V&D

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Actuele gebeurtenis In dit artikel wordt een actuele gebeurtenis beschreven.
De informatie op deze pagina kan daardoor snel veranderen of inmiddels verouderd zijn.
V&D B.V.
V&D
Het V&D-filiaal aan de Grote Houtstraat te Haarlem van 'huisarchitect' Jan Kuijt.
Het V&D-filiaal aan de Grote Houtstraat te Haarlem van 'huisarchitect' Jan Kuijt.
Onderdeel van V&D Holding B.V. (failliet)
Onderdeel sinds 2010
Oprichting 1887
Oprichter Willem Vroom en Anton Dreesmann
Hoofdkantoor Amsterdam, Nederland
Sector detailhandel
Website http://www.vd.nl/
Portaal  Portaalicoon   Economie

V&D, voor 2007 bekend als Vroom & Dreesmann, is een failliete keten van warenhuizen in Nederland. V&D werd in 1887 opgericht door Willem Vroom (1850-1925) en Anton Dreesmann (1854-1934). Het eerste filiaal bevond zich aan de Weesperstraat in Amsterdam. V&D Group Holding B.V. bestaat uit V&D, met 62 vestigingen, en restaurantketen La Place B.V. Sun Capital Partners is sinds 2010 eigenaar van de V&D holding.

Op 31 december 2015 werden de holding, V&D B.V. en La Place B.V. failliet verklaard.[1] Via internet zijn geen spullen meer te koop. De winkels blijven vooralsnog open, in afwachting van een mogelijke overname of doorstart.[2] Het concern telt ongeveer 10.300 werknemers.

De V&D-warenhuizen verkopen onder meer kleding, schoenen, juwelen, horloges, brillen, cosmetica, boeken, kantoorbenodigdheden en delicatessen. De grotere vestigingen verkopen bakkerswaren. V&D werkt ook met een shop-in-shopformule, onder andere (voorheen) Dixons.

Geschiedenis[bewerken]

Samenwerking Willem Vroom en Anton Dreesmann[bewerken]

Aan het einde van de 19e eeuw waren Willem Vroom en Anton Dreesmann twee succesvolle zakenlieden in Amsterdam. Beiden hadden manufacturenzaken en waren streng rooms-katholiek. Via een neef maakte Vroom kennis met Dreesmann. Ze raakten bevriend en werden zakenpartners.[3] Vroom trouwde in 1883 met Cisca Tombrock, een zuster van Helena Tombrock, de vrouw van Dreesmann, waardoor de zakenpartners dus zwagers werden.

Dreesmann, en later ook Vroom, gebruikte in zijn winkel een voor die tijd ongebruikelijke strategie: lage en vaste prijzen tegen contante betaling. In die tijd was het namelijk gebruikelijk dat men altijd korting kreeg en op rekening kocht.

Aanvankelijk werkten Vroom en Dreesmann alleen samen op het gebied van inkopen, maar in 1887 leidde dit tot een verregaande samenwerking en op 15 april dat jaar tot de oprichting van het bedrijf Vroom & Dreesmann "De Zon".[4] Omdat Vroom de oudste van de twee was, kwam zijn naam vooraan te staan. Hun eerste gemeenschappelijke zaak werd op zaterdag 21 mei 1887 geopend aan de Weesperstraat 70 in Amsterdam. Dreesmann leverde het geld. Er kwam drie man personeel en Dreesmanns jongere broer Nicolaas werd bedrijfsleider. Vroom hield zich vooral bezig met de financiële zaken en de administratie, terwijl Dreesmann voornamelijk de inkoop en verkoop leidde. Aan de plaatselijke Vijzelgracht 21 werd op 27 april 1889 een tweede vestiging geopend met zes personeelsleden.

Naast de twee gezamenlijke zaken had Vroom in Amsterdam nog een eigen manufacturenwinkel en Dreesmann zelfs twee. Dat gaf problemen bij de verdeling van de gezamenlijk ingekochte goederen. Om die op te lossen, werd besloten om ook hun eigen winkels bij elkaar onder te brengen. Hiervoor werd eind 1889 een nieuwe overeenkomst opgesteld, die op 1 januari 1890 van kracht werd.[4]

