Nulmeridiaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een nulmeridiaan of referentiemeridiaan is een meridiaan die als nullijn is aangewezen. Deze nullijn is van belang bij de cartografie en navigatie, omdat het met de evenaar het referentiepunt is voor de geografische coördinaten waarop de absolute plaatsbepaling op aarde is gebaseerd. Waar de evenaar echter een geografisch logische is, aangezien deze haaks staat op de aardrotatie, is de keuze voor een bepaalde nulmeridiaan arbitrair en eerder politiek dan geografische bepaald. Een meridiaan is een denkbeeldige lijn over het aardoppervlak, haaks op de evenaar, van noordpool naar zuidpool. Het aantal meridianen is oneindig groot, maar slechts eentje daarvan is de nulmeridiaan.

Er is een vergelijking mogelijk met een klok zonder cijfers. Ook zonder dat er een "12" op staat, weet iedereen waar dat punt is en dat we daarna opnieuw beginnen te tellen. Daar de aarde een bol is, en geen cirkel zoals die wijzerplaat, is er geen punt waar men begint met tellen, maar gebruikt men twee lijnen. Naar het noorden en zuiden telt men in breedtegraden, vanaf de evenaar, naar het oosten en westen in lengtegraden, vanaf de nulmeridiaan. Met deze twee eenheden (plus eventueel de hoogte) kan elke plaats op aarde éénduidig worden aangegeven in een stelsel van geografische coördinaten.

Voor de exacte plaats van de nulmeridiaan is geen aardrijkskundige reden aan te geven en in de loop der eeuwen zijn er dan ook meerdere, soms tegelijk, in gebruik geweest. De Oud-Griekse astronoom en geograaf Eratosthenes (derde eeuw v. Chr.) heeft zich als eerste bezig gehouden met het berekenen van geografische lengte en breedte en hij hanteerde daarvoor een nullijn door Alexandrië. Daarna hebben vele cartografen en astronomen, maar ook politici, vorsten en andere belanghebbenden, gemeend er één te moeten berekenen of aanwijzen. Het belang (of niet) van een specifieke nulmeridiaan is gelegen in de mate waarin zij gebruikt en geaccepteerd wordt. Aangezien het daarbij gaat om plaatsbepaling op de hele aarde is internationale ondersteuning doorslaggevend gebleken. Vanaf midden negentiende eeuw heeft men zich ingespannen voor het hanteren van een wereldstandaard en voor die rol werd niet lang daarna de meridiaan van Greenwich aangewezen. Omdat een nulmeridiaan behulpzaam is bij het vaststellen van een plaats op aarde, wordt zij ook gebruikt als basis voor toepassingen als de landmeetkunde.

De meridianen die als nulmeridiaan fungeerden, worden in het Nederlands doorgaans niet met die term aangeduid, maar met de constructie meridiaan van (plaatsnaam). Bij wetenschappelijke en technische systemen wordt heden ten dage de term "referentiemeridiaan" het meest gebruikt.

Een nullijn met nog 23 andere meridianen

Opmeten van de aarde[bewerken]

Lijnen van lengte en breedte op een bol

Afhankelijk van de toepassing kan voor plaatsbepaling een stelsel van rechte lijnen handig zijn, omdat daarmee een overzichtelijk beeld ontstaat in de richtingen noord-zuid en oost-west. Op een bol(vorm) als de aarde betekent dit dat de grootste cirkel over het oppervlak de evenaar is en dat de breedtecirkels naar de polen toe steeds kleiner worden. Haaks daarop staan de lengtecirkels, die naar de polen toe steeds dichter bij elkaar komen. Beide grootheden worden aangeduid in graden. De breedtecirkels tellen alle 360° (graden), ongeacht hun grootte. De lengtegraden (of meridianen) tellen elk 180°, en met hun spiegelbeeld aan de andere kant van de planeet dus weer 360°. Een graad telt 60 minuten, een minuut 60 seconden. Daar waar verwarring dreigt met de tijdseenheden met dezelfde naam, wordt het voorvoegsel "boog" gebruikt: boogminuten en boogseconden, maar meestal moet het uit de context blijken.

