Antisemitisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Antisemiet)
Ga naar: navigatie, zoeken

Antisemitisme is de discriminatie van Joden gebaseerd op hun etniciteit of religie.

Inleiding en definitie[bewerken]

Joden en het Jodendom hebben in de geschiedenis dikwijls te maken gehad met weerstand (of verzet of haat) van tegenstanders. Vele vormen van die weerstand laten zich samenvatten in de term 'antisemitisme'. In de geschiedenis hebben extreme uitingen van antisemitische aard meermaals geleid tot moord op Joden, zoals tijdens pogroms en de Holocaust. Naast de term 'antisemitisme' wordt ook de term anti-judaïsme vaak gebruikt; dit laatste dan meer als kenschets van de theologische tegenstanders van het Jodendom (dus los van de Joodse etniciteit, maar zich richtend op de geloofskant).

Gevolgen en achtergronden[bewerken]

Volgens het Comité de coordination des organisations juives de Belgique (CCOJB) leidt antisemitisme ertoe dat veel Joden niet in het openbaar voor hun afkomst of joodse religie durven uit te komen.[1][2] Hoewel het woord 'antisemitisme' haat jegens alle sprekers van Semitische talen (waaronder Arabieren) lijkt uit te dragen, refereert het in het westen enkel aan de Joden.

Introductie van de term[bewerken]

De term 'antisemitisme' werd voor het eerst gebruikt tussen 1870 en 1880 in Duitsland door Wilhelm Marr, onder andere in zijn Antisemitische Hefte uit 1879. Het verschijnsel zelf is echter veel ouder dan de 19e eeuw. Antisemitisme kan voortkomen uit verschillende ideologieën, zoals fundamentalistisch christendom, islam, nationalisme, communisme, racisme, nationaalsocialisme en fascisme, waarbij Joden of het Jodendom als religie als tegenstander, vijand of verwerpelijke religie gezien kunnen worden (bijvoorbeeld als vijand van Christus of Allah, vreemdeling, kapitalist, communist enzovoorts). Antisemitisme is niet in alle gevallen een bewust gekozen politiek of religieus standpunt, maar kan ook voortkomen uit vooroordelen of denkfouten (denkfout fallacia consequentis). Zo "concludeerde" de 19e-eeuwse Duitse componist Richard Wagner, die een fervent antisemiet was, dat wanneer hij iemand niet mocht, diegene dan "dus" een Jood moest zijn of toch anders mínstens diens móeder een Jodin was.[3] Dit neemt niet weg dat Wagner uitvoeringen van eerste producties van nieuwe operacomposities uitgerekend aan Joodse dirigenten toevertrouwde: een van de vele paradoxen in de levensgeschiedenis van de componist. Volgens sommigen [4][5] hangen antisemieten ook nogal eens allerlei complottheorieën aan, waarin dan aan Joden een veelal verborgen bepalende rol in "het wereldgebeuren" wordt toegedicht, of een streven naar wereldoverheersing. Vaak wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen bijvoorbeeld Joden (als volk) en joden (als aanhangers van een religie) en bijvoorbeeld ook tussen het zionisme en de staat Israël. Een aantal gebeurtenissen in de wereld wordt - vanuit antisemitisch denken - op negatieve wijze aan Joden toegeschreven (de Jood of het Jodendom als zondebok), van de Russische revolutie tot de aanslag op de Twin Towers in New York op 11 september 2001.[6]

Geschiedenis[bewerken]

Joden worden verbrand als ketters, 15e eeuw
Een Jood werd op een bijzondere wijze opgehangen 15e eeuw

Sentimenten van haat en afkeer jegens Joden, als vreemde minderheid, treden sinds de Oudheid in telkens andere vormen weer op.[7] Vanaf het jaar 1096, aan het begin van de Eerste Kruistocht, de zogenaamde Duitse Kruistocht, toen in Duitsland in verschillende steden Joodse gemeenschappen werden uitgemoord door de boerenbevolking, is het een herhaaldelijk terugkerend verschijnsel in de geschiedenis. Eeuwenlang droegen de reacties op Joden een overwegend religieus karakter. Later viel de meeste nadruk op de economische trekken - een voorbeeld van economische antisemitische maatregelen is het feit dat Joden in Nederland geen lid mochten zijn van de gilden, waardoor zij niet werden toegelaten in veel beroepen behorende tot de middenstand. Veel Joden zochten hun toevlucht tot beroepen die hen niet geweigerd werden, zoals ambulante handel, diamantslijperijen, financiële dienstverlening en handel/verhuur van vastgoed. Vooral de financiële dienstverlening (het uitlenen van geld) en de verhuur van woningen leidde tot het vooroordeel dat Joden gierig en op geld belust zouden zijn.[8] Joden worden afgeschilderd als perverse mensen die zich te goed zouden voelen voor handenarbeid en het economisch beter zouden hebben. In het Europese rechtssysteem golden Joden als vreemdelingen. Zij werden achtergesteld en zwaarder gestraft dan christenen. Opmerkelijk was het gebruik om Joden "met honden te hangen". Men hing een ter dood veroordeelde Jood omgekeerd aan de galg met naast hem twee honden. Wanneer het slachtoffer zich alsnog tot het christendom bekeerde werd hij van de galg losgemaakt en, na een snelle doop en andere religieuze formaliteiten, onthoofd.[9] Later uitte Jodenhaat zich vooral als een sociaal verschijnsel en tegen het einde van de 19e eeuw ontstond er zelfs een zogenaamd biologische motivering. Wanneer reacties op Joden een overwegend religieus karakter hebben, wordt er gesproken van anti-judaïsme. Slechts op het ogenblik dat vanuit het sociaal darwinisme Jodendom als een ras en niet langer als religie werd beschouwd, werd anti-judaïsme antisemitisme.[bron?] Het begrip antisemitisme werd door Marr voorgesteld in de context van een meer wetenschappelijke benaming voor het oudere Duitse woord Judenhass (Jodenhaat). Men moet deze "herbenoeming" niet interpreteren als een poging om het concept van Jodenhaat te elimineren of 'verbergen'. Anderzijds is juist het gebruik van deze nieuwere term nogal eens bekritiseerd - maar dat is pas veel recenter.

