telegrammen naar premier Martens en alle instanties. 'Hoe kun je op basis van verkeerde informatie maatregelen treffen' vroeg hij zich later af?
2015_ MENSENRECHTEN Heeft veiligheid iets te maken met mensenrechten? Hoe criminaliteit gedefinieerd wordt? Met goed en kwaad? Met recht of onrecht?
2019_ KLIMAATSWIJZIGINGEN Heeft het klimaat een politieke kleur? (27 januari 2019)

.

.

INLEIDING: HET VERHAAL OF DE VERTELLER?

.

Aanhalingsteken openen

Wie het verleden controleert, controleert het heden.

Aanhalingsteken sluiten
George Orwell

.

Aanhalingsteken openen

De geschiedenis zal gunstig over me oordelen, want ik ga ze zelf schrijven.

Aanhalingsteken sluiten
Winston Churchill

.

Aanhalingsteken openen

Nieuwe wetenschappelijke inzichten veroveren geen terrein doordat tegenstanders worden overtuig, maar doordat ze vroeg of laat doodgaan.

Aanhalingsteken sluiten
Max Planck

.

Aanhalingsteken openen

Het gezond verstand is het best verdeelde goed ter wereld, al was het maar omdat iedereen er zo veel denkt te hebben dat zelfs zij die anders het moeilijkst tevreden kunnen worden gesteld, er doorgaans niet meer van willen hebben dan ze al bezitten. En het is niet waarschijnlijk dat iedereen zich daarin vergist; veeleer blijkt daaruit dat het vermogen om goed te oordelen en waar van onwaar te onderscheiden van nature gelijk is in alle mensen; en derhalve dat alle meningsverschil niet voorkomt uit het feit dat sommigen redelijker zouden zijn dan anderen, maar enkel dat onze gedachten niet gelijk verlopen en dat wij niet aan dezelfde dingen aandacht besteden.

Aanhalingsteken sluiten
René Descartes

.

Aanhalingsteken openen

Trust the story, not the teller.

Aanhalingsteken sluiten
D.H. Lawrence

.

Aanhalingsteken openen

Als je geen perverse of persoonlijke agenda hebt, begint alles met research. Je stelt je de vraag naar wat zich heeft afgespeeld en waarom het zo liep.

Aanhalingsteken sluiten
Mike Leigh

.

Aanhalingsteken openen

De heersende ideologie is de ideologie van de heersende klasse. Een visie op de geschiedenisgang is een wezenlijk onderdeel van die ideologie.

Aanhalingsteken sluiten
Friedrich Engels & Karl Marx

.

Aanhalingsteken openen

Omdat ik ongeletterd ben, zeggen ze dat ik me niet kan uitdrukken. Die mensen begrijpen niet dat mijn ideeën berusten op ervaring, niet op andermans taal.

Aanhalingsteken sluiten
Leonardo Da Vinci als empirist

.

Aanhalingsteken openen

Een antwoord is altijd een stukje van de weg die achter je ligt. Alleen een vraag kan je verder brengen.

Aanhalingsteken sluiten
Jostein Gaarder

.

.

Om de evolutie van de welzijns- en veiligheidsdiensten en hun pardigmatische denken in kaart te brengen, is deze tijdsband van politie- en rijkswacht-, veiligheids- en brandweer- en de ambulancediensten, de drama's, de rampen en de inferno's waarmee ze werden geconfronteerd handig. Het illustreert hoe historische ontwikkelingen het denken en het doen beïnvloedt en hoe veiligheid en welzijn, onveiligheid en het ontbreken van welzijn hand in hand gaan.

.

.

Wat is veiligheid? Wat is welzijn?

.

Bestaan er echt slechte mensen? Vast wel. Bestaan er echt slechte mensen die nooit tot hun slechtheid zouden komen mits een goede omkadering? Ik denk het. Bestaan er echt slechte mensen die ondanks een goede omkadering toch al hun slechtheid botvieren? Dat is best mogelijk. Bestaan er echt goede mensen? Vast wel. Bestaan er echt goede mensen die nooit tot hun goedheid komen door een foute omkadering? Ik denk het. Bestaan er echt goede mensen die ondanks een foute omkadering toch het goede blijven nastreven? Dat is ook best mogelijk. Vertrekt – zoals het cliché het wil – de politiemens vanuit een fundamenteel wantrouwen in de mensheid? Is de flik ervan overtuigd dat de crimineel of de arme zelf de oorzaak is van zijn situatie? En vertrekt -zoals het cliché het wil – de sociaal werker vanuit een fundamenteel vertrouwen in de mens? Is die ervan overtuigd dat de arme of de crimineel slechts een product is van zijn omgeving of zijn omkadering?

.

De opleiding Maatschappelijke Veiligheid - een unieke opleiding in België - bestaat in 2019 vijftien jaar. Studenten uit Limburg, Brabant en Antwerpen reizen tot in Kortrijk om te studeren. De opleiding vindt zijn oorsprong in de aanslagen op 11 september 2001 en is sindsdien alleen maar in relevantie toegenomen. In die dagen begon voor veel docenten op de sociale academie - die toen Ipsoc heette - een zoektocht naar een definitie die veiligheid met welzijn verbindt; dat verband bleek eeuwenoud. Veel geschiedschrijvers heeft het veiligheidswerk echter niet. In de 'veiligheidsliteratuur' zijn doorgaan slechts korte historische beschouwingen te vinden, men moet het thema onder andere trefwoorden zoeken: ziekte, hongersnood, oorlog, terrorisme, de werkvloer, verkeer, radicalisering, cybercrime... Het veiligheidsdenken eenzijdig koppelen aan de actualiteit en het niet in verband brengen met het verleden, resulteert in wat Herbert Marcuse de ééndimensionele benadering noemt. De focus op het pragmatische heden, de actualiteit en de waan van de dag zijn disproportioneel in vergelijking met de factoren die het nu bepalen. Het is een onderdrukking van de geschiedenis die tot kortademige en kortzichtige analyses leidt, die bovendien geen toekomstperspectieven voor het veiligheidswerk zichtbaar maken. Anders gezegd: niemand begint het heden met een blanke lei. Wie pectieven voor het veiligheidswerk wil schetsen, kijkt naar het ontstaan en de ontwikkeling van veiligheidsproblemen. Anders is elke strategie op drijfzand gebouwd.

.

.

Wat is een (r)evolutie?

.

Evoluties hebben te maken met een geleidelijke verandering over een lange termijn. Voorbeelden zijn de evolutietheorie van Darwin of de evolutie van de mens. Het begrip staat tegenover 'revolutie', een radicale, vaak onverwachte verandering op erg korte termijn zoals de Franse, Amerikaanse of Belgische revolutie. De begrippen zijn niet objectief. Sommige historici spreken over de Industriële revolutie, anderen hebben het over de Industriële omwenteling, omwille van het feit dat er geen bloedvergieten aan te pas kwam, of omdat de industrialisatie zich afspeelde in een toch wel erg lange negentiende eeuw (van pakweg 1789 tot 1919). Het zelfde geldt voor het begrip Belgische omwenteling. Evolutie en revolutie zijn dus veranderingen die zich afspelen doorheen de 'tijd'.

.

.

Wat is tijd?

.

Geen begrip is ons meer vertrouwd dan de tijd, geen begrip is tegelijk zo ongrijpbaar. Zelfs de tijdsbeleving is onderhevig aan de tijd; onze grootouders beleefden de tijd anders dan wij nu. Romeinse burgers en nomadische stammen hadden weinig gemeenschappelijk wat betreft hun tijdsindeling en vandaag zien we dat mensen tijd op een andere wijze beleven: vergelijk deze mensen maar: de dakloze, de boer, de machinist, de arbeider, de schoolmeester, de hoer, de bankbediende... Allen hebben ze andere agenda's, een andere nachtrust, een andere tijdsbeleving. Nu is tijd niet alleen subjectief, we proberen die te objectiveren met meetinstrumenten zoals klokken en kalenders die doorheen de geschiedenis steeds nauwkeuriger worden. Tijd is iets wat we meten en het leven beheerst. Dat gaat terug op de religieuze discipline van de Benedictijen. Benedictus benadrukte dat monniken altijd bezig moeten zijn. Tijd was een geschenk van God en dus kostbaar. Begin veertiende eeuw werkte Richard van Wallingford in de benedictijnenabdij in Saint Albans tien jaar aan het eerste mechanische uurwerk. Het was drie meter breed, diep en hoog. Niet alleen de tijd, ook de stand van de hemellichamen kon er op afgelezen worden. Daarnaast heeft 'de tijd' ook een economische en militaire functie: het overstromen van de Nijl had een ritmisch, zich herhalend patroon. Wie de nieuwe overstromingen kon voorspellen, kon de vruchtbaarheid van het land manipuleren. Militair gezien was het maken van afspraken dan weer van belang. 'De klokken gelijk zetten om een gezamenlijke aanval in te zetten, kon het verschil betekenen in winst of verlies.

.

Zoektocht

.

Ik begon de zoektocht naar tijd en veiligheid bij mezelf. Het moest een nuttige veiligheidsdefinitie worden bovendien, want definities zijn er bij de vleet. Iets waar studenten een boodschap aan hebben. Geen wollig noch hoogdravend gedoe. Die zoektocht beginnen, is iets wat de student ook kan. Stel jezelf de vraag: wat betekent veiligheid voor mezelf (micro), voor mijn omgeving (meso), de wereld (macro)? Omdat ik in een relatief veilige omgeving opgroeide, leefde en functioneerde, kon ik me in het jaar 2000 nauwelijks iets bij het begrip veiligheid voorstellen. In de kranten was het geen issue. Ik liep mijn pampers in doeken die mijn moeder uitwaste, dat was in 1972, ik kende rekenblaadjes gedrukt op een stenselmachine in de jaren tachtig en ik las de Vlaamse Filmpjes. Die verdwenen tijd is schitterend bezongen door de Fixkes in kvraagetaan. Een veilige tijd. Die veilige tijd zullen studenten hopelijk herkennen, ook al zijn die studenten een kwarteeuw jonger dan mezelf - geboren omstreeks 2000: de Twin Towers stonden nog broederlijk naast elkaar. Was die veiligheid er gewoon of waren we naïef?

.

.

Wat veranderde de laatste 25 jaar?

.

Het geborgen kerngezin (vroeger hadden ouders veel kinderen, nu hebben kinderen veel ouders), het veilig verkeer op de weg en melk rechtstreeks van een koe zijn intussen verdwenen, maar desalniettemin zullen de achttienjarigen erkennen, op te groeien in een veilig nest. De meesten onder ons hebben Europa niet bereikt als drenkeling of klimaatvluchteling, of zoals op het historische schilderij 'Het vlot van de Medusa'. Moord en doodslag - zie De moord op Marat - zijn voor de meesten een realiteit die zich beperkt tot een game, de televisie of de krant. En oorlog is een ver land zowel voor de student als voor de docent. (Hoeveel oorlogen kan je opnoemen? Test even je kennis en klik dan hier voor de controle. Wie kent de slag bij Crécy nog? De Slag bij Poitiers? Wie kan er een musket bedienen?

Toen ik ter wereld kwam kende Europa een kwarteeuw (dat is niet eens de leeftijd van de meeste studenten) vrede. Toen ik werkelijk besefte wat die vrede betekende, waren we al ruim veertig jaar verder. Nu, in 2019 is het tachtig jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog begon. Natuurlijk valt er veel te lezen over die verloren tijd (ze noemen dit secundaire bronnen), maar de historicus zoekt mensen die deze tijd meemaakten. Primaire bronnen heet dat.

.

.

Roekeloos

.

Tijdens mijn eerste studiejaar, ergens eind jaren zeventig nam ik voor het eerst mijn eigen roekeloosheid onder de loep. Het moet in 1978 geweest zijn dat ik met mijn eerste communiefiets de kerkheuvel in Lichtervelde afbolde, over kop ging en met mijn neus op een borduur terecht kwam. Mijn communiefoto's zijn er de subtiele getuige van: een dubbele lip en een boksersneus. En toen het helemaal zomer werd (niet te verwarren met die zomer van Rob de Nijs uit 1977), was ik zo enthousiast bij het oversteken van de straat - een juf deed teken dat alles veilig was en we mochten oversteken - dat ik rende alsof het de honderd meter betrof. Ik keek niet uit en de juf stond met haar rug naar een aankomende auto. Die negeerde haar signaal, reed zo door de rang, schepte me op en ik rolde over de motorkap. Mijn broek werd warm nat en ik bolde het af, alsof het mijn schuld was. Later hoorde ik dat de chauffeur gedronken had. En dat ik geluk had. Voor een kind van zes is de definitie van veiligheid simpel: het is de afwezigheid van onveilige situaties. Het was een kolonel van het Belgisch leger die het me vertelde, in... 2018; de afwezigheid van onveiligheid. Ook bij de studenten viel de mond open. Zo simpel kan een definitie zijn.

.

.

Onveiligheid is een ver land

.

Er is geen definitie nodig om het woord onveiligheid te begrijpen: het ging/gaat om honger, ziekte, milieuproblemen, geestelijke gezondheid, middelengebruik, verkeer, infrastructuur, extremisme, mensenhandel, oorlog, criminaliteit. Veiligheid was jarenlang nauwelijks een issue in de krant of op het journaal, of werd aldus niet benoemd: onveiligheid was uitzonderlijk. Ofwel was de onveiligheid iets uit een ver verleden, een geschiedenisles: ziektes (pest, cholera in de Middeleeuwen), oorlogen (teveel om op te noemen), hongersnoden (ontelbaar), moord en doodslag in het Wilde Westen, het op de vlucht zijn, dakloosheid. Als veiligheid niet uit het verleden kwam, dan speelde het zich ongetwijfeld ver van ons bed af: deviantie en criminaliteit was voor Brussel, bendevorming en maffia was voor New York, net als het drug- en middelengebruik, verkeersveiligheid (alhoewel), veiligheid op de werkvloer, een oorlog in Vietnam of Irak, een optreden van een losgeslagen dievenbende (Hamers) of nep-terroristen zoals de CCC...

.

.

Of toch niet?

.

Over echte onveiligheid lag in die jaren een taboe: over aanrandingen, vrouwonvriendelijkheid, over de Aids - epidemie werd niet gesproken. Over een andere kwestie werd des te meer gesproken: de Koude Oorlog. Natuurlijk lagen de Russen op de loer, natuurlijk bouwden Amerikanen en Sovjets een kernarsenaal aan nucleair materiaal op, natuurlijk waren er spionnen. De media nam het graag en verdiende er pakken poen aan: de angstcultuur. Wat is veiligheid? Zo te zien volstaat mijn eenvoudige definitie van de afwezigheid van onveiligheid niet.

Tijdens een bezoek aan een tentoonstelling in 2019 in het Museum van de Misdaad, lees ik volgende passage.

Aanhalingsteken openen

De goederen die de politie in het verleden in beslag nam, kennen we vandaag niet meer of zijn niet meer verboden. De misdaad evolueert, de normen van onze samenleving veranderen en de wetgever past het strafwetboek daaraan aan. Dat beïnvloedt ook de taken van de politie.

Aanhalingsteken sluiten
— Museum van de misdaad, Gent.

De taksplaat aan de fiets is verdwenen, van gelijke rechtspraak voor volwassenen en kinderen is geen sprake meer, pornografie kan inmiddels en voor de uiterst gevaarlijke en illegale vruchtafdrijvingen in achterkamertjes zijn er alternatieven gekomen. Andere dingen zijn echter even strafbaar als vroeger: vals geld en valse uurwerken, valse taksplaten aan de auto, namaak, schriftvervalsing, vals goud en vals geld, vuurwapens zonder vergunning, kansspelen, kettingbrieven, clandestiene weddingschappen.

.

.

Spoken zien

.

Blijkbaar is veiligheid zowel een 'objectief' als een 'subjectief' verhaal. Een abortus in een vuil achterkamertje, is wel degelijk onveilig: dat is objectief aan te tonen. Maar veiligheid is ook perceptie en beïnvloeding, zoveel is duidelijk. Wie aan spoken denkt zal spoken zien. Ook daar gaat deze cursus over. Waarom en wanneer zien mensen in het verleden 'veiligheidsspoken'? Die spoken van veiligheid eindigden vaak in maatschappelijke rampen: de holocaust, de heksenvervolgingen, de slavernij. Maar het kan recenter: Semira Adamu, de pijnlijke interventie van het Bijzonder Bijstandsteam, bijgenaamd de Bottinekes die de dood van Jonathan Jacob op hun geweten hebben. Voor dit soort onveiligheid bestaan andere woorden: onrecht, tegenslag, een asociaal systeem.

.

.

Veel scenario's

.

Onveiligheid kan veel vormen en scenario's aannemen. Daarom is de cursus 'evolutie van het veiligheidsdenken' tegelijk de zoektocht naar de angsten van de mens. Historische en antropologische inzichten, psychologische en sociologische inzichten moeten ons de werking van individuen en groepen, instituties en maatschappijen leren kennen. Het gaat over regels en rechten, culturen en mentaliteiten, normen en waarden, feiten en meningen... en hoe die veranderen. Agogisch werk dus.

Waarom is het plots zo complex? Net omdat het uit elkaar rafelen van de werkelijkheid tot het politieke en het ideologische, het sociologische en het sociale, het economische, het psychologische en het culturele de werkelijkheid geweld aandoet.[1]

Deze cursus heeft drie doelstellingen (lees ze even door, ze zullen je helpen bij het instuderen).

De student:

  • Leert kritisch te kijken;
  • Maakt een referentiekader met tijdsbanden, chronologieën en oorzaak-gevolg redeneringen;
  • Ontdekt hoe het welzijns- en veiligheidswerk ontstond en vormt een toekomstvisie.

.

We begonnen deze inleiding met een quote, laten we ze met een quote eindigen, met een quote van een historicus.



Aanhalingsteken openen

Wie zijn wij? Koppig, impliciet soms, stelt de historicus steeds weer deze algemene vraag, die ook hemzelf betreft.

Want onderzoek naar het verleden mag zich niet beperken tot het verzamelen van feiten uit een lang vervlogen tijd, die dan vervolgens eerbiedig in een denkbeeldig museum voor statische herinneringen worden bijgezet.

Het is een middel om de tegenwoordige tijd beter te begrijpen, of zou dat in ieder geval moeten zijn. Vooral als het onderzoek zich richt op de fundamenten van onze eigen samenleving.

Aanhalingsteken sluiten
Robert Muchembled[2]

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Inhoud

LES I. HOE BRENG IK DIT TOT EEN GOED EINDE?[bewerken]

.

Geen klassikaal examen dit keer, maar een mondeling examen. Eén op één. Vertel eens een verhaal.

.

Aanhalingsteken openen

Don't know much about history


Don't know much about biology

Don' know much about the science book

Don't know much about the French I took [...]

Don't know much about geography [...]

Don't know much about algebra [...]

But I do know one and one is two

And if this one could be with you What a wonderful world this would be...

Aanhalingsteken sluiten


Sam Cooke, 1958: Wonderful World

.

.

Welkom in de Wikipediaklas[bewerken]

.

Don't know much about history Sam Cooke overleed in 1964 in hotel Haciënda in Los Angeles na dat hij werd neergeschoten door Bertha Franklin, de hotelmanager. Het lijstje met neergeschoten mensen is lang. Vul het gerust aan: Abraham Lincoln, J.F. Kennedy, Martin Luther King, John Lennon,...

Sam Cooke zou nooit oud worden, maar met dit nummer werd hij onvergetelijk. Ik kies ervoor om Toledo niet te gebruiken. Wikipedia heeft een prettige interface en laat toe om snel verbanden te leggen, veel sneller dan Toledo.

.

.

Flaneren door Kortrijk[bewerken]

.

Studenten die intekenen voor deze cursus voor het academiejaar 2019-2020 kunnen facultatief een rondleiding meemaken in de stad Kortrijk. Het betreft een programma van een halve dag waarbij de student in een kleine groep locaties bezoekt die de cursus bespreekt. Wydooghe zorgt voor aanvullende info, de stad is op dat moment zijn PowerPoint. Wie zin zou hebben om Brugge, Brussel of Antwerpen te bezoeken in het kader van deze lessen, kan altijd initiatief nemen. Agenda's samen leggen kan niet moeilijk zijn.

.

Het mondelinge examen[bewerken]

.

Het examen is mondeling, gesloten-boek, met ruime voorbereidingstijd. Voor wie van afko's houdt (ik niet), een M.G.B.E.M.R.V.T. De student kiest drie vragen uit een batterij. A. staat voor Algemeen, B. staat voor een betoog over een verhaal en C. staat voor complex of inzicht. Na elk hoofdstuk zijn de examenopgaven opgenomen, geen verrassingen dus.

.

A-Vragen

.

De eerste vraag peilt naar encyclopedische kennis over personen en data, begrippen en definities. A-vragen staan voor Algemeen, encyclopedisch, kort en bondig: 6 punten.

.

.

B-Vragen

.

Aan de hand van de tweede vraag toon je dat je in staat bent om een coherent betoog op te bouwen over een eenvoudig probleem. Deze B-vragen peilen naar samenhang, verhaal, oorzaak en gevolg-redeneringen. Je bouwt een verhaal over een kort, samenhangend geheel uit de cursus: 7 punten.

.

.

C-Vragen

.

Het examen rondt af met inzicht. Hier bewijs je inzicht te hebben in historische periodes en leg je verbanden met andere delen van de cursus of met andere cursussen. C-vragen zijn Complex, leggen verbanden tussen diverse delen en tonen inzicht: 7 punten.

.

.

Inschrijven voor het examen

.

Voor de eerste zittijd kan je inschrijven op een lijst die hier in te vullen is. Die komt online, wanneer de tijd rijp is. Dat is ongeveer bij de laatste les. Inschrijven voor het examen in tweede zittijd is niet nodig. De docent is op school aanwezig op de voorziene dagen, tussen 10 en 13.30 uur.

.

.

Een testje[bewerken]

.

Laten we beginnen met een testje historische kennis.

.

.

Zeven vragen

.

1. De opleiding Bachelor in de Maatschappelijke Veiligheid is de jongste opleiding in het studiegebied Sociaal Agogisch Werk. Wat is de meest juiste definitie van Agogisch?

  1. de menswetenschap over van het begeleiden en gedragsverandering.
  2. de menswetenschap die zich inlaat met de opvoeding van kinderen.
  3. de wetenschap die sociologie en psychologie, filosofie en geschiedenis inzichtelijk combineert.
  4. de wetenschap die inzichten uit sociologie en psychologie, filosofie en geschiedenis combineert om tot het begeleiden, gedragsverandering en veranderingsprocessen te komen.


2. Wanneer, in welk jaar ging de opleiding van start?

  1. 1948
  2. 1969
  3. 2001
  4. 2004
  5. 2009


3. Plaats deze veiligheidsuitvindingen in chronologische volgorde, van oud tot jong en noteer voluit.

  1. De lens-bril
  2. Buskruit
  3. Het schrift
  4. Satellieten
  5. Pijl en boog
  6. Machinegeweer
  7. Sherlock Holmes
  8. De vuurdomesticatie
  9. Het wiel


4. Wie zijn deze snorremensen?


5. Zorg ervoor dat deze tabel klopt. Je herschikt alle kolommen, ook de eerste.

Een koning, een daad, een geboorte en dood.
Filip Congo 1790 1983
Erasme_Louis_Surlet_de_Chokier Belgische revolutie 1831 1831
Leopold III Klimaatmars 1901 nog in leven
Albert I Abortuswet 1930 1934
Albert II België 1831 1903 1993
Leopold II Collaboratie 1875 nog in leven
Boudewijn Regent ad interim 1934 1909
Leopold I Eerste Wereldoorlog 1835 1983
Prins Karel Delphine Boël 1960 1865


6. Over wie hebben we het hier?


7. Nog mensen...

.

.


Oplossingen

.

1. Wat is de meest juiste definitie van Agogisch? De wetenschap die inzichten uit sociologie en psychologie, filosofie en geschiedenis combineert om tot begeleiden, gedragsverandering en veranderingsprocessen te komen.

.

2. De opleiding ging in 2004 van start.

.

3. In volgorde...

.

Pijlen uit Zuid-Amerika, collectie uit 1834 van Jean Baptiste Debret.
Bioscoopjournaal uit 1957 over de Spoetnik 1, de eerste satelliet. Het belang ervan is in die dagen niet te onderschatten. De avonturen van de ruimtehond Laika (hond) en de verwezenlijkingen van Joeri Gagarin leken er op te wijzen dat de USSR de Space Race aan het winnen was. Vanaf de jaren zeventig kunnen satellieten inzoomen tot op een klinknagel. Tijdens de koude oorlog en de wereld vol spionageagenten kan dit tellen.
 Betekenis: Met de vuurbeheersing onderscheidt de mens zich definitief van de dieren. Prometheus steelt het vuur bij de Griekse goden en schonk het aan de mensen, om een technische beschaving te ontwikkelen. Prometheus, geassocieerd met techniek en voorgesteld als de leraar-uitvinder, brengt mensen respect bij en leert hen vooruit kijken: zijn naam is 'de vooruitdenkende'. Oppergod Zeus straft Prometheus met de 'wrekende gerechtigheid' en kluistert hem aan de Kaukasus waar een adelaar elke dag zijn lever eet. 's Nacht groeit de lever aan. Dit moest eeuwig duren maar Herakles bevrijdt hem. De vuurdomesticatie kent een lange voorgeschiedenis. Voorwaarden zijn 1. fysiek rechtop lopen, want men moet de handen vrij hebben om vuur te dragen en 2. planning zodat er altijd brandstof is. De gevolgen van de vuurdomesticatie zijn legio. De belangrijkste? Vuur brengt mensen samen en brengt een leerproces op gang: vuur is sociaal, militair, economisch en cultureel.
 Betekenis: De jacht wordt veiliger, later wordt dit een gevechtswapen. In de prehistorie zijn er sporen van pijl en boog op elk continent, behalve Australië. De Egyptenaren, Grieken en Romeinen beklemtonen het belang van de schutters bij grote menigten. Griekse goden en helden, Apollo en Odysseus zijn vaak afgebeeld met hun boog, een symbool van aanzien.
 Betekenis: Het wiel laat toe om voorwerpen en mensen te verplaatsen en is net als pijl en boog een uitvinding. Vuur en elektriciteit zijn geen uitvindingen maar ontdekkingen.
 Betekenis: De mens geeft kennis door aan het nageslacht en hoeft zich niet langer te betrouwen op zijn geheugen om kennis door te geven. Met het schrift doet de geschiedenis haar intrede. Oude schriftloze culturen worden niet door historici, maar door archeologen bestudeerd. De tegenwoordige schriftloze culturen worden door antropologen bestudeerd.
 Betekenis: Aanvankelijk weinig aanvallende capaciteit wegens te log om te hanteren, maar defensief een groot voordeel.
  • De lens-bril: 700 jaar geleden
 Betekenis: Kennis verzamelen, het lezen en observeren is niet langer het privilege van jonge mensen. Eén van de eerste brillen is te zien op een schilderij van Jan van Eyck, de Madonna met kanunnik Joris van der Paele.
 Betekenis: Krijgsheren moeten wennen aan dit nieuwe wapen. Tot en met de Eerste Wereldoorlog zullen stormlopen duidelijk maken, niet meer van de tijd te zijn. Sir Douglas Haig zal er de spotnaam 'de slachter van de Somme' aan danken.
 Betekenis: Arthur Conan Doyle is niet de grondlegger van het genre moordmysteries, Edgar Allan Poe is hem voor. Veel fictieve detectives imiteren Holmes' logische methoden waarbij hij vanuit het kleine, het grote verhaal destilleert: Agatha Christie deed het met Hercule Poirot, er zijn Columbo, Dick Tracy, Batman...
 Betekenis: Satellietcommunicatie en spionage. Satellietcamera's kunnen vanaf de jaren zeventig inzoomen tot op een klinknagel.

.

.

4. Wie zijn deze mensen?

.

.

.

5. Het koningshuis

.

.

.

.

6. Over wie hebben we het hier?

.

.

.

7. Nog mensen...

.

.

.

Afspraak[bewerken]

.

Historia (allegorie van geschiedenis), Nikolaos Gyzis, 1892. Geschiedenis verwijst naar de vakdiscipline die chronologische ordening van gebeurtenissen bestudeert, gebaseerd op een kritisch onderzoek van bronnen om inzicht te krijgen in het verleden.

In deze cursus komen veel jaartallen voor. Dit is niet om studenten te martelen. Wie een gebeurtenis of een personage in de tijd kan situeren (voor, na, omstreeks) dan is dat voldoende. Alleen de volgende 25 data zijn parate kennis: 0, 313, 476, 1302, 1450, 1492, 1500, 1517, 1566, 1648, 1650, 1789, 1815, 1848, 1890, 1914, 1919, 1933, 1939, 1945, 1958, 1968/9, 1972, 1989, 2001. De periodisering valt samen met de cursusdelen. Die zijn uiteraard te kennen.

Deze cursus gebruikt VC en NC vaak niet. Als het om het verre verleden gaat, dan toont de cursus hoeveel jaar het van nu geleden is (bv. 20.000 jaar terug, betekent eigenlijk 18.000 VC). Wie leest 'Van 365 tot 229' weet dat dit uiteraard VC is. Van 229 tot 365 is NC. Let op de eeuwen en wees daar niet nonchalant in. De negentiende eeuw start in 1801 en eindigt in 1900. De eerste eeuw VC loopt van 100 tot 1 en het jaar nul bestaat niet, net zoals dag nul of maand nul niet bestaat.

.

.

Examenvragen[bewerken]

.

.

A-Vragen

.

Wie of wat zijn en wat is de betekenis van: Apollo (god), 11 september 2001, abortuswet, Albert I, Amerikaanse Burgeroorlog, Anuna De Wever, bril, buskruit, Bottinekes, Boudewijn, burgerwacht, Charles Darwin, Charlotte Corday, collaboratie, Delphine Boël, Elvis Presley, Friedrich Nietzsche, Gabrielle Petit, Herbert George Wells, Howard Koch, Orson Welles, Jean-Paul Marat, Jonathan Jacob, Jozef Stalin, klimaatmars, koning Filip, Koude Oorlog, kunstmaan, Leopold I, Leopold II, Leopold III, machinegeweer, Marilyn Monroe, musket, Odysseus, paradigma, pijl en boog, primaire bron, prins Karel, Rob de Nijs, Sam Cooke, het schrift, satelliet, secundaire bron, Sherlock Holmes, The War of the Worlds, Titanic, vuurdomesticatie, wiel.

.

.

B-Vragen

.

  • Leg uit: Wat is veiligheid? Wat betekent veiligheid voor mezelf (micro), voor mijn omgeving (meso), de wereld (macro)? Leg uit wat bedoeld wordt met deze niveau’s?

.

  • Onveiligheid kan een taboe zijn. Ken je voorbeelden?

.

  • Waarom mag onderzoek naar het verleden zich niet beperken tot het verzamelen van feiten uit een lang vervlogen tijd?

.

  • Wat is betrouwbaarheid? Wat is het risico als men onbetrouwbare informatie voor waar aanneemt?

.

  • De opleiding Bachelor in de Maatschappelijke veiligheid is de jongste opleiding in het studiegebied Sociaal Agogisch Werk. Wanneer ging de opleiding van start en wat kan je erover vertellen? Waarom hoort de opleiding thuis in een sociaal agogisch studiegebied? Wat is de definitie van Agogisch? Verwijs Wet Vandervelde.

.

  • Geef een omschrijving van het begrip Agogisch.

.

  • Leg uit, wat is het belang van pijl en boog.

.

  • Leg uit, waarom is de Spoetnik 1, de eerste satelliet zo belangrijk. Situeer ze in de tijd. Betrek woorden zoals Koude oorlog, Gagarin, Expo '58, Kennedy en Space Race in je antwoord.

.

.

C-Vragen

.

  • Hoe kan ik de betrouwbaarheid van informatie peilen? Waarom spreken we van peilen?

.

  • Leg uit: Veiligheid is aan evolutie onderhevig doorheen de tijd.

.

  • Wat bedoelt D.H. Lawrence met ‘Trust the story, not the teller'?

.

  • Wat bedoelt Benedict Wydooghe met de ondertitel 'Ergens tussen waarheid en herinnering'?

.

Nota's

.

.

.

.

.

.

.

LES II, III & IV: HISTORISCHE MODELLEN, BESEF EN DENKRICHTINGEN[bewerken]

Down the rabbit-hole? Op een zomerdag luistert Alice Liddell aan de oever van een meertje naar haar oudere zus die een saai boek voorleest. Alices verveling verdwijnt als er een pratend konijn passeert. Het is gehaast en houdt de tijd op zijn horloge (de geschiedenis?) in de gaten en springt in een hol. Alice volgt en valt de dieperik in. Een deurtje verbergt een prachttuin, een flesje met het opschrift "drink mij" maakt haar klein genoeg om de deur door te kunnen. Spring in het gat der geschiedenis en laat je verwonderen zoals Alice dat ooit deed. The Matrix kaapte het idee van Alice en stelt de vraag of de wereld een illusie is? Plato deed iets vergelijkbaars met de allegorie van de grot. De Matrix visualiseert René Descartes' stelling: 'Ik denk, dus ik ben' en is mede geïnspireerd door de cyberpunk van William Gibson.
TheMatrixAnimated.gif

.

.

Aanhalingsteken openen

De vraag is of u dat kunt, woorden zoveel verschillende betekenissen geven.

Aanhalingsteken sluiten
Alice
Aanhalingsteken openen

De vraag is wie de baas is - punt uit

Aanhalingsteken sluiten
— Wiggel Waggel
Aanhalingsteken openen

Deze tijd vraagt om optimisme. Pessimisme bewaren we voor slechtere tijden.

Aanhalingsteken sluiten
Jean-Claude Servais[3]

Klik hier voor de PowerPoint die bij deze lessen hoort.

Drie teksten om van wal te steken[bewerken]

.

Tekst 1, De eeuwige terugkeer der dingen van Milan Kundera

(Eigen bewerking)

Milan Kundera (1929) is een Tsjechisch humoristisch, cynisch en melancholisch schrijver met filosofische thema's. Een van Kundera's bekendste werken is De ondraaglijke lichtheid van het bestaan. Philip Kaufman verfilmde het onder de titel The Unbearable Lightness of Being.
Aanhalingsteken openen

De eeuwige terugkeer der dingen is een raadsel en Nietzsche bracht er andere filosofen mee in verlegenheid: de gedachte dat alles zich eens herhaalt zoals we het reeds beleefden, en dat die herhaling eindeloos zou zijn! Wat is de betekenis van deze dwaze mythe? De mythe negeert dat een voor altijd verdwenen, nooit meer terugkerend leven op een schaduw lijkt, gewichtloos is, bij voorbaat dood is, en al was het huiveringwekkend, prachtig of verheven, de huiver; de pracht of die verhevenheid zijn van geen betekenis. We hoeven ze niet voor kennisgeving aan te nemen, evenmin als een oorlog tussen twee Afrikaanse staten in de veertiende eeuw, die het gezicht van de wereld niet had veranderd, ondanks het in onbeschrijflijk lijden creperen van driehonderdduizend negers. Verandert er dan iets aan die oorlog van twee Afrikaanse staten in de veertiende eeuw wanneer die zich ontelbaar herhaalt in de eeuwige terugkeer? Er verandert wel iets; de oorlog wordt een omhoog stekend blok dat blijft, en de stupiditeit ervan zou onherstelbaar zijn. Als de Franse Revolutie zich eeuwig zou herhalen, zou de Franse geschiedschrijving minder trots zijn op Robespierre. Maar omdat ze spreekt over iets dat nooit meer terugkomt, zijn de bloedige jaren veranderd in louter woorden, theorieën en discussies, ze zijn lichter geworden dan veren, ze jagen geen schrik aan. Er is een eindeloos verschil tussen de Robespierre die slechts één maal in de geschiedenis voorkomt en een Robespierre die eeuwig terug zou keren om de koppen van de Fransen te laten rollen. Laten we zeggen dat de gedachte van de eeuwige terugkeer een zeker perspectief betekent waarin de dingen zich anders vertonen dan we die kennen: ze vertonen zich zonder de verzachtende omstandigheid van hun voorbijgaande aard. Deze verzachtende omstandigheid weerhoudt ons namelijk een oordeel uit te spreken. Hoe kun je iets dat voorbijgaat veroordelen? Het avondrood van de ondergang kleurt alles met de bekoring van de nostalgie; ook de guillotine. Onlangs heb ik mezelf betrapt op een ongelooflijk gevoel: ik bladerde in een boek over Hitler en voelde bij enkele foto's ontroering. Ze herinnerden me aan mijn kinderjaren; die vielen in de oorlog; sommige leden van mijn familie kwamen om in Hitlers concentratiekampen; maar wat was hun dood tegenover het feit dat de foto's van Hitler me herinnerden aan de voorbije tijd van mijn leven, een tijd die niet meer terugkeert? Deze verzoening met Hitler verraadt de diepe morele perversiteit, verbonden met een wereld die in wezen gebaseerd is op het niet bestaan van de terugkeer, want in die wereld is alles bij voorbaat vergeven en dus ook alles cynisch toegestaan. Zou elke seconde van ons leven zich oneindig herhalen, dan zijn we vastgenageld aan de eeuwigheid zoals Jezus Christus aan het kruis. Dat is een verschrikkelijk vooruitzicht. In de wereld van de eeuwige terugkeer rust op elke handeling het gewicht van een ondraaglijke verantwoordelijkheid. Daarom noemde Nietzsche de idee van de eeuwige terugkeer de zwaarste last (das schwerste Gewicht).