De zwagers verkochten manufacturen tegen een redelijke prijs. De winst was laag en om die te verhogen, werden er extra winkels geopend.[3] Aangezien ze meenden dat de markt in Amsterdam voor hen verzadigd was, zochten ze hun toevlucht buiten de stadsgrenzen. De eerste vestiging buiten Amsterdam kwam in 1892 aan de Binnenweg in Rotterdam. Een jaar later volgde een filiaal aan de Spuistraat in Den Haag. In hoog tempo werden nieuwe vestigingen geopend: Nijmegen (1895), Arnhem (1896), Haarlem (1896), Utrecht (1898), Den Bosch (1899), Tilburg (1899), Breda (1901), Leeuwarden (1902)[4], Delft (1904), Deventer (1905) en Maastricht (1907).[3] Het hebben van veel filialen, met hetzelfde assortiment, was voor Vroom en Dreesmann belangrijk om bij de gezamenlijke inkoop een zo laag mogelijke inkoopprijs te kunnen bedingen.

De filialen werden door de zwagers Vroom en Dreesmann opgezet, die vervolgens een familielid bereid vonden de dagelijkse leiding ervan op zich te nemen of winkels van familieleden die al via V&D inkochten, werden volledig in de organisatie opgenomen. In de jaren 1905-1912 werden vanuit bestaande zaken nieuwe filialen geopend. Zo opende bijvoorbeeld de vestiging in Nijmegen nieuwe zaken in Venlo (1912) en Tiel en die in Den Bosch deed dat in Helmond en Eindhoven (1908).[4]

Door de snelle groei van het bedrijf werden ook de financiële risico's groter. Om die reden werd het privévermogen van de aandeelhouders gesplitst van het bedrijfskapitaal. Hiervoor werd op 23 mei 1905 de Naamloze Vennootschap Amsterdamse Manufacturenhandel van Vroom & Dreesmann opgericht. Willem Vroom en Anton Dreesmann waren de enige aandeelhouders. De aandelen, met een maatschappelijk kapitaal van 600.000 gulden, waren gelijk verdeeld. Vervolgens werden ook de afzonderlijke filialen verdeeld in naamloze vennootschappen.[4]

De beide ondernemers woonden al snel met hun families in panden aan de Amsterdamse grachten. In de nieuwe filialen kwamen voornamelijk katholieke familieleden aan het roer te staan. Een mannelijk familielid kreeg een opleiding bij Dreesmann en daarna een aanbod om een eigen filiaal te leiden. Zij kregen dan de helft van de aandelen, om ook financiële verbondenheid met de eigen vestiging te krijgen. De andere helft werd gelijk verdeeld onder Willem Vroom en Anton Dreesmann. De verschillende N.V.'s waren allemaal onafhankelijk. Desondanks was de medezeggenschap en invloed van de oprichters Vroom en Dreesmann in het reilen en zeilen van de onderneming aanzienlijk. Toen het bedrijf in 1912 25 jaar bestond, waren er al 22 zaken.[3] Er werden nu ook gordijnen, meubels, vloerkleden en bedden verkocht. De vestiging aan de Kalverstraat in Amsterdam geldt als het eerste echte warenhuis van Nederland. Het is ook het eerste met liften en roltrap en werd op 4 oktober 1912 geopend, naar een ontwerp van de Nederlandse architect F.M.J. Caron.

Internaten[bewerken]

Een neveneffect van het personeelsbeleid van V&D was het ontstaan van internaten binnen de vestigingen. Vroom & Dreesmann kon op die manier zijn personeel ook buiten werktijd in de gaten houden, waarbij ook het kerkbezoek aan de orde was. V&D kreeg op deze manier een goede naam onder katholieke families en een toestroom van katholieke medewerkers.

Periode Bernard Vroom en Willem Dreesmann[bewerken]

In 1919 traden Willem Vroom en Anton Dreesmann terug en werden opgevolgd door hun oudste zonen Bernard Vroom (1884-1961) en Willem Dreesmann (1885-1954). Een jaar later volgde een filiaal in Heerlen en werd het centraal inkoopkantoor gehuisvest aan de Amsterdamse Prinsengracht 303-307. In 1921 werd een filiaal in Alkmaar geopend. De administratie werd in 1930 gevestigd aan de Keizersgracht 216, eveneens te Amsterdam. Er werd een fonds voor het personeel opgericht, waaruit bijdrages werden betaald bij bijvoorbeeld invaliditeit en overlijden.[4]

De warenhuisketen ging zelf steeds vaker nieuwbouw uitvoeren, waarvoor bekende architecten als J. Kuijt, de gebroeders Kraaijvanger en opnieuw Caron werden aangetrokken. De gebouwen kregen een erg moderne uitstraling. Zo werden de etalages 's avonds verlicht.[3] Zowel Kuijt als Caron golden als 'huisarchitect' van Vroom & Dreesmann. Verder werden filialen geopend in onder andere Vlissingen (1925), Apeldoorn (1926), Dordrecht (1931), Amersfoort (1934) en Enschede (1939).