Europees antisemitisme[bewerken]

Het vroegste antisemitisme vanuit het christendom ontstond door theologische meningsverschillen tussen rabbijnen en de kerkvaders. Volgens de laatsten waren de overgebleven joden die geen christenen waren geworden "blind", omdat ze Jezus niet als de christus (messias) wilden erkennen. Daarnaast kwam de notie van "godsmoordenaars" op: de joden hadden Jezus gekruisigd en dus God vermoord (uitgaande dat Jezus God is volgens de drie-eenheid). In zeer conservatieve christelijke kringen heerst deze opvatting vandaag de dag nog steeds. In Europa hebben de joden zich echter vooral gehaat gemaakt door hun vermeende hebzucht. Na het jaar 1000 werden de economische mogelijkheden in West-Europa zeer gunstig, zodat talloze joden uit het Nabije Oosten zich er gingen vestigen. Omdat christenen door het woekerverbod niemand geld mochten lenen met rente, maar de joden andere volkeren dan zijzelf wel (op grond van Deuteronomium 23:20-21), konden zij bankiers worden die ondernemers een beginkapitaal konden leveren. Door hun bevoorrechte positie in het bankwezen konden Europese joden behoorlijk rijk worden, wat de jaloezie van hun christelijke landgenoten wekte. Voorafgaand aan de Eerste Kruistocht werden in 1096 duizenden joden in Rijnlandse steden vermoord, omdat kruisvaarders (Duitsers en Fransen (Oost- en West-Franken), Lagelanders en Engelsen) meenden reeds daar de strijd tegen de 'ongelovigen' te moeten beginnen alvorens de "Saracenen" in het Heilige Land te beoorlogen.[10] Deze zogeheten Duitse kruistocht van 1096 ging de geschiedenis in als de eerste grote jodenvervolging.

Spanje en Portugal[bewerken]

In 1492 viel het koninkrijk Granada. Hierna werd op 31 maart 1492 door het koningspaar Ferdinand II van Aragon en Isabella I van Castilië het Edict van Verbanning afgekondigd dat de gedwongen emigratie of bekering van alle Joden in Spanje behelsde. Ongeveer 40.000 van de 80.000 in Spanje levende Joden emigreerden.[11] Zij vertrokken voornamelijk naar Portugal, Marokko en Italië. Veel Joden die bleven bekeerden zich tot het christendom en lieten zich dopen. Deze Joden werden conversos (bekeerlingen) genoemd, maar werden door de Spaanse Inquisitie in de gaten gehouden. Verdenkingen dat zij de Joodse religie bleven praktiseren kwamen vaak voor, met name in de periode van 1478 to 1530. In Portugal werd de inquisitie in 1536 ingevoerd. Ook hier werden de bekeerde Joden vervolgd. Aan het begin van de 16e eeuw vertrokken vele Spaanse en Portugese Joden naar Amsterdam. In 1700 telde de stad Amsterdam 10.000 Joodse inwoners, waarvan een groot deel van Spaanse of Portugese afkomst was.

