Kasteel de Haar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kasteel de Haar
Kasteel en tuin
Kasteel en tuin
Locatie Haarzuilens, Nederland
Algemeen
Stijl Neogotiek
Bouwmateriaal Baksteen
Eigenaar Stichting Kasteel De Haar
Huidige functie Woning, museum
Gebouwd in 14e eeuw, mogelijk 13e eeuw[1]
Herbouwd in 1892 - 1912
Monumentale status Rijksmonument
Monumentnummer  527891
Website www.kasteeldehaar.nl
Kasteel De Haar in 1646/ 1647 getekend door R. Roghman
Kasteel De Haar in 1646/ 1647 getekend door R. Roghman

Kasteel de Haar (vroeger Het Huys te Haer, van Oergermaans *Haru, zandige heuvelrug[2]) is een kasteel bij Haarzuilens, in de omgeving van Vleuten in de gemeente Utrecht. Het is het grootste kasteel van Nederland. Het werd vanaf 1892 op de ruïne van het oude kasteel herbouwd in neogotische stijl. Naast het kasteel staat een kapel.

Geschiedenis[bewerken]

Eerste eeuwen[bewerken]

Naar de ontstaansgeschiedenis van Kasteel de Haar vond onderzoek plaats. Hoe de eerste bebouwing er precies uit zag is niet met zekerheid te zeggen. Vermoedelijk ging het om een versterkte woontoren op een omgracht perceel, gebouwd in de 12e eeuw.

De oudste geschreven vermelding, een akte, dateert van 1391[3]. Destijds kreeg Boekel van de Haar het huis in leen van Hendrik van Vianen. Het kasteel bestond toen uit niet meer dan een versterkte woontoren. Deze toren was gebouwd op een stroomrug langs een dode arm van de rivier de Rijn. In de loop van de jaren breidde het kasteel uit. Door het huwelijk van Yosina van de Haar met Dirk van Zuylen van Harmelen kwam het slot in het jaar 1449 in het bezit van de familie Van Zuylen.

Na herhaalde aanvallen en verwoestingen, onder andere in 1482 tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten[4] door de pro-Bourgondische Kabeljauwen, en in het rampjaar 1672, werd het kasteel telkens hersteld en uitgebreid totdat de laatste bewoner overleed. Veel schade werd ook veroorzaakt in 1674 door een tornado die ook de Domkerk in Utrecht beschadigde[5].

Het kasteel en de bijbehorende landerijen en rechten bleef in de katholieke tak van de familie Van Zuylen van Nyevelt, waarvan een deel zich in de Zuidelijke Nederlanden en meer bepaald in Brugge had gevestigd. De laatste Noord-Nederlandse eigenaar, de vrijgezel Anton-Martinus van Zuylen van Nijevelt (1708-1801) duidde als zijn legataris de Brugse burgemeester en Tweede Kamerlid Jean-Jacques van Zuylen van Nyevelt (1752-1846) aan. Hoewel hij en zijn erfgenamen banden bleven behouden met hun Nederlandse bezit, werd het niet opnieuw bewoond en raakte het nog meer in verval. Aan het einde van de 19e eeuw restte er niet meer dan een romantische ruïne.

Herbouw vanaf 1892[bewerken]

Kasteel met slotgracht (juli 2003)
Kasteel met tuin
Châtelet uit 1910
De keuken met het fornuis

In 1890 erfde baron Étienne van Zuylen van Nyevelt van de Haar (1860-1934) de kasteelruïne van zijn vader Gustave van Zuylen (1818-1890). Étienne was op 16 augustus 1887 in Parijs getrouwd met barones Hélène de Rothschild (1863-1947), een erfgename uit de Franse tak van de rijke bankiersfamilie De Rothschild. Mede dankzij haar fortuin had Étienne de middelen om het voorvaderlijk kasteel op een grandioze manier te laten herbouwen.