Door de Duitse bezettingsmacht werden in de Tweede Wereldoorlog veel van de warenhuizen gesloten. De vestigingen in Nijmegen, Middelburg, Arnhem en Rotterdam werden verwoest door oorlogsgeweld. Na de oorlog werden die herbouwd.

In 1948 werd de Coöperatieve Handelsonderneming Vroom & Dreesmann Nederland opgericht. Een gevolg hiervan was dat de centrale inkoop niet meer door de directie gedaan werd, maar door hiervoor speciaal aangestelde experts en er kwam een vijf leden tellende hoofddirectie. Afgesproken werd dat altijd een nazaat van Willem Vroom en Anton Dreesmann een plek in het hoofdbestuur zou krijgen.[4] Bernard Vroom werd bijvoorbeeld meteen voorzitter van V&D Nederland.[5] Aan de tweehoofdige leiding van hun afstammelingen was echter een einde gekomen.

In de jaren vijftig kregen de meeste middelgrote Nederlandse steden een eigen Vroom & Dreesmann. Zo werd onder andere een filiaal geopend in Bergen op Zoom. Ze kregen zelfbediening en het assortiment werd opnieuw groter; met onder meer grammofoonplaten, sport- en drogisterijartikelen.

Pas in 1958 kreeg Groningen als laatste grote stad van Nederland zijn eerste vestiging van Vroom & Dreesmann. Belangrijkste reden was dat een broer van Willem Vroom en later tevens de zoon van zijn broer er een eigen manufacturenwinkel opna hielden en hij hen geen concurrentie aan wilde doen. Evenmin wilden de Groningse familieleden toetreden tot de keten. Wederopbouwproblemen na de oorlog deden de rest. Uiteindelijk werd het de 42e vestiging van Vroom & Dreesmann.[6] Ook in de jaren zestig en zeventig ging de groei gestaag door.[3] Er werden filialen geopend in onder andere Den Haag Leyweg (1960), Emmen (1965), Roosendaal (1965), Vlaardingen (1969), Amstelveen (1971), Haarlem Schalkwijk (1971), Eindhoven Station (1971-1989) (in 1974 hernoemd naar Vendomus), Leidschendam (1971), Oss (1972) en Rotterdam Zuidplein (1972).

In de jaren zestig heeft Vroom & Dreesmann de kleinere warenhuisversie Vendet geopend. Dit waren winkels in de kleine en middelgrote steden, die minder geschikt waren om een echt warenhuis te vestigen.[7] In de Vendet-winkels werd een deel van het Vroom & Dreesmann-assortiment verkocht, bestaande uit een kwart food en een driekwart non-foodproducten. Vendet-winkels zaten in onder andere Tilburg - Westermarkt (1963), Den Haag - Hengelolaan (1965), Voorburg (1968), Delft - W.C. In de Hoven (1971), Utrecht Overvecht (1971), Assen (1973), Eindhoven - W.C. Woensel (1974), Waalwijk (1975), Valkenswaard (1977), Ede (1977), Doetinchem (1980), Oosterhout, Hoogezand, Winschoten, Uden, Groningen - W.C. Paddepoel, Nijmegen - W.C. Dukenburg (1976).

Periode Vendex International[bewerken]

Vanaf 1971 werd kleinzoon Anton Dreesmann directeur van de warenhuisketen. De twintig NV's waaruit het bedrijf bestond, werden in 1982 door hem ondergebracht in het grote conglomeraat Vendex International, bestaande uit aan V&D gelieerde bedrijven en merken.