Duitsland en Oostenrijk[bewerken]

Luther[bewerken]

Vanaf de 16e eeuw kreeg het Lutheranisme in Duitsland grote aanhang. Maarten Luther stond in het begin niet negatief tegenover de Joden. In 1523 benadrukte hij in Daß Jesus ein Geborner Jude Sei dat Jezus van Joodse afkomst was; hij wees hierin geweld tegen Joden af. In 1543 schreef hij echter het pamflet Von den Jüden und iren Lügen waarin hij zeven maatregelen tegen de Joden voorstelde, variërend van het in brand steken van synagogen, scholen en huizen van Joden tot het opleggen van dwangarbeid. In tegenstelling tot de nazi's ging het Luther niet om het Joodse volk als wel om het Joodse geloof. Doel van Luther was hun bekering tot het christendom.[12]

Mystiek antisemitisme[bewerken]

In Duitsland en de zgn. 'Duitse landen' in Oostenrijk-Hongarije (Oostenrijk, Sudetenland) werden aan het einde van de negentiende eeuw xenofobe en antisemitische clubs opgericht. Deze combineerden een soort verering van Germaanse goden met allerlei biologische opvattingen (van pseudowetenschappelijk karakter) over superioriteit van het Duitse/Germaanse volk en de inferioriteit (minderwaardigheid) van het Joodse ras, de zwarten, zigeuners en Mongoolse volkeren.[bron?] Bekende predikers van deze ideeën waren Jörg Lanz von Liebenfels en de Oostenrijkse Georg Ritter von Schönerer. De ideeën van Lanz von Liebenfels waren naast pseudowetenschappelijk ook 'mystiek'. Lanz noemde zijn gedachtegoed dan ook 'rassenmystiek' en 'theozoölogisch'. Lanz was ervan overtuigd dat Joden beestmensen waren, terwijl de Germanen übermenschen waren.[13] Lanz richtte zelfs tempels op waar mystieke bijeenkomsten werden gehouden. Vermeld dient ook te worden dat het gedachtegoed van Lanz von Liebenfels ook een zeker pornografisch karakter had. Lanz hamerde er steeds op dat de vrouwen van het 'blonde en blauwogige ras' (dat wil zeggen de Germanen) gevaar liepen te worden verkracht door de Joden. In de optiek van de aanhangers van de rassenmystiek kwam dit wel vaker voor. Volgens sommigen waren Joden 'verwijfd' en waren het eigenlijk vrouwen die een mannelijk geslachtsdeel bezaten.[bron?] Dit getuigt van een onderdrukte seksuele moraal bij de aanhangers van de 'rassenmystiek'.[bron?] De rassenmystici geloofden niet zelden in een strijd tussen licht en donker, tussen Ariërs (übermenschen) en zwarten/Mongolen/Joden ('dier- en aapmensen'). Volgens Lanz kon men alle middelen aangrijpen om het Jodendom een halt toe te roepen: sterilisatie, het verbieden van huwelijken tussen Duitsers en Joden, ja, zelfs de uitroeiing van het Jodendom mocht als wapen worden ingezet.[bron?]

Nationaalsocialistisch antisemitisme[bewerken]

Duitse spotprenten vóór WO II

Antisemieten die zich minder aangetrokken voelden tot de mystiek, zoals Georg Ritter von Schönerer, de Oostenrijkse antikatholieke, jodenhatende en anti-Habsburgse nationalist, en de antisemitische burgemeester van Wenen, Karl Lueger, verwierpen de mystieke en sektarische bijeenkomsten en gingen meer voor de 'massabewegingen'. Hun antisemitisme richtte zich via populistische toespraken tot de massa om hen te winnen voor het Duitse nationalisme en antisemitisme.[bron?] Schönerer en Lueger propageerden antimarxistische en populistische ideeën en bepleitten verbetering van de toestand van de arbeiders en boeren om hen van het 'internationalistische marxisme' af te houden.[bron?] De schuld van de sociale misstanden lag in hun ogen 'natuurlijk' bij de Joden.[bron?] Na het Duitse verlies in de Eerste Wereldoorlog schoten de antisemitische clubs als paddenstoelen uit de grond. De bekendste waren de Beierse Thule-Gesellschaft, de Deutsche Arbeiterpartei en de Deutsche Sozialistische Partei. Adolf Hitler sloot zich in september 1919 aan bij de Deutsche Arbeiterpartei en verwierp het sektarische karakter dat de club tot dan toe kenmerkte en maakte er onder de naam Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) een massabeweging van. Hitlers antisemitisme en nationalisme week niet af van dat van Lanz of Schönerer, maar de manier waarop Hitler zijn boodschap 'aan de man bracht', namelijk via goed georganiseerde en voorbereide toespraken, maakte hem mateloos populair.[bron?] Hitler begreep de mogelijkheden van de moderne massamedia zoals kranten, radio en film. Door een goed geoliede propagandamachine bewerkte hij de Duitse bevolking en werd populair. Van een minuscuul sektarisch clubje groeide de NSDAP snel uit tot een massapartij met afdelingen in Duitsland en Oostenrijk. Na de mislukte 'Bierhalle Putsch' (ook Hitlerputsch) in 1923, werd Hitler tot een zeer korte gevangenisstraf veroordeeld (ter vergelijking: de hoofdmannen van de Beierse Revolutie van 1919 werden tot lange celstraffen veroordeeld of vermoord), die hij slechts gedeeltelijk uitzat. Hij gebruikte zijn gedwongen 'retraite' om zijn ideeën te formuleren in Mein Kampf, de latere 'bijbel' van het nationaalsocialisme. Dit geeft al aan dat men in Duitsland antisemitisch en nationalistisch dacht en handelde, met name in de gezeten burgerij, de kleine middenstand en onder de oude garde nationalisten.[bron?] De NSDAP werd weliswaar verboden, maar dook spoedig weer op onder een nieuwe naam. Vanaf het einde van de jaren twintig (de NSDAP was toen weer de officiële naam) wonnen de nazi's steeds meer zetels in de Rijksdag en in 1933 kon men er niet meer omheen (althans dat was de gangbare opvatting in Duitsland en de rest van de wereld)[bron?] en werd Hitler door rijkspresident Paul von Hindenburg tot rijkskanselier benoemd.

