Geschiedenis van Mechelen
De Mechelse historici zijn het erover eens dat de eerste vermelding van Mechelen te vinden is in de oorkonde van de Duitse keizer Hendrik II van 12 december 1008. Ook in oudere bronnen, van 1006, 980, 911 en 870 wordt Mechelen vermeld. Maar tegenover deze oudere bronnen staan de Mechelse historici bijzonder argwanend[1]
Inhoud |
[bewerken] Vroege Middeleeuwen
Te Nekkerspoel is een nederzetting uit de ijzertijd rond 500-200 v.Chr. gevonden en een eiken prauw. In de 6e, 7e of 8e eeuw stichtte de Ierse monnik Rombout een abdij in Mechelen. Naar hem is later de Sint-Romboutskathedraal genoemd. In de 9e eeuw hielden de Noormannen huis in de streek.
Als achterleen van het prinsbisdom Luik werd tussen 911 en 915 de voogdij van de Sint-Romboutsabdij door Karel de Eenvoudige toegewezen aan paltsgraaf Wigerik en diens zoon Adalberon, bisschop van Metz.
Vanaf het einde van de 11e eeuw werden de Berthouts, een tak van de familie der heren van Grimbergen, leenmannen van de bisschoppen van Luik. Zij bedongen bij de opeenvolgende prins-bisschoppen van Luik en hertogen van Brabant een steviger controle van de Heerlijkheid Mechelen. Wouter Berthout I en II namen deel aan de kruistochten; ze ijverden ook voor de oprichting van enige kloosters en van de ridders van Pitzemburg. Na een lange reeks onenigheden rukte in 1268 Hendrik III van Gelre, prins-bisschop van Luik en heer van Montfort, die geregeld plundertochten ondernam en later door paus Gregorius X zou worden afgezet, met een groot leger naar Mechelen op. Wouter Berthout II dwong hem evenwel tot onderhandelingen.
Op 13 december 1301 kreeg Mechelen stadsrechten van het Hertogdom Brabant. Op 18 maart 1305 volgden Luikse stadsrechten.
De lakenindustrie maakte opgang en van de bloei in die periode getuigden de stadswallen met twaalf poorten, een lakenhalle met belfort, het schepenhuis tussen de IJzerenleen en de Grote Markt.
Nadat de prins-bisschop in 1313 Mechelen tijdelijk aan Willem, graaf van Henegouwen, had verpand, verkocht Floris Berthout in 1316 hem zijn rechten op de heerlijkheid; in 1318 bij het eind van de pandtermijn kreeg hij ze terug.
[bewerken] Bourgondische tijd
Met de dood van Floris, de laatste telg van de Berthouts, kwam in 1331 een einde aan hun invloed op Mechelen. Zo werd vanaf 1333 Lodewijk II van Nevers, graaf van Vlaanderen, de nieuwe machthebber. Mechelen werd onderdeel van een groter gebied toen diens zoon, Lodewijk van Male, in 1356 trouwde met Margaretha, dochter van Jan III van Brabant en erfdochter van Brabant. De dochter van Lodewijk van Male, Margaretha van Male, trouwde in 1369 met Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, waardoor zowel het graafschap Vlaanderen als Mechelen in het Bourgondisch rijk terechtkwamen. Toch bleef de heerlijkheid Mechelen zijn eigen rechten en gebruiken behouden.
In 1312 werd de Sint-Jorisgilde, de oudste gilde van de stad gesticht. Ze had een band met Filips de Goede en Filips van Oostenrijk. In 1342 vond in Mechelen een grote stadsbrand plaats.
In de 15e en 16e eeuw beleefde Mechelen zijn bloeitijd. Het begon allemaal onder het bewind van Karel de Stoute met het Edict van Thionville op 8 december 1473, waarin bepaald werd dat de Rekenkamer en het Opperste Gerechtshof naar Mechelen zouden verhuizen. De installatievergadering van de Grote Raad van Mechelen had plaats op 3 januari 1474 in het Schepenhuis en aldus werd Mechelen de juridische hoofdstad van de Nederlanden.
