Eerste Kamer der Staten-Generaal
De Eerste Kamer der Staten-Generaal vormt, tezamen met de Tweede Kamer, de Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden. De kamer heeft 75 zetels (tot 1956 50 zetels). Vergeleken met de Tweede Kamer heeft de Eerste Kamer of Senaat minder rechten en bevoegdheden. Hun voornaamste bezigheden liggen elders; slechts één dag in de week (op dinsdag) komen ze bijeen om de wetsontwerpen die al door de Tweede Kamer zijn aangenomen nog eens te bespreken. Ze letten daarbij vooral op de technische kanten van het voorstel: de deugdelijkheid van de wet en de samenhang met andere wetten.
Inhoud |
[bewerken] Bevoegdheden
In tegenstelling tot de Tweede Kamer heeft de Eerste Kamer geen recht van amendement. Ze kan de wetten die zijn goedgekeurd door de Tweede Kamer niet meer wijzigen, doch slechts goed- of afkeuren. Maar doordat de debatten met de bewindslieden deel uitmaken van de wetsuitleg, kunnen de toezeggingen van de ministers en staatssecretarissen wel gebruikt worden in rechtszaken wanneer deze iets zeggen over de toepassing van de wet. De Kamer kan in praktijk de minister ook dwingen een novelle, een aanvulling / wijziging op het wetsvoorstel, in te dienen bij de Tweede Kamer. De Eerste Kamer stelt de stemming over de wet dan uit tot de Tweede Kamer de novelle heeft goedgekeurd, en de Eerste Kamer over beide kan stemmen. In praktijk is dit dus een wijziging van het wetsvoorstel, hoewel het aan de regering of de Tweede Kamer blijft om die novelle in te dienen.
De Eerste Kamer kan in tegenstelling tot de Tweede Kamer ook geen initiatiefwetsvoorstel indienen.
De Eerste Kamer heeft wel net als de Tweede Kamer het recht op informatie, wat betekent dat de leden Kamervragen kunnen stellen (doch in tegenstelling tot de Tweede Kamer alleen schriftelijke), een debat met de minister kunnen aanvragen, het recht van interpellatie, en hierbij moties kunnen indienen. Het recht op informatie betekent ook dat de Kamer een parlementaire enquête kan opstarten - hoewel de Eerste Kamer dit nog nooit heeft gedaan - en het budget van de regering dient goed te keuren. Dit laatste is een belangrijk dwangmiddel om de regering te dwingen te luisteren naar het parlement.
Een motie van afkeuring of wantrouwen kan ook in de Eerste Kamer worden aangenomen. Over de vraag of een motie van wantrouwen ertoe dient te leiden dat de minister aftreedt bestaat onenigheid in de literatuur.[1]
[bewerken] Verkiezingen
Anders dan de Tweede Kamer wordt de Eerste Kamer niet rechtstreeks door de Nederlandse bevolking gekozen, maar getrapt, namelijk door de leden van de Provinciale Staten.
Sinds de grondwetsherziening van 1983 wordt de Eerste Kamer eens in de vier jaar gekozen. Dit gebeurt binnen drie maanden na de verkiezingen voor Provinciale Staten. Op woensdag 2 maart 2011 waren er verkiezingen voor de Provinciale Staten. Op 23 mei werden de nieuwe leden van de Eerste Kamer gekozen.
Niet elk Statenlid heeft een even zware stem. Er wordt een 'weging' uitgevoerd waarbij een relatie wordt gelegd met het inwonertal van de provincie. Het inwonertal wordt gedeeld door het honderdvoud van het aantal Statenleden van de provincie. De uitkomst heet de stemwaarde. Zo had de provincie Groningen op 1 januari 2003 573.225 inwoners. Dit aantal wordt door 55 (toenmalig aantal Statenleden) × 100 gedeeld. De uitkomst daarvan is 104.
De op een partij in een provincie uitgebrachte stemmen worden vermenigvuldigd met de stemwaarde. De uitkomst van deze som heet stemcijfer. De zetelverdeling in de Eerste Kamer geschiedt met behulp van de kiesdeler. Deze wordt berekend door de som van de stemcijfers van alle provincies te delen door het aantal beschikbare zetels (75). Voor iedere partij wordt gekeken welk stemcijfer zij in totaal heeft behaald (in feite dus hoeveel stemmen zij heeft gekregen en welke stemwaarde die stemmen hadden). Dat totaal wordt gedeeld door de kiesdeler. De uitkomst van die deling levert het zetelaantal per partij op. Omdat de uitkomst bijna nooit een rond getal oplevert, blijven er reststemmen over, die kunnen leiden tot aanwijzing van een restzetel. Deze worden verdeeld aan de hand van een systeem van grootste gemiddelden.