Duitsland 1933: 'Duitsers! Verdedig U! Koop niet bij Joden!'

Het nationaalsocialisme in Duitsland paste na de machtsovername van Adolf Hitler in 1933 het antisemitisme in zijn uiterste vorm toe. De Duitse Joden werden door de Neurenberger wetten (1935) tot rechteloze burgers. De discriminatie van Joden breidde zich tijdens de Duitse bezetting van een groot aantal West- en Oost-Europese landen ook tot die gebieden uit. Tussen 1942 en 1945 leidde zij tot de moord op ongeveer zes miljoen Europese Joden in onder andere concentratiekampen.

Frankrijk[bewerken]

De Dreyfusaffaire, het gesprek van de dag in het laat-negentiende-eeuwse Frankrijk, is een bekend voorbeeld van het Frans antisemitisme. Kapitein Alfred Dreyfus, een Joods-Frans legerofficier, werd er ten onrechte van beschuldigd informatie te hebben doorgespeeld aan het Duitse opperbevel. Dreyfus' veroordeling kwam niet zozeer doordat het (vervalste) bewijs tegen hem sprak, maar mede doordat hij Joods was. Bijkomend was het feit, dat hij uit de Elzas kwam en dat hij tot de Alemannisch-(Duits)-sprekende minderheid behoorde. Lange tijd zat Dreyfus vast in het strafkamp Duivelseiland voor de kust van Frans-Guyana (Zuid-Amerika). Later bleek een Hongaars-Franse officier, Esterhazy, achter de spionage te zitten en werd Dreyfus vrijgesproken. Hij kreeg eerherstel en werd bevorderd tot kolonel.

Nederland[bewerken]

In Nederland werden na de Eerste Wereldoorlog een aantal kleine autoritaire politieke partijen opgericht, maar zij waren eerder fascistisch dan nationaalsocialistisch of antisemitisch. Initiatieven om extreem-rechtse en antisemitische partijen op te richten werden zeker na de crisis van 1929 genomen, maar deze partijtjes bleken eendagsvliegen die geen politieke macht verwierven.

Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog was het antisemitisme in Nederland geconcentreerd in de NSB van Anton Mussert. Deze politieke partij groeide tijdens de Tweede Wereldoorlog van 32.000 leden in 1940 naar ruim 100.000 leden in 1943. De Nationaal-Socialistische Nederlandse Arbeiderspartij (NSNAP) die in 1931 werd opgericht was nog veel antisemitischer dan de NSB.[14] Ernst Herman ridder van Rappard, de leider van de NSNAP, richtte zich geheel op de NSDAP van Hitler en ook op diens antisemitisme. Bijzonder antisemitisch was ook het Zwart Front van Arnold Meijer. Meijer richtte zich echter meer op Mussolini dan op Hitler.

Ook na de Tweede Wereldoorlog komen in Nederland antisemitische incidenten voor. Meestal betreft dit de verspreiding van geschriften met antisemitische passages, of leuzen die worden geroepen tijdens demonstraties gericht tegen de staat Israël. Zo worden de geschriften van Lucas en Jenny Goeree door betrokkenen als beledigend en antisemitisch ervaren.[15] neonazistische groeperingen vullen vele websites met antisemitische teksten[bron?] en er komen incidenten voor waarbij groepen moslimjongeren rellen veroorzaken door het uiten van antisemitische en/of antizionistische leuzen.[16] Incidenteel worden er Joodse graven beklad en beschadigd.[bron?] Ook de weduwe Rost van Tonningen, bijgenaamd 'de Zwarte Weduwe', heeft met haar organisatie 'De Levensboom' bijgedragen aan het in stand houden van het Duits-nationalistische, maar ook antisemitische gedachtegoed.[17] Een organisatie die dergelijke ontwikkelingen in Nederland nauw volgt is het CIDI, het Centrum Informatie en Documentatie Israël. Ook de Anne Frank Stichting houdt zich hiermee bezig.

