Huis te Voorn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Huis te Voorn
Huis te Voorn tekening van Roelant Roghman, 1646-1647
Huis te Voorn
tekening van Roelant Roghman, 1646-1647
Locatie Utrecht
Algemeen
Kasteeltype woontoren, later landhuis
Gebouwd in voor 1395
Gesloopt in 1851
Monumentale status rijksmonument
Monumentnummer 522611
Bijzonderheden ridderhofstad

Huis te Voorn was een kasteel en ridderhofstad, gelegen ongeveer 3 km ten westen van de binnenstad van Utrecht. Omstreeks 1800 werden de landerijen om het kasteel getransformeerd in een park in romantische stijl. In 1851 werd het kasteel afgebroken op twee duiventorens na, daterend uit de 17-de eeuw. In 1873 werd een witgepleisterd landhuis gebouwd aan het begin van de oprijlaan in de zuidwesthoek van het park.

Locatie[bewerken | brontekst bewerken]

Het landgoed Voorn ligt aan de noordzijde van de Leidse Rijn tussen de Stadsdam en de autosnelweg A2. Tot en met 1994 behoorde het tot de woonplaats De Meern, sinds 1995 tot de wijk Leidsche Rijn in de stad Utrecht. Het landgoed heeft de vorm van een driehoek en een oppervlakte van ongeveer 8 hectare. De noordoostzijde van deze driehoek wordt gevormd door de rivier de Rijn, die na een langdurig proces van verlanding in dit gebied is gereduceerd tot een sloot. De zuidgrens van het landgoed wordt gevormd door de Leidse Rijn. De westgrens loopt van de Stadsdam naar het noorden. In het noordelijk deel bevindt zich het eiland waarop het kasteel lag en waarvan slechts twee duiventorens en wat funderingsresten zijn overgebleven.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

In 1395 werd een hofstede met een halve hoeve land met gerecht, cijns en tiende in leen gehouden door Gerrit van Voorn. Leenbrieven vanaf 1458 noemen ook nog een duifhuis en een molen.

In het jaar 1539 werd Huis te Voorn toegevoegd aan de lijst van erkende ridderhofsteden. Hierna werd het verschillende malen uitgebreid en verbouwd.

Omstreeks 1800 werden de landerijen rondom het kasteel getransformeerd tot een park in Engelse landschapsstijl. Enkele oudere elementen bleven echter behouden, waaronder de rechte oprijlaan vanaf de Stadsdambrug over de Leidse Rijn. In het westelijk deel van het park werden bospercelen aangelegd. De zone langs de Leidse Rijn bleef grotendeels open gebied met solitaire bomen en een licht glooiende weide. Deze indeling is nadien nooit gewijzigd.

In 1851 werd het kasteel afgebroken. De twee duiventorens en het eiland waarop het huis stond bleven hierbij gespaard. Funderingsresten op het eiland zijn eveneens bewaard gebleven.

De overgebleven duiventorens

In 1873 werd aan het begin van de oprijlaan, ongeveer 400 m ten zuidwesten van het vroegere kasteel, een witgepleisterd landhuis in eclectische stijl gebouwd.

Het park, de overblijfselen van het kasteel, een dienstwoning uit de 18-de eeuw en het landhuis uit 1873 staan op de lijst van rijksmonumenten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Eigenaren en bewoners vanaf 1819[bewerken | brontekst bewerken]

Stamboom[bewerken | brontekst bewerken]

  • Anthony Meertens (*Middelburg 1753, †Clifton (GB) 1815), verwerft postuum de titel Heer van Voorn in 1819; trouwt in 1780 met Johanna Hendrina Catharina Slengarde (*Demerary (Guyana) 1765, †Bath (GB) 1829)
    • Jacobus Meertens (*Demerary ±1785, †? 1835), trouwt in 1809 met Catharina Anna Maria Slengarde (*Demerary 1789, †De Meern 1861)
      • Johanna Françoise Henriette Meertens (*Amsterdam 1821, †De Meern 1852); trouwt in 1846 met Jacob Carel Martens (*Utrecht 1817, †De Meern 1872)
        • Johanna Henriëtta Antonia Martens (*Zeist 1848, †De Meern 1927), Vrouwe van Vliet vanaf 1898 en Vrouwe van Voorn vanaf 1902; trouwt in 1873 met Hendrik Cornelis Johannes Barchman Wuytiers (*Harderwijk 1843, †Wiesbaden (D) 1898), Heer van Vliet vanaf 1873
        • Susanna Amelia Martens (*Zeist 1851, †De Meern 1920), trouwt in 1874 met Jan Willem Antonie Barchman Wuytiers (*Harderwijk 1847, †De Meern 1926), Heer van Voorn
          • Hendrik Jan Marie Barchman Wuytiers van Vliet (*Loosdrecht 1875, †De Meern 1916), Heer van Voorn
    • Anthony Mangelaar Meertens (*Demerary 1786, †? ?), Heer van Voorn; trouwt in Semarang (Java) met Wilhelmina Jacoba Elizabeth Slengarde (*Demerary ?, †? ?). Zij is een zuster van Catharina Anna Maria Slengarde, die getrouwd is met de broer van haar man, Jacobus Meertens
      • Maria Meertens (*De Meern 1820, †? ?)
    • Henry George Ferdinand Meertens (*Demerary 1790, †De Meern 1868), Heer van Voorn; trouwt in 1833 met Susanna Amelia Testas (*Utrecht 1794, †De Meern 1854)
      • Henri Willem Meertens (*De Meern 1836, †De Meern 1902), Heer van Voorn, opdrachtgever tot de bouw van het landhuis aan het begin van de oprijlaan en eerste bewoner hiervan.

De vader van de familie[bewerken | brontekst bewerken]

De jurist Anthony Meertens (1753-1815) had een carrière opgebouwd in de provincie Demerary van West-Indië. Deze provincie ligt in de huidige staat Guyana, ten westen van Suriname. In de 18-de eeuw is dit gebied wisselend in handen van de Nederlanders en de Britten. In 1802 komt het definitief in Britse handen en in 1814 wordt het officieel Brits-Guyana. Anthony Meertens heeft hier lange tijd gewoond en gewerkt. In de laatste korte periode dat het gebied Nederlands is, wordt hij benoemd tot gouverneur-genraaal van Demerary-Essequibo. Hij is getrouwd met een vrouw uit een waarschijnlijk voornaam geslacht met deels inlandse, deels Engelse en deels Nederlandse wortels. Al hun vier kinderen worden in Demerary geboren. In 1808 ziet Anthony geen toekomst meer voor zichzelf in dit gebied en vertrekt hij naar Engeland met zijn vrouw en een van zijn zoons. In 1815 overlijdt hij.

De tweede generatie[bewerken | brontekst bewerken]

Van de vier kinderen van Anthony blijft uiteindelijk alleen de oudste, Jacobus, achter in Guyana. Hij is daar plantagehouder. De tweede zoon, die net als zijn vader Anthony heet, koopt in 1819 de Ridderhofstad Voorn te De Meern. Verschillende leden van de familie gaan wonen in dit kasteel. De juridische eigenaar is niet Anthony junior zelf, maar zijn moeder, Johanna Hendrina Catharina Slengarde, die in Engeland woont. Hierdoor verwerft haar overleden man postuum de titel Heer van Voorn. Anthony junior plaatst vóór zijn eigen familienaam die van de moeder van zijn vader; zo gaat hij verder door het leven als Anthony Mangelaar Meertens. Zijn moeder blijft tot haar dood in 1829 in Engeland wonen. Maar ongetwijfeld heeft zij ooit een bezoek gebracht aan het kasteel, al was het maar om haar in 1820 en 1821 geboren kleindochters te zien.

Omstreeks 1821 wonen naar alle waarschijnlijkheid in het kasteel:

  • de vrouw van Jacobus Meertens, Catharina Anna Maria Slengarde met haar dochter Johanna Françoise Henriette
  • Anthony Mangelaar Meertens met zijn vrouw Wilhelmina Jacoba Elizabeth Slengarde en hun dochter Maria
  • Henry George Ferdinand Meertens. Hij is de enige van de drie gebroeders Meertens die tot zijn dood in 1868 op het landgoed blijft wonen.

Van Jacobus Meertens is, behalve dat hij plantagehouder in Guyana was, bekend dat zijn oudste kind, Anthony Mangelaar Meertens een carrière heeft opgebouwd op Java in Nederlands Oost-Indië en dat Jacobus' dochter Johanna Françoise Henriette geboren is in Amsterdam. Waar Jacobus is overleden is onbekend.

Ook van de levensloop van zijn broer Anthony is weinig bekend. Het is zeker dat hij ten tijde van de geboorte van zijn dochter met zijn vrouw op Voorn woonde, maar wat daarna is gebeurd is niet bekend. Een van de gebroeders Meertens, wellicht Anthony, is belast geweest met de afwikkeling van de erfenis van zijn in 1829 overleden moeder, Johanna Hendrina Catharina Slengarde, in het Engelse Bath.

De derde en vierde generatie[bewerken | brontekst bewerken]

Jacob Carel Martens (1817-1872), de echtgenoot van Johanna Françoise Henriette Meertens (1821-1852), was een halfbroer van Henri Willem Meertens (1836-1902). Zijn moeder was Susanna Amelia Testas (1794-1854). Na het overlijden van haar man Jan Hendrik Martin Martens (1795-1828) trouwde zij in 1833 met Henry George Ferdinand Meertens (1790-1868). Zij bracht bij dit huwelijk vijf jonge kinderen mee naar het kasteel van haar nieuwe echtgenoot. De oudste van die kinderen was de 15-jarige Jacob Carel. In het kasteel woonde ook de echtgenote van Henry's broer Jacobus met haar dochter Johanna Françoise Henriette. Zij was drie jaar jonger dan Jacob Carel. Dertien jaar later, in 1846, trouwden zij met elkaar. Ze gingen in Zeist wonen.

