Dt-fout

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dt-fouten zijn spelfouten bij het vervoegen van Nederlandse werkwoorden bij enkelvoudige of meervoudige onderwerpen en het vormen van het voltooid deelwoord. Deze komen in Nederlandstalige teksten frequent voor en wijzen erop dat de tekstschrijver de spellingregels niet beheerst of veronachtzaamt.

Om uit te maken of de standaardspelling

en

  • voor het voltooid deelwoord -d of -t voorschrijft,

is enig inzicht in het taalkundig-technische begrip stam nodig.

Inhoud

[bewerken] Stam

1rightarrow.png Zie stam voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vijf kenmerken van de stam:

  1. Je vindt de stam door de uitgang -en af te halen van de zgn. infinitief, het hele werkwoord zoals het in een woordenboek voorkomt;
  2. twee gelijke eindmedeklinkers worden enkel geschreven: hop-, zet-, pak-, tob-, red-, blaf-, sis- en leg- in plaats van hopp-, zett-, pakk-, tobb-, redd-, blaff-, siss- en legg-.
  3. de stam wordt technisch gespeld met een liggend streepje erachter;
  4. lang uitgesproken klinkers kunnen worden voorgesteld met een streepje bovenaan (ā, ē, ō, ū) zoals in de fonetiek van handleidingen over poëzie (lēv- is de stam van leven);
  5. de stemhebbende eindmedeklinkers v en z moeten worden voorgesteld als v en z en stemhebbend uitgesproken; men past bij de fonologische uitspraak van de stam geen eindklankverscherping toe: v blijft [v] klinken in lēv-; z blijft [z] klinken in verhuiz-). Het is vooral voor de spelling van de verleden tijden en het voltooid deelwoord belangrijk dit te onthouden.

De eerste twee kenmerken beschrijven hoe men op school de stam op school leert vinden, vormen en gebruiken. In dit artikel kan met het begrip stam afhankelijk van de context de schoolse (2 kenmerken) dan wel de technische betekenis (5 kenmerken) bedoeld worden.

[bewerken] Tegenwoordige tijd

[bewerken] “Stam + t”

De tegenwoordige tijd beschrijft handelingen die op dit moment aan de gang zijn. Hieronder staat een tabel met negen werkwoorden: wandelen, zingen, typen, pakken, praten, vinden, worden, leven en verhuizen.

Wandelen Zingen Typen Pakken Praten Vinden Worden Leven Verhuizen
stam wandel- zing- typ- pak- prāt- vind- word- lēv- verhuiz-
ik stam ik wandel ik zing ik typ ik pak ik praat ik vind ik word ik leef ik verhuis
jij stam+t ;
stam jij?
jij wandelt;
wandel jij?
jij zingt;
zing jij?
jij typt;
typ jij?
jij pakt;
pak jij?
jij praat;
praat jij?
jij vindt;
vind jij?
jij wordt;
word jij?
jij leeft;
leef jij?
jij verhuist;
verhuis jij?
gij stam+t ;
stam+t gij?
gij wandelt;
wandelt gij?
gij zingt;
zingt gij?
gij typt;
typt gij?
gij pakt;
pakt gij?
gij praat;
praat gij?
gij vindt;
vindt gij?
gij wordt;
wordt gij?
gij leeft;
leeft gij?
gij verhuist;
verhuist gij?
hij stam+t hij wandelt hij zingt hij typt hij pakt hij praat hij vindt hij wordt hij leeft hij verhuist

Voor ieder van de bovenstaande vervoegingen in de tabel geldt dat de persoonsvormen bestaan uit de stam of de stam+t. Bovenaan ieder rijtje vervoegingen is de stam van het werkwoord te vinden.

In de bovenstaande tabel staat in feite het volgende:

  • Bij de ik-vorm (eerste persoon enkelvoud, je spreekt over jezelf) bestaat de persoonsvorm alleen uit de stam.
  • Bij de jij-vorm (tweede persoon enkelvoud, je spreekt tegen iemand) zijn er twee mogelijkheden, bij de gij-vorm (oudere vorm voor de tweede persoon enkelvoud) niet:
  • komt de persoon jij in de zin vóór de persoonsvorm wandelen, dan gebruik je stam+t;
  • komt de persoon echter ná de persoonsvorm, zoals in een vraagzin, dan gebruik je alleen de stam.
  • de gij-vorm heeft altijd stam+t.
  • Bij de hij-vorm (derde persoon enkelvoud, je spreekt tegen iemand over iemand anders), gebruik je altijd stam+t.

Aparte aandacht mag even gevestigd worden op de stammen die eindigen op -d (zoals vinden en worden in de tabel): ze wijken dus niet af van de regel dat er een -t bijkomt. Velen vergeten die -t, omdat er geen klankverschil is tussen -d en -dt.

