China

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Chinese)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Icoontje doorverwijspagina Zie China (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van China.
China
China
De Chinese Muur
Naam (taalvarianten)
Vereenvoudigd 中国
Traditioneel 中國
Pinyin Zhōngguó
Wade-Giles Chung1 kuo2
Jyutping (Standaardkantonees) zung1 gwok3
Engels China
Standaardkantonees Chóng Kwôk
Yale (Standaardkantonees) jung1 gwok3
Weitouhua zung1 gwok2
Dapenghua Chong Kwôk
Hongkong-Hakka zung1 get5
Meixianhua zhung1 gwet7
Taiwan-Hakka Chûng-koet
Peng'im (Chaozhouhua) dong1 gok4
Minnanyu Tiong-kok
Mindong Dṳ̆ng-guók
Shanghainees [ʦuŋ koʔ]
Letterlijke vertaling land in het midden (van de wereld)

China is de benaming voor een groot gebied met een zeer lange geschiedenis, een oude beschaving en cultuur in Oost-Azië. Chinezen wonen tegenwoordig verspreid over alle delen van de wereld. 1,5 miljard Chinezen leven in de Volksrepubliek China, dat daarmee qua inwoners het grootste land ter wereld is. Andere belangrijke populaties bevinden zich in Taiwan, Singapore en andere gebieden in Zuidoost-Azië, evenals als minderheden in andere Aziatische en westerse landen, sommigen in zogenaamde Chinatowns, stadswijken waar veel Chinese migranten samenwonen.

Het Chinese hartland beslaat het vruchtbare gebied tussen de Stille Oceaan en de grote gebergtegordels, steppen en woestijnen van Centraal-Azië. Hoewel China gedurende zijn gehele geschiedenis in contact heeft gestaan met andere delen van Azië en Europa, waren de afstanden en fysieke barrières te groot voor grootschalige culturele uitwisseling. Daardoor ontwikkelde China een van Europa losstaande cultuur, en met name vanaf de 5e eeuw v.Chr. een eigen filosofie. Het gedachtegoed van Confucius speelt hierin een belangrijke rol. De vervulling van sociale plichten, een duidelijke sociale hiërarchie en handhaving van de maatschappelijke orde, maar ook zelfontplooiing, educatie en pacifisme staan centraal in de Chinese filosofie.

Het hartland van China werd evenwel pas in de 3e eeuw v.Chr. voor het eerst staatkundig verenigd onder de Qin-dynastie. De verdere geschiedenis kenmerkt zich door een afwisseling van verschillende staten en dynastieën. Perioden van eenheid wisselden zich af met perioden waarin verschillende staten elkaar bevochten. China veranderde in deze tijd aanzienlijk: het ontwikkelde eerder dan Europa een vroegmoderne samenleving. China ontwikkelde een bureaucratie gebaseerd op merites van het individu, een in hoge mate gemonetariseerde economie, en een samenleving waarin religies onderling versmolten of vreedzaam naast elkaar bestonden. Er werden technologische en wetenschappelijke ontdekkingen gedaan zoals het buskruit, het kompas, de klok, en de drukkunst, die zich later over de rest van de wereld verspreidden.

Het modernisme zoals dit zich in Europa ontwikkelde werd in de loop van de 19e eeuw door het Europese imperialisme aan China opgedrongen. De Chinezen namen veel van de ideeën, die soms haaks stonden op traditionele Chinese waarden, gretig over. Tegelijk verzetten zij zich echter tegen Europese militaire agressie en handelsverdragen. Nationalisme en roep om hervorming leidden tot het einde van de Qing-dynastie in 1912, toen Sun Yat-Sen de Republiek China stichtte. Ook deze ging echter snel ten onder. China beleefde daarna een burgeroorlog, een militaire invasie door Japan en het uitroepen van de volksrepubliek door Mao Zedong in 1949.

