Sociaal/maatschappelijk/technologische singulariteit
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Technologische singulariteit is een transhumanistisch begrip met verschillende betekenissen. Veel transhumanisten gaan er van uit dat de wet van Moore (die een verdubbeling in processorcapaciteit voorspelt binnen een gegeven tijd) ook geldt voor het tempo waarin wetenschap en techniek zich ontwikkelen. Als dit waar is dan volgt de opgaande lijn in technische vooruitgang een exponentiële trend die in de toekomst moet leiden tot een technologische singulariteit. Voor het eerst werd dit concept uitvoerig beschreven door de Amerikaanse wiskundige en sf-schrijver Vernor Vinge in zijn essay "Singularity"[1].
Inhoud |
[bewerken] Inleiding
Onder de 'technologische singulariteit' wordt gewoonlijk verstaan:
- Een tijd in de toekomst waar de technologische vooruitgang zo snel gaat dat mensen met hun tegenwoordige intelligentie de resulterende maatschappij niet meer kunnen begrijpen.
- Het tijdstip waarop alle exponentiële trends die sinds het ontstaan van het leven zijn begonnen allemaal samen komen en 'door het plafond gaan'.
- Het tijdstip waarop de eerste kunstmatige intelligenties of posthumans (verbeterde mensen met een opgevoerde intelligentie) hun verdere ontwikkeling in eigen hand nemen en zich zelf zo snel gaan 'verbeteren' dat de wereld kort daarop eveneens onbegrijpelijk wordt voor hedendaagse mensen.
In de futurologie is een technologische singulariteit (verder gewoon 'de singulariteit') een toekomstig breekpunt wanneer de technologische vooruitgang zo snel gaat dat mensen met hun tegenwoordige intelligentie de resulterende maatschappij niet meer kunnen begrijpen. Die verandering zou in gang worden gezet door de eerste kunstmatige intelligenties of posthumans die zichzelf in hoog tempo blijven verbeteren (steeds intelligentere artificiële intelligentie). Deze singulariteit is genoemd naar analogie met het astronomisch punt in de ruimte-tijd waar de natuurwetten hun geldigheid verliezen (zoals volgens de huidige meest aanvaarde theorie betreffende de oorsprong van het universum: de big bang of het centrum van een zwart gat).
Dergelijke veranderingen werden in de jaren zestig van de 20e eeuw behandeld door I.J. Good[2], maar de term singulariteit als beschrijving van technische vooruitgang werd reeds in de jaren 50 door John von Neumann gebruikt. De Singulariteit werd voor het eerst uitvoerig beschreven door de Amerikaanse wiskundige en sf-schrijver Vernor Vinge in 1993 in zijn essay "Singularity". Men discussieert er nog steeds over of deze singulariteit werkelijk gaat optreden en wanneer (midden 21ste eeuw?). Veel voorspelde momenten waarop er intelligente computers zouden bestaan zijn al ongemerkt gepasseerd.
Sommige auteurs, zoals Raymond Kurzweil, hebben theorieën opgesteld waarin de wet van Moore ruimer wordt geïnterpreteerd. Moore sprak alleen over de evolutie van transistors vanaf de jaren zestig, Kurzweil begint zijn dubbel exponentiële curve reeds begin 20e eeuw bij de ponskaartmachines[3]. Hij suggereert een exponentieel patroon in de vooruitgang van technologie in de loop van de menselijke geschiedenis en zelfs van voor het begin van het leven op aarde. De ganse evolutie vanaf de oerknal tot nu kan volgens hem gezien worden als een exponentiële groei van intelligentie, voortgezet in kunstmatige intelligentie. Volgens Kurzweil culmineert dit patroon in ongebreidelde technologische vooruitgang gedurende de 21ste eeuw en leidt het ten slotte tot de singulariteit.
[bewerken] Voorwaarden voor een technologische singulariteit
Bij dit alles wordt wel als essentiële voorwaarde genomen:
- Het moet mogelijk zijn voor de mens om een aan de menselijke intelligentie op zijn minst gelijkwaardige kunstmatige intelligentie te maken of
- Het moet mogelijk zijn een normaal menselijk brein zodanig te upgraden dat de resulterende geest tegenwoordig bestaande menselijke geesten in intelligentie overtreft.