Voor de herbouw van het kasteel werd de beroemde architect Pierre Cuypers ingeschakeld, die er in nauwe samenwerking met zijn zoon Joseph Cuypers 20 jaar mee bezig was (van 1892 tot 1912). Hoewel de baron en barones nooit van plan waren om het kasteel permanent te gaan bewonen, werd het toch van alle gemakken die aan het einde van de 19e eeuw in Europa leverbaar waren, voorzien. Het kasteel moest zeer comfortabel worden om er in ieder geval in de nazomer, in augustus en september, op grootse wijze gasten te kunnen ontvangen. Voor Nederlandse begrippen was de inrichting van het kasteel met deze moderne snufjes opzienbarend. Er kwam elektrische verlichting met een eigen generator, en centrale verwarming met behulp van een lage-druk-stoom-systeem. Deze installatie is inmiddels internationaal erkend als industrieel monument. De keuken was voor die periode eveneens zeer modern en heeft nog steeds een grote collectie koperen potten en pannen en een enorm fornuis van de firma Drouet van ongeveer 6 meter lang, dat met kolen werd gestookt. De tegels in de keuken zijn voorzien van de familiewapens van de families Van de Haar en Van Zuylen; de tegels waren speciaal bij de firma Van Hulst in Harlingen gebakken.

Omstreeks 1911 werd het châtelet verbouwd: er werd een verdieping op een deel van het gebouw geplaatst, als onderkomen voor de oudste zoon Hélin die de volwassen leeftijd had bereikt. Na zijn dood ten gevolge van een noodlottig ongeval in 1912 werd deze ruimte door zijn broer als werkruimte in gebruik genomen. Sinds deze verbouwing zijn er aan het complex geen grote verbouwingen meer uitgevoerd.

De traditie van de 'septemberbewoning' is ook na Étienne en Hélène voortgezet door hun kinderen en kleinkinderen. Zo verbleef de voormalige eigenaar Thierry van Zuylen van Nyevelt van de Haar (1932-2011) iedere septembermaand met zijn familie en personeel op het kasteel. Het was dan niet toegankelijk voor publiek. Overigens verbleef de familie niet in het kasteel zelf, maar in het châtelet. Dit gebouw, dat losstaat van het kasteel, was bij de verbouwing bedoeld als technische ruimte en onderkomen voor het personeel. Desondanks is het rijkelijk versierd in dezelfde stijl als het kasteel. Het is niet toegankelijk voor het publiek, behoudens een eenmalige opening van maart tot en met mei 2015, na een ingrijpende restauratie.[6]

Nieuwe eigenaars[bewerken]

Kasteel de Haar is geen eigendom meer van de familie Van Zuylen. In 2000 werd het kasteel en het direct daar rond gelegen park (55 ha) eigendom van Stichting Kasteel de Haar en het landgoed Haarzuilens (350 ha) van de Vereniging Natuurmonumenten. Alleen het châtelet is nog eigendom van de familie Van Zuylen.[7]

De familie Van Zuylen bleef nog eigenaar van de meubel- en kunstcollectie en gaf ze in 30 jaar durende bruikleen aan de Stichting. Nochtans, na het overlijden van Thierry van Zuylen in 2011, waren zijn dochters van oordeel dat een definitieve regeling te verkiezen was. Op 7 november 2012 werd een overeenkomst ondertekend waarbij de Stichting Kasteel de Haar eigenaar werd van de volledige kunstcollectie in het kasteel.

De collectie bestaat uit een groot aantal waardevolle objecten en verzamelingen, zoals tapijten, schilderijen, zilverwerk, livreien etc. De waarde van de collectie wordt geschat op een bedrag dat de 10 miljoen euro ruim overschrijdt.

Stichting Kasteel de Haar kon het overnamebedrag bijeenbrengen door de steun en medewerking van onder meer BankGiro Loterij, Vereniging Rembrandt, VSBfonds, Prins Bernhard Cultuurfonds, K.F. Heinfonds, Mondriaan Fonds, Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit, SNS REAAL Fonds, M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting en de Gemeente en Provincie Utrecht.

