Jordaan (Amsterdam)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jordaan
Wijk van Amsterdam
Map NL - Amsterdam - Jordaan.png
Jordaan.svg
Kerngegevens
Gemeente Amsterdam
Stadsdeel Amsterdam-Centrum
Coördinaten 52° 22' NB, 4° 52' OL
Inwoners (2009) 18650
De Jordaan, gezien vanaf de Westertoren.
De Eerste Leliedwarssstraat met zicht op de Westertoren
De Gieterstraat
De hoek Bloemgracht / Prinsengracht. Het hoekhuis heeft een scherpe hoek doordat de Jordaangrachten scheef liggen ten opzichte van de Prinsengracht.
Huiszittenweduwenhof gebouwd in 1650, nu sociale-huurwoningen van woningcorporatie Ymere
De Bloemstraat in de Jordaan in 1902, met op de achtergrond de Westertoren, gefotografeerd door Jacob Olie.
Foto: bmz.amsterdam.nl
Om geld op te halen voor het opknappen van de Jordaan, wordt in 1949 midden in de Jordaan een kermis georganiseerd

De Jordaan is een wijk in het centrum van de Nederlandse stad Amsterdam. De grenzen van de Jordaan worden gevormd door het water van de Prinsengracht en de Lijnbaansgracht, de Brouwersgracht en de Leidsegracht. Sommigen houden het erop dat de zuidelijke grens niet bij de Leidsegracht ligt, maar iets noordelijker bij de Passeerdersgracht

Geschiedenis[bewerken]

Tot de 19e eeuw[bewerken]

Tijdens de bouw van de Jordaan in de eerste helft van de 17e eeuw heeft men het patroon van de oude poldersloten gevolgd. Dit in tegenstelling tot het patroon dat men volgde bij de aanleg van de grachtengordel (Herengracht, Keizersgracht en Prinsengracht). Daardoor staan de straten in de Jordaan vaak schuin op de overige straten en grachten. De Jordaan is met zijn kleine huisjes van oudsher een typische volksbuurt. Er waren veel ambachtslieden en kleine bedrijven gevestigd. Er zijn in de 17e eeuw ook enkele hofjes gebouwd die nu rijksmonument zijn, zoals het Huiszittenweduwenhof aan de Karthuizersstraat en het Hofje De Zeven Keurvorsten aan de Tuinstraat.

19e eeuw[bewerken]

Amsterdam kreeg in de loop van de 19e eeuw te maken met een groeiend proletariaat voor wie niet genoeg huisvesting was, als gevolg van een jarenlang geboorteoverschot en door sloop van bouwvallige panden uit vorige eeuwen. Zo ontstond een tekort aan goedkope woonruimte in oude en gebrekkige panden, waar de onderkant van de samenleving zich altijd mee beholpen had. Het gevolg was dat kelders, zolders en verdiepingen in de volksbuurten werden gesplitst, en binnenterreinen volgebouwd met sloppen. Op veel plaatsen in de Jordaan lagen tussen de huizen zogenaamde gangen. Deze uiterst smalle stegen gaven toegang tot de achter de huizenrij gelegen (vaak illegaal) bebouwde achtererven, waar de minstbedeelden in bouwvallige onderkomens woonden. De Jordaan was in de 19e eeuw de dichtstbevolkte en meest verpauperde buurt van Amsterdam. De schrijnendste situaties kwamen voor rondom de Goudsbloemgracht. Door de slechte conditie van de arbeidersgezinnen en de gebrekkige hygiënische omstandigheden braken regelmatig epidemieën uit. De verbetering van de volksgezondheid en de volkshuisvesting werden twee nauw verweven thema's in de grote steden.

Welgestelde Amsterdammers gingen zich halverwege de 19e eeuw druk maken om deze twee thema's. De eerste woningbouwvereniging van Nederland, de Vereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse te Amsterdam werd opgericht in 1852. Deze vereniging zonder winstoogmerk kocht krotten in de Jordaan op, sloopte alles en verving deze door degelijke en betaalbare arbeiderswoningen. Later volgden ook filantropische bouwmaatschappijen zoals Bouwmaatschappij Concordia NV, Bouwonderneming Jordaan NV en Woningmaatschappij Oud-Amsterdam NV. De oorsprong van de sociale woningbouw in Nederland ligt daarom in de Jordaan. Het aanzien van de Jordaan veranderde in de tweede helft van de 19e eeuw langzaam maar gestaag. Sociale spanningen als gevolg van armoede en werkloosheid bleven echter nog decennialang bestaan in de volkswijk.