Hierover echter zijn de meningen onder onderzoekers vooralsnog verdeeld[4].
[bewerken] Vorming van het begrip singulariteit
Hoewel men dikwijls denkt dat het begrip pas in de laatste twee decennia van de 20e eeuw werd bedacht, ontstond het al in de jaren 50. Stanislaw Ulam zei in mei 1958, verwijzend naar een conversatie met de wiskundige John von Neumann:
Dit citaat wordt dikwijls uit zijn context gehaald en toegeschreven aan John von Neumann zelf. In 1965 beschreef de statisticus I.J. Good een concept dat nog meer leek op ons hedendaags singulariteitsbegrip omdat hij ook het aspect van bovenmenselijke intelligentie insloot:
[bewerken] De singulariteit van Vernor Vinge
Het moderne concept van de technologische singulariteit is grotendeels afkomstig van de wiskundige en sf-auteur Vernor Vinge. Vinge begon in de jaren 80 te spreken over de singulariteit, en verzamelde zijn gedachten over dit onderwerp in januari 1983 in een voorwoord voor het (inmiddels opgeheven) tijdschrift Omni. Het eerste uitgebreide artikel over dit onderwerp publiceerde Vinge in 1993, namelijk het essay "Technologische singulariteit". Sindsdien is dit een onderwerp geweest voor veel sciencefictionschrijvers. Het essay van Vinge bevat de vaak geciteerde zin:
| Binnen dertig jaar zullen we de technologische middelen hebben om bovenmenselijke intelligentie te creëren. Kort daarna zal het menselijk tijdperk beëindigd zijn. |
De singulariteit van Vinge wordt dikwijls misbegrepen als zou technologische vooruitgang afstevenen op oneindigheid, zoals in een mathematische singulariteit. Vinge wil eigenlijk zeggen dat voor hedendaagse intelligente mensen de maatschappij van 'na de singulariteit' niet meer te begrijpen valt. In zijn sf-roman Marooned in realtime (1986) vergelijkt hij dit zo:
| Een platworm kan een miljoen jaar naar een opera kijken maar hij zal daarvan nooit iets begrijpen |
Eigenlijk was de term meer gekozen als een metafoor uit de natuurkunde dan uit de wiskunde; naarmate men de singulariteit nadert worden de modellen van de toekomst minder betrouwbaar, net zoals de gebruikelijke modellen van de natuurkunde het laten afweten naarmate men een zwaartekrachtsingulariteit nadert (zie zwart gat en big bang).
Vinge schrijft dat bovenmenselijke intelligenties, of ze nu gecreëerd worden door cybernetisch verbeteren van het menselijk brein (Intelligence Amplification IA) of door kunstmatige intelligentie (Artificial Intelligence AI), beter in staat zullen zijn om hun eigen intelligentie te vermeerderen dan de mensen die hen maakten. Vinge schrijft:
| Wanneer bovenmenselijke intelligentie de vooruitgang bepaalt dan zal die vooruitgang sneller verlopen. |
Van deze feedbackloop van zichzelf verbeterende intelligentie wordt verwacht dat ze steeds grotere technologische vooruitgang brengt in steeds kortere tijdspannen. Voor hedendaagse mensen zal deze nieuwe technologie en de daarmee gevormde wereld en maatschappij snel onbegrijpelijk worden.
[bewerken] Raymond Kurzweils wet van versnellende opbrengsten
In zijn essay uit 2001, 'de wet van de versnellende opbrengsten' stelt Kurzweil een generalisatie van Moore's wet voor. De wet van Moore vormt voor de meeste aanhangers van de singulariteitshypothese de basis van hun geloof in de singulariteit en beschrijft een exponentieel groeipatroon in de complexiteit van geïntegreerde halfgeleidende circuits. Kurzweil breidt dit uit en sluit technologieën van ver voor de geïntegreerde schakelingen in tot toekomstige vormen van computatie. Hij beweert dat een nieuwe technologie op de proppen komt telkens als er een barrière opduikt. Zo zal volgens hem nanotechnologie de wet van Moore gaande houden als de huidige productiemethoden van microchips op een natuurkundige barrière stuiten. Hij voorspelt dat dergelijke paradigmaverschuivingen steeds vaker zullen voorkomen naarmate we de singulariteit naderen. Hij gelooft dat de exponentiële groei van Moores wet zal doorlopen voorbij het gebruik van geïntegreerde circuits tot in technologieën die voor de huidige mens nog onbekend zijn, of die we ons zelfs nog niet kunnen voorstellen, die zullen leiden tot de singulariteit. Dit beschrijft hij als 'technologische verandering zo snel en grondig dat het een breekpunt is in de menselijke geschiedenis'.