De overdracht voorkwam dat de collectie verspreid werd over de wereld en integraal behouden blijft in Kasteel de Haar.

Interieur[bewerken]

Kerk bij het Kasteel de Haar

Het interieur van het kasteel is zeer rijk gedecoreerd in 'eclectische stijl' waarbij de hoofdmoot is ontworpen in de neogotische stijl. Het beeldhouwwerk in kalkzandsteen, het schrijnwerk in voornamelijk eiken, de geschilderde en gesjabloneerde decoraties, het glas-in-lood en smeedwerk is met de hand vervaardigd in de ateliers van Cuypers in Roermond of door specialisten waar Cuypers al vaker mee had gewerkt.

Het interieur van de Centrale hal, met zijn gotische vensters, rozetten, pinakels en grote beelden doet sterk denken aan het interieur van een katholieke kerk. Niet verwonderlijk want Cuypers ontwierp tientallen kerken in neogotische stijl, en daarnaast, Etienne had specifiek gevraagd om een centrale hal in 'style cathédrale'.

Naast de nagelvaste decoraties in het kasteel en de bijgebouwen ontwierp Cuypers ook een aantal 'roerende zaken', zoals meubilair, de eettafel met bijpassende stoelen en dientafels, tafels en stoelen, omkeerbanken, een secretaire, kathedertje, en een zilveren bestek speciaal voorzien van de familiewapens. Het kasteel, de bijgebouwen, de poorten, bruggen en de parkinrichting alsmede de inboedel kunnen samen gezien worden als een uniek ensemble.

In het kasteel ziet men slechts enkele verwijzingen naar de joodse origine van de familie De Rothschild terug, waaronder de davidsterren op de balken van de ridderzaal en het familiewapen, de hand met de vijf pijlen boven de deur tussen de ridderzaal en de bibliotheek.

De verwijzingen naar de families Van de Haar en Van Zuylen zijn veel talrijker. Overal in het interieur zijn de wapenschilden en de alliantiewapens terug te vinden. In de decoratieve motieven komen regelmatig het zuiltje (Van Zuylen) of de ruitvorm (Van de Haar) voor. Op de schouw in de Ridderzaal staan de deviezen van de families Van Zuylen en Van de Haar: 'A majoribus et virtute' en 'Non Titubans', te vertalen als: "Dankzij de voortreffelijkheid van de voorouders" en "Niet Wankelend".

De rijk gedecoreerde vertrekken beschikken tevens over een bonte verzameling kunstobjecten, antiek Chinees en Japans aardewerk, een drietal 16e-eeuwse wandtapijten van topkwaliteit, een 17e-eeuws tapisserie met daarop een volkstafereel naar een karton van David Teniers en diverse schilderijen en panelen met religieuze afbeeldingen. Een bijzonder stuk in Nederland is een draagkoets van het hof van een van de laatste shogun uit Japan. Vele Japanse toeristen komen naar De Haar om juist deze draagkoets en het Imari-porselein te bezichtigen.

Park en tuinen[bewerken]

Vijverpartij

Rondom het kasteel liggen het park en de tuinen. Deze zijn ontworpen door Hendrik Copijn in nauwe samenwerking met Pierre Cuypers. Omdat baron Etienne direct wilde kunnen genieten van een volgroeid park, liet hij circa 4 - 7 duizend volwassen bomen aanvoeren en planten in het park in wording. De bomen werden op mallejannen naar De Haar vervoerd om herplant te worden. Rondom de hele exercitie bestaan legendes. Onder andere dat er in opdracht van de baron zelfs een pand in de binnenstad van Utrecht werd gekocht en afgebroken zodat zijn bomen 'de lastige bocht' makkelijker konden nemen.