De glans werd nog versterkt met de komst van Margaretha van Oostenrijk in 1507. Zij bestuurde de Nederlanden vanuit Mechelen. Het belang van de stad begon vanaf 1530 te tanen, toen Margaretha van Oostenrijk overleed. Haar broer Filips de Schone had in Mechelen ook al een flink deel van zijn opvoeding genoten. Deze opvoeding had plaats in het huis van Margaretha van York die in 1477 in Mechelen was komen wonen. Zij was de zuster van de Engelse koning en de derde vrouw van Karel de Stoute.
Keizer Frederik III, de vader van Maximiliaan I kende Mechelen het recht toe de tekst "In fide constans" op het wapenschild te plaatsen. Mechelen was hem namelijk trouw gebleven tijdens een opstand tegen hem.
Op 6 augustus 1546 veranderde de ontploffing van een kruitmagazijn in de Zandpoort de Mechelse geschiedenis. Er vielen meer dan 200 doden en 600 gewonden. Door de kracht van de ontploffing werd het water op een afstand van 300 meter uit de stadsgracht geslingerd en nog dagen later werden er overal in de stad verbrande viskadavers teruggevonden.
[bewerken] Oproer in Mechelen
[bewerken] Beeldenstorm (1566)
Deze religieus geïnspireerde opstand van andersdenkenden was gericht tegen de Katholieke Kerk en gebeurde op 22 augustus. Hierbij werden, evenals in andere gemeenten, tal van kerken geplunderd. Er vielen veel slachtoffers.
[bewerken] Spaanse Furie (1572)
Nadat Bernard van Merode, een luitenant van Willem van Oranje, op 31 augustus 1572 met de hulp van een groot aantal Mechelse burgers de stad had ingenomen, heerste er onenigheid tussen voor- en tegenstanders van de actie.
Een maand later, op 2 oktober, zetten tegenstanders van de orangisten de stadspoorten open voor de Spaansgezinde troepen van de Hertog van Alva. Deze gingen zich te buiten aan plunderingen en gruweldaden, die in Mechelen de geschiedenis ingingen als de Spaanse Furie.
[bewerken] Engelse Furie (1580)
In 1579 was Mechelen als het ware omringd met door de calvinisten bestuurde steden, waardoor de aanvoer van levensmiddelen steeds moeilijker verliep. Er kwam een massale emigratie op gang. In het protestantse kamp had men begin april 1580 het idee opgevat om de katholieke Mechelse machthebbers met geweld af te zetten. Op 9 april werd de stad inderdaad ingenomen onder leiding van de gouverneur van Brussel, Olivier van den Tympel, met de medewerking van legers van de Engelse kolonel Norrits en de Schotse kapitein Stuart.
Binnen in de stad woedde een gevecht met de Mechelse burgerwacht en de schuttersgilden, die uiteindelijk het onderspit moesten delven. Er vielen een zestigtal doden, onder andere toen de Engelsen kloosters, kerken en privé-eigendommen leegroofden.
[bewerken] Verovering door Spanje (1585)
In juli 1585 werd Mechelen veroverd door Alexander Farnese.
[bewerken] Oproer van het jaar 1718
In juni 1718 vond er in Mechelen een belangrijk sociaal getint oproer plaats. De leden van het korenmetersambacht en aanverwante ambachten deden van oudsher een beroep op de mensen van het buil- of zakkendragersambacht om afgeleverd graan uit vrachtschepen te lossen. Op een gegeven moment kwamen beide ambachten niet meer overeen over de financiële kant van hun samenwerking, een samenwerking die nota bene al eeuwenlang bestond.
Het conflict dijde uit en er ontstond massaal oproer in de stad. De kampen waren min of meer opgedeeld in arm en rijk. Naar schatting een duizendtal mensen, onder wie veel vrouwen en kinderen, meestal uit de lagere sociale klassen, sloegen aan het plunderen. Het duurde dagen voordat de toestand weer onder controle was. Hiervoor moesten regimenten militairen uit andere steden aangevoerd worden. De processen rond deze zaak duurden tot in 1721 en uiteindelijk werden 87 mensen veroordeeld, onder wie enkele tot de doodstraf.[2]
[bewerken] 19e eeuw
In 1803 werd Mechelen vereerd met een officieel bezoek van de toenmalige oorlogsheld Napoleon Bonaparte. Hij besteeg eveneens de Sint-Romboutstoren. Vanaf 1833 werd de stad een belangrijk spoorwegknooppunt. In 1835 begonnen de eerste Belgische treinen er te rijden, tevens de eerste treinen buiten het Verenigd Koninkrijk. Engelse ingenieurs vestigden zich in Mechelen als adviseurs bij de aanleg van spoorwegen. In 1866 kende de stad een grote cholera-epidemie, die zich enkele jaren later herhaalde, maar niet meer zo intens.