In 1987 werd in Leiden onder grote belangstelling het honderdjarig bestaan van V&D gevierd voor alle betrokken familieleden. De resultaten dat jaar waren minder feestelijk: het verlies van V&D over het boekjaar 1987/1988 bedroeg 36 miljoen gulden. Rampzalig was dat niet. Vendex International maakte in dezelfde periode namelijk nog 226 miljoen gulden winst.[8] Per 1 januari 1988 werd Anton Dreesmann formeel opgevolgd door Arie van der Zwan, maar wegens ziekte van Dreesmann nam hij enkele maanden eerder al het heft in handen. Hij begon met een vergelijking te maken tussen V&D, HEMA en De Bijenkorf en concludeerde dat de omzet van V&D te laag was en er te veel personeel rondliep.[9] Van der Zwan legde een plan op tafel om 2100 personeelsleden te ontslaan, waarvan 1400 gedwongen. De raad van commissarissen ging in juni 1988 unaniem akkoord, maar Anton Dreesmann noemde het ontslag asociaal en hield het tegen.[9] Van der Zwan vertrok in februari 1989.

Rond 1995 werd Vendex International beursgenoteerd en konden de familieleden hun aandelen verkopen. In 1997 werd het gesplitst in detailhandelsbedrijf Vendex en dienstenbedrijf Vedior.

Fusie tot Maxeda en verkoop[bewerken]

In 1998 fuseerde Vendex met Koninklijke Bijenkorf Beheer (KBB) tot Vendex KBB (later Maxeda). In 2005 werd het vastgoed voor 1,4 miljard euro verkocht en teruggehuurd. Het leverde Vendex KBB uiteindelijk 618 miljoen euro winst op.[10]

Rond 2003 vond een restyling plaats door binnenhuisarchitect Jan des Bouvrie van zeven vestigingen. De filialen kregen meer kleur en werden minder vol. Hier en daar kwamen zitjes. Doordat een omzetstijging uitbleef, is het daarbij gebleven.[11] Vanaf 2007 vond een algehele vernieuwing plaats en werd het filiaal aan de Amsterdamse Kalverstraat officieel heropend.[12] In de periode tot aan 2011 werden ook de andere winkels opnieuw ingericht. De naam Vroom & Dreesmann wordt sindsdien door de firma niet meer gebruikt, alleen de afkorting V&D.

V&D bleef nieuwe filialen openen: Zoetermeer (1993) (overname van failliete warenhuis Ter Meulen)[13], Rotterdam Oosterhof (1993) (overname van Ter Meulen)[14], Almere (1993) (overname van Ter Meulen), Ede (1998), Naaldwijk (1998), Hellevoetsluis (2001), Meppel (2003), Gorinchem (2003), Doetinchem (2007) (overname van Warenhuis Huls)[15] en opnieuw Venlo (2008). In 2008 werd begonnen met een webwinkel, volgens veel critici te laat.

In 2010 werd de V&D-holding, inclusief La Place B.V., door eigenaar Maxeda verkocht aan Sun Capital Partners. V&D kon zijn strategie voortzetten en de keten La Place B.V. zou in ieder geval nog drie jaar bij de V&D-holding blijven horen.[16] Ook deze eigenaar ging door met het openen van nieuwe vestigingen: Vlaardingen (2013) en Uden (2015).

De V&D-holding boekte in 2012 een verlies van 19 miljoen euro.[17] In januari 2013 werd Jacob de Jonge als CEO binnengehaald, als opvolger van de Brit Mark McKeon. De Jonge wilde in de V&D-warenhuizen de A-merken meer op de voorgrond plaatsen en wilde daarvoor tweehonderd merken in zijn winkels introduceren. "Lucht, licht en vernieuwing", vatte De Jonge begin mei 2014 zijn strategie samen.[18] Alle V&D-warenhuizen zouden een facelift krijgen. Die in de Amsterdamse Kalverstraat liet hij alvast voor twee miljoen euro herinrichten. Per 1 augustus 2014 vertrok hij alweer als CEO.[19] De Jonge werd tijdelijk opgevolgd door de Amerikaan Don Roach, afkomstig van Sun Capital en al commissaris bij V&D.

Onder John van der Ent[bewerken]

John van der Ent volgde per 1 maart 2015 Roach op als bestuursvoorzitter. Onder Van der Ents leiding verschoof de aandacht weer naar huismerken.[20] Met mediagiganten Sanoma en SBS werden in april 2015 afspraken gemaakt over het introduceren van live events in de warenhuizen. Vijftien vestigingen gingen meedoen.[21] Een maand later gaf V&D aan zich meer te willen richten op vrouwelijke klanten en de plaatselijke bedrijfleiders zouden meer invloed krijgen op de inkoop. Het concern wilde de collecties vaker gaan vernieuwen en meer gaan samenwerken met fashionbloggers. Ook kwam er een proef om in de warenhuizen met iPads online te bestellen. Verder wilde V&D met yogaworkshops klanten trekken.[22]

