Edouard Empain

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Baron Edouard Empain

Edouard Louis Joseph baron Empain (Belœil, 20 september 1852 - Sint-Pieters-Woluwe, 22 juli 1929) was een Belgisch ingenieur, ondernemer, bankier en mecenas. Hij is vooral bekend als bouwer van de metro van Parijs en de oprichter van de stadswijk Heliopolis van Caïro. Empain was de stichter van de industriële dynastie Empain die tot diep in de 20e eeuw zou heersen.

Biografie [bewerken]

Edouard Empain werd geboren als zoon van een onderwijzer. Omdat hij niet kon gaan studeren begon hij reeds vroeg als technisch tekenaar te werken en hij behaalde voor de Middenjury te Brussel zijn diploma als ingenieur.

In 1878 nam hij de leiding van een steengroeve in de omgeving van Namen. Hij werd al vlug geconfronteerd met een gebrek aan communicatie en bereikbaarheid tussen de stad en het randgebied en besloot om tramverbindingen te gaan bouwen.

Hij richtte daarom zijn eerste onderneming Railways Economiques de Liège-Seraing et Extensions (RELSE) om de tramlijn van Luik naar Jemeppe-sur-Meuse te bouwen en te exploiteren. De tramlijn werd in 1882 geopend. Deze lijn werd een groot succes en daarom richtte hij ook in Gent een onderneming op om tramlijnen te bouwen en te exploiteren. De Belgische Staat zag dit met lede ogen gebeuren en richtte daarom de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen op in 1884. Zijn maatschappijen bleven echter als belangrijke pachter van buurtspoorweglijnen een grote rol spelen. Empain richtte zich vanaf dan meer op Frankrijk waar hij verscheidene maatschappijen oprichtte voor de bouw en exploitatie van stedelijke tramlijnen, waaronder de "Chemins de fer économiques du Nord" (CEN). In het noorden van Frankrijk exploiteerde deze maatschappij, de stadstram van Valenciennes en diverse stoomtramlijnen.

Om niet afhankelijk te zijn van het geld van de banken had Empain in 1881 zijn eigen investeringsbank opgericht, de Banque Empain, die later de naam Banque Industrielle Belge zou krijgen (nu een onderdeel van ING).

De Groupe Empain, waarin hij zijn maatschappijen had ondergebracht, hield zich vanaf de jaren 1890 actief bezig met de constructie en de exploitatie van stedelijke tramlijnen met elektrische tractie over de hele wereld (Rusland, Egypte, Belgisch-Kongo, China en Europa). In 1900 realiseerde hij met de door hem in 1899 opgerichte maatschappij Compagnie du Chemin de Fer Métropolitain de Paris de bouw van de eerste lijn van de metro van Parijs. Ondanks het feit dat er dodelijke ongevallen gebeurden bleef hij de metro verdedigen en werd de tweede lijn geopend in 1903.

Empain wilde ook onafhankelijk zijn van de elektriciteitsproducenten en richtte zelf in Wallonië elektriciteitsmaatschappijen op. In Charleroi nam hij in 1904 de door Julien Dulait opgerichte firma Electricité et Hydraulique over en veranderde de naam in Ateliers de Constructions Électriques de Charleroi (ACEC) die later zou uitgroeien tot de belangrijkste Belgische firma van elektromotoren en huishoudtoestellen.

Baron Empain Palace (Qasr Al Baron) te Heliopolis

Zijn grootste verwezenlijking realiseerde Empain aan de rand van de Egyptische hoofdstad Caïro waar hij de luxueuze stadswijk Heliopolis bouwde. In 1906 richtte hij de maatschappij Helios Oasis Company op. Deze maatschappij kocht grote stukken woestijngrond op aan de rand van de hoofdstad. Binnen enkele jaren tijd verrees hier een nieuwe stad met brede lanen, paardenrenbaan, golfbaan, hotels en paleizen. Empain bouwde er zijn eigen paleis in Heliopolische stijl.

Empain staat bekend ook als mecenas. Hij realiseerde samen met de Belgische Staat de aankoop van een mastaba en andere kunstwerken voor de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. In 1907 verleende koning Leopold II hem de baronstitel.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Empain verantwoordelijk voor de bewapening en de technische diensten van het Belgische leger. Hij kreeg van koning Albert I de rang van generaal-majoor. Empain zorgde voor de bevoorrading en het vervoer van de geallieerde troepen en zorgde voor het herstel van de spoorlijnen. In 1918 werd hij adjudant van de koning.

