Kasteel Rhijnestein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rhijnestein
Rhijnestein.jpg
Locatie Cothen
Algemeen
Stijl Gotiek / Neogotiek
Huidige functie Woning
Gebouwd in 13e eeuw
Herbouwd in Verbouwingen 1858-1887
Monumentale status Rijksmonument
Monumentnummer  507442
Bijzonderheden Ridderhofstad
Website Rhijnestein
Poortgebouw
Poortgebouw

Rhijnestein is een voormalige ridderhofstad in Cothen in de gemeente Wijk bij Duurstede en wordt zowel een 'huis' als een kasteel genoemd. Oorspronkelijk is sprake van een woontoren die staat aan de rechteroever van de Kromme Rijn op een rechthoekig omgracht terrein.

Geschiedenis[bewerken]

In 1248 wordt Rhijnestein voor het eerst vermeld in een oorkonde. De meest spraakmakende bewoner uit de geschiedenis van het huis betrok het kasteel in 1368: Jan van Rhijnestein, ridder en bastaardzoon van de bisschop van Utrecht. Hij trok ten strijde tegen Karel VI van Frankrijk en gijzelde in 1387 twee Franse goudsmeden die hij uit Henegouwen meenam, in Cothen gevangen hield en waarvoor hij losgeld incasseerde. In 1395 trok hij op tegen bisschop Frederik van Blankenheim. Een jaar later was hij ook in een oorlog verwikkeld met Hendrik II van Vianen, burggraaf van Utrecht. En Jan van Rhijnestein plunderde met zijn manschappen 't Goy in 1396. Als reactie op deze gebeurtenissen belegerde Hendrik van Vianen in opdracht van Frederik van Blankenheim het kasteel in 1396 drie dagen lang. Rhijnestein werd zwaar beschadigd, naar verluidt op de woontoren en de voorburcht na. Daarbij werd 300 man gevangengenomen.

Het huis gaat in 1515 over in vrouwelijke lijn op Johanna van Nyewael. Haar leen wordt in 1529 door Karel V bevestigd. Toen echter in 1536 de lijst met ridderhofsteden werd opgesteld, was er al enige tijd geen heer van Rhijnestein meer vertegenwoordigd in de Ridderschap van Utrecht. Dit is vermoedelijk de reden waarom Rhijnestein sinds de vaststelling van deze lijst niet meer kwalificeerde voor een zetel in de ridderschap.

Bouwhistorie[bewerken]

De vermelding van de naam Rhijnestein in 1248 maakt aannemelijk dat zich in dat jaar al een stenen gebouw aan de Kromme Rijn bevond. Rhijnestein kent een verleden waarin delen van het complex verscheidene malen werden neergehaald, weer opgetrokken en verbouwd. De westelijke, oude woontoren is nog grotendeels origineel en stamt volgens de historische bronnen in elk geval van voor 1361. De gebruikte type kloostermop doet echter vermoeden dat de bouw plaatsvond in het derde kwart van de 13e eeuw. De kelder met tongewelf onder in de toren is uit dezelfde vroege periode. Van het poortgebouw mag worden aangenomen dat dit in dezelfde tijd als de toren is gebouwd.

In de tweede helft van de 19e eeuw vond een symmetrische uitbouw plaats met een middendeel en een tweede, neogotische, toren.

De tuin in Engelse landschapsstijl kreeg haar huidige vorm aan het einde van de 19e en begin 20ste eeuw. Vanuit het huis zijn, met uitzondering van de westelijke, in drie windrichtingen zichtassen aangelegd.

Reeks woontorens[bewerken]

Rhijnestein vormt met Walenburg, Sandenburg, Lunenburg, Hindersteyn, Weerdestein, Sterkenburg en de Natewisch, mogelijk een soort middeleeuws verdedigingssysteem aan de noordzijde van de Rijn. Rhijnestein is het meest westelijk gelegen, aan de Kromme Rijn. De andere (uitgebouwde) woontorens, behalve de Natewisch die in de uiterwaard aan de Rijn ligt, bevinden zich langs de Langbroekerwetering op destijds voor ontginning uitgegeven langgerekte percelen.