Cultuurgewas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Cultuurgewassen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Een voorbeeld van een secundair cultuurgewas is de huttentut (Camelina sativa)

Een cultuurgewas of cultuurplant is een plantensoort die uit wilde planten is veredeld tot een landbouwgewas (voedingsgewassen) of tuinbouwgewas (sierplant), in het laatste geval vaak als kamerplant of tuinplant.

Zelfstandige cultuurgewassen worden aangeduid als cultivars, waarvan de naamgeving wordt geregeld in de International Code of Nomenclature for Cultivated Plants (ICNCP).

Geschiedenis[bewerken]

De cultivering van planten door de mens begon ongeveer 8.500 jaar geleden en vormde de eerste akkerbouw. De eerste negen centra voor de zelfstandige domesticatie van cultuurgewassen zijn:[1]

  1. Zuidwest-Azië met tarwe, erwten en olijf
  2. China met rijst en gierst
  3. Midden-Amerika met mais, bonen en pompoen
  4. Andes en Amazonië met aardappel en maniok
  5. Oostelijke Verenigde Staten met zonnebloem en quinoa
    en mogelijk ook:
  6. Sahel met kafferkoren en Afrikaanse rijst
  7. Tropisch West-Afrika met Afrikaanse yam en oliepalm
  8. Ethiopië met koffie en teff
  9. Nieuw Guinea met suikerriet en banaan

Echter, ook daarvoor werden wilde planten reeds gebruikt en verspreid door mensen; verzamelende volken gebruikten stekken van voedingsgewassen voor een later moment of verspreidden doelgericht zaden. Deze verspreiding van natuurlijke planten wordt echter niet beschouwd als 'cultivering'.

De mens heeft in de loop der millennia door landbouwkundige cultivering en selectie een enorm veelvoud aan cultuurplanten voortgebracht. Deze diversiteit is in de loop der industrialisatie van de landbouw (groene revolutie) in de 20e eeuw vergaand teruggedrongen. Door monoculturen en het toenemend gebruik van cultivars met hoge opbrengst of rendement (high-yielding varieties (HYV), zoals tarwe), zijn minder winstgevende cultivars en soorten verdrongen en verloren gegaan en daarmee hun waardevolle eigenschappen (zoals resistenties, voedingswaarde). Het verlies aan genetische variatie bij cultuurplanten (genetische erosie) sinds het begin van 20e eeuw wordt geschat op 75 procent.

Parallel met de ontwikkeling van de landbouw ontstond een grote verscheidenheid aan onkruiden die zich goed hebben aangepast aan de technieken van de akkerbouw. Deze als concurrenten van de cultuurplanten beschouwde plantengemeenschappen worden op het akkerland veelal mechanisch bestreden of met herbiciden.

Secundaire cultuurgewassen[bewerken]

Secundaire cultuurgewassen zijn planten die als on- of bijkruiden werden meegecultiveerd met andere cultuurgewassen en later zelf ook werden gebruikt als cultuurgewassen. Voorbeelden zijn haver, rogge, tomaat, maanzaad en huttentut.[2][3]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Diamond J. (2006) Zwaarden, paarden & ziektekiemen. Spectrum
  2. (de) Ursprung und Verwandlung; Leseprobe aus der Broschüre zum Jahresschwerpunkt 2002. Arche Noa (in het internetarchief).
  3. Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Duitstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie deze pagina voor de bewerkingsgeschiedenis.