De 360° die de omtrek rond de aardbol meet, worden uitgezet door vanaf de nulmeridiaan in beide richtingen tot en met 180 te tellen. Op de 180e graad komen deze tellingen weer bij elkaar en zodoende is de aardbol in twee helften verdeeld, westelijk en oostelijk halfrond. Van een nulmeridiaan is er maar één en hetzelfde geldt voor haar spiegelbeeld, de 180°-lijn. Van de andere lengtegraden zijn er altijd twee, naar het westen aangeduid met westerlengte (WL), naar het oosten met oosterlengte (OL).
Amsterdam ligt op 4 graden en 53 minuten ten oosten van de nulmeridiaan (4° 53' OL), Brussel ligt iets minder ver naar het oosten, op 4° 21' 17" OL (4 graden, 21 minuten en 17 seconden). Een verschil in (kilo)meters is met deze methode lastig aan te geven, daar de lengtegraden over een bol naar de polen toe steeds dichter bij elkaar komen. Zo is de onderlinge afstand van twee boogminuten op de evenaar -niet toevallig- 1 zeemijl, of 1852 meter, en precies op de noordpool is zij nul.

Afstand is tijd, tijd is afstand[bewerken]

Aangezien de aarde in een etmaal om haar as draait, verstrijkt er per 15° geografische lengte (360/24) één uur. Andersom kan men stellen dat indien men tussen twee plaatsen een uur tijdsverschil waarneemt, deze dus 15 graden in de lengte uit elkaar liggen. In de Griekse oudheid gebruikte men onder meer maansverduisteringen om deze berekening te maken. Deze en andere astronomische verschijnselen kunnen over grote afstanden tegelijk worden waargenomen, waarbij de lokale tijd van de dag dan zorgvuldig diende te worden vastgelegd en met andere plaatsen uitgewisseld. In later eeuwen produceerden astronomen nauwkeurige tabellen van voorspelbare verschijnselen aan de hemel, efemeriden genaamd. Hiermee kon op afgelegen plaatsen, zoals op open zee, een schatting gemaakt worden van het tijdsverschil en dus van de geografische afstand. Tot aan de komst van voldoende betrouwbare klokken, diende men bij navigatie op zee op deze manier de geografische lengte te berekenen. Daarbij moet worden aangetekend dat deze methode bij lange na niet nauwkeurig genoeg was, met vele rampzalige gevolgen.

Dit probleem werd in de achttiende eeuw opgelost met de uitvinding van de chronometer, die onder alle omstandigheden gelijk bleef lopen met de tijd op de nulmeridiaan. Een tweede klok, de scheepsklok, werd dagelijks aangepast aan de plaatselijke tijd, zodat het verschil meteen te zien was en de lengte te berekenen. Die scheepsklok werd afgesteld om 12.00 uur, als de zon op haar hoogste punt aan de hemel stond. Een meridiaan wordt ook vastgesteld aan de hand van die specifieke stand van de zon; de naam is afgeleid van het Latijnse woord voor middag, meridies. Met een meridiaankijker kan een astronoom waarnemingen doen van de zon en andere hemellichamen, bij uitstek om het exacte moment vast te stellen dat deze op hun hoogste punt staan (culminatie). Zodoende was de nulmeridiaan vanaf de achttiende eeuw niet alleen de nullijn in afstand, maar ook in tijd.

Landmeetkunde[bewerken]

Vanaf eind zeventiende eeuw hebben diverse (nationale) organisaties inspanningen verricht om landen of delen daarvan met wetenschappelijke precisie op te meten. Daarbij werd gebruikgemaakt van de principes van de driehoeksmeting en zo'n stelsel had belang bij een nulpunt of nullijn. In veel gevallen hebben bestaande, geaccepteerde nulmeridianen die rol vervuld.

Eerste nulmeridianen[bewerken]

Alexandrië en Rhodos[bewerken]

Negentiende-eeuwse reconstructie van de wereldkaart van Eratosthenes, ca. 194 v.Chr. Alexandrië en Rhodos liggen -abusievelijk- op dezelfde meridiaan.