Crisis[bewerken]

Over 2013 maakte V&D 42 miljoen euro verlies op een omzet van 619 miljoen euro.[23] In 2014 was dat 49 miljoen euro op een omzet van 604 miljoen euro.[24] De banken gaven op 12 december 2014 aan dat de rekening-courant faciliteit verminderd zou worden van 42,5 miljoen euro naar ruim 2 miljoen euro en op 9 februari moest een bedrag van 35 miljoen euro aan de leveranciers betaald worden, waarvoor geen krediet beschikbaar was. Na overleg met de banken werd de kredietmogelijkheid tot 31 januari 2015 alsnog vastgesteld op 22,5 miljoen euro. V&D meldde op 19 januari 2015 50 van de 450 medewerkers van het servicecentrum in Amsterdam te ontslaan.[23]

In de eerste maanden van 2015 kwam de leiding van V&D ook in botsing met haar verhuurders en personeel. Vanwege de jarenlange verliezen wilde V&D het salaris van het personeel met 5,8% korten. De vakbonden FNV en CNV maakten daar met succes bezwaar tegen bij de rechtbank.[25] Vanwege de liquiditeitsproblemen eiste de winkelketen in een schrijven van 19 januari 2015 van haar verhuurders een huurvrije periode van vier maanden, beginnend in februari en eindigend in mei 2015.[26] Daarnaast was er een plan voor een structureel lagere huurprijs in ruil voor minder winkeloppervlakte. De vastgoedeigenaren gingen daar niet mee akkoord.[27] In het weekeinde van 7-8 februari werd met de belastingdienst geregeld dat V&D uitstel van betaling van belastingschulden kreeg voor een bedrag van 16 miljoen euro. Met alle verhuurders, op vier na, werd afgesproken dat V&D voor de maanden februari tot en met juli 2015 aan zijn huurders 41,1% van de contractuele huurprijs zou betalen, inclusief de te betalen btw over de hele huurprijs. Tegelijkertijd zou de resterende 58,9%, zonder btw, op een escrowrekening worden gezet. Dit depotbedrag werd door een notaris beheerd tot en met 1 juli 2015 en zou daarna aan V&D als een huurkorting worden teruggeboekt als de keten aan alle verplichtingen voldaan zou hebben. Die hielden in dat de nieuwe huurafspraken correct waren betaald, de banken krediet hadden gegeven ter waarde van ongeveer 51 miljoen euro en Sun Capital 30 miljoen euro in het bedrijf gepompt zou hebben. Zou dat niet het geval zijn, dan zou de 58,9% via de notaris overgemaakt worden aan de verhuurders.[26] Door de afgesproken huurkorting zou V&D 24 miljoen euro besparen als alle huurders zouden meedoen. Voorlopig werd daarmee een faillissement voorkomen.

Sun Capital Partners gaf op 10 juli 2015 aan nog eens een bedrag van 47 miljoen euro in V&D te steken, waarmee bankkrediet zou worden afgelost. Op 1 september kwam naar buiten dat V&D op het hoofdkantoor honderd medewerkers ging ontslaan en driehonderd in de winkels.[23]

De verkoopcijfers van november en december 2015 vielen tegen. V&D weet dat aan het warmere weer, waardoor van de wintercollectie onvoldoende verkocht werd. In november was de omzet 15% lager dan verwacht en in december 20% lager. In totaal ging het om 25 miljoen euro aan spullen die niet verkocht werden.[28]

Mondia Investments B.V., de verhuurder van de V&D-vestiging in Hengelo, was een van de verhuurders die niet akkoord was gegaan met de huurkorting. Desondanks maakte V&D toch maar een deel van de huur over, volgens de regeling die het met de andere verhuurders had gesloten. Mondia stapte daarop naar de rechter. De kantonrechter gaf het in Utrecht gevestigde bedrijf in kort geding in eerste instantie gelijk, maar in hoger beroep stelde het gerechtshof op 22 december 2015 Mondia in het ongelijk. In het verweer beriepen V&D en de andere verhuurders, die zich in deze zaak bij V&D hadden gevoegd, zich onder meer op misbruik van bevoegdheid van de kant van Mondia. Het belang van de redding van een levensvatbare onderneming en de gevolgen van een faillissement voor alle verhuurders, dus ook Mondia, zouden zwaarder wegen dan het belang van een individuele schuldeiser. Het hof oordeelde dat dit beroep op misbruik van bevoegdheid niet op voorhand ongegrond was, en dat het daarom niet gerechtvaardigd was om in kort geding een toewijzing bij voorraad van de door Mondia geclaimde vordering uit te spreken. In plaats daarvan zou deze zaak dan in een bodemprocedure moeten worden beslecht.[26]

Op dezelfde dag als het arrest trok Sun Capital Partners zijn toezegging in van een extra 47 miljoen euro kredietgarantie en vroeg de V&D Group uitstel van betaling aan bij de rechtbank in Amsterdam.

