Internationaal Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Internationaal Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen ofwel de Conventie van Genève betreffende de Status van Vluchtelingen werd op 28 juli 1951 opgesteld tijdens een door de Verenigde Naties georganiseerde conventie na voorbereidende beraadslagingen in 1950 te New York en in 1951 te Genève. Het definieert wie in aanmerking komt voor de status van vluchteling en aan wie dus asiel moet worden verleend door het land waar een asielaanvraag gedaan wordt, en welke rechten aan de al dan niet als vluchteling erkende asielzoeker worden toegekend. Het verdrag bepaalt de rechten van vluchtelingen uit conflictsituaties voor 1951, terwijl een in 1967 opgesteld protocol bij de conventie ook vluchtelingen van na die datum regelt.

Dit verdrag kwam in de plaats van de gebrekkige regelingen die er voorheen onder de Volkenbond, de voorloper van de VN, tot stand waren gekomen en stond sterk in het teken van de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog.

Het verdrag (en protocol) is door vele staten ondertekend en geratificeerd, waaronder België en Nederland (voor het Europese territorium en (het protocol) voor Aruba).[1]

Algemeen[bewerken]

In 1948 was bij de opstelling van de VN-verklaring van de Rechten van de Mens, de Universal Declaration of Human Rights, onder meer het asielrecht als mensenrecht geformuleerd.

Op grond van artikel 14 lid 1 van deze verklaring heeft elk persoon het recht in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging. Deze kort daarna (namelijk in 1950/1951) tot stand gekomen Conventie regelt de plicht van de aangesloten staten de asielaanvragen in behandeling te nemen, of verbiedt althans asielzoekers te verwijderen naar het land van herkomst (verplichting tot non-refoulement).

Het verdrag bepaalt tevens dat bepaalde vluchtelingen, zoals personen die in verband worden gebracht met oorlogsmisdaden en dergelijke, géén recht hebben op asiel. De oorspronkelijke conventie bepaalde alleen de rechten van Europese oorlogsvluchtelingen na de Tweede Wereldoorlog, uitgezonderd de uit Oost-Europa verdreven Duitsers. Het in 1967 opgesteld aanvullend Protocol van New York verwijderde alle eerdere geografische beperkingen uit het verdrag. Denemarken was het eerste land dat het verdrag raticifeerde, op 4 december 1952, en anno 2008 hebben 147 staten ofwel het verdrag, het protocol of beide ondertekend.

Andere belangrijke verdragen met bepalingen ten behoeve van vluchtelingen, maar zonder universele gelding, zijn het Afrikaans Vluchtelingenverdrag van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid uit 1969, Convention Governing the Specific Aspects of Refugee Problems in Africa, en de Cartagena Declaration on Refugees by Organization of American States uit 1984 [2]

Definitie van vluchteling[bewerken]

Het verdrag definieert een vluchteling als:

Aanhalingsteken openen

Een persoon die uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij geen nationaliteit bezit en verblijft buiten het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, daarheen niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil terugkeren. Indien een persoon meer dan één nationaliteit bezit, betekent de term "het land waarvan hij de nationaliteit bezit" elk van de landen waarvan hij de nationaliteit bezit. Een persoon wordt niet geacht van de bescherming van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, verstoken te zijn, indien hij, zonder geldige redenen ingegeven door gegronde vrees, de bescherming van één van de landen waarvan hij de nationaliteit bezit, niet inroept.

Aanhalingsteken sluiten

Bovendien geldt als "vluchteling" elke persoon die krachtens de Regelingen van 12 mei 1926 en 30 juni 1928 of krachtens de Overeenkomsten van 28 oktober 1933 en 10 februari 1938, het Protocol van 14 september 1939 of het Statuut van de Internationale Vluchtelingenorganisatie als vluchteling werd beschouwd.

Dit waren de regelingen die golden onder de Volkenbond. De bedoeling hiervan was dat personen die reeds voordien een vluchtelingstatus hadden, die niet door het verdrag uit 1951 zouden verliezen.