Baron Empain stierf op 77-jarige leeftijd op zijn landgoed te Sint-Pieters-Woluwe. Overeenkomstig zijn wens werd hij in 1931 begraven in de crypte van de basiliek van Heliopolis, een kopie van de Basiliek Notre-Dame de Tongre van Tongre-Notre-Dame waar hij ooit misdienaar was.

Het Empain-imperium [bewerken]

Empain had twee zonen bij zijn 30 jaar jongere maîtresse Jeanne Becker verwekt: Jean (1902-1946) die zijn zakelijke opvolger zou worden en Louis (1908-1976) die zijn opvolger op sociaal gebied werd. Empain huwde in 1921 met Becker waardoor Jean en Louis officieel als zijn zonen erkend werden.

Empains tien jaar jongere broer, François, was zijn rechterhand geworden en kreeg grote pakketten aandelen. Uit dankbaarheid noemde François Empain zijn eigen zoon ook Edouard. Toch benoemde Edouard Empain zijn zoon Jean tot opvolger van het bedrijf en niet zijn broer François. Jean Empain, bijgenaamd "le Fol", ontwikkelde een reputatie als drankliefhebber, gokker en vrouwengek. Hij begon een affaire met de 18-jarige stripteaseuse Rozell "Goldie" Rowland die in 1937 van een zoon beviel: Édouard-Jean Empain. Louis Empain, bijgenaamd "le Sévère", groeide dan weer uit tot een uiterst vroom man. Hij liet in Brussel de bekende Villa Empain bouwen in art-decostijl.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog financierde de Empains Léon Degrelle en werkten nauw samen met de Duitse bezetters. Na de oorlog overleed Jean in 1946 aan keelkanker en ontsnapte dus aan veroordelingen wegens collaboratie. Edouard, de zoon van François Empain, nam de macht binnen het bedrijf over en schoof Louis opzij. Hij verzamelde een hele reeks aandeelhouders om zich heen en huwde zelfs Rozell Rowland, die enkel kon toestemmen gezien Edouard dreigde het hoederecht over haar zoontje Édouard-Jean af te nemen. Jean verkocht zijn aandelen. Toch brokkelde het Empain-imperium aanzienlijk af, gezien de dekolonisatie hoogtij vierde, evenals de nationalisering in Europa.

Édouard-Jean ontpopte zich inmiddels tot een jetsetfiguur die zich verloor in drank, gokken en vrouwen. Toen in 1958 baron Lambert, eigenaar van de Bank Lambert, probeerde het bedrijf Empain over te nemen zette Édouard-Jean Edouard onder druk met het dreigement dat hij de aandelen aan Lambert zou verkopen. Edouard gaf toe en zo werd Édouard-Jean het hoofd van de groep Empain. Hij kocht in 1963 de firma Schneider op, maar werd in 1978 ontvoerd. In ruil voor losgeld werd een deel van zijn pink geamputeerd.

In 1981 stapte Édouard-Jean op als bedrijfsleider, verkocht zijn aandelen en de holding ging terug verder onder de naam Schneider. Door de dood van Edouard in 1984 verdwenen de laatste Empain-aandelen uit Schneider.

Édouard-Jean begon het vastgoedbedrijf Empain-Graham dat in 1998 failliet ging. Zo kwam hij met het gerecht in aanraking. Empain kwam nog meer in verdacht daglicht te staan toen bleek dat hij de extreemrechtse politicus Jean-Marie Le Pen had uitgenodigd op zijn tweede huwelijksfeest. En in 1994 werden bedrijven rond Cofibel en Cofimines, afkomstig uit het Empain-imperium, ervan beschuldigd geld te hebben verduisterd ten nadele van de minderheidsaandeelhouders. Omdat de redelijke termijn uiteindelijk verstreken was, kwam er uiteindelijk geen rechtszaak rond deze affaire-DPV. Het Empain-imperium stuikte steeds meer in elkaar en in de 21e eeuw zijn er nog nauwelijks sporen zichtbaar van het eens zo machtige imperium.

Meer informatie [bewerken]

  • PIRONET, Ewald, "Empain: De trieste val van een imperium" in: VERLEYEN, Misjoe, "Industrieel Edouard-Jean Empain 70 jaar", in Knack, 2 april 2008, blz. 58-62.
  • VAN LOO Anne & BRUWIER Marie-Cécile (eds.), Héliopolis, Brussel: Mercatorfonds, 2010, p. 88-167. ISBN: 978-90-6153-930-8.