Verkeerslicht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Verkeerslichten)
Ga naar: navigatie, zoeken
Verkeerslicht in Duitsland
Voetgangerslicht in Turkije
Een negenoog, OV-licht in Nederland
OV-licht in Vlaanderen
Fietsverkeerslicht in Amsterdam
Vaak hebben verkeerslichten voor fietsers en voetgangers speciale drukknoppen, waarmee de wachttijd verkort kan worden.

Verkeerslichten regelen met behulp van lichtsignalen het oprijden van een gelijkvloerse kruising, de toegang tot bruggen, tunnels en spoorwegovergangen, de toegang tot parkeergarages en -terreinen, evenals de toegangsregulering bij fabrieken, bedrijven en andere afgesloten terreinen. Bij toepassingen op de openbare weg zijn de verkeerslichten onderdeel van een verkeersregelinstallatie (VRI), die bestaat uit de verkeerslichten, voertuigdetectoren, detectielussen en een regelsysteem daarvoor.

Inhoud

Standaard verkeerslicht [bewerken]

Een verkeerslicht heeft doorgaans drie lampen. Van boven naar beneden: rood, geel en groen. Het gele licht wordt vaak als oranje aangeduid. In Nederland is de betekenis juridisch geregeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De naam is formeel driekleurige verkeerslicht.

  • Rood: stop.
  • Oranje (officieel amber en in wetteksten vaak geel genoemd): stop; voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan.
  • Groen: doorgaan.
  • Indien geel/oranje knipperlicht: 1. Gevaarlijk punt, voorzichtigheid geboden (vaak een verkeerslicht voorafgaand aan een regulier verkeerslicht, zonder de rode en groene lichten) en/of 2. verkeerslicht buiten gebruik, waarbij andere verkeerssignalen (wegmarkering, verkeersborden enz.), of, indien geen andere verkeerssignalen aanwezig zijn, de standaard verkeersregels gelden (rechts heeft voorrang, bijvoorbeeld); veelal te zien op reguliere verkeerslichten bij een (elektriciteits)storing en/of gedurende de avond-nachturen.

In andere landen zoals bijvoorbeeld in Duitsland, Hongarije, Groot-Brittannië, Oostenrijk, Zwitserland, Polen, Litouwen, Noorwegen, Rusland en Zweden brandt voordat het licht op groen gaat eerst het oranje licht in combinatie met het rode licht ten teken dat het groene licht er aan komt en men alvast kan oprijden. Een knipperend oranje licht geeft in België en Nederland aan dat de verkeerslichten buiten gebruik zijn. Als het knipperende oranje licht zich echter op de plaats van een groen licht bevindt, dan duidt dit op een gevaarlijke verkeerssituatie, waar je wel mag doorrijden, maar met gematigde snelheid, omdat er kruisend verkeer mogelijk is.

Verkeersregelinstallaties voor voetgangers hebben in België en Nederland twee lichten. In Nederland wordt de functie van het oranje licht overgenomen door een knipperend groen licht, in België springt het licht gewoon direct van groen naar rood. Op veel plaatsen zijn de voetgangerslichten voorzien van "rateltikkers", die ten behoeve van blinden en slechtzienden bij rood licht langzaam en bij groen licht snel tikken. Er zijn ook voetgangerslichten die in plaats van een rood licht een knipperend geel licht hebben: bij oranje mogen voetgangers oversteken als er geen verkeer aan komt.

De (toegepaste) wetenschap voor het ontwerp en optimaliseren van verkeerslichten heet verkeersregeltechniek.

In Nederland zijn de palen van de verkeerslichten zwart-wit geschilderd en in België rood-wit (in Vlaanderen sedert halfweg de jaren 1990 vaak ook zwart-geel).