Op 25 juli en 26 juli 1886 probeerde de politie bij de 'Zaterdagse Brug' over de Lindengracht het spelen van het verboden spel 'palingtrekken' te verhinderen. Daarbij ontstonden rellen die bekend werden onder de naam het Palingoproer. Bij die volksopstand in de Amsterdamse Jordaan vielen 25 doden.

20e eeuw[bewerken]

Het dempen van grachten, betere hygiëne en gezondheidszorg, betere woningen, buurtwerk en onderwijs hadden de leefomstandigheden in de Jordaan geleidelijk verbeterd, maar het bleef een wijk met veel armoede, werkloosheid en sociale problemen. Tijdens de crisisjaren ontstond op 4 juli 1934 het Jordaanoproer. Aanleiding tot de ongeregeldheden was de verlaging van de steunuitkeringen voor werklozen door de regering-Colijn. Bij het neerslaan van het oproer door politie en leger vielen er in Amsterdam vijf doden.

Een belangrijke vooruitgang in de wijk was de aanleg van drinkwaterleidingen en riolering. In die periode kregen mensen ook normale wc's en verdween de poeptonnenkar, ook wel spottend de boldootkar genoemd, eind 1934 definitief uit het straatbeeld van de Jordaan.

Na de Tweede Wereldoorlog waren grote delen van de Jordaan nog steeds in slechte staat, omdat er eeuwenlang panden waren gebouwd die circa 50 jaar moesten meegaan, en daarom niet grondig waren gefundeerd. In de jaren vijftig werden plannen gemaakt voor grootschalige sloop en nieuwbouw. Op enig draagvlak konden die plannen echter niet rekenen, dus werd de stadsvernieuwing die al decennialang aan de gang was in de Jordaan, toch voortgezet binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur. Daaraan was wel een rumoerige periode van protest voorafgegaan van Amsterdammers die zich zorgen maakten over het verloren gaan van de historische binnenstad.

Vanaf de jaren 1960 was er veel gerestaureerd. Monumenten waren vaak deels met subsidie in oude staat teruggebracht, onherstelbare bouwvallen en 'onbewoonbaar verklaarde woningen' afgebroken en de door verwaarlozing ontstane gaten waren gedicht met nieuwbouw, zoals dat al decennialang gebeurde.

Ook de trek van gezinnen uit de Jordaan naar andere wijken of plaatsen bleef aanhouden. De bestaande woningen en ook de nieuwbouw in de Jordaan bleven namelijk klein, terwijl de behoefte aan meer ruimte in en om het huis (zoals een tuin) bij de bevolking toenam. Veel Jordanezen verkozen daarom ruimere nieuwbouw aan de rand van Amsterdam (zoals de Westelijke Tuinsteden of Amsterdam-Noord) of zelfs daarbuiten (zoals Purmerend en Almere), en keerden niet meer terug.

Wat vanaf de jaren zeventig veranderde, was dat de plekken die de weggetrokken gezinnen achterlieten, niet meer werden ingenomen door andere gezinnen, maar steeds meer door jongeren, studenten en alleenstaanden die het karakter van de Jordaan, met de kleine woningen aan smalle straatjes, met cafés en winkeltjes, wisten te waarderen.

Aan het einde van de 20e eeuw werd het hip om in de Jordaan te wonen. De meeste ambachtelijke bedrijven, fabrieken en werkplaatsen zijn in de 20e eeuw vervangen door woningen en winkels.

21e eeuw[bewerken]

De Jordaan telt anno 2011 circa 12.670 woningen, die bijna 19.000 bewoners huisvesten. Het zijn voornamelijk kleine etagewoningen, hoofdzakelijk gebouwd in de 19e eeuw of tijdens de stadsvernieuwing van de jaren 70 en '80 van de 20e eeuw. Achter 69% van de voordeuren is een eenpersoonshuishouden gevestigd.[1] Slechts 13% van de huishoudens heeft inwonende kinderen. 63% van de huishoudens wordt gerekend tot de middeninkomens of hoge inkomensklasse. 23% van de woningen in de Jordaan is gekocht door de eigen bewoners. De overige 77% huurt de woning, veelal van een woningcorporatie.[2]