Ter illustratie:

  • Ik zing graag een liedje onder de douche.
    Persoon: “ik”, werkwoord: “zingen”, alleen de stam gebruiken levert “zing”.
  • Jij zoekt straks vast het eerste kievitsei.
    Persoon: “jij”, werkwoord: “zoeken”, de persoonsvorm komt in de zin pas ná de persoon: stam+t levert “zoekt”.
  • Harm werkt op de boerderij.
    Persoon: “Harm”, werkwoord: “werken”, Harm is iemand anders, dus wordt de “hij-vorm” gebruikt, ofwel altijd stam+t.
  • Het gebeurt voor je er erg in hebt.
    Persoon: “Het”, werkwoord: “gebeuren”, 'Het' is iets/iemand anders, dus wordt de “hij-vorm” gebruikt, ofwel altijd stam+t.
  • (vraagzin) Kijk je ook wel eens naar Samson en Gert?
    Persoon: “jij”, werkwoord: “kijken”, de persoonsvorm komt in de zin vóór de persoon, dus stam gebruiken levert “kijk”.
  • (vraagzin) Vindt je vader het eigenlijk wel goed als we komen? (tegenover:) Vind je daar wat je zoekt?
    een klassieke valstrik bij een schooldictee: in deze zin is je de toonloze vorm van jouw (vader), een bezittelijk voornaamwoord en dus niet het onderwerp. Het onderwerp is je vader, een hij-vorm.
  • (vraagzin) Vergeet je mijn verjaardag niet? Praat jij dan nog met me en zet je me terug tussen je contactpersonen?
    vergelijk met de spellingregel hierboven voor de vormen met gij: vergeet+t, praat+t en zet+t worden vergeet, praat en zet ge/gij. Voor de vormen met jij/je wordt de t niet toegevoegd, maar krijg je hetzelfde resultaat omdat de stam op -t eindigt.

[bewerken] Zijn er uitzonderingen op deze regel “stam + t” ?

Er zijn 6 onregelmatige werkwoorden.

[bewerken] Verleden tijd

De spelfouten met d en t komen vooral voor bij het schrijven van de verleden tijden, zowel onvoltooide als voltooide.

De werkwoordvorm van de verleden tijd wordt op één van de drie volgende manieren gevormd:
(1) stam + de
(2) stam + te
(3) klinkerwijziging van de stam met behoud van dezelfde medeklinkers (soms toevoeging van medeklinkers)

We kijken eerst naar dezelfde werkwoorden als in de vorige tabel; daarna leggen we uit hoe de basisvorm van de verleden tijd ontstaat.

Wandelen Zingen Typen Pakken Praten Vinden Worden Leven Verhuizen
stam wandel- zing- typ- pak- prāt- vind- word- lēv- verhuiz-
basisvorm wandelde (1) zong (3) typte (2) pakte (2) praatte (2) vond (3) werd (3) leefde (1) verhuisde (1)
ik basisvorm ik wandelde ik zong ik typte ik pakte praatte ik vond ik werd ik leefde ik verhuisde
jij basisvorm;
basisvorm jij?
jij wandelde;
wandelde jij?
jij zong;
zong jij?
jij typte;
typte jij?
jij pakte;
pakte jij?
jij praatte;
praatte jij?
jij vond,
vond jij?
jij werd;
werd jij?
jij leefde,
leefde jij?
jij verhuisde,
verhuisde jij?
gij basisvorm+t;
basisvorm+t gij?
gij wandelde(t);
wandelde(t) gij?
gij zongt;
zongt gij?
gij typte(t);
typte(t) gij?
gij pakte(t);
pakte(t) gij?
gij praatte(t);
praatte(t) gij?
gij vondt,
vondt gij?
gij werdt;
werdt gij?
gij leefde(t),
leefde(t) gij?
gij verhuisde(t);
verhuisde(t) gij?
hij basisvorm hij wandelde hij zong hij typte hij pakte hij praatte hij vond hij werd hij leefde hij verhuisde

De stamklinker van de werkwoorden (1) en (2) wijzigt niet en de verleden tijd wordt gevormd door toevoeging van -de(n) of de “stemloze tegenhanger” -te(n): die werkwoorden worden zwakke werkwoorden genoemd.

De werkwoorden (3) waarbij voor de verleden tijd een klinkerwijziging optreedt, noemt men ook wel de sterke werkwoorden: in het “dt-verhaal” vallen ze buiten beschouwing.