Faillissement[bewerken]

Nadat op 23 december 2015 uitstel van betaling was verleend,[29][28] werden de V&D Group Holding B.V., V&D B.V. en La Place B.V. op 31 december 2015 failliet verklaard door de rechtbank van Amsterdam.[1] De winkels zijn nog open.[2] De webwinkel sloot echter na het aanvragen van de surseance van betaling. Het personeel is formeel ontslag aangezegd. Dit betreft ongeveer 10.300 mensen werkzaam bij V&D en La Place.[2] Binnen de opzegtermijn van maximaal 6 weken wordt het loon door het UWV gegarandeerd.

Bij het ingaan van het bankroet had V&D 43,5 miljoen euro schuld bij handelscrediteuren, La Place B.V. had tien miljoen euro aan schuld uitstaan.[30] De grootste crediteur Docdata, die de online verkopen afhandelt, heeft 1,3 miljoen euro tegoed en het IT-bedrijf Capgemini 945.000 euro.[23] V&D accepteert sinds de surseance van betaling - conform de Nederlandse wetgeving - geen cadeaubonnen meer.[31] De houders van een cadeaubon waren concurrente schuldeisers. Er was nog voor een bedrag van 9,5 miljoen euro aan cadeaubonnen in omloop.

Op 26 januari werd bekend dat Jumbo Groep Holding BV een belangrijk deel van La Place B.V. gaat overnemen: het hoofdkantoor, de merknaam en de "losse" vestigingen. Er is nog geen beslissing gevallen over de restaurants en de verkooppunten in V&D-filialen. Door deze verkoop is de kans op een doorstart van de V&D warenhuizen en van de restaurants en verkooppunten van La Place B.V. in de V&D-filialen aanzienlijk, melden de curatoren in een persbericht. Er zijn nog twee serieuze gegadigden waar constructieve gesprekken mee worden gevoerd. Roland Kahn van Cool Investments is geïnteresseerd in een deel van het bedrijf, en Hudson's Bay Company alleen in een aantal winkelpanden.

Gesloten filialen[bewerken]

Oud logo van V&D in Almere

Niet alle V&D-filialen bleven open. In de volgende plaatsen ging er een dicht: 's-Hertogenbosch (op 21 december 1938 brandde het pand uit 1899 - een van de twee in die stad - volledig af),[32][33] Vlissingen (1980), Hoogezand (tweede helft jaren tachtig), IJmuiden (1990),[34] Brunssum (1990), Amsterdam Bos en Lommerweg (circa 1995), Amsterdam Bilderdijkstraat (circa 1999), Almelo, Geleen, Heerenveen, Helmond, Kerkrade, Middelburg, winkelcentrum Oosterhof in Rotterdam, Sneek, Tiel, Tilburg de Rooi Pannen, Valkenswaard, Venlo (alle in 2004), Vlaardingen (2006), winkelcentrum Leyweg in Den Haag en Oosterhout (beide in 2015).

Shop-in-shopformule[bewerken]

V&D werkt onder meer met de zogenaamde shop-in-shopformule. Het begon met aparte winkels voor schoenmakers in de tijd dat kleinzoon Anton Dreesmann er de scepter zwaaide. In meerdere V&D-warenhuizen waren onder meer ICI PARIS XL-winkels gevestigd. Andere shop-in-shopformules zijn Dixons, Hunkemöller, Perry Sport, Prénatal, Six, Didi, Oasis, Esprit, Rituals Cosmetics en Mexx.

La Place B.V.[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie La Place voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

V&D had een eigen restaurantketen: La Place B.V. De formule van La Place is verse producten, bereid waar de consument bij staat. Het eerste restaurant van La Place werd op 11 februari 1987 geopend. Eind 2015 waren er in V&D warenhuizen in totaal 55 restaurants van La Place B.V. gevestigd.

Foto's[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]