Naar inhoud springen

Marineterrein (Amsterdam)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Marineterrein
Wijk van Amsterdam
Marineterrein (Amsterdam-Centrum)
Marineterrein
Kerngegevens
Gemeente Amsterdam
Stadsdeel Centrum
Coördinaten 52° 22 NB, 4° 55 OL
Oppervlakte 27 ha.  
Overig
Postcode(s) 1018
Website Officiële website
Foto('s)
De binnenzijde van het gebouw langs de Kattenburgerstraat
De binnenzijde van het gebouw langs de Kattenburgerstraat

Het Marineterrein, voorheen Marine Etablissement Amsterdam, is een voormalig militair terrein op Kattenburg aan de oostkant van het centrum van Amsterdam. Het terrein wordt begrensd door het Oosterdok aan westkant, de Kattenburgerstraat aan zuidoostkant en de Dijksgracht aan noordkant. Vanaf de noordwesthoek loopt de Commandantsbrug voor voetgangers en fietsers over de Dijksgracht.

Het Marineterrein was voorheen eigendom van de Koninklijke Marine en wordt nog steeds voor een deel gebruikt door onderdelen van de Nederlandse krijgsmacht. Daarnaast huizen er zo'n 50 organisaties op het publieke deel van het terrein. Het grootste deel van deze organisaties houdt zich bezig met innovatie en het oplossen van stedelijke vraagstukken, zoals het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions en Amsterdam Drone Lab. Ook zijn er onderwijsinstellingen gehuisvest.

De 17e-eeuwse toegangspoort tot het Marineterrein aan de Kattenburgerstraat, in 1970 aangewezen als rijksmonument

Van de oorspronkelijke gebouwen zijn er nog twee over. Het 17e-eeuwse poortgebouw aan Kattenburgerstraat 7, ontworpen door Daniël Stalpaert,[1] werd in 1970 aangewezen als rijksmonument.[2]

In 2025 werden vier gebouwen op het Marineterrein op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. Het betreft de voormalige scheepstimmerwerkplaats en drie gebouwen uit de jaren zestig van de 20e eeuw die gebruikt werden als officiersgebouw, commandementsgebouw en commandantswoning. De betreffende bouwwerken zijn gebouwd na de sloop van oude bebouwing ten behoeve van de aanleg van de IJtunnel. Onder de commandantswoning ligt een bunker die tijdens de Koude Oorlog bedoeld was om tijden van nood te dienen als verbindingsbunker voor de commandant voor communicatie met de buitenwereld. De aanwijzing als gemeentelijk monument was op aanvraag van de erfgoedvereniging Heemschut. Er is ook een aanvraag voor monumentale status voor de bunker, maar over de aanwijzing hiervan wordt later beslist.[3]

In 2001 werd op het terrein een depot gebouwd voor het Nederlands Scheepvaartmuseum naar ontwerp van Liesbeth van der Pol.

Marine Etablissement Amsterdam

[bewerken | brontekst bewerken]

Het terrein was vanaf 1655 in gebruik bij de Admiraliteit van Amsterdam en haar opvolger, de Koninklijke Marine.

De werven van de Admiraliteit van Amsterdam lagen aanvankelijk op Uilenburg, maar werden rond 1620 verplaatst naar Rapenburg en vervolgens rond 1655 naar de Oostelijke Eilanden. Op Kattenburg verrezen daartoe 's Lands Zeemagazijn (het huidige Scheepvaartmuseum) en een langgerekt werfgebouw. In 1791 brandde de werf vrijwel geheel af, waarna hij binnen twee jaar werd herbouwd.

Toen de Admiraliteit in 1795 werd opgeheven, werd het terrein eigendom van de marine. Vanaf 1795 werden steeds grotere schepen gebouwd, vanaf 1867 werd overgegaan op de bouw van ijzeren schepen. Schepen die hier zijn gebouwd zijn onder andere de Hollandia van Cornelis Tromp en de kanonneerboot van Jan van Speijk. Omdat de steeds groter wordende marineschepen de sluizen en bruggen op hun weg van en naar zee niet meer konden passeren werd 's Rijks Werf verplaatst naar Den Helder.

In 1915 werd de werf in Amsterdam gesloten en ging het complex verder als opleidingscentrum en goederenopslag onder de naam Marine Etablissement Amsterdam. Het water werd geleidelijk aan ingericht tot dok en deels gedempt. Tussen 1940 en 1945 was het complex in gebruik bij de Duitse bezetter.

Overzicht van het herbouwde Marine Etablissement, 1966

Vanaf 1962 werd het westelijke deel van het complex gesloopt voor de bouw van de IJtunnel. Een deel van het dok werd gedempt en er verschenen nieuwe panden ter vervanging van de oude bebouwing. Er werden ook eenheden van de Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marechaussee gevestigd. Tot 2005 was het Strategisch Verbindingsinlichtingen Centrum op het terrein gevestigd. Sinds 2005 is het Facilitair Steunpunt Amsterdam voor de krijgsmacht er gevestigd.

Herontwikkeling

[bewerken | brontekst bewerken]

Als gevolg van bezuinigingen besloot het Nederlandse ministerie van Defensie in 2011 het Marine Etablissement Amsterdam te verlaten en te verkopen.[4] Defensie en de gemeente Amsterdam gingen samen onderzoeken hoe het complex in de toekomst voor beide partijen op de beste manier kan worden gebruikt. In mei 2013 werd bekendgemaakt dat de Marine het complex stap voor stap gaat verlaten en dat het een openbare functie voor de stad gaat krijgen.[5] In 2013 legden het Rijk en de gemeente Amsterdam gezamenlijke uitgangspunten voor de ontwikkeling van het terrein vast in de strategienota Marineterrein. De bijbehorende bestuursovereenkomst werd in 2013 ondertekend. In 2015 werd een deel van het terrein – de Voorwerf – overgedragen aan het Rijksvastgoedbedrijf en begon de geleidelijke ontwikkeling van Marineterrein Amsterdam.