Aanhalingsteken sluiten
Milan Kundera

.

.

Tekst 2, Reis naar het einde van de nacht van Louis-Ferdinand Céline [4]
Louis-Ferdinand Céline (1894-1961) is na Marcel Proust één van de meest vertaalde Franse auteurs uit de twintigste eeuw. Zijn literaire werk combineert nihilisme en pacifisme, in een humoristisch-ironische stijl. Céline is controversieel omdat hij tussen 1937 en 1941 antisemitische werken publiceerde, die tijdens de Tweede Wereldoorlog en in oktober 2008 werden herdrukt.
Aanhalingsteken openen

Hoor, ik zeg jullie, arme donders, altijd de lul in 't leven, geslagen, uitgeperst, eeuwig en altijd zwetend, ik waarschuw jullie dat als de groten van deze aarde interesse voor jullie beginnen te krijgen, dan is 't omdat ze op het slagveld gehakt van jullie willen maken... Dat is het teken... 't Kan niet missen... 't Begint met liefde voor het volk. Lodewijk XIV die trok zich tenminste geen zak van het brave volk aan, vergeet dat niet. Lodewijk XV ook niet. Hij veegde er z'n gat mee af. Natuurlijk was het leven in die tijd niet prettig, het leven van de arme sloeber is nooit prettig geweest, maar ze werden niet zo hardnekkig en verbeten om zeep geholpen als nu door onze tirannen. De kleine man, zeg ik je, wordt alleen met rust gelaten als hij wordt veracht door de groten, die uitsluitend uit eigenbelang of sadisme aan het volk kunnen denken... De filosofen, mag ik je daar nog op attent maken nu we 't er toch over hebben, diè zijn ermee begonnen het brave volk van alles wijs te maken... Het volk dat alleen zijn catechismus kende! Ze zouden 't wel opvoeden, beweerden ze... Nou! Ze hadden heel wat waarheden te onthullen! Prachtige! Frisse! Schitterende! Je duizelde ervan! Zo is 't! begon het brave volk te zeggen, zo is 't precies! Zo is 't helemaal! Daar gaan we allemaal voor sterven! 't Volk wil alleen maar sterven! Zo zijn de mensen nu eenmaal. 'Leve Diderot!' hebben ze gebruld en toen 'Bravo Voltaire!'. Dat zijn nog 's filosofen! En ook nog leve Carnot, die zo mooi overwinningen in elkaar kon knutselen! En leve iedereen! Dat zijn tenminste knapen die 't brave volk niet in onwetendheid en bijgeloof laten verrekken! Zij wijzen 't de weg naar de vrijheid! Ze maken 't zelfstandig! En ze hebben niet stilgezeten! Iedereen moet eerst de krant kunnen lezen! Dat is onze redding! Godverdomme! En snel! Geen analfabeten meer! Die kunnen we niet meer gebruiken! Alleen maar burgersoldaten! Die stemmen! Die lezen! En die vechten! En die marcheren! En kushandjes werpen! In dat tempo werd 't brave volk gauw goed rijp. Het enthousiasme over 't afwerpen van 't juk moet toch ergens goed voor zijn, waar of niet? Danton stond niet voor Jan Lul zo mooi te praten. Met wat gebrul, dat zo raak was dat je 't nu nog hoort, had hij in een handomdraai 't brave volk gemobiliseerd! En dat betekende 't eerste vertrek van de eerste bataljons geëmancipeerde bezetenen! De eerste stemmende en vlagdronken klootzakken die Dumouriez met zich meevoerde om zich te laten doorzeven in Vlaanderen! Dumouriez zelf, die te laat aan dit ongekend nieuw idealistische spelletje had deelgenomen, had achteraf toch maar liever poen, hij deserteerde. 't Was onze laatste huurling... Soldaatje spelen voor niets, dat was wat nieuws... Zo nieuw dat Goethe, al was hij dan Goethe, z'n ogen uitwreef toen hij in Valmy kwam. Bij het zien van die haveloze vurige cohorten die zich spontaan kwamen laten afslachten door de koning van Pruisen voor de verdediging van de gloednieuwe vaderlandslievende fictie, kreeg Goethe het gevoel dat hij nog heel wat te leren had. 'Van nu af aan, galmde hij schitterend, helemaal in overeenstemming met z'n talent, begint een nieuw tijdperk!' En hoe! Daar het systeem uitstekend werkte, ging men daarna helden in serie afleveren, die hoe langer hoe minder kostten omdat het systeem steeds beter werd. Iedereen heeft zich er wel bij bevonden. Bismarck, de beide Napoleons, Barrès wolk, door de Hervorming al aan flarden gerukt en al lang gecondenseerd tot episcopale spaarpotten. Vroeger was het mode, als je fanatiek was, te roepen: 'Leve Jezus! Op de brandstapel met de ketters!' Maar ja, er waren niet zoveel ketters en 't waren vrijwilligers... Terwijl we nu zo ver zijn dat onafzienbare horden zich geroepen voelen om mee te doen als er geschreeuwd wordt: 'Aan de galg met alle lammelingen! Met alle slappe tinussen! Met de onnozele lezers! Met miljoenen tegelijk, hoofden rechts!' De kerels die niemand aan flarden wilden schieten, niemand om zeep willen helpen, die stinkende pacifisten, die moeten we in hun kladden grijpen en vierendelen! We zullen ze duizend gore doden laten sterven! En om ze manieren bij te brengen halen we eerst hun darmen uit hun lijf, hun ogen uit hun kassen en de jaren uit hun stinkend kwijlerig leven! Kreperen moeten ze bij legioenen en nog eens bij legioenen, in de pan gehakt worden, leegbloeden, stikken in gifgassen, en dat alles om het vaderland dierbaarder, vrolijker en lieflijker te maken! En als er nog tuig bij is dat deze sublieme dingen niet wil begrijpen, moeten ze zich maar onmiddellijk laten begraven met de anderen, nee, toch maar niet samen met ze, maar helemaal aan het eind van het kerkhof, onder een onterend grafschrift voor lafaards zonder idealen, want deze schoften hebben hun grandioos recht verloren op een stukje schaduw van het monument dat bij aanbesteding door de gemeente op het middenpad is opgericht voor de fatsoenlijke doden, en ook hebben ze het recht verloren iets op te vangen van de echo van de minister, die zondag weer bij de prefect komt pissen om na het middageten bewogen z'n smoel open te doen boven de graven...

Aanhalingsteken sluiten
Louis-Ferdinand Céline

.

.

Tekst 3. Inhaaloefening door Gerrit Komrij


Gerrit Komrij (1944–2012) was een homo-dichter, schrijver, vertaler, criticus, polemist en toneelschrijver uit Nederland met een voorkeur voor Portugal. Hij was van 2000 tot 2004 de Dichter des Vaderlands. Hij stond bekend om zijn virtuoze en kleurrijke taalgebruik en was een gevreesd polemist.
Anne Morelli (1948) is doctor in de geschiedenis en doceert aan de ULB en interesseert zich in de Italiaanse immigratie.


Aanhalingsteken openen

We zijn genoeg vernederd en bespot

Door halfgeleerden met hun boekenwijsheid

En met hun regelrechte lijn naar God,

Terwijl ze ons verwezen naar de ijstijd.


We zijn genoeg voor achterlijk versleten.

Kom vriend, de revolutie start vandaag.

We zijn met attributen ruim bemeten.

Dood Galilei met een motorzaag,


Trakteer Voltaire op elektroshocks,

Erasmus op een overdosis speed.

Maak Bacon, Nietzsche, Swift weer orthodox

Door laster, centrifuge, turboprop,

En wat de Heer betreft: kruisig hem niet,

Maar plak een gele sticker op zijn kop.

Aanhalingsteken sluiten
Gerrit Komrij

.

.

Wat is geschiedenis?[bewerken]

De Universiteit van Berlijn (foto uit 1900) was de eerste universiteit die - met Hegel - de geschiedfilosofie in haar aanbod opnam. Geschiedfilosofie houdt zich bezig de betekenis van de geschiedenis, analyseert de geschiedschrijving en speculeert over mogelijke teleologische principes zoals: is er een ontwerp, een doel, een richting?
Georg Wilhelm Friedrich Hegel gaf colleges over de filosofie van de geschiedenis aan de Universiteit van Berlijn. Die mondden uit in het postuum gepubliceerde Vorlesungen über die Philosophie der Weltgeschichte. Hij beschouwt de wereldgeschiedenis als een rationeel, op vooruitgang gericht proces, geleid door de 'Wereldgeest'. Tijdens zijn professoraat in Berlijn reviseerde Hegel de tekst voortdurend. De publicatie kwam er zes jaar na zijn dood, in 1837.

.

Wat is veiligheidsgeschiedenis precies? Die vraag is niet makkelijk te beantwoorden: niet toevallig heeft het woord geschiedenis twee betekenissen. 'Het is zowel een wetenschappelijke discipline als het onderzoeksobject van die discipline.'[5] Of, met andere woorden: de geschiedenis schrijft geschiedenis over de evolutie van de wereld en over zichzelf: over de discipline, over de historicus en zijn voorkeuren en over haar eindeloze beperkingen om tot definitieve inzichten te komen. Wat is geschiedenis, is het best te beantwoorden door de geschiedenis te bekijken als een ‘actieve constructie’. Actief wil zeggen: hier deed iemand zijn best voor, zijn leen achter gelegd, gewerkt. Constructie wil zeggen: iets is gemaakt. Een architect bouwt een bouwwerk, een historicus schrijft een verhaal: een narratieve constructie die soms meer op kunst lijkt dan op wetenschap. In het beste geval op basis van feiten, in het slechtste geval op basis van verzinsels of hallucinaties. Etymologisch gaat het woord geschiedenis terug op 'historie', afkomstig van het Griekse ιστορία en herkenbaar in het Engelse history/story. Geschiedenis en verhaal zijn een dansend duo.

.

Schoolbank-kinderen beschouwen 'de geschiedenis' als iets 'passief'. Ze slaan aan het geblokt nadat een juf, een meester of een deskundige in hun klasje over het verleden kwam vertellen. Voeling is er weinig. Omdat die leerkracht of die pastoor het hen in lepelde en als een 'objectieve realiteit' namen ze het voor waar aan. Geschiedenis was er gewoon, som enkele data op en daar is ze: de geschiedenis! Wat hier problematisch aan is, is het feit dat de woorden actief en passief diametraal tegenover elkaar staan net zoals de begrippen objectief en subjectief. De 'actieve constructie' is een vraag die op filosofisch vlak tot tien vragen leidt:

.

1. Wanneer begint de geschiedenis van het veiligheidsdenken?

.

2. Wie maakt de geschiedenis van het veiligheidsdenken?

.

3. Waarom bestaat/maakt hij of zij geschiedenis? Met andere woorden: wat is de reden waarom we over iets spreken? Wat is de reden waarom we onze lessen vullen met bepaalde inhouden? Wat is de reden waarom boekhandels elk jaar weer duizenden boeken verkopen?

.

4. Hoe maakt men de geschiedenis van het veiligheidsdenken? Wat doet een historicus in het archief? Hoeveel begrijpt hij werkelijk van het Middelnederlandse handschrift dat voor hem ligt? Hoe interpreteert de historicus de dementerende dame die hij 's morgens telkens weer gaat interviewen?

.

5. Wat is het doel van het historisch proces? Of, anders gezegd: wat wil men/ik/deze groep bereiken?

.

6. Welke richting kunnen we ontwarren in de loop van de geschiedenis en de veiligheid? Ofwel: gaat het vooruit of achteruit? Is de klim moeilijk of glijden we van een leien dak?

.

7. Wat is de motor van de geschiedenis? Of: welke drijfveren zorgen voor verandering? Is het de economie? De politiek? De klimaat wijziging? De...

.

8. Is er hier sprake van een betrouwbare geschiedenis of gaat het om fake history? Of, met andere woorden: zien wij de wereld zoals hij is of werken er allerlei filters op ons in?

.

9. Is geschiedenis een wetenschap of is geschiedenis propaganda, indoctrinatie of brainwashing, is geschiedenis objectief, zoals dat de andere wetenschappen dat beweren? En wat is dat dan, objectiviteit?

.

10. Kon de geschiedenis anders lopen? Stel dat Hitler sneuvelde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Of, stel dat hij op 8 oktober 1908 slaagde voor zijn ingangsexamen aan de kunstacademie in Wenen, zoals Eric-Emmanuel Schmitt uitwerkt in zijn roman La part de l'autre uit 2001. Wie zal het zeggen?

.

.

Tijdsgeest[bewerken]

Half vol of half leeg? Optimisme of pessimisme?
Frans Hals (1582-1666) schildert René Descartes (1596-1650).

.

Tijdsgeest

.

♥ OPTIMISME: >>> 1450 ->> 1500 ->> 1650 ->> 1688 ->> 1789 ->> 1801 >>>

.

♠ PESSIMISME: >>> 1815 ->> 1830 >>>

.

♥ OPTIMISME: >>> 1830 ->> 1848 ->> 1891 >>>

.

♠ PESSIMISME: >>> 1890 ->> 1914 ->> 1918 >>>

.

♥ OPTIMISME: >>> 1919 ->> Beurskrach van 1929. >>>

.

♠ PESSIMISME: >>> 1929 ->> 1933 ->> 1938 ->> 1945 >>>

.

♥ OPTIMISME: >>> Zilveren jaren '50 ->> Gouden jaren '60 >>>

.

♠ PESSIMISME: >>> 1972 ->> 1989 >>>

.

♥ OPTIMISME: >>> 1989 ->> 2001 >>>

.

♠ PESSIMISME: >>> 2001 ->> Klimaatvluchtelingen en klimaatmarsen >>>

.

♥ OPTIMISME: >>> klimaatmarsen ->> ???? >>>

.

Zie ook

.

Waar halen de optimisten hun mosterd?[bewerken]

.


Het optimisme vindt zijn wortels in de idee dat de maatschappij maakbaar is. Die maakbaarheidsidee gaat terug op historische periodes zoals de Renaissance, de de Verlichting en de negentiende eeuw. De Verlichting is misschien wel de belangrijkste van het trio: de verlichting gaat een stap verder dan het magische, het symbolische en het occulte denken dat de Renaissance en het Humanisme binnensijpelt. In de Verlichting ontspruit de kiem van de Industriële Revolutie. De Verlichting was niet zomaar 'filosofietje'. Het is een denken dat de hele samenleving wil veranderen en vertrekt vanuit de idee dat mensen elkaar 'aansteken'. De verlichtingsfilosofen geloven dat hun ideeën anderen 'verlichten'. Kennis komt iedereen ten goede. René Descartes hecht belang aan techniek en zou zich in onze eeuw thuis voelen. Zijn Discours de la methode uit 1637 ligt aan de basis van de Encyclopédie die een eeuw later, in 1751 verschijnt. Beide werken focussen op arbeid en werktuigen, ambachtslui en werkplekken. Diderot schetst gereedschap en machines en breekt het eeuwenoude kennismonopolie van de ambachten. In de jaren zestig en zeventig van de eeuw ontwikkelt James Watt ‘zijn’ stoommachine en twee decennia later, in 1791, stimuleren het decreet d'Allarde en de Wet le Chapelier (genoemd naar de Bretoense en Jakobijnse advocaat Isaac Le Chapelier) de ondernemingsvrijheid. Het beginsel is nobel: 'Iedereen is vrij om de handel, het beroep, de kunst of het ambacht uit te oefenen dat hem goed dunkt.' Tegelijk schaffen deze verordeningen de ambachten met hun kennisoverdracht van vader op zoon af. Arbeidsstructuren zoals coalities, corporaties en gilden die eeuwen de toegang tot een beroep belemmerden, verdwijnen. Tegelijk verdwijnt de sociale bescherming die deze mensen genoten. Vakbonden en staken worden gecriminaliseerd. De Wet, de encyclopedie en de stoommachine begeleiden de rouwstoet van de ambachtslui naar het kerkhof en verwelkomen de fabriek en de machine. België schaft de Wet Le Chapelier af op 25 mei 1867. Tot die dag 'camoufleren' arbeidersorganisaties en vakbonden zich als ziekenfondsen of ‘onschuldige’ verenigingen. 

Tijdens de zeventiende en de achttiende eeuw groeit het idee van de wetmatigheden in de natuur én in de samenleving. De gedachte dat het menselijk gedrag te berekenen - mechanisch - is kan de wereld verbeteren. De theïstische, de bovennatuurlijke, middeleeuwse God die willekeurig ingrijpt -om te belonen en te bestraffen- ruimt plaats voor de deïstische God. Deze God is de schepper van alles, een mechanieker die zijn schepping zo inricht, dat ze zonder zijn bemoeienis draait. De ultieme metafoor omschrijft God als de grootste klokkenbouwer. Dit denken manifesteert zich in het vroeg liberaal economisch denken. In Frankrijk komt dit tot uiting in de [[fysiocratie]] van François Quesnay (1694-1774). Grondbezit en berekend individualisme liggen er aan de basis van rijkdom en succes en toegang tot de bestaansmiddelen. In Engeland leidt het tot de klassieke economie van Adam Smith die het onberekenbare natuurrecht en de goddelijke ordening (de onzichtbare hand) centraal stelt: arbeid is de sleutel tot succes. Zo zijn beide economische systemen een reactie op het zero-sum game (wat de ene partij wint, verliest de andere), van het mercantilisme (16e tot 18e eeuw) dat welvaart haalt uit edelmetaal, geroofd in de nieuwe wereld.

.

1. René Descartes (1596-1650) en het rationalisme, logica en onderzoek in tegenstelling tot het elitaire (enkel de elite is in staat om te leren) esoterisme, de alchemie, het symbolisch denken en het magisch denken.

.

2. De onstuitbare honger naar feiten en kennis van de encyclopedisten Jean Le Rond d'Alembert en Denis Diderot en hun nieuwe bijbel: l'encyclopedie.

.

3. John Locke en het empirisme.

.

4. Isaac Newton en het oorzakelijk denken.

.

5. Montesqieu en de scheiding der machten.

.

6. Voltaire en het recht op vrije meningsuiting en het deïsme.

. 

7. Jean Jacques Rousseau over de opvoeding en zijn Emile.

.

.

Hoofdpersonages van het absolutisme en de verlichting

.

.

.

Waar halen de pessimisten hun mosterd?[bewerken]

Het Fin de Siecle is een decadente periode tussen 1890 en 1914. Twee kernwoorden - schoonheid en de dood in het vooruitzicht - duiken overal op, zoals in dit symbolische schilderij van Leon Spilliaert. Zijn 'Absintvrouw' uit 1907 toont het thema: jonge mooie vrouw is op het einde van haar leven, het leven is als een scheut absint (let op de arm) weggevloeid. De kleuren zijn al in de rouw: donkerblauw, zwart en paars.

.

De grilligheid en de ambivalentie van de negentiende eeuw dwingen kunstenaars, intellectuelen en politici op het einde van de eeuw tot een reflectie over de voorbije en aan gang zijnde industrialisatie. In Engeland publiceert Arnold Toynbee in 1884 zijn Lectures on the Industrial Revolution waarin hij de industrie als oorzaak aanduidt voor het morele verval van de arbeiderklasse. De technische en wetenschappelijke successen van de mechanisatie leiden tot het failliet van de traditionele ambachten en loodst vrouw en kind naar de fabriek waar ze nauwelijks weten welk product ze maken.

.

Op het einde van de eeuw is de tussentijdse balans niet florissant: de onmacht van de prille democratie (de juridische en sociale bevrijding van het individu blijkt – voorlopig - een illusie), het koloniaal beheer, de kapitalistische klassenjustitie, het elitaire stemrecht dat de gegoede klassen bevoordeelt, het lijden van het proletariaat… al deze pijnpunten brengen mensen sociaal en psychologisch in de war. Beloofde de Industriële Revolutie dan geen rijkdom en overvloed? Beloofde de onstuitbare techniek dan geen wereldwijd transport en een internationale economie? Ging het oneindige aantal uitvindingen niet afrekenen met armoede, hongersnood, epidemieën, kindersterfte en achterlijkheid? De negentiende eeuw heeft een Januskop: het succesverhaal van stoom, infrastructuur en amusement botst met sceptische en pessimistische stemmen vol wantrouwen. Niet iedereen begroet de vooruitgang met gejuich.

.

De psychiater Freud, de filosoof Nietzsche, schrijvers zoals Emile Zola en Oscar Wilde, kunstenaars zoals Leon Spilliaert zijn er de gezichten van. Hun cultuurkritiek focust op het beest in de mens. Is de mens te beschaven? Achter het menselijke gezicht huizen de onderdrukte driften van Eros en Thanatos, de hysterie en de angst voor het anale. Het idee dat God dood is, duikt op bij Nietzsche en de evolutieleer van Charles Darwin botst met de Bijbel. Gods dood stelt de begrippen waarheid en cultuur en vooruitgang, modernisering en maatschappij in vraag. Die begrippen blijken geen product van het rationalisme en de Verlichting, maar een complot van tirannieke, gewelddadige machtsmensen: een roedel roofdieren, een ras veroveraars die de dwalende massa in hun klauwen houdt. De enige optie is de schoonheid van het sterven. Enkel de esthetica van de dood rest, nu de maatschappij een terminale patiënt blijkt. Het komt tot uiting in het decadente, de luxueuze overbeschaving vol estheticisme, escapisme en het uiterlijke vertoon van het dandyisme (denk tegenwoordig aan Pim Fortuyn, Thierry Baudet, Theo Hiddema, Dries Vanlangenhove), vol nihilisme (sociale mobiliteit is een idioot idee), misogynie (vrouwonvriendelijkheid vanuit het gevoel dat vrouwen vuil en neerslachtig zijn) en a-politieke gedrag (democratie leidt nergens toe). Deze opvallend geklede intellectuelen hebben de vileine commentaar klaar voor hun rivalen. Ze voelen zich tegelijk -hoe paradoxaal ook- verloren in hun eigen tijd en superieur tegelijk, ze zijn verheven en provoceren met dubbelzinnigheden, verwijzen graag naar de oudheid (vroeger was het beter) en gebruiken ironie.

.

Het Fin de Siecle of het einde van een tijdperk - ook de Belle époque genoemd (denk aan het impressionisme, de Jugendstil, de cinematografie) - loopt van pakweg 1890 tot het einde der tijden: het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Het zijn narcisten: ‘Een dandy leeft en slaapt voor zijn spiegel’ noteerde Charles Baudelaire. Toch is het narcisme niet te herleiden tot het individu, het omvat een hele cultuur (Christopher Lasch in 1978: The Culture of Narcissism) en een narcistische cultuur legt de lat hoog.[6]

.

.

De dialectiek[bewerken]

.

(...)

.

.

De Ist-familie telt veel leden[bewerken]

.

David Van Reybrouck ziet kenmerken van het 21ste-eeuwse populisme in het socialisme uit de negentiende eeuw. Hij schrijft één lange redenering met als conclusie dat er in de kennismaatschappij aandacht nodig is voor laaggeschoolden. Dat komt de democratie alleen maar ten goede. Tien jaar na zijn lange redenering, in 2019, komt er het initiatief voor een Jezuïetenschool in Molenbeek en kan Van Reybrouck een experiment aangaan in de Duitstalige gemeenschap.
Jose Ortega y Gasset, geen optimist. Ortega is kritisch over de massamens die hij definieert als gelijk aan ieder ander. De massamens is onbescheiden, zonder zelfkritiek en respectloos voor autoriteit en staat tegenover de elite. Ortega roept de aristocratie op om de leiding te nemen bij het cultureel verval.

Aan de uitersten van het spectrum staan de optimist en de pessimist. Een ander spectrum is te vormen tussen de realist en de idealist. Tussenin liggen vele interpretaties van de geschiedenis. Belangrijk is de betrouwbaarheid van wat men beweert. Hoe kan je dit nagaan? Dat gebeurt via twee strategieën: mediawijsheid en historische kritiek. Iedereen gaat aan de slag met de werkelijkheid en maakt er iets van op zijn eigen originele wijze. Enige waakzaamheid is echter geboden.

1. De optimist
  • Is zonder meer optimistisch wat de toekomst betreft. Technologie zal ons redden, de wereld kent alleen maar vooruitgang. Een mooie passage uit Milan Kundera's Ondragelijke lichtheid van het bestaan illustreert dit optimisme. Verder is Kundera geen typische optimist.

.

2. De pessimist

.

3. De Marxist en de communist

.

4. De populist

.

Aanhalingsteken openen

Hij (de populist) weet wat het volk wil, en dat moet volstaan. Daardoor duldt hij geen tegenspraak, daardoor heeft hij een gloeiende hekel aan het debat. Het parlement, de grondwet, de gebruikelijke democratische procedures zijn voor hem eerder hindernissen dan politieke verworvenheden. In die betekenis is populisme in wezen antidemocratisch en antiparlementair; sommigen spreken zelfs van 'proto-totalitair'. Dit duistere populisme miskent het wezen van de democratie.

Aanhalingsteken sluiten
— David Van Reybrouck

.

5. De cartoonist
  • Een standup comediën die van alles een grap maakt, mensen een spiegel voorhoudt door middel van een grap. Niet altijd in dank afgenomen. Denk aan de Bataclan en Charlie Hebdo.

.

6. De relativist
  • Relativeert alles kapot. Problemen bestaan nauwelijks.

.

7. De structuralist
  • De structuren bepalen het denken. Individueel maakt een mens nauwelijks keuzes.

.

8. De kapitalist
  • Denkt alleen maar in economische modellen: leiders zijn managers, winners en een probleem los je op met een businesmodel.

.

9. De journalist en de columnist

.

10. De illusionist
  • Goochelaars en charlatans die aan de slag gaan met de werkelijkheid

.

11. De hyperbolist
  • Vergroot alles uit, overdrijft

.

12. De realist
  • 'tja. Die hebben we nog niet gevonden :-)

.

13. De polemist
  • Slaagt er in om partijen die hetzelfde nastreven in ruzie te steken. Zelf komt hij er ongezien mee weg. Een spreekwoord kenmerkt hem: 'Twee honden willen een been, de derde komt er mee heen.'

.

14. De hedonis, de narcist, de egoïst en de Trumpist
  • Aarzelt niet om publiekelijk te liegen en benoemt alles wat hem of haar tegen de haren instrijkt fake news
  • Denkt alleen aan zichzelf en gaat daarvoor over lijken?
  • Houdt van zelfverheerlijking.

.

15. De perfectionist
  • Streeft perfectie na ten koste van alles.

.

16. De encyclopedist
  • Verzamelt kennis, zoveel mogelijk objectieve kennis om op basis van deze 'ratio' gedegen beslissingen te kunnen nemen.

.

17. De anarchist, de andersglobalist en de activist
  • Is te zien op manifestaties en betogingen. Roept en staat op de barricaden.
  • Stelt het systeem in vraag, doorgaans op een speelse, ongevaarlijke manier.

.

18. De negationist
  • Negeert toekomstige problemen (klimaatopwarming), of negeert wat er in het verleden gebeurde (holocaust). In sommige samenlevingen is negationisme strafbaar.

.

19. De ecologist
  • Ziet ecologie als een religie.

.

20. De royalist
  • Is koningsgezind.

.

21. De propagandist en de evangelist
  • Tracht aanhangers te vinden voor zijn gedachtengoed via de publieke opinie, vaak is de info eenzijdig of verzonnen.
  • Loopt over van bekeringsdrang.

.

22. De sadist
  • Houdt ervan om zijn tegenstanders te pijnigen.

.

23. De nationalist
  • Nationalisme is een ideologie die de staat als historische eenheid ziet. Soms gaat dit gepaard met idee van exceptionalisme om de eigen identiteit af te grenzen tegenover anderen.

.

24. De separatist
  • Separatisme streeft naar de terugtrekking uit een bestaande staat en het oprichten van een eigen.

.

25. De futurist
  • Probeert te voorspellen hoe de toekomst er zal uitzien.

.

26. De simplist
  • Stelt alles te eenvoudig voor.

.

27. De idealist

.

.

Aan de toog

VRAAG: Moet ik al deze typetjes kennen?

ANTWOORD: Uiteraard niet.

.

VRAAG: Waarom voer je ze hier dan ten tonele?

ANTWOORD: Omdat politieke debatten of monologen tegenwoordig vaak beginnen met het definiëren van de tegenstander, in plaats van het positioneren van het eigen zelf. Voor wie de debatten van op afstand volgt, klinkt dit abstract, maar een voorbeeld maak veel duidelijk. Als Wouter Beke (CD&V) in de Zevende Dag opdaagt (3.02.2019) en onmiddellijk zegt hoe NVA en GROEN denken over de vraag die hij krijgt voorgeschoteld, getuigt dit van framing, iets wat doorgaans de media wordt verweten. Het is een techniek die de laatste jaren zijn intrede deed, het is een vorm van stereotypering waar de democratie niet bij gebaat is.

.

VRAAG: Een beetje zoals Anuna De Wever niet weet of ze een man of een vrouw is?

ANTWOORD: Inderdaad, je hoeft de wereld niet in categorieën op te delen. Anuna zegt: Als ik weet en ervan overtuigd ben dat ik mezelf ben - ik ben Anuna - dan volstaat dat. Niemand hoeft mij te definiëren.

.

VRAAG: Maar hoe weet je dan met wie/wat je te doen hebt? Zo is er toch geen duidelijkheid meer?

ANTWOORD: Waarom zou dat moeten? Waarom wil je duidelijkheid?

.

VRAAG: Ik ben eigenlijk op zoek naar de waarheid. Dat lijkt me een beter begrip.

ANTWOORD: Zou de geschiedenis de waarheid kunnen brengen? Is waarheid geen begrip waar priesters of andere religieus geïnspireerde mensen van houden? Geschiedenis is een wetenschap en die houden zich bezig met 'betrouwbaarheid' van informatie. Hoe dat in elkaar zit, leg ik je hieronder uit.

.

.


Een schema

.

Karl Marx ontwikkelt een eigen visie op de geschiedenis. Hij noemt het de dialectiek en heeft die een beetje afgesnoept vn Hegel: these, antithese en synthese.
Visies op geschiedenis Pessimisme Optimisme Dialectiek
Wie maakt ze? L.F. Céline M. Kundera K. Marx
Richting Circulair Lineair Spiraal
Resultaat Doemdenken Vooruitgangsdenken Determinisme
Gevolgen Ironie, cynisme Vrijheid, verantwoordelijkheid Klassenstrijd
Doel Doelloos Groei Klasseloze staat
Motor Domheid Verlichting Economie/middenveld

.

.

Objectiviteit?[bewerken]

.

Kijken

.

.

Geschiedenis als constructie[bewerken]

Kortrijk, Groeningemonument uit 1906 (beeldhouwer Godfried Devreese). In Vlaams-nationalistische kring symboliseert deze slag de taalstrijd. De Vlaamse Gemeenschap riep in 1973 11 juli als feestdag van Vlaanderen uit.

.

Geschiedschrijving is, net als het nieuws, onderhevig aan trends. Het is niet zo dat de ‘geschiedenis’ het verleden objectief in beeld brengt. Historici construeren betekenis uit de chaotische werkelijkheid door feiten en gebeurtenissen te rangschikken, te interpreteren of met elkaar in verband te brengen. Zo is het resultaat van hun denkwerk verschillend. 'Al zolang ze bestaat, heeft de geschiedschrijving een ingewikkelde band met de politieke macht' schrijft Anne Morelli in haar boek De grote mythen uit de geschiedenis van België, Vlaanderen en Wallonië. Jacques R. Pauwels heeft het iets recenter over De grote mythen van de moderne geschiedenis. Hij steekt van wal met 'Mythen zijn geen leugens' maar fantasieverhalen met een kern van waarheid. Mythes bevatten 'een kern van historische werkelijkheid maar dienen niet om die werkelijkheid uit de doeken te doen. Ze streven ernaar mensen te socialiseren, hen met de stand van zaken in hun maatschappij tevreden te stellen of minstens te verzoenen, ook - en vooral - wanneer er eigenlijk goede redenen bestaan om ontevreden te zijn met de status quo en verandering te willen, eventueel zelfs radicale, revolutionaire verandering.'[7]

.

.

Geschiedenis en macht

.

Het lijkt op wat Morelli schrijft: 'Vanaf de oudheid heeft de historicus de machtshebbers bezongen, hun veroveringen gelegitimeerd, vanuit het verleden hun identiteit bepaald en hun voorouderlijke deugden verheerlijkt. De historicus gaf de natie zijn wortels. Te vaak vergeten we dat de historicus buiten zijn onderzoek kan. De historicus is een kind van zijn tijd, heeft zijn aandachtspunten en zijn blinde vlekken, zijn sympathieën, banden en kent de dingen waar hij beter niets over schrijft. De historicus is soms een militant of een machtsdienaar. Zo ‘maakt’ hij -bewust of onbewust - het verleden. Dé voorbeelden vinden we in de 19de eeuw, toen de romantiek naar de ziel van het volk zocht, ter onderscheid met anderen. Historici zochten de ziel en vonden ze in het verleden vol 'feiten' die, met de nodige rangschikking en interpretatie, voor deze identiteit zorgden. Deze 'mythen' toonden dat bodem en ras in een ver verleden al onze identiteit vormden.'[8]

.

.

Anne Morelli

.

Aanvankelijk werd het boek van Anne Morelli verspreid onder de titel Les Grands Mythes de l’histoire de Belgique, de Flandre et de Wallonie. In enkel weken tijd gingen 10.000 exemplaren over de toonbank en lokte het boek historische en politieke reacties uit. Het magazine Front National de Belgique beschuldigde het boek de fierheid van de Natie aan te tasten en de goede naam van de Belgen te besmeuren. Zo argumenteert FNB: 'Het maakt ons verleden en onze nationale helden met de grond gelijk en volgens de auteurs kan alleen een imbeciel of een idioot trots zijn op onze geschiedenis.' Extreem rechts gebruikte de argumenten in haar pamfletten.

.

.

Kortrijk 1302-1902

.

Jo Tollebeek en Tom Verschaffel ontmaskeren in de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging de mythe van de veldslag op 11 juli 1302 waarin een leger van Vlaamse ambachtslui het Franse ridderleger op de Groeningekouter verslaan. 'Deze veldslag kaderde in het verzet van (een gedeelte van) Vlaanderen tegen de veroveringsdrang van het Frankrijk van Filips de Schone' schrijven ze. Vanaf het midden van de negentiende eeuw komt de benaming Guldensporenslag in zwang en doet de naam denken aan een romantische tijd vol heroïsche vrijheidsdrang tegen een reeks van vreemde onderdrukkers: de Fransen (1302), de Spanjaarden (de Geuzentijd), de Oostenrijkers (Jan de Lichte) en de Nederlanders. Hendrik Conscience is niet de eerste die 1302 onder de aandacht brengt; toch is het zijn Leeuw van Vlaenderen die zich vanaf 1838 in het Vlaamse bewustzijn nestelt, zonder dat die in tegenspraak is met de vaderlandsliefde voor België. Naarmate de Vlaamse Beweging evolueert, verschuift de betekenis van de Guldensporenslag.

.

.

Vier keer feest

.

De symbolenstrijd bereikt een hoogtepunt in Kortrijk in 1902, bij de zeshonderdste verjaardag. De voorbereidingen beginnen in 1891 en Guido Gezelle schaarde zich achter het initiatief. Omwille van de ideologische twisten onder de organisatoren worden uiteindelijk vier feesten gehouden: op 13 juli organiseert de Vlaamsche Volksraad een eerste manifestatie; diezelfde dag betoogt het liberale Vaderlandsch Comiteit; op 17 augustus volgt het feest van de katholieken; en nog eens veertien dagen later trekken de socialisten -met tweetalige slogans ("De strijd van Kortrijk was een strijd tegen de rijken")- door de Kortrijkse straten. Door de strubbelingen raakt het standbeeld voor de Groeningekouter niet tijdig klaar; het zou in 1906 worden onthuld. De cultus van 1302 is sedert 1973 officieel: 11 juli is de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap.

.

.

Ideologie

.

Vertrekkend van dit soort ideeën verspreidden schoolboeken in het verleden een patriottische geschiedenis en het nationaal gevoel. Ook al kende België weinig geschiedenis-catechismussen, toch herhaalden schoolboeken generatie na generatie clichés en stereotypen die tonen dat België ten tijde van Jules Caesar een identiteit bezat. De historicus Eric Hobsbawm beschreef de geschiedenisvervalsers en stelt dat 'geschiedenis de grondstof is voor nationalistische, etnische of fundamentalistische ideologieën, zoals de papaver dat is voor de heroïneverslaafde.'

.