Door de omvangrijke historie met actieve woningbouwverenigingen in deze wijk is nu ruim 1 op de 4 woningen een sociale-huurwoning die wordt verhuurd door woningcorporatie Ymere, de rechtsopvolger van het Gemeentelijk Woningbedrijf Amsterdam en veel Amsterdamse woningbouwverenigingen.[3]

Nederlands Openluchtmuseum[bewerken]

De huisjes aan één van de laatste gangen, de Pottenbakkersgang bij de Westerstraat (nrs. 216-226), werden gedemonteerd en opnieuw opgebouwd in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem. Deze laatste nog overgebleven inpandige krotwoningen werden tot 2002 nog bewoond, maar moesten daarna plaats maken voor nieuwbouw. Op 3 april 2012 werd de Jordaan in het Openluchtmuseum officieel geopend. In het complex zijn ondergebracht een Jordaancafé, een postagentschap en een Turkenpension. Het project is gefinancierd door de Bankgiroloterij.

De naam Jordaan[bewerken]

Er zijn meerdere theorieën over het ontstaan van de naam Jordaan. Toen de Jordaan gebouwd werd, kreeg het de naam 'Het Nieuwe Werck'. Pas in 1718 duikt de naam 'Jordaan' voor de eerste keer op in een gedicht van Robert Hennebo genaamd "Lof der Jenever". Met de naam 'Jordaan' bedoelde men de Prinsengracht. Er volgen nog meer voorbeelden in 1719 en 1720, 1724 enz. Vanaf 1733 wordt de buurt in teksten als Jordaan aangeduid. Men spreekt dan van "de buurt achter de Jordaan" (Prinsengracht). Men verwees daarbij ook naar het Franzenpad; de latere Goudsbloemgracht, die na de demping in 1857 Willem(s)straat werd gedoopt, naar Koning Willem I

Een andere theorie is dat na de komst van Franse hugenoten, of tijdens de Franse tijd in Nederland, de naam Jordaan werd afgeleid van het Franse woord jardin ("tuin") wegens de vele bloemennamen van de straten en grachten in de Jordaan. Er is geen publicatie bekend die dat aantoont.

Mogelijk zou de naam "Jordaan" zijn afgeleid van de Jordanne, een riviertje in het Massif Central (Aurillac) waar een groep immigranten vandaan kwam. Er zou een familie hebben gewoond die de naam "Jourdain" droeg. Bovendien was er een "gang" of steeg die de Jordaens-Jordanengang genoemd werd. Misschien is de naam Jordaan ontstaan na verbastering van het woord "jurisdictie" tot "jordiks", een verwijzing naar het gebied dat tegen de oude stadswallen aan lag, voordat het Nieuwe Werck (Jordaan) werd gebouwd. Ook denkt men aan een verband met de sterke Doopsgezinde gemeente, die rond 1650 de doop verrichtte zoals Johannes de Doper dat deed in de Bijbelse Jordaan (Matt.3.)

De meest waarschijnlijk geachte verklaring is die van de Prinsengracht als de rivier de Jordaan, waarna de naam is overgesprongen op de buurt erachter. De Bijbelse notie dat men de Jordaan niet mag oversteken werd dan spottend toegepast op de Prinsengracht: iemand uit de rijke burgerij zou deze nimmer oversteken om in de armelijke buurt daarachter te komen.[4]

Grachten[bewerken]

In de Jordaan waren elf grachten: van noord naar zuid: Palmgracht, Goudsbloemgracht, Lindengracht, Anjeliersgracht, Egelantiersgracht, Bloemgracht, Rozengracht, Lauriergracht, Elandsgracht, Looiersgracht en Passeerdersgracht. De Leliegracht grenst aan de Jordaan en heeft weliswaar een bloemennaam, maar behoort niet tot de eigenlijke Jordaangrachten.

Na 1857 werd de Goudsbloemgracht gedempt; de Anjeliersgracht in 1861, de Elandsgracht in 1891 en de Rozengracht in 1889. De Lindengracht en de Palmgracht werden in 1895 gedempt. Redenen voor demping waren de slechte waterkwaliteit en de noodzaak ruimte te scheppen voor het toenemende verkeer. De Anjeliersgracht kreeg na de demping de naam Westerstraat. De Rozengracht werd een belangrijke (tram)verbinding tussen het centrum en de wijken ten westen van de Singelgracht. Sindsdien zijn er diverse plannen geweest om grachten te ontdempen, maar deze leidden tot veel verzet van winkeliers en markthandelaren.

