Finsterwolde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Finsterwolde
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Wapen van Finsterwolde
(Details)
Finsterwolde
Finsterwolde
Situering
Provincie Vlag Groningen (provincie) Groningen
Gemeente Oldambt
Coördinaten 53° 12′ NB, 7° 5′ OL
Algemeen
Oppervlakte 42,16 km²
Inwoners (2008) 2400
Overig
Woonplaatscode 1419
Foto's
Zicht op Finsterwolde vanaf het zuidoosten (anno 2011)
Zicht op Finsterwolde vanaf het zuidoosten (anno 2011)
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Finsterwolde (Gronings: Finnerwol of Finnerwold) is een dorp in de gemeente Oldambt (provincie Groningen, Nederland). Tot 1990 was het een zelfstandige gemeente. Het dorp telt volgens gegevens van het CBS 2440 inwoners (2008), waarbij echter ook plaatsen als Hardenberg (480 inwoners), Ganzedijk (180 inwoners) en de verspreide huizen eromheen (530 inwoners) worden meegeteld. De statistische CBS-regio's Finsterwolde-Centrum en Finsterwolde-nieuwbouw samen (het eigenlijke dorp Finsterwolde) tellen 1250 inwoners.

Tot de gemeente Finsterwolde behoorden naast Finsterwolde de volgende plaatsen: Ekamp, Ganzedijk, Goldhoorn, Hardenberg, Hongerige Wolf, Veenhuizen.

Geschiedenis[bewerken]

Middeleeuwen[bewerken]

De huidige Nederlands-Hervormde kerk van Finsterwolde is gezien de romanogotische bouwstijl waarschijnlijk aan het eind van de dertiende eeuw gebouwd. Dat het dorp gesticht zou zijn tussen 1375 en 1390 berust op een misverstand. Finsterwolde is een veenontginningsnederzetting en is mogelijk al gesticht in de tiende of elfde eeuw. Ten noorden van het huidige dorp liggen ten minste twee vorige kerkplaatsen.[1] Op een vooruitgeschoven hoogte waar in 1821 de boerderij Kerkeweg 4 werd gebouwd, bevonden zich vermoedelijk tot 1628 een korenmolen en een pestkerkhof.

In 1319 wordt Fynserwald voor het eerst genoemd als vestigingsplaats van de Johannietercommanderij te Goldhoorn; in verdrag met het jaartal 1391 is sprake van Finsterwolda en Oostfinsterwolde. In een overeenkomstig verdrag uit 1420 worden 'Ffinsterwolde' en 'Oistfinsterwolde' genoemd. Beide plaatsen waren tot het einde van de vijftiende eeuw zelfstandige kerspelen en worden als zodanig vermeld in een parochielijst van het bisdom Münster, onder de dorpen van het Oldambt. De benamingen in deze lijst zijn waarschijnlijk ouder. De dorpen heten hier Westwinserwalda en Astwinserwalda. Andere vermeldingen zijn die Finser luide (de mannen van Finsterwolde, 1441), Ffinserwolde (1454), West- en Oistfinserwolde (1500), Vynsterwold (1506), Fynzerwolde (1511), Fijnssewolde (1522), Finserwolde (1554) en Finsserwolt (1561). Het dorp had in 1500 behalve een pastoor tevens een vicarius en een prebenarius.

Hoewel de naam Finsterwolde vaak wordt verklaard als 'duister, donker woud', vanwege het Hoogduitse woord finster ('duister, somber'), wijzen taalkundigen op het Oudfriese wins(t)era, hetgeen zowel 'links' als 'noordelijk' kan betekenen. De naam zou dan 'links van het moerasbos' of 'noordelijk van het moerasbos' betekenen.[2] Opvallend is de naam van het riviertje Fimell Ee of Fymele Ae, dat in 1391 ook Finser Ee wordt genoemd. Dit watertje ontsprong in met Meerland bij Oostwold en vormde onder de naam Oude Ae de grens met Finsterwolde. Het liep vermoedelijk verder langs het latere eiland Munnikeveen, in de omgeving waarvan het klooster Palmar was gesitueerd, en mondde uit in de Eems bij Fiemel.

Resten van de verdwenen Sint-Nicolaaskerk van Oost-Finsterwolde zijn gevonden tussen Ganzedijk en Veenhuizen; het dorp heette in 1500 'door het water vernield' te zijn. Vanaf Finsterwolde werd in 1454 een nieuwe zeedijk aangelegd die de uitbreiding van de Dollard moest keren. Deze dijk liep via Palmar naar de Punt van Reide. Al na een jaar of twaalf moest deze dijk weer worden opgegeven, waarna het zeewater Wagenborgen bereikte.

In de buurtschap Goldhoorn bevond zich ten minste in 1319 een commanderij van de Johannieterorde, in 1424 vermeld als Golthorna. Omstreeks 1475 wordt de naam van dit klooster in verband gebracht met een verdronken parochie Go(l)thorne. Dat Clooster tho Golthorn wordt nog in 1498 vermeld, maar volgens een akte uit 1494 was het inmiddels gedegradeerd tot een voorwerk van de commanderij van Oosterwierum. In 1540 wordt het voorwerk voor het laatst genoemd; In 1574 waren de landerijen in het bezit geraakt van de adellijke familie Sickinge te Warffum, die hier onder meer een buitendijks tichelwerk bedreef. De harde klinkers die hier werden gemaakt, werden ook Duitsland uitgevoerd. Op de zandhoogte waar het klooster heeft gelegen, werd tevens potklei opgedolven, die onder andere naar Emden werd verscheept. In de tijd van de Bataafse Republiek werd deze potklei gebruikt voor de fabricage van Goudse tabakspijpen. Gewoonlijk nam men daarvoor pijpaarde uit Oost-Friesland.