Ideologie I, Het nationalisme[bewerken]

732_TECHNOLOGIE MAAKT HET VERSCHIL Carl von Steuben, of is het Charles Auguste Steuben? (1788–1856) schildert in 1837 de Slag bij Poitiers in een Romantische versie. De slag is bekend omdat de stijgbeugel de doorslag geeft. Frankische ruiters ondervinden dat ze vast in het zadel zitten om hun bijlen en tweesnijdende zwaarden rond te zwaaien, zonder evenwichtsverlies. Haaksperen drukken de Moorse schilden weg zonder dat ze van hun paard vallen. Het schilderij hangt in Versailles. De stijgbeugel was niet nieuw, de Hunnen gebruikten die eerder. Voor de Brit Edward Creasy is deze slag één van de vijftien belangrijkste uit de wereldgeschiedenis. Hij beschreef dat in zijn boek The Fifteen Decisive Battles of the World uit 1851. Klopt het dat aldus Bart de Wever - dixit Europajournalist Paul Goossens - hier de de Canon van de Vlaamse / Europese geschiedenis begint met de installatie van een vijand: de oprukkende Islam? Goossens schreef daarover in De Standaard het volgende: 'De eerste keer dat dit continent zich als 'Europees' manifesteerde, was toen het met de dreiging van de islam werd geconfronteerd.[9]

Als het aan Bart de Wever ligt, begint de Canon van de Vlaamse / Europese geschiedenis met de installatie van een vijand: de oprukkende Islam, verslagen in 732 bij Potiers. Europajournalist Paul Goossens schreef daarover in De Standaard het volgende: 'De eerste keer dat dit continent zich als 'Europees' manifesteerde, was toen het met de dreiging van de islam werd geconfronteerd. Niet het Verdrag van Rome, wel de slag van Potiers in 732 zou, volgens De Wever, die in deze een doorslagje van die van radicaal-rechts is, het echte begin van een verenigd Europa zijn. Volgens die canon moeten Robert Schuman en Jean Monnet als fouding fathers de plaats ruimen voor de Frankische krijgsheer Karel Martel, bastaardzoon van Pepijn van Herstal en cultfiguur van extreemrechts. Tegelijkertijd wordt Auschwitz tot een Pools provinciestadje gedegradeerd en krijgt de Europese eenwording een een radicaal andere inspiratiebron. De Europese burgeroorlog en de Holocaust verdwijnen op de achtergrond, de islamitische andere wordt nu de raison d'etre van de eenheid. Een verleden van kruistochten en reconquista's wordt weer actueel. Daarmee ligt de Europese identiteit in de voor Vlaamse nationalisten vertrouwde antagonistische bedding. Als het Vlaamse wij een smoel kreeg, is het omdat het zich tegen de Belgische "vijand" kon afzetten. "Het is een onmiskenbaar feit" schrijft De Wever, "dat een externe vijand een zeer tastbare en doorslaggevende rol kan spelen in identiteitsvormingsprocessen." In zijn recept voor Europa zit het er allemaal in: meer Potiers en de promotie van de politieke islam tot uitverkoren Europese vijand' en een minder prominente aanwezigheid van de Holocaust. 'Is dat een radicaal-rechts verhaal?' vraagt Goossens zich af. 'Ongetwijfeld, maar niet voor De Wever. Voor hem is de Koran geen license to kill en is er geen sprake van botsende beschavingen, wel van een conflict over het voortbestaan van de moderniteit. Het zal de radicalen een zorg zijn. Hun memes en vlaggen zijn immuun voor subtiel denken. Voor De Wever daarentegen draait het allemaal rond de moderniteit. Daarom de noodzaak van een leidcultuur met de verlichting als kompas. Dat klinkt mooi, maar het valt op dat het conservatieve orkest de verlichting pas begint af te stoffen als de moslim in de buurt is. Als het over ongelijkheid, mensen in nood op de Middellandse Zee en de inspiratie van de Europese Unie gaat, stopt die muziek. De Wever houdt niet van half werk. Omdat een identitaire beweging niet zonder vijand kan, heeft hij er meteen twee in de aanbieding: de politieke islam dus en de ‘postmodernisten en cultuurrelativisten’. Dat nihilistische volkje sleurde Europa in een spiraal van identitaire zelfdestructie, cultiveerde de zelfschaamte en hypothekeert een groot verhaal over een mythisch verleden. Pas als met die binnenlandse vijand is afgerekend, kan de externe vijand worden aangepakt en ontstaat er ruimte voor Europese trots en kan met een luid ‘Europa is van ons’ het afscheid van Auschwitz afgekondigd worden.[10]

.

.

Ideologie II, De media-indoctrinatie[bewerken]

Had Honoré de Balzac gelijk met zijn wijsheid dat 'achter elk groot fortuin een misdaad verscholen gaat'?

Voor ideologieën is het verleden essentieel en wie er geen heeft, kan het uitvinden. Jacues R. Pauwels voegt een tweede ideologie toe. Hij stelt dat het triestig is gesteld met het historisch besef (lees: de kritische geest) en dat de media, veel meer dan het onderwijs ons doordringt van een eindeloze reeks mythes. Mythes zijn geen leugens, maar fantastische verhalen met een kern van waarheid. Naast het onderwijs kwamen het internet, de tv en de film en de sociale media. Die voegden - in het beste geval - een kennislaag aan het (ideologische) geschiedenisonderricht toe, in het meest barre geval namen ze de onderwijs-rol gewoon over of schelden sociale media er over heen. Waarom zijn die media zo ijverig bezig om ons de geschiedenis te leren kennen? Essentieel om dit te begrijpen, is dat die media heel vaak privé-eigendom zijn van superrijken. Noam Chomsky maakte die analyse al eerder. En dat er een verband bestaat tussen de media en hun eigenaars wordt doorgaans niet vermeld. Als media ter sprake komen, dan worden die vaak opgevoerd als de waakhond van de democratie, niet als propagandakanalen van multinationals en holdings. Dat deze één procent-elite (die negentig procent van alle rijkdom in haar zakken heeft) niet graag in de belangstelling staat, spreekt voor zich. Daarom zwijgen historische films over de steun die Hitler genoot van Duitse en Amerikaanse (jawel!) industriëlen en bankiers. Net omdat die één procent bang is voor een objectieve kijk, controleert ze de verhalen die ze de wereld instuurt en welke niet. Dit soort selectiviteit zien we bijvoorbeeld bij de betekenis die documentaires geven aan de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Echter, meer dan om Tokyo op de knieën te dwingen, waren de honderdduizenden slachtoffers bedoeld om Moskou te intimideren. Daarom is onze kennis over de Tweede Wereldoorlog ook een Hollywoodproduct waarbij D-day belangrijker is dan wat er in Stalingrad gebeurde. Het zijn de bevoorrechten en de winnaars en niet de underdog of de slachtoffers die de geschiedenis maken. Had Honoré de Balzac gelijk met zijn wijsheid dat 'achter elk groot fortuin een misdaad verscholen gaat'? Ongetwijfeld. En daar is de één-procent-elite zich van bewust. Daarom leidt hun entertainment de aandacht af van waar het werkelijk om draait, namelijk dat rijken rijker worden en armen armer worden. Hun media slagen erin om de kapitalistische kritiek te fnuiken door bijvoorbeeld te eenzijdig te focussen op Hitler als grote schuldenaar van wat er tussen 1939 en 1945 gebeurde en niet op wie centen verdiende aan de oorlog, de wapenhandelaars, de wapenindustrie, Hugo Boss die de kledijlijn voor de Nazi's uitdacht of Bekaert uit Zwevegem (die na de oorlog de Sociale Hogeschool, het latere Ipsoc, ruimsubsidiërde) die de prikkeldraad voor de kampen leverde. Het kapitalisme heeft een vooral verborgen geschiedenis die nauwelijks onder de aandacht komt en verbergt hoe rijken rijker worden. Wie dit wil begrijpen of minstens wil analyseren kan bij de kritische geschiedschrijving terecht.

.

.

Ideologie III, Veiligheid en angstcultuur[bewerken]

De kernramp van Tsjernobyl maakte Ulrich Becks publicatie uit 1986 over de risicosamenleving tot een bestseller in Duitsland.

Een derde ideologie focust op wat René Munnik in zijn boek 'Geweldig' de 'veiligheidsideologie' noemt. Zijn er objectieve redenen om aan te nemen dat onze werkelijkheid zo onveilig is? Of zijn we gewoon gevoeliger voor onveiligheid? Ulrich Beck spreekt in 1986 over de risicosamenleving.

.

Zijn boek Risikogesellschaft: Auf dem Weg in eine andere Moderne (Risicomaatschappij: op weg naar een andere moderniteit) kreeg door de kernramp van Tsjernobyl de status van een bestseller en werd snel in het Engels vertaald. Het begrip wijst er niet op dat onze tijd gevaarlijker is dan vroeger. Gezien de levensverwachting, de technologie en de welvaart leven we veiliger dan ooit: ziektes en hongersnoden, natuurrampen en epidemies hebben we achter ons gelaten. Met de risicosamenleving wijst Beck op:

.

1. de risico's (kernrampen, klimaatsverandering) zijn veroorzaakt door de neveneffecten van onze hoogtechnologische en welvarende, onze moderne en verlichte samenleving (die alles beheersbaar zou houden).

.

2. risico's, zowel reël en vermeend nodigen uit tot een angstcultuur als propaganda, als ideologie of als ultieme utopische preventie waarbij alles onder controle te houden is.

.

3. de risico's zijn er om te blijven. Wie nog geboren moet worden kan last krijgen.

.

4. de risico's zijn niet lokaal, maar wereldwijd.

.

5. de risico's treffen alle klassen, elk ras, alle leeftijden en sekses

.

6. de risico's zijn onzichtbaar. Alleen deskundigen merken ze op.[11]

.

.

Kijken

.

.

Kijken

.

De hoofdpersonages

.

.

Morele paniek en fake news[bewerken]

.

De heksenprocessen van Salem in Amerika begonnen in 1692 en resulteerden in zeker 24 ter dood veroordelingen. Pas toen vooraanstaande mensen beschuldigd werden van hekserij, stopten de processen en verdween de morele paniek.
In deze film is de vrouwelijke seksualiteit het thema. Er werden eindeloos veel processen gevoerd over deze film, die er uiteindelijk toe leidden dat hij in 23 Amerikaanse staten werd verboden. De film was verboden in het Verenigd Koninkrijk tot het jaar 2000. In Nederland kon de film worden vertoond, maar uitsluitend aan meerderjarigen en in bioscopen met minder dan 50 zetels.

Fake news kan leiden tot morele paniek. Dat weten demagogen goed. Morele paniek is een buitenproportionele, vijandige en gemediatiseerde reactie op een situatie of technologie, een persoon of groep, die waarden en normen lijken te bedreigen. Het begrip verklaart maatschappelijke angstreacties die niet in verhouding staan tot de ernst, het risico, de schade of de dreiging. Morele paniek is een sleutelbegrip uit de sociologie en criminologie en zou voor het eerst gebruikt zijn door Marshall McLuhan in 1964. Jock Young introduceerde het in 1971 in de criminologie en Stanley Cohen zorgde voor bekendheid. In zijn klassieker Folk Devils en Moral Panics uit 1973 beschrijft hij de jeugdbendes, de ‘Mods’ en de ‘Rockers’.

.

.

Fasen

.

Morele paniek is gefaseerd en begint met een stereotiepe en overdreven voorstelling van een gebeurtenis. Daarna wordt die geassocieerd met soortgelijke gevallen en gepresenteerd als symptomatisch voor een maatschappelijk probleem. Vervolgens wakkeren doemscenario’s de angst aan en escaleert het tot er justitiële, politionele of juridische maatregelen komen. Soms ebt de paniek na een tijd weg, soms duurt de golf zo lang dat het zelfbeeld van de samenleving verandert. Voor de samenleving maakt het weinig uit of de oorzaak wel of geen hersenschim is. Hier geldt het Thomas-theorema: als mensen situaties als werkelijk definiëren, zijn zij werkelijk in hun gevolgen. Niet de situatie zelf, maar de perceptie geeft de doorslag.

.

.

Voorbeelden zijn legio

.

.

.

.

.

  • De zorgen over genetisch gemanipuleerde voeding.

.

.

.

  • In de zomer van 1984 rapporteerden kranten na een dodelijke vechtpartij op het strand van Egmond in Nederland over het ‘kustgeweld’, de ‘geweldsgolven’ en ‘-explosies’, ‘uitbarstingen’ en ‘epidemieën van geweld’, alsof het natuurverschijnselen waren. De paniek kreeg ook de politie, justitie, de horeca en het lokale bestuur in zijn greep en ebde na enige tijd weg.

.

  • De mediareactie en die van de overheden na de aanslagen op 11 september 2001 en de aanslagen in Madrid en London. In hun representatie van ‘het’ terrorisme dragen overheid en media bij tot paniek omdat ze onnodige angst zaaien door burgers vertrouwd te maken met terroristische dreigingen. Dit simplisme brengt de moeizame interetnische verhoudingen opnieuw onder spanning en leidt de aandacht af van oorlog of genocide.

.

  • De negentiende-eeuwse angst om levend begraven te worden, leidde in 1868 tot het patent op de lijkkist met een ladder voor een uitvinder uit New Jersey

.

  • In het Engelse Middlesbrough worden in 1987 121 kinderen uit hun huizen geplaatst na misbruik. Artsen gebruikten de techniek 'reflex anale oprekking' waarbij ze de billen uit elkaar schuiven en de anus bestuderen. Later bleek de techniek onwetenschappelijk en met de meeste kinderen was niets aan de hand.

.

  • De angst voor de atoombom tijdens de koude oorlog.

.

.

.

.

.

Betrouwbaarheid[bewerken]

Abraham Verhoeven, een prille 'gazettier' besloot zijn artikels in de Antwerpse krant de Nieuwe Tijdinghen met het zinnetje "Oft waer is, sal den tydt leeren.' De auteur waarschuwt hiermee zijn lezers in de vroege zeventiende eeuw voor al te hooggespannen verwachtingen inzake de betrouwbaarheid van zijn schrijfsel. Het bericht zou ook nu nog gebruikt kunnen worden. De illustratie vertelt het 'Verhael hoe ende in wat manieren den heere Johan Van Olden-Barneveldt, Advocaet van Hollandt ende den Vrieslant/ is Onthalst gheworden smaendachs voor noen den xiij Mey Anno Duisent zes hondert neghen-thien; T'hantwerpen/By Abraham Verhoeven/op de Lombaerde Veste/inde gulde Sonne, 1619.'

.

Wat de betrouwbaarheid van deze encyclopedie betreft, daar moeten we even klassikaal door. We nemen een schrijfstok of een griffel en een schrijfplank, een lei genaamd. En we noteren twee vragen, het antwoord erop hoor je in de les.

  • Wat is betrouwbaarheid?

.

  • Hoe kan ik de betrouwbaarheid van informatie peilen? (Peilen is een term uit de scheepvaart, peilingen doe je steeds opnieuw, want je positie verandert constant.)

.

  • Wat is het risico als men onbetrouwbare informatie voor waar aanneemt?

.

.

.

.

.

Wist je dat…
  • Je in naam van iemand anders kan SMS'en?

.

  • Fototrucage mensen mooier maakt? Of lelijker, als het moet… Vrijwel elke foto in de krant of op internet is bewerkt! Kijk eerst naar dit filmpje van Dove of naar deze ontmaskering.

.

  • Er berichten gemaakt worden om journalisten een loer te draaien. Dergelijke berichten worden canards genoemd. Ze verschillen soms nauwelijks van stadslegendes.

.

  • Goed ogende websites valse informatie doorspelen?

.

  • Journalisten opzettelijk foute berichten de wereld insturen? Kijk op het impulscentrum naar (minstens) een van deze reportages. 1. Orson Welles War of the Worlds (Canvas Days that shook the World); 2. Bye bye Belgium (RTBF).

.

  • Een verkeerd bijschrift bij een prima foto snel geplaatst is?

.

  • De zetduivel vaker toeslaat dan gedacht?

.

  • Sommige mensen wel heel goed gelovig zijn. Klik hier en bel en sms één jaar gratis. In tien dagen tijd tekenden 7200 jongeren in op dit aanbod.

.

  • Een fout gespelde naam? Een foutief jaartal? Een verkeerde leeftijd of woonplaats? Tja, iedereen maakt fouten, niet?

.

Voor je info gebruikt, evalueer je die. “Ik heb de pest aan informatie, je kunt je eigen vooroordelen niet meer vertrouwen” schrijft Jan Blokker ergens. Het citaat is in een mum van tijd gevonden, geknipt en geplakt in dit document. De referentie is uiteraard vergeten. Informatie wordt altijd gemaakt. Woordvoerders, journalisten, fotografen, redacteurs… één voor één maken zij nieuws of geschiedenis. Toch wordt die menselijke oorsprong snel vergeten. Niet alleen de Bachelor in de Maatschappelijke veiligheid maar elke discipline evalueert informatie. Uiteraard vereist de doorlichting kennis van zaken, maar niettemin bestaan er “typevragen” die ongeacht het onderwerp gelijk zijn. Zo dient de informatie controleerbaar, nauwkeurig, volledig, redelijk en eerlijk, relevant en actueel te zijn, er dient structuur, overzichtelijkheid en een lay-out te zijn. Voor je aan de controle begint ga je de bedoeling van de makers na. Wat is de aard van je bron?


* Informatief?

* Persoonlijk?

* Commercieel?

* Opiniërend?

.

Revolutionaire club van St. Petersburg, 1897, kort voor de arrestatie door de Russische geheime dienst. In het midden zit Lenin.
Dezelfde revolutionaire club van St. Petersburg, 1897, nadat Alexander Maltsjenko in 1930 bij Stalin in ongenade viel, werd hij verwijderd.

.

Controleerbare informatie[bewerken]

Van informatie die een redactionele controle onderging stijgt de betrouwbaarheid. Hier de redactie van de Canadian Broadcasting Corporation in Montreal in 1944.

.

Betrouwbare info is controleerbaar. Van moeilijk te controleren info daalt de betrouwbaarheid. Anonieme info is onbetrouwbaar. Een cartoon uit The NewYorker toont twee honden voor een monitor, waarvan de ene zegt: ‘Op internet weet niemand dat je een hond bent.’ Een goede site bevat net als een boek de naam van de maker en zijn functie, de naam van de organisatie, een contactadres, een redactieteam, het doel van de organisatie en een datering. Het controleren begint dus met de vraag naar de auteur. Dit maakt een mail mogelijk of een extra controle via Google. Zoek uit wat de expertise van de auteur is, door zijn opleiding, werkomgeving of andere documenten te vinden. Verder kan de maker de controleerbaarheid vergemakkelijken door zijn tekst te onderbouwen met linken, een bibliografie of voetnoten. Eindigen sites op .ac.be of .edu, .org of .gov zijn het universiteiten, organisaties en staatsinstellingen. Trianguleren is het vergelijken van de informatie met minstens twee andere [relevante] bronnen. Twee is noodzakelijk, want op internet wordt veel overgenomen. Als meerdere webpagina’s hetzelfde zeggen over een onderwerp, werkt dit geruststellend. Maar let op, dit kan vals zijn. Wil je meer zekerheid, dan is het nodig om ofwel de site goed te bestuderen, te vergelijken of de commentaren op verwijspagina’s te lezen. Bij tegenstrijdige informatie is het belangrijk te weten welke auteur het meeste autoriteit heeft. Laat in je studie niet na om te wijzen op botsende visies en tegenstrijdige ideeën. Dit helpt bij het ontwikkelen van je eigen mening.

.

Nauwkeurige en volledige info[bewerken]

.

Als je evalueert op nauwkeurigheid ga je na in welke mate er slordigheden of onnauwkeurigheden voorkomen. Verkeerd taalgebruik en tikfouten tonen aan dat de auteur weinig aandacht schenkt aan de inhoud. Let op voor vage omschrijvingen zoals “men beweert dat er veel wordt…” Dit zijn teksten die lucht verkopen. Op internet verschijnt regelmatig onvolledige info. Andere info is bewust onvolledig en werkt als smaakmaker of zet aan tot kopen, sommige bronnen behandelen het onderwerp oppervlakkig of wekken de indruk het onderwerp volledig te dekken, maar stellen na consultatie teleur.

.

Redelijke info[bewerken]

.

Objectiviteit bestaat niet. De ‘werkelijkheid’ in taal gieten is ontzettend moeilijk: gewild of ongewild, steeds kijk je door filters van voorkennis, afkomst, behoeften, verwachtingen… Wat je ziet is cultureel bepaald. De discussie subjectief en objectief is hier aan de orde. Daarom is het onredelijk een auteur te vragen objectief te zijn. Verwacht van de auteur dat hij afstand doet van vooringenomenheid, een redelijke argumentatie gebruikt en eventueel uiteenlopende visies poneert. Vraag je af welk belang de auteur bij het onderwerp heeft. Zo rapporteert Greenpeace anders over een olietanker dan de eigenaar. Hoe redelijk is de informatie? Worden de ingenomen standpunten geëxpliciteerd? Wordt de website gesponsord? Hoe evenwichtig worden tegengestelde standpunten gepresenteerd?


FEITEN ≠ TAAL

.

REALITEIT ≠ JE MENING
 
.

FEITEN ≠ JE MENING ≠ TAAL

In hoeverre weerspiegelen gedachten realiteit? En, in welke mate zijn we in staat om de realiteit die we feiten noemen, te beschrijven?


.

Eerlijke info[bewerken]

Eerlijke info staat tegenover leugenachtige info en die is niet altijd even makkelijk te herkennen als bij Pinocchio.

.

Eerlijkheid is het (on)bewust manipuleren, verdraaien of verzwijgen. Worden de standpunten eerlijk gepresenteerd? Neemt de auteur een standpunt in? Is de partijdigheid acceptabel? Wordt dat standpunt gepresenteerd als een mening of als een feit? Eerlijkheid gebiedt dat feiten als feiten voorgesteld worden en meningen als meningen.

.

Feiten

.

Een feit is aanvaard omdat dit bleek uit onderzoek of omdat het aanvaard is. In het alledaags taalgebruik is een feit “zeker” en kan het geobserveerd worden. Als het feit een tijd bestaat, is dit een situatie of een structuur. Als het om een verandering van structuur gaat, is dit een proces [industrialisatie, emancipatie]. Een kortstondig proces is een gebeurtenis. Zoek voor onderstaande 'feiten' voorbeelden.

  • Object (voorwerp), bv:
  • Plaats (ligging), bv:
  • Gebeurtenis (kwestie), bv:
  • Structuur (situatie of toestand), bv:
  • Proces (evolutie) bv:

.

Meningen

.

Over een mening kan je discussiëren. Een mening is een waardeoordeel of vooroordeel, een voorkeur en verwachting, een veronderstelling of een stelling. De nuances zijn subtiel. Een waardeoordeel berust op een interpretatie die je aanvaardt maar niet met feiten te ontzenuwen is, omdat de feiten verschillend worden uitgelegd. Bij een vooroordeel is men zich niet bewust van het waardeoordeel. Een veronderstelling en een stelling liggen dicht bij elkaar, net als een voorkeuren en verwachtingen. Een veronderstelling berust op een indruk of interpretatie, een stelling wordt gevolgd door een argumentatie en gaat vooraf aan een redenering [want, immers, daaruit volgt]. Een voorkeur leidt je aandacht [af]. Bij een voorkeur kan je kiezen, bij een verwachting [hoop] hoeft het object niet eens aanwezig te zijn.

  • Vooroordeel (een ongecontroleerde mening), bv:
  • Waardeoordeel (interpretatie), bv:
  • Stelling (positie), bv:
  • Veronderstelling (hypothese), bv:
  • Voorkeur (neiging), bv:
  • Verwachting (hoop), bv:

Laat extreem positieve en extreem negatieve meningen voor wat ze zijn. Soms laten journalisten hun mening in de tekst klinken zoals in dit citaat. “De scheiding der machten werd pas in de zeventiende eeuw geproclameerd door John Locke.” Het woordje pas zorgt dat een feit als mening voorgesteld wordt. Ook het omgekeerde is mogelijk, zoals deze uitspraak: “Een vondelingenschuif is moreel verwerpelijk en een welvaartsstaat onwaardig.” Dit is een mening die als feit wordt omschreven. Beter zou zijn “Ik vind een…” Het is een kwestie van academische training. Veel moeilijker is om als lezer feiten te herkennen die als mening worden omschreven of om meningen te herkennen die als feit worden omschreven.

.

Fictie versus non-fictie[bewerken]

Orson Welles liet in 1938 de wereld weten wat er kan foutlopen als men te goedgelovig is en onbetrouwbare informatie voor waar aanneemt of als men fictie met non-fictie gaat verwarren.

.

(...)

.

Relevant en actueel[bewerken]

.

Relevant wil zeggen betrekking hebben op je onderwerp. Wanneer is de info gepubliceerd? Wanneer is de site gemaakt en voor het laatst aangepast? Hoe actueel zijn de links?

.

Lay out[bewerken]

.

Een aantrekkelijke lay-out en een overzichtelijke navigatie bewijzen aandacht voor de paginaontwikkeling. Doorgaans wijst dit erop dat er aan de inhoud is gewerkt. Maar de redenering is niet absoluut. Het kan dat een grafisch talent een fijne inhoudloze pagina maakt, of dat vorsers geen grafisch verstand hebben. 'De inhoud is belangrijker dan de vorm' klinkt het argument dan. Maar toch. Schreeuwerige pagina’s duiden op een informatietekort, op een vingeroefening of verdoezelen de onkunde van de maker. Vragen over de esthetica en het tekstgebruik helpen bij de evaluatie. Kortom, hoe verzorgd zijn tekst en afbeeldingen? Worden er compositieprincipes gevolgd? Is het ontwerp complex? Oogverblindend? Is de tekst gebruiksvriendelijk? Is de structuur overzichtelijk? Is de lay-out of de interface duidelijk?

.

.

De oktoberopdracht[bewerken]

.


Nadat je al het bovenstaande doornam, gebruik je deze checklist om in te schatten hoe (on)betrouwbaar sommige info is. Neem een Wikipediapagina door over een onderwerp dat je min of meer kent en beantwoordt deze vragenlijst. Geef een score van één tot 20.

.

.

Examenvragen[bewerken]

.

.

A-Vragen

.

Wie of wat zijn: Milan Kundera, De ondraaglijke lichtheid van het bestaan, Louis-Ferdinand Céline, Reis naar het einde van de nacht, Voyage au bout de la nuit, Anne Morelli, De grote mythen uit de geschiedenis van België, Vlaanderen en Wallonië, Guido Gezelle, Hendrik Conscience, Kortrijk 1302, De Leeuw van Vlaenderen (1838), Aufklärung, Immanuel Kant, Diderot, D'Alembert, Voltaire, John Locke (1632-1704), 1776, Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, Montesqieu (1689-1755), Jean Jacques Rousseau, Franse Revolutie, Glorious Revolution, 1688, Charles Darwin (1809-1882), Robespierre, Nietzsche, Karl Marx, René Descartes, Opération Lune, J.F. Kennedy, Werhner von Braun, Joeri Gagarin, Richard Nixon, Houston (Texas), Cape Canaveral (Florida), Mocumentaire, Stanley Kubrick, 21 juli 1969, Neil Armstrong, Apollo 11, Apolloprogramma, Orson Welles, H.G. Wells, The War of the Worlds.

.

.

B-Vragen

.

  • In de geschiedenis kunnen we verschillende denkrichtingen onderscheiden. Zo kunnen we het model van de "eeuwige terugkeer" loodrecht tegenover het "verlichtingsmodel" plaatsen. Illustreer dit op het niveau van het denken over geschiedenis, het resultaat, het doel, de richting, de motor en de gevolgen van dit denken. Geef bij beide richtingen één of meerdere vertegenwoordigers.

.

  • "De verlichting is geen soort filosofie, maar een 18de eeuws fenomeen, waarbij groepen intellectuelen gefascineerd worden door de ontdekkingen van de wetenschap en door de filosofische reflecties die hierover gemaakt worden in de vorige eeuw. Het is een nieuwe geest die door Europa waait. Men wordt er zich van bewust dat de denkwijzen van de 17de eeuw reeds heel wat realiseerden in de fysica. Nu de tijd gekomen is om..." 1. Welke kenmerken kun je met betrekking tot de verlichting aangeven; 2. Wat zegt Kant over die verlichting; 3. Kun je ook een kritiek op dit vooruitgangsoptimisme formuleren?

.

  • Leg uit en toon aan met voorbeelden: "Historici construeren betekenis uit de chaotische werkelijkheid door feiten en gebeurtenissen op een bepaalde manier te rangschikken, te interpreteren of met elkaar in verband te brengen. Objectiviteit is niet mogelijk."

.

  • Wat kun je vertellen over Karl Marx en het dialectisch principe?

.

  • Plaats in chronologische volgorde en wat weet je over... 1. Milan Kundera, 2. Louis-Ferdinand Céline, 3. Anne Morelli, 4. Hendrik Conscience, 5. Immanuel Kant, 6. Christus.

.

  • Plaats in chronologische volgorde en wat weet je over... 1. Diderot en D'Alembert, 2. Charles Darwin, 3. J.F. Kennedy, 4. Orson Welles, 5. Copernicus, 6. Plato.

.

  • Plaats in chronologisch volgorde en wat weet je over... 1. Karl Marx, 2. Apollo 11, 3. H.G. Wells schrijft The War of the Worlds, 4. Voltaire 5. Orson Welles maakt een radioprogramma met de naam War of the Worlds, 6. Franse Revolutie.

.

  • Plaats in chronologische volgorde en wat weet je over... 1. Apolloprogramma, 2. John Locke, 3. Neil Armstrong zet eerste stappen op de maan, 4. Robespierre, 5. Nietzsche, 6. Scheiding Oost- en West-Romeinse rijk.

.

  • Plaats in chronologische volgorde en wat weet je over... 1. De Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, 3. Glorious Revolution, 3. René Descartes overlijdt, 4. Opération Lune (mocumentaire), 5. Werhner von Braun, 6. Guldensporenslag.

.

  • Plaats in chronologische volgorde en wat weet je over... 1. Joeri Gagarin overlijdt, 2. Het Colosseum wordt gebouwd, 3. Richard Nixon wordt president, 4. Tweede Wereldoorlog, 5. Stanley Kubrick maakt zijn laatste film, 6. De eerste Kruistocht.

.

.

C-Vragen

.

  • Kundera: "De idee van de eeuwige terugkeer der dingen is raadselachtig en Nietzsche heeft er andere filosofen mee in verlegenheid gebracht: te denken dat alles zich eens zou herhalen zoals we het al beleefd hebben, en dat ook die herhaling eindeloos zou doorgaan." Wat wil deze "dwaze" mythe van de eeuwige terugkeer der dingen zeggen? Valt het je ook wel eens voor - hetgeen voor Kundera het geval is - dat je "ontroering voelt bij het bekijken van foto's van Hitler?" Wat is het gevolg dat Kundera uit een dergelijk merkwaardige ervaring trekt? Wat denk je daar zelf over?

.

  • L.F. Céline: "De filosofen [...] zijn ermee begonnen het brave volk van alles wijs te maken..." Waar heeft Céline het over in bovenstaande citaat, genomen uit Reis naar het einde van de nacht? Geef een persoonlijke kritiek.

.

  • De media gebruiken verschillende technieken om de kijker te doen geloven dat hun boodschap 'waar' is. Welke technieken haal je uit deze film die het realiteitsgehalte van de boodschap verhogen? En, waar gaan de filmmakers door het lint. Of, met andere woorden, waar kan je in de film merken dat het hier om een 'vervalsing' van de realiteit gaat?

.

  • Wat is betrouwbaarheid, waarom is betrouwbare info zo belangrijk en hoe kan je achterhalen of informatie betrouwbaar is?

.

  • Leg uit: De meesten beschouwen 'geschiedenis' als iets 'passief'. Geschiedenis was er gewoon, som enkele data op en daar is ze: de geschiedenis!

.

  • Leg uit: De 'actieve constructie' van de geschiedenis is een vraag die op filosofisch vlak tot verschillende vragen leidt. Gebruik Hegel en de universiteit van Berlijn in je antwoord.

.

.

Nota's

.

.

.

.

.

.

.

LES Va: VAN EEN ZWERVEND BESTAAN TOT DE NEOLITISCHE REVOLUTIE[bewerken]

TIEN MILJOEN TOT TIENDUIZEND JAAR GELEDEN

.

.

>>> - 10 tot 5 miljoen jaar -> - 3,2 miljoen jaar -> - 2,4 miljoen jaar -> - 1,5 miljoen jaar -> - 32.000 jaar -> - 15.000 jaar -> - 5.000 jaar>>>

.

.

3,2 miljoen jaar geleden leefde en stief Lucy in de regio die we nu Ethiopië noemen. Lucy, ontdekt in 1974 is genoemd naar de hit van The Beatles Lucy in the Sky with Diamonds, uit 1967. Het nummer verscheen op het legendarische album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. De elpee stelt The Beatles voor als de groep Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band. De extravagante hoes is beroemd om zijn fotocollage. Aanvankelijk, in de niet gedrukte collages, stond Adolf Hitler tussen het bonte gezelschap. Op de laatste rij herkennen we onder meer Carl Jung (7de van rechts), Edgar Allan Poe (8), Fred Astaire en Bob Dylan (15). Op de voorlaatste rij Aldous Huxley (18), Dylan Thomas (19), Marilyn Monroe (25), Stan Laurel (28), Oliver Hardy (30), Karl Marx (31), H. G. Wells (32), James Joyce (34A, nauwelijks te zien, onder Bob Dylan). Op de derde rij: staan Marlon Brando (39), Oscar Wilde (41), David Livingstone (44), Johnny Weissmuller (45), George Bernard Shaw (48), Lewis Carroll (52) en Lawrence of Arabia (53). Op de eerste rij zien we de wassen beelden van The Beatles, Shirley Temple (58), Albert Einstein (61), Bette Davis (65A), Marlene Dietrich (67) en nogmaals Shirley Temple (71).
De Prometheusmythe door Piero di Cosimo, 1515. Toen de goden de gaven en de talenten uitdeelden, kwam de mens er maar bekaaid van af. Althans toch in vergelijking met de dieren. Het menselijke overlevingsinstinct en zijn natuurlijke verdediging zijn ronduit triestig. En omdat de Griekse goden de mens in de steek lieten stal Prometheus het vuur bij de Olympische goden. Hij schonk het aan de mensen om metaal te bewerken en een technische beschaving te ontwikkelen. Prometheus is techniek, een leraar en een uitvinder die de mensen vooruit leert zien, die de mens leert inschatten welke gevaren er op hem af komen bij het bouwen van huizen of boten en dat zinde oppergod Zeus niet. Die strafte Prometheus en kluisterde hem aan de Kaukasus waar een adelaar elke dag zijn lever at. 's Nacht groeide de lever aan. De straf moest eeuwig duren maar Herakles bevrijdde hem. De vuurdomesticatie kent een lange voorgeschiedenis: 1. fysiek is het het rechtop lopen is een voorwaarde, want men moet zijn handen vrij hebben om het vuur te dragen, 2. mentaal was het vermogen om vooruit te denken van belang zodat er altijd brandstof was. De gevolgen van de vuurdomesticatie zijn niet te overzien. Sociaal gezien brengt het vuur mensen samen en brengt het aldus een leerproces op gang (cultuur, het doorgeven van verhalen aan het kampvuur), het verhitten maakt voedsel beschikbaar dat anders oneetbaar bleef. Andere toepassingen van het vuur zijn militair van aard.[12]
De tekeningen zijn in 1879 ontdekt. In 1890 onderzocht de eigenaar de grot en vond er vuistbijlen, pijlpunten, stenen messen en naalden en de afbeeldingen. Zo kon hij bewijzen dat de tekeningen geen namaak waren. Dit soort tekeningen en schilderijen die uitzonderlijk bewaard bleven hadden allerlei functies die het overleven waarborgden: cultureel, sociaal, didactisch, economisch...


Aanhalingsteken openen

God bewijzen kan je niet. God niet bewijzen kan evenmin. Geloof in God is een keuze, wie het anders zegt, probeert je te bekeren.

Aanhalingsteken sluiten
Reza Aslan

.

.

Tijdzone[bewerken]

.

.

  • 6 miljard jaar terug: vorming van de aarde.

.

.

Mensachtigen

.

  • 10 tot 5 miljoen jaar terug verschijnen de eerste mensachtigen met een mensaap als voorouder. Deze mensachtigen onderscheiden zich als volgt van hun voorgangers:
1. rechtstaan en daardoor ver zien; een evolutie die te maken heeft met de overgang van een bos- naar steppelandschap. 

.

2. op twee benen lopen; 

. 

3. de handen vrij hebben (vuur dragen!); 

.

4. een rondere schedel hebben; 

.

5. grotere hersenen hebben (dankzij het eten van gekookt voedsel kwam er meer energie vrij voor de hersenen); 

.

.

Lucy

.

.

.

.

Pleistoceen

.

  • 2,6 miljoen jaar terug start het Pleistoceen: een gematigd warm klimaat (interglacialen) wisselt af met een koude periode (glacialen of 'ijstijden'). De glacialen vormen de ijskappen waarbij zeespiegel daalt en zeeën land worden. De afwisseling van warm en koud zorgt voor het uitsterven van plant- en diersoorten én versnelt de evolutie van dieren die zich aanpassen: woelmuizen en de mensachtigen.

