Kongo-Vrijstaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
État indépendant du Congo
 Koninkrijk Kongo 18851908 Belgisch-Congo 
Flag of Congo Free State.svg Coat of arms of the Congo Free State.svg
Motto
Travail et progres
Kaart
Kongovrijstaat.jpg
Algemene gegevens
Hoofdstad Boma
Talen Frans, inheemse talen
Regering
Regeringsvorm Monarchie
Staatshoofd koning Leopold II
Geschiedenis
- Conferentie van Berlijn 1885
- annexatie door België 18 oktober 1908
Foto's van kinderen met afgehakte handen (fotografe: Alice Seeley Harris)
Inboorling krijgt slaag met de chicotte

De Kongo-Vrijstaat was tussen 1885 en 1908 een privé-eigendom van de Belgische koning Leopold II in Afrika. Het gebied komt overeen met de huidige staat Congo-Kinshasa. De hoofdstad was de havenplaats Boma aan de Kongostroom, op circa honderd kilometer van de Atlantische Oceaan.

Oprichting[bewerken]

De Vrijstaat werd in het jaar 1885 door Leopold II opgericht. Op de Conferentie van Berlijn verwierf hij hiervoor toestemming van de andere Europese landen. Hij had verschillende redenen om een kolonie te verwerven:

  • persoonlijke geldingsdrang;
  • ambitie om België te verfraaien;
  • de economische en financiële macht van België vergroten alsook het internationaal prestige;
  • de bezorgdheid dat België bij de 'Wedloop om Afrika' zonder kolonie zou overblijven.
  • beschavingsdrang

De Belgische regering zat echter niet te wachten op een kolonie. De neutrale koers die België voer te midden van de Europese mogendheden kon door een kolonie wel eens in het gedrang komen. Daarbij komt dat het hele idee van kolonialisme niet strookte met het gedachtegoed van het liberalisme dat eind 19e eeuw de boventoon voerde in Europa. Ten slotte was niet iedereen ervan overtuigd dat een kolonie wel zo winstgevend en voordelig was als anderen beweerden.

Schrikbewind[bewerken]

In de Kongo-Vrijstaat werd een schrikbewind gevoerd door de Force Publique, een koloniaal leger met blanke officieren en Afrikaanse soldaten. Grote delen van het grondgebied waren in concessie gegeven aan rubbervennootschappen. Het oogsten gebeurde door het inkerven van lianen die tot hoog in de bomen groeiden. Dit gevaarlijke werk werd overgelaten aan de mannelijke inlanders, die verplicht waren een jaarlijkse hoeveelheid op te brengen bij wijze van belasting (prestation). Dorpen die de quota niet haalden, kregen te maken met de sentinels van de concessiemaatschappij. Deze gewapende privé-milities werden gerekruteerd uit wilde stammen die vaak nog aan kannibalisme deden.

Nadat in de pers alarmerende berichten waren verschenen over de gruwelen (slavernij, ontvoeringen, martelen, verkrachtingen, , platbranden van dorpen en akkers, onthoofdingen en het afhakken van handen) die Leopolds zetbazen begingen in de kolonie, werd het gebied op 18 oktober 1908 onder internationale druk door de Belgische staat geannexeerd, waarop het de naam Belgisch-Kongo kreeg. De Encyclopædia Britannica schat dat de plaatselijke bevolking tijdens de terreur onder Leopold II daalde van een 20 miljoen tot 8 miljoen[1]. De belangrijkste oorzaak van de ontvolking was dat de door de uitbuiting verzwakte bevolking geveld werd door tropische ziektes zoals de slaapziekte. Bovendien kende de ontvolking nog een andere reden: een groot deel van de bevolking vluchtte over de grens of naar het midden van het oerwoud om buiten het bereik van de staat te blijven.[2] Na overdracht aan de Belgische staat verbeterde de behandeling van de inheemse bevolking aanzienlijk, ook al zou het nieuwe koloniale regime - net als andere (min of meer humane) kolonisatoren - een houding aannemen van paternalistische neerbuigendheid ten opzichte van de inlanders.

Algemene gouverneurs[bewerken]

Deze gegevens komen uit Sommaire de l'Histoire du Congo Belge, van René J. Cornet, verschenen in 1948.

Bibliografie[bewerken]