Het park is aangelegd in Engelse landschapsstijl, met waterpartijen, boomgroepen, romantische paadjes, bruggetjes en doorkijkjes. De formele tuinen rondom het kasteel, de buxustuin met de berceau, de Romeinse tuin en Rozentuin zouden zijn geïnspireerd door de tuinen van Versailles. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn, in tegenstelling tot het kasteel, de tuinen verwaarloosd geraakt omdat men de grond nodig had om groenten te verbouwen en het hout als brandstof gebruikte. Na de oorlog zijn de tuinen weer in oude luister hersteld. Begin eenentwintigste eeuw werd een grootscheepse restauratie van park en tuinen, ondernomen, deels teruggrijpend naar de oorspronkelijke ontwerpen van Copijn, deels aangepast aan de wensen van deze tijd, weinig arbeidsintensief en geschikt voor het houden van evenementen.

Toen de baron en barones in 1891 de ruïne bezochten troffen zij in de directe omgeving van het kasteel een dorpje aan: het oude Haarzuilens. Op de plaats van de huidige Romeinse tuin, ten zuiden van het kasteel, lag een brink met een dorpspomp en stonden diverse huizen, een herberg en boerderijen. Daarnaast lagen verspreid nog diverse boerderijen. De baron vond met veel moeite alle eigenaars bereid om hun huis en grond te verkopen. Voor hen heeft hij een kilometer naar het oosten nieuwe woningen gebouwd. Zo verrees het nieuwe Haarzuilens, met drie horecavergunningen, een raadhuis, brink etc. waar de inwoners als pachters van de slotheer leefden. Later zijn de landerijen deels eigendom geworden van Natuurmonumenten.

Wapen[bewerken]

De kleuren van de familie Van Zuylen zijn rood en wit. Het wapen bestaat uit drie rode zuilen op een wit veld. De diverse takken van deze familie hebben varianten op deze kleuren. Dit wapen leeft niet alleen voort in de kleuren van het kasteel, maar ook in vrijwel alle woningen van Haarzuilens, zelfs in de recente nieuwbouwwoningen.

Trivia[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • H. M. J. Tromp & R. A. B. Trum, Gids voor Kasteel de Haar
  • Clive Aslet & Heimerick Tromp, Le château du Haar près d'Utrecht, Maisons d'hier et d'aujourd'hui, n° 66, 1985, pp. 3 à 21
  • Historique des vingt-quatre seigneurs du château du Haar 1165-1890 situé à Haarzuylens, Parijs, imprimerie Diéval, 1931
  • A.J.C. van Leeuwen, De maakbaarheid van het verleden. P.J.H Cuypers als restauratiearchitect, Zwolle, Waanders Uitgevers, 1995
  • Cor Bouwstra, Jacqueline Heijenbrok, Ben Olde Meierink, Katrien Timmers, Kasteel de Haar, acht eeuwen geschiedenis, W-Books, Zwolle, 2013.

Externe links[bewerken]

Nota's[bewerken]

  1. H. Janssen en K. Loeff, De Haar, in: B. Olde Meierink, G. van Baaren en R.G. Bosch van Drakestein et al. (red) (1995), Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Matrijs, Utrecht, ISBN 9789053450727, blz. 218-224
  2. Berkel en Samplonius, Het Plaatsnamenboek, Unieboek Houten 1989, ISBN 90 269 4321 0
  3. Het Utrechts Archief: Archief van huis en heerlijkheid de haar te haarzuilens 1381-1933, toegangsnummer: 1139
  4. Het Utrechts Archief: 14 juli 1482: Kasteel De Haar in brand
  5. Tijdschrift "Techno!" van het KIVI NIRIA, nummer 5, oktober 2009, p.28
  6. http://www.dagjeweg.nl/nieuwsredactie/20309/Nu%20of%20nooit%3A%20binnengluren%20in%20Ch%E2telet%20De%20Haar
  7. http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3344186/2012/11/08/Cadeau-voor-jetsetkasteel.dhtml