De volksrepubliek beheerst sindsdien het vasteland van China, verreweg het grootste deel van het land. Mao leidde enkele mislukte sociale experimenten die voor hongersnoden en sociale chaos zorgden, waaronder de Grote Sprong Voorwaarts en de Culturele Revolutie. In deze tijd was de volksrepubliek gemeten naar inkomen per hoofd van de bevolking een van de armste gebieden ter wereld. Mao's opvolger Deng Xiaoping stelde de economie voorzichtig meer open. Sindsdien heeft China een verbazende economische groei doorgemaakt, waardoor het inmiddels de tweede economie ter wereld is. Tegelijkertijd ontwikkelde de Republiek China (Taiwan) zich tot een democratie, terwijl Singapore en Hongkong tot de belangrijkste handelssteden van Oost-Azië uitgroeiden. In respectievelijk 1997 en 1998 werden Hongkong (Brits) en Macau (Portugees) aan de volksrepubliek overgedragen. De economische groei ging gepaard met technologische ontwikkeling en grotere politieke macht en invloed in andere delen van de wereld.

Geografisch overzicht[bewerken]

Satellietfoto van het geografische gebied China, waarin met gele lijnen de grenzen staan aangegeven van de huidige Volksrepubliek China

De Chinese naam voor China is "zhong guo", wat "middenland" betekent. Dit laat zien dat de Chinezen hun land als het middelpunt van de wereld zagen, wat niet zo vreemd is omdat het een grote bevolking en hoogstaande beschaving had vergeleken met de omringende gebieden, en relatief geïsoleerd lag van andere grote beschavingen zoals India of Europa. Grofweg strekt China zich van zuid naar noord uit tussen 20° en 50° noorderbreedte, een lengte van 3500 km. Van west naar oost bevindt het "eigenlijke China" zich ongeveer tussen 100° tot 130° oosterlengte. De Volksrepubliek beslaat ook gebieden verder naar het westen; dit "verre westen van China" reikt tot 74° oosterlengte, waarmee de totale afstand van west naar oost meer dan 5000 km is. De indeling van de Volksrepubliek in een "eigenlijk" of "traditioneel" China en een "buitengebied" is gebruikelijk.[1] Het "eigenlijke" China is waar verreweg het grootste deel van de bevolking van de Volksrepubliek woont. De bevolking leeft hier al eeuwen sedentair en bestaat uit etnische Han-Chinezen. Vrijwel al het beschikbare land is er in gebruik voor intensieve landbouw en de bevolkingsdichtheid is er groot. Het buitengebied, aan de andere kant, leent zich wegens droge en koude klimaten niet voor de landbouw. De bevolking leeft hier voornamelijk een nomadisch bestaan en bestond historisch uit Mantsjoes, Mongolen, Oeigoeren, Kazachen, Tibetanen en andere volkeren die afwisselend een bedreiging vormden of schatting betaalden aan de Chinese keizers.

China bevindt zich aan de oostelijke kant van de landmassa van Eurazië, het grootste continent ter wereld. Het wordt in het oosten en zuiden omringd door de Stille Oceaan, de grootste oceaan ter wereld. Langs de oostelijke rand van Eurazië wordt het open deel van de oceaan gescheiden van een gordel van ondiepe zeeën van het continentaal plat. In het noorden ligt de Gele Zee, waarvan een uitloper, de Golf van Bohai, in het noorden van China steekt. De Gele Zee scheidt China van het Koreaans Schiereiland. Verder naar het zuiden ligt de Oost-Chinese Zee, die door de Riukiu-eilanden ten zuiden van Japan van de eigenlijke oceaan wordt gescheiden. Tussen het eiland Taiwan en het vasteland van China ligt de 180 km brede Straat van Taiwan. Ten zuiden van Taiwan begint de Zuid-Chinese Zee, die tussen China, Indochina, de Filipijnen en het eiland Borneo ligt. Het eiland Hainan is het zuidelijkste deel van China. Een uitloper van de Zuid-Chinese Zee, de Golf van Tonkin, ligt tussen Hainan, de Chinese zuidkust en het vasteland van Indochina.