De wet zoals Raymond Kurzweil haar beschrijft heeft bij veel mensen hun begrip van de wet van Moore doen veranderen. Men is dikwijls geneigd te geloven dat het Moore was die met zijn wet voorspellingen deed over alle vormen van technologie, terwijl hij het alleen maar had over halfgeleiderschakelingen. Veel futurologen gebruiken nog steeds de term wet van Moore om ideeën als die van Kurzweil te beschrijven. Zoals Ray Kurzweil in zijn boek 'Kurzweil on the edge - The intelligent universe' (2002)[5] het zegt:
| Een analyse van de geschiedenis van de technologie toont dat technologische verandering exponentieel is, in tegenstelling tot de gebruikelijke 'intuïtieve lineaire' visie. We zullen dus geen 100 jaar van verandering ervaren gedurende de 21ste eeuw - het zullen er eerder 20.000 zijn (gemeten aan ons huidige idee van verandering). De 'opbrengsten' zoals chipsnelheid en kosteffectiviteit vermeerderen ook exponentieel. Er is zelfs exponentiële groei in de exponentiële groei (dubbel exponentiële groei, S-curve). Binnen enkele decennia zal machine-intelligentie menselijke intelligentie overstijgen en leiden tot de singulariteit - technologische veranderingen die zo snel en allesomvattend zijn dat er sprake is van een breekpunt in de menselijke geschiedenis. De gevolgen zullen onder andere inhouden: het samengaan van biologische en non-biologische intelligentie, onsterfelijke op software gebaseerde menselijke wezens en ultrahoge niveaus van intelligentie die zich in het universum verspreiden met de snelheid van het licht. |
| Als informatie niet sneller kan verspreid worden dan de snelheid van het licht en als die kosmische afstanden werkelijk onoverbrugbaar blijken (als er dus geen shortcuts via wormgaten mogelijk zijn) dan zal de verspreiding van informatie traag verlopen en bepaald worden door de lichtsnelheid. Binnen 200 jaar zullen we ongeveer alle materie en energie in ons zonnestelsel voor computatie gebruikt hebben, gebaseerd op ons huidig begrip van de beperkingen en eigenschappen van computatie binnen dit tijdsbestek. Ik veronderstel echter dat intelligentie zich sneller zal verspreiden gebruikmakend van andere dimensies en meer van dergelijke shortcuts. Het lijkt misschien wel heel moeilijk, maar we praten hier over supreem intelligente technologieën en wezens. Als er manieren zijn om in andere delen van het universum te geraken via shortcuts zoals wormgaten, dan zullen ze er gebruik van maken en zal informatie zich sneller verspreiden. Dan kunnen we misschien het hele universum bereiken, dwz 1080 protonen, fotonen, en andere elementaire deeltjes, die volgens Seth Lloyd 1090 bits vertegenwoordigen, zonder beperkt te worden door de snelheid van het licht. |
| Als de snelheid van het licht geen probleem vormt, en ik wijs erop dat dit op dit moment speculatie blijft, dan zullen we binnen 300 jaar het ganse universum verzadigen met intelligentie en het gehele universum zou dan ontwaken tot een extreme mate van intelligentie en totaal manipuleerbaar zijn. We vermeerderen onze computatieve vermogens met een factor van 103 per decennium. Dit is een conservatieve schatting, aangezien de mate van versnelling ook nog eens versnelt (dubbel exponentiële groei). Het is dus conservatief om te stellen dat binnen 30 decennia (300) jaar, we onze huidige computatieve vermogens met een factor van 1090 zouden vermeerderd hebben. Dan zouden we de schatting van Seth Lloyd - er zijn 1090bits in dit universum - overtroffen hebben. |
Kurzweil breidt deze thema's verder uit in zijn boeken zoals The age of spiritual machines (2000) en The singularity is near (2005). Zijn voorspellingen verschillen van die van Vinge in zoverre dat Kurzweil een veel geleidelijkere overgang naar de singulariteit voor de volledige mensheid voorziet terwijl Vinge snelle zichzelf verbeterende bovenmenselijke intelligentie vooropstelt. Dit verschil wordt dikwijls gedefinieerd als de zachte singulariteit en harde singulariteit.
