Psittacosaurus
| Psittacosaurus Status: Uitgestorven, als fossiel bekend |
|||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Psittacosaurus | |||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
| Geslacht | |||||||||||||||||||
| Psittacosaurus Osborn, 1923 |
|||||||||||||||||||
| Typesoort | |||||||||||||||||||
| Psittacosaurus mongoliensis | |||||||||||||||||||
| Afbeeldingen Psittacosaurus op |
|||||||||||||||||||
| Psittacosaurus op |
|||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
Psittacosaurus ("papegaaireptiel") is een geslacht van dinosauriërs, behorend tot de Ceratopia, dat zijn naam te danken heeft aan zijn scherp gebogen snavel, die leek op die van een papegaai.
Deze kleine herbivoor had een lengte tot twee meter en woog tot 25 kilo. Hij leefde zo'n 125-97 miljoen jaar geleden, in het Vroeg-Krijt. Restanten van deze dinosauriër zijn gevonden in Mongolië, Noord- en West-China, Thailand en Centraal-Rusland. De soort werd in 1923 beschreven door Osborn als P. mongoliensis.[1] Later zijn vele andere soorten beschreven die niet alle door iedereen als valide worden beschouwd: P. osborni (1931), P. sinensis (1962), P. youngi (1962), P. guyangenis (1983), P. meileyingensis(1988), P. xinjiangensis (1988), P. sattayaraki (1992), P. neimongoliensis (1996), P. ordosensis (1996), P. sibiricus en P. major (2007) en P. gobiensis (2009). Psittacosaurus bevindt zich basaal in de Ceratopia. Een verwante soort is Hongshanosaurus, waarmee het samen de Psittacosauridae vormt.
De onderlinge verwantschappen van de Psittacosaurus-soorten is wellicht als volgt:
| Psittacosaurus |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Psittacosaurus was een klein en lichtgebouwd dier dat op de achterpoten liep en waarschijnlijk snel kon rennen. De voorpoten hadden drie vingers met scherpe klauwen om voedsel te verzamelen. In tegenstelling tot de meeste dinosauriërs, die hun kaken als een schaar op en neer bewegen, vermaalde de Psittacosaurus zijn voedsel door zijn onderkaak van achter naar voor te bewegen, waardoor een soort maalbeweging ontstond. De spijsvertering werd bevorderd door het inslikken van kleine stenen (gastrolieten), die het voedsel verder vermaalden als de maag bewoog. De hersenen van Psittacosaurus waren relatief groot.
Een opmerkelijk eigenschap van Psittacosaurus is de vondst van lange borstelharen op de staart, die het vermoeden ondersteunen dat ook de Ornithischia warmbloedig waren, maar misschien geen veren hadden zoals sommige Theropoda.
Bronnen, noten en/of referenties
|