.

.

  • 1,8 miljoen jaar terug: de Homo erectus is in China en op Java.

.

  • 1,7 miljoen jaar terug: vondsten en bacteriën in de Olduvaikloof in Tanzania wijzen erop dat de homo erectus warmwaterbronnen gebruikt om wortels, knollen, plantenstengels te koken of om vlees te verwarmen. De 'kooktheorie' neemt aan dat dit de reden is dat er energie vrijkomt om de hersenen te voeden (rauwe groenten en rauw vlees verteert zo traag, dat er geen energie over bleef om de hersenactiviteit te stimuleren).

.

.

Vuur & taal
  • Sommige taalkundigen denken dat de Homo erectus zo'n 1,5 miljoen jaar geleden taal produceerde die lijkt op de huidige taal, mede door dat Homo erectus al een relatief groot brein had.
  • 1 miljoen jaar terug: de vuurdomesticatie begint. De oudste sporen die de vuurdomesticatie documenteren - verkoolde planten en dierenresten - zijn gevonden in Zuid-Afrika, diep in een grot, wat een blikseminslag uitsluit. Het garen van voedsel gebeurt echter al veel langer: sinds 1,7 miljoen jaar geleden.

.

.

.

Moderne Homo Sapiens

.

  • 300.000 tot 150.000 jaar terug: vroeg moderne homo sapiens, de recente vondst van een schedel in Marokko staaft dit en toont aan dat Homo sapiens niet 'plots' ontstond, maar zich geleidelijk ontwikkelde in het Afrikaanse continent. 'Er is geen tuin van Eden in Afrika', zegt onderzoeker Jean-Jacques Hublin van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig aan De Volkskrant. 'De tuin van Eden ís Afrika.'

.

  • 130.000 jaar terug: de mens verspreidt zich uit Afrika naar het noordoosten naar Azië en Europa.

.

  • 110.000 jaar terug: de mens verspreidt zich uit Afrika naar het zuidwesten, naar Oceanië.

.

  • 80.000 jaar terug: sporen op een strand in Normandië in Le Rozel tonen voetsporen van neanderthalers en hun kinderen en vuurresten. De neanderthalvoeten blijken breder dan die van mensen, vooral in het midden. Hun lichaamslengte wordt geschat tot 185 centimeter. Volgens archeologen bestond de groep uit maximaal 14 Neanderthalers.

.

  • 70.000 jaar terug: de Toba-uitbarsting zorgt voor een jarenlange vulkanische winter.

.

  • 50.000 jaar terug: In het Spaanse El Sidron zijn er sporen gevonden van een Neanderthalgroep van zeven volwassenen en drie kinderen.

.

.

  • 40.000 - 35.000 jaar geleden: de Paleolithische kunst en de "culturele explosie" van de Homo sapiens stimuleren het taalvermogen en brengen hem op een (wat dat ook moge zijn) 'hogere graad van beschaving'.

.

  • 37.000 - 32.000 jaar terug: De Neanderthaler sterft uit (is er een verband met de uitvinding van de boog door de mens?). De Neanderthaler is geen voorloper van de mens. Vanaf nu start een koudegolf die bewoning in onze regio onmogelijk maakt.

.

  • 32.000 jaar terug
    • Pijl en boog
    • In de Coliboaia-grot in Roemenië worden bizons, beren en neushoorns in zwarte kleuren, waarschijnlijk houtskool op de rostwanden geschilderd. De ontdekking gebeurde in 2009.

.

  • 27.000 jaar terug: Cro-Magnon mens; ontdekt in de Dordogne in 1868.

.

  • 20.000 tot 15.000 jaar terug: de Homo erectus soloensis, een ondersoort van de Homo Erectus die leeft op Java sterft als laatste Homo Erectus uit.

.

  • 17.000 jaar terug: grotschilderijen in Lascaux

.

.

Vuurdomesticatie[bewerken]

.

Vuur maken
Houtwrijving om vuur te maken met een vuurploeg

.

Inleefoefening

Vergeet de Bright lights, big city en de Donald Fagen-(j)achtige matrixwereld van het lesrooster, het uurrooster, het arbeidsschema, de vertrek- en aankomsttijden van treinen en metro’s en probeer deze historische inleefoefening. Hoe was het om te leven in een wereld zonder wetenschap? Het idee dat een wetenschap met enige autoriteit de natuurverschijnselen verklaart, verbanden legt tussen die verschijnselen en de menselijke technologie hiermee in verband brengt ontspringt pas met het denken van Francis Bacon (1561-1626), René Descartes (1596-1650) en Isaac Newton (1643-1727).[13]

.

Keer terug uit een maatschappij van plastic en siliconen naar een wereld van ijzer en hout, een wereld waarin de vuurvaardige, taalgebruikende, vooruit denkende en samenwerkende mens zich onderscheidt van zijn naasten, de dieren die overleven op drie elementen: water, lucht en aarde. Als die eeuwenoude soortgenoten het vierde element leren beheersen, komt de evolutie op kruissnelheid: de voedselbereiding, het ontginnen van gronden, dieren op afstand houden… behalve de toegenomen veiligheid creëert de vuurdomesticatie het sociale en het culturele leven. Vuur brengt mensen bij elkaar en is aldus sociaal. Het zet mensen aan om de vuurvaardigheid door te gegeven. En dat is cultuur. Bij de jacht op mammoeten en holenberen gebruikt hij werpwapens, verplaatst hij vuur, leeft hij in groep, hij denkt wat komen gaat en communiceert. Een vaste verblijfplaats is hem echter vreemd...

.

Een groep jagers en verzamelaars bestaat doorgaans uit vijftien tot dertig mensen die overleven in een jachtgebied van enkele honderden vierkante kilometer. Sinds de laatste ijstijd groeit het aantal kuddes en slinken de jachtgebieden.

.

.

Kijken[bewerken]

.

.

Examen[bewerken]

.

.

A-vragen

.

Homo erectus, Homo sapiens, Lucy in the Sky with Diamonds, Lucy, Neanderthaler, Neolitische revolutie, Pleistoceen, Prometheus, Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band, The Beatles, vuurdomesticatie, Vruchtbare sikkel.

.

.

B-vragen

.

  • Hoe onderscheiden mensachtigen zich van de mensaap?

.

  • Rangschik chronologisch en vertel wat je weet over: Oetzi, pijl en boog, de vuurdomesticatie, Lucy, Homo erectus, Neolithische revolutie.

.

.

C-vragen

.

  • Leg uit: De vuurdomesticatie kent een lange voorgeschiedenis. En wat zijn de gevolgen van die vuurdomesticatie?

.

.

Nota's

.

.

.

.

.

.

.

LES Vb: VAN DE NEOLITISCHE REVOLUTIE TOT DE OUDHEID[bewerken]

DE PREHISTORIE, TIEN- TOT VIJFDUIZEND JAAR GELEDEN

.

.

Tijdzone[bewerken]

Een hut als een extensie van de kledij. Verschillende soorten hutten van de inheemse bevolking in Brazilië, 1834.
Oetzi, een man van circa 45 en 1,60 m lang met 61 tatoeage's, is een ijsmummie uit de Kopertijd. Bergbeklimmers vonden hem in 1991 in de Ötztaler Alpen. Hun vondst leverde kennis op over voeding, kleding, uitrusting en bewapening van 5300 jaar geleden. Sinds de Oetzi in Bozen is tentoongesteld, trekt het museum 300.000 bezoekers per jaar. Met zijn ouderdom zorgde 'Ötzi' voor onwaarschijnlijke info over de Europese prehistorie. Hij is ouder dan de piramide van Cheops en dan alle andere gletsjermummies. In tegenstelling tot Egyptische mummies is Ötzi samen met zijn kledij en zijn voorwerpen intact.
Spijkerschrift op een tablet uit het 3de millennium voor Christus. Steen is de oudst bewaarde drager van het schrift. Andere dragers die minder bestand waren tegen de tand des tijd, gingen verloren.

.

Wat aan het Neoliticum vooraf ging

.

Het aantal ontwikkelingen en uitvindingen in de aanloop naar het Neoliticum is indrukwekkend.

.

  • De oudste rotsschilderingen uit Lascaux zijn gedateerd op 17.000 jaar geleden, die van Altamira in Spanje schat men op 15.000 jaar terug. Het beschilderen van stenen is de voorganger van wat later het schrift wordt.

.

  • 12.500 jaar terug: In Japan worden de eerste potten en kommen gemaakt. De betekenis? Kommen en potten vervangen en zijn een uitbreiding op de handen van de jager verzamelaar en laten bewaring toe. Manden en vlechtwerk doen hetzelfde: ze zijn het begin van de transportrevolutie.

.

  • De kano en andere vroege boten, ook daar zijn sporen van.

.

  • Ook het bakken van brood en het maken van ovens gaat de sedentatie vooraf.

.

Aanhalingsteken openen

Het moet een mooie dag geweest zijn in Bilad al-Sham, aka het Morgenland, de Levant of het historisch-geografisch gebied dat grotendeels Israël, Palestina, Jordanië, Syrië en delen van Turkije beslaat. Zo’n 14.000 jaar geleden woonde daar Uk-Uk, de vernuftige Natufiër. Of Uk-Uk een man was of een vrouw, laat ik in het midden, ik ben geen specialist in genderstudies binnen semi-sedentaire voedsel-verzamelaarssamenlevingen. Maar laten we er even van uitgaan dat hij een man was. Uk-Uk, nakomeling van Ug Ug, was altijd al een bijzondere jongeling geweest. Of de naam Uk-Uk een veelvoorkomende naam was binnen de Natufische samenleving, laat ik in het midden, ik ben geen specialist in laat-epipaleolithische nomenclatuur. Uk-Uk was nieuwsgierig van aard. Als kind was hij meermaals ernstig ziek geworden door onbekende besjes te eten. Het was die nieuwsgierigheid die hem te dicht bij een wild zwijn had gedreven. Wat Uk-Uk dacht toen hij het zwijn aaide, blijft een mysterie voor ons. Wat we wel weten, is dat het zwijn zijn gebaar niet apprecieerde. Tijdens de schermutseling na de ongewenste aai verloor Uk-Uk het merendeel van zijn gebit. Daarom droeg hij sinds die dag steeds een maalsteen mee. Daarmee maakte hij gevonden voedsel verteerbaarder, verbrijzelde hij vezels en maakte hij knapperig fruit papperig. Het was die omslachtige manier van vreten die Uk-Uk bracht tot een van de belangrijkste ontdekkingen van de menselijke geschiedenis. In de buurt van de grot waar zijn stam zich had nedergezet, groeiden indrukwekkende groene tarwehalmen die makkelijk boven zijn 1,44 meter uittorenden. Meerdere leden van zijn stam hadden al eens een aartje afgeknapt en de korrels van hun kafjes gewreven. Maar meestal negeerden ze de halmen, want ze beleefden weinig plezier aan de smaak. Hoeveel Uk-Uks zijn er geweest die niet tot aan het stadium van pap zijn geraakt? Hoeveel Uk-Uks hebben de pap laten aanbranden? Dat was buiten de maag van Uk-Uk gerekend. Hij had zin in een snack. De opbrengst van de jacht was mager de laatste tijd en de vruchten lieten op zich wachten. Uk-Uk bedacht zich met de emmer tarwe en verzamelde een buidel vol. De geplette korrels waren droog en de poederpulp deed hem hoesten. Water. Water was altijd al een goede vriend geweest in zijn tandeloze bestaan. Uk-Uk maakte de pap, maar zeggen dat die een ‘smaakbommetje’ was, zou een overstatement zijn. Vuur. Het was de gewoonte in die tijd om alles eens boven het vuur te houden. Het had een goede reputatie opgebouwd met betrekking tot vlees. Zonder dat Uk-Uk erbij stilstond, had hij de basis gelegd voor een grijs boerenbrood, wit gesneden, naan en pita, volkoren en ciabatta, challah en pretzels, knäckebröd en roti, en paradoxaal genoeg glutenvrij brood. Of er iets waar is van de historie van Uk-Uk, weet ik niet, ik ben geen culinaire paleontoloog. Wat ik wel weet, is dat er vijftien broodkruimels werden gevonden op de Shubayqa 1 archeologische site in Jordanië. Die bleken zo’n 14.400 jaar oud te zijn, ouder dan de eerste sedentaire agrarische samenlevingen. Als iemand het verdient om te verrijzen en erkenning te krijgen voor zijn verwezenlijking, is het Uk-Uk wel. Aan de basis van menselijke kennisverwerving ligt trial-and-error. Proberen en falen. Hoeveel Uk-Uks zijn er geweest die niet tot aan het stadium van pap zijn geraakt? Hoeveel Uk-Uks hebben de pap laten aanbranden? Hoeveel stamgenoten vonden de ontdekking van het brood niet de moeite waard om verder te onderzoeken? Native Americans beschouwden een berg als een gebeurtenis. Niet als een onveranderlijk resultaat. De berg is in wording. Brood is een gebeurtenis en geen evidentie. Dankjewel Uk-Uk.

Aanhalingsteken sluiten
Rashif El Kaoul.

.

  • De mens begint te plannen en denkt vooruit: opslagplaatsen ontstaan

.

  • De sikkel laat een efficiënte oogst toe; speren en bogen met stenen pijlpunten penetreren beter, maalstenen, mortieren en stampers malen granen en mineralen. Touw en draad zetten aan tot weven en de naald maakt het naaien van huiden mogelijk.

.

.

Neolitische revolutie

.

  • 12 tot 10.000 jaar terug: overgang naar de sedentaire landbouw valt samen met het einde van het Pleistoceen. In de vruchtbare sikkel begon dit rond 12.000 jaar geleden. Jericho, nu Tell es-Sultan, is één van de oudste steden ter wereld. Op het einde van de laatste ijstijd voltrok het proces van het sedentair worden zich geleidelijk. De snelheid van de neolithische revolutie verschilt van regio tot regio. In sommige regio's gaan de veranderingen snel, elders spreekt men liever van een evolutie dan over een revolutie. Hier ontstaat 1. Religie als regulator van de economie (zie verder); 2. De vrouwelijke voorkeur voor mannen met status (onder nomaden speelde dit nauwelijks). Dat heeft te maken met het verhogen van de overlevingskansen van haar en van de kroost: niets is kwetsbaarder dan een zwangere vrouw of een vrouw omgeven door een nest kinderen. Het aantal uitvindingen in de periode rond het begin van de landbouw was even indrukwekkend als het aantal uitvindingen ten tijde van de Industriële Revolutie.

In onze streken stijgt de zeespiegel door de opwarming met 7 (!) centimeter per jaar.

.

  • 8.500 jaar terug: in het Middellandse Zeegebied, Griekenland en de Balkan begint de sedentatie.

.

  • 8.000 jaar terug: ontstaan van de mijnbouw

.

  • 8.000-7.500 jaar terug: in Noordwest-Europa start de sedentatie, net als in Limburg. De Neolithische revolutie voltrekt zich er snel.

.

.

  • 6.000 jaar terug: de domesticatie van het paard.

.

  • 6.000 jaar terug: ontstaan in Mesopotamië uit de landbouwerssamenlevingen de eerste stadstaten: Ur en Uruk.

.

  • 5.500 jaar terug
    • De uitvinding van het wiel.
    • Ambachtelijke smelterijen in het Midden Oosten, Anatolië en op sommige Egeïsche eilanden smelten tin of het giftige arseen en vermengen het met koper. De legering noemen ze brons. Het metaal blijkt sterker dan koper, ideaal voor handwapens, helmen, scheenplaten of de ramstevens voor oorlogsbodems. Verder maken ze munten, keukengerief, sculpturen, spiegels...
    • De zeespiegelstijging in onze streken remt tot 1 à 0,7 centimeter per jaar.

.

  • 5.300-5.200 jaar terug: de uitvinding van het spijkerschrift in Mesopotamië. Kleitabletten en stenen dienen als drager, ze worden bedrukt of bebeiteld. Ongeveer in dezelfde periode ontwikkelen de Egyptenaren hun hiërogliefen. Beide culturen spelen een belangrijke rol in de geschiedenis, omdat we nu voor het eerst geschreven bronnen hebben. Niet dat er toen veel geletterde mensen waren. Beide schriften bestaan uit duizenden tekens. Enkel een daar toe opgeleide elite (vaak van priesters) begrijpt ze.

.

De Duitse archeoloog Heinrich Schliemann (1822-1890) ontdekt in 1871 het oude Troje en geldt als een archeologisch pionier. Hij ontdekte dat aardewerkstijlen een sleutel zijn om tot chronologie te komen.


.


.

.

.

  • 3.500 jaar terug: Schepen met tinbaren uit Zuid West Engeland vergaan voor de kust van Haifa. Deze archeologische ontdekkingen doen vermoeden dat er een bloeiend handelsnetwerk is tussen Cornwall en de Middellandse zee. De ineenstorting van het Hettitische rijk in het Oosten zou hiermee verband houden.[15]

.

.

  • 3.000 jaar terug: Kelten trekken het huidige Frankrijk binnen en vestigen zich. De ijzertijd start er.

.

.

BEELDFRAGMENT OTZI DE IJSMUMMIE

.

.

Wie velde een konijn?[bewerken]

.

Aanhalingsteken openen

Ik weet zeker dat ze me kippen leerde slachten of me opdroeg het lijk van het meisje te helpen wassen om me erop te wijzen dat een mens niet eeuwig aan de poort van de eindeloosheid en haar stralende panorama’s kan blijven dralen.

Aanhalingsteken sluiten
— Terugblik op een kindertijd 1914.

[16]

.

Terug in de tijd

.

Achttien zijn ze. Een aula vol, ergens begin oktober. Het jaartal maakt niet zoveel uit. Onwennig, net als het weer. “Wie in deze klas kan een kip slachten?” “Een konijn vellen?” “Wie zag dode mensen?” “Lijken?” “Kadavers?” “Wie maakte ooit een geboorte mee?” Bij de vragen waarmee hij de les opent, laat hij de studenten handen opsteken. Ze vinden de vragen even fascinerend als schokkend en raken er even het noorden bij kwijt. De eenentwintigste-eeuwse rationele westerling, die ongeveer één derde van zijn leven op schoolbanken plaatsneemt en studeert onder kunstlicht via internet en satellietbeelden op pc-schermen, logische verklaringen gebruikt, sociologische modellen en fysische wetten bestudeert in een globaliserende airco- en netwerkomgeving, heeft weinig benul hoe het leven is in de oude, agrarische samenleving, die drijft op het ritme van dagen en nachten, weken, maanden en seizoenen, een wereld waar de natuurelementen zowel een kans als een bedreiging zijn, een wereld waar de natuurelementen de enige constante zijn.

.

.

Kwetsbaarheid

.

Hier, in dit vroege paleolithicum is de jager-verzamelaar een meesterlijk roofdier die het biologisch evenwicht in zijn omgeving niet verstoort. Geleidelijk aan verandert dat naarmate de mens de omgeving en de technologie met meer diepgang beheerst. Hoe paradoxaal ook, de toenemende beheersing van vuur, de beheersing van de planten- en de dierenwereld, verhoogt de menselijke afhankelijkheid en zijn kwetsbaarheid. Die kwetsbaarheid houdt de mens angstvallig verborgen, want de vuur- en dierafhankelijkheid zijn de achillespees van de (huidige) samenleving. Wie vuur zegt, denkt aan gezelligheid of aan natuurrampen. Kerncentrales, de elektriciteitsdistributie en hun afgeleiden blijven buiten beeld. Wie aan dieren denkt, denkt aan huisdieren of exotische beesten. Veefokkerijen, kippenkwekerijen en de Abattoir blijven onbelicht, tenzij bij een gekke koeienziekte of een dioxinecrisis die een morele paniek oproept. Dat de veeteelt veertig procent meer bijdraagt aan het broeikaseffect dan de transportsector en de hoofdoorzaak is van de klimaatverandering zeggen we ook liever niet.

.

.

Waarom priesters voor krijgers komen[bewerken]

.

Aanhalingsteken openen

De religie is de zucht van de in benauwenis verkerende creatuur, het gemoed van een harteloze wereld, zoals zij de geest van de geestloze toestanden is. Zij is de opium van het volk.

Aanhalingsteken sluiten
Karl Marx

.

Tekstfragment uit Sapiens van Yuval Noah Harari, (p. 228).

.

Yuval Noah Harari (1976) is een Israëlisch historicus, filosoof, futuroloog. Tot 2014 was hij een onbekende mediëvist. Drie boeken gaven hem wereldfaam: Sapiens, Homo Deus en 21 lessen voor de 21e eeuw. Zijn boodschap gaat over de samensmelting van biotechnologie en informatietechnologie. De mens kan ingehaald worden door zijn eigen creaties en het valt niet uit te sluiten dat de mens zoals die nu bestaat, binnen een eeuw verdwenen is.
Vere Gordon Childe (1892-1957) was een Australische filoloog en archeoloog. Zijn visie op de prehistorie is marxistisch georiënteerd. Hij bedacht de term 'Neolithic Revolution' en de 'Urban Revolution'. Childe combineert zijn ontdekkingen en de theorie van de prehistorie.
Aanhalingsteken openen

Het lijkt erop dat de agrarische revolutie samenging met een religieuze revolutie. Jager-verzamelaars plukten en achtervolgden wilde planten en dieren, die beschouwd konden worden als gelijkwaardig aan Homo sapiens. Het feit dat de mens op schapen joeg maakte schapen niet inferieur aan de mens, net zomin als het feit dat tijgers op mensen joegen de mens inferieur maakte aan tijgers. Wezens communiceerden rechtstreeks met elkaar en kwamen met het nodige geven en nemen uit op de regels die golden in hun gedeelde leefgebied. Maar boeren bezaten en manipuleerden planten en dieren en konden zich natuurlijk niet verlagen tot onderhandelingen met hun bezittingen. Het eerste religieuze effect van de agrarische revolutie was dus dat planten en dieren van gelijkwaardige leden van een spirituele Ronde Tafel veranderden in bezit. Dat creëerde echter wel een groot probleem. Boeren wilden misschien de absolute controle over hun schapen, maar ze wisten maar al te goed dat die controle beperkt bleef. Ze konden de schapen opsluiten binnen omheiningen, rammen castreren en selectief te werk gaan bij het fokken van ooien, maar ze konden niet zorgen dat hun beesten gezonde lammeren verwekten en ze konden ook de uitbraak van de dodelijke dierziekten niet tegengaan. Hoe moesten ze de productiviteit van hun kuddes dan waarborgen? Een theorie over de oorsprong van de goden voert aan dat goden er kwamen omdat ze het probleem oplosten. Goden zoals de vruchtbaarheidsgodin, de hemelgod en de medicijn-god traden op de voorgrond toen planten en dieren hun uitdrukkingsvermogen verloren, en de belangrijkste rol van de goden was die van tussenpersoon tussen mensen en de woordeloze planten en dieren. Oude mythologieën vormen in wezen een juridisch contract waarin mensen eeuwige toewijding aan de goden beloofden in ruil voor heerschappij over planten en dieren, waarbij de eerste hoofdstukken van het Genesis (boek) een perfecte illustratie vormen.

Aanhalingsteken sluiten
Yuval Noah Harari

.

.

Klimaatsverandering

.

De neolithische revolutie, een begrip van Vere Gordon Childe, duidt de overgang van het nomadische naar het sedentaire bestaan aan, waarbij de economie of het overleven zich vooral baseert op landbouw en veeteelt. 11.000 jaar terug dwingt de klimaatsverandering van de (voor)laatste ijstijd één van de vele kudderoofdieren tot aanpassing. Dat dier noemen we nu de mens. De opwarming verandert fauna en flora. De jacht waarbij de mens de wijfjesdieren spaart, is niet langer mogelijk. Integendeel, de overbejaging leidt tot het uitsterven van de Mammoet of het wegtrekken van diersoorten.

De mens reageert op verschillende wijzen.

  • Sommige groepen volgen de Rendieren die noordwaarts trekken. Daar, in Noord-Europa, Azië en Amerika houden ze vast aan die traditionele jacht en visvangst, tot de recente klimaatcrisis hen treft.
  • Andere houden vast aan het nomadisch bestaan, waarvan sommigen tot op heden: denk aan de Bedoeïenen, de Roma, de Sinti, de Toeareg, Mongoolse veehouders, de Moken en de Masai.
  • Nog andere groepen passen zich aan. De petieterige, snelle prooien in een gematigd en bosrijk klimaat vragen een andere jacht: de mens organiseert zich in kleinere eenheden, verbetert zijn pijl en boog en domesticeert de Wolf_(dier) als voorganger van de hond.

Maar de jacht en de pluk volstaat niet langer om te overleven. De menselijke kudde moet op zoek naar andere bestaansmiddelen en andere vormen van samenleven. Nomaden gingen over tot landbouwsamenlevingen. Op lange termijn beschouwd, gebeurde dit vrijwel synchroon. Eerst in Zuidwest-Azië, vervolgens in China en daarna in drie gebieden in Amerika en in het hoogland van Papoea-Nieuw-Guinea. Waarom gebeurde dat onafhankelijk van elkaar? Was het omdat de klimaatsverandering de hele aarde trof?

De opwarming na de laatste ijstijd (het holoceen) zorgt voor meer regenval en de groei van fauna en flora. In gebieden waar tot dan toe weinig begroeiing was geweest, kwam nu begroeiing.

.

.

Abram de Swaan noemt de zes belangrijkste voorwaarden die het veilig sedentair overleven tot een sociaal gegeven maken en komt hiermee in de buurt van de Piramide van Maslow.[17] Alle mensen hebben nood aan:

Harde noden
  1. Voedsel; waar mensen in de huidige samenleving volledig afhankelijk zijn van onbekende anderen (met lange interdependentie-ketens), is men dat 10.000 jaar geleden veel minder (en met korte ketens).
  2. Beschutting; het weer dwingt mensen tot kledij en behuizing.
  3. Bescherming; rovers en roofdieren (ook microben) zorgden ervoor dat er omwallingen en ommuringen kwamen en leidden tot militair agrarische samenlevingen.
Zachte noden

Op het eerste zicht lijken zachte noden een bijzaak, ondergeschikt aan de harde noden. Maar niets is minder waar. Zonder affectie, kennis en sturing gaan de voedselproductie en -verdeling, de beschutting en de bescherming van de dorpsgenoten compleet de mist in.

  1. Affectie; is een noodzakelijke voorwaarde om te overleven en kan een zaak van leven of dood zijn. Mensen zien zichzelf door de ogen van anderen. Zonder de ander heeft een mens schaamte noch trots.
  2. Kennis; wie niet over de kennis over de wereld om hen heen beschikt, is zwaar in het nadeel. Over welke kennis men dient te beschikken, is afhankelijk van samenleving tot samenleving en van tijd tot tijd;
  3. Sturing; Lichamelijke, natuurlijke neigingen zoals ontlasten, eten, slapen worden onder externe dwang omgevormd tot aanvaardbare gewoonten en zelfdwang.

.

.

Zaaien en oogsten is geen instinctgedrag

.

Na de Middeleeuwen krijgt de mens steeds meer grip op de werkelijkheid én ja, het ongrijpbare, de tijd. De "Jubelklok" in de Zimmertoren symboliseert dit met de klok (tijd), de fasen van de maan, de cyclus van Meton, de epacta en de tijdsvereffening, de zodiac, de zonnecyclus en de zondagsletter, de week, de globe, de maanden, de datum, de seizoenen, de getijden en de schijngestalten van de maan.
Kalendersteen van de Azteken, Mexico.
Het gevecht tussen Carnaval en Vastentijd, Pieter Bruegel de Oude, 1559.

Zo opent de vroeg antieke wereld haar dorpspoorten. Het gehucht plaatst zich midden in de wilde natuur als een landbouwgemeenschap. Waarschijnlijk ontstaan de eerste dorpen bij gebieden met wilde granen. Die hebben een vergelijkbare plantdichtheid als de gecultiveerde variant en zijn rijker aan proteïnen. In West-Azië en Europa gaat het om graan, in Afrika is dit sorghum, in Amerika maïs, in Azië rijst.

Jaren met een goede oogst én voedseloverschotten zorgen voor afvalbergen. Oude granen, overschotten van groenten en fruit(pitten) worden in de nabije omgeving gedumpt, zo luidt de redenering. Die afvalhopen vormen een prima biotoop om een jaar later onbedoeld een nieuwe opbrengst te zien opduiken. Duizend jaar later zijn deze planten genetisch gewijzigd. Omstreeks 10.500 jaar geleden zijn niet alleen plantensoorten gedomesticeerd, het verhaal geldt evenzeer voor de dieren: de gecontroleerde kudde maakt plaats voor de veeteelt.

Gewassen verbouwen gebeurt niet instinctmatig. Het is een langzaam leren op het ritme van seizoenen en jaren, en dat in een tijd zonder klok of jaartelling. Die oude, intuïtieve tijdsbepaling is aanvankelijk niets anders dan zich herhalende ervaringen, gemeten met de zon, de maan en de sterren die uiteindelijk tot een kalender leiden. De kennis behoort toe tot getalenteerde groep met een goed waarnemingsvermogen en enkel hun geheugen als kennisdrager. Die groep groeit uit tot de priesterkaste. In oorsprong zijn hiërarchie en ‘priesterbestuur’ synoniemen. Als centrale figuren interesseren ze zich in hoe planten, dieren én mensen het best gedijen. De oogst is afhankelijk van de natuur en nauwelijks te beïnvloeden. De arbeidscultuur daarentegen is wel beïnvloedbaar. Presbyters, πρεσβύτερος of presbuteros - het woord komt uit het Grieks - betekent de oudste of ouderling. Die priesters en heksen, sjamanen en druïdes, medicijnmannen en tovenaars hebben het inzicht dat de mens meer beheersbaar is dan de natuur en proberen de natuurlijke en menselijke gevaren te beheersen. Hun kennis en inzicht focust op ziektes bij planten en dieren, hoe ze te voorkomen of ze te genezen, ze leren periodes van droogte of regen voorspellen, wijzen parasieten en onkruid aan en leggen uit hoe het te verdelgen. Ze instrueren, beïnvloeden en dwingen mensen één en ander te vermijden: de pijnlijke gevolgen van het fout zaaien of het te vroeg oogsten, het slecht bewaren of het fout verdelen.


Tien geboden

.

Aanhalingsteken openen

En gij zult niet begeeren uws naasten vrouw, en zult u niet laten gelusten uws naastens huis, noch zijnen dienstknecht noch zijne dienstmaagd, zijnen os noch zijnen ezel, noch iets dat uws naasten is.

Aanhalingsteken sluiten
Decaloog

En dan is er de mens als gevaar: nalatigheid, luiheid, gulzigheid en hebzucht. Hoe zet je iedereen aan het werk? Hoe voorkom je dat de gulzige na de oogst niets overlaat? Collectieve rituelen starten en beëindigen de gulzigheid: een oogstfeest in één van de twee oogstmaanden (augustus of september), het feest van Sint-Maarten (de Kortrijkse patroonheilige) komt er op 11 november, als de runderen terug op stal staan en de eerste wijn klaar is. Dit soort bedelfeesten laat de armen toe om van huis tot huis te gaan en een extra graantje mee te pikken. Andere bedelfeesten zijn Sinterklaas en Driekoningen , soms gevolgd door een vastenperiode, de vasten in het voorjaar (als de voorraden bijna op zijn), voorafgegaan door een ander feest: Carnaval. De betekenis van dit feest gaat terug op het Italiaanse carne levare wat het 'wegnemen van het vlees' betekent. En bij de geboorte van de jonge malse lammeren, na de vasten volgt het paasfeest. Het verbod op schaars voedsel (runderen in het Hindoeïsme, varkens in het Jodendom en de islam) kadert in deze context. Godsdienstige rituelen disciplineren planten, dieren én mensen. De offerande vindt zijn oorsprong in het feit dat priesters afhankelijk zijn van de gelovigen. Het offer verdwijnt in hun maag. De priesters zijn in de ogen van de boeren een onproductieve kaste. In onze streken komt die priesterfiguur als druïde ten tonele. Caesars maakte er melding van. In Gallië, zo schrijft hij, zijn alle mannen met enig aanzien ofwel druïde of van adel, of met andere woorden ze zijn priester of krijger. De druïden zijn geleerden die over het ongeschreven gewoonterecht waken. Door het verbod om druïdische kennis neer te schrijven zijn er geen druïdische documenten. Caesar vermeldt dat de Galliërs wel een geschreven taal hebben maar vergist zich van het alfabet. Dat was niet Grieks maar het Latijns. 'Dé stelling in hun leer,' zegt Caesar, 'is dat de ziel niet sterft en na de dood overgaat in een ander lichaam'.

Het druïdeschap is niet erfelijk, het is vrijgesteld van belastingen en vraagt een lange opleidingstijd die twintig jaar kan duren. Daarna functioneren de druïdes als beschermer van de stam, dat kan diplomatisch (oorlog en vrede, de externe veiligheid) en als politiek (interne veiligheid) raadsheer. Hun raad en voorspellingen baseren ze op kennis over de natuur en de astronomie. Ze fungeren als het geheugen van de clan, houden kalenders bij over gunstige en ongunstige dagen en voeren rituelen in een eikenwoud. Gallische of Keltische tuinen of heidense tuinen van voor de kerstening zijn net als hun geschriften moeilijk te vinden, met bomen gaat dat iets makkelijker. De oudste evergreens in België zijn doorgaans Keltische eiken of linden. Voor de Romeinse historici uit de eerste eeuw voor Christus zijn 'Kelten' en 'Galli' synoniem. Caesar: 'We noemen hen Galliërs, in hun taal noemen ze zich Kelten.' Voor deze Kelten is de lindeboom een heilig monument dat ze planten in het centrum van hun nederzettingen. De godin Freya huist er. Ze beschermt bron, bezit en bidplaats. Bij de linde spreekt de Vierschaar recht en geliefden duwen duimen in de bast om hun huwelijk te bezegelen. Een lindetak jaagt heksen en geesten op de vlucht. Vaak staat er bij de linde of de eik een veel jonger Mariakapelletje. De kerstenende monniken krijgen de heidense boomverering in de Middeleeuwen er niet uit, de pas gekerstende bleef knielen voor wortel en tak. Met een kapelletje erbij lijkt het alsof ze Maria vereren.

Deze zomereik in het centrum van Liernu zou zevenhonderd jaar oud zijn. De Orde van de Dikke Eik zorgt voor zijn voortbestaan met toga's en wapenschilden. De abt van Liernu bouwde in 1838 in de holle stam een kapel voor de heilige Antonius. De kapel groeit traag dicht en enkel de voeten van Antonius zijn nog zichtbaar. Is de boom even oud als de kerk of is het een overlever uit het 'Kolenwoud' een oerbos dat Julius Caesar beschreef in zijn De Bello Gallico?
Hier en daar kan je ze vinden
  • De marktlinde in Westerlo, geplant in 1630 op de fundamenten van de vernielde halle.
  • De duizendjarige eik van Lummen in het gehucht Mellaar ten noorden van de Dikke Eikstraat;
  • De zomerlinde van Maibelle (een gehucht in Florée, op de grens tussen Namen en Luik) is waarschijnlijk rond 1272 geplant en is beschreven door de botanicus Jean Chalon in zijn boek 1.134 Arbres Remarquables de la Belgique uit 1909 of 1910. 'Ik ben teruggekeerd naar de linde van Maibelle' schrijft hij. 'Het is niet meer de holle cilinder met een toegangsbres zoals in 1871, maar een muur die evenwijdig loopt met de weg.' De holle binnenkant was berookt. Werden hier gerechten klaargemaakt of was het een werkplek voor voorbijtrekkende ketellappers? Wellicht is de boom er geplant om de grens te markeren na de Guerre de la Vache, een zes jaar durende strijd die 15.000 doden koste omwille van een gestolen koe tussen het graafschap Namen en het prinsbisdom Luik.
  • De Linde van Conjoux in een landschap vol kastelen, 400 jaar oud en mogelijks de dikste van België.

.

.

Een kwetsbaar en noest bestaan[bewerken]

Stoockt vier, maeckt vier: / Sinte Marten komt hier / Met syne bloote armen / Hij soude hem gheerne warmen? De Duitse kunstschilder Heinrich Hermanns (1862-1942) schilderde dit tafereel bij het Düsseldorfer Rathaus in 1905. In Kortrijk is het bedelfeest van Sint Maarten (Kortrijk is een Sint-Maartensstad) nauwelijks aanwezig.

.

Sociaal-religieus gedrag zoals vlijt, zuinigheid en gemeenschapszin garanderen de voedselproductie, de conservering en de consumptie. De opgedreven graan- en vleesproductie (via domesticatie) resulteren in:

  1. een dieetvariatie (zuivel, fruit, groenten). In een eerste fase is er een dieetreductie. Voedselverzamelaars hebben een menukaart met ingrediënten van 150 planten en zes dieren. Boeren doen het met acht planten en twee dieren. De voedingswaarde van graan is lager dan die van fruit, knollen, noten of vlees.
  2. een textielvariatie (wol, linnen, katoen).
  3. de ontwikkeling van keramiek (bewaren en koken).
  4. specialisaties (weven, pottenbakken, boeren, jagen).
  5. handel (door het zoutarme dieet).
  6. eigendom (land, vee, huis en gerief) en armoede.