OV-licht [bewerken]

In veel Europese landen, waaronder België en Nederland, kent men speciale verkeerslichten voor het stads- en streekvervoer of openbaar vervoer (OV). In Nederland gebruikt men hiervoor een negenoog. Vroeger waren er in Nederland ook speciale tramlichten met een rood en een groen pictogram met een afbeelding van een tram.

OV-verkeerslichten in Nederland (boven) en België (onder)

Van links naar rechts:

  • Rechtdoor toegestaan
  • Linksaf toegestaan
  • Rechtsaf toegestaan
  • Alle richtingen toegestaan
  • Stop indien mogelijk
  • Stop

In Den Haag werden voorheen lichten gebruikt met de witte letters TR. Brandde dit licht, dan mocht de tram doorrijden. Bij splitsingen werd er een wit lijnnummer getoond: brandde nummer 9, dan mocht tram 9 doorrijden.

Spoorwegen [bewerken]

Het Nederlandse spoorwegsein lijkt in de meeste gevallen veel op een verkeerslicht. De kleuren staan echter in omgekeerde volgorde (dus groen boven, geel in het midden en rood onder). De reden daarvoor is dat het rode licht niet wordt afgedekt als er sneeuw op de zonnekap blijft liggen. Ook is het mogelijk dat een enkele lamp alle kleuren kan tonen of dat de lampen naast elkaar staan.

De betekenis van de kleuren is anders: geel betekent langzaam rijden. Er bestaat verder knipperend geel en knipperend groen en er kan met een cijfer worden aangegeven hoe snel er gereden mag worden.

De voorloper van het verkeerslicht [bewerken]

Toen er nog veel minder verkeerslichten waren dan tegenwoordig, werd soms op drukke kruispunten het verkeer geregeld door een verkeersagent. Deze gebruikte daartoe alleen zijn handen en een schel fluitje.

Als hulpmiddel werd ook wel een metalen stopbord of klapbord op een paal gebruikt.

Ook nu nog wordt incidenteel het verkeer met de hand geregeld door een verkeersregelaar (of een agent), bijvoorbeeld tijdens drukke manifestaties, wegwerkzaamheden en bij toeristische attracties, of indien het verkeerslicht door een storing niet functioneert.

Trivia [bewerken]

  • Vaak wordt een verkeerslicht "stoplicht" genoemd. Niet iedereen vindt dit juist, omdat meerkleurige verkeerslichten ook andere signalen kunnen geven dan het gebod te stoppen. Toch is het volgens woordenboeken een correcte benaming voor een verkeerslicht. De rode lampen bij bruggen en spoorwegovergangen zijn wel degelijk stoplichten: als deze lampen branden (al dan niet knipperend), is stoppen verplicht; andere signalen kunnen met deze lichten niet worden gegeven. De benaming "stoplicht" sluit beter aan bij "stopbord". Stoplicht" is ook een weinig gebruikt synoniem voor "remlicht".
  • Sommige verkeerslichten voor voetgangers in Duitsland hebben een speelse beeltenis van een man met een hoed op; zie Ampelmännchen. Verkeerslichten voor voetgangers in Amersfoort krijgen de beeltenis van een vrouw; zie: Sofie.
  • Het gele licht betekent dat gestopt moet worden, tenzij stoppen in alle redelijkheid niet meer mogelijk is. In Oostenrijk is het verplicht om bij geel licht te stoppen. Door geel rijden is een overtreding. Als waarschuwing voor het naderende "geel", gaat het groene licht de laatste seconden knipperen.
  • In België mág men doorrijden bij groen, in Nederland is dit verplicht, tenzij het niet mogelijk is door te rijden, bijvoorbeeld door een file.
  • Er bestaan in de wereld verkeerslichten die zebraklok worden genoemd en de wachttijd aangeven.
  • Moderne verkeerslichten worden gestuurd door het verkeersaanbod. Vroeger was dat niet het geval en toen werden verkeerslichten 's nachts buiten werking gesteld. Men liet dan ter waarschuwing het gele licht knipperen.

Zie ook [bewerken]