[bewerken] Evolutie van de maatschappij
Sommigen beschouwen de singulariteit als een logisch gevolg van de evolutie van de maatschappij. Veel sociologen en antropologen hebben sociale theorieën geconstrueerd die sociale en culturele evolutie behandelen. Sommigen, zoals Lewis H. Morgan, Leslie White en Gerard Lenski beschouwen technologische vooruitgang als de primaire drijfveer van de zich ontwikkelende menselijke beschaving.
Morgan stelt drie grote fasen voorop in de sociale evolutie (savagery, barbarisme en civilisatie) . Die fasen worden onderscheiden aan de hand van technologische mijlpalen zoals
- het vuur, de boog en keramiek in de 'wilde' fase.
- Domesticatie van dieren, landbouw en metaalbewerking in de 'barbaarse' fase.
- Ten slotte het alfabet en het schrift in de 'beschaafde' fase.
In plaats van specifieke uitvindingen nam White energie als maatstaf om de evolutie van beschavingen te bepalen. Voor White is het bekomen en controleren van energie de voornaamste functie van cultuur. White onderscheidt vijf fasen in de ontwikkeling van de menselijke beschaving;
- in de eerste fase gebruiken de mensen de energie van hun eigen spieren.
- In de tweede gebruiken ze de energie van gedomesticeerde dieren.
- In de derde gebruiken ze de energie van de planten (landbouwrevolutie).
- In de vierde fase leren ze gebruik te maken van natuurlijke energiebronnen zoals kolen, olie en gas.
- In de vijfde en laatste fase maken ze gebruik van nucleaire energie.
White introduceerde de formule P=E*T, waarbij E een maatstaf van de geconsumeerde energie is en T een maat is voor de efficiëntie van technische factoren bij het gebruik van energie. In zijn eigen woorden "cultuur evolueert als de hoeveelheid opgewekte energie per capita per jaar vermeerdert, of als de efficiëntie van de instrumentele middelen om energie aan te wenden vermeerdert."
De Russische astronoom Nikolaj Kardasjev extrapoleerde deze theorie om de Kardasjevschaal op te stellen, die het energieverbruik van geavanceerde beschavingen categoriseert. Een Dysonbol is type II op deze schaal en de mensheid is op dit moment op niveau 0,7 aanbeland.
Gerhard Lenski gebruikt een moderne aanpak en focust op informatie. Hoe meer informatie en kennis (vooral als die toelaat de natuurlijke omgeving te manipuleren) een bepaalde maatschappij heeft, hoe geavanceerder ze is. Hij identificeert vier fasen in de ontwikkeling van beschavingen, gebaseerd op mijlpalen in de geschiedenis van de communicatie.
- In de eerste fase wordt informatie doorgegeven via de genen.
- In de tweede, wanneer de mensheid zintuiglijk bewustzijn ontwikkelt, kunnen ze leren en informatie doorgeven via ervaring.
- In de derde fase beginnen de mensen tekens te gebruiken en ontwikkelen ze de logica.
- In de vierde fase creëren ze symbolen en ontwikkelen ze taal en schrift.
Vooruitgang op het vlak van communicatie vertaalt zich in vooruitgang van de economie en politiek, distributie van goederen, sociale ongelijkheid en tal van andere sferen van menselijk samenleven. Hij onderscheidt maatschappijen ook op hun niveau van technologische ontwikkeling, communicatie en economie;
- jagers-verzamelaars,
- eenvoudige landbouw,
- geavanceerde landbouw,
- industrie
- speciale samenlevingen (zoals vissersgemeenschappen).