[bewerken] 20e eeuw
[bewerken] Gebeurtenissen
De stad werd zwaar beschoten door de Duitsers op 25 augustus 1914. Verschillende historische gebouwen, onder andere op de IJzerenleen en de Schoenmarkt, werden gedeeltelijk of volledig verwoest. Deze gebouwen werden na 1918 weer opgebouwd in retrostijl, na een architectuurwedstrijd.
De talrijke waterlopen die de stad doorkruisten, werden aan het begin van de 20e eeuw overwelfd om besmettelijke ziekten te bestrijden. Onder invloed van de getijden van het Scheldebekken was er immers altijd gevaar voor overstromingen. De meeste van deze vlieten werden gedempt.
De Tweede Wereldoorlog liet ook zijn sporen na. In 1944 bestookten de Amerikanen de stad en maakten honderden slachtoffers, onder wie circa 200 doden. Wederom werden talrijke huizen met de grond gelijkgemaakt.
Op 1 januari 1977 werden de gemeenten Heffen, Hombeek, Leest, Muizen en Walem bij Mechelen gevoegd.
[bewerken] Politiek
In 1921 waren er in Mechelen 27 zetels te verdelen in de gemeenteraad. De Katholieken waren verdeeld in de Grondwettelijken (christendemocratisch en Vlaamsgezind) en de Nationalen (conservatief en Fransgezind). De eerstgenoemden behaalden 8 zetels, de Nationalen 3. De Socialisten (o.l.v. Désiré Bouchery) behaalden 11 zetels en de Liberalen (o.l.v. Oscar Van Kesbeeck) 5. Er werd een ruime coalitie gevormd waarbij enkel de Nationalen in de oppositie zaten, maar twee jaar later, in 1923, kwam het reeds tot een meningsverschil en de socialisten gingen in de oppositie. Deze zetelverdeling zou in de jaren 20 en 30 geen ingrijpende wijzigingen kennen tot in 1938, periode waarin Karel Dessain burgemeester bleef.[3]
[bewerken] Blijde Intredes
- 23 april 1405: Jan zonder Vrees
- 8 oktober 1419: Filips de Goede
- 3 juli 1467: Karel de Stoute[4]
- 1494: Filips de Schone en Maximiliaan van Oostenrijk. Dit was een schitterend feest, met een parade door de straten, jachtpartijen en tornooien[5]
- 5 juli 1507: Margaretha van Oostenrijk. Dit was het eindpunt van haar reis door tal van andere belangrijke steden der Nederlanden[6]
- 5 november 1598: Albrecht en Isabella
- 21 juli 1803: Napoleon Bonaparte
- 30 maart 1815: Willem I der Nederlanden
- 28 juli 1831: Leopold I van België
[bewerken] Voetnoten
- ↑ R. VAN UYTVEN (red.) De geschiedenis van Mechelen. Van Heerlijkheid tot Stadsgewest. p. 34
- ↑ E. Van Kesbeeck, Oproer in Mechelen in 1718
- ↑ H. DE LANNOY, Ridder Karel Dessain (1871-1944). Katholiek burgemeester-senator en rots in de woelige Mechelse branding, in Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, dl. 108, 2004, p. 203-250.
- ↑ De Mecheleir, 14de jaargang, 2008/2, april-mei-juni, p. 56
- ↑ D. EICHBERGER (red.) Dames met Klasse. Margaretha van York - Margaretha van Oostenrijk. p. 37
- ↑ D. EICHBERGER (red.) Dames met Klasse. Margaretha van York - Margaretha van Oostenrijk. p. 52
Bronnen, noten en/of referenties:
- M. Kocken, Gids voor oud en groot Mechelen
- Mechelen 1000 jaar Mechelaars en hun rijke verleden uitgegeven door Waanders en Diogenes