Het is de bedoeling dat in de toekomst ook de Eilandsraden deel gaan nemen aan de Eerste Kamerverkiezingen. Hiervoor is echter een wijziging van de Grondwet noodzakelijk.[2]
De kandidaatleden voeren geen verkiezingscampagne. De verkiezingen voor de Staten van de provincie kunnen echter wel een sterk landelijke component kennen, met name indien de regering in de Eerste Kamer geen meerderheid heeft, zoals het in 2010 aangetreden kabinet-Rutte, dat met 37 leden van VVD, CDA en PVV, niet over de 38 zetels beschikt die de absolute meerderheid in de senaat vormen.
[bewerken] Geschiedenis
Voor 1848 benoemde de Koning de leden van de Eerste Kamer voor het leven. Pas bij de grondwetsherziening van 1848 werd bepaald dat de Provinciale Staten de leden zouden kiezen.
Tot 1983 was de zittingsduur niet vier maar zes jaar, en werd elke drie jaar de helft van de leden door de helft van de provincies gekozen.
[bewerken] Voorzitter
De senatoren kiezen voor de duur van een zittingsperiode een voorzitter uit hun midden. Sedert 28 juni 2011 zit de VVD'er Fred de Graaf, de Eerste Kamer voor. Zijn voorganger, René van der Linden, gaf na de Eerste Kamerverkiezingen 2011 aan niet langer voorzitter te willen zijn.
[bewerken] Leden
Vanaf 7 juni 2011 is de verdeling als volgt:
| Politieke partij | Fractievoorzitter | Zetels | Verschil |
|---|---|---|---|
| Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) | Loek Hermans | 16 | +2 |
| Partij van de Arbeid (PvdA) | Marleen Barth | 14 | 0 |
| Partij Voor de Vrijheid (PVV) | Machiel de Graaf | 10 | +10 |
| Christen-Democratisch Appèl (CDA) | Elco Brinkman | 11 | -10 |
| Socialistische Partij (SP) | Tiny Kox | 8 | -4 |
| Democraten 66 (D66) | Roger van Boxtel | 5 | +3 |
| GroenLinks (GL) | Tof Thissen | 5 | +1 |
| ChristenUnie (CU) | Roel Kuiper | 2 | -2 |
| Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) | Gerrit Holdijk | 1 | -1 |
| 50Plus (50+) | Jan Nagel | 1 | 0 |
| Partij voor de Dieren (PvdD) | Niko Koffeman | 1 | 0 |
| Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF) | Kees de Lange | 1 | 0 |
Voor de historische samenstelling van de Eerste Kamer, zie Historische zetelverdeling Eerste Kamer.
Voor de huidige samenstelling van de Eerste Kamer, zie Huidige samenstelling Eerste Kamer.
[bewerken] Griffier
De Eerste Kamer benoemt een griffier. Deze geeft leiding aan het ambtelijk apparaat dat de Kamer ten dienste staat. Sinds 1 september 2006 is dat Geert Jan Hamilton.
[bewerken] Tegenstanders van de Eerste Kamer
Verschillende partijen in de Nederlandse parlementaire geschiedenis hebben gepleit voor het opheffen van de Eerste Kamer. Voor de Tweede Wereldoorlog was de Bond van Christen-Socialisten hier voorstander van, tegenwoordig de SP,[3] GroenLinks,[4] D66,[5] en de PVV.[6]
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
- Website van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
- Kamerverslagen, Kamerstukken en Kamervragen vóór 1995
- Kamerverslagen, Kamerstukken en Kamervragen na 1995
- Website van de kiesraad
Referenties
|
| Historische samenstelling van de Eerste Kamer der Staten Generaal na 1945 |
|---|
|
1946 - 1951 · 1951 - 1952 · 1952 - 1955 · 1955 - 1956 · 1956 - 1959 · 1959 - 1963 · 1963 - 1966 · 1966 - 1969 · 1969 - 1971 · 1971 - 1974 · 1974 - 1977 · 1977 - 1980 · 1980 - 1981 · 1981 - 1983 · 1983 - 1987 · 1987 - 1991 · 1991 - 1995 · 1995 - 1999 · 1999 - 2003 · 2003 - 2007 · 2007 - 2011 · 2011 - 2015 Overzicht historische zetelverdeling · Huidige samenstelling |
| Zie de categorie Eerste Kamer van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