Bocht in de Gele Rivier bij Yonghe, in de provincie Shanxi.
De poort van de hemelse vrede in Beijing. Dit is de zuidelijke toegangspoort tot de "verboden stad", waar vanaf de 15e eeuw de Chinese keizers leefden. Tegenwoordig is de verboden stad een museum.
Terracotta beelden uit het zogenaamde terracottaleger, opgegraven nabij de stad Xi'an (provincie Shaanxi). De beelden werden in als grafgiften meebegraven met de eerste keizer van een verenigd China, Qin Shi Huangdi (overleden in 210 v.Chr.).

De Chinese beschaving ontwikkelde zich rond drie grote rivieren: de Huang He of Gele Rivier in het noorden, de Jangtsekiang (soms Blauwe Rivier) in het midden, en de Xi Jiang (westrivier) in het zuiden. Het grootste deel van China heeft een grillig reliëf. In het westen vormen het Himalaya-systeem van bergketens en het Tibetaans Plateau een formidabele barrière. China wordt echter ook doorkruist door een groot aantal kleinere bergketens en vlak land is eerder een uitzondering dan de regel. Rivieren boden van oudsher een gemakkelijke en goedkope transportmogelijkheid door het land, en rivierdalen boden bovendien vruchtbare grond. Tegenwoordig leeft nog steeds het grootste deel van de Chinese bevolking aan of nabij rivieren of hun mondingen. De vele gebergtes dwingen de rivieren echter ook tot diverse bochten en omwendingen.

De Huang He en Yantse ontspringen beide in het hooggebergte van het westen van Tibet. De Huang He is ongeveer 5700 km lang en stroomt door het vruchtbare maar droge lössplateau van het noorden van China alvorens in de provincie Shandong ten zuiden van Beijing in de Gele Zee te stromen. De Jangtsekiang of Jangtse heeft een veel groter debiet dan de Gele Rivier en is met 6300 km ook langer: het is gemeten naar lengte de derde rivier ter wereld. Deze rivier en haar zijtakken voorzien ongeveer de helft van de Chinese bevolking van water. Haar stroomgebied heeft een natter klimaat en is daarom agrarisch zeer productief. De Jangtse is bevaarbaar van de stad Chongqing tot haar monding nabij Shanghai, een afstand van ongeveer 1440 km. De derde rivier, de Xi Jiang, is met een lengte van ongeveer 2650 km korter, maar loopt eveneens van west naar oost. Deze rivier bevloeit een belangrijk gebied in het zuiden van China en is de langste tak van de Parelrivier, een estuarium dat nabij de miljoenensteden Guangzhou (Kanton) en Hongkong uitmondt in de Zuid-Chinese Zee.

Het eigenlijke China kan verdeeld worden in een noorden, zuiden, oosten, westen en noordoosten. Deze delen van China verschillen van klimaat, landschap, cultuur, cuisine en taal. De belangrijkste scheiding is die tussen noord en zuid, die ongeveer ligt bij de Qinling Shan of de Yangtse.

Noord-China[bewerken]

Het noorden is de bakermat van de Chinese cultuur en is waar in het eerste milennium v.Chr. de eerste Chinese staten ontstonden rond de middenloop van de Gele Rivier. In het noorden vormt de Gobiwoestijn de natuurlijke grens. Het grootste deel van het noorden van China is een vrijwel vlak plateauland dat wegens het voorkomen van löss in de ondergrond het Lössplateau wordt genoemd. Löss is een fijn, gelig sediment dat door de wind wordt aangevoerd uit deze woestijn. Het vormt de bovenste laag in de ondergrond en maakt de bodem erg vruchtbaar. Löss spoelt echter ook makkelijk weg en dit maakt het gebied ook zeer gevoelig voor erosie en landdegradatie. De löss wordt makkelijk weggespoeld en door rivieren meegenomen: de Gele Rivier dankt er haar kleur aan. De onregelmatige afwatering en onverwachtse overstromingen maken dat de rivier naast een zegen ook als een gevaar wordt gezien. Centraal in het gebied ligt de oude hoofdstad Xi'an (meer dan 10 miljoen inwoners), bekend om het vlakbij opgegraven terracottaleger en zijn islamitische minderheid. Andere grote steden zijn Zhengzhou (bijna 6 miljoen inwoners), Taiyuan (rond 3 miljoen inwoners) en Jinan (bijna 7 miljoen inwoners) verder naar het oosten en Lanzhou (ongeveer 3 miljoen inwoners) in het westen.

In het oosten ligt langs de rand van het Lössplateau de Taihang Shan, een middelgebergte. Achter deze bergen bevindt zich de kustvlakte waar twee nog grotere metropolen liggen: de Chinese hoofdstad Beijing (meer dan 20 miljoen inwoners) en de havenstad Tianjin (meer dan 12 miljoen inwoners), een belangrijk centrum voor de metaal- en auto-industrie. De Grote Muur loopt van het bergland ten noorden van Beijing naar het westen. Er is in feite niet één muur, maar meerdere systemen van muren, in de loop der eeuwen aangelegd om de handel te beheersen en China tegen invallen uit het noorden te beschermen. Het best bewaard zijn de delen uit de tijd van de Mingdynastie. Deze zijn in totaal meer dan 6000 km lang.

Ten zuiden van Tianjin mondt de Gele Rivier uit in zee. De Gele Zee wordt naar het noorden toe smaller en vormt daar de Baai van Korea, die door twee schiereilanden van de Golf van Bohai wordt gescheiden. Het bergachtige Shandongschiereiland heeft als hoogste punt de berg Taishan (1533 m), een van de vijf heilige bergen van China. Aan de oostkant van de golf ligt het eveneens bergachtige Liaodongschiereiland.

Oost-China[bewerken]

De skyline van het centrum van Shanghai in 2017.

Het oosten van China is het economisch meest ontwikkelde deel van het land. De kustlijn van het vasteland heeft een totale lengte van rond de 14.500 km. In het noorden komen overwegend zandige kusten voor, terwijl in het zuiden klifkust domineert. De overgang tussen de twee typen kust ligt ongeveer bij de monding van de Yangtse, niet ver van de Hangzhoubaai.

Langs de kust is de bevolkingsdichtheid hoger dan in de rest van China, met name in de delta van de Yangtse, waar de megasteden Hangzhou (bijna 10 miljoen inwoners), Shanghai en Nanjing (ongeveer 8 miljoen inwoners) liggen. Met rond de 23 miljoen inwoners is Shanghai de grootste stad van China. Het heeft ook de grootste haven ter wereld en is een belangrijk internationaal financieel en zakencentrum. Nanjing is historisch belangrijk als oude hoofdstad en bekend om zijn universiteiten. Om het vervoer tussen de hoofdstad in het noorden (Beijing betekent letterlijk: "hoofdstad in het noorden") en die in het zuiden (Nanjing: "hoofdstad in het zuiden") te vergemakkelijken werd al in de 7e eeuw het Grote Kanaal voltooid. Het kanaal verbindt de benedenlopen van de Gele Rivier en de Yangtse. Het is bijna 1800 km lang en nog steeds een van de langste kanalen ter wereld.

De Yangtse bij de kloof Qutang Xia, de bovenste van de Drie Kloven. De rivier stroomt hier door een kloof waarvan de rotswanden op plekken niet veel meer dan 100 m uit elkaar liggen.
Karstlandschap bij Yangshuo, nabij Guilin (provincie Guangxi).