Op 4 februari 2009 werd in de media bericht dat onbekenden het joodse Sinaï Centrum in Amstelveen hadden beschoten, een joodse instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Op de ochtend van 3 februari waren twee kogelgaten in een raam vlakbij de hoofdingang aangetroffen.[bron?] Volgens directeur Ronny Naftaniël van het CIDI markeerde dit een "volgende fase' van de jodenhaat in Nederland". Sinds het Conflict in de Gazastrook van 2008-2009 was in Nederland het aantal antisemitische incidenten (schelden, bedreigen) en geweld toegenomen. In januari 2009 zouden er volgens voorlopige cijfers van het CIDI al evenveel antisemitische incidenten zijn geweest als in heel 2007 en deze zouden ook veel ernstiger van aard zijn.[bron?] Naftaniël: "Als antisemieten over een pistool beschikken gaat dat een stap verder dan het maken van een brandbom. Dat is ook erg, maar dat kan iedereen." Het aantal antisemitische incidenten steeg met een vergelijkbare snelheid als tijdens de Israëlisch-Libanese Oorlog in 2006 tussen Israël en Hezbollah in Libanon, toen het aantal gerapporteerde uitingen van jodenhaat met 64 procent zou zijn toegenomen.[18][19]

Naar aanleiding van een uitzending van het NTR-programma 'Onbevoegd Gezag' in maart 2013, waarin Turke jongeren schokkende antisemitische uitlatingen doen, moest een Turkse buurtvrijwilliger onderduiken nadat hij op tv het antisemitisme onder de jongeren aan de orde stelde.[20] Naar aanleiding van deze kwestie drong het Simon Wiesenthalcentrum aan op maatregelen bij de Nederlandse overheid.[21]

Abel Herzberg[bewerken]

De Nederlands-Joodse schrijver Abel Herzberg, die het naziconcentratiekamp Bergen-Belsen overleefde, meende dat christenen Joden niet haten omdat ze Jezus hebben omgebracht - een vaak gehoorde verklaring voor het christelijke antisemitisme - maar omdat ze hem hebben voortgebracht. Door hem hebben ze de Tien Geboden aangenomen, Joodse leefregels die zo veeleisend zijn dat ze er wel weer onderuit zouden willen. De 'heiden' in hen verlangt zijn vrijheid terug en haat daarom de Jood die hem gebonden heeft. 'De heiden haat de Jood omdat de christen hem knevelt.'

Daarmee krijgen de twee tegenpolen elk hun eigen rol. Het antisemitisme wordt een primitief verlangen terug te keren naar een amoreel bestaan, een onbeteugeld driftleven. Het Jodendom wordt het verlangen naar moraal, beschaving, zelfoverwinning. Het zijn twee tegenstrijdige verlangens die in elk mens leven, ongeacht geloof of wat dan ook, en die ten eeuwigen dage in gevecht zullen zijn. 'Der Jude sitzt immer in uns' zoals Hitler zei en omgekeerd zit in de Jood nog steeds een heiden. Jodendom is geen verdienste, maar een opdracht, aldus Herzberg.

Jodendom en jodenhaat zijn beide eeuwig, meent de schrijver, want ze zijn de buitenkant van onveranderlijke innerlijke drijfveren, en Joden kunnen daarom weinig anders doen dan leven met het lot dat de geschiedenis hun toebedeeld heeft. Amor fati, noemt Herzberg dat in zijn gelijknamige essays over Bergen-Belsen. Het is leven in een poging de bedreiging van het antisemitisme buiten maar ook in jezelf met opgeheven hoofd tegemoet te treden en, waar mogelijk, in toom te houden. Het is beschaving door zelfoverwinning.

Roemenië[bewerken]

In Roemenië was met name in Moldavië het antisemitisme diep geworteld. In het Interbellum keek men met wantrouwen naar de vele Hongaarse en Russische Joden,[bron?] waarvan een groot aantal ook lid was van de communistische partij. Koning Carol II van Roemenië omringde zich met grootindustriëlen en bankiers, waar ook veel Joden tussen zaten.[bron?] Ook bedroog hij zijn echtgenote Hélène met de Joodse Elena Lupescu. Corneliu Zelea Codreanu opende met zijn IJzeren Garde verbaal en ook fysiek de aanval op Joden. Zij waren volgens hem en zijn aanhangers er slechts op uit om Roemenen te bedriegen en op te lichten, en deden dit met name via de communistische partij en de hofkliek van de koning.[bron?] Bij de verarmde bevolking van Moldavië vond dit weerklank, en in 1936 ging 25% van de stemmen naar de Garde en andere rabiaat antisemitische partijen.[bron?] In 1940 deelde de Garde de macht met de militaire dictator Ion Antonescu en vierde deze overwinning met aanvallen op met name Joden. De ordeverstoringen waren zo erg dat uiteindelijk zelfs de nazi's Antonescu toestemming gaven de Garde uit de regering te zetten.[bron?] Goebbels schreef pragmatisch in zijn dagboek: 'De Führer wil een verbond met een staat, niet met een Weltanschauung.'[bron?]

Rusland[bewerken]

Karikatuur uit Rusland 1919: de Joodse Trotski richt Rusland te gronde

In het tsaristische Rusland was de jodenhaat bijzonder scherp. De tsaar bepaalde zelfs dat Joden maar in bepaalde gebieden in West-Rusland mochten wonen: het 'paalgebied'.[22] Nog een voorbeeld van het antisemitisme in het Tsarenrijk was de Bejlis-affaire. Bij tegenvallers, zoals de Japanse oorlog en de Russische Revolutie, richtte de bevolking zich tegen de Joden.[bron?] De bolsjewieken leken aanvankelijk het beter met de Joden voor te hebben, en relatief veel joden sloten zich aan bij de communistische partij.[23] de bekendste en belangrijkste van hen was ongetwijfeld Leon Trotski. Jozef Stalin stelde zich echter aan het eind van zijn leven openlijk antisemitisch op. Een aantal onschuldige Joodse artsen werd bijvoorbeeld slachtoffer van zijn waanidee dat zij een aanslag zouden beramen (Dokterscomplot). Dat er in de naziconcentratiekampen vooral veel joden vermoord zijn, werd in de Sovjet-geschiedschrijving nauwelijks vermeld. Ook in de latere Sovjet-Unie was het voor Joden moeilijk carrière te maken, hoewel officieel discriminatie verboden was. Na de val van het communisme bloeide het antisemitisme weer op. Veel vooroordelen (met name economische) leven nog steeds onder de Russische bevolking.[bron?]

Arabisch en islamitisch antisemitisme[bewerken]

In de Arabische en islamitische wereld hadden joden en christenen van oudsher een achtergestelde positie ten opzichte van moslims. Sinds de 8e eeuw werd het dhimmi-systeem gebruikt dat de positie van joden en christenen regelde. Het woord 'dhimmi' stamt van het Arabische ahl adh-dhimma. Dhimmi's werd bescherming van het leven verleend (onder meer wanneer vijandige legers een gebied binnentrokken), het recht om in aangewezen locaties te wonen, hun eigen godsdienst uit te oefenen, te werken en handel te drijven. Dhimmi's waren verschoond van militaire dienst en hoefden zich niet te houden aan islamitisch-religieuze verplichtingen. Zij moesten dan wel een extra belasting (jizyah) betalen en landbelastingen die de (moslim)autoriteiten hieven. Tevens werden zij onderworpen aan allerlei andere beperkingen in vergelijking tot moslims en de islam. Als laatste staat schafte het Ottomaanse rijk het dhimmi-systeem in 1908 in zijn geheel af, nadat reeds in 1856 met het Hatt-i Humayun een volledige gelijkberechtiging van niet-moslims in het vooruitzicht was gesteld.[24]

In de islamitische wereld vermengde traditionele jodenhaat zich in de twintigste eeuw met het modern Europese antisemitisme.[25] Terwijl men anti-joodse motieven en bloedsprookjes rechtstreeks uit Europa importeerde, kweekten islamitische leiders ook lokaal een afkeer jegens de zionisten en hun pogingen om zich tijdens het Britse mandaat voor Palestina in eigen land zelfstandig te maken.[25] Deze leiders riepen reeds in de jaren twintig rechtstreeks op om de joden te doden. De grootmoefti Amin al-Hoesseini zocht in zijn verzet tegen het Britse bestuur en de Joodse immigratie in Palestina steun bij Nazi-Duitsland. Hij verbleef tijdens de Tweede Wereldoorlog in Berlijn en verzorgde daarvandaan antisemitische radio-uitzendingen.

Pogroms kwamen ook in de islamitische wereld voor. Bij het pogrom van Safed werden ongeveer 500 joden om het leven gebracht. De stad Safed in Palestina was al eerder het toneel geweest van pogroms. Andere plaatsen waar pogroms voorkwamen waren Hebron in 1929, Shiraz in Iran, Fez in Marokko en de pogroms in Irak in 1941.

Ook ver na de Tweede Wereldoorlog kende de islamitische wereld uitingen van antisemitisme: op 24 april 1961 tijdens het proces tegen Adolf Eichmann publiceerde de Jordaanse krant Jerusalem Times - de stad was toen nog deels in Jordaanse handen - een open brief aan Eichmann waarin men stelde dat hij de mensheid een "zegen" had bewezen en dat zijn werk te zijner tijd zou worden afgemaakt.[26][27] De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad heeft bij herhaling de Holocaust ontkend. [28]

Antisemitisme in de 20e en 21e eeuw[bewerken]

Neo-nazi

Na de definitieve ondergang van nazi-Duitsland, de uitvoerige berichtgeving over de Holocaust in de media, alsmede de oprichting van een Joodse staat, hadden de Joden gehoopt dat de discriminatie jegens hen teruggedrongen zou zijn.[29] Toch is dat niet het geval. Met name het Midden-Oosten, waar het antisemitisme als zodanig niet als misdaad wordt erkend en zelfs openlijk door fundamentalistische haatpredikers wordt gepredikt,[30][31] maar ook Europa, toont sinds de Tweede Wereldoorlog een toename[32] van antisemitische incidenten.

In Nederland concludeerden de Universiteit Leiden en de Anne Frank Stichting, in hun Monitor Racisme en Extremisme, dat het antisemitisme in Nederland in 2002 was toegenomen ten opzichte van het jaar daarvoor. Het onderzoek was gebaseerd op gegevens van de politie en het Openbaar Ministerie. De toestand in het Midden-Oosten werd als een van de oorzaken aangedragen. Een ander resultaat van het onderzoek was dat antisemitisch geweld naar verhouding vaker voorkomt onder allochtonen dan onder autochtonen. De onderzoekers plaatsten echter zelf kanttekeningen bij deze conclusie in verband met de geringe omvang van hun onderzoek. Het JOP (Jeugdonderzoeksplatform, een initiatief van de Vlaamse overheid) hield in 2013 onder leiding van Mark Elchardus, hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel, een enquête naar antisemitisch gedachtegoed onder moslimjongeren. Het antisemitisme onder moslimjongeren, die zich veelal identificeren met de Palestijnen, blijkt fundamenteel en diepgeworteld volgens het onderzoek; het percentage jodenhaat onder autochtone jongeren uit kansarme gezinnen blijkt laag, hetgeen korte metten maakt met het argument dat er een samenhang zou zijn tussen jodenhaat en maatschappelijke achterstelling.[33] Verder is er het verschijnsel van zeer kwetsende antisemitische leuzen in het voetbalstadion (Hamas, Hamas, Joden aan het gas). Als gevolg van sluipend antisemitisme onder moslimjongeren is het in sommige Amsterdamse buurten plotseling gevaarlijk om met een keppeltje op over straat te lopen, terwijl dat vroeger geen probleem was.[34]

Het CIDI stelt ieder jaar een overzicht van antisemitische incidenten in Nederland samen. Het gaat daarbij om incidenten die bij CIDI gemeld worden of via stedelijke meldpunten worden doorgegeven. Dit rapport wordt onder meer aangeboden aan ministeries en internationale monitor-instituten.

Vooroordelen[bewerken]

Op deze prent van James Gilray uit 1763 is een aantal antisemitische en antikatholieke vooroordelen samengebracht.

Antisemitisme is vaak gebaseerd op angst, voortvloeiend uit vooroordelen. De vooroordelen kunnen onder andere economisch, religieus, politiek of (biologisch-)racistisch gekleurd zijn.

  • Economische vooroordelen zijn vaak gebaseerd op het argument dat Joden financiële macht zouden bezitten. Zij zouden alle banken bezitten en zouden hun neus ophalen voor handenarbeid. De oorzaak van het relatief hoge aantal Joden in de financiële markt lag er echter in dat de Joden in grote delen van Europa van de meeste beroepen werden uitgesloten. Tegenover een klein percentage succesvolle Joden stonden grote aantallen Joden die generatie op generatie in bittere armoede leefden.[35] Dergelijke vooroordelen worden overigens ook vaak gebruikt tegen Chinezen (de 'joden' van Zuidoost-Azië) door Indonesiërs, Vietnamezen en Thais.[36]
  • Christelijke religieuze vooroordelen zijn onder andere gebaseerd op de vermeende vijandige houding van Joden tegenover Jezus Christus en de eerste christenen. Dit speelde in de middeleeuwen sterk, maar komt nu minder voor. In de jaren 80 van de 20e eeuw kwam de familie Goeree nog met deze mening in het nieuws.[37]
  • Politieke vooroordelen zijn in het verleden onder andere gebaseerd op de stelling dat Joden eropuit zouden zijn de hele wereld te overheersen, onder andere gebaseerd op de Protocollen van de wijzen van Sion, ook al is het uiteindelijk een vervalsing gebleken.[38]
  • Biologisch-racistisch vooroordelen komen voort uit het denkbeeld dat de Joden minderwaardige mensen zouden zijn, en zijn gebaseerd op foutieve interpretaties van de genetica (Mendel), en pseudowetenschap. Dit kwam met name in Duitsland en Oostenrijk in de 19e en begin 20e eeuw voor. Men betoogde dat men Joden moest beletten zich voort te planten omdat ze het ras zouden 'degenereren'. Dit soort theorieën leidden uiteindelijk tot de excessen van het Derde Rijk.
  • Ook allerlei andere vooroordelen werden of worden Joden voor de voeten geworpen. In de Middeleeuwen beweerde men bijvoorbeeld dat Joden de pest veroorzaakten. Dit zou af te leiden zijn uit het feit dat zij niet besmet raakten. De werkelijke reden bleek echter hun grotere mate van hygiëne, waardoor ze minder in contact kwamen met besmette vlooien en zich vaker ontsmetten.

Zie ook[bewerken]

Voetnoten

  1. wayback.archive.org - Het is gevaarlijk om met een keppeltje op straat rond te lopen, CCOJB, 4 januari 2008
  2. Joden voelen zich ontheemd in hun eigen Mokum, de Volkskrant, 1 november 2003
  3. Jacob Katz Richard Wagner - Vorbote des Antisemitismus, uitg. Jüdischer Verlag Athenäum Königstein/Ts. (1985) ISBN 3-7610-8374-2
  4. Bijvoorbeeld The Jewish conspiracy exposed, thejewishconspiracyexposed.wordpress.com, Website vol met complottheorieën over vermeende Joodse macht (inmiddels opgeheven)
  5. Blame the Jews, WorldNetDaily, 26 december 2003
  6. Jews did 9/11, CNN op YouTube, 2007
  7. (en) Encyclopedia Judaica, The Old Hatred of the Jews
  8. Schut, E. (1995) "De Joodse gemeenschap in de stad Groningen, 1689-1796". Assen: Van Gorcum, p. 25.
  9. Schild (1997), p 66
  10. Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993-2002) s.v. "elfde eeuw. §2.1.5 De Investituurstrijd". Microsoft Corporation/Het Spectrum.
  11. Kamen, Henry (1999) The Spanish Inquisition. A Historical Revision, pp 29-31. Yale.
  12. Brecht, Martin (1987) Die Erhaltung der Kirche 1532-1546. Calwer Verlag
  13. Strohmeyer, Arn (2005) Von Hyperborea nach Auschwitz: Wege eines antiken Mythos. Keulen, PapyRossa-Verlag.
  14. Zaal, Wim (1966) De herstellers. Lotgevallen van de Nederlandse fascisten. Utrecht: Ambo.
  15. Strafvonnis in de zaak van het openbaar ministerie tegen J.J. Manschot, 13 juni 1995.
  16. [ http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/315238/2009/02/06/Werkstraf-voor-leus-Joden-aan-het-gas.dhtml Werkstraf voor leus 'Joden aan het gas', De Volkskrant, 6 februari 2009]
  17. Uitspraak Strafkamer Hoge Raad, 27 oktober 1987, nr. 81755.
  18. Het CIDI hanteert een ruimere definitie van antisemitisme dan die in dit artikel wordt gegeven, waarbij ook bepaalde vormen van kritiek op Israël onder antisemitisme wordt gerekend.
  19. Wat is antisemitisme?, CIDI, bekeken 4 september 2010
  20. 'Klokkenluider' geïntimideerd en geïsoleerd, De Telegraaf, 26 april 2013
  21. 'Nederlandse overheid reageert niet adequaat op antisemitisme', NRC Handelsblad, 15 maart 2013
  22. [Orlando Figes: Tragedie van een volk: De Russische Revolutie 1891 - 1924 (blz. 121)]
  23. De Nederlandse diplomaat van Vollenhoven in zijn memoires
  24. In het huis van de islam, Henk Driessen (redactie), Camilla Adang, Uitgeverij SUN, tweede druk november 2001, ISBN 90 6168 606 7, blz. 238-239
  25. a b Küntzel, Matthias (2005) Islamischer Antisemitismus und der 8. Mai. Berlin
  26. Hannah Arendt (1986), Eichmann in Jerusalem, München, p 81.
  27. (de) Matthias Küntzel, Warum leugnet der Iran den Holocaust?
  28. *"Holocaust comments spark outrage", BBC News, Accessed December 14, 2005.
  29. Teaching the Holocaust: Educational Dimensions, Principles and Practice (ed. Ian Davies), p.28-29; citaat: Many teachers in religious education believe that developing the students' knowledge and understanding of Judaism may help to dislodge stereotypes [...]. They hope that in presenting a positive image of the people and their religious tradition, they may help to prevent some of the misunderstanding and thereby play a part in reducing antisemitism. [1][2]
  30. The Legacy of Islamic Antisemitism: From Sacred Texts to Solemn History. Ibn Warraq en Andrew G.Boston, 766 pag., Uitg. Prometheus Books, Reprint edition (June 5, 2008) ISBN 1-59102-554-0
  31. MEMRI, Special Report - No. 11 November 1, 2002
  32. Report on Global Anti-Semitism, 5 January 2005, U.S. Department of State.
  33. 'Antisemitisme onder jonge moslims is fundamenteel en diepgeworteld', De Volkskrant, 18 maart 2013
  34. Joden voelen zich ontheemd in hun eigen Mokum, Volkskrant, 1 november 2003
  35. Simon Dubnow (1918), History of the Jews in Russia and Poland, Philadelphia
  36. Lynn Pan (1994), Sons of the yellow emperor: a history of the Chinese diaspora, Kodansha Globe
  37. OM bekijkt verboden artikel evangeliste Jenny Goeree, 6-9-2001, uit het Algemeen Dagblad
  38. Wolfgang Benz (2007), Die Protokolle der Weisen von Zion. Die Legende von der jüdischen Weltverschwörung, C. H. Beck, München

Literatuur

Externe links