Bij de “gij-vorm” wordt er steeds een extra -t aan de stam toegevoegd. Dit is historisch de oorspronkelijke vorm, maar — door de ontwikkeling van de Nederlandse taal sedert de tweede helft van de twintigste eeuw en het overleg erover binnen de Nederlandse Taalunie — nu alleen nog dialectische spreektaal en regionaal schriftelijk gebruik in Vlaanderen en Oost-Nederland. In de standaardtaal wordt gij wel nog gebruikt in gebeden om God aan te spreken. Tegenwoordig wordt de -t bij de zwakke werkwoorden niet meer uitgesproken noch geschreven (gij pakte in plaats van gij paktet); bij de sterke werkwoorden echter blijft de -t in de schrijftaal verplicht (dus gij liept, maar ook gij hadt, gij badt).

Wanneer wordt er nu -te en wanneer -de aangehecht? Hierbij wordt gelet op de laatste letter van de stam. De uitgang -te(n) wordt aangehecht als deze letter stemloos (= zonder spanning) klinkt: het zijn de letters p, t, k, f, s en de lettercombinatie/klank ch. Na alle andere eindletters — medeklinkers en klinkers — eindigt de verleden tijd op -de(n).

Voorbeelden:

  • +te : (hij) klop+te, haast+te (zich), werk+te ; (hij) straf+te, (zij) las+te (de diepvrieszakjes dicht), (het publiek) juich+te;
  • (zie stamkenmerk 5.:) leef+de, laaf+de, verhuis+de, loos+de, kees+de (van de werkwoorden: leven, laven, verhuizen, lozen, kezen en de stammen: lēv (leev), lāv (laav), verhuiz, lōz (looz), kēz (keez);
  • (stemhebbende tegenhangers van p, t en ch:) +de : (de beek) slib+de dicht, (hij) baad+de, leg+de.

Ter illustratie:

  • Je wandelde na afloop van je werk meteen de kroeg in.
    Persoon: “Je”, werkwoord: “wandelen”, de stam eindigt op een l, een stemhebbende eindletter.
  • Ik leefde helemaal op toen ik bezoek kreeg in het ziekenhuis.
    Persoon: “Ik”, werkwoord: “leven”, de stam eindigt op een v.
  • De scholier typte zijn verslag letterlijk over van Wikipedia.
    Persoon: “de scholier”, werkwoord: “typen”, de stam eindigt op een p.
  • De wikipediaan zette de bloemetjes buiten tijdens de wikimeet.
    Persoon: “de wikipediaan”, werkwoord: “zetten”, de stam eindigt op een t.

[bewerken] Voltooid deelwoord

Wie uit de voeten kan met het samenstellen van de onvoltooid verleden tijd, kan nu ook met het voltooid deelwoord uit de voeten, ofwel apart gebruikt als bijvoeglijk naamwoord ofwel gebruikt voor de vorming van de tegenwoordige of verleden voltooide tijden. Je voegt vooraan ge- toe en haalt de -e af van de -de of de -te.[1]

Dezelfde voorbeeldwerkwoorden (korter en aangepast):

  • geklop+t, gehaast+t, gewerk+t, gestraf+t, dichtgelas+t, gejuich+t;
  • (zie stamkenmerk 5.:) geleef+d, gelaaf+d, verhuis+d, geloos+d, gekees+d
  • (stemhebbende tegenhangers van p, t en ch:) dichtgeslib+d, gebaad+d, geleg+d.

Het voltooide deelwoord kan natuurlijk ook als bijvoeglijk naamwoord worden gebezigd met of zonder zogenoemde buigings-e. De spellingregel voor verdubbeling of verenkeling van klinkers of medeklinkers (= de regel van de open of gesloten lettergreep) is dezelfde als voor elk ander bijvoeglijk naamwoord. Voorbeelden: de gewitte muur (de muur is gewit), de verbrede weg (de weg is verbreed) en de gehaaste ober (de ober is gehaast+t).

Ter illustratie:

  • Je bent na afloop van je werk meteen de kroeg in gewandeld.
    Persoon: “Je”, deelwoord: “wandelen”, de stam eindigt stemhebbend op een l.
    Ook: wandelen - wandelde, dus gewandeld.
  • Vorige week ben ik naar Almere verhuisd.
    Persoon: “Ik”, deelwoord: “verhuizen”, de stam eindigt stemhebbend op een z.
    Ook: verhuizen - verhuisde, dus verhuisd.
  • Het ongeluk is gebeurd vóór iemand er erg in had.
    Persoon: “het ongeluk”, deelwoord: “gebeuren”, de stam eindigt stemhebbend op een r.
    Ook: gebeuren - gebeurde, dus gebeurd.
  • De schrijver had zijn hele werkstuk getypt op een antieke Remington.
    Persoon: “de schrijver”, deelwoord: “typen”, de stam eindigt op een p.
    Ook: typen - typte, dus getypt.
  • Hij voelt zich gepakt door de belastingdienst.
    Persoon: “hij”, deelwoord “pakken”, de stam eindigt op een k.
    Ook: pakken - pakte, dus gepakt.