Zuid-China[bewerken]

De Yangtse vanaf de kust inwaarts volgend komt men in de vruchtbare Jianghanvlakte, waar het landschap bestaat uit een uitgestrekte aaneenschakeling van rijstvelden. Geografisch is dit ongeveer het middelpunt van China. De grootste stad in het gebied is Wuhan (bijna 8 miljoen inwoners). Verder stroomopwaarts stuit men op de Wu Shan, een gebergte waar de Yangtse in een serie spectaculaire doorbraakdalen doorheen stroomt, de Drie Kloven. De in 2008 operationeel geworden Drieklovendam op deze plek in de Yangtse is de grootste waterkrachtcentrale ter wereld.

Ten zuiden van de Jianghanvlakte ligt het plateauland van het zuiden van China. Het gebied vertoont een typische karstlandvorm met stijle kalksteenkliffen. Met name rondom de stad Guilin is de kalksteen op een unieke manier geërodeerd in rij op rij van stijle, alleenstaande bergjes. De zuidkust van het Chinese vasteland is grillig en rotsig van uiterlijk.

In de provincies Guangxi en Guangdong is Kantonees de voertaal. De hoofdstad van Guangxi is Nanning (ongeveer 4 miljoen inwoners), dat per spoor en autobaan verbonden is met Vietnam. Guangdong wordt beheerst door de megalopool van de Parelrivierdelta. Dit is met bijna 60 miljoen inwoners het grootste stedelijk gebied ter wereld. De grootste steden in het gebied zijn Shenzhen (bijna 13 miljoen inwoners), Guangzhou (Canton) (meer dan 11 miljoen inwoners), Foshan (rond de 7 miljoen inwoners), Dongguan (meer dan 8 miljoen inwoners) en Hongkong (meer dan 7 miljoen inwoners). Hongkong en Macau genieten binnen de volksrepubliek politieke en economische autonomie als "speciale administratieve regio's".

West- en Zuidwest-China[bewerken]

De Anshun-brug in Chengdu, de grootste stad van West-China.
Jonge vrouw in Hmong-klederdracht. De Hmong worden door de regering van de Volksrepubliek onder het etnoniem Miao ingedeeld, een van de 56 officieel door haar erkende etnische minderheden. Ongeveer 9 miljoen Miao leven in de provincies Yunnan, Guangxi en Guangdong.

De Yangtse vanaf de Drie Kloven verder stroomopwaarts volgend komt men in een groot vlak gebied, het bekken van Sichuan. In het noorden vormt de Qinling Shan de scheiding tussen het bekken en het noordelijk Lössplateau. De Yangtse is stroomopwaarts bevaarbaar tot Chongqing (ongeveer 8 miljoen inwoners). Deze stad heeft de grootste inlandse haven ter wereld. Het grootste deel van het bekken valt echter in de gelijknamige provincie Sichuan, een regio met lokale dialecten en talen en een eigen cultuur en keuken. De hoofdstad Chengdu (rond de 10 miljoen inwoners) is bekend om zijn oude tempels, parken en zijn pandafokcentrum, een instituut dat een belangrijke rol speelt bij het beschermen van de reuzenpanda tegen uitsterven.

Het bekken van Sichuan wordt aan de westkant afgesloten door een andere serie hoge bergketens, waarvan de Qionglai Shan de eerste is. In het westen gaat de Qinling Shan over in de hogere Qilian Shan en het onherbergzame Tibetaanse plateau. Ten noorden van het Tibetaans plateau ligt het iets beter begaanbare Alashanplateau. De zogenaamde Zijderoute, waarover handelaren eeuwenlang naar het westen van Azië en Europa trokken, loopt van Xi'an en Lanzhou naar de voet van de bergen en dan verder naar het westen richting het Tarimbekken. Deze doorgang wordt de Hexi-corridor genoemd en was eeuwenlang van grote strategische waarde voor China. In dit gebied ligt ook het westelijke uiteinde van de Grote Muur, bij Jiayuguan.