Het geografische concept "lengte" vindt zijn oorsprong in de Oud-Griekse wetenschap ten tijde van de Hellenistische periode (323-146 v.Chr.). Naast het op basis van waarnemingen schatten van de omtrek van de aarde in 240 v.Chr. moet de astronoom en geograaf Eratosthenes zich als eerste bezig hebben gehouden met het berekenen van de onderlinge afstand van toentertijd bekende steden. Hij hanteerde daarbij een nullijn door de plaats van zijn leven en werk: Alexandrië. Van deze meridiaan nam hij abusievelijk aan dat zij ook door Rhodos en Syene (Aswan) liep.

De eveneens Oud-Griekse astronoom, geograaf en wiskundige Hipparchus (ca. 190-120 v.Chr.) legde de basis voor dat deel van de wiskunde waaruit later de driehoeksmeting als geografisch instrument ontstond. Ook bouwde hij voort op het werk van Erathostenes met betrekking tot het berekenen van afstanden en daarvoor introduceerde hij twee belangrijke vernieuwingen. Ten eerste bedacht Hipparchus de methode van de maansverduisteringen om geografische lengte te berekenen. Ten tweede hanteerde hij voor het eerst een systeem van graden, minuten en seconden om de aarde mee te verdelen. Als nullijn gebruikte hij een meridiaan van Rhodos, mogelijk dezelfde misrekening makend als zijn voorganger.[1][2]

Het was de Romeinse historicus, filosoof en geograaf van Griekse afkomst Strabo (ca 64 v.Chr.-19 n.Chr.), van wie een groot deel van onze kennis over voornoemde twee wetenschappers stamt. In de oudheid was het niet ongebruikelijk in wetenschappelijke verhandelingen kritiek te leveren op het werk van voorgangers. Zo moet Hipparchus onder andere het boek Tegen de Geografie van Eratosthenes geschreven hebben, waarnaar Strabo weer verwijst. Dat deed hij met zoveel details dat werk en ideeën van beide anderen eruit herleid kunnen worden.

In Boek II van zijn encyclopedie van de toenmalige bekende wereld, Geographika, geeft Strabo de tot dan toe opgebouwde kennis van onder andere meridianen weer. Verder geeft hij voor veel toen bekende steden een geografische lengte op basis van de meridiaan van Alexandrië.

Alexandrië en Ferro[bewerken]

De Grieks-Romeinse astronoom, wiskundige en geograaf Claudius Ptolemaeus (ca.90-168) schreef meerdere verhandelingen over uiteenlopende wetenschappelijke onderwerpen. Hij hanteerde deels een meridiaan van Alexandrië als nullijn,[3] maar nam ook de meridiaan van de "gezegende eilanden" over van de wiskundig-geograaf Marinus van Tyrus. Almagest is de eerste van de drie meest bekende werken van Ptolemaeus en zij gaat hoofdzakelijk over astronomie, maar het verwijst al naar zijn latere Geographia. In boek 2, sectie 13 van Almagest schrijft hij:

"[..] daar zullen we vermelden wat van elk van die steden de afstand in graden is [..] van de meridiaan door Alexandrië, ten oosten of westen gemeten langs de equator, want [Alexandrië] is de meridiaan waarvoor we de tijden van de posities [van hemellichamen] vaststellen."[4]
Wereldkaart (gereconstrueerd) van Ptolemaeus
Nuvola single chevron right.svg Zie Meridiaan van Ferro voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In deze Geographia, een rond het jaar 150 gemaakte atlas en verhandeling over de geografie, introduceerde Ptolemaeus echter een nieuwe nullijn, die net ten westen liep van wat de "fortunatae insulae" (gezegende eilanden) werd genoemd.[5] Voor deze eilanden, die in de Griekse mythologie ook met het paradijs werden geassocieerd, hebben meerdere eilanden(groepen) kandidaat gestaan, maar thans wordt algemeen aangenomen dat hiermee de Canarische eilanden bedoeld werden.
Reeds in de late Middeleeuwen en de Renaissance, toen een hernieuwde belangstelling ontstond voor het werk van Ptolemaeus, heeft men aangenomen dat hij de Canarische Eilanden bedoelde. De eerste drukkers van het werk van Ptolemaeus, aan het eind van de zestiende eeuw, meenden dat de Griekse geograaf specifiek het eiland Ferro bedoelde, daar dat het meest westelijke van die eilanden is. Zij moeten dan ook beschouwd worden als de naamgevers van de "meridiaan van Ferro". Deze nulmeridiaan is tot ver na deze periode in (algemeen) gebruik geweest en op sommige landkaarten zelfs tot in de éénentwintigste eeuw.