.

.

Kwetsbare gemeenschappen

.

Deze gemeenschappen zijn arbeidsintensiever én kwetsbaarder dan nomadische gemeenschappen. Om te overleven in schaarste, moet het productieniveau de directe behoefte overstijgen. Dit vraagt planning, opslag, bewaring en verdeling, een systeem dus. De voedseltoename heeft een demografisch effect: ze veroorzaakt een bevolkingsstijging en een samenleving die nog kwetsbaarder is dan voorheen, de zogenaamde Malthusiaanse spanning. Gemeenschappen getroffen door een misoogst zoeken hun toevlucht tot bedelarij, plundering, diefstal of banditisme. Dat kan individueel of collectief.

.

Productieve gemeenschappen

.

Gemeenschappen die productief zijn, kunnen kinderhuwelijken als legitiem gaan beschouwen, om sneller tot een demografisch overschot te komen en aldus krijgers te produceren. Jongens laten huwen als ze vijftien zijn, verkleint de generatiekloof en vergroot de jonge, beïnvloedbare en strijdbare bevolking. Mohammed huwde een meisje van zes en consumeerde het huwelijk toen ze negen was. Hij legitimeerde zodoende de kinderhuwelijken die bij IS en in het huidige Irak en Jemen gebruikelijk zijn.[18] Aanvankelijk, als de eerste sedentaire gemeenschappen ontstaan, valt er niet veel te plunderen en er zijn weinig gemeenschappen. Dat maakt het aannemelijk dat de priesters voor de krijgers komen.[19] Bovendien regelt religie de prille eigendomsverhoudingen. Het tiende gebod van de decaloog inventariseert het vroege bezit en hoe er mee om te gaan: ‘En gij zult niet begeeren uws naasten vrouw, en zult u niet laten gelusten uws naastens huis, noch zijnen dienstknecht noch zijne dienstmaagd, zijnen os noch zijnen ezel, noch iets dat uws naasten is.’ De plicht de buren in het oog te houden, helpt hierbij. ‘Geen zedenmeester zo effectief als de mening van de buren’ schrijft een predikant.[20] In die tijd is er weinig plaats voor privacy overdag: mensen leven dicht op elkaar. Privacy behoort toe aan de nacht.

.

.

Angst voor het duister: ‘A good darkie’[bewerken]

Aanhalingsteken openen

De eerste persoon die ik ontmoet, zal sterven of zijn geld afgeven, want de nachten zijn nu duister; en ik ben vastbesloten dat voordeel te benutten.

Aanhalingsteken sluiten
Philip Thomas
Aanhalingsteken openen

De goede mensen houden van de dag, de slechte van de nacht.

Aanhalingsteken sluiten
Frans spreekwoord.
Tekstfragment uit De comeback van de muur van Henk van Houtum, in
De Standaard, donderdag 20 augustus 2015, p. 21.

.

Henricus Jacobus (Henk) van Houtum (1969) is een Nederlands econoom en deskundige in de politieke geografie.
Aanhalingsteken openen

De hekken en muren dienen vaak vooral een politiek en psychologisch doel. Alleen wanneer ze zwaar worden bewaakt, slagen ze erin om migranten of terroristen te weren. Zo nam het aantal zelfmoordaanslagen in Israël sinds de bouw van de muur op de Westelijke Jordaanoever sterk af, wat volgens de Israëliërs duidt op het succes ervan. Maar veel grensafscheidingen maken het mensen hooguit moeilijk om de andere kant te bereiken. Ze gaan toch. De bestormingen door Afrikanen van de gemiddeld zes meter hoge hekken rond de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla in Marokko zijn bekend. Vaak slagen ze er toch in om Spaans grondgebied te bereiken, weliswaar met flinke verwondingen. De hekken tussen Botswana en Zimbabwe worden nauwelijks bewaakt en liggen door rondtrekkende kuddes olifanten deels alweer plat. Zijn hekken en muren wél een grote belemmering, dan verleggen mensensmokkelaars simpelweg hun routes. Waarna ook daar de bewaking weer wordt opgeschroefd. Hongarije bouwt nu een vier meter hoge muur aan de grens met Servië. Als dat gat is gedicht, kan het land beginnen aan een muur aan de grens met Roemenië. Eerder trokken Bulgarije en Griekenland hekwerken op langs hun grenzen met Turkije. Zo keren ruim 25 jaar na de val van de Berlijnse Muur, de muren en hekken langzaam weer terug in Europa. Met weinig effect. Het aantal asielaanvragen na illegaal rondreizen in de EU stevent dit jaar af op een record.

Aanhalingsteken sluiten
Henk van Houtum, Centre for Border Research.
In 1798 publiceerde de misantroop Thomas Malthus zijn Essay over het Principe van Bevolking waarin hij de demografische transitie beschrijft en voorspelde dat de bevolkingsgroei de voedseltoelevering zou overtreffen. Hij baseerde zich op het idee dat de bevolking meetkundig stijgt (2 x 2 x 2 x 2) terwijl de voedselproductie rekenkundig (2 + 2 + 2 + 2) groeit in dezelfde tijd. De daling van de hoeveelheid voedsel per persoon leidt steeds weer tot een catastrofe. Volgens Malthus kan zelfbedwang, contraceptie en abortus de catastrofe vermijden.

.

.

Spoken zien

.

In deze agrarische, onzekere en gewelddadige wereld heeft de mens nauwelijks greep op de dingen en is er een radicale scheiding tussen dag en nacht. Heggen, hekken en bomen - natuurlijke oriëntatiepunten - leiden 's nachts een eigen leven. Mensen en meubels zien er anders uit. Honden en wolven lijken op elkaar. Nachtwakers en torenwachters roepen op hun ronde rituele nachtspreuken, een gebruik dat tot op vandaag ritueel doorgaat in de Duitse stad Münster in Noordrijn-Westfalen. Vanop de 75 meter hoge Lambetikirche waakt de Türmerin von Münster over de nachtelijke stadsgemeenschap. Om haar aanwezigheid te benadrukken blaast de torenwachter elk half uur op een koperen hoorn, telkens in andere windrichtingen, behalve naar het oosten, want daar lag het vroegere kerkhof. Doden stoort men niet tijdens hun rust. Martje Saljé, zo heet de torenwachtster is sinds 2014 de enige permanente torenwachter in Duitsland. Eén keer merkte ze als eerste een brandhaard op. In plaats van het traditionele staccato alarm te blazen, gebruikte ze haar telefoon. Deze nachtelijke traditie is er al sinds 1383 in Münster, na de grote stadsbranden van 1127, 1197 en 1383. Niet dat elke cultuur nachtangst heeft, Vikingen houden van nachtelijke aanvallen, maar de Westerse afkeer van het donker duurt tot het rationalisme en de Verlichting, de professionele politie en het gaslicht in de 19de eeuw) en het elektrisch licht in de 20ste eeuw opduiken.[21] In dit vroege magische en symbolische tijdvak houdt de controle van het centrale gezag immers op als de schaduwen langer worden en de zon onder de horizon zinkt. Geestelijke en seculiere functionarissen stoppen dan hun arbeid. Het kerkelijke en statelijke toezicht is in de nachtelijke duisternis buiten werking. Uilen klapwieken als voorbode van de dood over bos en akker, scheren langs stadswallen en door dorpsstegen. Ze krijsen als samenzweerders en jagen muizen en mensen de daver op het lijf. De nacht valt niet, hij overvalt. Hij berooft de reiziger van het zintuig waar hij het meest beroep op doet.

.

De Brusselse Hallepoort luidt de avondklok, la cloche, voor de stadspoorten sluiten. Reizigers of vreemdelingen kunnen zich maar beter reppen.
Behalve op dinsdag beklimt een van de laatste Europese torenwachters de kerktoren van de Sint-Lambertuskerk om er van negen uur tot middernacht elk half uur op de hoorn te blazen. Let op de drie kooien boven de klok: dat is een verhaal uit de zestiende eeuw, meer bepaald in 1536.

.

De omheining

.

Omheinen is een constante in de geschiedenis, maar bij momenten wordt er meer omheind dan op andere. Na 9/11 steeg hun aantal spectaculair - de gedachte dat de wereld een dorp zou worden had weer even afgedaan. De hekken, barrières en de muren verrezen om te beschermen en aanslagen te voorkomen, maar meestal om migranten te stoppen. Dat was tienduizend jaar geleden niet anders. Met het ontstaan van de vroege, vaste verblijfskernen, verschijnen veldjes en akkers. Om vernieling en vraat te vermijden, vijandig vee en vreemde nomadengroepen voor te zijn, vlocht men er een dichte, stekelige beplanting rond en de tuin verschijnt in de wildernis.

Jericho (Kanaän) is de oudste (teruggevonden) stad ter wereld. Jericho is ouder dan de beschavingen langs de Tigris en de Eufraat, met een ongeschreven geschiedenis die teruggaat tot tienduizend jaar geleden. Dat deze oase een trekpleister was, is duidelijk: Jericho zou zeker twintig keer verlaten zijn en heropgebouwd. De eerste huizen waren er rond, later rechthoekig en stonden binnen een omwalling. Toen de wrede opvolger van Mozes, de krijgszuchtige Jozua en de Israëlieten voor Jericho's muren stonden, deed hun kabaal de stadsmuren instortten, aldus de bijbel. Wat de bijbel niet vertelt, is dat de muren toen wellicht drie millennia oud waren en bovenop nog oudere stenen muren stonden... Jozua's verovering van Kanaän begon in Jericho. Hij liet alle inwoners en hun vee ombrengen, wat in strijd was met Mozes' instructie om de jonge maagden te sparen. Wellicht kwam de koning van Jericho levend bij Jozua. Die liet hem aan een boom ophangen tot de avond viel.

Een omheining of een muur hoefde niet altijd van steen te zijn. De in onze contreien veel voorkomende de wilg, de hazelaar en de meidoorn vormen een vlechtbare omheining met twee- of driejarige takken, soepel en buigzaam. Zo'n omheining noemt een tuun of een tuin, in het Duits Zaun of omheining. Fence is dan weer Engels voor hek of omheining, afgeleid van 'defence' of het verdedigen en het beschermen (defensie). Dat kon op diverse wijzen: met greppels en houten structuren, met heuvels of gestapelde keien. Vandaar gaat de naam over op een omwalling, vestingswerken die de ruimtelijke ordening vorm geven. Het tegengestelde van defensie is het offensief (militair) of het verlaten van de stellingen (of). Een schild of een draagbare 'muur' kon dan van pas komen. Het werkwoord 'bevestigen' betekent niet alleen het creëren van een vesting, het duidt vooral op de sociale context die hiermee ontstaat. Bevestigen is het erkennen van iemands identiteit, zijn positie of waardigheid, in tegenstelling tot zij die van buiten komen, de vreemdelingen of 'de buitenlui' zoals Auke van der Woud hen noemt in zijn proefschrift uit 1987 Het lege land. Buitenlui vielen op. Hun kledij, hun spraak, hun bagage of handelswaar... alles verraadde hen. Zelfs hun gebaren en hun houding maakte hen herkenbaar. Tot de industrialisatie begrenst elke stad zich fysiek met een voelbare overgangszone. De tocht van exterieur naar interieur loopt langs de wal, de gracht en de poort. Ze zorgen dat de buitenlui niet onopgemerkt blijven. Hun poortgeld betaald aan de 'poortier' en hun naam in het register bij overnachting in een herberg zorgen ervoor dat ze buiten de gaststad staan, ook al zijn ze binnen. De stad vormde een entiteit en een symbolisch bewustzijn.[22]The Young Farmer's Manual van S. Edwards Todd uit 1860 geeft de Amerikaanse kolonisten, zes jaar voor de burgeroorlog en een ruim decennium voor de geboorte van de prikkeldraad raad. 'Het maakt niet uit waar de boerderij zich bevindt, het maakt niet uit wat ze teelt: de eerste, tweede en laatste zorg voor de dagelijkse bedrijfsbezigheden is afrastering, afrastering en nog eens afrastering.'[23] Het deed hen experimenteren met doornen heggen zoals de oranjeappel. Er verschenen advertenties die de plant prezen als 'horse high', 'bull strong' en zo nesteldicht dat geen varken er door drong. De nadelen bleven gecamoufleerd: de trage groeitijd, de waterzucht en haar asielfunctie voor insecten, ongedierte en onkruid. Jacob Haish (1826-1926) uit Duitsland emigreerde naar de V.S. toen hij zes was en zou zich toeleggen op omheiningen, eerst als zadenverkoper van de oranjeappel, later als mede-uitvinder van de prikkeldraad. Hij wist hoe belangrijk afsluitingen waren voor de boeren op de prairie. Het is zoals de journalist Dick Wittenberg, de auteur van 'Prikkeldraad' zegt: dat kon alleen maar in de V.S. worden uitgevonden.

.

.

Kerktorens hebben door hun beschutting en hun uitzicht ook een militaire functie. De 13e-eeuwse luidklok van de kluiskerk te Warfhuizen, een van de oudste van Nederland, waarschuwde de bevolking voor onraad. De klok was de stem van het haantje op de toren (kippen en ganzen helpen vanouds een bij de bewaking van het erf). Klokken zijn kostbare symbolen, gegoten door klokkengieters, die in tijden van oorlog de klokken konden omsmelten en er kanonnen van maken.
De Spaanse stad Ávila is sinds 1090 omringd door een stadsmuur van twee en een halve kilometer.
Dichter bij huis vind je de stad Binche, sinds de veertiende eeuw omringd door deze muur.
Historische hekken en muren weren van mensen
Minder bekend zijn
  • het hekwerk tussen Turkije en Griekenland;
  • het hekwerk tussen Oezbekistan en Turkmenistan;
  • het hekwerk tussen Botswana en Zimbabwe;
  • het hekwerk tussen India en Birma;
  • het hekwerk tussen Maleisië en Brunei...

.

.

Avondklok

.

De avondklok of een luide bel kondigt het sluiten van de poorten of het barricaderen van de straten aan. Het woord 'clochard' kent er zijn oorsprong: wie geen onderdak vindt. Grendels en sloten schuiven dicht. Kaarsen flakkeren en spetteren, roken en stinken in kleine halfduistere binnenkamers en worden gedoofd. Immers, Brand ligt op de loer en wapens binnen handbereik. Met een couvrefeu, een bolle aardewerken pot dekt men de vuren af. Voor de biddende en slapende massa begint de kwelling. De onvermijdelijke angst is een overlevingsstrijd: de boer biedt het hoofd aan dieven, soldaten en bestrijdt het onbekende met hardhandig en verbaal geweld. Wapendracht (messen, spiesen, bogen, zwaarden), vreemdelingenhaat (of is het dorpspatriottisme?) en schunnig taalgebruik, magie en toverij maken deel uit van het dagelijks leven als water en brood, de vuiligheid en de stank. Voor spoken, heksen en demonen, voor indringers, dieven en struikrovers, voor plunderaars, kinderlokkers en moordenaars begint ‘a good darkie’, de ideale nacht om te roven, te bezweren en te stelen, om de sabbat te vieren of te moorden. In deze magische, agrarische, onzekere, gewelddadige en symbolische wereld heeft de mens nauwelijks greep op de dingen en zeker niet op 'de tijd'. Tot diep in de middeleeuwen is er geen klok die de tijd ‘minutieus’ indeelt, er is enkel het gebed: de metten rond middernacht, het lof om drie uur 's morgens, de metten bij het ochtendgloren, de vespers om zes uur ’s avonds en de completen tegen bedtijd. Het zijn de “getijden des daags” zoals de mediëvist Johan Huizinga het in zijn ‘Herfsttij der middeleeuwen’ uitdrukt. De zes weekdagen en een rustdag structureren het scheppingsverhaal en verklaren de weekcycli. Achter die indeling steekt ervaring en observatie van geleerde enkelingen waarvan de ongeschoolde de herkomst nauwelijks kent. De tijdsmeting en de geschiedenis baseren zich op de cyclus. Zon en sterren zijn de wijzers op het uurwerk van de natuur, ze wijzen naar kerkelijke sacramenten, jaarfeesten of heiligendagen. Daardoor heeft de middeleeuwse geschiedenis een praktische component. De geschiedenisstudie beperkt zich tot de lezende en schrijvende elite: adel, geestelijkheid en niet te vergeten de tovenaars of tovenaressen (het begrip heks is van latere oorsprong). Zij verzamelen kennis en beslissen op basis van hun ervaring en hun inzichten (die alleen bij te houden zijn door het geschreven woord) wanneer boeren bijvoorbeeld mogen zaaien of oogsten.

.

.

Kijken

.

.

Examen[bewerken]

.

A-vragen

.

A good darkie, angst, avondklok, Berlijnse muur, Chinese muur, clochard, decaloog, domesticatie, Gazastrook, grens tussen Mexico en de Verenigde Staten, jager-verzamelaar, klimaatsverandering, muur van Hadrianus, neolitische revolutie, Oetzi, omheinen, paradeisos, piramide van Maslow, tijdsmeting, wilde granen.

.

.

B-vragen

.

  • Leg uit. De vuurdomesticatie kent een lange voorgeschiedenis.

.

  • Leg uit: Abram de Swaan noemt zes belangrijke voorwaarden die het veilig sedentair overleven tot een sociaal gegeven maken en komt hiermee in de buurt van de Piramide van Maslow.

.

  • Leg uit: Zaaien en oogsten is geen instinctgedrag

.

  • Leg uit: Wat is het belang van klokken en kalenders? Wat weet je over de Zimmertoren of de Kalendersteen van de Azteken?

.

  • Leg uit: Hoe paradoxaal ook, de toenemende beheersing van vuur en technologie, de beheersing van planten- en dierenwereld, verhoogt de menselijke afhankelijkheid en kwetsbaarheid.

.

  • Leg uit: Gewassen verbouwen gebeurt niet instinctmatig. Betrek deze woorden in je antwoord: seizoenen, zon, priester, kalender, het schrift, hiërarchie, oogst, gulzigheid, rituelen , vasten.

.

  • Leg uit: Tienduizend jaar geleden resulteert sociaal-religieus gedrag in voedselproductie, conservering en consumptie.

.

  • Leg uit: De misantroop Thomas Robert Malthus beweert in 1798 dat bevolkingsgroei de voedseltoelevering zou overtreffen. Hij baseerde zich op het idee dat de bevolking meetkundig stijgt terwijl de voedselproductie rekenkundig groeit.

.

  • Plaats in chronologische volgorde en leg uit: 1. Begin van het Pleistoceen. 2. Berlijnse muur. 3. Domesticatie van het paard. 4. Muur van Hadrianus. 5. Ötzi. 6. Noordwest-Europa sedenteert, net als in Limburg. De Neolithische revolutie voltrekt zich er snel.

.

  • Plaats in chronologische volgorde en leg uit: 1. Eerste stadstaten: Ur en Uruk. 2. In het Middellandse Zeegebied, Griekenland en de Balkan begint de sedentatie. 3. Spijkerschrift. 4. Uitvinding van het Wiel. 5. Geboorte van Christus. 6. De muur van Hadrianus.


.

.

C-vragen

.

  • Periodiseer en karakteriseer de prehistorie. Met ander woorden: wanneer begint en eindigt de prehistorie en welke zijn de voornaamste kenmerken van deze periode. Welke veiligheidsproblemen kent de jager-verzamelaar en hoe loste hij die op? Trek een parallel naar het heden. Ken je een boek of een film die deze periode belicht? Wat zijn de belangrijkste uitdagingen in deze periode?

.

  • Wie was er eerst? De priester of de krijger?

.

  • Het aantal ontwikkelingen en uitvindingen in de aanloop naar het Neoliticum is indrukwekkend. Wat ging aan de sedentatie van de mens vooraf?

.

  • Wat is het verschil tussen Evolutie en Revolutie? Illustreer met voorbeelden.

.

  • Wat weet je over de eerste potten en kommen, manden en vlechtwerk. Wat is hun betekenis?

.

  • Verduidelijk: De mens reageert op verschillende wijzen op de klimaatswijziging van 10.000 jaar geleden.

.

  • Waarom zijn sedentaire gemeenschappen arbeidsintensiever én kwetsbaarder dan nomadische gemeenschappen? Welke verschillen zie je tussen beide?

.

  • Wat is de vroege betekenis van carnaval, de vastentijd, het oogstfeest, het verbod op gulzigheid, Pasen, ijsheiligen?

.

.

Nota's

.

.

.

.

.

.

.

LES Vc: DE KLASSIEKE OUDHEID, 3.500 VC - 476 NA[bewerken]

Oswald Spengler (1880-1936) was een Duits geschiedfilosoof en cultuurhistoricus. Hij schreef in 1918 en 1922 zijn tweedelige De ondergang van het Avondland vol pessimisme over de westerse geschiedenis. Het maakte hem tot een van de grondleggers van het cultuurpessimisme. Spengler zag af van elk vooruitgangsidee, wat de nationaalsocialisten hem kwalijk namen.

.

Aanhalingsteken openen

De geschiedenis herhaalt zichzelf, maar nooit op dezelfde manier. Er zit een bepaalde regelmaat in, een zeker cyclisch patroon, maar elke golfslag is net anders, elke ronde heeft toch telkens zijn eigen karakteristieken. Zoals een voetbalwedstrijd steeds dezelfde regels volgt (hoewel de regels af en toe veranderen) maar geen enkele wedstrijd exact hetzelfde verloop kent, laat staan dat hij voorspelbaar zou zijn.

Aanhalingsteken sluiten
— Luc Goeteyn & Chris Jacobson

.

Aanhalingsteken openen

De Romeinen, die vanaf het begin hun invloed over heel Italië uitbreidden, konden zich nooit beroepen op de waanbeelden van raszuiverheid die later de wijze gingen besmetten waarop de Germanen over zichzelf dachten.

Aanhalingsteken sluiten
Robert Hughes, in: Rome: A culural, visual, and personal history (2011)


Cultuurpessimist Oswald Spengler[bewerken]

.

Oswald Spenglers cultuurgenese vergelijkt culturen met individuen: ze groeien op, worden volwassen en sterven. Aan de hand van de evolutie van beschavingen zoals de Egyptische, de Chinese, de Indiaans-Mexicaanse en de klassieke of Grieks-Romeinse) illustreert hij die theorie. De theorie is een reactie tegen de traditionele 'maakbare' Europese cultuur- en geschiedsopvattingen van de verlichting, de renaissance en het Christendom. De rationele samenleving zal stuk lopen. Spengler leefde de laatste jaren van zijn leven vereenzaamd in Hitlers favoriete stad München. Kort voor zijn dood in 1936 schreef hij dat het Duitse rijk binnen het decennium jaar zou verdwijnen.

.

Een komen en gaan van beschavingen[bewerken]

.

(Niet compleet overzicht.)

.

.

BEELDFRAGMENT HET OUDE EGYPTE

BEELDFRAGMENT HET OUDE GRIEKENLAND

.

Het ontstaan van een beschaving[bewerken]

Gedenkplaat in Parijs, Rue Brillat-Savarin 59.
Braudel

De historicus Fernand Braudel was zijn leven lang begaan met de geschiedenis van de Middelandse zee. Die leverde hem zijn drietrapsmodel op, bestaande uit structuur, conjunctuur en evenement. Met andere woorden: de geografie bepaalt de economie en de economie bepaalt het sociale, zo klinkt zijn redenering. De theorie is in tijden van klimaatsverandering misschien beter van onder het stof te halen. In de opening van zijn bekende trilogie uit 1949 benadrukt Braudel dat de Middelandse Zee - daar waar 'onze' Oudheid ontstond - een door hoge, brede en lange bergen omsloten zee is, op een paar open plekken en de Saharawoestijn na, een relatief voorspelbare binnenzee overigens, met weinig getij die haar zeer bevaarbaar maakt. Historici merken dit feit nauwelijks op.[24] Het gaat om de Spaanse Cordillera, de bergen van Libanon, de Anatolische bergen, de Kaukasus, de Atlas, het Dinarische gebergte, de Apennijnen, de Pyreneeën en de Alpen. Hij schrijft het zo: 'Het landschap van de Middellandse Zee bestaat dus niet alleen uit wijngaarden, olijfgaarden en tot steden uitgegroeide dorpen - dit is louter franje. Dichtbij, als het ware tegen de zee aangeplakt, liggen de hoge, opeengepakte bergen, een wereld met weinig huizen of gehuchten, maar met talloze hoge moeren en steile noordwanden waar niets meer doet denken aan dat deel van de Middelandse Zee waar de sinaasappelbomen groeien. De winters zijn er streng. Sneeuw valt er in overvloed, ook toen Leo Africanus in de winter door de Marokaanse Atlas trok en ongelukkigerwijze van al zijn bagage en kleren werd beroofd.' (p. 36) Het sneeuwwater en het ijs, zo ontdekte Braudel liet men niet onbenut. 'In het zestiende-eeuwse Turkije was sneeuwwater niet louter aan de rijken voorbehouden. In Konstantinopel, maar ook elders zoals in het Syrische Tripoli, schreven reizigers over kooplieden die voor weinig geld sneeuwwater, stukken ijs en waterijs verkochten. (...) In het hart van het warme Middelandse-Zeegebied vormen deze besneeuwde gebieden een uniek fenomeen.' Een tegenstelling die met een wantrouwen gepaard gaat, ontstaat tussen de mensen in de laagvlakte en die in de hoger gelegen gebieden. (p. 38) Lichtvoetig als berggeiten zakken ze de heuvels af om te stelen, schrijft een reiziger in de twaalfde eeuw. Het bergleven bleef achter op dat in de vlakte, de beschaving drong er niet door. Als bewijs haalt Braudel het gemak aan waarmee de nieuwe religies terrein winnen en hoe de bergen een paradijs bleven voor het boerenbijgeloof. De bergen zijn een geliefd oord voor een afwijkende cultuur uit een ver verleden. Die cultuur plukte de vruchten van haar centrale ligging tussen Europa, Azië en Afrika en hield stand tot na de renaissance en de reformatie. Toen verschoof het machtscentrum (daar waar beslissingen worden genomen en waar de rijkdom zich verzamelt) van de wereld aan de noordelijke Atlantische oceaan komt te liggen: de gouden eeuw van de Hollanders, de Fransen onder Lodewijk de XIV, het Engelse imperium in de negentiende eeuw en de Verenigde Staten in de twintigste.

.

.

De tijdzone van het Oude Rome[bewerken]

Voor de Turkse kust vinden onderwaterarcheologen in 1982 een scheepswrak uit de periode 1550-1200. Ze kunnen de lading bergen en stellen vast dat het om handel in ruwe materialen gaat. Bekijk de reportage van Isabel Newton.
Rome is volgens de legende gesticht door de tweeling Romulus en Remus in 753 voor Christus. De legende komt van Marcus Terentius Varro (116-27 v.Chr.), maar het blijft een legende. De werkelijke geschiedenis over het ontstaan van Rome is complexer.
Hannibal, een briljant succesvol tegenstander van de Romeinen in de Tweede Punische Oorlog trok met zijn olifantenleger uit Iberia naar Italië over de Pyreneeën, de Rhône en de Alpen en behaalde er veel overwinningen. Uiteindelijk maakte Hannibal een eind aan zijn leven om niet aan Rome te worden uitgeleverd.
Corvus
Europa omstreeks 60 na Christus.
Het oude Rome.

.

.

Voor Christus[bewerken]

Jacques Louis David schildert in 1799 de Sabijnse maagdenroof. Deze een mythisch van net na de stichting van de stad Rome stelt dat de stad een toevluchtsoord was voor wie een nieuw leven wilde opbouwen. Bannelingen, vreemden, moordenaars, criminelen en gevluchte slaven deden Rome zo groeien dat de stad zich over vijf van de zeven heuvels uitbreidde. Romulus zag dat onder hen weinig vrouwen waren en organiseerde daarom de consualia ter ere van Consus. Hij nodigde het naburige Sabijnse volk uit. Die kwamen massaal, met hun dochters. Romulus' plan om de vrouwen mee te nemen naar Rome lukte. De Sabijnse mannen ontsnapten en bereiden zich voor op een oorlog. Bij hun terugkeer waren Sabijnse vrouwen niet langer maagden. Ze leefden in harmonie met hun nieuwe echtgenoot en hun kroost. Romeinen en Sabijnen legden hun geschil bij en Rome bleef groeien.

.

  • 1550: Handel op aanzienlijke schaal in rond de Middellandse zee. De havenstad Ugarit aan de Syrische kust beschermt de kooplui tegen diefstal. Wetten bepalen wanneer hun schepen beter niet binnenvaren.

.

  • 999: Eerste nederzettingen in Rome.

.

  • 880: Fenicische kolonisten vertrekken uit Syrië en Libanon naar Noord-Afrika en stichten er Cartago en monopoliseren de zeehandel in de Middelandse zee.

.

.

  • Zevende eeuw (699-600): in sommige Griekse steden gebruiken handelaars munten om te kopen en te verkopen. China kent het muntgeld sinds 770.

.

.

.

.

  • 390: Keltische Galiërs plunderen Rome.

.

.

.

  • 264: Eerste Punische oorlog in een reeks van drie tegen Carthago. Inzet is de hegemonie over de Middelandse zee. Tot nu toe hadden de Romeinen de zeevaart vermeden. Het is de uitvinding en de ontwikkeling van de corvus die de Romeinen succesrijk ten strijde doet trekken tegen Carthago.

.

  • 250: De Romeinen zorgen voor een luchtvervuiling met lood en antimoon. De luchtvervuilig zal blijven pieken tot het jaar 120 na Christus. Met de langzame val van het Romeinse Rijk, verdwijnen de loodtoepassingen en de kennis over lood (het wordt gebruikt om vers water aan te voeren, in rioleringen, bij het maken van drinkbekers, kannen, borden, cosmetica, potloden en email op aardewerk).

.

  • 218-201: Hannibal Barkas (247-183), de Carthaagse generaal valt Italië binnen en begint de tweede Punische oorlog. Rome kent verschillende nederlagen.

.

.

  • 142: De Pons Aemilius (ook: Ponte Rotto) is de eerste stenen brug over de Tiber. Ze vervangt een houten brug uit 179.

.

.

  • 82: Rome telt 400.000 inwoners.

.

.


.

  • 58-57: Julius Caesar verovert Noord Gallië. De periode tot 70 na Christus heet in onze streken de vroeg Romeinse tijd. Van Romanisatie is geen sprake in deze periode. De bloei van de Romeinse tijd situeert zich tussen 70 en 275. De periode daarna heet de Laat Romeinse tijd.

.

  • 55: Julius Caesar valt Engeland binnen.

.

  • 52: Julius Caesar verovert de rest van Gallië.
Belgica vlak vóór de inlijving van 52 voor Christus. Volgens Gaius Julius Caesar is het gebied bevolkt door Germaanse stammen waaronder de Menapiërs en Morini aan de kust, de Eburonen in de Maasvallei, de Nerviërs en de Atuatuci in de Maas- Sambervallei, de Trevieren in het zuidoosten en de Frisii ten noorden. In 58 voor Christus leidden Caesars zijn eerste militaire veldtochten in Gallië tot weerstand in het land van de Belgae. Nadien ontwikkelen de Lage Landen zich tot een uithoek van het Romeinse Rijk met de provincia Belgica tot aan de Rijn als een natuurlijke verdediginglinie met Germania. In Belgica leggen de Romeinen een heerwegennetwerk voor hun troepen en de handel met als belangrijkste oost-westas de heirbaan Boulogne-Keulen. Hierlangs komen Romeinse villas en dorpen.Gallia Belgica was volgens Julius Caesar het noordelijke deel van Gallië, waar de Belgen woonden. In zijn Commentarii de bello Gallico deelt Caesar Gallia in drie: een gebied van de Belgen, dat van de Aquitaniërs en de Kelten of Galliërs.
Aanhalingsteken openen

Van hen allen zijn de Belgae de dappersten, omdat ze het verst van de cultuur en bevolking van de provincie verwijderd zijn, omdat er weinig handelaars hen bezoeken (waardoor hun geest verwijfd zou raken) en omdat ze zich het dichtst bevinden bij de Germani, die over de Rhenus (Rijn) wonen en met wie ze oorlog voeren.[25]

Aanhalingsteken sluiten

.

  • 49: Burgeroorlog tussen Caesaer (Rome) en Pompeius (Pompeii). Als Caesar de Rubicon oversteekt spreekt hij de woorden Alea iacta est. De rivier vormt de grens tussen de Italiaanse gebieden en en Gallië.

.

  • 48: In Alexandrië schaart Caesar zich aan de zijde van Cleopatra en strijdt tegen haar echtgenoot die tevens haar broer is, Ptolemaeus XIII.

.

  • 47: Uit de relatie van Caesar en Cleopatra komt een zoon: Caesarion.

.

  • 45: De Juliaanse kalender vervangt de Egyptische kalender. Een jaar telt gemiddeld 365,25 dagen met om de vier jaar een schrikkeldag. In 1582 zal de gregoriaanse kalender de tijd astronomisch nauwkeuriger berekenen door de jaren 1700, 1800, 1900, 2100, 2200 en 2300 als schrikkeljaren te schrappen (eeuwjaren die geen veelvoud zijn van 400). Caesar wordt alleenheerser of 'dictator perpetuus' en legt de basis voor de monarchie.

.

  • 44: Republikeinse senatoren waaronder Cassius en Brutus vermoorden Caesaer op 15 maart. Caesar spreekt zijn laatste woorden: 'Tu quoque fili mi' tot Brutus.

.

.

  • 31: Ocavianus (later Augustus) laat zich princeps noemen en start het Principaat. Opvolgers nemen de titel over tot 284.

.

  • 27: Marcus Agrippa bouwt het eerste Pantheon. Het huidige Pantheon is gebouwd onder Hadrianus tussen 12° en 124. Augustus, de geadopteerde zoon van Caesar, wordt keizer tot 14 N.C.

.

  • 17: Keizer Augustus kiest voor brood en spelen met offers, wagenrennen, jacht en toneel.

.

.

.

Eerste eeuw na Christus[bewerken]

Gekruisigde slaven in Rome van Fyodor Bronnikov, geschilderdin 1878. De Romeinen gebruiken de kruisiging bij niet-Romeinen, slaven, geminachte vijanden en criminelen als een oneervolle stervenswijze. Gekruisigden bleven aan het kruis hangen als voedsel voor dieren. De invoering van het christendom als staatsgodsdienst schafte de kruisiging af.

.

  • De eerste eeuw kenmerkt zich door:
    • De prille ontwikkeling van het Christendom

.

  • 12: De grens van het rijk breidt uit tot aan de Donau.

.

  • 14: Tiberius is de tweede keizer tot 37. Onder zijn bewind kruisigen de Romeinen Christus.


.

  • 37: Het terreurbewind van Caligula duurt tot hij in 41 vermoord wordt nadat hij zijn paard tot consul wou benoemen.

.

.

  • 43: Romeinen veroveren Zuid-Engeland. Ze gebruiken hierbij de kruising van twee heerbanen als uitvalsbasis: de heerbaan van Doornik naar Oudenburg (het voorportaal naar Engeland) en die van Tongeren naar Boulogne (een aanvoerweg van troepen en logistiek). Tegenwoordig heet dit kruispunt Kortrijk. Tot 1988 wist men nauwelijks iets over de Romeinse aanwezigheid in Kortrijk. In de jaren negentig laten laat-Romeinse bouwmaterialen uitschijnen dat op de site van de Onze-Lieve-Vrouwekerk ooit een badhuis stond. Archeologen stootten er als het ware op een strooizone van Romeins puin uit de vierde eeuw. Dat het grafelijk domein hier sinds de negende eeuw tot 1297 grote sier hield, dat er hier een enorme Franse dwangburgt stond omstreeks 1302, dat er een gravenkapel aangelegd werd en dat er een kerkhof was tot 1784, hield de archeologen niet tegen om bijna 32.000 Romeinse vondsten te registreren: dakpannen, verwarmingselementen, betonresten, frescofragmenten, hete luchtbuizen... Bevond er zich in Kortrijk een castellum? Voorlopig weten we daar geen antwoord op.

.

  • 54: De zeventienjarige Nero komt aan de macht nadat Agrippina Claudius liet vermoorden.

.

  • 64: Een brand verwoest Rome. Nero wordt verantwoordelijk geacht. In ditzelfde jaar (of in 67) kruisiging van Petrus in het Circus van Caligula, links naast de Sint-Pietersbasiliek.

.

.

  • 72: Start bouw Colosseum. De werken zullen acht jaar duren.

.

.

  • 70-100: In onze streken zorgt de Romeinse stabiliteit voor een dichtere bewoning en een demografische boom. De Romeinse invloed ten gunste van het bevolkingscijfer zal een eeuw aanhouden en leidt tot een dichte bewoning, grafvelden en nederzettingen van Oudenburg in de richting van (het nog niet bestaande) Brugge. Er is intensieve akkerbouw veeteelt, veen- en zoutwinning. Bij deze romanisering vermengt de oorspronkelijke bevolking zich met de Romeinse immigranten. Tongeren (Atuatuca Tungrorum), Doornik (Turnacum) en Aarlen (Orolaunum) zijn steden met de burgerlijke en militaire functies. De aristocratie neemt er de Romeinse levenswijze over en verwerft burgerrechten. De macht van de druïdes krimpt en de Keltische goden krijgen een romaanse variant.