Het praemonstratenserklooster van Palmar bezat eveneens een voorwerk (kloosterboerderij) onder Finsterwolde, dat in 1447 werd overgedragen aan het Klooser Bloemhof te Wittewierum en naderhand vermoedelijk in de Dollard is verdronken.

De zuidgrens van de kerspelen Finsterwolde en Oost-Finsterwolde werd gevormd door het riviertje de Tjamme, een recht getrokken veenstroompje, dat de grens tussen het Oldambt en Reiderland en tevens tussen de bisdommen Münster en Osnabrück vormde.[3]

Groei dorp[bewerken]

Sinds de inpolderingen van de Dollard na 1550 steeg de werkgelegenheid in de landbouw en groeide Finsterwolde uit tot een aanzienlijk dorp. Tot in de achttiende eeuw was het merendeel van de kleigrond in gebruik als grasland. Pas in de negentiende eeuw kwam de overgang naar veeteelt en akkerbouw. Daarbij werd de tegenstelling tussen de boeren en de landarbeiders steeds groter. Lage lonen, lange werkdagen en slechte huisvesting hadden tot gevolg dat de arbeiders zich steeds vaker verzetten en in opstand kwamen. De aanhang van de socialistische voorman Domela Nieuwenhuis en later de CPN (Communistische Partij van Nederland) werd steeds groter. Aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw waren er hongerrelletjes en stakingen die met geweld werden neergeslagen.

In 1929 was de grootste landarbeidersstaking die Nederland ooit kende. 5000 mannen en vrouwen in het Oldambt staakten ruim vijf maanden lang (van 1 mei tot 12 oktober 1929) tegen rijke, machtige werkgevers (landbouwers), tegen boerenzoons en tegen de christelijke vakorganisatie. Na de staking van 1919 waren geleidelijk aan maatregelen genomen tegen de landarbeiders. Het loon was in 1923 teruggebracht naar het niveau van vóór 1914 en in 1924 wensten de boeren een verhoging van de arbeidstijd naar 53 à 56 uur. Redenen hiervoor waren de gedaalde landbouwprijzen. Aan het eind van de jaren twintig verbeterde de situatie en wensten de landarbeiders loonsverhoging van 15%. Omdat de lonen het laagst waren in het Oldambt begonnen hier de onderhandelingen, die snel uitliepen op een mislukking. De daaropvolgende staking was grimmig en hard. Er kwam een samenscholingsverbod en landarbeiders kwamen door gevechten met "onderkruipers" (werkwilligen) in de cel terecht. Werkgevers spanden processen aan om landarbeiders uit hun woning te zetten. Bij rellen met de marechaussee werd in Finsterwolde een man doodgeschoten die niets met de staking te maken had, Eltjo Siemens (1898-1929). De staking werd uiteindelijk gebroken.

Communisme[bewerken]

Lange tijd was Finsterwolde de enige gemeente met een communistische meerderheid in de gemeenteraad. Omstreden besluiten van de gemeente leidden in de jaren vijftig tot het onder curatele stellen van de gemeente. Met name ging het hierbij om het door de gemeente toekennen van uitkeringen aan stakers. Functionarissen die deze maatregel, die naar hun idee strijdig was met de wetgeving, weigerden uit te voeren, werden door de gemeente ontslagen. Uiteindelijk werd dat ontslag door de Kroon vernietigd. Ook in de jaren daarvoor moesten regelmatig besluiten van de gemeente door de Kroon worden vernietigd, vaak op voordracht van PvdA-burgemeester Harm Tuin.

De gemeenteraad en de wethouders, onder wie de bekende communistische wethouder Harm Haken, werden bij wetswijziging naar huis gestuurd en vanuit Den Haag werd burgemeester Harm Tuin door de Nederlandse regering als "regeringscommissaris" aangesteld om de gemeente te besturen. Deze bijzondere situatie werd in 1951 ingesteld en in 1953 weer beëindigd, na de volgende gemeenteraadsverkiezingen, die overigens ook door de communisten werden gewonnen. Tuin had echter de reglementen van het Gemeentelijk Armbestuur (dat over Sociale Zaken ging) zodanig gewijzigd dat de benoeming van bestuursleden niet meer (uitsluitend) een zaak van de gemeenteraad was en raadsleden ook in beginsel geen toegang meer hadden tot de vergaderingen van die instelling. Bij de buurgemeente Beerta fungeerde in 1934/1935 de burgemeester ook als regeringscommissaris. Maatregelen als in Finsterwolde kan men zien in het licht van de Koude Oorlog, een periode waarin virulent anticommunisme heerste in Nederland. Niet-communisten spraken daarentegen van intimidatie en terreur van de zijde van de communisten, die regelmatig zouden hebben gedreigd met een 'afrekening' wanneer de Russen eenmaal zouden zijn gekomen.

Ook in de gemeente Reiderland, waarin Finsterwolde opging, had de NCPN (opvolger van de CPN) veel aanhang. Tussen de herindeling in 1990 en de verkiezingen van 2006 leverde de NCPN onafgebroken minimaal één wethouder. De gemeente Reiderland fuseerde in 2010 met Winschoten en Scheemda in de nieuwe gemeente Oldambt, waar de Verenigde Communistische Partij, die nergens anders in Nederland vertegenwoordigd is, nog steeds 4 van de 25 gemeenteraadszetels heeft.

Geboren[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Beluister

(info)