Markten[bewerken]

In de Jordaan zijn diverse markten zoals de Westerstraatmarkt en de markten op de Lindengracht en de Noordermarkt.

Openbaar vervoer[bewerken]

De tramlijnen 13, 14 en 17 rijden over de Rozengracht door de Jordaan.

Beroemde Jordanezen[bewerken]

  • Rembrandt van Rijn. Nadat de wereldberoemde schilder in 1655 bankroet ging verkocht hij zijn woning in de toenmalige Breestraat, nu Jodenbreestraat, en betrok een huurwoning aan de Rozengracht in de Jordaan, waar hij woonde tot hij in 1669 overleed. Een gevelsteen in het huidige huis op Rozengracht 184 herinnert aan zijn voormalige woning. De steen werd in 1919 bij de herdenking van zijn 250ste sterfdag aangebracht.
  • Jan Klaassen, poppenkastfiguur gebaseerd op de 17e-eeuwse inwoner van de Jordaan Jan Klaassen, echtgenoot van Katrijn Pieters. 
  • Jan Bouman, de 18e eeuwse aannemer/architect.
  • Theo Thijssen en Jan Ligthart, twee eind 19e eeuw in de Jordaan geboren volksjongens, die beiden beroemde pedagogen werden. Aan de eerste, behalve pedagoog ook een groot schrijver, is in de Jordaan een klein museum gewijd. Een bronzen standbeeld te zijner ere staat op de Lindengracht bij de Prinsengracht. Aan de Lindengracht 83-85 ligt het, naar de onderwijsvernieuwer vernoemde, Jan Ligtharthuis.
  • Johan Frinsel sr., schrijver/prediker, geboren en getogen in de Jordaan.
  • René Froger, zanger, geboren in de Jordaan.
  • Danny de Munk, zanger, geboren en getogen in de Jordaan.
  • Willem Holleeder, kreeg bekendheid als een van de ontvoerders van biermagnaat Freddy Heineken, geboren in de Jordaan.
  • Dikke Dennis, zanger en mascotte van Peter Pan Speedrock heeft een tatoeagewinkel genaamd 666 in de Jordaan.
  • Hans Liberg, Nederlands musicoloog en cabaretier, geboren in de Jordaan.
  • Koos Alberts, zanger, geboren en getogen in de Jordaan.

Muziek[bewerken]

Tegen de achtergrond van schrijnende armoede ontstond een geromantiseerd beeld van opgewekte solidariteit tussen de kinderrijke en kleinbehuisde Jordanese families. Die saamhorigheid spreekt ook uit de liederen in het Jordaanrepertoire, waarin men de grote liefde voor de buurt, Mokum en de Ouwe Wester bezingt. Daarnaast klinkt in het Jordanese lied vaak de liefde voor het Italiaanse belcanto door. In de 20e eeuw bracht de Jordaan vele muzikale talenten voort, zoals accordeonvirtuoos Johnny Meijer en zangers met een typisch 'Mokums' stemgeluid, zoals volkszangers Johnny Jordaan, zijn neef Willy Alberti, zanger/bassist Manke Nelis en de zangeres Tante Leen. Aan de rand van de Jordaan bij de hoek van de Prinsengracht en de Elandsgracht staan op het Johnny Jordaanplein de bronzen standbeelden van Johnny Jordaan, Tante Leen, Johnny Meijer en Manke Nelis.

Canon van Amsterdam[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bron

  • Woningbouw voor arbeiders in het 19e-eeuwse Amsterdam, Carol Schade, Amsterdam 1981
  • Van Amsterdamse Huize, ontwikkeling en identiteit van het Woningbedrijf Amsterdam, Frank Smit, Woningbedrijf Amsterdam, 1993

Noten

  1. Wijkinformatie Ymere/ Centraal Bureau voor de Statistiek
  2. Dienst Onderzoek en Statistiek gemeente Amsterdam
  3. Buurtvisie Jordaan woningcorporatie Ymere
  4. Er heeft een onderzoek van de Gemeente Amsterdam plaatsgevonden door de Commissie Heemkennis Amsterdam 1959, genaamd "De Amsterdamse Jordaan. Een onderzoek naar de oorsprong van de naam" door J.Z. Kannegieter.