.

  • 80: Colosseum opent zijn deuren voor 50.000 bezoekers.
De Romeinse legioene omstreeks het jaar 80.

.

  • 97: Onder de nieuwe keizer Trajanus bereikt het rijk zijn voorlopige grootste omvang. Eind eerste eeuw, begin tweede eeuw bouwen christenen de eerste catacomben: de oudste zijn de catacombe van Domitilla en de catacombe van Priscilla.

.

Kijken

Tweede eeuw[bewerken]

.

  • 98-117: Tijdens de regeerperiode van keizer Trajanus verovert het leger Dacië. De Romanisering is zo indringend dat het land er zijn naam aan overhoudt: Roemenië. De zuil van Trajanus illustreert de veldtocht.

.

  • 117: Hadrianus wordt keizer (tot 138) na het overlijden van Trajanus en stoot Dacië, het gebied ten Noorden van de Donau af en bouwt een muur van bijna vijfhonderd kilometer tussen de Donau en de Rijn.

.

.

  • 150-175: Langs de kust ontwikkelen het castellum Aardenburg en Oudenburg zich tot belangrijke militaire centra met een weg ertussen. Oudenburg is het voorportaal naar Brittannia. Andere steunpunten bevinden zich in Maldegem, Aalter, Kortrijk en mogelijks Torhout. Ze moeten het hoofd bieden aan de instabiele regio. De legerkampen liggen nabij getijdengeulen aan de zee of aan waterwegen. Archeologen zien een verband tussen een bevolkingsdaling, het verlaten van de boerderijen en de komst van deze legerkampen.

.

.

  • Eind tweede eeuw: Langs een hoge zandrug en strategischer dan Brugge groeit Oudenburg als een schiereiland uit tot een omvangrijke agglomeratie met een Romeinse legereenheid van 500 manschappen. De houten kazerne is op een lange dagmars verwijderd van Aardenburg en moet de zeehandel beschermen. De houten constructies van de kazerne kennen vanaf 260 stenen versterkingen. De Romeinen jagen in de omgeving op bevers, boom- en steenmarters, ree, edelhert, oerrunderen en everzwijn, de monniksgier, de raaf en uitzonderlijk oerrunderen en een bruine beer. Het zijn sporen die archeologen terugvonden in een waterput die getuigen van een ongerepte wildernis rond het Brugse.


.

.

Derde eeuw[bewerken]

.

  • 235: In de komende halve eeuw zullen 31 keizers elkaar opvolgen.

.

  • 248: Duizend jaar Rome. Tijdgenoten getuigen dat er in dit jubeljaar meer dan duizend gladiatoren, nijlpaarden, leeuwen, giraffen en luipaarden in het Colosseum ter dood werden gebracht.

.

.

  • 260: De door Hadrianus aangelegde gordel van wallen en forten tussen de Donau en de Rijn is een eeuw oud en gaat voor de bijl. In onze streek zorgt Postumus (260-274, door zijn legioenen bij de Rijn tot keizer van het Gallische rijk benoemd) voor een kustverdedigingssysteem tegen de Germaanse invasies en de piraterij. In de kazerne van Oudenburg, die nu in steen versterkt wordt, is er geen bemanning meer buiten de muren. Ook de vrouwen en de kinderen gaan binnen de muren van het Castellum wonen.

.

  • 270: De Goten vormen niet langer één stam. De Visigoten of Westgoten onderscheiden zich van de Ostrogoten of Oostgoten. Of de namen verwijzen naar hun territoria is niet zeker. 'Visi' betekent 'dapper' of 'wijs'. Voor de Goten symboliseert de plaats waar de zon ondergaat (het westen) de dood. Het is onwaarschijnlijk om dat in de naamgeving op te nemen. Het 'Oosten' daarentegen, de plaats van de zonsopgang symboliseert leven en is dus wel geschikt.

.

.

  • 275: Invallen van de Franken in onze streken hebben geen invloed op de bezetting van de Romeinse legerkampen in Aardenburg en Oudenburg. De invallen leiden wel tot een politiek ontwrichting, een verarming van de boeren en de militairen buiten het kamp. Ze worden Bagaudae genoemd en zullen de streek een decennium teisteren. Wat ertoe leidt dat de Romeinen hun forten toch verlaten in 285.

.

  • 284: Diocletianus, ooit een Romeins soldaat, wordt keizer tot 305. Hij besluit de keizerlijke macht te verdelen.

.

  • 285: Door de verwaarlozing van de infrastructuur (dijken) die de zee reguleren, komt de Noordzee het binnenland in. Storm en springtij zetten de toenmalige kustregio onder water: watergeulen leiden de zee tot Koolkerke en de Rije in een Brugge dat nog helemaal niet bestaat. Doorheen de jaren raken de geulen dieper ingesneden en vergroten ze. Er komen slikken en schorren, eilandjes en getijdengeulen rond het voorheen geciviliseerde gebied. Ook het boslandschap herstelt zich na een eeuw ontbossing. Bewoonbaarheid en toegankelijkheid verdwijnen op enkele Romeinse en Germaanse kernen na. Het zal tot de zevende eeuw duren vooraleer er een nieuwe stabiliteit ontstaat en de eerste kustnederzettingen ontstaan zoals Dudzele, Mikhem en Cathem.

.

BEELDFRAGMENT SPOREN IN HET LANDSCHAP

.

  • 286: Scheiding Oost en West Romeinse Rijk door Diocletianus. Diocletianus neemt de oostelijke gebieden, zijn vriend Maximianus krijgt de westelijke gebieden. Bij het begin van de vierde eeuw stelt hij twee onderkeizers aan. Dit is de periode van het viermanssysteem of de tetrarchie.

.

  • Op het einde van de derde eeuw is het fort van Oudenburg levenloos. Omstreeks 350 zullen er opnieuw versterkingen komen, onder Constantijn I, aan beide zijden van het Kanaal als onderdeel van het Litus Saxonicum.

.

.

Vierde eeuw[bewerken]

.

  • 303: Diocletianus laat kerken verwoesten en Christenen vervolgen. Begin derde eeuw starten de werkzaamheden aan zijn paleis in de Kroatische stad Split.

.

  • 305: Diocletianus treedt af en trekt zich terug in zijn paleis in Split. In 306 komt Constantijn de Grote aan de macht.
Constantijn beëindigt met het Edict van Milaan de Christenvervolging en wordt de eerste christen-keizer en gedoopt op zijn sterfbed.

.

  • 313: Constantijn beëindigt met het Edict van Milaan de Christenvervolging en wordt de eerste christen-keizer en gedoopt op zijn sterfbed. Missionarissen gaan de bijbel verkondigen bij (vaak schriftloze) volkeren die het Latijn - nu dominanter dan het Grieks - niet begrijpen.

.

  • 324: Constantijn wijst het havenstadje Byzantium bij de Bosporus aan en beveelt bouwwerken om er de hoofdstad - het nieuwe Rome - van het Oost-Romeinse Rijk te vestigen.

.

.

.

  • 330: Munten wijden Nova Roma in als een Christelijke kopie van het oude Rome die groter en rijker werd dan haar voorbeeld.

.

  • 335: In Jeruzalem bouwt Constantijn de Heilig Grafkerk waar Jezus werd begraven.

.

  • 350: Constantijn I versterkt beide zijden van het Kanaal als onderdeel van het Litus Saxonicum. Oudenburg maakt hier deel van uit. Na een korte onderbreking van bewoning in 380, zullen hier manschappen wonen die gaan vechten in Oost-Europa. Vanaf nu worden er ook paarden (duur!) gehouden. Geleidelijk aan zullen de Germanen, de Romeinen en de reizigers uit Brittannnia zich vermengen. In de late vierde eeuw is deze militaire post een geïsoleerd eilandje, de Franken bezetten de omliggende gebieden, Oudenburg Germaniseert en de vestingsbevolking eindigt als een dievenbende. Omstreeks 430 is het fort een ruïne.

.

  • 361-363: Onder het bewind van keizer Julianus 'de afvallige' zijn er heropflakkeringen van de Christenvervolgingen. Julianus wil het heidense geloof nieuw leven inblazen.

.

  • 369 (Ca.): Ulfilas vertaalt de bijbel naar het Gotische alfabet dat hij zelf bedacht om de Visigoten te kerstenen.

.

  • 370: Hunnen vallen de Germaanse landen binnen.

.

.

  • 376: Visigoten vestigen zich binnen de grenzen van het Oost-Romeinse rijk. Twee jaar later komen ze in opstand en doden ze keizer Flavius Julius Valens.


  • 391: Christendom wordt staatsgodsdienst onder Theodosius. Een jaar later komt een verbod op heidense godsdiensten en een korte hereniging van de oostelijke en westelijke delen.

.

  • 395: Theodosius verdeelt het rijk definitief onder zijn zonen: Honorius krijgt het westelijk, Arcadius het oostelijk deel. Het Oost- en het West-Romeinse rijk zijn nu definitief gescheiden.

.

.

Vijfde eeuw[bewerken]

In Rome versterkt keizer Honorius de Aureliaanse muur: de muur hoogt hij op tot elf meter en hij verstevigt de stadspoorten. De vijfde eeuw is begonnen.

.

  • 401: De Angelen en de Friezen, de Juten en de Saksen steken de Noordzee over en vestigen zich in het zuiden van Engeland.

.

  • 401-403: De Visigoten en Vandalen staan aan de Noord-Italiaanse grens. Bevelhebber Flavius Stilicho (ca. 365-408) stuurt hen weg. Toen hij in 408 gedood wordt, kan geen ander de Visigoten stoppen. In Rome versterkt keizer Honorius de Aureliaanse muur: de muur hoogt hij op tot elf meter en hij verstevigt de stadspoorten. Het Mausoleum van Hadrianus (Engelenburcht) bouwt hij om tot een fort voor de stadsverdediging. De demografische krimping zorgt dat er onvoldoende soldaten zijn om de 19 kilometer muur te bemannen. Niettemin slagen de Goten en de Vandalen er niet in de muur te doorbreken. Hun list bestaat in de sloop van de aquaducten die de Romeinen zonder drinkwater zette en de poorten deed openen.

.

  • 404: Ravenna in Noord-Oost Italië vervangt Rome als hoofdstad uit voorzorgsmaatregel. Ravenna valt door zijn waterbescherming, beter te verdedigen dan Rome.

.

  • 405: Hiëronymus, een opvliegende monnik voltooit de vulgaat, een bijbel geschreven in het volkse Latijn. Het Nieuwe Testament komt hoofdzakelijk tot stand door de vertaling van oorspronkelijke Griekse teksten. Het Oude Testament is afkomstig uit het Hebreeuws en niet uit de Griekse Septuagint die de christenen van het begin gebruikten.

.

  • 406: Mesrop Majstots heeft zijn Armeense alfabet klaar. Later sticht hij scholen om te alfabetiseren en te evangeliseren. Hij vertaalt mee de Bijbel en missioneert en alfabetiseert Georgië en Kaukasisch Albanië die hij een aangepaste versie van zijn alfabet geeft.

.

.

  • 408: Alarik en de Visigoten bestormen Rome.

.

  • 409: Alarik en de Visigoten bestormen Rome.

.

  • 410: Alarik en de Visigoten bestormen en plunderen Rome tijdens een driedaagse bezetting. De keizerlijke residentie is niet langer Rome maar Ravenna. De Romeinen ontruimen Brittannia. Vervolgens komen onze gewesten aan bod.

.

  • 435: De Hunnen zorgen ervoor dat de Bourgondiërs Gallia Belgica niet veroveren.

.

.

  • 441: Hunnen vallen het Oost-Romeinse rijk aan.

.

  • 445: Attila doodt zijn broer en leidt de Hunnen als koning.

.

  • 447: Attila verovert gebieden ten zuiden van de Donau in het Oost-Romeinse rijk.

.

.


  • 451: De Salische Franken helpen de Romeinse generaal Aetius als bondgenoot tegen de Hunnen in de slag op de Catalaunische velden. Merovech voert de Frankische hulptroepen aan en geeft zijn naam aan de Merovingische dynastie. Zijn kleinzoon, Chlodovech wordt bekend als Clovis. Die verovert het grootste deel van Gallië ten noorden van de Loire en laat zich in 496 dopen.

.

  • 451-452: Attila trekt Italië binnen, plundert Aquileia en laat Rome links liggen. Vandalen trekken op naar Spanje en Noord-Afrika, de Franken richten zich op België en Noord-Frankrijk en de Visigoten en de Ostrogoten naar Italië.

.

De route van de Hunnen en hun bondgenoten bij de invasie van Gallië, eindigend in de Slag op de Catalaunische velden. De eerste Hunnen gaan terug op een of meerdere steppenvolkeren die vanaf 300 voor Christus China bedreigt. In de vijfde eeuw onderwerpen ze in de Russische steppe en in Oost-Europa de Ostrogoten, trekken Europa binnen en duwen de Germaanse stammen het verzwakte West-Romeinse Rijk in. Attila kroont zich rond 433 tot Hunnenkoning. In Rusland komen de Slaven, de Goten en de Alanen onder zijn bevel en domineren een rijk van Hongarije tot de Kaukasus en de Rijn. Er volgt een reeks plundertochten in het West-Romeinse Rijk tot een leger van Romeinen, Franken en Visigoten onder leiding van Flavius Aetius ze in 451 verslaat in de Slag op de Catalaunische velden. Attila wreekt zich met een aanval op Rome. Uiteindelijk trekt hiij zich terug, waarschijnlijk door een ziekte in zijn leger. Na Attila's dood in 453 valt het rijk uiteen. Het succes van de Hunnen danken ze aan hun organisatie als ruiternomaden. Omdat ze geen vaste verblijf kennen, moeten ze geen logistiek of infrastructuur verdedigen. De kleine groepen bekwame krijgers konden snel verplaatsen nadat ze buit maakten. Hun stijgbeugel maakt het mogelijk om in het zadel te blijven tijdens het gevecht. Het Romeinse leger, gebaseerd op infanterie, zou zich moeten aanpassen aan deze de nieuwe militaire tactiek of ten ondergaan. De cavalerie was geboren, de riddertijd zou volgen.

.

  • 455: De Vandalen nemen Rome in en zorgen voor een ware ravage tijdens hun plundertocht die twee weken duurt.

.

  • 476: Laatste West-Romeinse keizer afgezet: Romulus Augustulus of de kleine Romulus is nog maar een jongen. Enkele keizers schakelden Germaanse generaals in om hun zwakke positie te ondersteunen. Eén van die generaals is Odoacer. Hij beëindigt de lange geschiedenis van het (West) Romeinse rijk.

.

.

Hoe gaat een machtig rijk ten onder?[bewerken]

753 v.Chr – 476. Voor een uitbreiding tot op heden, klik hier.

.

. 

Machtig Rome
.
De Romeinse samenleving geniet ongeziene macht in het vroege Europa en is een culturele en economische magneet voor volkeren aan de buitengrens. Intern laat Rome Kelten, Grieken, Joden, Arabieren en een massa anderen zich vestigen en geeft hen staatsburgerschap los van hun origine, ras of geloof. Extern conflicteert de Romeinse uitbreidingsdrift met diezelfde volkeren, de Etrusken, de Germanen en de steppenomaden. Tegen de tweede eeuw voor Christus bereikt Rome het toppunt van zijn macht, die ze behoudt tot de tweede eeuw na.

.
 
Afkoeling

 Daarna, tussen het jaar 200 en 400 koelt de wereld af. De grenzen zijn zo omvangrijk dat ze een loden last zijn, nauwelijks te verdedigen. Germanen duwen op de grenzen vanuit het Zuiden, net zoals de Mongoolse, nomadische Hunnen (Hung-Nu) dat doen op de grenzen van het Chinese Han-Rijk. De Chinese muur houdt stand en weerstaat hun zoektocht naar een milder klimaat. Het bouwwerk doet de Hunnen Westwaarts trekken. De Hunnen beschikken sinds de tweede eeuw over een stijgbeugel en een overaanbod aan paarden. Al rijdend hanteren ze de reflexboog en in de derde eeuw pantseren ze hun paard. Hun verschijning boezemt overal angst in en in de bijzonder koude winter van 375. Die duwt de Hunnen nog meer Westwaarts. Een steeds grotere mensenmassa propt zich samen op de steppe in Oekraïne, boven het huidige Roemenië. In die jaren raakt men het er over eens dat het rijk te groot is om het efficiënt te besturen en te verdedigen; de belastingen kunnen dit niet dragen. Diocletianus deelt het rijk op in een Oostelijk en een Westelijk deel: we schrijven het jaar 286. 

.

Burgeroorlogen en stammenbonden

Het Romeinse Rijk worstelt in de derde eeuw met burgeroorlogen en anarchie. Aan de buitengrenzen, in Germanië gebeurt het omgekeerde: kleine stammen sluiten aaneen. De door Hadrianus aangelegde gordel van vijfhonders kilometer aan wallen, forten, wachttorens en loopgraven tussen de Donau en de Rijn is inmiddels een eeuw oud en gaat in 260 voor de bijl; voor het eerst gaat een uitgestrekt gebied verloren. Rond het jaar 400 veroveren de Franken Keulen en in de winter van 406 verliest de Rijn haar natuurlijke grensverdediging: ze vriest dicht. Vandalen trekken via de Pyreneeën naar Spanje en noemen de plaats (V)Andalusië. Van daaruit gaat het verder naar de Straat van Gibraltar en veroveren ze Carthago. Rome verliest zo zijn graanschuur en in 455 voelt het Vandalenvolk zich zo sterk dat ze veertien dagen Rome plunderen.[26] 476 is niet zo ver af meer. 

. 

Omdat de centrale overheid er niet in slaagt om de wet, de veiligheid en de orde te waarborgen, strijden burgers en keuterboeren voor zichzelf: ze zoeken steun bij grootgrondbezitters of ridders die de roversbendes op een afstand houden. Het is kiezen tussen de Germaanse plundering of de eigendomsoverdracht aan een heer in ruil voor bescherming. En zo ontstaat het leenstelsel en verdwijnt de slavernij: van de Romeinse veroveringen is immers geen sprake meer. Het lot van de horige is echter schrijnender dan die van een Romeinse slaaf. 

.

Wat bij de Romeinen eeuwenlang duurde – een rijk van een ongezien formaat omverwerpen – kan tegenwoordig in enkele decennia.

. 

Interpretatie

Tegenwoordig focussen historici op de toenmalige klimaatwijziging. Achter de val van Rome ontwaren auteurs vaak het vraagstuk van de eigen tijd.[27] Zo stelde Edward Gibbon in de achttiende eeuw dat de Romeinen hun vechtlust en discipline langzaam aan verloren wegens de komst van een nieuwe religie, het Christendom. Vond hij hier een parallel met het Engeland van zijn tijd? Alexander Demandt verzamelde 210 oorzaken die leidden tot de ondergang.[28]

.

.

De ondergang van het Romeinse Rijk is een complexe zaak die overal tot nadenken aanzette.
  • Militair: het zwakke leger en invallen van de Hunnen.
  • Religieus: het christendom dat eerder op vrede gericht is.
  • Politiek: De splitsing in Oost en West, de evolutie van republiek naar dictatuur, burgeroorlogen, corruptie en afnemende belastingen.[29]
  • Economie: Inflatie en de crisis van de derde eeuw.
  • Geografie: Het West-Romeinse Rijk is begrensd door rivieren, het Oost-Romeinse Rijk door bergen.

.

.

BEELDFRAGMENT MET VRAGEN Bij het bekijken van deze lezing beantwoord je vragen:

  • Wat leidde tot de ondergang van het Romeinse Rijk?
  • Welke theorieën zijn naïef of onjuist?
  • Welke verschillen leer je kennen tussen het Oost- en West-Romeinse Rijk en hoe beïnvloedt dit verschil de veiligheid?
  • Waar komt het begrip 'Vandalisme' vandaan?
  • Welke elementen dragen volgens de spreker wel bij tot de degradatie van het rijk?
  • Wat bleef er van het Romeinse Rijk tot op heden bestaan?
  • Hoe absoluut of relatief is de datum 476?

.

.

Hoe vergaat het de Romeinen in Vlaanderen?
In het Limburg an der Lahnpark, rond de kerk van Oudenburg staat een bronzen maquette van het Romeinse castellum.

.

In de Romeinse tijd zijn onze streken niet meer dan een boerengat tussen de diep ingesneden kust met Torhout en Oudenburg als centrum. De Romeinen maken er in de eerste eeuwen een Castellum met een vierkant stratenpatroon. Oudenburg ontstaat (zoals Tongeren) uit een Romeinse militaire versterking. Het castellum is een onderdeel van de Noordzee-fortificaties, de Litus Saxonicum ter bescherming tegen piraten (Chauken en Friezen). In onze streken vergaat het de Romeinen niet anders dan elders. Saksen koloniseren het gebied rond Brugge met tussenpozen in de vierde en de vijfde eeuw en doen de Romeinen wijken. Het Romeinse garnizoen keert terug naar Italië om het hoofd te bieden aan de Germaanse invallen. De Saksen noemen het gebied Flaumdra – wat vloed betekent. De naam verbastert tot Flaundra en Flandria. Dit Vlaanderen betrof een verzopen kustlandschap, een onherbergzaam zeegebied met inhammen en eilanden verscholen achter duinengordels. De zee dringt sinds het begin van de tijdrekening het achterliggende veen- en moerasgebied binnen. Als het Merovingische rijk in de achtste eeuw het toppunt van zijn macht bereikt, is de Pagus Flandriensis nog altijd een gat. De vesting Oudenburg raakt in verval en zal vanaf de elfde eeuw dienen als steengroeve: graaf Boudewijn V van Vlaanderen laat stenen overbrengen naar Brugge voor de bouw van de Burg en de Sint-Pieterskerk (1056-1070).

.

.

Kijken

.

.

Examen[bewerken]

.

A-vragen

.

313, 476, aquaduct, Cloaca Maxima, Caesar, Chinese muur, colosseum, Edict van Milaan, geboorte van Jezus Christus, Germanen, Hadrianus, Hunnen, Juliaanse kalender, laatste West-Romeinse keizer afgezet, muur van Hadrianus, Oswald Spengler, Pompeji, Ravenna, stijgbeugel.

.

.

B-Vragen

.

  • Waar komt het begrip 'Vandalisme' vandaan?

.

  • Wat bleef er van het Romeinse Rijk tot op heden bestaan?

.

  • Plaats in chronologische volgorde en geef een woordje uitleg: 1. Alexander de Grote is koning van Macedonië en schept van een van de grootste rijken; 2. Christendom wordt staatsgodsdienst bij de Romeinen; 3. Colosseum opent zijn deuren voor 50.000 bezoekers; 4. Constantijn beëindigt met het Edict van Milaan de Christenvervolging; 5. Duizend jaar Rome. Tijdgenoten getuigen dat er in dit jubeljaar meer dan duizend gladiatoren, nijlpaarden, leeuwen, giraffen en luipaarden in het Colosseum ter dood werden gebracht; 6. Geboorte van Jezus Christus.

.

  • Plaats in chronologisch volgorde en geef een woordje uitleg: 1. Constantijn wijst het havenstadje Byzantium bij de Bosporus aan en beveelt bouwwerken om er de hoofdstad - het nieuwe Rome - van het Oost-Romeinse Rijk te vestigen; 2. De door Hadrianus aangelegde gordel van wallen en forten tussen de Donau en de Rijn is een eeuw oud en gaat voor de bijl; 3.Diocletianus laat de kerken verwoesten en de Christenen vervolgen; 4. Eerste nederzettigen in Rome; 5. Geboorte van Jezus Christus; 6.Scheiding Oost en West Romeinse Rijk door Diocletianus.

.

  • Plaats in chronologische volgorde en geef een woordje uitleg: 1. Germanen steken de bevroren Rijn over; 2. Hadrianus start de bouw van de muur in het noorden van Britannia; 3. Hannibal valt Italië binnen en begint de tweede Punische oorlog; 4. Hunnen vallen de Germaanse landen binnen; 5. Geboorte van Jezus Christus; 6. Eerste nederzettingen in Rome.

.

  • Plaats in chronologische volgorde en geef een woordje uitleg: 1. Uitvinding van de katapult; 2. Het Romeinse aquaduct; 3. Het waterrad. Plaats in chronologische volgorde: 1. De Juliaanse kalender; 2. De Egyptische kalender; 3. De Gregoriaanse kalender.

.

  • Plaats in chronologische volgorde en geef een woordje uitleg: 1. Laatste West-Romeinse keizer afgezet; 2. Mythologische stichtingsdatum van Rome door Romulus en Remus; 3. Onder keizer Trajanus bereikt het rijk zijn grootste omvang; 4. Ravenna vervangt Rome als hoofdstad; 5. Julius Caesar valt Engeland binnen; 6. Julius Caesar verovert Noord Gallië.

.

.

C-Vragen

.

  • Wat leidde tot de ondergang van het Romeinse Rijk? En, welke theorieën zijn naïef of onjuist betreffende de ondergang van het Romeise Rijk?

.

  • Waarom beslist keizer Diocletianus tot de scheiding tussen het Oost-Romeins Rijk en West Romeinse Rijk? Welke verschillen ken je tussen het Oost- en West-Romeinse Rijk en hoe beïnvloedt dit verschil de veiligheid?

.

.

Nota's

.

.

.

.

.

.

.

LES VI: MIDDELEEUWEN, VAN 476 TOT 1450[bewerken]

.

Johan Huizinga (rechts) (1872-1945) is de grondlegger van de cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis. Zijn Herfsttij der Middeleeuwen (1919) maakte hem wereldberoemd. In 1935 volgde In de schaduwen van morgen. Daarin werkt hij zijn Brusselse voordracht van 8 maart 1935 verder uit. Het is een analyse van de culturele en maatschappelijke situatie van het interbellum met de bekende openingszin: Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken. De foto is in Leiden genomen.


Aanhalingsteken openen

Toen de wereld vijf eeuwen jonger was, hadden alle levensgevallen veel scherper uiterlijke vormen dan nu. Tusschen leed en vreugde, tusschen rampen en geluk scheen de afstand grooter dan voor ons; al wat men beleefde had nog dien graad van onmiddellijkheid en absoluutheid, dien de vreugd en het leed nu nog hebben in den kindergeest. Elke levensgebeurtenis, elke daad was omringd met nadrukkelijke en uitdrukkelijke vormen, was getild op de verhevenheid van een strakken, vasten levensstijl. De groote dingen: de geboorte, het huwelijk, het sterven, stonden door het sacrament in den glans van het mysterie. Maar ook de geringer gevallen: een reis, een arbeid, een bezoek, waren begeleid door duizend zegens, ceremonies, spreuken, omgangsvormen.

Aanhalingsteken sluiten
Johan Huizinga. Herfsttij der Middeleeuwen. Eerste hoofdstuk.

.

Tijdzone[bewerken]

.

 >>> 313  ->>  476  ->>  610 ->>  800  ->>  1096  ->> 1302 ->> 1450  ->> 1453  ->> 1492  >>>

.


BEELDFRAGMENT DE MIDDELEEUWSE STAD

.

BEELDFRAGMENT WILLEM OTTERSPEER VRAAGT ZICH AF HOE JOHAN HUIZINGA TE LEZEN

.

BEELDFRAGMENT WAAROM JOHAN HUIZINGA EEN CYCLISCH DENKER IS


.

  • Grofweg: 500-1500

.

.

.

De vijfde eeuw na 476[bewerken]

De 15e-eeuwse tekening toont de bisschop van Reims die Clovis de teruggave van de Vaas van Soissons smeekt. Twee details kloppen niet met de historische werkelijkheid: Remigius vraagt persoonlijk de vaas, geen afgevaardigde. De Franken dragen laat-middeleeuwse slagzwaarden in plaats van hun strijdbijlen.

.

  • De vijfde eeuw kenmerkt zich door

.

  • 476: Val van het West-Romeinse Rijk: Odoaker zet de kinderkeizer Romulus Augustus in Ravenna af en zet de jongen gevangen in de burcht Castellum Lucullanum op Capri. Zelf wordt hij de eerste Germaanse koning van Italië. Germanen, Goten en Romeinen besturen West-Europa.

.

  • 481: Colvis volgt zijn vader op in Doornik. Hij is de eerste koning die alle Frankische stammen verenigt.

.

.

  • 488: Onder leiding van Theodorik vallen de Ostrogoten Italië en Ravenna binnen. Theodorik doodt Odoaker en kan zich vanaf 493 alleenheerser over het Ostrogotische Italië noemen. Theodorik is een aanhanger van de christelijke sekte, het arianisme maar laat ook andere belevingen toe.

.

  • 496: Clovis laat zich dopen en maakt zo het christendom tot de staatsgodsdienst van het Frankische/Merovingische Rijk. Na de dood van Clovis in 511 verdelen de Salische wetten zijn gebied over zijn vier zonen.

.

Kijken

.

.

Zesde eeuw (501-600)[bewerken]

De Hagia Sophia is een voormalige kathedraal (537-1453) en moskee in de Turkse stad Istanboel en geldt als een van de grootste architectonische prestaties uit de oudheid. Tegenwoordig is het een museum.

.

  • De zesde eeuw kenmerkt zich door:
    • De opkomst van de orde der Benedictijnen.
    • Mohammed broedt op een nieuw geloof: de islam.

.

  • 506: Doop van Clovis in Reims. Het doopjaar is niet gekend: bronnen noemen eveneens de jaren 496, 497, 498, 499, 507 en 508. Liet Clovis zich meerdere keren dopen als propagandastunt?

.

  • 507: De Franken verslaan de Visigoten en drijven hen naar Spanje en Portugal waar ze een christelijk rijk stichten.

.

.

  • 529: Benedictus sticht zijn monnikenorde in Italië: de Abdij van Monte Cassino waar hij zijn later beroemde, invloedrijke kloosterregel, de Regula Benedicti opstelde. Die laat de monnik drie geloften afleggen: armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Ze bidden, werken en slapen in een ritme van acht uur. De Orde verspreidt zich dankzij dit "ora et labora" in snel tempo over Europa. Het 'monniken-werk' zorgde voor een primeur. 'Werk' was tot dan voorbehouden aan de derde stand: de boeren, de slaven en de lijfeigenen. Adel en geestelijkheid waren hiervan vrijgesteld. Sindsdien kreeg arbeid een steeds hogere maatschappelijke status. Toen Benedictus hier aankwam was de regio tussen Rome en Napels niet bekeerd en brak Benedictus, volgens de legende het Apollo-altaar af om er een kapel te bouwen.


.

.

.

  • 539: Cassiodorus, een Romeins staatsman en schrijver trekt zich in het door hem gestichte klooster Vivarium terug (nu Squillace in Calabrië) en houdt zich bezig met de bewaring, de vertaling en het kopiëren van oude geschriften om de heilige schrift beter te begrijpen. Hij stierf hier vermoedelijk kort na 580, rond de 100 jaar oud. In die geschriften spreekt hij over zout als goud: het diende deels als wedde voor de Romeinse soldaten, het zorgt voor smaak, helpt bij het bewaren van voedsel (dat raakt in onbruik met de komst van de koelkast na WOII), het heeft medicinale en rituele functies. Wie zoutrijk dieet, leeft langer. In de Middelandsezeegebieden laat men water verdampen om aan zout te komen. In de Romeinse provincies Gallia Belgica en Brittannia lukt dat moeilijker en was er een soort fabricage in de regio Zeebrugge-Dudzele met kanaaltjes die het zeewater landinwaarts brengen en het stoken van veen.

.

  • 546: Rome ingenomen door de Ostrogoot Totila.

.

.

  • 550 (omstreeks): In Poitiers sticht Radegonde (518-587), de dochter van koning Berthar van Thüringen van de eerste vrouwenkloosters in Gallië, het abdijklooster van het Heilig Kruis. Zij was door de Frankische koning Chlotarius I gedwongen met hem te trouwen. Radegonde werd begraven in de Sint-Radegondekerk, heilig verklaard en patrones van Poitiers.

.

  • 563: De Ierse missionaris Sint Columba vaart naar Schotland om er de Picten, de Schotse Kelten te bekeren.

.

  • 567: Het Concilie van Tours (Johannes III) bepaalt dat elke lokaliteit de eigen armen moet voeden op basis van criteria: ongeschiktheid, nabijheid en meegaandheid.

.

.

.

.

.

Kijken

.

.

Zevende eeuw (601-700)[bewerken]

.

  • De zevende eeuw kenmerkt zich door:
    • Eind zesde, begin zevende eeuw draaien de Europese kloosters op volle toeren in het kopiëren en bewaren van de Bijbelse teksten. Ze beschermen er het intellectuele leven dat door de invallen van de barbaren bedreigd was.

.

  • 609: Het Pantheon is nu een christelijke kerk.

.

  • 635: Stichting van het klooster Lindisfarne Priory door de Ierse monnik Aidan.

.

.

  • 670: Een nieuwe schrijfstijl duikt op in de Abdij van Luxeuil: het minuskelschrift. Het schrift zal later uitgewerkt en ontwikkeld worden door de Angelsaksische monnik Alcuinus tot de Karolingische minuskel. Om vloeiend en sneller te kunnen schrijven plaatst hij de letters aan elkaar in plaats van hun blokvorm (kapitaal) te respecteren. Het duurt niet zo lang voor dit schrift de Europese standaard wordt.

.

Kijken

.

.

Achtste eeuw (701-800)[bewerken]

Alcuinus (midden), gesteund door Hrabanus Maurus, draagt zijn werk op aan aartsbisschop Otgar van Mainz. Alcuinus van York (York ca. 735 - Tours 804) was een Angelsaksische schrijver uit de achtste eeuw, leermeester en raadgever van Karel de Grote. Hij is even bekend als Alcuinus van Tours, waar hij abt werd en overleed.

.

  • De achtste eeuw kenmerkt zich door:
    • Vanaf 700 de introductie van de zandloper.
    • De stijgbeugel, een Chinese uitvinding bereikt Europa. De Hunnen maakten hier al eerder gebruik van.

.

  • 705: Arabische Moslims hebben Noord-Afrika in hun macht.

.

  • 708: De rond 700 gestichte geestelijke gemeenschap op de Mont Saint-Michel start onder leiding van de heilige Aubert, bisschop van Avranches, de bouw van een gebedshuis op een rotspunt dicht bij de kust.

.

  • 711: Eerste Moslimaanval vanuit Noord-Afrika op het Iberisch schiereiland. In acht jaar tijd veroveren ze Spanje en Portugal die sinds de vijfde eeuw door de Visigoten (met als hoofdstad Toledo) bewoond zijn, nadat de Franken hen verdreven uit Frankrijk.

.

.

.

  • 741: Karel Martel (Herstal, circa 689) overlijdt. Hij gaat de geschiedenis in als hofmeier van het Frankische Rijk en de vader van de Karolingen. Hij was reorganisator van het Frankische leger en bestuur en een succesvol tegenstander van de Arabieren, de Friezen en de Saksen. Zijn macht evenaarde die van de Merovingische koningen.

.

  • 751: Karolingische koningen regeren over de Franken.

.

.

  • 754 (Ca.): Heidenen slaan Bonifatius, de Angelsaksische missionaris met stokken dood bij Dokkum omdat hij hun eiken (heiligdommen) verbrandde. Deze voorchristelijke bewoners zien een eik als een heiligdom.

.

  • 756: De Frankische koning Pepijn de Korte dwingt de Longobarden in Italië na twee veldtochten hun veroveringen over te dragen aan de paus. Deze 'schenking van Pepijn' legt de basis voor de Kerkelijke Staat.

.

  • 771: Karel de Grote is alleenheerser over de Franken. In de komende dertig jaar zal hij zijn rijk gevoelig uitbreiden, het Christendom verspreiden. Een bloeiperiode voor het onderwijs, bibliotheken en scriptoria, de kunsten en de rechtspraak. De hoofdstad Aken met in het centrum de Paltskapel, moest het nieuwe Rome worden.

.

  • 774: Karel de Grote verovert het Longobardische Rijk en voegt Italië toe aan het Frankische Rijk. Karel kroont zichzelf tot koning der Longobarden.

.

  • 781: Karel de Grote kroont zijn zoon Pepijn tot mede-koning van Italië en creëert zo het koninkrijk Italië als deel van het Frankische Rijk.

.

  • 782: De Denen onderhouden handels- en diplomatieke relaties met het Karolingische hof. In de negende eeuw zal de sfeer vertroebelen.

.

.

  • 789: Vikingen gesignaleerd in het Engelse Dorset.

.

  • 793: Eerste aanvallen van Vikingen op Lindisfarne, een eiland voor de noordoostelijke kust van Engeland.

.

  • 796: De Paltskapel wordt opgetrokken, het is het oudste deel van de Dom van Aken waarmee Karel de Grote het Romeinse in Aken introduceert.

.

  • 799: Eerste aanvallen van Vikingen in onze gebieden. Karel de Grote zorgt voor kustverdediging. Na zijn dood in 814 zullen de aanvallen toenemen.