Plan voor nieuwe invulling

[bewerken | brontekst bewerken]

In 2016 en 2017 is onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het gebied, de toekomstige bestemming en hoe het op een flexibele manier ontwikkeld kan worden. Hieruit is de principenota Marineterrein voortgekomen. Op 18 juli 2017 heeft het College van B&W hierover een principebesluit genomen.[6] De gemeenteraad heeft op 31 oktober 2017 een motie van GroenLinks aangenomen over dit principebesluit.[7]

In de principenota staat dat het Marineterrein wordt ontwikkeld tot een toekomstbestendig stadskwartier waar open innovatie mogelijk is, met toegankelijke en flexibele werk- en ontmoetingsruimtes, bijzondere woonvormen, ruimte voor sport en recreatie, en groen. Na 2021 wordt er gestart met nieuwbouw. Een aantal gebouwen die nu op het terrein staan, zullen behouden blijven.

Volgens de plannen van 2017 wordt de helft van het Marineterrein openbaar recreatiegebied. 50 procent van het oppervlak, ongeveer de strook langs het water en rondom de binnenhaven van het Marineterrein, wordt publieke ruimte, met veel groen en mogelijkheden tot bewegen. Nieuwe fietsbruggen gaan een verbinding met de binnenstad vormen. De Voorwerf met grasvelden en oude bomen krijgt een parkbestemming.

De oostelijke helft is bestemd voor bebouwing. In de oude gebouwen komen vanaf 2018 eerst (tijdelijk) kennisinstellingen, creatievelingen, start-ups en andere technologiebedrijven, in afwachting van de definitieve herinrichting. Volgens de plannen van 2017 wordt in de toekomst circa de helft kantoorruimte, bestemd voor bedrijven van de nieuwe economie die hun onderzoeks- en ontwikkelingsafdelingen in de stad willen vestigen. Naar onderwijsinstellingen gaat 20 procent en nog eens 20 procent wordt woningbouw. De overige 10 procent krijgt een maatschappelijke functie.[8] De gemeente Amsterdam is beoogd koper van het Marineterrein.

Volgens het Plan van Uitgangspunten in 2021 wordt de maximum-bouwhoogte 40 meter, de meeste gebouwen worden tot circa 25 meter hoog. Het terrein gaat plek bieden voor wonen, werken en 'kennis'. Er komen 800 à 900 nieuwe woningen. Dit is minder dan de oorspronkelijk geplande 1400 woningen. De bouw gaat vanaf 2026 van start. Nog onduidelijk is of er een brugverbinding over het Oosterdok naar het NEMO Science Museum komt. Defensie behoudt uiteindelijk 10 procent van het gebied.[9]

Vanaf 5 januari 2015 begon de verhuizing van de voormalige bewoners in het eerste deel: het zuidelijke gedeelte. Deze zogenoemde Voorwerf ligt direct naast Het Scheepvaartmuseum, met het Poortgebouw aan de Kattenburgerstraat (nummer 7). Op 1 april 2015 ging de Voorwerf officieel open.[10] In jaren daarna trekt Defensie zich tot 2018 stapsgewijs grotendeels terug van het terrein. Naar verwachting blijft alleen de landelijke Dienst Personeelslogistiek Defensie (Werving en selectie) achter.

In januari 2016 werd een tweede gedeelte voor het publiek opengesteld, inclusief de 'blauwe poort'. Langs het water van het Oosterdok is nu een wandel- en fietsroute naar de Dijksgracht. In januari 2016 is er een fiets- en loopbrug (de 'Commandantsbrug') geopend over de Dijksgracht, ten oosten van horecagelegenheid Hanneke's Boom. Een fietsroute over het terrein geeft de Oostelijke Eilanden een extra verbinding met het Centraal Station.[11]

Op 2 juli 2018 zou Defensie de resterende gebouwen overdragen aan het Rijksvastgoedbedrijf. Vanaf dat moment zouden deze gebouwen tijdelijk gebruikt gaan worden voor niet-militaire functies. Het hek, dat nu nog het publieke en militaire deel van elkaar scheidt, zou in de loop van de opvolgende maanden verdwijnen.

Uiteindelijk is Defensie niet op de afgesproken datum vertrokken. Kort daarvoor kwam de wens om toch een deel van het terrein te blijven gebruiken vanwege strategische heroverwegingen. Defensie wou toch een steunpunt in het centrum van Amsterdam behouden. Overleg tussen Amsterdam en Defensie moest uitwijzen hoe de ontwikkelingen verder zullen gaan.[12]

De hoek van het Marineterrein naast het Scheepvaartmuseum, waar vroeger de woning van de commandant was. Vincent van Gogh woonde hier een jaar bij zijn oom (1877-'78).
  • Vincent van Gogh woonde een jaar (1877-'78) bij zijn oom in de commandantswoning
  • Ayaan Hirsi Ali was begin 2005 enige tijd op het Marine Etablissement gehuisvest toen zij wegens doodsbedreigingen moest onderduiken.
  • Het complex werd gebruikt voor vergaderingen van de Europese Unie toen Nederland gedurende de eerste helft van 2016 voorzitter was van de EU.[13]
  • Alan Lemmers Van werf tot facilitair complex: 350 jaar marinegeschiedenis op Kattenburg (2005) ISBN 90-71957-39-X
[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Marine Etablissement Amsterdam van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.