Ten slotte zijn er de sociologen en antropologen zoals Alvin Toffler (auteur van Future shock), Daniel Bell en John Nashbitt die theorieën over postindustriële samenlevingen opgesteld hebben. Ze argumenteren dat het huidige tijdperk van de industriële samenlevingen zijn einde nadert en dat diensten en informatie belangrijker geworden zijn dan industrie en goederen. Sommige meer extreme visies op postindustriële samenlevingen, vooral in fictie dan, lijken veel op postsingulariteit samenlevingen.
[bewerken] Mogelijke gevaren
[bewerken] De wenselijkheid en veiligheid van de singulariteit
Sommige denkers vermoeden dat bovenmenselijke intelligenties andere prioriteiten zullen stellen dan de mensheid. Omdat per definitie 'gewone' intelligente mensen de superintelligenties niet meer kunnen volgen en deze ook nog eens steeds sneller intelligenter worden zal het deze entiteiten geen enkele moeite kosten om alle mogelijke tegenstand te voorzien en op voorhand uit te schakelen. Hoewel sommigen tegenwerpen dat met hoge intelligentie ook 'automatisch' hoge morele waarden samengaan zijn er anderen die dit automatisme ontkennen. Vaak wijzen ze op de nazi's die zich bij het in praktijk brengen van hun racistische en totalitaire ideologie niet lieten leiden door enig moreel principe. Ondanks dit onweerlegbare feit verleenden veel hoogintelligente mensen zoals geleerden, artsen en ingenieurs vrijwillig hun medewerking aan het regime, zeker in de jaren dertig en het begin van de oorlog toen ze nog succesvol leken. AI-researcher Hugo de Garis veronderstelt dat bovenmenselijke intelligenties de mensheid gewoon gaan elimineren en dat de mensheid hen niet kan stoppen. Andere gevaren die dikwijls aangehaald worden zijn moleculaire nanotechnologie en genetische manipulatie. In een vergevorderd stadium kunnen deze technologieën mogelijk een superintelligentie voortbrengen maar voor het zover is kan hiermee bv. ook levensgevaarlijke nieuwe virussen geschapen worden waartegen geen kruid gewassen is. Deze dreigingen zijn belangrijke issues, zowel voor singulariteitsvoorstanders als voor singulariteitscritici, en waren het onderwerp van een artikel door Bill Joy gepubliceerd in Wired magazine, getiteld Why the future doesn't need us. Oxford University filosoof Nick Bostrom vatte de gevaren van de singulariteit voor het overleven van de mensheid samen in zijn essay Existential risks.
Veel singularitarianen beschouwen nanotechnologie als één van de belangrijkste existentiële risico's voor de mensheid. Daarom geloven de meesten dat nanotechnologie zou moeten worden voorafgegaan door Seed-AI (een soort basis artificiële intelligentie) en dat een pre-singulariteit maatschappij dus geen nanotechnologie zou mogen bezitten. Anderen, zoals het Foresight Institute, stimuleren juist initiatieven om moleculaire nanotechnologie te creëren, omdat ze geloven dat nanotechnologie ook veilig gemaakt kan worden voor pre-singulariteit gebruik of zelfs dat nanotechnologie de komst van een gunstige singulariteit kan versnellen.
Voorstanders van 'Vriendelijke artificiële intelligentie' zien in dat de singulariteit wel eens gevaren met zich zou kunnen meebrengen, en juist om deze reden zetten zij zich in om de singulariteit veiliger te maken door AI te creëren die gunstig voor de mensen zal zijn. Dit idee is ook vervat in de 'drie wetten der robotica' van Isaac Asimov, bedoeld om een artificieel intelligente robot te verhinderen mensen kwaad te doen, hoewel het plot van Asimovs verhalen dikwijls net het falen van zijn wetten behelst.
[bewerken] Neo-Luddieten en hun visies
De oorspronkelijke Luddieten vochten tegen de machinisering van de eerste industriële revolutie (Engeland vanaf 1750) uit vrees dat de tewerkstelling zou afnemen en sommige tegenstanders van de singulariteit beweren hetzelfde. Alhoewel de vrees van de Luddieten niet werd gerealiseerd, gezien de groei van de tewerkstelling na de industriële revolutie (landbouwers vonden nieuw werk als fabrieksarbeiders, technici, kantoorwerkers en bedienden), toch was er een vermindering van bepaalde vormen van tewerkstelling; een dramatische vermindering in de tewerkstelling van kinderen en ouderen. De stelling van o.a. Henry Hazlitt is dan ook dat enkel gewenste tewerkstelling in acht genomen zou moeten worden. Een postsingulariteitsmaatschappij zal veel rijker zijn dan een presingulariteitsmaatschappij (dankzij een verbeterde manipulatie van materie en energie om tegemoet te komen aan de menselijke noden). Een mogelijk scenario voor de singulariteit is een verhoging van per capita inkomen en een verlaging van de tewerkstelling.