.

Kijken

.

.

Negende eeuw (801-900)[bewerken]

Karel de Grote (geboren in 747 of 748 - Aken 814) is sinds 768 koning der Franken en vanaf 25 december 800 keizer van het Roomse Rijk. Als kleinzoon van Karel Martel krijgt hij tijdens zijn leven zijn 'grote' bijnaam. Het Frankische Rijk kent onder hem zijn grootste expansie. Zijn kroning door paus Leo III op kerstdag 800 in Rome herstelt het keizerschap in West-Europa. Karel de Grote lijkt het Europees historisch bewustzijn vorm te geven.

.

  • De negende eeuw kenmerkt zich door:
    • De riddertijd breekt aan: gewapende ruiters krijgen de status van keurtroepen.
    • In de vroege negende eeuw worden de contacten tussen het hof van Karel de Grote en de Denen grimmiger. Karel versterkt de oude Romeinse fortificaties in Zeeland en Vlaanderen, daar waar de grote rivieren uitmonden: de Rijn, de Maas, de Schelde. Kustwachters en wachtschepen en garnizoenen bewaken de havens en de mondingen en vermijden de inpakt van de eerste Deense raids.

.

BEELDFRAGMENT WIE WAS KAREL DE GROTE?

.

  • 800: Karel de Grote gekroond als keizer in Rome door paus Leo III op 25 december. Hij is de eerste westelijke leider in drie eeuwen die keizer wordt. Zijn kroning legt de basis voor het Heilige Romeinse Rijk. Karel en zijn opvolgers nemen de paus en de stad in bescherming.

.

  • 814: Lodewijk de Vrome neemt als zoon van Karel de Grote zijn rijk over. Lodewijks zonen zullen het niet eens raken in de erfopvolging.

.

  • 820: Om een Vikingaanval af te slaan wordt een versterkte wachtpost georganiseerd met de naam het 'Praesidium'. Lokaliseert de versterking zich in Oudenburg of in Brugge? Het is niet bekend.

.

  • 836: De Denen tonen interesse voor de Scheldemonding bij Zeeland en in Vlaanderen. Volgens de Annales Fuldenses plunderen ze het dorpje Antwerpen en branden het plat.

.

  • 837: 17 juni, de Denen verslaan het garnizoen op Walcheren en controleren de Schelde. De Vikingen komen niet zomaar. Hun rooftochten zijn een reactie op de insluiting door andere Scandinavische volkeren, door de Slaven en het rijk van Karel de Grote. De offensieve politiek van Karel de Grote richting Denemarken is niet uitzonderlijk tijdens zijn regeerperiode die vier decennia duurt. Karel de Grote maakt een zestigtal veldtochten. In Italië verslaat hij de Langobarden, in Noord-Spanje kan hij het gebied afgrenzen van de oprukkende Islam en in het Noorden verslaat hij de Saksen. Deense krijgsmannen voelen de druk en dringen tot in de lage landen als wespen die hun nest verdedigen. Ze bepalen mee het bestuur, de defensie en de economie van de lage landen van de kust tot bij Gent.

.

.

.

  • Vanaf 850: Noormannen verschansen zich op plaatsen met defensieve en bevoorradingsmogelijkheden bij een waterloop met toegang tot een uitgestrekt gebied: Gent, Kortrijk en Condé aan de Schelde, Asselt aan de Maas, Leuven aan de Dijle.

.

  • 851: In Brugge staat een burcht. Hoe lang precies is niet bekend, geestelijken van de Sint-Baafsabdij brengen er een gouden kruis in veiligheid.

.

.

  • 862: Cyrillus van Saloniki verkondigt met zijn broer Methodius het christendom onder de Slavische volkeren. Hij ontwikkelt daarvoor het Glagolitisch alfabet dat in onbruik raakte. Orthodoxe Slaven gebruiken het cyrillische alfabet, de rooms-katholieke Slaven gebruiken het Latijnse. Hun bijbelvertaling brengen ze naar de gebieden die nu Bulgarije, Montenegro, Servië, Roemenië en Rusland zijn.

.

  • 863: Boudewijn met de IJzeren Arm, eerste graaf van Vlaanderen. Kort na 863 en dit aanstellen worden de reliken van Sint-Donaas van Torhout naar Brugge overgebracht. Mogelijks kwam de hele kloostergemeenschap mee uit veiligheidsoverwegingen. Intussen boet Oudenburg aan belang in: het is niet langer met de zee verbonden. De dichtslibbende geulen werken in het voordeel van Brugge.

.

  • 875: Tot nu toe waren de Vikingen een vriendelijk volk. Nu zijn hun uithalen ronduit rampzalig voor deze streek.

.

  • 878: De nederlaag van het Deense Great Viking Army in Wessex (bekend als de slag bij Edingtum) resulteert in een verdrag tussen de verslagen Denen en Alfred de Grote. Het dwingt de Vikingen om het gebied te verlaten, waarop ze het Kanaal oversteken en aangevuld met verse manschappen de Lage Landen gaan plunderen. Vijfduizend Noormannen slaan hun winterkampen op in Gent, Kortrijk, Leuven en in de Maasvallei. Brugge, onder leiding van Boudewijn II ontsnapt hieraan. (Was Brugge het bruggenhoofd? Argumenten zijn te vinden in de naamgeving van Brugge en de relaties tussen de graaf en de Denen.)

.

  • 880: In de kronieken van de Sint-Vaastabdij bij Atrecht rapporteert een monnik over een Deense aanval. "Abt Gozlinus en het leger dat bij hem was besloten tegen de Noormannen ten strijde te trekken. Ze zonden aan hen die aan de overkant van de Schelde woonden een boodschap om op een vaste dag samen te komen, zo dat de enen van hieruit, de anderen van daaruit hen zouden verdelgen. Maar de afloop was niet zoals verhoopt. Niets van wat ze deden liep voorspoedig af, en ze konden maar nauwelijks ontsnappen door schandelijk op de vlucht te slaan. Velen van hen werden gevangen genomen en gedood. De angst en het beven dat de Noormannen verspreidden kwam neer op de inwoners van het land. Uitgelaten over hun overwinning stopten zij niet om dag en nacht kerken in brand te steken en het christelijke volk aan hun juk te onderwerpen. Toen sloegen alle monniken, kanunniken en nonnen, van tussen Schelde en Somme, en van over de Schelde met de relieken van de heiligen op de vlucht, wat ook hun leeftijd of status was. Die Denen spaarden niemand, ook niet wie al van leeftijd was, maar zetten alles te vuur en te zwaard. Gozlinus en zij die bij hem waren zagen dat ze geen weerstand konden bieden. Begin oktober werd het leger ontbonden en ieder keerde naar zijn thuis terug. De Noormannen of Denen echter verwisselden van standplaats en in de maand november bouwden ze in Kortrijk een kamp om er te overwinteren... Een gulzige vlam verteerde het hele land."

.

  • 883: Vikingen in Brugge. Zijn de banden doorgaans niet vijandig tussen de 9de en de 11de eeuw, zoals sommige historici beweren?

.

  • 892: De Vikingen leiden een definitieve nederlaag in Leuven.

.

Kijken

.

.

Tiende eeuw (901-1000)[bewerken]

Koning Hugo Capet op de troon. Deze miniatuur uit een 13e- of 14e-eeuws manuscript van de Grandes Chroniques de France wordt bewaard in de Bibliotheque Nationale in Parijs.

.

  • De tiende eeuw kenmerkt zich door:
    • Eind tiende eeuw breekt het kasteeltijdperk aan. In het komende halve millennium verrijzen 15.000 kastelen in Europa en in het Midden Oosten.
    • Eind tiende eeuw wordt de mechanische klok uitgevonden door de Fransman Gerbert, de latere paus Silvester II.

.

.

.

.

.

  • 987: Hugo Capet is de eerste Franse koning en stamvader van de Capetingers. Zijn naam betekent 'Mantel'. Hij zit op de troon tot 996.

.

Kijken

.

.

Elfde eeuw (1001-1100)[bewerken]

De wentel of spiltrap ontstaat in de elfde eeuw als kloosterlingen zich in de Nederlanden vestigen en stenen kloostertorens en burchttorens bouwen. Deze trappen maken deel uit van de torenmuur. Wenteltrappen zijn smal of van een versmalling voorzien zodat er maar een indringer tegelijk naar boven kan. Wie de versmalling verdedigt kan de eerstkomende vijand bij verrassing doden en blokkeert zo de trap. Andere voordelen: de verdediger staat hoger en kan zijn zwaard handiger gebruiken als de wenteltrap in klokrichting naar boven draait, als hij rechtshandig is tenminste. De indringer heeft last van de trappenspil en de verdediger niet.

.

  • De elfde eeuw kenmerkt zich door:

.

  • 1008: Antwerpen verwerft zijn stadszegel.

.

  • 1040: Uitvinding van het kompas.

.

  • 1050
    • Huwelijk Willem de Veroveraar met Mathilde van Vlaanderen.
    • (Ca.). De wellicht oudste beschrijving van buskruit duikt op in de militaire encyclopedie Wu Ching tsung Yao. Het even belangrijke als lastig te vinden ingrediënt is salpeter en komt wellicht van China.

.

.

.

  • 1087: Moorse invallen in Spanje.

.

.

.

.

  • 1099
    • Slag om Jeruzalem. De muur rond de stad zit vol ingenieuze schiet- en kijkgaten, ondergrondse en geheime gangen. Die kennis zullen de kruisvaarders mee naar huis brengen ze daar toe te passen.
    • Stichting van de orde van de Ridders van Sint-Jan. De orde is niet erkend.

.

.

Kijken

.

.

Twaalfde eeuw (1101-1200)[bewerken]

Als het werk van de Perz Mohammed ibn Moesa al-Chwarizmi (Perzisch: محمد بن موسى الخوارزمي) in het Latijn vertaald wordt doen de algebra met het Indische symbool "0" en de Arabische cijfers hun intrede in de Europese wiskunde. Dat telt een stuk makkelijker dan de Romeinse cijfers.

.

  • De twaalfde eeuw kenmerkt zich door:
    • Mode doet haar intrede: schoenen, jassen, kapsels en jassen zijn niet langer een gebruiksvoorwerp. Ze worden gebruikt om zich te onderscheiden van de ander.
    • Houten omheiningen van dorpen en steden maken plaats voor stenen muren.
    • De Kruisvaarder brengen Oosterse ideeën mee naar Europa waaronder het vier eeuwen oude werk van de Perz Mohammed ibn Moesa al-Chwarizmi (محمد بن موسى الخوارزمي) dat in het Latijn wordt vertaald. Zijn algebra met het Indische symbool "0" en de Arabische cijfers geven de Europese wiskunde een duw in de rug. Al-Chwarizmi of 'de grootvader van de informatica' is een vroege wiskundewetenschapper, geograaf en astroloog die schreef over de mechanische klok, het astrolabium en de zonnewijzer. Het algoritme is zijn vinding en "algoritme" en "algorisme" zijn van zijn naam afgeleid. Hij is geboren tussen 780 en 800 en sterft tussen 840 en 845.
    • Een nieuw fenomeen doet zijn intrede: vrouwen leven vaker apart of in kleine groepen. Sommigen onder hen trekken rond om een soort van evangelie te verkondigen.

.

BEELDFRAGMENT KRUISTOCHTEN

.

  • 1104: Keizer Hendrik V van Duitsland versterkt de Antwerpse burcht en verhoogd de muren van vijf tot twaalf meter en verdikt ze van 1,35 naar twee meter.

.

  • 1111: Boudewijn VII bijgenaamd Hapkin of met de Bijl, wordt graaf van Vlaanderen tot aan zijn dood in Roeselare, in 1119.

.

.

  • 1122: De gotiek begint in de abdij van Saint-Denis bij Parijs die sinds de achtste eeuw de Franse vorsten bijzet. Abt Suger start een verbouwing. Waar hij zijn inspiratie haalde, is onduidelijk. Zijn het kruistochten die de Arabische meetkunde meebrengen en de bouwkunde stimuleren? De gotische kerken hebben net als de romaanse een plattegrond in de vorm van een Latijns kruis met het altaar in het Oosten. De combinatie van kruisribgewelf, de spitsboog, de steunbeer, de luchtboog, gewelven en de pilaren zorgen ervoor dat dikke, donkere, dragende tussenmuren niet meer nodig zijn. Ze creëren een sterke, verticale skeletconstructie met plaats voor hoge brandramen. De ruime en lichte Saint-Denis maakt indruk en de nieuwe bouwstijl - die voorlopig geen naam draagt - verspreidt zich over Europa. De term 'gotiek' komt uit de Renaissance en verwijst naar de Germaanse Goten (hoewel die niets met deze bouwkunst te maken hebben) om te spotten met een bouwstijl die intellectuelen in het algemeen en de Italiaanse architect Giorgio Vasari in het bijzonder smaakloos, primitief en barbaars vinden. De Renaissancemens kijkt - hoewel hij veel gemeenschappelijk heeft met de Middeleeuwer - neerbuigend op het millennium dat hen scheidt van de oudheid. Toen Vasari voor de hertog van Farnese in 1546 een kunststudie maakt, bestempelt hij de laatmiddeleeuwse, verticale kunst als een Noord-Europese dwaling. De naam is een scheldwoord: de Goten golden als verantwoordelijk voor de val van het Romeinse Rijk.

.

  • 1124-1125: Hongersnood in Europa. Karel de Goede neemt maatregelen die erger voorkomen.

.

.

  • 1134: Na een grote overstroming ontstaat het Zwin, een zee-arm die Brugge met de Noordzee verbindt.

.

.

  • 1147: Moorse invallen in Spanje. In steden zoals Cordoba leven Joden, Christenen en Moslims vreedzaam samen.

.

  • 1150 of vroeger: Het Sint-Janshospitaal in Brugge komt tot stand en is een van de oudste ziekenzorginstellingen in Europa.

.

.

.

  • 1187: Saladin verslaat de christelijke legers bij Hattin. Wint de duimtechniek het van de drievingertechniek? In elk geval verliezen de Kruisvaarders hun top-relikwie dat delen van het kruis van Christus bewaart. Die namen ze stom genoeg mee om de strijd in hun voordeel te winnen.

.

.

.

.

.

.

.

.

Kijken

.

.

Dertiende eeuw (1201-1300)[bewerken]

Het Kortrijkse begijnhofmuseum is 0,7 ha groot en gaaf bewaard. Het combineert plein met een straatarchitectuur en was/is omringd door het grafelijk kasteel, de stadswal, het Sint-Maartenkerkhof, de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Sint-Maartenskerk. Het werd vaak verwoest: in 1302, in 1382 en in 1684. De huidige 41 huisjes zijn 17de eeuws. Het laatste begijntje ter wereld woonde hier: Marcella Pattyn. Ze is geboren in 1920 in Thysville in Congo.

.

  • De dertiende eeuw kenmerkt zich door:
    • In deze eeuw komt er een wieltje met punten aan de ruitersporen. De stijgbeugel en de teugels laten toe om het paard volledig in bedwang te houden. Zal deze toptechnologie aan de vooravond van 1302 de ruiters straks gunstig gezind zijn?
    • Dit is de eeuw van Jacob van Maerlant (Brugse Vrije ca. 1235– ca. 1300). Deze Vlaamse dichter en Middelnederlandse auteur schreef ruim 230.000 verzen en adaptaties uit het Frans en het Latijn. De gevleugelde uitdrukkingen "Walsche valsche poeten" en "Ende omdat ik Vlaminc ben" zijn van Maerlants hand.
    • Deze eeuw vol kruistochten brengen Oosterse kennis en ideeën naar Europa: Europeanen leren ziekenhuizen inrichten en patiënten verzorgen, voorzien hen van een deftig dieet en leren ze wat hygiëne is dank zij de hospitaalridders. Kennis over wiskunde en meetkunde komt tot uiting in de Gotiek als bouwkunst. Sterrenkunde bereikt Europa via boeken, er ontstaat een pelgrimtoerisme en de Italiaanse havens doen gouden zaken met pelgrims die het heilig graf in de Heilig Grafkerk bezoeken in Jeruzalem. Periodes van tolerantie tussen moslims en christenen wisselen elkaar af met bitsige oorlogen. De nieuwe welvaart leidt tot de Renaissance.
    • Begijnen zoals Hadewijch en Margareta Porete trekken rond om 'hun' boodschap te verkondigen. De boodschap van Porete zal in verkeerde aarde vallen. Die kwam hier op neer: 'Als mensen een worden met God - iets wat mogelijk is tijdens hun leven - doen ze afstand van hun deugden.' Geletterde vrouwen zoals deze zijn een zeldzaamheid in deze periode. De stichting van begijnhoven schijnt een reactie te zijn op het mannentekort sinds de Kruistochten of andere oorlogen.

.

BEELDFRAGMENT DE KRUISTOCHTEN LOPEN OP HUN EINDE

.

.

  • 1204: De kruisvaardersstaat die zich het Latijnse Keizerrijk noemt, zal ruim een halve eeuw, tot 1261 bestaan. De staat, gesticht na de verovering van Constantinopel wordt geleidt door Boudewijn van Vlaanderen die zich uitroept tot de eerste Latijnse keizer in de Hagia Sophia. Met Innocentius III wil hij een einde maken aan het Groot Schisma. Veel pluimen steekt Boudewijn niet op zijn helm. In april 1205 valt hij in Bulgaarse handen en komt er een halve eeuw historische mist. In 1261 herovert de keizer van Nicea Constantinopel en maakt een einde aan het Latijnse Keizerrijk. Het Byzantijnse Rijk wordt voortgezet.

.

  • 1205: In april verdwijnt de graaf van Vlaanderen, Boudewijn XI spoorloos.

.

.

  • 1207: Volgens een chroniekschrijver zou het (groot) begijnhof in Mechelene in dit jaar zijn ontstaan vinden. Zijn naam is Remmerus Valerius.

.

.

.

.

  • 1215: De Engelse koning Jan zonder Land tekent in Runnymede de Magna Carta, een oorkonde over vrijheden en rechtspraak, afgedwongen door zijn leenmannen die vonden dat hij zijn macht misbruikte.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

  • 1250: (Ca.) Stichting Klein begijnhof in Mechelen.

.

.

  • 1258: Het begijnhof van Lier dat al een tijdje bestaat, krijgt toestemming om een kerk te bouwen.

.

.

.

.

.

  • 1285: Herberg Ter Beurze in Brugge.

.


  • 1286: Oudste statuten van het begijnhof in Mechelen.

.

.

  • 1285: Uitvinding van de Bril; het Statuut van Winchester bepaalt dat elke stad of gemeente verantwoordelijk is voor zijn 'politie'.

.

.

  • 1291
    • (Of vroeger): Vanaf het Minnewater in Brugge strekt een waterloop zich uit tot in Aalter als voorloper van het kanaal Gent-Brugge.
    • De Tempeliers, een elitegroep die de pelgrims moest beschermen, vluchten via een ondergrondse 300 meter ondergrondse tunnel uit het fort van stad Akko, het laatste kruisvaardersbolwerk, naar de Middelandse Zee.

.

Kijken

.

.

Veertiende eeuw (1301-1400)[bewerken]

De Kist van Oxford (ook: Kist van Kortrijk, volgens de Engelstalige literatuur: Courtrai Chest) is een eikenhouten kist. De kist werd omstreeks 1909 ontdekt in het New College, een van de onderwijsinstellingen van de Universiteit van Oxford. Op de voorzijde van de kist zijn taferelen van de Guldensporenslag en de Brugse Metten afgebeeld. De maker van de kist is onbekend, al wordt ervan uitgegaan dat het een Vlaming was (een Bruggeling?), die, aan de hand van allerlei details die op de taferelen te vinden zijn, in de slag zelf heeft meegevochten. De bewerkte voorzijde meet 107 cm bij 71 cm.
De uitvinding van het buskruit, anoniem, Museum Plantin-Moretus, een voorstelling uit de zestiende eeuw.
Een verhaal uit de negentiende eeuw gaat dat de Duitse franciscaner monnik Berthold Schwarz per toeval het buskruit ontdekte in de vroege 14e eeuw. Hij noemde het Schwarzpulver of zwartkruit. Dit rijmt echter niet met de geschriften van Roger Bacon een halve eeuw eerder en het feit dat buskruit zich vanuit China verspreide over Eurazië via de Mongoolse veroveringen. Wellicht introduceerde Schwarz het buskruit in Duitsland. Dat verklaart de doorbraak van buskruit in Duitsland en de rest van Europa.

.

  • De veertiende eeuw is gekend omwille van:
    • Het boek van Barbara Tuchman, De waanzinnige veertiende eeuw.
    • De bloei van de Hanzesteden. De Duitse Hanze was één van de vele stedenverbonden. Opgericht in de dertiende eeuw controleert ze haar netwerk van meer dan 160 steden in een gebied van de Oostzee tot Engeland. Ze komt tot bloei in de veertiende en verdwijnt in de zestiende eeuw.
    • Een verhaal uit de negentiende eeuw gaat dat de Duitse franciscaner monnik Berthold Schwarz per toeval het buskruit ontdekte in de vroege 14e eeuw. Hij noemde het Schwarzpulver of zwartkruit. Dit rijmt echter niet met de geschriften van Roger Bacon een halve eeuw eerder en het feit dat buskruit zich vanuit China verspreide over Eurazië via de Mongoolse veroveringen. Wellicht introduceerde Schwarz het buskruit in Duitsland. Dat verklaart de doorbraak van buskruit in Duitsland en de rest van Europa.

.

1301-1310[bewerken]

.

.

  • 1303: Bonifatius VIII sticht in Rome een universiteit in het Sapienzapaleis.

.

.

  • 1307
    • De Franse koning zet de Tempeliers gevangen om hun rijkdom in te nemen. Hij beschuldigd hen van zwarte magie.
    • Vroegste vermelding van het belfort van Kortrijk. Het onderste gedeelte van de toren dateert uit die tijd. De rest van de markt ligt hoger en werd opgehoogd met het puin van de bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

.

.

Ter verdediging beschikken sommige kerken over versterkte torens en een ommuurde ruimte, zoals de Onze-Lieve-Vrouwekerk (Kortrijk) en de kerk in Leiden. Daarnaast ontwikkelen zich de slottorens bij de kastelen van de adel. Belforten representeren een derde macht, die van de stad onder leiding van schout en schepenen. Belforten komen er in steden met stadsrechten, tussen 1099 (Potiers) en 1600. Hun bouwstijl is Romaans en Gotisch, renaissance en barok. De meeste belforten zijn gebouwd bij een stadhuis, een kerk of lakenhal. De belforttoren was de veiligste plek in de stad: het herbergt soms het stadsarchief, de kluis en de gevangenis. Op de oostzijde van de torenspits van het Kortrijkse belfort staan de oudste burgers van de stad: Manten en Kalle, de klokkenluiders van het belfort. In die tijd ging het om een erg vernuftig systeem van uurslagers. Het oorspronkelijke beeld van Manten werd in 1382 na de slag van Westrozebeke ontvoerd naar de Franse Dijon, waar het nu nog steeds op de Onze-Lieve-Vrouwekerk staat samen met de later toegevoegde Kalle en kinderen. De huidige uurslagers werden in 1961 vervaardigd door Victor Cassiman.

.

.

.

1311-1320[bewerken]

.

  • 1310: Margareta Porete sterft op de brandstapel in Parijs. In haar voorleesboek 'De spiegel der eenvoudige, vernietigde zielen, die enkel in wil en verlangen naar liefde verwijlen' stelt ze dat volmaaktheid te bereiken is voor wie één wordt met God. En paradoxaal genoeg, wie dit niveau bereikt, verzaakt aan de deugden. Dat werd Porete kwalijk genomen.

.

.

.

.

.

.

.

.

1321-1330[bewerken]

.

.

  • 1330 (Ca.): Het humanisme, een niet religieuze filosofie ontluikt.

.

.

1331-1340[bewerken]

.

  • 1333: Duizenden Chinezen sterven door de pest. Waarschijnlijk begon de pest in de uitlopers van het Himalayagebergte en verspreidt die zich via de nieuwe handelsroutes.

.

.

.

.

.

1341-1350[bewerken]

.

  • 1341: Petrarca gekroond tot Rome's eredichter.

.

.

  • 1347-1351: Zwarte dood bereikt Constantinopel en wordt daar ‘het Grote Sterven’ genoemd. Van daar uit verspreidt de zieke zich naar de Balkan, Italië, Frankrijk en Spanje. De pest kost tussen de 75 en 100 miljoen levens; andere bronnen hebben het over 25 miljoen mensen in Europa en Azië. De komende vier jaar kost de zwarte dood één op vier Fransen het leven. De bevolkingsafname leidde mee tot de Renaissance: de overlevenden en hun nabestaanden konden zich dankzij erfenissen meer materiële welvaart permitteren en wie van arbeid diende te leven, werd beter betaald omdat die nu eenmaal schaars was.

.

In de archieven in Vlaanderen is van de pestepidemie nauwelijks een spoor te vinden, terwijl in Europa de sterftecijfers oplopen tot zestig à tachtig procent. Ontsnapte het dichtbevolkte Vlaanderen aan de Zwarte dood? Blijkbaar niet. De afwezigheid van de archieven duidt op het feit dat de pest in Vlaanderen extreem zwaar huishield. Het zwijgen van de bronnen wijzen op een totale ontreddering: boedelbeschrijvingen en de aankoop van doodskisten werden niet meer geregistreerd. Bovendien hadden overheden belang om de sterfte te verzwijgen (vergelijk het met het begin van Aids). Een andere aanwijzing is in de overlijdensregisters te vinden: plots daagt een ander handschrift op, soms tot drie keer in hetzelfde boekjaar.[31]

.

.

  • 1350: Kerktoren van de Oude Kerk in Delft voltooid (jaar bij benadering).

.

.

1351-1360[bewerken]

.

.

.

  • 1356: Het Grote Schisma in de kerk: rivaliserende Pausen in Avignon en in Rome.

.

  • 1356: Slag bij Poitiers. Edward de Zwarte Prins trekt met 8.000 troepen plunderend door Frankrijk. Vanuit de bossen vernietigen en verslaan zijn boogschutters een tweemaal zo groot leger.

.


.

.

.

.

1361-1370

.

.

.

.

.

1371-1380[bewerken]

.

  • Ca. 1370-1390: Aanhoudende boerenopstanden in Europa.

.

.

.

.

  • 1377: De paus keert naar Rome terug, hij treft er een stad van 15.000 inwoners.

.

  • 1378-1417: Het Westers Schisma, vanaf nu zijn er twee pausen (en soms drie), één in Rome en één in Avignon. Vlaanderen steunt met Engeland en Duitsland de Roomse paus. Spanje, Portugal, Napels, Frankrijk en Schotland die in Avignon. Het concilie van Konstanz maakt een einde aan het schisma in de jaren 1414-1418.

.

  • 1379: Frans-Vlaamse crisis tot 1385.

.

.

.

1381-1390[bewerken]

.

.

Na de Slag bij Westrozebeke roven de Fransen Manten. Voor wie het verhaal niet kent: Op de torenspits van het Kortrijkse belfort staan de klokkenluiders Manten en Kalle. Dit uurwerk is erg high tech en is nu in Dijon te zien op de Onze-Lieve-Vrouwekerk.


.

  • 1383: De strijd tussen de opstandige Gentenaren en graaf Lodewijk van Male leidt tot plunderingen in veel Vlaamse steden.

.

.

.

.

.

.

.

.

1391-1400[bewerken]

.

  • 1394: Stormvloed: Oostende verhuist landinwaarts.

.

  • 1396
    • Slag bij Nicopolis
    • Jan zonder Vrees gaat op kruistocht.
    • De kanselier van Florence, Coluccio Salutati nodigt de geleerde Manuel Chrysoloras uit Constantinopel uit om zijn studenten kennis te laten maken met het Grieks en de klassieke werken.

.

.

.

.

.

.

Eerste helft vijftiende eeuw (1401-1449)[bewerken]

.

1401-1410

.

.

.

.

.

1411-1420

.

In 1411 bouwt Kortrijk zijn lakenhalle bij het belfort dat dateert uit de vroege veertiende eeuw. De eerste vermeldingen van het belfort zijn 1307. Deze lakenhalle zal in de zestiende eeuw te klein worden en vervangen worden door een grote lakenhalle op het schouwburgplein.


.


  • 1412: Filippo Brunelleschi creëert de regels van het perspectief na zijn studie van Romeinse ruïnes.

.

.

  • 1417: In Londen laat burgemeester Sir Henry Barton tijdens de winter 'lanthorns' hangen.

.

.

.

.

1421-1430

.

.

.

.

  • 1425: Oprichting Universiteit Leuven, met ruime autonomie: de unif betaalt geen belastingen aan de stad en houdt er eigen wetten, een eigen politiemacht (bestaande uit een promotor, diverse sergeanten van hooguit vijftien jaar) en er een gevangenis (nabij de Borchtpoort – de oude stadsomwalling - in de Mechelsestraat) op na.

.

.

.

.

1431-1440

.

Op de hoek van de Gentse Vrijdagmarkt staat sinds het einde van de 16de eeuw een zware bombarde: de Dulle Griet. De oudste bronnen over kruydt en bussen gaan terug op 1320 - even na de Guldensporenslag. Een eeuw later beschikken steden over dit soort onbetrouwbare, onverplaatsbare ijzeren bombardes. Ze dienen doorgaans ter verdediging - het defencief van de stad, omdat ze te zwaar zijn en enkel te verplaatsen zijn met ossen en koeien. De enige invloed die deze vroege generatie vuurwapens heeft op de middeleeuwse muren beperkt zich tot een aanpassing van de schietgaten: een combinatie van de verticale spleet met een ronde opening voor de draagbare vuurwapens. Met haar gewicht van twaalf ton, een lengte van meer dan vijf meter en een smeedijzeren mondkaliber van 640 millimeter is de Dulle Griet de grootste bombarde die nog bestaat. Als de bombardes dan toch het offensief dienden (deze heeft een reikwijdte van 1.500 meter), was het gebruikelijk om ze zo dicht mogelijk bij het doel te brengen, net buiten het bereik van een kruisboog (200 meter). In tegenstelling tot haar kleine zus, de Mons Meg, is over de Dulle Griet nauwelijks historische documentatie te vinden. De naam Griet, Margot, Marguerite en Meggie was gebruikelijk om een donderbus te benoemen: Margaretha was een veel voorkomende naam. De historicus Marc Beyaert restaureerde de Dulle Griet en gaat in tegen de gebruikelijke verklaring die de bombarde de stad laat verdedigen. Hij schrijft: 'Een zware bombarde als de Dulle Griet is a priori een offensief wapen, dat enkel bij belegeringen nuttig kan worden ingezet. De grote investering voor zo'n wapen wordt enkel gedaan door iemand met een strategische visie én zeer ruime middelen, die meent zo'n wapen nuttig en frequent te kunnen gebruiken over een langere periode. Een wapen als de Dulle Griet past derhalve niet in de beperkte militaire optiek van de stad Gent, maar wel in de strategische langetermijnpolitiek van een Bourgondische hertog.' Na 1450 wegen de nadelen van de bombardes door op haar voordelen: duur, moeilijk te maken, moeilijk te transporteren en op te stellen; ze vereisen veel personeel, veel buskruit en speciale projectielen. De opbouw van de stelling nam dagen in beslag en hun gebrekkige wendbaarheid maakte ze kwetsbaar voor de ontwikkelingen na 1450: lichtere, kleinere en mobielere stukken met een grotere vuurkracht en impact. Het einde van regeerperiode van Karel de Stoute, omstreeks 1477, valt samen met het verdwijnen van de bombardes.[32]

.

.

.

.

.

  • 1440: Gilles de Rais opgehangen voor de misdrijven die hij onder marteling bekende.

.

.

Panorama van de vrijdagmarkt
Panorama van de vrijdagmarkt

.

.

1441-1450

.

.

  • 1444: Het stadhuis van Brussel (sinds 1402) bouwt een 96 meter hoge toren bekroond met een vergulde aartsengel Michaël en draak.

.

  • 1447: In Milaan is het afgelopen met de Visconti's. Paus Nicolaas V trekt in Rome de renaissancekunstenaars aan.

.

  • 1450: De Sforza's volgen de Visconti's op.

.

Kijken


Luister[bewerken]

  • De Bourgondiërs met Bart Van Loo - Aflevering 1 start in Gent, op 19 juni 1369. Filips de Stoute en Margaretha, de dochter van de graaf van Vlaanderen huwen en introduceren daarmee de Bourgondiërs in Vlaanderen, één van de rijkste regio’s van de wereld.
  • De Bourgondiërs met Bart Van Loo - Aflevering 2 gaat over de graaf van Vlaanderen, Lodewijk van Male, die de stedelijke wind van van voren krijgt. Vooral Gent groeit onder leiding van Filips van Artevelde tot een onverschrokken stad.


Veiligheidsproblemen[bewerken]

De val van Constantinopel (1453) door een zekere Jean Chartier.
Baljuw

Tijdens de Middeleeuwen is er geen politie in de huidige betekenis van het woord: de politie draagt geen uniform, is niet permanent bereikbaar (24 uur per dag) en er is geen opleiding vergelijkbaar met nu. In de Middeleeuwen verzekert debaljuw de rechtsorde. De meier, de ambtman, de Drost, de hofmeier, de Huisman of de Huesman de Schout of de Schult(heiss) nemen gelijkaardige taken waar. Dé vertegenwoordiger van de vorst is in het graafschap Vlaanderen de hoogbaljuw. Die heeft meerdere schouten onder zich. De functie komt in de Lage Landen vanaf de hoge middeleeuwen voor en varieerde volgens zijn werkgebied. Doorgaans was zijn bevoegdheid ruim: hij ziet op de vorstelijke verordeningen, hij is openbaar aanklager, hoofd opsporingen en rechter en helpt bij bestuurlijke zaken. In een boerenambacht werd de schout een huisman of huesmann genoemd. Vanaf de 17e eeuw duikt de naam drossaard of officier op. De functie verdwijnt in de Franse tijd.

Schutterij

Naast het ambt van de baljuw bestond ook de schuttersgilde. Deze lokale militie ontstond in de middeleeuwen. Burgers verenigen zich om hun stad of dorp te beschermen en verdedigen bij een aanval van rondzwervende roversbenden of vreemde legers en intern de orde te handhaven bij oproer, brand of persoonsbewaking. De taken zijn vergelijkbaar met de hedendaagse orde en hulpdiensten. De naam schutterij komt van het schieten, niet van het beschutten.

.

Examen[bewerken]

.

A-Vragen

.

Begijnhof, belfort, broeltorens, Carcassonne, draaitrap, eros, feodaliteit, Gilles de Rais, gotiek, Gulden Sporenslag, Groeningemuseum, Herfsttij der Middeleeuwen, honderdjarige oorlog, horigheid, Hortus Conclusus, Huizingalezing, Jeanne D'Ark, Johan Huizinga, kalender, kampstraat (Pottelberg), kruistochten, magisch wereldbeeld, Middeleeuws Kortrijk, Mont Saint Michel, Noormannen, Normandië, Onze Lieve Vrouwekerk, Romaanse bouwkunst, ronde tafel, Sint-Maartenskerk, stadsomwalling, stadspoort, symbolisch denken, stadsrechten, thanatos.

.

.

B-Vragen

.

  • In de Vlaamse archieven is van de pest nauwelijks een spoor. Ontsnapte het dichtbevolkte Vlaanderen aan de Zwarte dood?

.

  • Periodiseer en karakteriseer 'de Middeleeuwen': beginjaren en eindjaren, wat kenmerkt de periode?

.

  • Plaats in chronologische volgorde. 1. Beleg en val van Constantinopel; 2. Eerste Kruistocht, 3. Guldensporenslag, 4. Maarten Luther, 5. Miguel de Cervantes schrijft Don Quichote, 6. Ontdekking van Amerika.

.

  • Plaats in chronologische volgorde. 1. Boekdrukkunst, 2. Christoffel Columbus, 3. De Stijgbeugel (voetsteun), een Chineese uitvinding bereikt Europa, 4. De islam ontstaat, 5. Edict van Milaan, 6. Oudste bronnen over buskruit.

.

  • Plaats in chronologische volgorde: 1. Keizer Karel V, 2. Gilles de Rais verspeelt zijn vermogen en stort zich in de alchemie, 3. Guldensporenslag, 4. Val van het West-Romeinse Rijk, 5. Val Oost-Romeinse rijk, 6. Franse Revolutie.

.

  • Plaats in chronologische volgorde. 1. Jan van Berry bestelt Les Très Riches Heures du duc de Berry, 2. Karel de Grote, 3. Protestantisme, 4. Eerste Wereldoorlog, 5. Onafhankelijkheid van Amerika, 6. Vietnamoorlog.

.

.

C-Vragen

.

  • Wat bedoelde Johan Huizinga toen hij in 1919 schreef over de wereld vijf eeuwen jonger dan zijn tijd en het leven scherpe vormen had? 'Tusschen leed en vreugde, tusschen rampen en geluk scheen de afstand grooter dan voor ons (...). De groote dingen: de geboorte, het huwelijk, het sterven, stonden door het sacrament in den glans van het mysterie. Maar ook de geringer gevallen: een reis, een arbeid, een bezoek, waren begeleid door duizend zegens, ceremonies, spreuken, omgangsvormen.' Gebruik de taboewoorden in je antwoord: Eros, Thanatos, en kakafonie.

