James Lick

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
James Lick

James Lick (Lebanon County, Pennsylvania, 25 augustus 1796 - San Francisco, 1 oktober 1876) was een Amerikaans industrieel en filantroop wiens erfenis grotendeels naar diverse sociale en wetenschappelijke projecten ging.

Uit het nalatenschap van Lick werd $ 700 000 gebruikt voor de oprichting van een sterrenwacht die de naam Lick Observatory kreeg. Licks wens was om er een telescoop te plaatsen, "...superior to and more powerful than any telescope yet made" (superieur aan en krachtiger dan alle reeds bestaande telescopen).

Er is een krater op de Maan vernoemd naar Lick, alsmede de Planetoïde 1951 Lick.

Biografie[bewerken]

James Lick werd geboren als zoon van een timmerman. Vanaf zijn dertiende levensjaar leerde hij dit vak van zijn vader. Toen Lick 21 jaar oud was, bleek zijn vriendin Barbara Snaveley zwanger te zijn en hij besloot haar vader om haar hand te vragen. Deze, een molenaar, liet de jongeman weten dat hij pas met zijn dochter mocht trouwen als hij een molen bezat die zo groot en duur was als de zijne. Daarop besloot Lick zijn geboortedorp te verlaten en hij verhuisde naar Baltimore waar hij in de leer ging bij een pianobouwer. In 1821 merkte hij dat de meeste piano's die hij bouwde werden geëxporteerd naar Zuid-Amerika en besloot hij naar Buenos Aires te trekken, om met zijn kennis en vaardigheden daar een bestaan op te bouwen.

Hoewel de situatie in Argentinië vrij roerig was lukte het Lick een goedlopend pianobedrijf op te zetten. De onlusten zorgden er wel voor dat Lick in 1825 besloot een jaar door Europa te toeren om zijn geestelijke en lichamelijke gezondheid weer op orde te brengen. Op de terugreis naar Zuid-Amerika werd het schip waarmee hij reisde onderschept door de Portugese marine en werden de opvarenden als krijgsgevangenen overgebracht naar Montevideo. Uiteindelijk ontsnapte Lick te voet en kwam hij weer terug in Argentinië waar zijn bedrijf er minder florissant voorstond dan hij het had achtergelaten. Lick bouwde het bedrijf vrij snel weer op en begon daarnaast ook in bont te handelen.

Toen hij in 1832 $ 40 000 had gespaard besloot Lick terug te gaan naar zijn geboortedorp om Barbara's vader wederom om haar hand te vragen. Bij aankomst kreeg hij te horen dat zij twee jaar na zijn vertrek met een ander was getrouwd en met hun zoon John naar elders was vertrokken. Gedesillusioneerd besloot Lick terug te gaan naar Buenos Aires. Door de dreiging van een revolutie verhuisde hij kort daarop naar Valparaiso (Chili), om na vier jaar opnieuw te vluchten naar Lima (Peru) waar hij wederom een goedlopend bedrijf opzette.

In 1846 besloot Lick terug te keren naar de Verenigde Staten. Hij was op de hoogte van de gespannen verhoudingen tussen zijn vaderland en Mexico over Texas en zag in dat oorlog onvermijdelijk was. Hij vertrouwde erop dat de Verenigde Staten deze oorlog zouden winnen en Californië zouden annexeren. Na in 18 maanden alle lopende orders te hebben afgehandeld, verhuisde hij naar San Francisco waar hij in januari 1848 aankwam, een maand voordat het verdrag van Guadelupe Hidalgo werd getekend. Naast zijn gereedschap nam hij $ 30 000 mee en 600 pond chocolade die hij van zijn buurman in Lima had gekocht en die hij snel wist te verkopen.

Toen Lick er aankwam, telde San Francisco een duizendtal inwoners. Hij voorzag dat de stad zou uitgroeien tot een handelscentrum en besloot zo veel mogelijk land in de regio te kopen. Zeven dagen na zijn aankomst werd goud gevonden in Sutter's Mill, wat leidde tot een uitbraak van goudkoorts en uiteindelijk tot de Californische goldrush. De koorts heeft bij Lick een week aangehouden waarna hij besloot zich te richten op het kopen van land. Doordat velen huis en haard wilden verlaten op zoek naar goud, lukte het hem vrij gemakkelijk nog meer land te verkrijgen in de snel groeiende stad.

In 1854 startte Lick met het bouwen van een grote molen, gemaakt van het duurste hout. Hij fotografeerde deze molen en zond de foto's aan de vader van Barbara, waarvan niet zeker is of deze nog in leven was. In 1855 kwam John zijn vader opzoeken met de mededeling dat Barbara vier jaar eerder was overleden. Hij kwam bij James inwonen, maar de relatie tussen vader en zoon was vrij slecht. Uiteindelijk vertrok John in 1863 naar Pennsylvania.

Toen hij 77 was kreeg Lick een hartinfarct. Hoewel hij dit overleefde was het duidelijk dat hij het niet lang meer zou maken. Hij besloot in eerste instantie dat zijn fortuin na zijn dood moest worden gespendeerd aan het bouwen van standbeelden van hem en zijn ouders, die vanaf de zee zichtbaar zouden zijn. Hij realiseerde zich echter dat deze beelden dan als simpel doel voor beschietingen vanaf zee gebruikt zouden kunnen worden. Zijn tweede plan was het bouwen van een piramide op een huizenblok dat hij bezat. Uiteindelijk koos hij ervoor een deel van zijn fortuin te bestemmen voor de bouw van een telescoop; waarom hij die beslissing nam is niet bekend.

Lick overleed in 1876. Zijn laatste wens ging in 1887 in vervulling, toen de bouw van het Lick-observatorium na ruim tien jaar werd afgerond en hij onder de telescoop begraven werd.

Externe link[bewerken]