[bewerken] Geheugensteuntjes

[bewerken] 't Kofschip

1rightarrow.png Zie 't Kofschip voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De genoemde stameindklanken p, t, k, f, s, ch staan ook allemaal in het memosteuntje 't kofschip of 't fokschaap.

Men kan er nog deze scherpe klanken aan toevoegen: ks (gespeld: ks of x) en sj (gespeld: sj of ch, sh). Werkwoorden met die laatste klanken op het stameinde zijn niet talrijk en veelal van vreemde oorsprong. Voorbeelden: relaxen: relaxte, gerelaxt[2]; douchen: douchte, gedoucht; crashen: crashte, gecrasht.

[bewerken] Onduidelijk

In de ogen van taalgebruikers die zich baseren op het fonetisch overzicht van de klanken is 't kofschip hét voorbeeld van een slecht geheugensteuntje: een geheugensteuntje dat uitleg behoeft om het te kunnen onthouden. Het grote aantal spelfouten ondanks de ruime verspreiding van dit helaas tot “regel” uitgegroeide geheugensteuntje bewijst enigszins dat het leerproces zo niet werkt. Wie p-t-k-f-s-ch onthoudt, schikt deze klanken zoals ze voorkomen in de fonetiek volgens de plaats van uitspraak en volgens soort: p-t-k zijn de stemloze plosieven of plofklanken, f-s-ch zijn de stemloze frikatieven of wrijfklanken. Met 't kfschp of 't fkschp (de klinkers zijn er enkel voor het maken van het woord) wordt die fonologische en logische orde niet gerespecteerd, wat het inzicht niet dient, temeer omdat de moeilijkheid met het vijfde stamkenmerk (de al of niet toegepaste eindklankverscherping) er nog altijd als opmerking aan toegevoegd moet worden.

[bewerken] Slechts zes stemloze letters

p, t, k, f, s, ch zijn de enige stemloze letter(combinatie)s die in de hoedanigheid van stameindletter de stemloze uitgang -t(e) “uitlokken”. Wie dus de zwakke verleden tijden en voltooide deelwoorden altijd met -d(e) en nooit -t(e) noch -dt afsluit, zal die tijden in de meeste gevallen correct geschreven hebben.

[bewerken] Woordbeeld

Uitgaan van het woordbeeld voor de juiste keuze tussen -d, -t of -dt:

  • Zie je ge- als voorvoegsel, dan is het zeker dat je even over de juiste eindletter van het voltooid deelwoord moet nadenken (en van het hulpwerkwoord als het een 2de/3de persoon enkelvoud is).[1]
  • Zie je het voorvoegsel ge- niet, dan heb je veel kans dat het zwakke werkwoord in de tegenwoordige tijd staat en is er geen twijfel mogelijk: altijd -t (-dt is een onderdeel hiervan en komt voor bij stameinde -d zoals antwoorden, bereiden, branden, worden ...), -d is er uitsluitend als het onderwerp je of jij volgt op een stameinde -d (= inversie).
  • Het f-s-probleem (zie vijfde stamkenmerk hierboven): zie je in de infinitief van het zwakke werkwoord een dubbele medeklinker (-ff- of -ss-) dan wijst dit op stemloosheid van het stameinde en schrijf je -t(e); zo niet -d(e) (dus bij een -v- of -z-). Voorbeeldwerkwoorden: keffen en lessen tegenover leven en azen.

[bewerken] Zie ook

Noten

  1. a b Een opmerking over de ge- van het voltooid deelwoord in een voetnoot, omdat dit gaat over een ander vraagstuk, nl. de scheidbaarheid van werkwoorden: de ge- wordt alleen geschreven als de klemtoon bij de uitspraak op de eerste lettergreep ligt. Dat is dus bij het voorbeeld verhuizen niet het geval. Bij samengestelde werkwoorden zoals de voorbeelden dichtlassen en dichtslibben blijft de ge- uiteraard aan de stam vastzitten. In enkele schaarse gevallen wisselt het accent en vind je zowel de vorm met ge- als zonder ge-: door(ge)winterd of is er door het accentverschil een betekenisverschil (bijv. 'voorzeggen (voorgezegd) naast voor'zeggen (voorzegd)).
  2. Hiernaast bestaat wel het bnw. relaxed, geleend uit het Engels en daarom niet te verbuigen, wat zoveel betekent als: op je gemak (bijv. fietsen).
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen