Nassau-Saarbrücken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Nassau-Saarbrücken was de naam van een aantal takken van het huis van Nassau, waarbij de kern van het land werd gevormd door het graafschap Saarbrücken.

Nassau-Saarbrücken (1656-1806; 1: Saarbrücken; 2: Saarwerden; 3; Moers; 4: Weilnau; 5: Merenberg; 6: Mahlberg; 7: Lahr; hart: Nassau

De vorming van het complex van bezittingen rond Saarbrücken[bewerken]

In 1381 erft graaf Filips I van Nassau-Weilburg, graaf van Nassau-Weilburg, (overleden 1429) via zijn moeder Johanna van Saarbrücken het graafschap Saarbrücken met Commercy en Morley in Lotharingen. Dit graafschap ligt ver verwijderd van zijn stamlanden en wordt de kern van een nieuw conglomeraat van bezittingen. In 1393 erft hij via zijn vrouw Johanna van Hohenlohe de heerlijkheid Kirchheimbolanden (met Dannenfels en Altenbaumberg) en de heerlijkheid Stauf. Verder verwerft de graaf in 1393 de helft van Ottweiler en in 1400 het slot Hattweiler en een aandeel in de burcht Nannstuhl (Landstuhl). De door deze expansie ontstane schulden noodzaken hem in 1411 de steden ambten Commercy en Morley te verpanden. In 1412 wordt Homburg aan de Blies verworven, in 1416 wordt het slot Frankenstein gekocht van de graven van Leiningen en in 1417 wordt Wöllstein (dat tot dan een pandbezit was) een volledig eigendom. In 1421 wordt de halve heerlijkheid Diemeringen gepand van Hendrik van Vinstingen.

In 1442 delen de twee zoons van Filips I van Nassau-Weilburg het graafschap Nassau-Weilburg-Saarbrücken.

De bezittingen in de Palts (Dannenfels, Stauf, Kirchheim, Altenbaumberg, Wöllstein) blijven gemeenschappelijk.

Nassau-Saarbrücken, eerste tak (1442-1574)[bewerken]

Uitbreiding van het graafschap[bewerken]

Het huwelijk van Johan II met Johanna van Loon levert met heerlijkheid Heinsberg, Diest en Zichem een rijke erfenis, maar deze blijft niet binnen de dynastie. Hun dochter Elizabeth erft deze bezittingen en door haar huwelijk met hertog Willem van Gulik komen ze aan dat land. Het huwelijk van hun zoon Johan Lodewijk met Kataharina van Moers-Saarwerden levert meer op: in 1527 het graafschap Saarwerden in de Elzas en Lahr, Mahlberg en Kehl in Baden. De graven blijven katholiek en werken nauw samen met keizer Karel V en koning Ferdinand. Een belangrijke rol spelen ze niet, onder meer omdat het graafschap in 1544 gedeeld wordt.

De deling van 1544[bewerken]

  • Philips krijgt Saarbrücken (uitgestorven 1554)
  • Jan III krijgt Ottweiler (uitgestorven 1574)
  • Adolf krijgt Kirchheim met de bezittingen in de Palts (uitgestorven 1559)

Deze deling duurt niet lang. In 1559 zijn de gebieden weer herenigd, waarna in 1574, met de dood van Johan III, de tak Nassau-Saarbrücken geheel is uitgestorven.

Saarbrücken verenigd onder Nassau-Weilburg (1574-1629)[bewerken]

Na het uitsterven van Nassau-Saarbrücken in 1574 wordt het gebied herenigd met Nassau-Weilburg, dat inmiddels een protestantse staat is geworden. De reformatie wordt dus ook in Saarbrücken ingevoerd. Het graafschap Saarwerden wordt door het hertogdom Lotharingen als leen terug genomen.

Omdat de broers Albrecht en Filips IV van Nassau-Weilburg hebben gedeeld, delen ze in 1574 ook de Saarbrücker erfenis: Albrecht krijgt Ottweiler en Filips IV krijgt Saarbrücken. Na de dood van Filps IV in 1602 wordt alles weer verenigd.

Na het uitsterven van Nassau-Wiesbaden-Idstein in 1605 zijn dan alle landen van de Walramse tak van het huis Nassau onder graaf Lodewijk II verenigd. Hij voert een gecentraliseerd bestuur, waarbij Saarbrücken het centrum is. Dit heeft echter geen blijvende effecten, want in 1629 vindt er een nieuwe verdeling van de landen plaats, midden in de Dertigjarige Oorlog en dat maakt de gebieden weerloos tegen militair geweld. De deling van 1629 kan aanvankelijk niet uitgevoerd worden omdat de graven op de vlucht zijn voor oorlogsgeweld. De definitieve verdeling vindt plaats op 6 maart 1651, dus na afloop van de Dertigjarige Oorlog.

De deling van 1629[bewerken]

in 1629 draagt het hertogdom Lotharingen het graafschap Saarwerden weer over aan Nassau.

