Latijnse School (Deventer)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Latijnse School
Grote Kerkhof 5-6 Deventer.jpg
Locatie
Locatie Grote Kerkhof 5-6
Status en tijdlijn
Oorspr. functie School
Huidig gebruik Bijeenkomstencentrum
Bouw gereed Voor 1485
Sluiting 1839, daarna woonhuis
Architectuur
Bouwstijl Empiregevel ca. 1850
Erkenning
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 12557
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

De Latijnse School van Deventer in Overijssel was van ca. 1150 tot 1848 een Latijnse school voor voortgezet onderwijs. In het gebouw dat daartoe eeuwenlang werd gebruikt is sinds 2002 een centrum voor scholing en bijeenkomsten van de Stichting Latijnse School gevestigd.

Kapittelschool[bewerken]

De Deventer Latijnse School is in de middeleeuwen ontstaan als kapittelschool bij de Lebuïnuskerk. Reeds in 1150 lieten de Deventer kanunniken lessen in Latijns lezen en schrijven geven in schools verband. Het kapittel zorgde voor een gebouw, schreef het lesrooster voor en wees een rector aan. De school leidde vooral op ter voorbereiding op religieuze studies en kerkelijke ambten.

Stadsschool[bewerken]

De maatschappelijke betekenis werd in de loop der tijd breder, en in de 14e eeuw kwamen steeds meer zonen van gegoede burgers voor scholing als voorbereiding op een loopbaan als handelaar of bestuurder. De band met het kapittel werd daardoor losser, en in 1375 verkreeg de Deventer stadsregering de bevoegdheid om de rector te benoemen. De instelling had een goede naam en trok leerlingen van heinde en ver, rond 1400 waren er zo'n 600 leerlingen. Volgens sommigen stonken de straten van Deventer door de aanwezigheid van 'ontelbare' scholieren. De scholing diende vaak als voorbereiding op verdere studie elders. Jongens uit Deventer die ondanks hun intellect vanwege financiële overwegingen niet in staat waren de school te bezoeken konden eind 16e eeuw op kosten van het stadsbestuur op zondag kosteloos onderwijs ontvangen.

Hoewel de Latijnse stadsschool nu organisatorisch minder vast met de kapittelkerk was verbonden bleef deelname aan godsdienstoefeningen, koordiensten en dergelijke voorgeschreven.

Reformatie[bewerken]

Door de Reformatie werd eind 16e eeuw de band met de rooms-katholieke kerk verbroken en kwam de school onder toezicht van calvinistische predikanten te staan. In 1619 kwam er op gezag van de predikant Jacobus Revius een 'schoolwet' op protestantse grondslag, daarin werd voor het eerst ook gewag gemaakt van rechten van leerlingen. Doelstelling van het onderwijs was nu de basisvorming van het kader voor de nieuwe kerk en staat. De school had toen 120 leerlingen die vooral uit de stad Deventer zelf afkomstig waren. In de eeuwen erna is dit aantal niet meer overtroffen. De positie van Deventer als onderwijsstad ging er wel op vooruit toen in 1630 het Athenaeum Illustre werd gesticht.

Neergang[bewerken]

In de 18e eeuw vertoonde de school zowel in onderwijsaanbod als aantal leerlingen een gestaag dalende lijn. In plaats van zes waren er nu vier leerjaren. De school speelde niet in op de behoeften uit de samenleving, zo liet men het doceren van moderne talen over aan de Franse school. Aan het begin van de 19e eeuw telde de Latijnse School dertig leerlingen, na 1839 waren dat er steeds ongeveer tien. In 1848 werd als opvolger het gymnasium opgericht en in 1864 een geheel nieuw schooltype, de hogere burgerschool ofwel HBS.

Hegius[bewerken]

Met het rectoraat van de onderwijsvernieuwer Alexander Hegius van 1483-1498, en onder invloed van de Moderne Devotie en het humanisme, begon de grootste bloeiperiode van de school. De reputatie zou gedurende vele tientallen jaren die van een gewone stedelijke Latijnse school ver overtreffen. Hegius stimuleerde de Deventer drukkers Richard Prafraet en Jacob van Breda werken van klassieke Latijnse en Griekse schrijvers te drukken. Hij introduceerde als eerste in Noord-Europa Grieks op het lesrooster van de school. De instelling stond daarom ook wel bekend als de Atheense School. Meester Sander, zoals hij werd genoemd, zelf schreef in het Latijn een studieboekje over de Griekse spraakkunst.

Gebouwen[bewerken]

Een vermelding uit 1369 maakt duidelijk dat de kapittelschool toen vlak bij of tegen het koor van de Lebuïnuskerk was gesitueerd, waarschijnlijk als onderdeel van het Papenklooster. In 1485 was de school reeds gevestigd op de plaats van het gebouw dat nu nog 'Latijnse school' genoemd wordt aan het Grote Kerkhof.

De gemeente verkocht het schoolgebouw in 1837 aan de eigenaar van landgoed en havezate Hoenlo bij Olst die het liet verbouwen tot winterresidentie voor zijn gezin. De leerlingen van ontvingen daarna les in het Landshuis, even verderop aan het Grote Kerkhof.

Bekende leerlingen[bewerken]

Hoewel er in de voorgevel van de school tevens een gedenkmedaillon van Paus Adrianus VI is aangebracht, wordt in twijfel getrokken of hij hier daadwerkelijk onderwijs heeft genoten.

Bekende (con)rectors[bewerken]