Renaissance en vroegmoderne tijd[bewerken]

Antwerpen[bewerken]

Wereldkaart van Mercator uit 1596, met een nulmeridiaan op 25° WL, ofwel langs het eiland Santa Maria

De Vlaamse cartograaf Gerardus Mercator gebruikte deels een meridiaan van Antwerpen, maar hanteerde ook nog die van Ferro en een door hem bedachte variant daarop: die van Santa Maria. Ook de Nederlandse arts en wiskundige Gemma Frisius, uitvinder van de driehoeksmeting als geografisch instrument, was met de meridiaan van Antwerpen bekend. In 1533 schreef hij:

[..] ende ic maeck van desen puncte wederom eenen circule, den welcken ick deyle byden Meridiaen, verschillende vanden Meridiaen van Antwerpen overal even verre, [..].[6]

Warschau, Sint-Petersburg en anderen[bewerken]

Andere cartografen gebruikten naast Ferro vaak referentielijnen door de hoofdstad van hun vaderland of door sterrenwachten die her en der werden gesticht, vanwege toenemende kennis, maar ook als uiting van nationale trots. Voorbeelden daarvan zijn de meridiaan van Toledo, die van Warschau, die door de Rundetaarn in Kopenhagen, en de meridiaan van het Pulkov Observatorium in Sint-Petersburg in Rusland.

Buiten Europa was de meridiaan van Ujjain vanaf de vierde eeuw in gebruik bij astronomen in India, doch dezen gebruikten haar uitsluitend als astronomisch ijkpunt voor de tijdmeting. In de twaalfde eeuw bedacht de Joods-Spaanse dichter en filosoof Juda Halevi het concept van een datumgrens als middel om te bepalen wie wanneer de sabbat diende te respecteren. Hij plaatste deze op 90° ten oosten van Jeruzalem, waarmee een meridiaan door die locatie wordt geïmpliceerd. De Orthodoxe Kerk berekent tegenwoordig nog de Paasdatum aan de hand van de maanstanden op de meridiaan van Jeruzalem.

Andere nullijnen waarop sommige (oude) kaarten hun geografische lengte hebben gebaseerd, zijn bijvoorbeeld die van Kyoto, Istanbul, Bern, Oradea en Athene.[7]

Magnetische meridiaan[bewerken]

Kaart van Afrika uit de Theatrum Orbis Terrarum van Abraham Ortelius uit 1571: meridiaan van Santa Maria

Het kompas, een Chinese uitvinding die Europa eind twaalfde eeuw bereikte, bleek al snel een uiterst nuttig instrument voor de scheepvaart. Dat de magnetische noord- of zuidpool, waarnaar een kompasnaald wijst, niet precies met de geografische polen overeenkomen, was in die tijd onbekend. Bovendien is deze afwijking in Europa niet bijzonder groot en betreft dit een periode waarin het instrument zelf nog niet van de hoogste kwaliteit was.
Begin zestiende eeuw was het kompas flink verbeterd en inmiddels zeilde men de Atlantische Oceaan over. Op een reis in westelijke richting neemt de afwijking van de magnetische met de geografische pool eerst sterk af, om daarna toe te nemen tot een veel groter verschil dan in Europa kan worden waargenomen. In die tijd ontstond het idee dat er een door de schepping ingegeven nulmeridiaan zou bestaan, die de magnetische polen met elkaar verbond en waarop men geen afwijking met de geografische polen zou waarnemen. De meridiaan van Santa Maria (Azoren) die door Mercator werd gehanteerd, was gebaseerd op deze gedachte, daar zij in het gebied lag waar geobserveerde kompasafwijkingen relatief klein waren.[8] Meerdere cartografen van de zestiende en zeventiende eeuw, zoals Abraham Ortelius en Jodocus Hondius, sloten zich bij hun voorganger aan en plaatsten de magnetische meridiaan in de Azoren, zij het op wisselende locaties.[2] Die plekken waren met name aan verandering onderhevig daar waarnemingen van de magnetische afwijking niet steeds dezelfde resultaten opleverden. In 1635 toonde de Engelse wiskundige Henry Gellibrand aan dat het aardmagnetisch veld niet statisch is en de magnetische polen daarom regelmatig iets verschuiven. Daarmee kwam goeddeels een eind aan het idee van de magnetische meridiaan.