Sommige mensen beweren dat geavanceerde technologieën gewoon te gevaarlijk zijn voor mensen, zodat ze eigenlijk moreel gezien verboden zouden moeten zijn en ze ageren opdat deze technologieën niet uitgevonden worden. Theodore Kaczynski, een heftige tegenstander van de singulariteit en een neo-luddiet, werd berucht als de Unabomber. Hij schrijft dat supergeavanceerde technologie een opperklasse zou toelaten de 'grote massa' uit te schakelen. Anderzijds argumenteert Kaczynski, als AI niet gecreëerd wordt, zullen de mensen eveneens door de machthebbers gereduceerd zijn tot de status van tamme dieren na voldoende technologische vooruitgang om dissidenten voor onbepaalde tijd onder absolute controle te houden. Zowel Bill Joy als Ray Kurzweil citeert Kaczynski in zijn werk. Veel anderen zijn tegen de singulariteit zonder echter tegen moderne technologie te zijn zoals de neo-luddieten.
John Zerzan en Derrick Jensen vertegenwoordigen samen met Kaczynski de anarcho-primitieve school ook wel eco-anarchisme genaamd. Zij beschouwen de singulariteit als een orgie van machinecontrole, en een verlies voor het wilde en onvoorwaardelijk vrije bestaan buiten het domein van de beschavingen. Milieugroeperingen zoals Earth liberation en Earth First! zien de singulariteit als een gegeven dat kost wat kost vermeden moet worden. James John Bell heeft artikelen geschreven voor Earth First! en voor andere publicaties, waarin hij waarschuwt voor de singulariteit. Hij schreef ook Essays zoals Exploring the singularity en technotopia and the death of nature: clones, supercomputers en robots. Green Anarchy is een publicatie waar Kaczynski en Zerzan regelmatig in publiceren en waarin regelmatig tegen de singulariteit wordt geschreven. Voorbeeld Singular Rapture, geschreven door MOSH (dit verwijst naar Kurzweils M.O.S.H., voor Mostly Original Substrate Human).
[bewerken] De singulariteit in fictie en moderne cultuur
Fictieve beschrijvingen van de singulariteit vallen gewoonlijk in één van deze vier categorieën:
- AI's en technologisch verbeterde mensen (dikwijls nog steeds minderwaardig aan de AI's): Charles Stross, Jacek dukaj, The culture of Ian M. Banks, the Deus Ex computerspellen en de Halo-videospellenserie.
- AI's en baseline mensen (soms ook wel genoemd; lokale singulariteit): Cylons of Battlestar Galactica (nieuwe versie), colossus: The Forbin project, the Matrix, Terminator en "TimeSplitters: Future Perfect" (videospel)
- Biologisch geëvolueerde mensen die de ruimte verkennen: Ancients in Stargate SG-1, Sid Meier's Alpha Centauri, Shapers in Bruce Sterlings Shaper/Mechanist setting.
- Technologisch verbeterde mensen die de ruimte verkennen: The Gentle Seduction door Marc Stiegler, Mechanists in Bruce Sterlings Shaper/Mechanist setting.