De jongere kinderen uit Susanna's eerste huwelijk trouwen allen in 1848 en verlaten het kasteel. Alleen Henry en Susanna en hun zoon Henri Willem blijven er nog korte tijd wonen. Henry besluit namelijk dit kasteel te laten slopen. De afbraak vindt plaats in 1851. Er is geen enkele aanwijzing dat het kleine gezin van Henry elders is gaan wonen. Met redelijke zekerheid kan worden aangenomen dat dit kleine gezin zijn intrek neemt in de dienstwoning bij het kasteel. Susanna overlijdt hier reeds na enkele jaren, in 1854. Na Henry's dood in 1868 blijft zoon Henri, die zijn hele leven vrijgezel is gebleven, hier wonen tot het nieuwe landhuis aan het begin van de oprijlaan klaar is. In 1873 verhuist hij naar dit grote huis dat veel comfortabeler is dan het vroegere kasteel. Hij is hiervan de eigenaar en blijft hier tot zijn dood in 1902. In 1874 komen ook de dochter van zijn halfbroer, Suzanna Amelia Martens, en haar man, Jan Willem Antonie Barchman Wuytiers, hier wonen. Deze laatste maakte carrière als burgemeester. Hij wordt achtereenvolgens burgemeester van Wadenoijen (1877-1879), Vleuten, Haarzuilens en Oudenrijn (1879-1901) en Amersfoort (1901-1912).

Het landhuis Voorn krijgt niet-adellijke bewoners[bewerken | brontekst bewerken]

Na de dood van Henri Willem Meertens in 1902 wordt het landhuis verhuurd aan de kantonrechter Bernard Willem Rasch (1856-1908) en zijn vrouw Adriana Maria Enschedé (1864-1946). In een ander deel van het huis woont nog steeds Susanna Amelia Martens met haar echtgenoot Jan Willem Antonie Barchman Wuytiers, die in die periode burgemeester van Amersfoort is. Adriana Maria Enschedé blijft na het overlijden van haar man tot 1918 op Voorn wonen en vertrekt dan naar haar geboortestad Haarlem.

In 1951 verkoopt Jan Willem Antonie Barchman Wuytiers van Vliet (1912-1962) het goed aan de ondernemer J.A.F. van Seumeren. Deze wil het vroegere kasteel Voorn laten herbouwen en krijgt hiervoor medewerking van het Rijk. In het terrein zijn al opgravingen gedaan om de oude toestand te onderzoeken, als hij plotseling overlijdt. Het plan wordt hierna niet ten uitvoer gebracht.

De relatie met de Hervormde Gemeente De Meern[bewerken | brontekst bewerken]

Vele bewoners van Voorn komen voor in de ledenregisters van de hervormde kerk te De Meern. Ten tijde van het ontstaan van de Hervormde Gemeente De Meern vindt op 4 september 1644 de eerste doop in het kerkje van deze gemeente plaats, namelijk van Maria, dochter van Jhr. Bartolomeus van Panhuys en Mw. Mechtelt van Reede tot Drakensteijn, bewoners van Ridderhofstad Voorn.

Alle leden van de adellijke families Meertens, Martens en Barchman Wuytiers zijn Nederlands-hervormd. Daarvan getuigen de registers van genoemde hervormde gemeente. Zo komt in het doopregister de naam Maria Meertens, dochter van Anthony Mangelaar Meertens en Wilhelmina Slengarde voor. Zij is geboren op 8 april 1820 en wordt gedoopt op 7 mei 1820. Henry George Ferdinand Meertens is kerkmeester van de Hervormde Gemeente De Meern in de jaren 1839-1841 en 1861-1868.

Verschillende leden van genoemde families zijn bij het hervormde kerkje van De Meern begraven. Het kerkhof ligt naast de kerk bij de Meernbrug. In 1870 wordt het verplaatst naar de rand van het dorp. De familie Meertens krijgt daar een nieuw familiegraf. De grafkelder van Meertens op het voormalige kerkhof blijft na de verplaatsing leeg achter. In 1912-1913 wordt het kerkje, dat van oorsprong een middeleeuwse kapel is, afgebroken en wordt op hetzelfde terrein een grotere kerk gebouwd. Met toestemming van vertegenwoordigers van de families Martens en Barchman Wuytiers komt de oude grafkelder van de familie Meertens onzichtbaar onder de vloer van de nieuwe kerk (de huidige Marekerk) te liggen. Desalniettemin verlangen zij dat het lege graf wordt afgedekt met de gebroken zerken, die zo veel mogelijk moeten worden gerepareerd.

Andere gezicht van het Huis