Parijs[bewerken]

Een baak markeert de meridiaan van Parijs in het park Montsouris
Nuvola single chevron right.svg Zie Meridiaan van Parijs voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Hoewel Frankrijk nog in 1634 bij koninklijk decreet de meridiaan van Ferro als nationale standaard had vastgelegd, kregen nationalistische gevoelens ook hier de overhand. In 1666 gaf Lodewijk XIV van Frankrijk opdracht voor de bouw van een nieuw astronomisch observatorium. Eén van de hoofdtaken van deze instelling zou het nauwkeurig meten van lengtegraden moeten worden. Op midzomerdag 1667 tekenden leden van de Académie des Sciences de contouren van het observatorium in de grond, nabij de abdij van Port-Royal, toentertijd net buiten Parijs. De eminente astronoom Jean Picard trok daarop een noord-zuid georiënteerde lijn door het midden van de schets. Deze lijn zou een kleine 250 jaar door Franse zeelieden en cartografen als nulmeridiaan worden gebruikt.[9]
De Fransen waren vervolgens de eersten die het relatief nieuwe instrument van driehoeksmeting op grote schaal koppelden aan hun meridiaan, om daarmee heel Frankrijk op te meten en in kaart te brengen.

Greenwich[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Meridiaan van Greenwich voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De meridiaan van Greenwich is in 1685 berekend door de Engelse astronoom John Flamsteed. Flamsteed werd in 1675 door koning Karel II als eerste benoemd tot Astronomer Royal en daarmee was hij ook directeur van het Koninklijk Greenwich Observatorium, dat in 1676, 10 jaar na de Franse tegenhanger, werd geopend. Hierna is de meridiaan een paar maal iets naar het oosten verplaatst, om met George Biddell Airy in 1851 haar huidige positie te krijgen. Vanwege het belang van de zeevaart voor de natie legde het Observatorium van Greenwich zich onder andere toe op het publiceren van zeer nauwkeurige astronomische tabellen. Mede hierdoor werd de meridiaan van Greenwich eind negentiende eeuw door zo'n 70% van de internationale scheepvaart gebruikt.

Washington[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Meridiaan van Washington voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de Verenigde Staten suggereerde de architect Pierre Charles L’Enfant het instellen van een nulmeridiaan in de tijd dat hij het stadsplan voor de hoofdstad Washington D.C. ontwierp, in 1791. Tot de meridiaan van Washington kunnen zelfs vier referentiemeridianen gerekend worden. Die door het oude "Naval Observatory" in Washington was de meest gangbare en in 1850 kreeg zij een wettelijke basis voor landkaarten, waarbij die van Greenwich voor nautische doeleinden diende te worden gehanteerd.

Italië[bewerken]

Cartografen en zeelieden uit Italië hebben naast die van Ferro een meridiaan van Pisa en eentje van Genua gebruikt. Begin negentiende eeuw kregen deze concurrentie van het Capodimonte observatorium in Napels.[10] Van 1874 tot het midden van de twintigste eeuw is de meridiaan van Monte Mario officieel in gebruik geweest als referentielijn voor kaarten van dat land.[11] Het observatorium van Rome ligt op de heuvel Monte Mario, die zich iets ten noorden van Vaticaanstad bevindt, zodat deze nullijn ook door de tuinen van het Vaticaan loopt.[12] Na de internationale meridiaanconferentie hebben diverse Italiaanse functionarissen zich nog enige tijd ingespannen voor het internationaal hanteren van de meridiaan van Jeruzalem, in plaats van die van Greenwich.