Ten zuiden van Sichuan ligt de provincie Yunnan, die geografisch, etnisch, cultureel en historisch een buitenbeentje vormt. Deze provincie ligt op het Yunnan-Guizhouplateau, dat in het westen overgaat in het hooggebergte van de Hengduan Shan, die onderdeel is van de Grotere Himalaya. Het landschap van Yunnan bestaat uit grillige bergruggen en klovige dalen. In Yunnan leven meer leden van etnische minderheidsgroepen dan in andere provincies. Deze hebben elk hun eigen taal en cultuur. Voorbeelden zijn de Yi, Bai, Hani, Zhuang, Dai, en Hmong. Veel van deze volkeren komen ook in aangrenzend Guangxi en Guangdong voor. Yunnan vormt daarnaast de overgang naar Tibet en de doorgang tot India en Zuidoost-Azië (Myanmar, Thailand, Laos). De bovenlopen van de Irrawaddy, Salween en Mekong stromen hier in het "gebied van drie parallele rivieren" naar het zuiden.


Politieke indeling[bewerken]

Tijdens de burgeroorlog waren de buitengebieden onafhankelijk door het wegvallen van een centraal gezag. Na de overwinning van de communisten onder Mao Zedong in 1949 trok de overwonnen nationalistische regering zich terug op Taiwan, dat als het enige deel van China nog in handen van de nationalisten was. Sindsdien bestaan er de facto twee staten: de Republiek China (Taiwan), en de Volksrepubliek, die verreweg het grootste is.

De zogenaamde autonome gebieden zijn delen van de Volksrepubliek waar Chinezen rond 1950 nog een kleine minderheid van de bevolking vormden. Tibet had een sterk verschillende geografie, bevolking en cultuur, maar heeft historisch altijd sterke religieuze en economische banden met China gehad. Xinjiang werd oorspronkelijk voornamelijk bevolkt door Turkse volkeren waarvan de Oeigoeren de grootste groep zijn. Zij hebben meer taalkundige en culturele verwantschap met Centraal-Azië dan met China. Tibet en Xinjiang waren vanaf de Tang met tussenpozen vazalstaten of buitenposten van China, met name tijdens de vroege Qing-dynastie (1644-1912). De historische en culturele verwantschap tussen het autonome Binnen-Mongolië en de onafhankelijke republiek Mongolië blijkt al uit de naam.

Mantsjoerije werd, na een korte periode van onafhankelijkheid, in 1949 weer verenigd met China. Hongkong en Macau stonden in de 18de en 19de eeuw onder respectievelijk Brits en Portugees koloniaal bestuur. In Taiwan lagen al vanaf de 16e eeuw Europese handelsposten en het eiland heeft een lange geschiedenis van Europese kolonisatie, hoewel het cultureel nauw verwant is gebleven met het vasteland van China.

Bestuurlijk is China ingedeeld in 27 provincies en 7 regio's. Hoewel het centraal gezag vanuit Beijing in theorie strak is, genieten de provincies toch aanzienlijke autonomie in de wijze waarop ze de richtlijnen van Beijing uitvoeren.

Cultuur[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Chinese cultuur voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De term Chinese cultuur heeft betrekking op een veelheid aan tradities en religieuze gebruiken zoals deze in alle uithoeken van China gedurende de geschiedenis van China hebben bestaan en nog steeds bestaan. Het uitgestrekte land kent een grote verscheidenheid aan culturen en volkeren, zowel in het verleden als in het heden. De grootste etnische groep - met een grote onderlinge verscheidenheid - zijn de Han-Chinezen. China kent echter veel minderheidsvolken, waaronder Mongolen, Oeigoeren en Tibetanen.

Religie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook boeddhisme in China, islam in China, Christendom in China en Jodendom in China

In China hebben zich van oudsher de volgende religies en filosofieën ontwikkeld c.q. gevestigd:

De traditionele Chinese godsdienst is in feite een mengeling van de eerste vier hierboven genoemde tradities. Daarnaast kent China ook belijders van het christendom.