Als aanvulling bij de verhalen van Vernor Vinge, pionier van de Singulariteitsideeën, hebben nog verschillende andere sciencefictionschrijvers verhalen gepubliceerd met de singulariteit als centraal thema. De meest bekende zijn William Gibson, Charles Stross, Karl Schroeder, Greg Egan, Greg Bear, Iain M. Banks, Neal Stephenson, Bruce Sterling, Damien Broderick en Jacek Dukaj. Ken Mac Leod beschrijft de singulariteit als "Extase voor nerds" in zijn novelle uit 1998 'The Cassini Division'. Het singulariteitsthema komt veel voor in cyberpunknovellen. Één van de bekendste voorbeelden is de zichzelf verbeterende AI Neuromancer in de gelijknamige novelle van William Gibson. Sommige oudere sciencefictionboeken zoals 'Childhood's End' van Arthur Clarke, Isaac Asimovs 'The last question' en 'The last evolution' van W. Campbell beschrijven reeds zoiets als de technologische singulariteit. Een novelle gepubliceerd op Kuro5hin in 1994 genoemd 'the metamorphosis of prime intellect' beeldt het leven uit na een singulariteit, op gang gebracht door AI. Somberder is het klassieke kortverhaal van Harlan Ellison 'I have no mouth and I must scream'.
Het online sciencefiction wereldbouwend project Orion's-arm handelt ook over de singulariteit, net zoals sommige videospelletjes zoals 'TimeSplitters: Future perfect', waar de speler samen met mensen vecht tegen de robots in het jaar 2243. 'Halo' en 'Deus Ex' handelen ook over het singulariteitsthema, Het computerspel 'Sid Meier's Alpha Centauri' handelt ook over een soort singulariteit met een 'Opstijgen tot transcendentie'.
Één van de eerste referenties aan de technologische singulariteit komt voor in het kortverhaal 'Answer', geschreven door sciencefictionschrijver Frederic Brown in 1954.
[bewerken] Film en Televisie
Het eerste voorbeeld van een door AI gegenereerde singulariteit is in de film Colossus: The Forbin Project uit 1969. In de film bereikt een supercomputer van het Amerikaanse ministerie van Defensie zelfbewustzijn door middel van een steeds complexer wordend algoritme. Eens Colossus een staat van zelfbewustzijn bereikt heeft, maakt hij een connectie met zijn Sovjettegenhanger Guardian. Samen verplichten ze de mensheid tot vreedzame co-existentie.
'The Matrix' speelt zich af in een postsingulariteitswereld waarin AI de mensen domineert en onderwerpt voor eigen doeleinden. In 'The Terminator', bereikt de AI Skynet zelfbewustzijn en lanceert kernkoppen om de mensheid te vernietigen.
Ook het tekenfilmgenre exploreerde reeds het singulariteitsthema zoals Vernor Vinge en Raymond Kurzweil het voorstellen in hun geschriften. 'Ghost in the Shell' speelt zich af in een wereld waarin wetware (menselijk bewustzijn) de overhand heeft en machine bewustzijn begint te ontwikkelen. Een andere anime is 'Serial Experiments: Lain' en behandelt het thema van downloaden van bewustzijn.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Onderwerpen
- human enhancement
- Bionisch implantaat
- Regeneratieve geneeskunde
- Man van zes miljoen
- Kunstmatige intelligentie
- Nanotechnologie
- Robot
- Cyborg
- Multiversum
- Kwantumcomputer
- Wet van Moore
[bewerken] Personen
[bewerken] Stromingen
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Vinge's essay 1993
- ↑ Good, I. J. (1965), Franz L. Alt and Morris Rubinoff, ed., "Speculations Concerning the First Ultraintelligent Machine", Advances in Computers (Academic Press) 6: 31-88, http://web.archive.org/web/20010527181244/http://www.aeiveos.com/~bradbury/Authors/Computing/Good-IJ/SCtFUM.html, retrieved on 2007-08-07
- ↑ Kurzweil, Raymond (2001), The Law of Accelerating Returns, Lifeboat Foundation, http://lifeboat.com/ex/law.of.accelerating.returns
- ↑ Dreyfus & Dreyfus 2000, p. xiv: The truth is that human intelligence can never be replaced with machine intelligence simply because we are not ourselves "thinking machines" in the sense in which that term is commonly understood.Hawking (1998) Some people say that computers can never show true intelligence whatever that may be. But it seems to me that if very complicated chemical molecules can operate in humans to make them intelligent then equally complicated electronic circuits can also make computers act in an intelligent way. And if they are intelligent they can presumably design computers that have even greater complexity and intelligence.
- ↑ Kurzweil over het intelligente universum op de website van the edge anno 2002
Gedeeltelijke vertaling van het engelse wikipedia artikel over dit onderwerp