De meridiaan krijgt een ander belang[bewerken]

Eén van de eerste kaarten van delen van Frankrijk die met behulp van triangulatie tot stand kwamen. De dunne lijnen geven aan waar de kustlijn zich vóór die metingen verondersteld werd te bevinden

De hierboven beschreven periode laat zich wellicht omschrijven als de "Gouden Eeuw" van de meridianen op het terrein van de zeevaart en de bijbehorende cartografie. Vanaf de achttiende eeuw traden er veranderingen op in het nut dat deze nullijnen hadden en de meest essentiële daarvan is de factor tijd. Met de komst van de chronometer werd navigatie op zee een stuk betrouwbaarder. Om daar lengtegraden mee te berekenen, hadden zeevaarders niet zozeer behoefte aan een geografische nullijn, als wel een ijkpunt in de tijd.
Nog lang nadat de meridiaan van Greenwich voor het eerst was ingesteld (in 1685) en op basis daarvan Greenwich Mean Time, was er in die plaats een verschil van 9 seconden met de tijd in centraal Londen en van wel 16 minuten met die in de havenstad Plymouth.[13] Door heel Engeland werden, net als overal ter wereld, lokale tijdrekeningen in stand gehouden en fervent verdedigd. In de tijd dat men zich te voet of per paard en wagen verplaatste, was dit op zijn best onhandig. Doch met de komst van de spoorwegen aan het begin van de negentiende eeuw werd het ronduit ondoenlijk. Hier was standaardisatie geboden, en daarmee een nulmeridiaan.
Daarnaast werden vanaf eind zeventiende eeuw in Europa, en later daarbuiten, projecten ondernomen om door middel van driehoeksmeting gebiedsdelen en zelfs hele landen op te meten en in kaart te brengen. Ook deze systemen hadden alle behoefte aan referentielijnen.

Amsterdam en Amersfoort[bewerken]

In Nederland heeft men de Westertoren te Amsterdam vroeger als referentie gebruikt, hoewel de meridiaan van Amsterdam oorspronkelijk werd vastgelegd in de sterrenwacht bovenop de "tempel van de Verlichting" Felix Meritis.[14] Van 1909 tot 1937 gold zij als ijkpunt bij het bepalen van de wettelijke Nederlandse tijd, die op 1 mei 1909 om middernacht in werking trad.[15] Later kreeg de Onze Lieve Vrouwetoren in Amersfoort een speciale betekenis: de spits van de toren is het referentiepunt en projectiecentrum van het Nederlandse stelsel van de Rijksdriehoeksmeting (RD), het officiële coördinatenstelsel van Nederland dat door het Kadaster onderhouden wordt. In 1960 werd bij de herziening van het RD-stelsel ervoor gekozen om de coördinaten van het referentiepunt de waarden x = 155 000 m en y = 463 000 te geven, waarmee de waarden op zowel de x-, als de y-as van kaarten uitsluitend in positieve getallen worden aangeduid. De waarden op de x-as lopen van 0 tot 300 km, die op de y-as van 300 tot 700 km waardoor er geen verwarring meer mogelijk is tussen x- en y-coordinaat. De oorsprong van het RD-assenstelsel ligt daarmee in de buurt van Parijs. Mede vanwege dit stelsel van oostwaarde en noordwaarde wordt de meridiaan van Amersfoort als zodanig niet meer genoemd, maar dat gebeurde vroeger wel.[16]

Naar een internationale standaard[bewerken]

De claim van "Greenwich", die lange tijd correct was
Nuvola single chevron right.svg Zie Internationale Meridiaanconferentie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nadat veel landen zich vanwege de tijdrekening over een nationale standaard hadden gebogen, volgde als vanzelf de wens om tot een internationale te komen. Daarnaast waren er wereldwijd mogelijk tientallen nulmeridianen in gebruik, waarbij sommige landen er zelfs vier, vijf of zes als "officieel" hadden aangemerkt. Tijdens meerdere internationale bijeenkomsten in de tweede helft van de negentiende eeuw werd op het instellen van een wereldstandaard aangedrongen.