Nassau-Saarbrücken, tweede tak (1629-1723)[bewerken]

Deling van 1659[bewerken]

Het graafschap Nassau-Saarbrücken wordt in 1659 verder verdeeld:

In deze tijd voert Frankrijk de Reunions-politiek. Saarbrücken, Ottweiler, Saarwerden en Homburg worden in 1679/80 bij Frankrijk ingelijfd. De Vrede van Rijswijk in 1697 geeft de gebieden terug aan de rechtmatige eigenaren. Inmiddels waren de lande met geweld gerekatholiseerd. Deze rekatholisering mocht niet worden teruggedraaid.

Saarbrücken verenigd onder Nassau-Ottweiler (1659-1728) en later Nassau-Usingen (1723-1735)[bewerken]

Na het uitsterven van de oudste tak Saarbrücken valt het graafschap in 1723 aan de tak Ottweiler, die sinds 1721 ook in Wiesbaden-Idstein regeert. Omdat deze tak in 1728 uitsterft valt alles aan de derde tak, Nassau-Usingen. Vrijwel alle landen zijn nu weer herenigd, er is alleen nog een tak in Weilburg.

Deling van 1735[bewerken]

Aan het eind va het regentschap van Charlotte Amalia van Nassau-Dillenburg in 1735 vindt er echter een nieuwe deling plaats onder haar beide zoons, waarbij er weer een zelfstandige tak te Saarbrücken ontstaat.

  • Karel krijgt Nassau-Usingen (uitgestorven 1816)
  • Willem Hendrik II krijgt Nassau-Saarbrücken (uitgestorven 1797).

Nassau-Saarbrücken, derde tak (1735-1797)[bewerken]

Gedurende deze periode ontstaat er rust in het graafschap. In 1766 worden de grensgeschillen met Frankrijk opgelost. Daarbij worden 14 Frans-Lotharingse dorpen op de rechteroever van de Saar geruild tegen 13 plaatsen op de linkeroever van de Saar. Hieronder valt de heerlijkheid Püttlingen, waarvan de graaf van Wied-Runkel eigenaar is. In 1768 regelt het vergelijk van Hagenbach met het keurvorstendom van de Palts de onenigheden tussen de landen.

Franse revolutionaire troepen bezetten Saarbrücken in november 1793, waarna het land in 1797/1801 wordt ingelijfd bij Frankrijk. In 1797 sterft ook het huis Nassau-Saarbrücken uit. De aanspraken gaan naar de vorst van Nassau-Usingen. De vorst van Nassau-Usingen wordt in de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 gecompenseerd voor het verlies van Saarbrücken. Het Congres van Wenen kent het grootste deel van het graafschap Saarbrücken toe aan het koninkrijk Pruisen en een kleiner deel aan het koninkrijk Beieren. Ook blijven enkele dorpen bij Frankrijk.

Bezittingen in 1797[bewerken]

  • Vorstendom Saarbrücken
  • Heerlijkheid Ottweiler
  • enige dorpen van de abdij Wadgassen
  • twee derde van het graafschap Saarwerden (ambt Harskirchen, het andere deel is in bezit van Nassau-Weilburg)

Regenten[bewerken]

regering naam geboren overleden familie
1381-1429 Filips I 1368 2-7-1429
1429/42-1472 Jan II 4-4-1423 25-7-1472 zoon
1472-1545 Johan Lodewijk 19-10-1472 4-6-1545 zoon
1545-1554 Filips II 25-7-1509 19-6-1554 zoon
1554-1574 Jan III 5-4-1511 23-11-1574 broer
1574-1602 Filips IV 14-10-1542 12-3-1602 zoon van Filips III van Nassau-Weilburg
1602-1627 Lodewijk II 9-8-1565 8-11-1627 zoon van broer
1625/7-1640 Willem Lodewijk 18-12-1590 22-8-1640 zoon
1640-1642 Crato 7-11-1621 14-7-1642 zoon
1642-1659 Johan Lodewijk 24-5-1625 9-2-1690 broer
1642-1677 Gustaaf Adolf 27-3-1632 9-10-1777 broer
1677-1713 Lodewijk Crato 28-3-1663 14-2-1713 zoon
1713-1723 Karel Lodewijk 6-1-1665 6-12-1723 broer
1723-1728 Frederik Lodewijk 3-11-1651 25-5-1728 zoon van Johan Lodewijk van Nassau-Ottweiler
1728-1735 Karel 31-12-1712 21-6-1775 zoon van Willem Hendrik I van Nassau-Usingen
1735/42-1768 Willem Hendrik II 6-3-1718 24-7-1768 broer
1768-1794 Lodewijk 3-1-1745 2-3-1794 zoon
1794-1797 Hendrik 9-3-1768 27-4-1797 zoon

Literatuur[bewerken]

  • K. Demandt, geschichte des Landes Hessen (1972)
  • A.J Weidenbach, Nassauische Territorien (1870)