.

  • Bespreek het onderscheid tussen Romaanse en Gotische kunst, periodiseer en geef voorbeelden.

.

.

Nota's

.

.

.

.

.

.

.

LES VI: RENAISSANCE & HUMANISME (1453-1650)[bewerken]

Het beleg en val van Constantinopel (1453) betekende het begin van de ontdekkingsreizen en de Renaissance.

.

Aanhalingsteken openen

There's method in my madness

Aanhalingsteken sluiten
Shakespeare, Hamlet, 1602.[33]

.

 >>> 1450  ->> 1453  ->> 1492  ->> 1500  ->> 1517  ->> 1555  ->> 1566  ->> 1600  ->> 1648 >>>

.


Tijdzone[bewerken]

.

  • Grosso modo: tweede helft vijftiende tot einde eerste helft zeventiende eeuw. De Renaissance blikt terug op de antieke denkers: Socrates, Plato, Aristoteles en Archimedes. Hun onderzoek creëren in Europa een mens- en wereldbeeld dat systematiek toont, stilaan ontdaan van magische en religieuze interpretaties.
  • Exact: omstreeks 1453 gebeuren vijf dingen die de wereld een andere wending zullen geven: Val van Constantinopel]], de uitvinding van de boekdrukkunst en de druk van de allereerste bijbel (die zal leiden tot de reformatie in 1517, tot de contrareformatie in 1550, de tachtigjarige oorlog en de uitroeiing van de heksen), de slagkracht van het buskruit is in staat om muren te vernietigen en de geboorte van Columbus. Dit is het begin van de Renaissance en die loopt tot het einde van de tachtig jarige oorlog tot 1648. Dan start de Verlichting.
  • Tijdens de periode 1453-1492 starten de eerste ontdekkingsreizen: de val van Constantinopel en de Turkse bezetting van de specerijenroute doen Europese machtshebbers zoeken naar nieuwe routes naar China en India, niet over land dit keer, maar via de zee.
  • De periode 1500-1648 laat zich omschrijven als de periode van Oranje tegen Spanje: Eenheid en scheiding van de Nederlanden onder Habsburgers.[34] Als de tachtigjarige oorlog in 1648 tussen Spanje en de Noordelijke Nederlanden ten einde loopt, luidt dit geen periode van vrede in, maar een reeks oorlogen met de machtigste vorst van Europa: Lodewijk XIV.

.

.

Tweede helft vijftiende eeuw[bewerken]

Het Beleg van Belgrado (1456) duurde van 4 juli tot 22 juli waarbij sultan Mehmed II het Hongarije wou onderwerpen. Johannes Hunyadi leidde de tegenaanval succesvol.

.

BEELDFRAGMENT RENAISSANCE IN FLORENCE

.

Jaren vijftig van de vijftiende eeuw[bewerken]

.

BEELDFRAGMENT HET VERHAAL VAN EEN TAAL

.

Geschiedenis boekdrukkunst in Polygoonjournaal, 1973
  • 1450
    • Boekdrukkunst uitgevonden.
    • Kanonnen en het buskruit krijgen voldoende slagkracht om stadsmuren te ruïneren. De Dulle Griet is oude technologie.

.

Om het kanonvuur te weerstaan, verlagen en verdikken de middeleeuwse muren en torens. Zo is het doelwit en het instortingsgevaar kleiner. Kwetsbare delen zoals kantelen, rechte muren en de poorten krijgen aandacht. De kantelen verdwijnen, voor de muren komt een aarden wal en voor de ingangspoort komt een bolwerk (ook boulevard genoemd). Ze houden de aanvaller op afstand en flankvuur wordt vermeden. 

.

.

  • 1452
    • Het eerste deel van de Gutenberg-bijbel, het eerste gedrukte boek, in Duitsland uitgegeven.
    • Op 24 mei verwoest een brand Amsterdam voor tweederde.

.

.

.

  • 1455: Gutenberg voltooit zijn Vulgata: de eerste niet geschreven bijbel. Gutenberg bleek niet in staat om zijn lening voor de drukpers terug te betalen en stond zijn revolutionaire machine af aan zijn geldschieter.

.

.

  • 1457
    • Bouw van het Hospices de Beaune als een vroege verzorgingsinstelling die tegemoet komt aan de catastrofe van de honderdjarige oorlog.
    • Geboorte van Maria van Bourgondië en haar doop in het paleis op de Koudenberg met muzikale composities van Gilles Binchois.
    • De Utrechtse kluizenares Suster Bertken bouwt tegen de muur van de buurtkerk een cel waar ze bijna zestig jaar zal wonen en visioenen krijgt.

.

  • 1458
    • Een aardbeving verwoest het Al-Sahalani hospitaal in Jeruzalem (het oude hospitaal van de Kruisvaarders van Sint-Jan).
    • De Ottomanen veroveren Athene.

.

.

.

Kijken

.

.

Jaren zestig van de vijftiende eeuw[bewerken]

.

.

  • 1461: -

.

  • 1462: Vlad Tepes begint een oorlog tegen de Ottomanen; De humanist Marcilio Ficino neemt de leiding over de Platoonse Academie in Florence.

.

  • 1463: -

.

  • 1464: Van het plan om een kruistocht tegen de Ottomanen te houden komt niets in huis. De Paus overlijdt; De beroemde schilder Rogier van der Weyden overlijdt.

.

  • 1465: Hans Memling wordt poorter van Brugge en werkt voornamelijk voor buitenlandse bankiers en kooplui. Wat Memling is voor Brugge, is Dirk Bouts voor Leuven en Hugo van der Goes voor Gent. Het werk van Memling onderscheidt zich door de luttele verflagen waardoor hij basistekening laat doorschemeren. Als het portret mode wordt, experimenteert hij als eerste met landschapsportretten. ‘Wat dat betreft is de Mona Lisa (ca. 1503-1519) van Da Vinci onmiskenbaar schatplichtig aan Memling.’[35] In het werk van Memling zijn nauwelijks verwijzingen te vinden naar de woelige Bourgondische periode die samenvalt met zijn levensloop.

.

.

  • 1467: Filips de Goede overlijdt. Hugo van der Goes – geboren in Gent - haalt het meesterschap in zijn stad en neemt de artistieke opluistering van de uitvaart van Filips de Goede voor zijn rekening.

.

.

  • 1469: Huwelijk Ferdinand II van Aragon en Isabella I van Castilië.

.

.

Kijken

Tijdens de Renaissance wordt het portret populair. Het zijn de foto's van de eeuw weliswaar niet gemaakt door een portretfotograaf, maar door een ingehuurde schilder voor wie het betalen kan. Voor de selfie of het zelfportret is het wachten op Albrecht Dürer. Die voltooit het eerste zelfportret in de geschiedenis in 1493, vergelijkbaar met de autobiografie die stilaan zijn ingang kent. 'Na de dood van Piero della Francesca en Lorenzo de' Medici, verplaatst de Europese kunst zich van Florence naar Rome, van de werkplaats naar de individuele kunstenaar, van het mysterie naar het theater, van ceremonie naar voorstelling, van de vorst naar de burger. Om goed "uit te beelden" moet men zich laten zien en leren kennen. Het beeld is niet langer allegorisch maar geseculariseerd' schrijft Jacques Attali in zijn 1492 (p. 248). Voor de allereerste autobiografie is het nog langer wachten: die is van de hand van Benvenuto Cellini waaraan hij in 1558 in Florence begint. Het boek is een van de markantste renaissance-geschriften. Cellini geeft een bijzonder kleurrijk beeld van zichzelf en zijn onvoorwaardelijk geloof in het eigen kunnen.


.

.

Jaren zeventig van de vijftiende eeuw[bewerken]

Druk-replica in het stedelijk museum 't Gasthuys Aalst.

.

  • 1470
    • De Waalse kerk (Delft) is klaar.
    • De eerste drukpers in Parijs drukt de Griekse klassiekers in het Latijn.

.

.

  • 1472: Amsterdam verbiedt sneeuwbal-gooien: 'Neymant en moet met sneecluyten werpen nocht maecht noch wijf noch manspersoon.'

.

  • 1473
    • De heetste zomer in de geschiedenis. De lente begint in maart. 1540 breekt het volgend record. William Caxton die in Keulen het drukken leerde, gaat terug naar Londen en publiceert er een boek over de Trojaanse oorlog.
    • De bouw van de Sixtijnse kapel begint. Sixtus IV is ook initiatiefnemer van de Vaticaanse bibliotheek.
    • Dirk Martens keert terug naar zijn geboortestad Aalst en start er een drukatelier. Hij publiceert drie werken waaronder het boek Over de twee geliefden van Enea Piccolomini en Speculum conversionis peccatorum (Een spiegel van de bekering van de zondaars). Het is/zijn de eerste gedrukte boek(en) in Vlaanderen. Duitsland, Italië en China gingen de drukkunst in Vlaanderen vooraf.

.

  • 1474: -

.

.

  • 1476: Vlad III, beter gekend als graaf Dracula gaat strijdend ten onder.

.

  • 1477
    • Slag bij Nancy: Karel de Stoute, de hertog van Bourgondië, sneuvelt.
    • Zijn dochter Maria volgt hem op.
    • De Delftse Bijbel, het eerste gedrukte Nederlandstalige boek verschijnt. De uitgever is Jacob Jacobszoon van der Meer en Mauricius Yemantszoon van Middelborch. De bijbel beperkt zich tot het Oude Testament zonder de Psalmen. Deze druk bedraagt om en rond de 250 stuks. Er zijn er nog een zestigtal bewaard.

.

  • 1478: Antwerpen sluit een handelsverdrag met de Hanze en neemt de rol van Brugge, dat aan het verzanden is, geleidelijk aan over. Vooral onder Karel V en Filips II wordt het een welvarende havenstad die de toon aangeeft in West-Europa. Omstreeks 1400 telt Antwerpen ongeveer 18.000 inwoners, in 1500 40.000. Deze demografische evolutie valt ook af te leiden uit de bouw van het Vleeshuis, een indrukwekkend gotisch gebouw in de oude haven. Herman de Waghemakere ontwerpt en bouwt het tussen 1501 en 1504. De buurtbewoners zijn het beu om tussen de bloedplassen van de geslachte beesten te leven. Stadshygiëne dus. Omstreeks 1560 telt Antwerpen 100.000 inwoners.

.

.

.

Kijken

.

.

Jaren tachtig van de vijftiende eeuw[bewerken]

Jheronimus Bosch schilderde zijn Tuin der lusten mogelijks in opdracht van Hendrik III van Nassau (1483-1538) voor zijn schilderijengalerij op de Kunstberg in Brussel.

.

  • 1480: Overstromingen aan de Vlaamse kust verzwelgen Breskens; Antwerpen is de grootste stad in de Nederlanden: 33.000 inwoners.

.

  • 1481: Na een pittige winter breekt de pest uit in Vlaanderen, van Ieper tot in Friesland. De kroniekschrijver Jean Molinet ziet die winter ‘vogels dood uit de hemel vallen, bomen sterven rechtstaand en ruiters vriezen dood op hun paard.’ (Van Loo, p. 457) Tijdens de winterfeesten organiseren de Bourgondiërs tornooien op de markt van Brugge.

.

  • 1482: Maria van Bourgondië overlijdt in het Prinsenhof (Brugge) in Brugge, na een val van haar paard in Wijnendale; Adolf van Ravenstein verleidde haar tot deze jacht, ze was 25. Archeologisch onderzoek uit 1979 toonde aan dat ze reeds elf tanden ontbrak. De tijdgenoot wist niet waaraan Maria stief, datzelfde onderzoek wees uit dat haar polsen waren gebroken, net als drie ribben. Een longinfectie zal haar doodsvonnis hebben ondertekend. -De rol die zij niet kon spelen, werkte echter dubbelop in haar stamboom. Bart van Loo omschrijft haar als de ‘schakel’ tussen twee tijdperken. Haar grootvader: Filips de Goede, haar kleinzoon: een wereldheerser: Keizer Karel (VAN LOO, p. 364-466.).

.

.

  • 1484: De paus vaardigt de Heksenbul Summis desiderantes affectibus uit. VRij vertaald: Er zijn mensen die bezeten zijn; Duizenden mensen worden geofferd bij de inhuldiging van de Templo Mayor in Tenochtitlan; Geboorte Huldrych Zwingli, Zwitsers kerkhervormer (overleden 1531)

.

.

  • 1486: -

.

.

.

.

.

Kijken

.

.

Jaren negentig van de vijftiende eeuw[bewerken]

.

BEELDFRAGMENT 1492 EN COLUMBUS

.

  • 1490: -

.

.

  • 1492: Ontdekking van San Salvador door Columbus. Zijn totale bemanning: 87 mannen op drie schepen: de Nina, de Pinta en de Santamaria, de meeste matrozen zijn criminelen, misdadigers en boeven. Columbus meldt iets vreemd. Indianen rollen droge kruiden in papier, steken dat in brand en inhaleren. Spanje doet Joden met Verdrijvingsedict kiezen voor bekering of verdrijving. Paus Alexander VI leidt de kerk en wordt berucht: hij is de vader van Cesare en Lucrezia Borgia.[36]

.

  • 1493
    • Op zijn tweede reis (tot 1496) ontdekt Columbus Puerto Rico en Jamaica. De vloot is niet te vergelijken met die van 1492, noch in bemanning, noch in aantal schepen. Plots wil iedereen de overtocht maken.
    • Geboorte van Juan Luis Vives in Valencia als oudste van vijf kinderen van intellectuele Joden.

.

  • 1494
    • Verdrag van Tordesillas, Spanjaarden en Portugezen delen de Nieuwe wereld zonder correcte geografische informatie.
    • Hans Memling overlijdt in Brugge en kan zich geen graf in een kerk permitteren. Dit feit symboliseert de ondergang van Brugge als wereldstad.

.

  • 1495: -

.

  • 1496: Huwelijk van Filips de Schone en Johanna van Castilië in Lier; Voor het eerst vertrok vanuit Spanje een bruid met 20.000 mensen (kamerheren en -vrouwen, hofdames, lijfknechten, thesauriers en grootmeesteressen) met een vloot van 130 schepen van Laredo naar Antwerpen. Tijdens de tocht van twee maanden leed niemand honger: aan boord waren 400 wijnvaten, 85.000 pond vlees, 50.000 haringen, 1.000 kippen en 6.000 eieren. Een paar schepen zonken tijdens een storm. In Antwerpen wachtte een grandioze plechtigheid. Op 19 oktober was Johanna in Lier, de dag erna arriveerde Filips.

.

  • 1497: John Cabot is terug in Bristol en zijn sponsors vinden hem een held. Koning Hendrik stemt toe voor een nieuwe reis met vijf schepen. Van Cabot wordt nooit meer iets gehoord.

.

.

In Rome beeldhoudt Michelangelo zijn Piëta voor de Sint-Pietersbasiliek.

.

Vestingen ontwikkelen zich als verdediging op de kanonnen. Dit schema van (een niet-bestaande) vesting per onderdelen en voorwerken: (1) Flank (2) Gordijn (3) Keel (4) Face (van bastion) (5) Vuurlijn (7) Glacis (8) Bedekte weg (9) Contrescarp (10) Gracht (11) Cunette (12) Escarp (13) Berm (14) Buitentalud van vestingwal (15) Plongee (16) Banket (17) Walgang (18) Binnentalud (19) Glacis (bovenaanzicht) (20) Tenaille (als buitenwerk) (21) Halve maan (22) Hoornwerk (23) Vestinggracht (24) Bastion (met gebogen flanken en orreillons) (25) Ravelijn (26) Bastion (Oud Nederlands vestingstelsel) (27) Dubbele Tenaille (als voorwerk) (28) Wapenplaats (29) Bedekte weg (30) Contre garde (31) Gordijn (32) Tenaille (als verdediging van de courtine) (33) Papenmuts (34) Kroonwerk (35) Bekleding van de wal (36) Citadel (37) Faussebraye (onderwal) (38) Terreplein.

.

.

Kijken

.

Columbus vertrekt naar de Nieuwe Wereld op 3 augustus 1492. Waar hij zal uitkomen weet niemand. Zij vloot bestaat uit drie schepen met een hoop boeven en criminelen.

.

De Columbiaanse uitwisseling[bewerken]

De Columbiaanse uitwisseling is een term om de uitwisseling van gewassen, ziekten en culturen tussen de Oude Wereld en de Nieuwe Wereld na 1492 te omschrijven. De historicus Alfred W. Crosby gebruikte de term als eerste in The Columbian Exchange (1972).

Voorwaarden om tot ontdekkingsreizen over te gaan
  • De Turkse bezetting van de specerijenroute doet een nood ontstaan;
  • De uitvinding van het kompas;
  • Boten moeten navigeren en zich verdedigen;
  • Dit kan dankzij de sterrenkunde die een wetenschap en het kompas en het buskruit;
  • De cartografie baseert zich op de wiskunde;
  • Boten dienen de oceaanvaart aan te kunnen: ontwikkeling van de kogge naar het karveel;
  • De middeleeuwse kustvaart verandert in oceaanvaart:
  • Voldoende mensen scharen zich achter het project.
Gevolgen van de ontdekkingsreizen
  • De import van landbouwgewassen - maïs, aardappel... - komt de voedselproductie ten goede. Zo hoeven sommigen niet langer van de landbouw te leven en kunnen ze zich aan pre-industriële activiteiten wagen.
  • Ziektes worden internationaal gedeeld.
  • De slavernij wordt opnieuw ingevoerd (driehoekshandel)
  • Vul het lijstje aan...

.

.

.

Zestiende eeuw onder Karel V: 1500-1555[bewerken]

Keizer Karel V is in Vlaanderen bekend als keizer Karel. Het Spaanse Rijk was het grootste Europese rijk sinds Karel de Grote en groter dan het Romeinse Rijk. Karel V sloeg met succes de aanvallen van het Ottomaanse Rijk af. Zijn grootste teleurstelling was dat hij de christelijke eenheid in Europa niet kon redden van de Reformatie.
Aanhalingsteken openen

Vanaf de zestiende eeuw bouwt Europa aan een koloniaal rijk. Priesters, conquistadores, woudlopers en avonturiers zwermen uit, decimeren volkeren en voeren de slavernij er (opnieuw) in. Die heerschappij en belastingen legt hen geen windeieren.

Aanhalingsteken sluiten
— E.X. Whogh.

.

Beginjaren van de zestiende eeuw[bewerken]

.

Bij het begin van de eeuw, omstreeks 1500 moderniseert de artillerie (sinds de vooruitgang in 1450 toen die voor het eerst muren doorbreekt). Door de loop van het kanon in één stuk brons te gieten, verlicht het kanon, koelt de loop sneller af en kan die een forse kruitlading aan. Het herladen versnelt en de vuurcadans neemt toe. Gietijzeren kogels tot twinitig kilogram vervangen de stenen projectielen: ze zijn drie keer zwaarder en hebben een inslag met effect (stenen vallen ploef neer). De buskruitproductie verloopt nu in korrels en is juist gedoseerd. Kanonnen worden mobiel (ze wegen 2 tot 3 ton), richtbaar en met een snelheid die driemaal hoger is dan bij de bombardes. Op vierhonderd meter vernietigt een koningskogel zich dertig centimeter diep in massief metselwerk. Het bresschieten wordt een aanvalstacktiek. De verdediging reageert hierop met niet langer steden te verdedigen, maar grensgebieden te verdedigen. De oorlogen tussen keizer Karel en Frankrijk realiseren langs de 350 kilometer lange grens van de Lage Landen en Frankrijk een veertigtal bastionvestingen en -steden komen. Op zwakke plekken komen nieuwe steden: Mariembourg in 1546 en Philippeville in 1555 door de abdicerende Karel V genoemd naar zijn aantredende zoon, Filips II. Onder de stad strekt zich tien kilometer onderaardse gangen uit. Ze dateren uit de zeventiende eeuw en verbonden de buitenposten met de centrale vesting. Philippeville en Mariembourg zijn de allereerste steden met radiaalstraten in Europa.

.

.

  • 1502: Vierde en laatste reis van Columbus naar Honduras en Centraal Amerika.

.

.

.

  • 1505: Amsterdam verplicht zijn inwoners om na negen uur ’s avonds op straat een lantaarntje te dragen.

.

  • 1506: Filips de Schone's overlijden verwart zijn vrouw. Johanna plaatst zijn kist in haar slaapkamer om ze 's ochtends te openen hopend dat hij tot leven komt; Rome sloopt haar oude basilica en begint naar Bramantes ontwerp aan de Sint-Pietersbasiliek. Aflaten helpen het project financieren.

.

.

.

.

.

Kijken

.

.

De tienerjaren van de zestiende eeuw[bewerken]

De anatomische man, na 1410 in Les Très Riches Heures du duc de Berry.
De mens van Vitruvius, omstreeks 1490.

.

BEELDFRAGMENT REFORMATIE

.

  • 1510: De Portugezen onder Afonso d'Albuquerque veroveren Goa, en maken het tot hoofdstad van de Portugese bezittingen in Azië;

.

  • 1511
    • Lof der zotheid van Erasmus verschijnt. Hij schreef het werk in 1509, na zijn terugkeer van een reis naar Italië en in Engeland, waar hij bij Thomas More verbleef.

.

  • 1512
    • In februari zakt een processie bij de inwijding van de kerk van Charlois door het ijs van de Maas. Een duizendtal (?) processiegangers verdrinken in de Monnikenput.
    • Gerardus Mercator overlijdt.

.

.

.

.

  • 1516
    • Utopia van Thomas More verschijnt.
    • Erasmus zorgt voor de eerste kritische uitgave van (de Griekse grondtekst) van het Nieuwe Testament (wat hem het verwijt oplevert, een wegbereider te zijn voor Luther);
Zo schrijft More - het lijkt wel de aankondiging van de surveillance - vijfhonderd jaar geleden in Utopia: 'Nu zien jullie dat je daar nergens maar wat rond kun hangen; er is nooit een aanvaardbare reden om niets te doen. Er zijn geen wijnhuizen, geen kroegen, nergens bordelen, geen gelegenheden voor misdragingen, geen geheime plekjes en besloten bijeenkomsten. Integendeel, het alziende oog van de omgeving maakt het noodzakelijk om je gewone werk te doen of je in je vrije tijd niet onfatsoenlijk te gedragen.' Nu we Erasmus en More hier in eenzelfde jaar aantreffen, moeten we wel de essentiële vraag stellen, namelijk 'In hoeverre moet/mag/kan een Bachelor in de Maatschappelijke Veiligheid zich inlaten met macht en politiek?' Moet hij afstand houden? Moet hij zijn invloed aanwenden om zijn idee en ideaal vorm te geven, op het gevaar af afhankelijk te worden? Zijn, zoals Thomas More wist, verstandige inzichten ondergeschikt aan de politiek? Mag hij vuile handen maken? En, zal er naar hem geluisterd worden? Erasmus werd hij raadsheer van keizer Karel V en verblijft tot 1521 in Antwerpen, Brugge, Leuven en Mechelen en Anderlecht. Thomas More werd adviseur van Hendrik VIII. Het zou hem zijn hoofd kosten.


  • 1517: Maarten Luther slaat 95 stellingen aan de kerkdeur in Wittenberg.

.

  • 1518
    • Hernan Cortez leidt een expeditie naar Yucatan en laat zijn schepen zinken.
    • Dansplaag.
    • Ketterijproces in Rome tegen Luther.
    • Leonardo Da Vinci breekt een vertoog over geometrie vroegtijdig af met 'etcetera', wat ongeveer staat voor 'zoek het zelf maar uit'. Waarom hij deze tekst - waar hij overigens nooit iets meer mee deed - niet afwerkte weten we ook: 'omdat de soep bijna koud was.' Net zoals Descartes vond Da Vinci dat er geen zekerheden waren en dat alles bevraagd diende te worden.

.

  • 1519
    • Leonardo da Vinci overlijdt in Amboise Frankrijk. Van zijn 13.000 vellen met tekst, tekeningen, wiskunde, muziek... is de helft bewaard. De linkshandige schreef in spiegelschrift in het Toscaans. Als autodidact kende hij geen Latijn.[37]
    • Reis om de wereld door Ferdinand Magellaan.
    • Hernan Cortés is in Mexico.
    • Het komt tot een breuk tussen Luther en Leo X.

.

Lang dachten historici dat het timmeren van de stelling een soort symbolische betekenis had, maar de geschriften van Luthers secretaris bevestigen dat het een werkelijk timmeren was.
Twee bladzijden uit de "95 stellingen" uit Luthers Disputatio pro declaratione virtutis indulgentiarum, uitgegeven in Wittenberg door Melchior Lotter d.J. in 1522.
De katholieke paus zou tijdens de zestiende eeuw meermaals voorwerp van spot of als een instrument van de duivel opduiken.

.

De epidemie uit Wittenberg
.
Toen Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de kerkdeur in Wittenberg timmerde, dan kon hij niet voorzien dat daaruit een eeuw vol godsdienstoorlogen, een eeuw vol brandstapels, moord- en slachtpartijen zou volgen. De Bartholomeusnacht, de verwelkoming van Filips II bij zijn Engelse blijde intrede aan de vooravond van zijn huwelijk met Maria I van Engeland, de dochter van Hendrik VIII… dat soort gebeurtenissen overtrof Luthers dromen.
.
Wat Luther in 1517 wou, was niets meer en niets minder dan een nieuw kwaliteitslabel voor de katholieke kerk op basis van zijn 95-puntenprogramma dat de welig tierende wantoestanden in kaart bracht. Het zat Luther hoog dat gelovigen hun zondags- en paasplicht niet nakwamen, dat priesters het celibaat niet letterlijk namen en te vaak te diep in het glas keken, de aflatenhandel zinde Luther nog minder… Een aflaat, een soort tegoedbon als sleutel tot de hemel waarmee rijkaards hun zonden afkochten, was in wezen niets anders dan een lucratief religieus spel waarmee de paus één van de grootste bouwprojecten financierde sinds de piramides of de Acropolis: de Sint-Pietersbasiliek in Rome. 
.
Protestant
Dit protest maakt Luther tot protestant. En het sloeg aan. Niet dat Luther de eerste was; in wezen was de actie van Luther een uitloper en de kers op de taart van de diverse Middeleeuwse kerkelijke oppositie die streefde naar soberheid én naar het gebruik van de volkstaal in de religie in plaats van het voor velen onbegrijpelijke Kerklatijn. De geboorte van het protestantisme leidde tot kerkhervormingen onder de noemer ‘de reformatie’. Luther vond dat gelovigen zelf in staat zijn om te communiceren met god, in tegenstelling tot het katholieke ‘herder-gedrag’ waarbij een intermediair, de priester of de paus, de interactie tussen god en volk verzorgt. Die rechtstreekse communicatie met god verloopt voor protestanten via het lezen van de bijbel, een bijbel die sinds bijna driekwart eeuw tijd gedrukt wordt in het Latijn én in de volkstalen. De uitvinding van de boekdrukkunst omstreeks 1450 gaf wie het kon betalen of bereid was om te leren lezen toegang tot het woord van god. Gods woorden zijn niet langer het monopolie van de elitaire geestelijkheid in abdijscholen en in bergkloosters, vergeven boven het alledaagse boerenbestaan of het periodiek terugkerende krijgsgeweld. Gods woorden zijn niet langer het monopolie van de paus die de bijbel interpreteert. Protestanten waarderen het woord en de alfabetisering hoger dan katholieken: het maakt hen zelfstandig. Antwerpen herbergt ongeveer de helft van alle drukkers uit de Nederlanden als Luther met zijn nieuwe ideeën op de proppen komt. Voor een vertaalde bijbel betaalde een ambachtsman, die goed betaald werd, een half maandloon. De prijs is vergelijkbaar met die van een dure gsm. Maar het was een ware revolutie: het geheime, gesloten boek dat enkel ingekeken kon worden door geestelijken, lag nu plots in de huiskamer. Met als gevolg dat die zelfstandige lezing van de bijbel resulteert in een bonte bende bijbelinterpretaties. Vandaar dat er bij de protestanten geen paus bestaat. Die katholieke paus zou tijdens de Tachtigjarige oorlog meermaals voorwerp van spot of als een instrument van de duivel opduiken. Bij protestanten is het gebruikelijk om over ‘kerken’ te spreken in plaats van ‘de kerk’. Al naar gelang de lezing ontstaat er de Lutheraanse kerk (te omschrijven als kritisch maar loyaal, met centra in Worms en Wittenberg), de Calvinistische kerk (te omschrijven als radicaal, met centra in Geneve en de Noordelijke Nederlanden), die van de baptisten en de anabaptisten (te omschrijven als naïef, met centra in Munster en in Witmarsum). Sommige protestanten volgen de leer van Huldrych Zwingli, anderen die van John Knox. In Noord Frankrijk en in Vlaanderen heeft dat nieuwe geloof, dat zich als een epidemie over Europa uitzaait, zo’n succes dat er gesproken wordt over afvalligen, de Calvinisten. In Frankrijk komt hun leer tot uiting onder de naam Hugenoten, en in 1566 beginnen ze in Vlaanderen de beeldenstorm. 

.

.

Kijken

.

.

De jaren twintig van de zestiende eeuw[bewerken]

.

.

  • 1521
    • Luther in de ban: het Edict van Worms criminaliseert de reformatie. Lutherse geschriften moeten verbrand worden en een plakkaat bedreigt ketters met executie, verbanning en inbeslagname van goederen.
    • In Antwerpen maakt als eerste kennis met het Lutheranisme. In het Augustijnenklooster woonden enkele oud-leerlingen Luther. Jacob Proost, een Ieperling en prior van de Augustijnen herroept zijn Lutherse roeping, hervalt en vlucht naar Wittenberg.
    • [Ferdinand Magellaan|Magellaan]] gedood op het eiland Mactan.
    • Hernan Cortez vermoordt de Azteken in Tenochtitlan, waar de pokken waren uitgebroken. Na een belegering van drie maanden geeft de laatste Azteekse leider Cuauhtémoc zich over.

.

  • 1522
    • Rhodos in handen van sultan Suleyman I
    • De hospitaalridders verlaten het eiland na twee eeuwen en gaan naar Malta.
    • Het Antwerpse Augustijnenklooster wordt op bevel gesloten en de monniken afgevoerd. De meesten herriepen hun dwalingen, op twee na.

.

  • 1523: Eerste executie van protestanten op de Grote Markt in Brussel. De monniken Hendrik Voes en Jan van Essen sterven zingend op de brandstapel. Er is veel belangstelling. De monniken zingen het Te Deum Laudamus en zijn de eerste martelaren van de Lutherse religie.

.

  • 1524: Pastoor Ulrich Zwingli van Zürich maakt tijdens de dienst zijn geheim huwelijk met de weduwe Anna Reinhard bekend; overlijden Vasco da Gama.

.

.

.

  • 1527: Sacco di Roma: 25.000 Duitse en Spaanse soldaten plunderen, verkrachten en moorden negen maanden lang. Na de capitulatie van de Zwitserse Garde, vlucht de paus door een geheime gang naar de Engelenburcht. De rest van Rome was aan de indringers overgeleverd, waar ook nog eens de pest uitbreekt. Het graf van paus Julius II werd opengebroken, het lijk van zijn sieraden beroofd. Priesters moesten naakt de spot drijven met God. Een lutheraan vermoordde een priester die weigerde om een ezel de hostie te geven. De schedel van Sint-Johannes werd door de straten gekegeld; de zweetdoek van Sint-Veronica in een herberg verkocht. Nonnen werden in de kloosters tot orgieën gedwongen. Moeders en vaders zagen onder bedreiging met de dood toe hoe hun dochters verkracht werden. Op het hoogaltaar van de Sint-Pietersbasiliek werden Romeinse vrouwen afgemaakt.Tussen de 6.000 en 12.000 mensen werden vermoord. De stad Rome beleeft de ergste plundering uit haar geschiedenis sinds de Visigoten in 410. Het wapenfeit beslecht de vijandelijkheden tussen Karel V en paus Clemens VII.

.

  • 1528
    • In Wenen wordt de Wederdoper en ex-priester Balthasar Hubmaier levend verbrand.
    • Baldassare Castiglione beschrijft in zijn boek De Hoveling de hofetiquette en legt er de basis voor de met gemak gespeelde uitmuntendheid.

.

  • 1529: Syfilis verspreidt zich over Europa.

.

.

Kijken

.

.

De jaren dertig van de zestiende eeuw[bewerken]

In 1533 buit Francisco Pizarro het verzwakte Incarijk uit (de pokken in Europese dekens verpakt, leiden tot een oorlog tussen de broers Atahualpa en Huáscar - verdeel en heers is een oud en machtig principe) waardoor Pizarro tot in het hart van het rijk doordringt en de Inkakeizer kan gijzelen. Het blijkt een militair voordeel. Een paar honderd (?) Spaanse ruiters met vuurwapens verslaan met gemak het 'onthoofde' en 'verzwakte' (pokken) Incaleger. Intussen levert Atahualpa als 'losgeld' een kamer vol goud en zilver aan Pizarro. Het houdt zijn ter dood veroordeling niet tegen, voor zijn executie bekeert de Incakeizer zich tot het christendom, ook dat baat niet. Pizarro, heer en meester in het rijk, sticht de stad Lima tot afgunstige conquistadores hem vermoorden. In zijn geboortestad Trujillo herinnert een bronzen ruiterstandbeeld hem.

.

.

.

  • 1532
    • Thomas More neemt ontslag als lord chancellor in Engeland omdat hij de eis tot echtscheiding van koning Hendrik VIII niet steunt.
    • De schepenbank van Brugge laat Ghileyn Wouters opgehangen wegens hekserij.
    • Karel V verdrijft de Turken uit Hongarije.

.

.

.

.

  • 1536
    • Anna Boleyn onthoofd.
    • De flamboyante, vijfentwintigjarige Jan van Leiden wordt samen met twee anderen publikelijk doodgemarteld. Van Leiden (kleermaker, koopman, herbergier, rijmdicher, zager en acteur) ontmoet drie jaar eerder de wederdoper Jan Matthijs. De twee vestigen zich in Münster, een stad die uitgroeit tot een wederdoperbolwerk. Tijdens een belegering sneuvelt Matthijs en roept van Leiden zichzelf uit tot koning. Er volgt een schrikbewind waarbij van Leiden zich van alle luxe voorziet; hij houdt er zeventien vrouwen op na. Bloedige straatgevechten maken een eind aan zijn terreur en herstellen de katholieke orde. Een half jaar lang is van Leiden als circusbeer in een kooi te zien; een rondreizende attractie waarna men hem executeert. De kooien en de lijken hangen een halve eeuw aan de toren van de Sint-Lambertuskerk.

.

  • 1537: Amsterdam onthoofdt drie wederdopers wegens ketterij en verbant drie anderen. Wat is de betekenis van een verbanning?
Rond 1537 schildert Lucas Cranach de Oude Vrouwe Justitia, een Romeinse godin die de personificatie van het recht werd. Haar beeltenis is vaak te zien op gerechtsgebouwen en de rechtsfaculteiten. Haar Griekse collega is Themis. Vrouwe Justitia is geblinddoekt (de blinddoek komt uit het gebedshuis van de Joden, de synagoge), ze draagt rechters een zwaard (dat kreeg ze van Judith) en linker een weegschaal (geërfd van de aardsengel Michael). De blinddoek staat voor een rechtspraak die voor iedereen gelijk is, de weegschaal stelt de afweging voor, voor- en nadeel en het zwaard verwijst naar het vonnis.

.

.

Isabella van Portugal, de vrouw van Karel V sterft in het kraambed bij de geboorte van haar zesde kind, dat ook sterft.

.

.

Kijken

.

.

De jaren veertig van de zestiende eeuw[bewerken]

Om Fransen het hoofd te bieden bouwt Maria van Hongarije, landvoogdes der Nederlanden en zus van Karel V in 1542 een versterkte stad die haar naam draagt: de 'Burcht van Maria'. Het geometrisch plan toont straten in een ster, vertrekkend vanuit een centraal plein. Van de versterkingen bleef niets over. De Franse koning Hendrik II nam de oninneembare stad twaalf jaar na zijn ontstaan in. Het noodzaakte Karel V tot een nieuwe vesting: Philippeville.

.

  • 1540: De eerste gebastioneerde vesting in onze streken is de Gentse dwangburcht, het Spanjaardenkasteel aan de stadsrand; men spreekt over het Italiaas stelsel, dat krijgt vaste vorm rond 1525: ze zien er uit als stervormige veelhoeken met vooruitspringende bastions op elke hoek.

.

.

De roep om rechtvaardigheid. In het New Orleans Museum of Art hangt dit werk van Marinus van Reymerswale. De vadsige advocaat en zijn clerk tonen dat de traagheid van de papierwinkel van alle tijdens is. Om dit te illustreren schildert van Reymerswale de cliënt drie keer: als jongeling, als volwassene, als bejaarde. Als de zaak vergenoeg gevorderd is en de cliënt eindelij