In 1884 werd op uitnodiging van de Amerikaanse president de Internationale Meridiaanconferentie belegd, waarop een grote meerderheid van landen instemde met het gebruik van de meridiaan van Greenwich als internationale standaard. De Brazilianen en de Fransen onthielden zich van stemming en de laatsten bleven hun meridiaan (die van Parijs) gebruiken tot 1911/1914 voor wat betreft tijdrekening, respectievelijk navigatie. Hierna sloot ook Frankrijk zich aan bij de wereldstandaard.

Op deze conferentie werd ook besloten dat een dag 24 uur zou tellen, te beginnen om 0.00 uur, waarbij de tijd op de meridiaan van Greenwich leidend zou zijn en de internationale datumgrens dientengevolge op 180° kwam te liggen.

De IERS referentiemeridiaan[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie IERS referentiemeridiaan voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Technische ontwikkelingen binnen de geografische wetenschap hebben in de twintigste eeuw tot nieuwe wetenschappelijke inzichten geleid, zoals platentektoniek en de bepaling van de vorm en grootte van de aarde (geodesie). Hierdoor ontstond er behoefte aan een nieuw referentiemodel van de aarde. De exacte vorm van de aarde valt niet met een eenvoudig wiskundig model te beschrijven. Daarom wordt deze benaderd met een ellipsoïde die zo goed mogelijk op de aarde gepast wordt met een geodetisch datum. Voor metingen op het land worden nog veel lokale modellen gehanteerd, die soms beter aansluiten bij plaatselijke omstandigheden. Door ontwikkelingen in met name ruimtevaart, waarbij satellieten voor nieuwe meetresultaten zorgden, was een nieuwe wereldstandaard wenselijk. Vanaf de jaren '50 hebben diverse instanties bijgedragen aan het formuleren van een universele standaard voor plaatsbepaling op aarde, zoals het wetenschappelijke geodetisch coördinatensysteem ITRS en het meer toegankelijke WGS 84 dat gebruikt wordt door gps. Elk geodetisch systeem heeft een nulmeridiaan en die van het ITRS is de IERS referentiemeridiaan. Deze kwam in 1969 tot stand, op basis van metingen met behulp van het eerste satellietnavigatiesysteem (TRANSIT). Zij werd gekoppeld aan een voorganger van ITRS, waarvan men meende dat het aan de meridiaan van Greenwich was geijkt. Na metingen in het Observatorium van Greenwich echter, bleek zij 5,3 boogseconden meer naar het oosten te liggen, hetgeen zich op de breedtegraad van die plaats laat vertalen als een verschil van 102,5 meter. Deze wetenschappelijke meridiaan is in de laatste twee decennia van de twintigste eeuw door steeds meer organisaties als standaard geaccepteerd, waaronder de IERS, waarnaar zij thans genoemd wordt.

De standaardtijd wordt inmiddels met atoomklokken bepaald, maar door het invoeren van schrikkelsecondes wordt ervoor gezorgd dat deze synchroon blijft lopen met de aardrotatie en de middelbare zonnetijd in Greenwich.

Andere nullijnen[bewerken]

Dat er een wereldstandaard is, betekent niet dat zij op dit moment de enige gebruikte referentielijn is. Integendeel: er zijn er mogelijk honderden. Ieder geodetisch datum heeft een referentielijn en hoewel velen die van Greenwich hanteren, en in toenemende mate die van de IERS, kan op kaarten ook naar andere nulmeridianen gewezen worden. Wetenschappelijke publicaties en kenniscentra geven doorgaans voor zo'n geodetisch datum een omrekenmodel, waarmee zij aan het ITRS gekoppeld kan worden (coördinatentransformatie). Voor wereldwijde geodetische coördinatensystemen wordt vrijwel altijd een referentiemeridiaan door Geenwich gebruikt, maar de exacte ligging van deze meridiaan verschilt al snel een paar centimeter of zelfs een paar kilometer.