Middels het Protocol van New York werd in 1967 de werking van het verdrag uit 1951 uitgebreid, toen er steeds meer bezwaren rezen tegen de in in de definitiebepaling van artikel 1 opgenomen tijdbepaling "gebeurtenissen, welke voor 1 januari 1951 hadden plaatsgevonden". Middels dat Protocol werd het tijdselement uit de definitiebepaling verwijderd.

Asielzoeker / vluchteling?[bewerken]

In het dagelijks taalgebruik bestaat verwarring tussen de begrippen asielzoeker en vluchteling. Strikt genomen kan iedereen die een asielaanvraag heeft ingediend asielzoeker worden genoemd, en zijn alleen diegenen als vluchteling aan te merken die erin zijn geslaagd aannemelijk te maken inderdaad te voldoen aan de daarvoor geldende criteria uit artikel 1A van het verdrag (vervolging op grond van politieke overtuiging, ras of behoren tot een sociale groep).

Een asielaanvraag kan worden afgewezen indien de aanvrager niet blijkt te voldoen aan die criteria (dan heet de aanvraag manifest ongegrond), maar ook omdat deze gearriveerd is via een ander veilig land, waar dan zijn aanvraag had moeten zijn ingediend en behandeld (veilig derde land- of land van eerste ontvangst-beginsel).

Uitsluitingsgronden[bewerken]

Het verdrag kent tevens enkele uitsluitingsgronden (exclusion clauses'), 1D, 1E en 1F. Laatstgenoemde is de bekendste: uitsluiting wegens vermeende eigen betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen.

Artikelen D en E hebben betrekking op personen die reeds bescherming genieten tegen vervolging.

Artikel 1F beoogt echter asielzoekers uit te sluiten die weliswaar gegronde vrees voor vervolging hebben, doch wegens een vermoedelijke betrokkenheid bij misdaden en mensenrechtenschendingen geen aanspraak zouden kunnen maken op vluchtelingrechtelijke bescherming. Betreffende bepaling werd in het verdrag opgenomen omdat men wilde voorkomen dat oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog bestraffing zouden kunnen ontlopen door hun toevlucht te zoeken in een land waar zij niet konden worden vervolgd, bijvoorbeeld omdat de delicten daar niet hadden plaatsgevonden en ook geen burgers uit die landen betrokken waren (territorialiteitsbeginsel in het strafrecht). De achterliggende gedachte was dat, indien althans alle andere landen die uitsluitingsgrond eveneens zouden toepassen, deze dan wel genoodzaakt zouden zijn terug te keren naar het land van herkomst en niet langer gerechtigheid konden ontlopen [3]

1rightarrow blue.svg Zie Artikel 1F Vluchtelingenverdrag voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Literatuur (selectie)[bewerken]

Algemeen/internationaal[bewerken]

  • A.Grahl-Madsen The status of refugees in international law, uitg.A.W.Sijthoff, Leiden (1966)
  • J.C.Hathaway The law of refugee status, uitg. Butterworths, Toronto / Vancouver (1991)
  • G.S.Goodwin-Gill The refugee in international law, uitg. Clarendon Press, Oxford (1996)

Nederland[bewerken]

  • T.P. Spijkerboer & B.P. Vermeulen Vluchtelingenrecht, uitg. Ars Aequi Libri, Nijmegen (2005) ISBN 90-6916-537-6
  • E.Elderman Oriëntatie in het vluchtelingenrecht, uitg. Nederlands Centrum Buitenlanders, Utrecht (2004)

Zie ook[bewerken]

Voorts:

Externe links[bewerken]

Wikisource Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina 1951 Refugee Convention op de Engelstalige versie van Wikisource.
Bronnen en/of noten
  1. Het verdrag en protocol in de verdragenbank
  2. Cartagena Declaration on Refugees (1984)
  3. Alex Takkenberg & Christopher C. Tahbaz The collected Travaux préparatoires of the 1951 Geneva Convention relating to the Status of Refugees (3 delen), uitg. Dutch Refugee Council, Amsterdam (2de editie 1989-1990)