Taal[bewerken]

In China worden honderden verschillende talen gesproken. De meeste daarvan zijn dialecten die tot de Chinese talen gerekend worden, die onderling niet worden begrepen. Uit politieke of culturele overwegingen vermijdt men echter de term 'talen' en wordt het begrip fangyan (方言, letterlijk streektaal) vertaald met dialecten. De officiële taal in zowel de Volksrepubliek als op Taiwan, maar ook in Singapore is het Standaardmandarijn. In en rond Hongkong is de omgangstaal het Standaardkantonees, dat zowel in gesproken als geschreven vorm voorkomt. Rond Shanghai spreekt men Shanghainees, waarvan geen standaard bestaat. Veel etnische minderheden spreken naast een Chinese taal ook hun eigen taal.

Bevolking[bewerken]

De regering van de Chinese Volksrepubliek deelt de bevolking in in "nationaliteiten". Deze groepen komen echter niet altijd overeen met wat door antropologen als etnische groepen gezien worden. Volgens de officiële lezing behoort 94% van de bevolking van de volksrepubliek tot een groep die Han genoemd wordt, genoemd naar de Han-dynastie uit de eerste eeuwen voor Christus. De andere "nationaliteiten" vormen vergeleken met deze overweldigende meerderheid slechts kleine minderheden, waarvan het merendeel bestaat uit de oorspronkelijke bewoners van het noord- en zuidwesten van de volksrepubliek.

De grootste minderheden zijn de Oeigoeren, Tibetanen en Mongolen, de oorspronkelijke bevolkingsgroepen van respectievelijk Xinjiang, Tibet en Binnen-Mongolië. Beijing stimuleert de migratie van Chinezen (grotendeels Han) naar deze gebieden en sinds de laatste decennia van de 20e eeuw is het percentage van de bevolking in deze gebieden dat tot de oorspronkelijke groep behoort sterk gedaald. In Binnen-Mongolië is de Han de belangrijkste bevolkingsgroep geworden. De Oeigoeren zijn met name nog goed vertegenwoordigd in het westen van Xinjiang, ten zuiden van de Tian Shan en op de landbouwgronden van de oases in het Tarimbekken. In de steden en het oosten van Xinjiang zijn ze een minderheid in eigen land geworden. In Tibet is het grootste deel van de bevolking volgens de officiële cijfers nog altijd Tibetaans, maar ook hier stijgt het percentage Han.

Naam[bewerken]

De naam China is afgeleid van Qin (spreek uit:Tsjin), de naam van een van de staten die China vormden. Qin lag in het westen van China en onderwierp de overige Chinese staten waarna de Qin-dynastie werd gesticht in 221 v.Chr., de eerste Chinese dynastie waarin een keizer werd benoemd.

De Chinezen zelf hanteerden als officiële naam: Keizerrijk van de Grote naam-van-de-dynastie, bijvoorbeeld: Keizerrijk van de Grote Ming. De dagelijkse naam was en is voor Chinezen Zhōngguó (vereenvoudigd Chinees: 中国; traditioneel Chinees: 中國; pinyin: Zhōngguó). De officiële Chinese namen van de Volksrepubliek China en van de Republiek China (Taiwan) bevatten niet het karakter voor Qin, maar de karakters voor Zhōngguó. Het eerste deel van Zhōngguó betekent midden of centrum, het tweede deel betekent land of staat. Dit kan verwijzen naar het centrum van beschaving, zoals China zichzelf zag of naar het middelpunt van het land, te weten het gebied met de stad van de keizer. Wie de hoofdstad beheerste, belichaamde de centrale macht in China.

Geschiedenis[bewerken]

Dr. Sun Yat-sen, de grondlegger van het moderne China
1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van China voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

China is een van de vroegste centra van beschaving en wordt vrij vroeg in de wereldgeschiedenis een groot verenigd land met een geavanceerde cultuur op het vlak van kunst en wetenschap.

Er zijn aparte artikelen over verschillende periodes in de Chinese geschiedenis:

Zie ook[bewerken]