Nulmeridianen op andere hemellichamen[bewerken]

Net als op aarde is de keuze voor een nulmeridiaan op een ander hemellichaam in essentie een arbitraire. Voor de maan is een lijn gekozen midden door de zichtbare kant ervan. Zij passeert de inslagkrater "Bruce" op korte afstand. Op Mars loopt de referentielijn door de krater "Airy-0", die deel is van de naar George Biddell Airy (zie:Greenwich) genoemde krater Airy. Ook op andere manen, planeten en zelfs de zon zijn nulmeridianen gedefinieerd.

Fotogalerij[bewerken]

Trivia[bewerken]

  • Het boek Twintigduizend mijlen onder zee van Jules Verne dateert uit 1870, en in die tijd was de meridiaan van Greenwich nog geen wereldstandaard. De schrijver vraagt aan kapitein Nemo welke nulmeridiaan hij hanteert, om zo te achterhalen uit welk land de kapitein afkomstig is. Nemo trapt er echter niet in, hij noemt de meridiaan van Parijs omdat de schrijver uit Frankrijk komt.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Dit artikel is mede gebaseerd op talloze andere artikelen binnen Wikipedia, waarbij het artikel en:Prime Meridian een hoofdrol speelt.
  • (en) Avraham Ariel en Nora Ariel Berger, Plotting the Globe: Stories of Meridians, Parallels, And the International Date Line, Westport (Connetticut, VS), 2006.

  1. (en) American Prime Meridians, Geographical Review, april 1942.
  2. a b (en) A multiplicity of prime meridians, privésite van een Nieuw Zeelandse geograaf, geraadpleegd 24 juli 2013.
  3. (en) Almagest Ephemeris Calculator, een website van de universiteit van Utrecht, geraadpleegd 12 juni 2013.
  4. (en) O. A. W. Dilke, The Culmination of Greek Cartography in Ptolemy, via website Universiteit van Chicago, geraadpleegd 12 juni 2013.
  5. (en) Ptolemy (or Claudius Ptolemaeus), encyclopedia.com, geraadpleegd 12 juni 2013.
  6. Een nuttig en profijtelijk boekje voor alle geografen, Nederlandse commissie voor geodesie, december 1999, p 16.
  7. (en) The Glossary of the Mapping Sciences (1994), geraadpleegd via GoogleBooks, 3 juli 2013.
  8. (en) A.R.T. Jonkers, Parallel meridians: Diffusion and change in early modern oceanic reckoning, in Noord-Zuid in Oostindisch perspectief, Den Haag, 2005.
  9. (en) Paris meridian, blog op maritimeprofessional.com, geraadpleegd 5 juni 2013.
  10. (en) Grids & Datums - Italian Republic, asprs.org, geraadpleegd 22 juni 2013.
  11. (en) Datum: Monte Mario (Rome), GeoRepository.com, geraadpleegd 22 juni 2013.
  12. (en) Geographers use GPS to mark Italy's prime meridian in Vatican Gardens, CatholicNewsService.com, 23 februari 2007.
  13. (en) Ronald R. Thomas, The Legacy of Victorian Spectacle, gepubliceerd in: Christine L. Krueger (ed.), Functions of Victorian Culture at the Present Time, Athens (Ohio, VS), 2002. Geraadpleegd via GoogleBooks, 13 juni 2013.
  14. BETWEEN RHETORIC AND REALITY – INSTRUMENTAL PRACTICES AT THE ASTRONOMICAL OBSERVATORY OF THE AMSTERDAM SOCIETY ‘FELIX MERITIS’ 1786-1889, boekbespreking op felixmeritis225jaar.nl, geraadpleegd 16 juni 2013.
  15. Eenheid van tijd in Nederland, een website van de Universiteit van Utrecht, geraadpleegd 16 juni 2013.
  16. Een wetsontwerp uit 1966 ten aanzien van de overdracht van een deel van het Noordzeekanaal aan de gemeente Zaandam stelt: "De punten zijn uitgedrukt in coördinaten van de Rijksdriehoeksmeting (meridiaan van Amersfoort)." Zie: Koninklijke Boodschap, Ontwerp van Wet, online archief van de Koninklijke Bibliotheek, geraadpleegd 16 juni 2013.